De onverharde weg, het einde van de wereld


Deze tekst horen bezoekers via de tomtom

.

Haghorst, 26 september 2012

Het is een herfstige dag. De harde wind wiegt mijn kleine woonwagen heen en weer. Ik heb haar Juffrouw Kolibri genoemd, mijn wagen. Deze Juf van mij heeft een goede vering, merk ik voor de zoveelste keer op. Dat is plezierig als ik er straks mee ga rijden. Misschien…   Het kort gemaaide grasveld van de minicamping is nat en de takken van de bomen bewegen wild tegen een donkergrijze lucht. Het is hier stil en ruim en ’s nachts is het écht donker. Het is aan het einde van de verharde weg vlak bij het bos, waar schapen blaten, hanen kukelen en paarden in de wei hun kont keren tegen harde wind en regen, op een dag als vandaag. Een stille plek, maar perfect voor mij, op dit moment. Hier kan ik me focussen, werken aan de wagen of gewoon een dag voorbij laten gaan om energie op te doen voor wat komt. Ik kan hier lokaal geteelde groenten eten, genieten en leren van de natuur en vrienden ontvangen die er even uit willen zijn. Bus 142 vanuit Tilburg, halte Toekomstweg.

Een keus gemaakt op één moment bepaalt alles. Het was op die ene dag, aan het begin van deze zomer, dat ik thuis aan het werk was in de middeleeuwse werfkelder.

Mijn blik drijft af van de computer, van de site die ik bestudeer, en ik staar naar de kastanjeboom. De boom waaronder ik getrouwd ben met Michiel, waaronder we bij elkaar kwamen voor zijn begravenis, de intensieve  jaren erna.  De oude kastanje die voor mijn deur op de werf staat tussen twee even grote platanen. Mijn oude vertrouwde boot ligt zoals altijd aangemeerd aan de wal er achter en er zijn geen klanten die wilden varen. Het is rustig buiten, alleen de vuilnisboot komt tuffend voorbij. Ik ben net te laat om naar Evert te zwaaien, de schipper, een oersterke man met gigantische armen. Hij is altijd blij als hij me even ziet. Hij is een van de vertrouwde gezichten die ik al zoveel jaren ken. Ik kijk nog eens lusteloos naar de lijsten op het beeldscherm, huurhuizen in de provincie Utrecht en Ik word er niet blij van. Maar die 20 jaar inschrijvingstijd,  zonde toch, om dat zomaar weg te gooien. Ik kijk en kijk nog eens. . Allemaal nieuwbouw, sfeerloos en duur.

Mijn aandacht gaat uit naar Zuid Oost Europa, Roemenië. Land met uitgestrekte natuur en een enorme diversiteit. Zou ik daar kunnen wonen? Ik zou tussen mensen willen zijn, die weten wat eenvoud is, en een ster zijn in het vinden van oplossingen met schaarse middelen. Misschien mijn eigen kleine leemhuis bouwen, ooit. Ik staar door de dubbele deuren, naar de zonovergoten werf, die ik nu definitief wil verlaten. Dan sta ik op. Het is een verre droom, besluit ik met een zucht. Heel ver. Ik ben hier, en wie weet hoe lang nog. .

Maar de wens naar eenvoud wordt snel vervuld, al is het dan niet in Roemenië. Na in totaal  twaalf jaar opruimen en opknappen, is mijn huis verrassend snel verkocht. “Zal je het niet missen, je boot, de gezellige buurt, die bijzondere plek waar je nu woont”, vragen mensen. Nee, ik zal het niet missen. Utrecht is als een thuis voor me. Maar mijn tijd is op, hier op deze plek. Het is tijd voor een nieuw begin.

Ik koop een woonwagen in Brabant. Het is de eerste die ik tegenkom, met standplaats. De plek bevalt me, de wagen ook. Dit is nu mijn thuis, twee uur reizen vanaf Utrecht. Het laatste stuk is een wandeling door het bos, dik een half uur, langs een zandpad, sparren, berken en veel varens en braam. Daar, waar de verharde weg begint is het terrein van minicamping d’n Bobbel. Het is een ruim veld, het gras kort gemaaid met talloze madelieven erin.

Ik ben hier nu meer dan twee maanden. Ik zou naar Roemenië en nu zit ik in het hart van Brabant. Maar ik zit precies goed. Mijn vriend Dick is hier vaak, hij woont niet ver van hier. Het land is stil, de luchten zijn ruim en helder. Het heeft niet de grote diversiteit van Roemenië, maar het is goed om te beginnen. Hier vind ik in elk geval vast de eenvoud, waar ik naar zocht.

Vijf oktober is het afscheid van Utrecht, in café de Morgenster. Daar zal ik buurtgenoten vinden en vrienden. Ik zal het laatste rondje varen in mijn rondvaartboot, mijn trouwe metgezel voor vijftien jaren. Vrienden zullen me vergezellen. En dan is het laatste lint  doorgeknipt. Dan woon ik echt helemaal hier. Naast het raam van mijn wagen fluit een roodborstje in de struiken. De wind is gaan liggen en de zon is gaan schijnen. Ik ga de was doen, het is droog.

Alowieke