Aan het einde van de melkweg

.

Geluk-van-de-levensgenieters-kl-frm

.

Geluk

In takken groeperen zich groene zinnen
popelend om alle kanten uit te lopen

Op stoeptegels een kindertekening
door regenschrift al half gewist

Achter een dakkapel begint een merel te zingen
houdt dan midden in zijn herinnering op

In mijn hoofd vertwijgt zich zijn lied – niemand
ziet iets aankomen, dat is ons geluk.

Bernlef (1937-2012)


 

Het is nog vroeg en schemerig. Half acht, zie ik op het klokje. Ik sta op en kleed me warm aan. De kachel brandt al, die heb ik om half zes al aangestoken. Zou er sneeuw liggen? Ik kijk door het gordijn. Er ligt een dun laagje, de grassprietjes steken er met hun toppen net precies boven uit.
Ik veeg de vloer met stoffer en blik en gooi het stof in de compostemmer. Als het schoon is doe een paar oefeningen, springen, strekken, balanceren op één been met de ander hoog in de lucht. Rustig adem ik door terwijl de oefeningen zich als een dans aanéénrijgen. Ik druk me vijftien keer op. De vloer is koud. De gevechtsdans duurt wat langer. Daar krijg je het lekker warm van.

Ik kijk nog even mijn mail na. Er staat weer een artikel in van de Correspondent en ik volg de discussie, die eronder staat. Iemand heeft het over “een gebrek aan vooruitgangsdenken.“ Ik vraag me af wat hij bedoelt.
„Welk vooruitgangsdenken kiezen we dan, het jouwe of het mijne?“ Dat typ ik eronder en ik klap de laptop weer dicht.

Als ik klaar ben kijk ik naar het aanrecht. Er staan drie lege flessen. Er hoort melk in, geitenmelk. Het is op, tot op de laatste druppel. Zal ik naar de boer fietsen? Dan ben ik lekker op tijd. Ik besluit daad bij woord te voegen en stop de flessen in een linnen tasje. Op het aanrecht ligt nog precies drie euro. Ik stop de koude muntstukken in mijn zak, doe een warm wollen rokje over mijn broek en ga naar buiten om mijn fiets te pakken. Het sneeuwt nog steeds. Mijn fiets staat droog onder een hutje van golfplaat. Ik heb het hutje helemaal met dakpannen bedekt en er groeit klimop overheen. Maar eigenlijk is het net iets te laag. Iets hoger zou beter zijn. Om mijn fiets te pakken moet ik een beetje bukken. Maar ach, erg is het niet. Ik stop de flessen in de fietstas en maak het eerste spoor over het witte veld, mijn voetstappen naast het slingerspoor van banden.

Ik kom aan bij het erf van de boerderij. Mijn sjaal is wit gesneeuwd. Het hek staat open, dat is een veeg teken. Als het hek openstaat, dan is de melkwagen al geweest en is de tank leeg. Ik maak rechtsomkeer. Teleurgesteld fiets ik weer weg, wuif nog even naar de boer, die achter het raam met zijn gezin zit te ontbijten. Hij wuift terug.

Thuis doe ik mijn natte sjaal af en mijn wollen beenwarmers droog ik op de kachel. Ik ga zitten. Mijn ellebogen steunen op mijn knieën, mijn hoofd rust in mijn handen, als een mislukt beeld van Rodin. Ik baal. Nou heb ik geen melk. Wat nu? Ik heb helemaal geen zin om chagrijnig te zijn omdat ik geen melk heb. Ik kan het ook wat anders doen. Ik kan thee drinken, kruiden zijn er in overvloed. Thee is ook lekker. Zelfs nu vind ik hier in de tuin nog verse munt, op de meest beschutte plekken. Zò lekker met gember! Blij spring ik op en loop naar buiten.

Als vooruitgang een rijker leven betekent, dan is dat voor mij, dat alles er is wat ik nodig heb. En als je met weinig tevreden bent, dan groeit geluk op elke hoek van het pad.

 

 

Een levensgenieter voedt niet alleen zichzelf,

maar ook het leven dat hij geniet.

(Alowieke)

 

 

Die heerlijke eenheid van leven en wonen

.

hangmat-uitproberen-in-de-woonwagen-kl-frm

.

De zon schijnt door de ramen. Fel en wit straalt hij op de nieuwe voordeurtjes. Ze zitten er alle vier in, twee boven en twee onder. Ook de vurenhouten vensterbanken baden in het winterse licht. Ze reflecteren hun warme oranje kleur in mijn richting. Ik krijg er een tevreden gevoel van. Het ligt er vol houtstof, schroeven, boortjes, allerlei stukjes hout. Eén blik en je weet het. Hier wordt gewerkt. Maar vandaag niet! Ik ga iets heel anders doen. Om een lang project leuk te houden, moet je bezigheden af en toe variëren. Iets doen waar je eerder nog niet aan dacht, iets leuks, met een snel resultaat.
Deze week werd ik wakker met een prachtgedachte. Ik zag het helemaal voor me. De hangmat, nù wist ik precies waar hij moest hangen! Hij zou een plek krijgen tussen de twee noklatten! Grijnzend bedacht ik me hoezeer alles met elkaar klopte, de beschikbare ruimte waar ik hem zou opbergen, de kracht van de construktie die juist op die plek hartstikke sterk is. Het warme groene doek zou perfect passen bij de geelwitte katoen van het dak.

Dus daar sta ik dan, mijn hoofd in de nek, frutselend met de harde lus van het uiteinde van het grote groengekleurde kleed. Om straks niet plotseling op mijn kont te liggen, maak ik hem vast met een abusslot. Het slot past mooi om de essenhouten boog heen die in de nok tevoorschijn komt. Hetzelfde doe ik met de andere kant, onder het lange, smalle daklicht. Het past allemaal precies. Tevreden wip ik mijn achterste over de rand van de mat en rol achterover. De stevige stof sluit zich om mijn lichaam als een noot in zijn dop. Is er iets fijners dan zo te liggen, met de zon in mijn gezicht?

Het is lekker in de wagen, terwijl het januari is en ik nog geen kachel heb. De zonnewarmte valt door de ruiten naar binnen. De dikke laag wol houdt de kostbare warmte vast, de lucht is droog en aangenaam. Terwijl ik van uit de hangmat door het raam kijk, vraag ik me af hoe de ruimte verhouding van mijn wagen is, de muur en isolatie ten opzichte van de binnenruimte. De muren, het dak en de vloer zijn bijna tien centimeter dik. In totaal kom ik kom uit op iets minder dan dertien procent van het geheel. Hoeveel is dat bij andere huizen? Raar eigenlijk dat ze de grootte van de binnenruimte ongemoeid laten bij de bouwwet voor isolatie. Het maakt nogal wat uit of je deze wand voor een kasteel gebruikt, of voor een heel klein huisje. Dat het wat klein is vind ik niet erg. Als ik hier in mijn hangmat lig ben ik helemaal gelukkig.
Hoeveel anderen zullen mij nog volgen? Er zijn er genoeg, mensen die geen huis kunnen betalen en voor wie klein wonen een uitkomst is. En ook voor anderen kan het de oplossing zijn, dakloze Groningers, flexwerkers die mobiel willen wonen, forenzen die niet meer willen reizen. Het meest houd ik van mensen die net als ik, van weinig kunnen genieten, als ze maar veel groen om zich heen hebben. Mensen met respect voor de bodem waar we op staan, voor de lucht die we inademen en daarom kiezen voor klein en eenvoudig.

Ik besef hoe bijzonder het is dat ik dit kan bouwen, in mijn eentje, zonder voorbeeld. En steeds meer ben ik ervan overtuigd: dit wordt een plekje om in de meest extreme omstandigheden toch prettig thuis te kunnen zijn, of het buiten nou bloedje heet is, of hartstikke koud. We zullen het allemaal meemaken. Het moment dat ik erin ga wonen komt steeds dichterbij.

Zo lig ik in mijn hangmat en kijk naar buiten. Ik heb er vertrouwen in.

.

.

Inspirerende links:

http://www.tinyhousenederland.nl/inspiratie/we-hebben-meer-pioniers-nodig/

http://www.tinyhousenederland.nl/regelgeving/tiny-house-wetgeving-van-bouwbesluit-tot-omgevingswet/

Voetenbadje

.

-voetenbadje-onder de tafel.

Het is weekend.
Buiten stralen de honderden
heldere sterren in een zwarte
koude hemel
de kachel brandt rookloos

Hij
zit tegenover mij
aan tafel in mijn kleine huis

Zal ik een voetenbadje maken
vraagt hij
Is goed zeg ik
en weg is hij
ik luister naar de stilte
en wacht

Hij komt terug met in zijn handen
een grote gele klotsende bak
ik gooi er een wit klontje in
als hij hem neerzet
onder de tafel

Ik til mijn blote voeten
van de nogal frisse vloer
en laat ze zachtjes plonzend
zakken in het warme water
ik voeg ze bij de zijne
en voel zijn gladde vel
samen kan het nèt

Zit er wel soda in
vraagt hij
Ja er zit soda in zeg ik
en roer ondertussen
in een grote kop met
dampende koffie en melk

Hoe erg het ook allemaal is
wij genieten als kinderen
met poedelende voeten
samen onder de tafel

 

De wereld op zijn kop

.

.

lang-leve-de-pippies-kl-frm

Net zo sterk als Pippie!

.

Het is een bijzondere tijd.

Nu ik het oude heb achtergelaten en het leven zich als een stille weidse vlakte voor me uitspreidt, ja nù komen de ingevingen en vernieuwende inspiraties. Vele obstakels zijn in al die jaren opgeruimd, stofwolken zijn neergeslagen en vormen zich tot vruchtbare grond in vochtige bodem.
Ik heb gezworven zonder iets anders te vinden dan eenzaamheid. Ik ben door moerassen gegaan, tot mijn nek in het slijk, maar ging door. Ik vond mijn grote liefde en na zeven jaar verloor ik hem. Ik heb verdriet gehad om de praatjes van mensen, die niets vroegen maar wel oordeelden. En nog steeds ging ik door.

Ik heb gebouwd aan wat nodig was, afgebroken wat afgebroken moest worden. Ik heb gewerkt en opgeruimd en vreselijk veel geleerd.

Dat alles is klaar. Als ik wakker word voel ik me zo vrolijk als een kind en elke dag begroet ik met een dans. Ik ben nog steeds hier, op een veldje in Brabant. Ik werk in volle concentratie aan mijn huis, mijn huis voor de toekomst. Wiekies hemeltje. Dat wordt het. Laat het een inspiratiebron zijn, dat hoop ik. Daar doe ik het voor. Het is niet alleen voor mezelf dat ik het doe.

Voor alle mensen voor wie het leven geen glanzend pad was en nog steeds vol dromen zit. Laat ze maar maar praten. Ga voorbij aan oordelen en etiketten. Laat achter je, wat niet bij je hoort. Ik moedig iedereen aan om zijn of haar fantasieën waar te maken en daar nu aan te beginnen. Wees lekker eigenwijs en maak er wat moois van. Lang leve de Pippies! Met of zonder langkousen.

Op een dag staan we in een andere wereld, warmer en veel groener dan ze nu is. En dan vieren we het met een hele lange optocht vol muzikanten en dansers van alle soorten en maten. De meest gekke en kleurige pieremagochels zullen te zien zijn, een stoet die zò bont is, dat zelfs de vissen hun koppen boven het water uitsteken, om te kijken.
Ja… O ja! Ik ben alvast begonnen.

.

.

Dit verhaal maakt deel uit van een nieuwe categorie: “Transformatie”. Het gaat over veranderingen in het groot en in  het klein. Over dromen, of het wonder van de seizoenen. Over mens-zijn in beweging, boom worden na je dood, quantum-evolutie, over hogere sferen maar ook gewoon over poep. Het meest gewone en banale dat o zo onmisbaar is in de cyclus van het aardse leven. Transformatie zit in alle lagen van het bestaan en eigenlijk is dat het enige wat we zeker weten. Dat alles constant transformeert. Goddank! Never be a rock and not to roll..

Ik heb er ook eerder geschreven verhalen aan toegevoegd.

https://alowieke.wordpress.com/category/transformatie/

.

Verder heb ik de site geschikt gemaakt voor mobiel. Ook in bus of trein kun je nu makkelijk alle verhaaltjes lezen die je gemist hebt.

Met de kracht van een donkergroene reus

Een filosofische wandeling door het bos

.

blogtek-wortelgangen-door-de-tijd-kl-frm

.

Ik spreid mijn handen wijd
maak wortelgangen door de tijd
Onze dromen zijn de bomen
van de toekomst

.

De lucht is koud en blauw, maar onze voeten zijn warm. Samen met Dick loop ik in stevig tempo over de verharde weg richting het landgoed “Baest“. Onze adem maakt wolkjes. Als je je ogen dicht doet, lijkt het of er iemand alleen langs komt, zo gelijk lopen we op. Met halfgesloten ogen kijk ik naar de lage zon en geniet van de kleuren, die het licht tussen mijn wimpers maakt, het lijken net vleugels van libellen. „Zo mooi is het zonlicht,” zeg ik tegen Dick „Als kind deed ik dat ook, zo kijken tussen mijn wimpers.”
„Pas maar op,” lacht hij schertsend „Je wordt er stekeblind van!“
„Dat zeiden ze vroeger ook. Ik merk er nog steeds niks van.“
Ik kijk naar het prachtige zachte licht, tot het bos begint, een bosje met enkel sparren, bedoeld om regelmatig hout uit te kunnen oogsten.
In een stil, gestadig tempo komen we aan bij het oude land, het bos dat al veel langer bestaat. Er staan dikke beukenbomen waar verder niks onder groeit. Er ligt een dikke laag goudgeel blad onder, bedekt met bevroren dauw. De stilte en de herfst maken me filosofisch.
„Jij bent niet bang hè?“ vraag ik.
„Waarvoor?“
„Voor het einde van de wereld. Voor chaos en onherstelbare verwoesting door alles wat er nu gebeurt.“
„Nee, er gebeuren net zoveel goede dingen. Het is maar waar je naar kijkt,“ antwoordt Dick.
Ik kijk naar één van de majestueuze beuken, met takken als armen van een donkergroene reus en zonder bladerige kruin op zijn hoofd kun je zijn houtige spierbundels nog beter zien.
„Ik kende ooit een Afrikaan. In de zomer was hij naar ons land gekomen. Toen het herfst werd, kwam hij zorgelijk bij me aanzetten en met grote ogen zei hij: Alle bomen gaan dood! Ik moest lachen en heb hem gerustgesteld.“
„Ik kan me voorstellen dat het schrikken is, als je dat nooit gezien hebt,“ glimlacht Dick.
„Daar moet ik aan denken. Mensen die bang zijn weten niet dat na elk einde weer een nieuw begin is, net als na de herfst en de winter, net als die Afrikaan. Soms lijkt het of alles afstevent op aftakeling en einden van dingen. Maar ik denk dat de meeste kracht niet zichtbaar is. Het is als een netwerk van wortels dat onder de grond groeit en wacht. Als je niet goed kijkt, dan weet je niks van de enorme levensdrang van alles, dat rust in de bodem en zich klaarmaakt voor een nieuwe lente..”
Ik ben even stil en we kijken naar het krakende bevroren blad onder onze voeten. Dick zegt niks, in afwachting of ik nog meer ga zeggen.
„Ik denk dat het precies zo gaat, in een samenleving van mensen en alles wat ons omringt. Overal zijn mensen die werken aan de basis, vaak onbekend en ongezien, maar met ongekende volharding. Al weet niemand hoe het er straks uit gaat zien.“
„Zo is het,“ knikt Dick.

We lopen verder langs de rietkragen van het Wilhelminakanaal. In het dorp drinken we een heerlijke blonde trappist. De glazen met de goudgele drank fonkelen in de lage zon.
„Op alles wat er is!“ Ik hef het glas en klink tegen het zijne.
„En dat we er nog veel van kunnen genieten,“ lacht mijn vriend.

.
.
.

piano-impro-kado-zw-w-kl-frm

VOETNOOT

Tot mijn verrassing kreeg ik een piano improvisatie kado.
Het thema is “Na elke winter komt een lente“
En het past zo mooi bij dit verhaal
dat ik het in de reacties heb gezet.
Het is van Jeroen de Clercq, uit België.

.

.

..

Dans de evolutie in!

.

.
dans-de-quantum-evolutie-kl-frm

.

.
Zwierend dans ik. De zaal is warm en schemerig en vol zwetende lijven en de muziek is ritmisch, licht en vrolijk. Mijn lichaam gaat mijn ogen achterna en ik heb het gevoel dat alles mogelijk is. Snel als water ga ik voort, slalom tussen schuddende schouders en balancerende benen door, langs stelletjes die stralend langs elkaar heen bewegen. Het is of ik zwem, zwem in een diepe stromende bergrivier, de rivier lààt mij dansen en ik geniet van het veeltonige geluid van water.
Ik draai om een ingetogen brunette heen, houd me in, ga mee in haar verstilling als in een dromerige bron en ze glimlacht. En voort ga ik weer, laat me gaan in de bewegende zee van mensen. Ogen fonkelen als ze me aankijken, ik maak een pirouette naast een snel bewegende man, de draai brengt mij bij een andere hand, ergens in de lucht ontmoet ik hem. Ik pak de hand, draai driemaal rond en laat weer los, ben alweer ergens anders.

Ik kijk achterom. Daar staat een lange jongen mij lachend en stomverbaasd na te kijken. Een meter van hem vandaan staat het meisje. Het was háár hand, die hij dacht te vatten. Toen hij zich omdraaide merkte hij opeens dat hij haar kwijt was. Ik lach terug, het water sprankelt dwars door mij heen.

Eén met alles wat er is. Dit is de hemel. En dan denk ik, wat een mallemolen is onze wereld geworden. De race om geld en groei raast al het geluk voorbij en verplettert alles. Liever dans ik zélf dan dat ik me rond laat slingeren in een levensgevaarlijke, op hol geslagen draaimolen.
.
Dit zijn tien sleutels naar geluk. En nu ik dit zo bekijk…. als ik dans doe ik het ALLEMAAL!

1. GEVEN – Iets doen voor anderen (en kunnen ontvangen)
2. VERBINDING – Contact maken met mensen (alleen al naar ze lachen maakt een dag al goed)
3. TRAINEN – Zorg goed voor je lichaam (en geniet)
4. WAARDERING – Let op de wereld om ons heen (verheug je in het zien)
5. PROBEREN – Blijf nieuwe dingen leren (alles is mogelijk)
6. RICHTING – Heb doelen om naar uit te kijken (dichtbij en ver af)
7. VEERKRACHT – Vind manieren om terug te stuiteren (oa. humor)
8. EMOTIE – Kies een positieve benadering, (wij gaan allen het grote onbekende tegemoet, maar heb het vertrouwen dat je overal mee om kan gaan en een oplossing kan vinden.)
9. AANVAARDING – Comfortabel zijn met wie je bent
10. BETEKENIS – Maak deel uit van iets groters

In het Engels vormen de eerste letters van deze woorden (Giving, Relating, Exercising, ….) tesamen ‘GREAT DREAM’.
Is het vreemd dat dans alle tien de punten in zich draagt? Nee! De quantumfysica vertelt ons dat alles om ons heen niets anders is dan dansende deeltjes, bewegend in golfpatronen. Misschien is dansen wel “meebewegen“ en die energiestromen vòelen. Misschien is dit meebewegen wel een sleutel van de evolutie, waar alles toe leidt en bewegen we ons ritmisch of met schokgolven naar een lichtere wereld. Als je je vasthoudt, dan nemen de golven je toch wel mee, tegen wil en dank. Loslaten en zwierig meedansen is een vreugdevolle optie… en zo verfrissend, om net als water te zijn!

.

De woeste wind waait
willens en wetens mijn
warme wollen sjaal
weg van mij
in wilde dans daar wappert hij
voorgoed de wijde wereld in.

.
Het lijstje over geluk heb ik uit het blad ZOZ, tijdschrift voor doendenkers. ( Wat tussen haakjes staat heb ik zelf toegevoegd.) Naar aanleiding van “De dag van het geluk“ (20 maart) schreven zij daarover. Het wordt uitgegeven door Omslag, werkplaats voor duurzame ontwikkeling in Eindhoven.

Mijn uitstapje van dans naar de quantumfysica is intuïtief. Ik ben er, raar of niet, diep van overtuigd. Er zijn ook wetenschappelijke verhalen over te vinden en zeer waarschijnlijk heb ik er maar een fractie ervan gezien. Dit soort bronnen raadpleeg ik een enkele keer, om mijn gedachten te staven.

Links:

http://www.omslag.nl/index.html

http://www.eindhovendanst.nl/

http://www.worldyourdance.com/

Meisje van diamant

.

-violiste-en-het-kind-kl-frm

Tijdens mijn verblijf op Schiermonnikoog maakte ik iets heel bijzonders mee. Samen met een hele stoet andere muziekliefhebbers ben ik op de veerboot gestapt, voor de “Ode aan de wadden“. Het was de opening van het vijftiende Kamermuziekfestival. Tijdens het concert was ik het meest geraakt bij het zien van dit meisje.
.
.

Meisje van diamant

In de banken zitten mannen, vrouwen
ze kijken allemaal heel ernstig
naar twee mensen op de planken
die met de muziek wilden trouwen

Ze spelen daar met heel hun hart
de tango met al zijn emoties
de viool die zingt en knarst
gitaar verlicht de smart

Tussen de groten, op de grond
zit heel alleen een meisje
ze kijkt naar ’t spel met grote ogen
glimmend met half open mond

Haar gezicht is lief en zacht
een witte jurk hangt rond de knieën
Het haar in lange krullen danst
telkens als ze lacht

Ze straalt verwonderd
naar haar engel,
donkere ogen, als betoverd
staren naar
de jonge
violiste

Dan wordt ze plotseling overdonderd
door een valse noot

Ze knijpt abrupt haar ogen dicht
en lippen op elkaar
alsof
ze een tik krijgt
op haar wangen

De muziek is als het licht
en zij weet het te vangen

Het kind is als een diamant
en alle kleuren van ’t heelal
weerkaatsen keer op keer
terug van haar gezicht

.

Na het concert ben ik naar haar toegelopen. Ze zat bij haar ouders, allebei mensen met donker krullend haar. “Ik vond het zó leuk om naar je te kijken!” zei ik, “Je ging helemaal op in de muziek!” En ze antwoordde stralend: “Ja, ik speel zelf ook viool en mijn vader ook en onze hele familie is muzikaal!” Ik werd helemaal blij van haar. Toen ik allang in bed lag zag ik haar gezicht nog steeds voor me.

.

.

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank van Corrie van Rijthoven

voetnoot-corrie-kleine-prins-kl-frm

.

.

.

.

.

.

.

.

Dit is op dit moment mijn lievelingsboekje:
“De kleine prins”, van Antoine de Saint-Exupéry. Ik vind het mooi vanwege de puurheid waarmee het geschreven is en om het geheim, dat in de volgende passage te lezen is.

Vaarwel, zei de vos. Dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig: alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.

.

.

DE BOUW

Ik ben nu lekker uitgerust en ga zo meteen kijken hoe de wagen erbij staat.

 

Dansen tussen de spanten

.

Dansen tussen de spanten

.

.

Elke keer verrast het me. Ik loop ergens tegen aan. Het kan niet wat ik wil. Of hoe ik het had gedacht. Ik laat het even liggen en doe een dansje. Even later komt er altijd wel een idee in me op, hoe het wèl kan. Of ik vertel het aan Dick en dan denkt hij even met me mee. Dat is leuk en gezellig. Vaak is de oplossing simpel. Ik heb alleen tijd nodig, tijd om te overdenken en het te laten zijn.

„Jouw wagen is zo’n gecompliceerd bouwwerk!“ zei een kijker vandaag. Toch is het een optelsom van eenvoudige oplossingen. Eigenlijk is het geen woonwagen, maar kunst. Hoewel het klein is, heeft het twee sfeerkanten. De helft heeft energie naar binnen toe, intiem besloten, met een helder bovenlicht, af te sluiten met een lichtgroen gordijn. Ik noem het “Mijn coconhuisje”. Het andere deel heeft grote ramen, dat is het luister en kijkgedeelte. Geweldig plekje voor in de vrije natuur. Of op het strand of in de duinen.

De lijnen van de constructie, het inspireert me elke keer opnieuw. Het is net muziek. Dus dans ik. Schroevenswing of Dakspantrock. Zo’n danslocatie krijg ik immer nooit meer! Volgende week komen de planken. Dan verdwijnen de open lijnen van de constructie en wordt het een echt huis. Spijtig en leuk tegelijk. Dan hoor je alleen nog het hakken van de beitel en het geraas van de decoupeerzaag. Tot het klaar is.

Duimen dat alles meezit!

Let the sun shine.

.

.

.

.

.

Weg met de doelenlijst, eerst ik

.

Blogtek. Open constructie in de tuin van eeuwigheid kl.frm.

Onderaan dit verhaal te zien: een korte impressie van de bouw op dit moment

Ongemerkt vult de tijd zich, de ene na de andere dag ben ik in de weer. Vandaag staak ik. Ik ben moe. Ik geef me over. Ik ga de hele dag niks doen. Luisteren naar de regenbuien en naar de vogels.

De melk is op. Ik heb net mijn ontbijt achter de kiezen en kijk naar mijn voorraad. De pakken geitemelk, de sojamelk, de rijstemelk, allemaal zijn ze zo goed als leeg. Ik giet de laatste restjes in mijn kopje koffie en vouw ze op om in de hele kleine prullenbak te doen. Dan neem ik een slokje. Eigenlijk is het te weinig melk, vind ik. Ik heb ook geen havermelk. Eerder maakte ik dat zelf, van havervlokken. Maar mijn vlokkenpap heeft nu een andere samenstelling. Ik stop er nu ook gerst en rogge in. Dat is lekker en gezond. Helaas komt er minder lekkere melk uit, als je het fijn perst. Wat nu, zal ik boodschappen gaan doen, alleen omdat ik geen melk meer heb? Dat zou toch te zot zijn. Zeven kilometer fietsen voor een beetje melk. Laat maar. Ik doe wel een keer zonder.
Ik neem nog eens een slokje van mijn koffie. De koffie is sterk en smaakt zurig, ik voel hoe mijn maag inéén krimpt. Waarom drink ik dit eigenlijk, vraag ik me af. Het geeft me een zwaar gevoel op de maag en ik word er misselijk van.
Ik zet het kopje neer op het aanrecht. Hoewel ik weet dat ik het toch niet opdrink vind ik het toch zonde om weg te gooien. Nou ja, de plantjes lusten het straks wel, als het koud is. Nu eerst thee zetten. Ik giet het laatste water uit de kan in het melkpannetje en reik boven mijn hoofd naar het gele doosje. Ontbijtthee is het, van Zonnatura. Honderd procent biologisch, staat er op. Nieuwsgierig lees ik de ingrediënten. Ik kan de kleine lettertjes nog steeds prima lezen, zonder bril. Ik zie dat er citroenmelisse in zit, braamblad, munt, tijm en nog een paar dingen. Die eerste vier kan ik zo gaan oogsten, vers uit eigen tuin. Waarom doe ik dat niet?

Ik woon nu bijna vier jaar op de camping. Na vier jaar beginnen de tuinen die ik heb geplant en ingezaaid volwassen te worden, de citroenmelisse groeit in grote bossen, de munt ook en de tijm, ze hebben er niks van te lijden als ik af en toe wat toppen afpluk. En bramen staan overvloedig langs de sloten en in de hagen, genietend van een overdaad aan uitgespoelde mest, dat van de akkers komt.
Waarom pluk ik niet wat vaker, vraag ik me af. Dat deed ik eerder toch ook? Toen was het heel gewoon voor me.

Ineens weet ik hoe het komt. Ik ben een deadline gaan stellen voor de bouw. Ik werd jachtig en doelgericht. De Doe-lijst werd belangrijker dan mijzelf en wat ik eet en drink. Geen wonder dat ik veel minder energiek wakker word en minder zin heb.

Ik zet de knop meteen weer om. Doelenlijst blijft vandaag liggen. Ik ga kruiden plukken en salade maken. Niet onmiddellijk, maar straks. Ik maak er een fijne wandeling van. En dan ga ik er iets heeeeel lekkers van maken.

.

Het is erg lekker geworden. Ik deed er in: Braamblad, frambozenblad, citroenmelisse, brandnetel, munt, een klein beetje tijm en wilgebast van een jonge twijg. Ik pluk alleen de toppen. Die zijn het lekkerste en bovendien stimuleer ik zo de groei.
Het is heerlijk geworden. Dit deed ik er in: braamblad, frambozenblad, citroenmelisse, brandnetel, munt, duizendblad, een klein beetje tijm en wilgenbast van een jonge twijg. Verder pluk ik alleen de topjes van de plant. Die zijn het lekkerste en bovendien stimuleer ik zo de groei.

.

DE BOUW van de WOONWAGEN

Het skelet is nu zo goed als klaar. De spanten van het dak en de wanden, de raamkozijnen, de deurposten, alles zit er in. Ik zou het in een paar uur helemaal dicht kunnen timmeren. Maar ik doe het niet. De openheid van de constructie is prachtig, vooral bij zonsondergang. Ik geniet van een huis vol licht.
Deze week doe ik kalm aan met bouwen. Ik luister naar de regen. En als het mooi weer is, neem de tijd om de tafel te dekken, een tafel in mijn nieuwe wagen. Een fijne theetafel wordt het. En dan kijk ik om me heen, hoe mooi alles is, zoals het nu is. Eerst vieren, dan verder.

.
Tijdelijk huis van licht

Ik pluk het wonder
tussen aarzelende regels door
Het doel dat is een dak
maar nu is het nog zonder

Heerlijk puur en eerlijk
mijn huis is vol met licht
al is het nog geen woning
het is een prachtgezicht

.
.

De vochtige bodem van stilte

.

.

Vochtige stilte

.

.
Het veld is verlaten. An en Jan zijn vertrokken naar onbestemde verten. Ik ben opnieuw alleen, maar toch ook niet. Er zijn steeds meer vogels, hoe langer ik hier woon. Ik geniet van hun gezang en leer ze goed kennen. Ik kijk door het open raam naar buiten. Maar dan zie ik wat anders. Vanuit een ooghoek beweegt iets, hier binnen, niet ver van mij af. Het muisje dat onder de vloer woont, komt onder het aanrecht vandaan. Rustig wandelt hij de kurkvloer op. Het is een mooi rond muisje, met kleine oortjes. Ik ken hem. Hij is alleen, net als ik. Razendsnel beweegt het puntje van zijn neus. Sneller dan ik ziet hij gemorste zaadjes op de vloer liggen. Hij pakt ze met twee pootjes beet, en peuzelt het op, net als een eekhoorntje. Als ik beweeg om hem beter te zien, richt hij zich op. Waakzaam, om daarna  rustig verder te scharrelen.

Het muisje is weer weg. Het is stil. De stilte is anders, als je weet dat je alleen bent. Anders dan wanneer verderop ook een schoorsteen brandt, of wanneer ik af en toe een heldere meisjeslach hoor. Erg? Nee, erg is het niet.

Ik hang uit het open raam. Het is avond en hier op het terrein is geen zuchtje wind. Het is of de wolkenlucht nu dichterbij is. Alsof ik zo mee kan rijden op hun zachte rondingen. Een tochtje langs het zwerk. O, dat zou fijn zijn. Zacht vallen de druppels van een lichte lenteregen op het natte groene gras, en op de witgetooide pruimenbomen. De rode bloesems van de ribes lijken nog roder dan ze zijn. Een donkerblauwe wolk rolt in gekrulde vegen over een zonnige avondlucht. Ik adem de vochtige lucht in. Het is als een glas geurige donkerrode wijn, of een muziekstuk dat me steeds weer onbekend is, en me telkens weer verrast.

Ik heb de stilte nodig. Deze winter heb ik mezelf helemaal gegeven aan het boek, Drakenlief. Nu ben ik moe. Ik hoef even niks meer. Helemaal niks. Zelfs de voortgang van de bouw kan wachten. Ik heb toch al een lekker huisje en een fijne kachel! Geen haast. De nieuwe wagen kan best even zonder mij.
Ik werp een blik door het achterraampje. Het gewapende plastic dat de wagen bedekt, zit nog steeds op zijn plek. Ik zie de contouren, het houten skelet voor wanden en dak. Alles is klaar voor de start. Straks is het zover. Straks, als de lentezon me weer helemaal opgeladen heeft. Het is bijna donker nu, de contouren vervagen en een laatste merel zingt in de verte.

De nieuwe wagen wacht op mij. Dit jaar komt het af. Ik ben verwonderd. Hoe kan het? Zoveel moois wat er achter elkaar uit mijn handen komt. Waar komt het vandaan? Ik denk dat het niet van mij is.  Niet vàn mij, wel dóór mij. Door mij gemaakt. Maar ik kan het niet alleen. Ik heb er mijn liefste vriend bij nodig. Hij komt als hem de gelegenheid wordt gegeven. Zoals een schuw dier dat bij je komt als je hem laat zijn. In rust laat hij zich vinden.

„Karakter en talent vormen zich in stilte“, heeft Goethe ooit gezegd. Ik hoorde deze uitspraak op mijn vijftiende en ik ben het nooit vergeten. Ik weet nu hoe waar het is. De stilte is mijn vriend. En ik waak voor hem. Want bescheiden gast als hij is snel verdwenen.