De heilige regelmaat van een nomade

.

.

,

.

Ook in het kleine zit avontuur verscholen. Dit besef ik elke ochtend opnieuw, als ik de kou in stap, enkel gehuld in een handdoekje.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van tien minuten.

Vertrouwen komt te voet, en gaat te paard, luidt een oud spreekwoord. Sinds ik het hoorde, ben ik het nooit meer vergeten. Het maakt deel uit van mijn langzame leven. Een snelle beweging op het verkeerde moment kan veel verpesten. Bezint eer gij begint. Spreken is zilver, zwijgen is goud. Al die oude wijsheden gaan over rust en beheersing van al te opgewonden impulsen. Daar luister ik graag naar.
Ik kom regelmatig mensen tegen die denken dat ik een reiziger ben. Mensen vol wilde plannen die denken in mij een bondgenoot te vinden en herkenning. Herkennen doe ik het wel, maar meer ook niet. Ik ben geen reiziger. Ik ben me al jarenlang aan het beheersen. Ik ben een nomade, zoals ik dat noem. Ik vertrek als het moet, maar blijf liever waar ik ben. Ik ben geland in Friesland, aan de Swette. Dit is de plek waar ik ben. Al zou ik de bergen willen zien, indianen willen ontmoeten. Al zou ik naar Ierland willen reizen, met mijn huisje op een schip, of alleen maar naar Limburg. Ik doe het niet. Ik blijf. Al is het soms moeilijk me te beheersen. Een vreemd land is een spannend avontuur dat altijd lokt. Ik houd van ontdekken. Ik vind het prachtig. Maar de vogels kennen me niet. De grond is me vreemd. Elke ontmoeting is intens, maar al te veel intensiteit is dodelijk vermoeiend. Ik slaap veel minder goed, op vreemde grond. Thuiszijn betekent rust en vertrouwen. Ontdekken vanuit zijn. Dat zoek ik op. Daarom beheers ik mezelf, telkens weer.

Vertrouwen komt voort uit rust en regelmaat. En ook in het kleine zit avontuur verscholen. Dit besef ik elke ochtend opnieuw, als ik de kou in stap, enkel gehuld in een handdoekje. Ik pak mijn zwarte onderbroek van het wasrekje, dat buiten hangt. Die heb ik gisteren nat opgehangen en hij is een beetje stijf. Het heeft gevroren. Dat doet het al de hele week. Ik doe een stap terug, naar binnen en duw hem even tegen de hete kachelpijp aan. Het sist. Ik kneed hem soepel in mijn handen en trek hem aan. Dan loop ik achter de beschutting van mijn huis vandaan. Ik voel de wind. Met blote voeten in mijn azuurblauwe klompen wandel ik over het gras. De zompige modder is stijf en het dunne ijs in de plassen kraakt. Ik loop onder de oude wilgebomen door, waarin twee kraaien zitten te kijken. Daar is de oever, en het riet, achter een haag van vlier struiken. Een paar meesjes fluiten opgewonden als ze me zien. Ze weten dondersgoed dat ik het ben. Het mens met de zaadjes. Eten! Maar nu niet. Ik loop het kleine beschutte veldje over naar de steiger. Nu voel ik me bloot en kwetsbaar, in de koude bries. Het is nul graden en het waait een beetje. Straks voel ik me heel anders. Dat weet ik. Dan gloei ik van binnen uit.
Ik loop over de steiger, glad van opgevroren dauw. Voor de hoeveelste keer loop ik hier al? De eenden weten het inmiddels. De eerste tijd vlogen ze luid kwakend op, toen ik aan kwam lopen. Nu niet meer. Heel langzaam zwemmen ze de andere kant op, alsof het ze niet interesseert.
Ik aarzel niet. Mijn lichaam verlangt naar het koude water. Stap voor stap ga ik langs het laddertje omlaag, dat tegen de steiger aan staat. Vier treden. Het water staat laag. Daaronder is de modder, voel ik met mijn tenen. Ik stap terug naar de onderste tree en ga door mijn knieën. Ik geniet van de kou. Mijn hele lichaam is in één keer wakker. Met alleen mijn hoofd boven water, kijk ik rustig om me heen. De zon schijnt achter een sluierwolk en het water is van zilver. De toppen van het riet bewegen zachtjes heen en weer. Ik ga er helemaal in op. Dit is een heilig moment. Hoe vaker ik dit doe, hoe meer deze plek voor mij betekent. Het is een ritueel, dat voeding geeft. Aan mij. Aan de plek. Aan de plek en mij.

Dit is wat ik mis, als ik op reis ga. Ja er zullen overal rivieren zijn en plassen om in de baden. Maar het is niet deze ene plek, bij de oude wilgen die ik zo goed ken. Waar de twee kraaien zitten te kijken vanuit de boom en waar de mezen me achterna vliegen. Waar de eenden niet wegvliegen als ik het water instap, maar gewoon doorgaan met wat ze doen.

Dat is thuis. Thuis op eigen bodem. Wilde plannen laat ik rustig in de modder zinken. Misschien komen ze ooit weer bovendrijven, misschien ook niet. Ik laat het. Want liever kweek ik rust en vertrouwen, zodat het wilde leven om mij heen steeds meer bij me hoort. Zeker in deze tijd zijn dit voor mij de belangrijkste waarden. In een wereld met zoveel ontworteling, vertrouw ik graag op plekken die me heilig zijn. Als nomade trek ik. Maar niet zomaar. En niet alleen voor mezelf. Ik ga ook omdat de plek me roept. Anders ga ik niet.

De taal van al wat mij omringt

.

.

Hoelang kijkt een wijs mens, voor hij tot actie overgaat? Net zolang als een Japanse kunstschilder, voor hij met zijn kwast doeltreffend de eerste lijn neerzet? Nee, langer nog, denk ik. Ik denk aan de jager, die blijft kijken, vol concentratie.

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 8 minuten.

.

Inheemse mensen vertellen me dat alles met elkaar verbonden is. Het is alleen al de taal, die zo veelzeggend is. Taal als een bewegend schilderij. Ik luister naar een indiaan uit Amerika. Hij vertelt hoe belangrijk hij het vindt, om zijn eigen taal te spreken. Er is een vogel die roept: „Pluk het, pluk het,“ als het oogstseizoen is aangebroken. Een ander vertelt dat er een boom is die ze „tante“ noemen, omdat ze geloven dat dierbaren in bomen en dieren voortleven. Dit alles vertelt de taal. Hoe meer verschillende talen hoe meer levendigheid. Ook onze eigen taal kent veel verhalen. Vooral planten hebben tal van bijnamen, naar gelang hun werking en de plek. En ook dieren hebben veel verschillende namen. In het Fries heet een winterkoning tuunhipper.“ Het zijn de allerkleinste vogeltjes die er zijn, samen met het goudhaantje. Kleine bolletjes met vleugels en hun staart parmantig omhoog gericht. Ik word altijd blij van ze. Ik zie ze niet hippen, bij mij komen ze pas bij schemering. En dan komen ze in de wilgetakken zitten. Het zijn er twee. „Tsjirrrp tsjirrrrrp,“ zeggen ze. Zijn ze er al?

Ja! Daar komt het eerste winterkoninkje aangevlogen. Hij rust op een tak vlak voor mijn deur. Hij kijkt even om zich heen en vliegt het korte stukje naar de dakoversteek. Daaronder is een holletje. De isolatie steekt naar buiten, door een ventilatiegat. En daar, in de schapewol vinden ze een koninklijk slaapvertrek. Ze hebben het gauw koud, de koninkjes. In strenge winters gaan ze dood, als ze geen schuilplaats hebben. Ik voel me vereerd met hun keuze en bied gastvrijheid. Ik heb de wol losser gemaakt, het nestje ruimer, en de kieren onder de dakkap volgestopt.
Daar is het tweede winterkoninkje ook. Hij strijkt neer in de schutting van slordig bijeengebonden riet. Ik maak geen rumoer, tot ze allebei hun plek gevonden hebben.
De winterkoninkjes eten spinnen en vliegen. Ik kijk naar allemaal. Ik bewonder elk wezen, klein of groot. Alles is beweging, een insect is net zo belangrijk. Dat wij minder met vliegen hebben dan met die lieve fladderende bolletjes, is logisch. Toch doet een vlieg of spin ook van alles. Ik luister en kijk waar ze heengaan. Door de beweging en de geluiden te volgen zie en hoor ik steeds meer. Ik zie de planten en de bomen met wie ze een relatie hebben.Veel planten en dieren hebben namen, die horen bij de plek die ze innemen. Taal leeft, beweegt mee met dat, wat er thuis hoort. De draden vormen het kleurrijke web van leven. Mensen zijn getuigen, stille waarnemers, schilders, componisten en creators. Als ze maar ogen hebben om te zien. En oren om te luisteren. Dan kruipt het leven in de taal, in de kleur en de beweging. Dan wordt de samenleving levend.

Ik luister en kijk, stil als een inheemse mensen. Al jaren. Hoelang kijkt een wijs mens, voor hij tot aktie overgaat? Net zolang als een Japanse kunstschilder, voor hij met zijn kwast doeltreffend de eerste lijn neerzet? Nee, langer nog, denk ik, veel langer. Ik denk aan de jager, die blijft kijken, vol concentratie. Tot hij vol bewondering en respect is voor het dier en alles weet wat hij weten moet en doet wat hij moet doen.
Hoe minder drukte je maakt, hoe meer je ziet. Hoe minder je wilt scoren, hoe rijker het schilderij waar je naar kijkt. Je kan de ene foto maken na de andere. Je kan het trots laten zien met de namen erbij opgezocht met google. Er zijn hele natuurparken voor aangelegd, met apps en betalende bezoekers. Erin en eruit. Kijken en klikken. Er gaan miljoenen in om.

Dit is het niet. Niet voor mij. Dit is het nooit geweest.
Blijf waar je bent. Kweek respect. Ontdek de taal van wat je omringt. Dit is wat ik mezelf vertel, keer op keer. Volg de bewegingen. Vlucht niet weg, denk niet dat het elders beter is. Alles is er al. Het wil alleen gezien worden. En wat nog niet is, zal komen.

.

Dit is de gloednieuwe website van mijn vriend. Voor het eerste interview mocht ik de spits afbijten. https://groeneverhalen.nl/

.

.

Het wilde als levensbron

.

.

De Octopus in mij,

strekt zijn armen uit,

wil alles zien en voelen

ver weg en ook dichtbij

.

The wild as source of life. Listen to the spoken story of 14 minutes.
Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 12,5 minuut.

.

Luna en ik zitten op de bank bij haar thuis. Ze is mijn oudste vriendin, al bijna dertig jaar. Het contact is altijd gebleven, soms meer, soms minder. De laatste jaren zie ik haar weer vaker. Ik geniet van de rust en de diepgang in onze gesprekken. Haar kamer is licht en leeg, als de mijne, maar dan veel groter. Ook groot is het enorme beeldscherm aan de wand, iets wat we vroeger een televisie noemden. „Tjee zeg, die is groot!“ zeg ik, „Daarop kun je mooi naar natuurfilms kijken. Ik kijk nooit meer naar films of docu’s. Niks aan op zo’n klein schermpje.“ Tja, in mijn woonwagen heb ik niet veel. Dat wil ik zo. Ik luister liever naar de geluiden buiten, dan dat ik naar een schermpje kijk. Ik heb ook drie vliegen, waar ik vaak naar kijk. Die doen ook van alles. Naar ze kijken geeft me meer rust dan dat lichtgevende vierkantje, met al zijn razendsnelle beelden en boodschappen.
Die smartphone, het is een raar ding. Soms lijkt het wel betoverd, alsof het een deurtje is naar een werkelijkheid die niet bestaat, maar die me wel meeneemt in zijn zuiging. Alsof het een surrogaatzon is, die mijn behoefte aan licht en liefde kan vervullen. Maar dat is niet zo. Dat weet ik. Het is een nuttig ding en niet meer. Toch trap ik er nog regelmatig in. Eenmaal in de ban, hoor en zie ik weinig meer van de echte wereld. En als ik het schermpje uitzet, lijkt die grijze winterdag maar saai en traag. Om weer te genieten, moet ik de knop omdraaien naar een veel lagere frequentie. Hè hè! Dit is het. Ik houd van de winter. En van de lente. En de zomer en de herfst.
Maar nu ben ik bij Luna. En Luna heeft een prachtig groot beeldscherm. Ik heb nog nooit een film gekeken op zo’n groot scherm. Dat wil ik wel eens beleven. Terwijl dat denk, stelt Luna voor om een film te kijken.
„Heb jij de film My Octopus Teacher gezien?“ vraagt ze. Ze haalt me de woorden uit de mond. „Nee“ , zeg ik, nog niet. Maar ik heb er veel over gehoord. Mensen in tranen, die het zagen.“ Zij heeft hem al gezien. Ja, ook bij haar rolden de tranen over de wangen.

Ze start de film. Ik beland in een onderwaterwereld. Een kelpwoud, lange glibberige slierten als een bos, langzaam wiegend in de stroming. Ik zie een forse man zweven. Hij beweegt traag, om niets of niemand te laten schrikken. Zijn huid glanst roze tussen de lange donkergroene slierten van kelp. In zijn ene hand heeft hij een camera. Hij vertelt wat hieraan vooraf ging. „Ik was burned out, Ik kon geen camera meer zien. Ik kon zelfs geen aandacht meer opbrengen voor mijn zoon, die ik op moest voeden.“ Nu zwemt hij daar, in het water dat maar acht graden is. Een duikerspak wil hij niet. Hij wil naakt zijn, in het water. Hij wil contact. Het koude maakt hem wakker, voor het eerst merkt hij de intelligentie op, die in zijn vingers zit en in zijn tenen. Steeds meer is hij ernaar gaan verlangen, die kou, de wakkerheid. Elke cel in hem werkt, in deze koele waterwereld vol met wonderen.

Dan ziet hij haar. De kleine octopus in haar rotsspleet. Haar huid valt weg tegen de zanderige stenen. Het oog staart hem nieuwsgierig maar behoedzaam aan, vanuit het donkere hol.
Dit is het begin van een intense, hechte relatie. De man gaat dagelijks naar beneden.Het duurt krap een jaar, want een octopus wordt niet oud. Ze maken samen van alles mee. Tot de tijd op is. De octopus begroet hem met een omhelzing, de laatste keer, voor ze eieren legt en sterft. Hij is geroerd, wanneer hij erover vertelt. Ze is er niet meer. Maar in hem leeft het dier nog altijd voort. Met de octopus, heeft hij het wilde in zichzelf teruggevonden. En daarmee de bron van energie en levenslust. Hij leeft in en om de zee, samen met zijn zoon. Ze zijn veel samen. De zoon groeit uit tot een sterk zachtaardig mens, vol verwondering over het leven. Een echte zeebioloog. Ze keren regelmatig terug naar de plek waar de octopus leefde. Dan voelt hij haar energie. Ze vinden een piepkleine octopus, waarschijnlijk één van haar kinderen.

Bij mij geen tranen, bij deze film. Wel zit ik op het puntje van mijn stoel, en mijn ogen stralen. Terwijl we napraten over wat deze film nou eigenlijk doet, vraag ik me dit af: Is ons duikerspak niet veel te zwaar? Is het niet de veelheid aan spullen en afspraken, die als een kunstmatige huid om ons kleeft? Al die techniek maakt veel mogelijk, maar tegelijkertijd zorgt het ervoor dat we een buitenstaander blijven. Een buitenstaander van het wilde, waaruit we immers geboren zijn. Het wilde dat ons eindeloos voorziet van levensenergie. De stroom, vanwaaruit alles komt en gaat. Zonder dát is het leven een doods en mager pad.

Ook als ik weer thuis ben, blijven de beelden terugkomen. Steeds weer zie ik de octopus. Ze ligt zo goed als levenloos op het zonnige zand van de zeebodem. Al haar energie gaf ze aan haar eieren. Vissen nemen hapjes van haar. Dan komt de haai aanzwemmen. Hij grijpt haar. Haar armen zwabberen levenloos naar buiten, voor hij haar opschrokt. Ze is slechts een stuk vlees geworden, dat het andere leven voedt. De eeuwige cirkel. Alles komt en gaat. En telkens weer krijgt dat wonderlijke leven een andere vorm. Energie betekent overgave. Overgave aan geboren worden en de dood.

Ik staar vanuit mijn hangmat naar buiten. De wind waait om mijn kleine huis. Klein ben ik in de onmetelijke ruimte. Ganzen vliegen gakkend over, in de schemering. Ik hoor ze. Hoe kleiner mijn huis, hoe groter mijn contact met de wereld. Zo voel ik het. Als een teveel, wat ik heb afgelegd, waardoor ik minder nodig heb en meer kan zien. Misschien is dat ook wel de rode draad van wat ik wil vertellen. Ik ben blij dat ik de film heb gezien. Door mee te leven met de ontroerde duiker, verliefd op een octopus, besef ik het belang ervan. Dat hij kan helpen terug te vinden, wat verloren leek. Het kan ons helpen het beklemmende duikerspak uit te trekken, van alles wat ons dwarszit en verdooft. Alles wat ons zwaar maakt en het contact belemmert met de stroom. Dit verhaal is een parel van licht en leven. Het wijst ons de weg naar een mogelijke toekomst, waarin het wilde in ons weer mag bestaan.

Scheur

.

.

“Crack.” Listen here to the spoken story of twelve minutes
Luister hier naar het voorgelezen verhaal van bijna dertien minuten

.

Ongerepte natuur en menselijke activiteiten zijn onverenigbaar, zo besloten Amerikaanse mannen in 1864. Zo dacht men anderhalve eeuw lang, op het noordelijk halfrond. Misschien komt er nu een scheur in die gedachte. Een scheur waar het licht door valt. Net zoals de zon, die grauwe herfstsluiers doorbreekt.

Al dagenlang hangt er een mist over de weilanden. De meeuwen, wulpen en kieviten houden zich stil. In een wereld die vlak voor je voeten ophoudt, valt er weinig te vertellen. Je soortgenoten zijn onzichtbaar en je vijanden ook. Er is alleen maar het grote niets, het einde van de wereld. Voor mij is dit een heilig moment, zo vlak voor de zonnewende. De tijd staat stil. Als een dik velours gordijn dat gesloten blijft tot het grote moment aanbreekt. Maar ondanks de stilte ben ik onrustig.
Ik lig in mijn hangmat en kan niet slapen. Al uren lig ik klaarwakker te wezen. Mijn armen en benen hebben eerder zin in rennen en zwaaien dan in rusten. Ik kan er beter uit gaan. Ik doe het licht aan. Het is vier uur. Als ik de deur open, is het mistgordijn nog dikker dan anders. Er is geen zuchtje wind. Het is stil. Doodstil. Zelfs geluiden van de auto’s op “de Haak,“ de grote weg vanuit Leeuwarden, ontbreken. Er is niets en niemand dan ik. Ik stap met blote voeten in mijn klompen en loop door het gras in een wereld van wolk. Ik loop naar de steiger, glad van vocht, en loop voorzichtig naar het water toe. Zacht glinstert het me toe, als een beslagen spiegel. De Swette maakt me rustig. Ik loop terug en ga weer naar binnen en val meteen in slaap.

De volgende dag breekt langzaam de zon door. Door sluierwolken heen wordt het steeds helderder en alles leeft op. Het dierenleven laat opgetogen van zich horen. Op het weiland barst een orkest aan geluiden los, de wulpen, die op doorreis zijn, roepen elkaar van alle kanten. En ik, ik voel me geroepen, net als zij! Ik wandel het pad af. Een gans vliegt gakkend op, weg van het groepje ver weg in de wei. Met uitgestrekte halzen staan ze naar mij te kijken. Aan de andere kant van het pad zijn de meeuwen. Ze schreeuwen weer net zo balorig als twee weken geleden, voor de mist alles in sluiers verhulde. Ergens in de sloot kwaken gemoedelijk een paar eenden, tot ze mij opmerken en geschrokken wegvliegen. En dan hoor ik de ijle stem van de graspieper. Het kleine vogeltje vliegt hoog over mij heen, deinend als op golven. Ik loop langzaam, met trage stappen, in de hoop dat ze zich niet aan mij storen. Dat helpt maar gedeeltelijk. Ze blijven op hun hoede. Ik ben immers een mens.

Weten die dieren het nog wel? Niet alle mensen zijn zo luidruchtig en alleen op hun eigen doel gericht. Ik ben niet de eerste die zo stil loopt. Ik moet nog flink oefenen om het zo goed te kunnen als mijn voorgangers. Dát ze dat deden, dat lees ik in het boek, dat thuis op de vensterbank ligt: “Conservation refugees.” Tenminste vierduizend jaar leefden er andere beschavingen en culturen, die op een heel andere manier met het leven op aarde omgingen dan wij nu. Sommigen noemen we indianen. Die bedoel ik. Want die konden pas stil lopen! Hun voetstap was niet zwaarder als dat van een vogel. Het waren geen figuren uit een romantische mythe. Ze waren er en ze zijn er nog steeds. Talloze antropologiestudies laten zien dat er veel aarde gerichte culturen ruw naar de zijlijn zijn geschoven. Culturen die volkomen duurzaam leefden en voedsel verbouwden in een kringloop met de natuur.
Maar Columbus kwam en de Conquistadores volgden hem. Ze reden te paard door Zuid Amerika, en lieten zich op gruwelijke wijze gelden. De VOC werd opgericht. Europeanen veroverden de wereld. In de negentiende eeuw ging het hard, tegelijk met de stoommachine verhief zich één beschaving boven de rest. Steden en gebouwen groeiden en de expansiedrift werd er alleen maar door aangewakkerd. Blanke mannen verklaarden hun cultuur als de beste. Unieke methodes van voedsel verbouwen werden stap voor stap weggeveegd om plaats te maken voor allemaal dezelfde akkers. Kleine boeren werden gedwongen om moderne landbouwmethodes over te nemen en raakten diep in de schulden. Vruchtbare aarde viel uitéén tot stof. Duizenden natuurparken werden aangelegd uit angst dat de mens het resterende leven op aarde zou vernietigen en daardoor uiteindelijk zelf ten onder zou gaan. De mensen die er woonden moesten vertrekken. Miljoenen waren het. Er werd een scheiding getrokken tussen geïdealiseerde ongerepte natuur en menselijke bedrijvigheid. Want dit was onverenigbaar, zo schreef J.P. Marsh al in 1864 en velen waren het met hem eens. En zo dacht men anderhalve eeuw lang.

Komt er nu een scheur in die levensbeschouwing? Alles vraagt er om. We lopen immers tegen grenzen aan, op allerlei gebieden tegelijkertijd.

“The challenge is not to preserve “the wild”, but peoples relationship with the wild.” Bill Adams, Cambridge University.

De chaos van de wereld is in fel contrast met de rust van dit moment. Ik laat alles voor wat het is. Rutte kondigt de lock down af. Demonstranten joelen en fluiten achter de ruiten. Ik laat het. Ik ben nu hier en de zon is mijn vriend. Mijn boek, vol pijnlijke geschiedenis, ligt thuis op de vensterbank. Stil genietend wandel ik verder. De zon schijnt door een sluierwolk heen en komt dan helemaal tevoorschijn. Wat ik zie is onbeschrijflijk, de laatste restanten van het grauwe gordijn breken open. Het natte gras schittert in de zon en de horizon verdwijnt in een blauwgrijze donkere mist. Wat ben ik klein, in deze uitgestrektheid van het land! Ik sta stil en haal diep adem. Het is alsof ik het bèn, het weiland, de vogels en de glooiingen in het veld.
Uiteindelijk loop ik terug naar mijn warme wooncocon en open de deur. De zon verdwijnt weer. Ik til het deksel op van de kachel. Daar gloeit de laatste houtskool. Aansteken? Nee, laat nog maar even. Ik staar uit het raam en denk aan alles wat vastloopt in onze wereld. Hier sta ik dan. Wat kan ik doen? Ik zucht. En terwijl ik zo stil sta voel ik diep verdriet. Wat is dit? Waarom? Een stille stem in mij geeft antwoord. Wees waar je bent. Kijk. Voel de aarde onder je voeten. Het is wat het is. In de verte roepen de meeuwen. Jaaaa! Jaaa! Jaaa! En ik ben hier en luister. Ik kijk op en begrijp het. Alleen zo kan er iets nieuws wortelen, iets dat veel dieper gaat dan wij ooit kunnen bedenken. En dan voel ik langzaam tevredenheid stromen, vanuit mijn tenen omhoog. Het komt. Het komt. Het is er al.

.

.

Een mooie hoopvolle aanvulling over oude methodes van voedsel verbouwen: https://decorrespondent.nl/11883/waarom-de-toekomst-van-de-landbouw-zomaar-in-het-verleden-kan-liggen/3040831287747-068d4c0b

Groeien buiten de geul

.

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van acht minuten.

.

Ik ben een geul aan het graven. Een hele lange, van wel vijfentwintig meter. Het is naast de wilgenhaag, vlak langs het pad, dat door de dorpelingen “Jochums Reed“ wordt genoemd. Het is een onverharde weg vol kuilen van twee kilometer. Elke dag fietst boer Jochum naar de brievenbus, twee kilometer heen, en twee terug. Ik zie iedereen komen en gaan, terwijl ik hier bezig ben.
Ik zet de spade rechtop in de klei en kijk om me heen. De jonge wilgen zijn kaal op een enkeling na, met donkere, vochtige stammen. Tussen de bomen door kijk ik naar het onverharde pad. Er komt iemand aangelopen. Het is de vrouw met de witte hond. Er zijn wel meer mensen zoals zij, die door de weilanden lopen. Als je over het erf van de boerderij gaat, kan je aan de andere kant, via het betonpad weer terug.
„Ga je een kabel leggen?“ vraagt de jonge vrouw. Ik doe een paar stappen naar haar toe. „”Nee, er komt een tweede bomenrij. Boer Jochum wil hier een donker speelpaadje voor kinderen. We denken aan hazelaars, elzen en lijsterbes.“ Ze lacht, „Dat is een goed idee!“ en loopt weer verder.
Ik pak de spade, kies de plek waar ik ga steken en zet mijn volle gewicht op de steel. De grond is niet hard, maar ook niet zacht. Een beetje als oude kaas. Ik heb mijn blauwe klompen aan. Dat is handig. Ik trap met mijn voet hard op de spa. Mijn harde klomp dient als heimachine. Een beetje wrikken en wiebelen en tegelijkertijd heien. Dat werkt het beste. Ik ga er helemaal in op. Een roze wriemeltje komt uit de losgewoelde aarde zetten. Ik trek het los. en stop de kleine worm onder een grote omgekeerde graspol, bij de andere wormen.

Na de vrouw met de witte hond komen er nog vier anderen langs. We praten. Het gaat over zijn waar je bent. Allevier de mensen hebben besloten om van hun eigen plek wat moois te maken. Alle vier hebben ze een periode van onrust achter de rug en zijn hier echt aan toe. Werken aan je eigen tuin, het planten van wilde struiken en fruit, een groentetuin, het werken aan een plek voor een tiny house. Ik sta versteld over wat er broeit. En dan blijkt er ook nog vlakbij een permacultuurtuin te zijn bij een jonge boer. Daar wist ik niets van! Hij verkoopt heerlijke groente en het is maar zes kilometer. Alles waar we al zolang over praten lijkt steeds dichterbij te komen. We weten het al zo lang. De ketens moeten korter. De banden moeten worden aangehaald. Liefde voor je woonerf, vertrouwen in de buren. Kromme komkommers van het seizoen, en geen sjacherijnig geplastificeerd groen staafje, dat voor het stapelgemak niet meer krom mag zijn. Wat kronkelen wil, krijgt weer een kans. Stap voor stap.

De laatste vrouw staat naast me. „Wat mooi dat je dit zegt,“ zegt ze „Ik ervaar precies hetzelfde. Al die plannen, al dat heen en weer gedoe! Ik hoef niet alles van te voren te weten. Het hoeft niet precies te passen. Ik begin gewoon. Ik ga weer wilde bomen en struiken in mijn tuin zetten. Ik ga genieten en kijken wat er gebeurt. Dank je!”
Ik zie haar langzaam verdwijnen in de mistige horizon. Dan graaf ik verder. Ik heb iets ontdekt. Ik maak hoeken in de geul, zodat de wand niet recht loopt, maar onregelmatige inhammen krijgt. De wortels worden zo uitgedaagd om ook de geul uit te groeien. Anders zijn ze geneigd om daarbinnen te blijven hangen!
Opeens gaat er mij een licht op. Met mensen is het immers net zo! Alles wat er nu gebeurt zegt het. Het is tijd om onze oude geul uit te groeien. Om te kijken op een hoek waar je nooit kwam. Zonder grote doelen. Alleen maar een schep in de hand, of een bezem. Of een stoepkrijtje of wat dan ook. Iets simpels doen wat je nooit doet, op een plek waar je wel kwam, maar die je nooit goed bekeken hebt. Misschien is het wel voor je eigen deur, in je eigen straat, waar je altijd doorheen bent gereden, keihard. En al doende, zonder grote doelen, vind je daar misschien wel iets, waarnaar je altijd al op zoek was. Dichterbij dan je ooit had kunnen denken. Het begint bij het groeien buiten de geul. Vlak voor je eigen deur.

.

Ieder heeft een pad

.

.

Listen here to the spoken story of six minutes
Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 5,5 minuut.

„And here I stand, and watch,“ schrijf ik. Ik schrijf een brief aan Roger Waters, van Pink Floyd. Een andere brief ligt al klaar. Het adres staat al op de enveloppe. Die is voor David Gilmour. Ook van Pink Floyd. Maar ze komen nooit meer samen. Er is gedoe. Zoals er tussen veel mensen gedoe is. Maar niet altijd gelukkig. Ik houd van David Gilmour. Roger Waters vind ik gewoon heel goed. Hij heeft veel maatschappijkritische teksten geschreven. Als puber luisterde ik heel goed naar The Wall. Die teksten kende ik allemaal uit mijn hoofd. Het was een dikke dubbelelpee. Die had ik. Ik zat urenlang op de bank met een koptelefoon op. We waren met zijn zevenen thuis. Ieder ging zijn gang. Ik zat daar dan, en luisterde. Maar daar wordt je best somber van, als je veel naar die teksten luistert. Zeker als puber. Gelukkig was er ook nog David. Daar werd ik dan weer gelukkig van. Vooral van de dromerige gitaarsolo’s en zijn zijden stem.
Hier sta ik en kijk. Ik kijk naar een filmpje van de drukke Roger, die de hele wereld af lijkt te gaan om zijn strijd voor vrede en gerechtigheid. Ik zie indrukwekkende muziekshows met breedbeeldfilm op de achtergrond van mensen in oorlog. Publiek met tranen in de ogen. Hij doet erg zijn best, Roger. En hier sta ik en kijk. Mijn leven lijkt compleet het tegenovergestelde. Hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat dit mijn kracht is. Het “Nietdoen.“ Het zijn. Waarnemen vanuit stilte, vanuit de plek waar ik ben. Vandaar uit creëer ik. Het is aan mij om te volgen wat er oplicht op mijn pad en me daarin te verdiepen. Het heeft een poos geduurd voordat ik daar de rust voor had. Ik was eigenwijs en wilde veel te veel. Er waren nogal wat zure appels, om doorheen te bijten. Maar ik heb leren leven met de weg die mij op het lijf is geschreven. Het stille. Soms is dat eenzaam. Maar het geeft ook veel voldoening.

Ik kijk naar een filmpje. De vrouw van David Gilmour, de schrijfster Polly Samson, deelt het op Facebook. Het is bij hen thuis. De tafel zit vol. Opgeteld hebben ze samen negen kinderen, boordevol talenten. Ik zie een wand vol kleurige kindertekeningen. Een kuikentje dat over de tafel loopt en pikt naar een foldertje dat iemand daar net neergooide. Mooie kinderen met zwart haar. David speelt gitaar en oefent een lied. Hij kijkt afwezig naar het beestje op de tafel, geheel verdiept in zijn muziek. Ik zou hier helemaal thuis kunnen zijn, tussen mensen die bij me horen en allemaal mooie dingen maken. Maar het is niet mijn leven. Ik moet alleen zijn om te luisteren. Creëren vanuit stilte. Van daaruit ontmoet ik de ander.

Ieder heeft een eigen pad.

.

De onderste 2 foto’s zijn van Elske Riemersma.

.

.

.

.

.

.

.

Keerpunt

.

Deze illustratie komt uit het boek. Een liefdevolle hand met bewegende aarde.

.

.

Luister hier naar het voorgelezen gedicht van 1.45 minuut

.

.

Hoe haal je de kramp uit een hand
De schreeuw uit het zand
Het licht uit het zwerk
Het vloeken uit de kerk
Het schrijnen uit een wond
De woorden uit de mond
De donder uit de lucht
Het smachten uit de zucht
De voeten uit te krappe laarzen
De vlam naar eindeloos wachtende kaarsen
De zondebok eens op de troon
De chaos terug naar het gewoon
De rust weer in het land
De hitte uit de brand
Oma weer eens uit haar stoel
Het brein weer terug naar het gevoel

.

.

Nieuws:

Met mij gaat het goed. Ik speel en werk. Het meeste werk is de lange geul, aan de rand van het veld. Het is anderhalve meter naast de wilgenhaag. Daar komen straks nieuwe boompjes in te staan. Het moet een donker paadje worden, aan de rand van het kampeerveld. Het is nog lang niet klaar. Daar geniet ik van. Elke keer een stukje. Een zachte bries waait om mijn hoofd en dat de lucht grijs is, is niet erg. Er komen mensen langs, die een rondje door de weilanden maken. Vandaag zijn het jongeren die een tiny house willen. We praten lang. Werken langs het pad levert meer op dan bomen alleen. Ik kan het iedereen aanraden.

Wat de bomen betreft, ik zoek nog zaailingen. Vooral van hazelaar, els, en lijsterbes. Maar ook andere bomen zijn welkom. Dus Friezen uit de buurt van Leeuwarden, kom langs met wat je hebt! Ik ben er blij mee en de boer ook.

Verder kan ik jullie verrassen met deze film, die ik maakte, na de reis. Ik maakte hem een jaar geleden. Dat ik hem niet eerder publiceerde, is omdat ik vond dat hij niet af was. Ik had nog een gesprek willen toevoegen, over toerisme in een kleine kustplaats, en de druk die dat legt op de bewoners. Helaas wilde de persoon die daarover haar nek uitstak, er niet meer in het openbaar over praten. Te pijnlijk. Dat is een punt, waar ik waarschijnlijk nog vaker over zal schrijven. Maar voor nu, het is toch een heel aardig verslag geworden, dat zeker in combinatie met het boek de moeite waard is.

.

.

.

.

Schrijven is als gatenkaas

.

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 8 minuten.

„Doe mij die gatenkaas maar,“ zeg ik tegen Leen, de kaasboer. „Gaten maken de kaas toch zoet?“ vraag ik dan. „Deze wel,“ zegt hij. „Doe maar een groot stuk,“ zeg ik. „Ja, ietsje groter nog.” Het mes snijdt door de zachte kaas en hij wikkelt het in een stuk wit papier zonder plastic binnenlaagje. Ik stop het in mijn tas en betaal.
Als ik verder loop zie ik een bekend gezicht. Het is de zeilmaker. Hij naaide het zeil voor mijn bagagewagen. „Hé wie hebben we daar?“ roept hij en zijn ronde gezicht straalt vrolijk. „Dat is Alowieke.“ Hij kijkt mededeelzaam naar zijn buurman. „Alowieke is een trekker… nee… een zwerver.“ Ik trek mijn wenkbrauwen op. „Nee hoor,“ zeg ik. „Ik sta vaker stil dan dat ik rondtrek. Dit jaar was ik maar één maandje op pad. En dan heb je alweer zoveel meegemaakt!“ Een beetje teleurgesteld kijkt hij me aan. „En wat doe je verder dan?“ Droogjes geef ik antwoord. „Schrijven.“ Hij denkt even na. O ja. Ze schreef een boek. Dat kost natuurlijk ook tijd.

Het boek. Ja. Met het mooie plaatje op de voorkant. Blauwe lucht, lege weg en een monter meisje van vijfenvijftig. Alsof ik eeuwig onderweg ben. Zo vormt zich het beeld van wie ik ben en wat ik doe. Maar een plaatje is maar een plaatje. En een boek komt tot stand na een lange selectie van keuzes. Wat ik geschreven heb is niet allemaal zoals het is gegaan. In grote lijnen klopt het met wat er is gebeurd, maar alle finesses zijn toegevoegd. Zo gaat dat in boeken, maar ook in documentaires en tv programma’s. De hoofdpersoon of de presentator vertelt je van alles, alsof hij het allemaal heel goed weet en hij het zo uit zijn mouw schudt. Dat is natuurlijk niet zo. Daar is vaak urenlang op gestudeerd. Uiteindelijk is het verhaal samengesteld door de regisseur of de schrijver. Zo is het ook met mijn boek. Het is iets bijzonders geworden, doordat ik er na mijn reis nog een jaar lang aan gewerkt heb. Ik heb gelezen en onderzoek gedaan. Geschreven en geschrapt. Nee, ik ben geen zwerver die aan de kant van de weg even een boek uitpoept. Dat kan ik niet. Om te creëren heb ik diepgang nodig en een standplaats. De reis is als kaas, maar de diepgang krijg je door de gaten. Leegte en rust om belevenissen de specifieke smaak te geven. Ik houd van de kaas, maar misschien wel het meest van de gaten.

NIEUWS
Het boek is nu de wereld in. Het is dus een aaneengesloten verhaal, geen verzameling blogs! Enkele passages zal je misschien herkennen. Het was megaveel werk. En nu? Ik verwachtte aanvragen voor lezingen en interviews. Ik kreeg er drie, twee kranten en de radio. Alledrie uit Friesland. Maar er is geen enkele recensie tot nog toe! Het is eigenlijk verwonderlijk stil, hoewel het geloof ik goed wordt verkocht. Er druppelen enkele korte reacties binnen, via social media. Zoals ”Het heeft me geraakt.” Of „Mooi wat je schrijft over boeren en hoe moeilijk het is om een nieuw pad in te slaan.” En „Heel ontroerend, dat stuk over de dood van je man en dat poesje.” Het boek leest makkelijk. Mensen verslinden het vaak in één keer. Dat is ook een nadeel, want er staat veel in om langer over na te denken. Dus eigenlijk moet je het twee keer lezen.
Dat ik weinig reacties krijg, is ook wel een voordeel. Nu kan ik verder gaan. Ik bezin me op een volgend project. Waarschijnlijk ga ik Friesland uit, naar de volgende provincie. Verhalen verzamelen. Dan zoek ik daar een standplaats. Maar ik ga ook om een andere reden verder. Dat is omdat de Friezen nu een plaatje van mij hebben gevormd. Zo word ik langzaam maar zeker een atractie, die Friesland zichzelf (glimlachend) toeeigent. Dat wil ik niet. De meest ontroerende momenten komen juist voort uit verrassing. Ook geeft het meer rust, om niet gekend te zijn. Dan kan ik op mijn gemak onderzoeken wat ik zelf wil. We maken er wat moois van!

Echoes of a distant past

.

.

Listen here to the spoken story of 17 minutes

Echoes of distant times.‭ ‬They live in words,‭ ‬in images around us.‭ ‬But they also still live on as humans,‭ ‬of flesh and blood.‭ ‬They are the Cinderella’s of our world.‭ ‬It’s time we see them and put on their golden shoes.‭ ‬How do we get that done‭?

There I am,‭ ‬with my Riding Story House,‭ ‬in the middle of the misty meadows.‭ ‬Slowly the sun breaks through.‭ ‬I look out the window and am amazed.‭ ‬I just found out something.‭ ‬It is a magical word from a distant past.‭ ‬It was such a word that suddenly pops up in my mind.‭ ‬It fits right into the big story.‭ ‬The inspiration angels are up there on their cloud and are good at timing.‭ ‬I suspect their presence,‭ ‬although I never see them.‭ ‬I keep my arms free and empty to receive.‭ ‬I often turn off other stations to listen.

Not everyone can do that.‭ ‬That’s because of the fever.‭ ‬The fever is everywhere.‭ ‬Horrible.‭ ‬Not participating in the fever,‭ ‬that is my greatest good.

Fever,‭ ‬inability to stop.‭ ‬Just like King Midas with his desire for gold,‭ ‬or Piggelmee’s wife who became more and more demanding and then lost everything.‭ ‬The greedy daughter who wanted gold.‭ ‬She went to Lady Holle,‭ ‬encouraged by her mother.‭ ‬She pushed her way roughly and ruthless.‭ ‬She came to the mythical woman’s house and harvested tar and toads as a reward.‭ ‬The fairytale world is full of such stories.‭ ‬It has to go further and bigger,‭ ‬it has to be even more and it is never enough.‭ ‬The result of all this folly is revealed over and over again.
I hear a lot of people think out loud that that’s just part of humanity.‭ ‬It is repeated in countless articles.‭ ‬Just like overpopulation.‭ ‬We are like yeast cells,‭ ‬says Jelle Reumer.‭ ‬We multiply without limits.‭ ‬Yes it is.‭ ‬But then he continues:‭ ‬We are ruining our own environment.‭ ‬And if we keep doing that,‭ ‬we’ll all die eventually.‭ ‬Just like yeast cells in a bottle of wine.‭ ‬He wrote,‭ “‬The exploded monkey‭”‬.‭ ‬I listen to him on a podcast of the VPRO.‭ ‬He’s doing something that bothered me for a while.‭ ‬He keeps talking about‭ ‘‬we‭’‬.‭ “‬We‭”‬,‭ ‬as humanity.‭ ‬Perplexed,‭ ‬I listen to his words.‭ ‬I just can’t get used to it.

Because we are not alone.‭ ‬There is still the Other Man.‭ ‬Since I was sixteen I have been moved by men and women who have lived in an environment that has never changed for thousands of years.‭ ‬Three hundred million people,‭ ‬that’s the number of indigenous people on earth.‭ ‬People who still live in a different culture from ours.‭ ‬One hundred and fifty million of them are still living in tribal groups,‭ ‬on old soil.‭ ‬The Maasai,‭ ‬the Pigmees,‭ ‬the Guarani‭ ‬…‭ ‬There are countless minority cultures that have a sacred respect for their living environment.
But their existence is all too often dismissed as a myth.‭ ‬Their words disappear into nothingness.‭ ‬Their country is getting smaller and smaller.‭ ‬The country is going up in fever.‭ ‬Raw materials are transported all over the world.‭ ‬Trees disappear in smoke.‭ ‬Just as feverishly,‭ ‬the one who is causing this,‭ ‬searches for solutions to the enormous problem he is creating.‭ ‬He walks in a circle.‭ ‬He keeps going because he has to keep going.‭ ‬Curiously,‭ ‬the feverish man thinks he is the only one of his kind.‭ ‬But there is still the Other.‭ ‬The Other Man.
Who is that,‭ ‬the Other‭? ‬The Other is a coincidental and incomplete being that has no power whatsoever.‭ ‬In fact,‭ ‬the fevered man thinks about the Other in the same way as Thomas Aquinas did in the Middle Ages about women.‭ ‬Still,‭ ‬after all these centuries.
Raised in our own modern bubble and infected with fever,‭ ‬he does not see the Other.‭ ‬Still not.‭ ‬Even though he is right in front of him.‭ ‬Then he says:‭ ‬It is only one.‭ ‬This is an exception.‭ ‬A ghost.‭ ‬It doesn’t actually exist,‭ ‬it is a myth.‭ ‬A romantic story from a long past.‭ ‬Out of date.
But they are still there.‭ ‬They are awfully real,‭ ‬the indigenous people.‭ ‬And the need is great.‭ ‬They have an urgent message.‭ ‬It is becoming increasingly urgent.‭ ‬There is despair and anger.‭ ‬How long will it be before we see them‭? ‬Their story is not a romantic fairytale,‭ ‬it is long and poignant,‭ ‬full of violence,‭ ‬denials and misunderstandings.

‭’‬The poor people,‭ ‬who are so close to their landscape because they depend entirely on it‭ ‬-‭ ‬it could be that they have a better command of the principles of sustainable living than those who are rich,‭ ‬have Western education,‭ ‬and the decisions at the UN.‭ ” (‬Ole-Morindad and Terrence Mc Gabe in the Correspondent‭)

Wuarani,‭ ‬Amazon:‭ “‬It took us thousands of years to get to know the Amazon rainforest.‭ ‬To understand her ways,‭ ‬to understand her secrets,‭ ‬to learn how to survive and thrive with her.‭ ‬This forest has taught us to walk lightly.‭ ‬Because we listened to her,‭ ‬taught and defended her,‭ ‬she gave us everything:‭ ‬water,‭ ‬clean air,‭ ‬food,‭ ‬shelter,‭ ‬medicine,‭ ‬happiness,‭ ‬meaning.‭ ‬And for my people,‭ ‬the Waorani,‭ ‬we have only known you‭ ‬70‭ ‬years.‭ ‬We were‭ “‬contacted‭” ‬by American evangelical missionaries in the‭ ‬1950s.
I never had the chance to go to college and become a doctor,‭ ‬or a lawyer,‭ ‬a politician,‭ ‬or a scientist.‭ ‬My elders are my teachers.‭ ‬The forest is my teacher.‭ ‬And I have learned enough.‭ ‬I speak shoulder to shoulder with my native siblings around the world to know that you are lost and that you are in trouble.‭ ‬Although you don’t quite understand it yet.‭ ‬Your problem is a threat to every form of life on Earth.
‭(‬Nemonte Nenquino,‭ ‬leader of the Waorani,‭ ‬Amazon region,‭ ‬in The Guardian‭)

Scientific Research on Indigenous Peoples‭ (‬Scientas‭)‬:‭ ‬For the future of our biodiversity,‭ ‬collaboration with indigenous tribes will be crucial.‭ ‬The total numbers of birds,‭ ‬mammals,‭ ‬amphibians and reptiles were highest in areas managed by indigenous groups.‭ ‬The size and location of the areas did not appear to influence the species richness.‭ “‬From frogs and songbirds to large mammals such as grizzly bears,‭ ‬jaguars and kangaroos,‭ ‬biodiversity was richest in indigenously managed areas,‭” ‬concluded co-author Ryan Germain.‭ ‬Research leader Richard Schuster adds,‭ “‬This suggests that the way indigenous groups manage the land is keeping biodiversity high.‭” (‬Scientas,‭ ‬Vivian Lammerse‭)

Maasai in Tanzania have been traveling with their cows for‭ ‬1500‭ ‬years:‭ ‬Ole-Morindat explains that their cows lose weight in the dry season.‭ ‬Sometimes they lose half their weight in the rainy season.‭ ‬The grasses dry up,‭ ‬the water pulls out.‭ ‬The cows then drink and eat very little and then give hardly any milk.‭ ‬People also lose weight.
That is part of Enkutu,‭ ‬says Ole-Morindat.‭ ‬Enkutu refers to a philosophy of great spiritual significance,‭ ‬which insists on personal responsibility and helpfulness.‭ ‬It stands for respecting the nature upon which all life depends,‭ ‬wherever and whenever.
‭”‬Enkutu,‭” ‬says Ole-Morindat,‭ “‬let us look to the future with hope,‭ ‬courage and enthusiasm.‭ ‬In the dry season,‭ ‬we are all willing to go hungry and help each other so that our cows live and our environment is not destroyed.‭ ‬We are assured of our environment.‭ ‬Where I live,‭ ‬everything looks exactly as it did in‭ ‬1940.‭ ‬Minus the roads and electricity poles.‭ “
Hunger is not something to be romantic about.‭ ‬But according to Ole-Morindat,‭ ‬Masai are aware that this is necessary for the long-term conservation of nature and their way of life.‭ “‬Our way of life is not just an economic consideration,‭” ‬he says.‭ “‬Pastoralism is deeply rooted in our social and spiritual life.‭ ‬It determines our fullness,‭ ‬where we feel at home,‭ ‬and how we change.‭ (‬Ole-Morindad in de Corespondent‭)

Here people speak with wisdom and pain.‭ ‬We can learn from them.‭ ‬Why are they not being heard‭?
It’s the fever.‭ ‬Which leads to glowing greed.‭ ‬To hot-tempered strife and wars,‭ ‬to ardent ambitions.‭ ‬To technological castles in the air that continue to rise from the face of the earth.‭ ‬The bottom,‭ ‬the bottom‭! ‬The growth economy is glowing with fever.‭ ‬That’s what she’s all about.‭ ‬She continues feverishly.‭ ‬Like mad.‭ ‬Where are the feet in the earth‭?
Maybe it takes magic to get rid of that twisted world.

Today I was amazed to see that there is a very old magic word.‭ ‬A word to heal.‭ ‬A magic word that we all know,‭ ‬without realizing its ancient magic.‭ ‬They are echoes from the primeval times of our civilization.‭ ‬It was already on the lips of distant ancestors before our era.‭ ‬Ancestors,‭ ‬who watch our time in horror.‭ ‬It comes from the Hebrew,‭ ‬and‭ ‬it also comes from Greek.‭ ‬Believe in it or not.‭ ‬This is the word,‭ ‬and this is what it means:

A B R A C A D A B R A
A B R A C A D A B R
A B R A C A D A B
A B R A C A D A
A B R A C A D
A B R A C A
A B R A C
A B R A
A B R
A B
A

R E D U C E‭ ‬Y O U R‭ ‬F E V E R‭
(Equilateral triangle,‭ ‬design according to the Gnostics‭)

.

.

Backgroundinformation: In 2019, it was unambiguously recognized how important indigenous peoples are to biodiversity. Important article in connection with the 1800 page report of the UN. https://www.reutersevents.com/sustainability/indigenous-people-are-guardians-global-biodiversity-we-need-protection-too

Organizations that take into acount with indigenous peoples: UNEP. (United Nation Environment Program) ILC (International Land Coalition) IIFB (International Indiginous Forum of Biodiversity) CBD (Convention on Biological Diversity) IUCN: International Union for Conservation of Nature. 86 countries> 1000 organizations. Since 2018, indigenous peoples have a small voice. (IPOs)

Survival International, supports indigenous people in a tribal context and stands up for their rights. Their place in the world is, holistically, constructive for people and nature worldwide. Also FERN, is very actual: https://www.fern.org/fr/ressources/how-the-eu-biodiversity-strategy-can-protect-and-restore-forests-and-rights-2223/

There are now many millions of “conservation refugees.” This is even a bigger threat than the climate, or land grab by multinationals. There are five major NGOs that protect nature at the expense of the original administrators, who have maintained the area for thousands of years. Indigenous leaders refer to them as BINGOs. Big International NGOs. These are: CI = Conservation International, TNC = The Nature Conservancy, WWF = Worldwide Fund for Nature, AWF = African Wildlife Fundation, WCS = Wildlife Conservation Society.

Echoes uit verre tijden

.

.

Luister hier naar het tweedelige verhaal, zestien minuten.

Echoes uit verre tijden.‭ ‬Ze leven in woorden,‭ ‬in beelden rondom ons.‭ ‬Maar ook leven ze nog altijd voort als mensen,‭ ‬van vlees en bloed.‭ ‬Het zijn de Assepoesters van onze wereld.‭ ‬Het wordt tijd dat we ze zien. ‬Wanneer krijgen ze hun gouden schoenen?

Daar sta ik dan,‭ ‬met mijn Rijdende Verhalenhuis,‭ ‬midden tussen de mistige weilanden.‭ ‬Langzaam breekt de zon door.‭ ‬Ik kijk uit het raam en ben verbaasd.‭ ‬Ik heb net iets ontdekt.‭ ‬Een magisch woord is het,‭ ‬uit een ver verleden.‭ ‬Het was zo’n‭ ‬woord dat plotseling opduikt in mijn gedachten.‭ ‬Het past precies in het grote verhaal.‭ ‬De inspiratie engeltjes zitten daarboven op hun wolkje en zijn goed in timing.‭ ‬Ik vermoed hun aanwezigheid,‭ ‬al zie ik ze nooit.‭ ‬Ik houd mijn armen vrij en leeg,‭ ‬om te kunnen ontvangen.‭ ‬Ik zet dikwijls andere zenders uit om te luisteren.‭

Dat kan niet iedereen.‭ ‬Dat komt door de koorts.‭ ‬De koorts is overal.‭ ‬Vreselijk.‭ ‬Het niet meedoen in de koorts,‭ ‬dat is mijn allergrootste goed.‭

Koortsigheid,‭ ‬het niet kunnen stoppen.‭ ‬Net als koning Midas met zijn wens om goud,‭ ‬of als de vrouw van Piggelmee die steeds veeleisender werd en vervolgens alles verloor.‭ ‬Het hebberige stiefkind dat goud wenste.‭ ‬Ze ging naar Vrouw Holle,‭ ‬bemoedigd door haar‭ ‬moeder.‭ ‬Ze baandde zich ruw en medogenloos een weg.‭ ‬Ze kwam bij het huis van de mythische vrouw en oogstte pek en padden als beloning.‭ ‬De sprookjeswereld zit vol van zulke verhalen.‭ ‬Het moet verder en groter,‭ ‬het moet nóg meer en nooit is het genoeg.‭ ‬Het gevolg van al die dwaasheid wordt keer op keer uit de doeken gedaan.‭
Ik hoor veel mensen hardop denken dat dat nou eenmaal bij de mensheid hoort.‭ ‬In talloze artikelen wordt het herhaald.‭ ‬Net als overbevolking.‭ ‬We zijn als gistcellen,‭ ‬zegt Jelle Reumer.‭ ‬We vermeerderen ons tomeloos.‭ ‬Ja dat is zo.‭ ‬Maar dan gaat hij door:‭ ‬We verpesten onze eigen omgeving.‭ ‬En als we dat blijven doen,‭ ‬dan gaan we uiteindelijk allemaal dood.‭ ‬Net als gistcellen in een fles wijn.‭ ‬Hij schreef:‭ “‬De ontplofte aap‭“‬.‭ ‬Ik luister naar hem,‭ ‬op een podcast van de VPRO.‭ ‬Hij doet iets waar ik me al een tijdje aan stoor.‭ ‬Hij praat steeds over‭ ‘‬we‭’‬.‭ ’‬We‭’‬,‭ ‬als mensheid.‭ ‬Verbouwereerd luister ik naar zijn woorden.‭ ‬Ik kan er maar niet aan wennen.‭

Want we zijn niet de enigen.‭ ‬Er is nog steeds de Andere Mens.‭ ‬Sinds mijn zestiende ben ik geraakt door hen,‭ ‬die al duizenden jaren in een omgeving leven,‭ ‬die nooit veranderd is.‭ ‬Driehonderd miljoen mensen,‭ ‬dat is het aantal inheemsen op aarde.‭ ‬Mensen die nog altijd leven in een andere cultuur dan onze.‭ ‬Hondervijftig miljoen van hen leven nog steeds in stamverband,‭ ‬op oude grond.‭ ‬De Masaï,‭ ‬de Pigmeën,‭ ‬de Guarani….Talloze minderheidsculturen zijn er,‭ ‬die een heilig respect hebben voor hun leefomgeving.‭
Maar hun bestaan wordt maar al te vaak weggezet als een mythe.‭ ‬Hun woorden verdwijnen in het niets.‭ ‬Hun land wordt almaar kleiner.‭ ‬Het land gaat op in koorts.‭ ‬Grondstoffen worden vervoerd over de hele wereld.‭ ‬Bomen gaan in rook op.‭ ‬Even koortsachtig zoekt degene die dit veroorzaakt,‭ ‬naar oplossingen voor het enorme probleem dat hij schept.‭ ‬Hij loopt in een kringetje.‭ ‬Hij gaat door omdat hij door moet gaan.‭ ‬Merkwaardig genoeg denkt de koortsige mens dat‭ ‬hij de enige‭ ‬is in zijn soort.‭ ‬Maar nog altijd is er die Ander.‭ ‬De Andere Mens.‭
Wie is dat,‭ ‬de Ander‭? ‬De Ander,‭ ‬dat is een toevallig en onaf wezen,‭ ‬dat geen enkele macht bezit.‭ ‬Eigenlijk denkt de koortsige mens net zo over die Ander,‭ ‬als Thomas van Aquino in de Middeleeuwen over de vrouw.‭ ‬Nog steeds,‭ ‬na al die eeuwen.
Opgegroeid in onze eigen moderne bubbel en besmet met de koorts,‭ ‬ziet hij die Ander niet.‭ ‬Nog steeds niet.‭ ‬Al staat hij pal voor zijn neus.‭ ‬Dan nog zegt hij:‭ ‬Het is er maar eentje.‭ ‬Dit is een uitzondering.‭ ‬Een geestverschijning.‭ ‬Eigenlijk bestaat hij niet,‭ ‬hij is een mythe.‭ ‬Een romantische verhaal van lang verleden.‭ ‬Uit de tijd.‭
Maar ze zijn er nog steeds.‭ ‬Ze zijn akelig echt,‭ ‬de inheemse mensen.‭ ‬De nood is groot.‭ ‬Ze hebben een dringende boodschap.‭ ‬Die wordt steeds dringender.‭ ‬Er is wanhoop en woede.‭ ‬Hoelang duurt het nog voor we ze zien‭? ‬Hun verhaal is geen romantisch sprookje,‭ ‬het is lang en schrijnend,‭ ‬vol geweld,‭ ‬ontkenningen en misverstanden.‭

‘De arme mensen,‭ ‬die zo dicht bij hun landschap staan omdat ze er volledig van afhankelijk zijn‭ – ‬het zou weleens zo kunnen zijn dat zij de principes van een duurzaam leven beter beheersen dan degenen die rijk zijn,‭ ‬westers onderwijs hebben genoten,‭ ‬en de beslissingen nemen bij de VN.‭’ (‬Ole-Morindad en Terrence Mc Gabe in de Correspondent‭)
Wuarani,‭ ‬Amazonegebied:‭ ‚‬Het kostte ons duizenden jaren om het Amazone-regenwoud te leren kennen.‭ ‬Om haar wegen,‭ ‬haar geheimen te begrijpen,‭ ‬om te leren hoe we met haar kunnen overleven en gedijen.‭ ‬Dit bos heeft ons geleerd licht te lopen.‭ ‬Omdat we naar haar hebben geluisterd,‭ ‬geleerd en verdedigd,‭ ‬heeft ze ons alles gegeven:‭ ‬water,‭ ‬schone lucht,‭ ‬voeding,‭ ‬onderdak,‭ ‬medicijnen,‭ ‬geluk,‭ ‬betekenis.‭ ‬En voor mijn volk,‭ ‬de Waorani,‭ ‬kennen we jullie pas‭ ‬70‭ ‬jaar.‭ ‬We werden in de jaren vijftig‭ “‬gecontacteerd‭” ‬door Amerikaanse evangelische missionarissen.
Ik heb nooit de kans gehad om naar de universiteit te gaan en dokter te worden,‭ ‬of advocaat,‭ ‬politicus of wetenschapper.‭ ‬Mijn oudsten zijn mijn leraren.‭ ‬Het bos is mijn leraar.‭ ‬En ik heb genoeg geleerd.‭ ‬Ik spreek schouder aan schouder met mijn inheemse broers en zussen over de hele wereld,‭ ‬om te weten dat je de weg kwijt bent en dat je in de problemen zit.‭ ‬Hoewel je het nog niet helemaal begrijpt.‭ ‬Uw probleem is een bedreiging voor elke vorm van leven op aarde.
‭(‬Nemonte Nenquino,‭ ‬leider van de Waorani,‭ ‬Aamazonegebied,‭ ‬in The Guardian‭)

Wetenschappelijk onderzoek naar inheemse volkeren‭ (‬Scientas‭)‬:‭ ‬Voor de toekomst van onze biodiversiteit,‭ ‬zal samenwerking met inheemse stammen cruciaal zijn.‭ ‬Het totaal aantal vogels,‭ ‬zoogdieren,‭ ‬amfibieën en reptielen waren het hoogst in gebieden die beheerd werden door inheemse groeperingen.‭ ‬De grootte en locatie van de gebieden bleek verder geen invloed te hebben op de soortenrijkdom.‭ “‬Van kikkers en zangvogels tot grote zoogdieren zoals grizzlyberen,‭ ‬jaguars en kangoeroes:‭ ‬de biodiversiteit was het rijkst in inheems beheerde gebieden,‭” ‬concludeert co-auteur Ryan Germain.‭ ‬Onderzoeksleider Richard Schuster vult aan:‭ “‬Dit suggereert dat de manier waarop inheemse groeperingen het land beheren de biodiversiteit hoog houdt.‭” (‬Scientas,‭ ‬Vivian Lammerse‭)

Masaï in Tanzania trekken al‭ ‬1500‭ ‬jaar met hun koeien:‭ ‬Ole-Morindat legt uit dat hun koeien in de droge tijd afvallen.‭ ‬Soms verliezen ze de helft van hun gewicht in de regentijd.‭ ‬De grassen drogen op,‭ ‬het water trekt eruit.‭ ‬De koeien drinken en eten dan nog maar weinig en geven dan nauwelijks melk meer.‭ ‬Ook de mensen vallen af.‭
Dat is onderdeel van Enkutu,‭ ‬vertelt Ole-Morindat.‭ ‬Enkutu verwijst naar een filosofie van grote spirituele betekenis,‭ ‬die aandringt op‭ ‬eigen verantwoordelijkheid en behulpzaamheid.‭ ‬Het staat voor het respecteren van de natuur waarvan al het leven afhangt,‭ ‬waar en wanneer dan ook.
‭‘‬Enkutu‭’‬,‭ ‬zegt Ole-Morindat,‭ ‘‬laat ons naar de toekomst kijken met hoop,‭ ‬moed en enthousiasme.‭ ‬In de droge tijd zijn wij allemaal bereid om honger te lijden en elkaar te helpen,‭ ‬zodat onze koeien blijven leven en onze omgeving niet kapot gaat.‭ ‬Wij zijn verzekerd van onze omgeving.‭ ‬Waar ik woon,‭ ‬ziet alles er nog precies zo uit als in‭ ‬1940.‭ ‬Minus de wegen en elektriciteitspalen.‭’
Honger is niet iets om romantisch over te doen.‭ ‬Maar volgens Ole-Morindat zijn Masai ervan doordrongen dat dit nodig is voor het behoud van de natuur en hun manier van leven op de lange termijn.‭ ‘‬Onze manier van leven is niet alleen een economische overweging‭’‬,‭ ‬zegt hij.‭ ‘‬Het pastoralisme is diep verankerd in ons sociale en ons spirituele leven.‭ ‬Het bepaalt ons volledige zijn,‭ ‬waar wij ons thuis voelen,‭ ‬en hoe we veranderen.‭ (‬Ole-Morindad in de Correspondent‭)

Hier spreken mensen met wijsheid en pijn.‭ ‬We kunnen van ze leren.‭ ‬Waarom worden ze niet gehoord‭?

Het is de koorts.‭ ‬Die leidt tot gloeiende hebzucht.‭ ‬Tot heetgebakerde twist en oorlogen.Tot vurige ambities.‭ ‬Tot technologische luchtkastelen die steeds verder opstijgen van de aardbodem.‭ ‬De bodem,‭ ‬de bodem‭! ‬De groei-economie gloeit van koorts.‭ ‬Dat is waar ze op draait.‭ ‬Koortsig gaat ze voort.‭ ‬Als een dolle.‭ ‬Waar zijn de voeten in aarde‭?
Misschien is er magie bij nodig,‭ ‬om van die doorgedraaide wereld los te komen.‭

Ik zag vandaag tot mijn stomme verbazing dat er een heel oud toverwoord is.‭ ‬Een woord om te genezen.‭ ‬Een toverwoord dat we allemaal kennen,‭ ‬zonder de eeuwenoude magie ervan te beseffen.‭ ‬Het zijn echoes uit de oertijd van onze beschaving.‭ ‬Het lag al voor onze jaartelling op de lippen van verre voorouders.‭ ‬Voorouders,‭ ‬die onze tijd met ontsteltenis gadeslaan.‭ ‬Het komt uit het Hebreeuws,‭ ‬maar ook uit het Grieks.‭ ‬Geloof er in of niet.‭ ‬Dit is het woord,‭ ‬en dit betekent het:‭

A B R A C A D A B R A
A B R A C A D A B R
A B R A C A D A B
A B R A C A D A
A B R A C A D
A B R A C A
A B R A C
A B R A
A B R
A B‭
A

V e r m i n d e r‭ ‬u w‭ ‬k o o r t s.‭ (‬Gelijkzijdige driehoek,‭ ‬vormgeving volgens de gnostici‭)

Achtergrond: In 2019 is ondubbelzinnig erkent hoe belangrijk inheemse volkeren zijn voor de biodiversiteit. Belangrijk artikel nav het 1800 pagina’s tellende rapport van de VN. https://www.reutersevents.com/sustainability/indigenous-people-are-guardians-global-biodiversity-we-need-protection-too


Organisaties die inheemse volkeren waarderen:
UNEP. (United Nation Environment Program)
ILC (International Land Coalition)
IIFB (International Indiginous Forum of Biodiversity)
CBD (Convention on Biological Diversity)
IUCN: International Union for Conservation of Nature. 86 countries >1000 organisations. Sinds 2018 hebben inheemse volkeren een kleine stem. (IPO’s)

Survival International, ondersteunt inheemse mensen in stamverband en komt op voor hun rechten. Hun plek in de wereld is holistisch gezien opbouwend voor mens en natuur wereldwijd.
Ook FERN: https://www.fern.org/fr/ressources/how-the-eu-biodiversity-strategy-can-protect-and-restore-forests-and-rights-2223/

Inmiddels zijn er vele miljoenen “conservation refugees.” Dit vormt zelfs een grotere bedreiging dan het klimaat, of landgrab door Multinationals. Er zijn vijf grote NGO’s die de natuur beschermen ten koste van de oorspronkelijke beheerders, die het gebied soms al duizenden jaren in stand hielden. Door inheemse leiders worden ze BINGO’s genoemd. Big International NGO’s. Dit zijn: CI = Conservation International, TNC = The Nature Conservancy, WWF = Worldwide Fund for Nature, AWF = African Wildlife Fundation, WCS = Wildlife Conservation Society.