Luisteren naar waterland (Listening to waterland)

.

.

Ik zwem in water en denk aan water. Water voor de blinde en water voor het land. Water voor de wormen en water op het zand. Vennen die weer vollopen en vissen die weer zwemmen. Plassen in het veld, die plas mogen zijn. Glooiingen en kommen in het landschap, waar de blinde naar mag luisteren.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath the text.

.

Ooit hoorde ik een radio interview met een blinde man, die in de regen stond. Hij vertelde met warme stem hoeveel hij hield van dit geluid. Het was de enige manier waarop hij het land kon zien! Zelfs de glooiingen in het grasveld kon hij onderscheiden door de neervallende druppels. Maar deze zomer van 2022, het was zó droog… Dat zal voor hem extra moeilijk zijn geweest.
Ik denk aan de blinde, wanneer ik in de regen langs de Swette loop. Zou hij, als hij hier naast me liep, het water in de Swette kunnen horen? En ook het riet dat de oever omzoomt? Zou hij de hoge schietwilgen en kunnen onderscheiden, en de kort gemaaide weiden? De bloeiende klaver ziet hij niet, dat zou ik hem moeten vertellen. Rode stippen in het groen, het blad glinsterend van de regen.
De druppels worden dichter en ik maak mijn passen groter. In mijn handen heb ik de muizenval, omhuld met een handdoek. Daarin zit de zoveelste knager die mijn huis bestormde. Ik zal hem vrijlaten aan de overkant, hetzelfde plekje als gisteren. Ik kijk om me heen. Het is schemerig. In sommige kamers brandt al licht. Er is al een flinke plens gevallen vanochtend, en er komt nog veel meer. Ik grijns van genoegen. De bomen hebben het nodig en de dieren. Al het leven heeft water nodig. Laten we dat nooit vergeten.

Het water is koeler dan gisteren. Het is een donkere spiegel en de regen maakt er kringen in. Er is geen wind. Ik zwem. Aan de overkant hoor ik een vreemde fluitende pieptoon, als van een dier, maar toch net niet. Het is het gemaal. Hij voert het regenwater af. Ik loop door de zachte stroom, die tot mijn middel komt. Onder het beton is een donker gat. Daar komt de stroom vandaan. Het regent, dus wordt er afgevoerd. Waarom? De harde klei heeft nog heel wat water nodig. Ik klauter de kant op en zie de barsten onder het korte gras. Diepe kloven in de aarde, die nu langzaam vochtig worden. Ik weet van de ingeslapen wormen, die al zolang voedsel en vocht ontberen. Stil en opgekruld zitten ze in kleine, met slijm bedekte holletjes. Hoelang houden zij dat uit? Is deze bui genoeg voor hen, om weer tot leven te komen?
Ik laat de muis vrij. Hij kruipt droog onder de boomstronk en ik zwem terug. Als ik even later weer binnen ben, steek ik een kaars aan. Druppels spatten tegen het raam erachter. Dan kruip ik snel in mijn warme hangmat. Net als de wormen, opgekruld in mijn hol. Met mijn hoofd boven de deken uit, kijk ik naar de vlam en luister naar de regen die tikt op het dak en spettert in de regenton. Ik denk aan water. Water voor de blinde en water voor het land. Water voor de wormen en water op het zand. Vennen die weer vollopen en vissen die weer zwemmen. Plassen in het veld, die plas mogen zijn. Glooiingen en kommen in het landschap, waar de blinde naar mag luisteren.

Water was onze vijand, al zoveel eeuwen. Vijf overstromingen per eeuw zaaiden angst en onrust. Je zou het bijna vergeten. Maar dat doe ik niet. Nooit. Want water fascineert mij, met al zijn kracht en zachtheid. Ben je bang voor zijn kracht, dan mis je het zachte, dat leven geeft. En vergeet je de blinde, die weer kan zien, alleen maar door te luisteren.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

I swim in the stream. The rain makes circles in the dark surface. Then I hear a sound. It is the pumpstation. Precious water flows away, while the soil is hard en dry. Why?

.

.

Ga toch fietsen! (Go cycling!)

.

.

Soms denk ik terug aan die ene keer, dat ik spitsuur meemaakte. Spitsuur bij het Ledig Erf in Utrecht. Ik kwam er nooit om die tijd. Ik was schipper. Ik ging altijd overal onderdoor. Ik voer op het water van Oudegracht en de Singel, ik kende het water beter dan de straat erboven. Ik hoefde zelden ergens heen want de winkelstraat was om de hoek. Dus ik wist van niks. Maar het was verschrikkelijk, dat spitsuur. Allemaal sacherijnige, ongeduldige mensen. Een heel andere wereld! Niet de mijne, besloot ik. Ik ben nooit meer met spitsuur het Ledig Erf op gefietst. Dan ging ik liever een uurtje later, of nam een andere route, langs de kleine straatjes.

Ik vraag me af, moet dat echt zo, dat spitsuur? Kan het niet anders? Kennissen van mij maakten een liedje: “Ga toch fietsen!” De groep heet Rommelhond.


“Ga toch fietsen!” Nou, ik fiets heel wat af, in Friesland. Fietsen jullie ook?

.

ENGLISH

Sometimes I think back to that one time when I was in rush hour. Rush hour at the Ledig Erf in the city, Utrecht. I never got there at that time. I was skipper. I always went under everywhere. I sailed on the water of Oudegracht and the Singel, I knew the water better than the street above. I rarely had to go anywhere as the shopping street was just around the corner. So I didn’t know anything. But it was terrible, that rush hour. All grumpy, impatient people. A very different world! Not mine, I decided. I have never cycled into the Ledig Erf during rush hour. Then I would rather go an hour later, or take a different route, along the small streets. I wonder, does it really have to be this way, that grueling rush hour? Can’t it be otherwise? Acquaintances of mine made a song about it: “Go cycling!” The group is called Rommelhond. Go cycling! Well, I cycle a lot, in Friesland! You too?

.

.

.

Zing een lied en kom weer thuis ( Sing a song and come home again)

.

.

Met het lied in de herinnering, wordt het thuisland nog dierbaarder.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

Ik kijk naar de geveerde cirruswolken in de hoge lucht. Ze zijn zo hoog, dat het ijskristallen zijn. Ik word er altijd gelukkig van, als ik ernaar kijk. Net als de zon, die schijnt op de rimpelingen in het water. Het water, de Swette. Op het pad naast de Swette komen mensen voorbij. Bekende gezichten, of onbekende, dorpelingen of zomergasten. Soms blijven ze kort, soms langer. Ze zijn allemaal even vriendelijk en hebben de tijd.

Ik voel me prettig en ontspannen. Het leven is goed. Dat sterkt de veerkracht. Voor het eerst sinds jaren ben ik zó uitgerust, dat ik elke morgen om halfzeven wakker ben. Dan open ik de deuren en kijk uit op de ochtendzon, die tussen de bomen door schijnt. Ik luister naar de vogels, ik kijk naar de hazen. Ze gaan rechtop staan zodra ze me in de gaten krijgen. Grote oren hebben ze, met zwarte puntjes aan het einde. Lieve zwarte puntjes, die steeds bewegen, bij elk geluid dat nadert. Vóór er mensen wakker zijn loop ik al naar de lange bult, waar ik 300 bomen en struiken heb geplant. Ik hak het riet weg met de sikkel, ik zie hoe het groeit. Ik hoef niet na te denken over de toekomst. De toekomst is hier. Het is wat voor mijn voeten de bodem uit komt. De planten! Ik zorg voor ze en zij zorgen voor mij. Het omringende leven vormt een wonderlijk ritme waarin ik verweven raak.

Het riet groeit hard, in de droge klei. In de winter is alles hier zompig en nat. Daar houdt riet van. Nat in de winter, droog in de zomer. Ik houd van riet. Allerlei vogels verschuilen zich in de ritselende stengels. Ik hoor ze maar zie ze vaker niet dan wel. Rond de jonge bomen hak ik de stevige stengels tot mulch. Ik trek het gras weg, rond de wortels van het plantgoed. De klei is donker en vruchtbaar. Verderop stroomt de Swette fris en vertrouwd. Als het lang niet regent, dan komt het water uit het IJsselmeer. Onze sloten staan nooit droog. Dat is fijn. De drijvende pomp met het zonnepaneel doet zijn werk. Hoe blauwer de hemel, hoe beter. Knalgeel slingert de meterslange tuinslang over het paadje. Ik loop er elke dag om de slang te verleggen. Als er dauw is, worden je benen nat van het lange gras, want het is maar smal. Het paadje loopt naast de even lange bult. Die is 125 meter lang. Op de bult is het riet, dat ritselt in de wind.

Steeds weer denk ik: Ik hoef helemaal niet weg. Maar toch ga ik. Met vakantie. Ik ga om te zingen. Dat wil ik al heel lang. Een meerstemmig lied, met allemaal verschillende stemmen. Dat ga ik doen. Hoop ik. Daarna ben ik immers weer thuis, bij de bomen, de vogels en de hazen. Bij de Swette, die nog altijd stroomt. Thuiskomen is net zo mooi als alle stemmen samen. Met het lied in de herinnering is het land nog mooier.

.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Als je gezond bent, bof je

.

.

Gezond zijn is een gunst, een cadeau dat je krijgt. Anderen boffen minder.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst. (No English today)

.

Druppels regen tikken op het raam. Een bijzonder uitje ligt in het verschiet, maar mijn gedachten gaan uit naar het verleden. Volgende week ga ik een tijdje weg, naar Buitenkunst in Drenthe. Ik zou me erop kunnen verheugen. Maar vandaag is dat even niet zo. Ik denk aan heel andere dingen. Ik denk ik aan een periode in mijn leven, die steeds verder wegdrijft in jaren. En toch is het ontiegelijk dichtbij. Het gaat over de dood. In de docu Rooted Nomad heb ik een tip van de sluier opgelicht, met weinig woorden.

Het is niet de dood die het pijnlijkst is, voor mij, het is de veroordeling van mensen. De dood wordt er nog doder van.

Michiel, mijn man stierf aan longontsteking. Hij droeg veel met zich mee. Er werd gefluisterd, maar niemand vroeg iets. Het gerucht was duidelijk hoorbaar, maar het was een enkeling die het zei: Hij heeft zich doodgezopen. Het was zijn eigen schuld. Onverschillig haalt men de schouders op, in onbedoelde wreedheid.
Als pijn niet aan het licht komt is het als een groeiende schaduw. Het kan je overvallen, als iets dat los van jezelf staat. Eigenlijk hoort het niet bij je. Je bent immers gemaakt van sterrenstof. Het versluiert. Uit groeiende schaduwen ontstaan oorlogen. Naar binnen kijken is nodig, de tijd nemen. En mededogen. Je inleven in de ander. Het lost de schaduwen op.
Oordelen maken veel kapot. Mijn man, wie kende hem? Wie wist hoe zwaar het leven voor hem was, zo zwaar, dat hij al jong voelde dat hij een oude man was? Een mens hoort succesvol en gezond te zijn, in onze maatschappij. Het tempo is moordend en voor de meest gevoelige en de meest talentvolle mensen volkomen ongeschikt. Zo ook voor hem. Hij was een technisch creatief genie en zo hartelijk! Eigenlijk was hij meer een middeleeuwer. Ja, hij is gestorven en ik denk dat hij deze waanzinnige tijd waarin wij leven sowieso niet had overleefd. Als je niet gezond bent is het je eigen schuld? Als je geen succes hebt, dan had je beter je best kunnen doen? Nee.

Dit zijn zaken waar we het over moeten hebben. Ook al ga je op vakantie en is het leven goed. De schaduwkanten van onze maatschappij mogen niet achter vrolijke kleedjes worden verborgen, die massaal in de uitverkoop zijn.

Eigenlijk had ik al een ander blog klaar. Het was dit artikel, waardoor ik werd geraakt en dat de hartslijnen naar het verleden trok. Het gaat hierover: Gezondheid is voor het grootste deel afhankelijk van dingen waar je niks aan kan doen. Een heel feitelijk stuk kan soms veel losmaken.

Lees het als je wilt. Ik laat het nu voor wat het is. Ik ga luisteren naar de regen en zorgen voor de bomen. Dick past op ze, als ik weg ben. Voor die twee weken dat ik weg ben, heb ik twee korte stukjes klaarliggen, over de natuur. Die worden automatisch gepost. Dus jullie zitten niet zonder. Nou, Tot later dan!

https://decorrespondent.nl/13564/gezond-leven-is-een-keuze-als-je-geld-hebt/3470995168476-5520caf7

https://www.2doc.nl/documentaires/series/makers-van-morgen/2022/rooted-nomad.html.

.

NEDERLANDS

ENGELS: For this time there is no english version of the story.

De boom en de magere man ( The tree and the skinny man)

Al zo lang ik leef loopt hij langs mij heen, de magere man. Zijn huid is dun als perkament. Misschien is hij wel even oud als ik.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to hear the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

“Wanneer je ergens naar uitziet, dan kan je de dood uitstellen. Zolang je nog iets wilt, dan leef je. Dat heeft veel invloed.” Het is de magere man die het zegt, misschien wel even oud als ik. Ik ben een boom. Een wilgeboom. Ik sta hier en hoor alles. Ik heb jonge mensen gezien die oud waren. Geen uitzicht zagen, niets wilden. Ik heb oude mensen gezien die steeds jonger werden. Zolang je elke lente maar sprankelt. Paadjes maakt in het riet aan de voet van mijn stam. Een plekje schept dat geheim is. Met glimmende ogen struin je erheen, de sikkel in de hand. Even doorlopen nog, dan ben je bij mij, de oude wilg. Dan, riet wegsnijden, nog meer riet. Trekken aan brandnetels en kruipende winde met hun witte pispotjes van bloemen. Hakken, met de sikkel tot er ruimte is, ruimte genoeg. Alleen jij bent hier met mij en de vogels. Je gaat zitten op de dode, liggende boomstam. Pissebedden schieten weg vanonder vallende schors. De dichte groene massa is verdwenen, dat heb jij gedaan. De heldere zon schijnt. Het is maar een heel klein open plekje. De stam, de bodem, alles is nog vochtig van de schaduw, die er altijd was. Je zit op een kleine heuvel, waarvan je nu de top hebt vrijgemaakt. Over de wilgenroosjes heen kijk je over het water. Ik, de oude wilg, bescherm je. Mijn vijf dikke stammen staan dicht op elkaar. Twee andere zijn afgezaagd, maar er groeien nieuwe takken uit. Er loopt een piepklein weggetje, verstopt tussen mijn dikke stammen door. Het gaat er in een bocht doorheen, de grond is er hard en aangestampt. Daarachter loopt het naar beneden. Tussen lange plantenstengels kom je uit bij het donkere water. Een paadje van de dieren is het. Niemand die het ooit zag, behalve jij, nu op dit moment. Jij zag als eerste mens, dit kleine geheim aan de voet van mij. Iets om te vieren! Ja, vier het, samen met mij! Verscholen tussen mijn wilgenblad en wuivend riet kan je het water zien. Het water, en aan de overkant het maisveld. Alles was er al. En toch is het nieuw, nu jij hier zit. Oud en nieuw tegelijk.

Voor sommigen verandert het uitzicht niet. De blik fixeert zich in oude gedachten. Het geheime paadje van de dieren ziet hij niet, de verbitterde man. En ook de wilgenroosjes niet. Met grote passen loopt hij tussen het riet door naar mij toe. Hij staat bij de liggende boomstam en kijkt naar de overkant, over het water heen, dat schittert in de zon. De schitteringen doven uit in zijn ogen. Hij ziet de waterhoenen niet, die nu kuikens hebben en zwemmen tussen het riet. De bittere man gromt en vloekt. Hij kijkt naar de groene trekker die daar rijdt, aan de overkant. “Al acht jaar mais! Hij maakt de Aarde kapot, die boer. Het is misdadig. Veertig jaar geleden was het precies hetzelfde met de wereld. Mais, mais, kunstmest en pesticiden. Ze mishandelen de aarde. Ik zou ze soms wel af willen schieten.” Hij draait zich om en loopt terug. In het dagelijks leven is hij de vriendelijkheid zelve. Zelfs zijn eigen vrouw kent zijn verbitterde bekommeringen niet. Een oude man en toch zo oud nog niet. Alles komt voorbij. Ik sta hier al tientallen jaren en hoor alles. Zo-even zat hier nog een jonge vrouw met een kleuter. Ze luisterden naar het geritsel van de reuzenlibelle in het riet. Hij was gigantisch. Ze lachten met ingehouden pret.
De magere man komt langslopen en glimlacht. Zijn huid is dun, maar hij hoort en ziet nog evenveel als ik. De ouderdom maakte zijn ogen zacht. Zoveel verschillende mensen, en ik, de oude wilg, hoor alles. Zonder er iets van te vinden.

.

NEDERLANDS

.

ENGELS

Everything will pass. I have been standing here for decades and hear everything. The skinny man walks by and smiles. His skin is thin like parchment, but he still hears and sees just as much as I do. Old age softened his eyes. So many different people. I, the old willow, hear everything. Without judging..

Rondhangende koekoeken (Hanging cuckoos)

.

.

Af en toe wat paren en verder een beetje rondhangen. Die vogels hebben zeeën van tijd.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

Mijn vriend leest mij elke dag voor uit de krant. Daar heb ik om gevraagd en hij doet het graag. Ik luister rustig het hele artikel uit. Maar vandaag niet. Terwijl hij leest hoor ik wat anders en het is de koekoek. Al weken hebben we een koekoek die almaar door roept. Dag en nacht. Soms is hij even stil. Als teveel andere vogels er doorheen roepen neemt hij de moeite niet. Het lijkt wel een ijdele vogel, eentje die graag solo zingt. Dat dacht ik. Een eenzame narcist. Maar nu luister ik vol verbazing. Want volgens mij hoor ik nog een koekoek. Een tweede! Zijn geluid lijkt iets hoger. Ik luister naar Dick zijn verhaal en tegelijkertijd naar wat ik buiten hoor. “Zonder psychopraat was internet erg leeg,” leest Dick voor. Ik ga rechtop in mijn stoel zitten en breek zijn zin plotseling af. “Hé Dick Hoor je dat? In de boomgaard! Het zijn er twee! Twee koekoeken roepen tegelijk!” Dick houdt op met lezen maar hoort het niet of is meer geïnteresseerd in zijn artikel. Ik luister nog beter. “Ja! Het is echt zo!” Dick leest alleen in stilte verder en ik ren naar buiten om een opname te maken. Wauw, dat heb ik nog nooit gehoord. Een mannenkoekoekenkoor. Het lijkt wel Afrikaans zang! Polyphonie van pygmeën.

De aarde is onze moeder en vol geluiden. Natuurvolkeren halen hun inspiratie uit de muziek van de Aarde zelf. Maar ook Debussy deed dat en hoeveel andere musici en kunstenaars zijn niet de natuur in getrokken voor inspiratie of luisterden naar de vogels in hun eigen tuin. Schrijvers, maar ook uitgeputte moeders, overspannen managers of distributiemedewerkers, allemaal halen ze energie uit de natuur.

Ik laat vruchtbare grond door mijn handen gaan, zie jonge bomen groeien. Libelles zweven over het pad, in de luwte tussen het hoge gras en het riet. Ik word er blij van en slaap rustig en vredig. Ik luister naar Dick, die een artikel voorleest. Over psychopraat van mensen die geen buurvrouw meer over de heg hebben maar wel een smartphone. Over de teloorgang van de waarde van arbeid, omdat alles uitloopt op steeds meer heen en weer gedoe. Jongens op elektrische fietsen die banaantjes brengen aan luie leeftijdsgenoten. Containers vol spul dat over zee gaat. Dick leest voor en we verdiepen ons in de vreemde stromen van de groeieconomie. We praten erover, maar tegelijkertijd laat ik het langs me heen gaan. En luister naar wat hier is. Naar de koekoek, buiten in de boomgaatd. Ik blijf wie ik ben en waar ik ben, Handen in aarde en luisteren, leven en eten wat er is, hier. Zolang het om mij heen blijft groeien, dan is het goed.

Ik luister naar de opname die ik heb gemaakt en grinnik. Wat een lollig samenzang: Het mannenkoekoekskoor! Die mannetjes hebben toch niks te doen. Af en toe wat paren en verder een beetje rondhangen. Die vogels hebben zeeën van tijd. Verveling maakt vindingrijk en creatief. En dan is er ineens een koekoekskoor. Zo zie je maar. Laten we ons vaker gaan vervelen. Dat kan voor ons mensen helemaal geen kwaad.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

The Males Cuckoo Choir! Those guys have nothing to do. Do some mating now and then and then hang out a bit. Those birds have plenty of time. Boredom makes resourceful and creative. And then suddenly there is a cuckoo choir. Who ever heard that? Let’s get bored more often. That can do no harm at all, for us humans.

Ritme (Rhythm)

.

Dit is vier jaar geleden, toen schreef ik vanuit Brabant, de andere kant van het land. Ik was daar zes jaar, maar ben er nooit helemaal geworteld. Ik wist dat ik weer weg zou gaan. Hoe? Geen idee. Punt één was het ritme om te blijven schrijven. Als dat maar doorgaat, dan komt de rest vanzelf. En zo ging het.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onder de tekst.

Ik heb een langzaam leven nodig. Alleen dan kan ik doen wat ik doe – met liefde. Het is een gunst om langzaam te kunnen leven, maar ook heel duidelijk een keuze. De keuze om steeds te kiezen voor dat ene wat je energie geeft en voldoening, en niet voor het vele, het beste of het hoogste. Genoeg is genoeg. Die keuze maak je niet één keer, maar telkens weer. Zo bouw je rustig aan iets op. Zo creëer je tijd en diepgang voor datgene wat je belangrijk vindt. Voor mij is dat nu al meer dan tien jaar het schrijven van een wekelijks blog. Dat is een heilig ritme.

De week ging razendsnel voorbij. Net als veel andere mensen heb ik deze week, bij uitzondering, veel buitenshuis rondgebracht. Ik ben overal geweest. De gesprekken waren boeiend en leuk, waar ik ook was. Eindelijk weer de vrienden opgezocht waar ik al lang heen wilde. Maar ik was vergeten dat Dick me ook nog had uitgenodigd, voor een optreden in een andere plaats. Ook hartstikke leuk. Eerst met de trein. Onderweg met iedereen een praatje gemaakt. Het meisje op het perron met haar vouwfiets, de oude man met zijn hond die op de hoek van het muziekcafé woonde. Hij zat daar met de buurvrouw. Toen we terugkwamen zaten ze er nog, als meubelstukken in de kleine stille straat. Zelfs de enorme hond was niet van houding veranderd. Hun dag ging traag, demijne snel. Ik voelde me als een reiziger, dan weer hier, dan daar. Geen gewortelde nomade. Daarvoor betaal ik tol.

Het is avond. Hoewel ik moe ben, duurt het lang voor ik inslaap. Veel te wakker. Gebeurtenissen en gezichten passeren mijn geestesoog. En dan wordt het stil. Ik val in slaap. Na een paar uur ben ik alweer wakker. Mijn hoofd voelt brak. Het is maandagochtend. Maar ik kan nog niet rusten. Nog niet. Nog niet. Maandag is schrijfdag. Ik moet iets. Eerst maar een glas water..

Altijd komt er wel een thema, waarover ik wil schrijven. Iets dat hoort bij mijn rode draad. Rustig begint het te dagen. In het weekend ben ik er al mee bezig, tussen de regels door. Juist als het leven saai lijkt, dan groeit het, van binnenuit. Die tijd is nodig, een tijd dat er niets is en niets hoeft. Een tijd van luisteren. Nu is het maandag, het weekend is alweer voorbij. Ik heb geen idee waarover ik het wil hebben. Ik ben gewoon moe en wil luisteren naar de winterkoning. Ik hou van hem. Hoe hij om mijn huis vliegt, als een kolibrie zo snel. Naar de enthousiaste kreten van wervelende visdiefjes en kapmeeuwen die scheren over velden vol boterbloemen. Was ik maar een visdiefje. Voor één enkele dag. Scheren en schreeuwen in de wind. Een plotselinge duik in het water. Zoefffff! Gelijk weer omhoog. Mis. Mijn snavel is leeg. Ik droom. Ik laat de wind door mijn huisje waaien en voel de bries op mijn huid. Heerlijk. Een geluid haalt mij uit de sluimering. De winterkoning. O ja. Het is maandag. Hoogste tijd om te schrijven. Maar ik weet niks. Ik lijk wel een kip. Elke dag een ei. Ik heb er diepe bewondering voor, die legkippen. Zij moeten wel. Ik mag kiezen. Ik kan zeggen, ik doe het niet. Het is mijn eigen keus. Maar zo werkt het niet. Kanniet ligt op t kerkhof, Wilniet ligt ernaast. Als je daarmee begint, dan is er altijd wel een excuus. Daar doe ik niet aan. Schrijven is een ritme, net als de slaap, de wandeling, de cyclus van de maan of de seizoenen. Door het ritme is er beweging en groeit het. Zonder ritme was er geen leven. Zonder ritme was ik er zelf niet eens. Ga en gij zult vinden.

.

NEDERLANDS

.

ENGELS


Writing is a rhythm, just like sleep, the walk, the cycle of the moon or the seasons. Because of the rhythm there is movement and it grows. Without rhythm there was no life. Without rhythm I wouldn’t even be here. Go and you will find.

WAAR ZIJN DE VERHALEN? (Where are the stories)

.

.

Leven in de natuur is luisteren naar verhalen. Maar als je teveel ideeën hebt hoe iets eruit moet zien, dan zie je niks. .

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst

Do you want to listen to the ENGLISH version? Click the button under the text.

Het is meivakantie, en op de Pôlle staan kampeerders. Er staat een groene tent en er zit een man te vissen op de steiger. Vanaf de andere kant komen twee figuurtjes het Verhalenpad aflopen. Vanaf het grindpad zie ik ze dichterbij komen. Het zijn kinderen, een jongen en een meisje. Ik blijf staan tot ze bij me zijn.

“Hallo, hebben jullie het Pad afgelopen?” Ze knikken. “Ja, we zagen een bordje staan met Verhalenpad. Maar waar zijn de verhalen? We hebben niks gezien. Wel hele diepe kuilen. Dat was vast een hoop werk. De grond was keihard,” zegthet jochie. Nieuwsgierig haal ik mijn wenkbrauwen op. “Hoe ziet een verhaal eruit denk je?” Hij haalt zijn schouders op. “Een bordje met een tekst. Of beelden.” Hij kijkt me schrander aan. Het meisje luistert aandachtig, wanneer ik verder praat. “Tja, dat is er allemaal niet. . . Maar heb je de spinnetjes wel gezien? Het zijn er honderden! Die schrijven de hele dag verhalen, met al die pootjes.” Hij schudt van nee. Niet gezien. Het meisje kijkt me met grote ogen aan. “Ze kruipen in de barsten in de klei. Die zijn daar gekomen van de droogte. In de kuilen kan je ze goed zien. Dat is kale harde grond. Eén voor één vul ik die met water, uit de sloot. Maar denk je dat ze verdrinken? Niks hoor, ze lopen gewoon over het water heen. Het zijn superspinnetjes. Ze kunnen alles en zijn razendsnel.” Hij kijkt verbaasd. “Nee, hebben we allemaal niet gezien!” Het meisje opent nu haar mond. “Zijn het geen schrijvertjes dan, die op het water lopen?” Die kent ze wel. “Nee,” zeg ik. “Ze zien eruit als gewone spinnen. En ze kunnen heel hard lopen. Leuk hoor. Ze drinken water uit de plassen die ik maak. Of ze drinken dauw, in de ochtend. Lang gras vangt veel dauw.” Ze knikken allebei, alsof ze dat al heel lang wisten. “Jullie zijn best slim,” meen ik. “Ik niet,” zegt het meisje verongelijkt. “Ik wel,” zegt de jongen. ”Ik heb Havo-VWO advies gekregen. Dat is best hoog.” Het meisje kijkt onverschillig. Ik vind het maar niks, dat praten over hoog en laag. “Maar jij bent praktisch,” zeg ik tegen haar. “En je weet volgens mij precies hoe schrijvertjes eruit zien.” Haar gezicht klaart op. Ze zegt dat ze mooi kan tekenen. Maar soms wordt ze ongeduldig en dan verpest ze het. We praten nog even verder. Dan verdwijnen ze richting de steiger, terug naar hun vader.

Langzaam loop ik het paadje af, door het lange gras, terug naar mijn wooncocon. Ik denk aan paden die uitgesleten zijn, ideeën die als kale constructies langs de verharde weg staan. Vertellingen die niet meer voor zichzelf spreken, maar zwart op wit moeten staan, anders zijn ze er niet of hebben ze zelfs geen bestaansrecht. Lees en weet, wie schrijft die blijft. Maar hoe meer je denkt te weten, hoe minder je ziet. Aan wie graag hoog de ladder klimt, gaan vele verhalen voorbij. Er zijn kleine vertelsels en soms zijn ze groter dan je kan bevatten. Niet enkele, maar duizenden verhalen zijn het, geschreven door talloze beestjes, bomen, bloemen en zelfs door bergen en rivieren. Sommige gaan zo snel dat ze gelijk zijn uitgewist. Andere zijn verschrikkelijk traag en nemen hele millennia in beslag. Dan besef je niet eens dat het verhaal er is, en nu verteld wordt aan jou. Maar alles ontwikkelt zich verder en steeds weer zijn er nieuwe wendingen. Oefen in breed kijken, en je ziet meer en meer: Verhalen in het web van leven.

Ik zet mijn ene voet voor de andere. Traag verdwijn ik achter de haag van riet, waar mijn huisje staat. De winterkoning fluit zijn lied, pal boven mijn hoofd. En weg ben ik, in mijn wooncocon. Het is weer de dag om woorden te weven. Anders was dit er niet, alles, wat ik nu schrijf. Verhalen die komen en gaan, en op een dag zullen verteren, als blad in de bodem van de herfst. Een bodem vol spinnetjes.

.

NEDERLANDS

.

ENGLISH

They were children. “Yes, we saw a sign with Story Path. But where are the stories? We haven’t seen anything. We saw deep pits. That must have been a lot of work. The ground was rock hard.” Curious, I raise my eyebrows. “What do you think a story looks like?”

Live in nature means listening to stories. When you only use your head, you miss it.

.

Als je mens en natuur van elkaar scheidt, dan wis je verhalen uit. Lees het artikel van Thomas Oudman.

https://decorrespondent.nl/13362/hoe-de-scheiding-tussen-mens-en-natuur-meer-kapotmaakt-dan-beschermt/3419303851458-239fbdc3

.

BELHAMELS OP TAFEL (Rascals on the table)

.

.

Maakte ik een lange reis voor niks? Het was niet waar ik voor kwam. Maar ik zie wel wat anders. Ik grijns met een kwajongensachtig genoegen.

Liever luisteren? Klik op de knop onder de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

Leiden stad. Ik struin door de drukke straten van het centrum, passeer talloze eettentjes en hier en daar een kledingzaak. Waarom ben ik hier? Even geleden zat ik nog bij een bijeenkomst van Future Affairs, van het NRC. Ik zat erbij, maar begreep er geen snars van, het Panpsychisme, Quantum en fractalen. In het Engels. Ik keek naar het gezicht van de vertellende vrouw. Hoe enthousiaster ze werd, hoe minder ik het begreep. De holle zaal maakte van het betoog een bord sonische spaghetti. Na een uur ben ik weggegaan. En nu loop ik hier. De zon komt achter de wolken vandaan, de stenen stad begint weer op te warmen. Dit is heel wat anders dan het koele Noorden, waar ik vanochtend nog fietste, op weg naar het symposium waar ik voor kwam. Ik volg het water van de gracht en kijk omhoog, naar de gevels. Een oude naam komt in beeld met zachte pastelkleuren. Het is een Antiquariaat. Ik verlang naar de stoffige geur van oude boeken. Nieuwsgierig wil ik naar binnen gaan, maar in één oogopslag zie ik dat ik er niks te zoeken heb. Het is de zoveelste uitspanning om je buik rond te eten.

Ik loop verder. De ongeïnteresseerde veelheid van consumptieartikelen loop ik zonder kijken voorbij. Het maakt me suf en onverschillig. Ik weet niet meer wat ik moet. Dan ga ik ook maar eten. Net als iedereen, kennelijk. Keus zat. De hele gracht is omringd door uitnodigende tafels en stoelen en borden die roepen wat er allemaal te koop is. Aan de overkant is het enige biologische eethuis. Ten minste, dat staat op het bord. Modern, lichtgroen, met tafeltjes langs de gracht. Wie weet is het wat. Ik steek de brug over, terwijl er net een sloep onder me doorgaat vol hapjes en mensen. Ik kies een tafel vlak boven de kademuur en kijk het glinsterende koele water. Boven de gracht vliegen kauwtjes, kapmeeuwen. Geen wonder. Zoveel eten bij elkaar vinden ze in de wijde omtrek niet. De mensen eisen steeds meer op. Overal. Natuurlijk komen ze hierheen! “Hier is het! Hier is het!” schreeuwen de meeuwen. Kolossale zeemeeuwen scheren dreigend over de hoofden van de mensen. Met hun kromme snavels vliegen ze soms rakelings over een maaltijd heen, maar iets van het bord graaien, dat durven ze nét niet. De meeste gasten kijken er niet eens meer van op. Maar de serveerster van het biotentje maakt zich er zichtbaar druk om. “Het komt door die patatzaak aan de overkant!” zegt ze opgewonden tegen een klant. “Dáár komen ze allemaal naar toe!” Op het moment dat ze dit zegt, landt er een kauwtje, twee meter van me af. Hij neemt plaats op het randje van de kademuur, en schikt zijn vleugels. Geïnteresseerd kijkt hij me aan, alsof hij precies weet waar hij moet zijn. Ik begroet hem vriendelijk. “Ha jochie! Jij lust wel wat hè? Nou dat is goed hoor… ” Ik praat op keuvelende toon zoals kauwtjes dat volgens mij ook doen. “Als ik klaar ben dan laat ik een stukje voor je over,” ga ik verder. Het kauwtje kijkt me slim aan. Het is net alsof hij precies begrijpt wat ik zeg. Misschien is dat ook wel zo. Als het over eten gaat, dan zijn zulke dieren bijzonder slim. Dan vliegt hij weg.

Ik bestel twee groentekroketten. Het valt tegen. Al is het gemaakt van speltmeel, er zit bijna geen groente in, het is vet en ik word er misselijk van. Ik eet de paar slablaadjes op, die aan de zijkant van het bord liggen. Een halve kroket laat ik liggen. Dan sta ik op om te betalen. Nauwelijks ben ik opgestaan of mijn gevleugelde vriend duikt vanuit het niets op de tafel, achtervolgt door een fladderende wolk. In een oogwenk is de tafel verborgen achter een schreeuwende groep vaalzwarte belhamels. Van alle kanten komen vogels aanvliegen, maar de kroket is al op. Ik kijk over mijn schouder. Wat een leven! Ik grijns met een kwajongensachtig genoegen. Even maar. Want vlak voor me komt de serveerster aanlopen. Ik trek een stoïcijns gezicht en pak mijn portemonnee om af te rekenen. “Vervelend hè, die vogels,” zeg ik meelevend. “Maar sommige mensen vinden ze toch wel leuk.” Ik pauzeer even om dan toe te voegen: “Dat vind ik eigenlijk ook.” De serveerster knikt aarzelend. Misschien ben ik zelf wel een belhamel. Eentje op twee benen.

.

NEDERLANDS

ENGELS

.

DE PÔLLE EN HET VERHALENPAD (The Pôlle and the Storypath)

.

.

Er staat nu een bordje voor het Verhalenpad, daar prijkt de naam op. Hier hoor je hoe dat kwam en waarom ik aan indianen moest denken in Californië. Hoe mensen soms niet begrijpen wat ze zien en hoe dat tot grote vergissingen kan leiden.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Rather listen in ENGLISH: Click on the button under the text.

.

Aan de overkant van Jochums Reed ligt een oude wilg als een drie-armige ster gekraakt uiteen. Vanuit die dikke takken zijn talloze boompjes gaan groeien. Nu is het een klein wilgenbos. Het is een geliefde plek voor winterkoninkjes, merels en houtduiven. In het hout zitten talloze beestjes die worden opgegeten door weer andere beestjes. Naast de wilg stroomt de Swette, de rimpels in het water weerspiegelen in het licht. Hoe langer je ernaar kijkt hoe meer het fascineert. Het geeft de plek magie. De plek heet “De Pôlle”, dat is Fries voor “eilandje”. In het vlakke kustland waar de horizon overal te zien is, is zo’n bosje net als een eiland in zee. Onze Pôlle trekt veel gasten. Velen hebben gevraagd of ze er voor altijd hun caravan neer mochten zetten. Maar boer Jochum zegt altijd nee. Dit is een plek waar iedereen van mag genieten. Tussen het veldje en de Reed groeien meer bomen. Je kijkt tussen de stammen door naar de onverharde weg. Naast de weg ligt een berg zand met puin. Van het zand heb ik voorzichtig wat weg geschept, om te gebruiken voor het planten van mijn boompjes. Voorzichtig, om de witte dovenetel te ontzien, die wel houdt van dat losse zand. Ik heb er drie kruiwagens zand uit gehaald en de rest van de berg laten liggen. Van de stenen die ik na het graven overhield, bouwde ik een soort grotje, als schuilplek voor beestjes. Ernaast heb ik twee struiken geplant. Als die groeien dan komt er misschien wel een nestje in.

Het is weekend en mooi weer. “Alle campings zitten vol” zegt Dick “Hier gelukkig niet.” We drinken koffie en bespreken het nieuws. Wanneer ik terugloop naar mijn huisje, zie ik dat er gasten zijn aangekomen op de Pôlle. In de tijd dat ik weg was, hebben ze een groot vuur aangelegd. Het zijn twee jongens met een gele auto en een tentje. Uitgebreid genieten ze van de hoge vlammen. Het vuur blijft branden en ook de volgende dag komt bijtijds de eerste jongen uit het tentje. Hij plukt dood gras en met veel rook krijgt hij het vuur brandende.

Als ik om twaalf uur buiten kom, zijn ze weg. Ik loop naar de plek en zie dat het stenen grotje is afgebroken. De stenen liggen nu mooi opgestapeld rond een kring met as. Er kan inderdaad een flink vuur in. Er liggen een paar dikke takken naast. Voor het stel was dit het paradijs. Je waant je in het wild, als in een droom. Alles was er. De stenen lagen daar gewoon. Zouden ze wel eens in de Ecokathedraal van Le Roy zijn geweest? Een geweldige plek is dat. Het lijkt op een oude overwoekerde stad. Boomwortels slingeren zich dwars door en rond de stenen. Daar ligt geen enkele steen zomaar. Voor mij is dat een grote inspiratiebron. Weten zij veel, die jongens…

Zo is het op veel meer plekken gegaan. Dat nieuwelingen ergens kwamen. Een plek die ongerept leek. Bomen en stenen die daar puur toevallig leken te zijn. Ik denk aan de indianen die woonden in wat nu “Yosmitepark” heet, in Amerika. Zij hadden een heel gebied in gebruik. Het leek op een groot voedselbos. Het stond er vol eiken, want eikels waren hun belangrijkste voedsel. Op een dag kwamen er een stoet blanke mannen, te paard. Wat ze zagen was een prachtig paradijs en eikenbomen die gigantisch waren. Thuis zouden die allang gekapt zijn, voor scheepsbouw en nog veel meer. Dit was zo wild en ongerept! Ze wisten toen nog niks van agroforestry en voedselbossen. Laat staan van eikels en wat je daar allemaal mee kon. Eikels waren voor de varkens, niet voor mensen. Ze zagen dus niet dat het bos heel ingenieus in elkaar zat, eetbaar was en door honderden handen werd onderhouden. Er stonden geen hekjes tussen, of bordjes. De blanken jaagden de indianen weg, die zouden het paradijs toch maar verpesten. Het is triest, maar dat geloofden ze echt en daarna is het nooit meer goed gekomen. De blanke mannen maakten er een natuurpark van. Voor het park prijkte een bord, met een naam in hun eigen taal. Bij de poort stond een bewaker. Daar hadden de indianen niet van terug. Het bord is nooit verdwenen.

De gasten op de Pôlle waren natuurlijk geen veroveraars. Hun bedoelingen waren goed. Een volgende kampeerder kan de vuurplaats mooi opnieuw gebruiken, moeten ze hebben gedacht. Ik zet er nu mijn eigen kleine vuurkom neer. Klein is beter, dat houdt gulzigheid in toom. Ik pak de stenen en leg ze een voor een in het karretje. Even later staat er bij de ingang van het Verhalenpad het begin van een grappig muurtje. “Hier werkt Alowieke aan het Verhalenpad” staat erbij. En: “Kijken mag”. Bij mij geldt dat voor iedereen. Bewakers daar doe ik niet aan. Wie weet welke levensverhalen hier nog verteld zullen worden. En hoe vaak we nog aan inheemse mensen zullen denken, overal ter wereld. Met al hun Verhalenpaden. Hier, langs het Verhalenpad in Friesland.

.

NEDERLANDS

ENGLISH

ENGLISH

There is now a sign in front of the Story Path with the name on it. In this story you can read how that came about, and why it made me think of the indigenous people of what later became Yosemite Park, in California. How people who are new somewhere, don't understand what they see. And what great mistakes can result from that.
Lees verder “DE PÔLLE EN HET VERHALENPAD (The Pôlle and the Storypath)”