Zorg om het water

.

.

 

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 7,5 minuten.

Ik lig in het donker in mijn hangmat. Alle mensen slapen. Het is al laat en ik slaap nog steeds niet. Onrustig lig ik te draaien. Ik weet niet wat ik heb. Dan hoor ik de eerste druppels op het dak. Steeds harder gaat het. Een fikse regenbui frist de wereld op. Het geluid is zo geruststellend, ik ontspan meteen en al snel val ik in slaap.

De volgende ochtend, na het ontbijt, loop ik mijn rondje. De sproeiers die gisteren nog vol op stonden te draaien, zijn nu uit. Het land is nog nat van de buien. Ik sta stil en keer mijn gezicht naar de hemel. De wind jaagt nog steeds dikke grijze regenwolken langs het zwerk. Ik loop verder naar de sloot, die langs de weg ligt. Hij is leeg, er is niet genoeg gevallen om hem te vullen. Daarvoor moet het dagen achtereen gaan plenzen. Een paar weken geleden stoven er nog twee wilde eenden op, wanneer ik hier langsliep. Die waren in de sloot aan het fourageren. Maar het water, dat van de winter zo hoog stond, is razendsnel gezakt. Het is zolang droog geweest!
De eiken langs de weg staan er gelukkig nog monter bij. Het jonge blad is fris en lichtgroen. Het waait hard. Overal liggen kleine groene rupsjes op de weg, die uit de boom gevallen zijn. Een grote groep spreeuwen is driftig aan het pikken en vliegt op wanneer er een auto aan komt.

Alles lijkt in orde. Verderop ligt het natuurgebied met de aaneenschakeling van meren en wuivend riet. Daar broeden de roerdomp en de rietzanger. Daar grazen grote groepen ganzen in nabijgelegen weilanden. Daar staat het water staat nog steeds evenhoog.

Alles lijkt in orde. Toch heb ik een ongerust gevoel, dat sterker wordt naarmate de tijd vordert. Het is nog maar voorjaar. De droogte is absurt vroeg. Het water in de Rijn heeft nog nooit zo laag gestaan in deze tijd. Dat las ik gisteren. In Duitsland kan de rivier helemaal droogvallen, als het zo doorgaat. Dat is ernstig.

Ik loop door het veld langs volle sloten en denk aan al die plekken, waar het water steeds meer een probleem vormt. In de winter valt er veel te veel tegelijk en wordt het naarstig afgevoerd. De rivier staat hoog en er is kans op overstromingen. Maar de zomers veranderen ook. Het ene na het andere droogterecord sneuvelt. Dat dit problemen gaat opleveren is duidelijk. Ik ben een watermens. Ik voel me er niet alleen toe aangetrokken, ik vind het ook machtig interessant. Water is de sterkste verbinder die er is. Het is levengevend en bedreigend. Het spoelt, het schittert, het kabbelt en het kan met geweld huizen uit elkaar slaan. Maar vóór alles hebben we het nodig. Het is zó vanzelfsprekend dat het uit de kraan komt. Dankzij die geweldige voorzieningen kunnen we onze handen wassen. Precies volgens de voorschriften. Maar het gaat niet goed met het water. Het grondwater komt steeds lager te staan en de sproeiers sproeien maar door.

Er is samenwerking nodig en een goed beleid om het tij te keren. Daar zijn alle wetenschappers het over eens. Door Corona zijn we erg op onszelf gericht. Technische details over de ziekte en de economie beheersen het nieuws. Zelfbescherming blokkeert het vormen van een visie hierover. De grote verbinder, het water, heeft onze aandacht nodig. Water, voor leven.

.

De Aarde te zien als een wonder
te weten dat ik slechts te gast ben
en met jullie zorg draag
voor alles wat er is.

.

Lees hier: Water kan volgende Europese splijtzwam worden. (De Standaard)

.

(Sorry voor het slechte geluid in het begin, beetje jammer. Ik heb maar een simpel opnameprogramma. )

 

Niets staat stil

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 6 minuten.

.

Er brandt een vuurtje in mij. Het is een klein vlammetje, dat heel lang door kan branden. Het heeft maar weinig nodig om zijn licht te blijven spreiden. Maar toch kan het niet zonder brandstof.

Zo is het nu. Jarenlang heb ik mezelf op dreef gehouden, steeds een nieuwe uitdaging gezocht. Telkens weer stelde ik me een doel, deed wat ik bedacht had, en deelde mijn inspiratie. Ik deelde mijn proces van rouw  en afscheid nemen en ontspullen. Ik heb een huisje gebouwd en ging op pad. Daar schreef ik over. En nu ligt er een boek klaar om te publiceren.

Een boek vraagt om verdieping. Dat is een heel andere uitdaging dan op reis te gaan.

Op reis gaan betekent een breed palet aan inspiratie opdoen. Maar als je met zo’n bijzonder huisje onderweg bent als het mijne, dan ben je overal het onderwerp van gesprek. Inspiratie opdoen maakt nu plaats voor het verspreiden ervan.  „Oh wat een sprookjeshuis, daar droom ik van!“ Zoiets hoor ik vaak, soms wel tien of twintig keer per dag. Of „Ben je niet bang?“ en „Wat eet je onderweg?“ Maar om dieper in gesprek te raken, is het belangrijk om ergens te zíjn. Dat is echt nodig, voor mij. Het is voeding.

Ik streek neer bij Heerenveen, tussen een hoge heg vol kwetterende mussen en de oprit van Annemarie. Daar ben ik nog steeds. Hier kwam mijn manuscript uit de vingers. Mijn dagelijkse wandeling bestaat uit steeds hetzelfde ommetje, heen en weer over de landweg. De reis die ik de afgelopen maanden maakte, is vooral een reis in de geest. Door dit boek te schrijven hoop ik mee te denken aan de manier hoe we met elkaar een nieuwe wereld op kunnen bouwen. Met mijn verhaal maak ik een begin voor een gesprek. Dat vraagt om het juiste vervolg.

Voor mij is het tijd voor voeding en enthousiasme. En ook om geestige anekdotes uit te wisselen, muziek te maken en samen te tuinieren. Dat heb ik lang gemist. Ik heb wel een idee waar ik heen zou willen, het is een plek die ik al lange tijd ken, en waar ik van begin af aan bij betrokken was. Ik heb de vraag gesteld of ik mag komen, maar ik heb nog geen antwoord. Maar hoe dan ook, het komt vast goed. Waar ik ook terecht kom.

Er is een tijd van oriëntatie, dingen uitproberen en technieken opbouwen. Ik heb veel verschillende dingen gedaan. Mijn bodem is los en voedingsrijk, mijn mogelijkheden zijn divers. Maar de vlam staat nu al lang op hetzelfde pitje te branden. Ik weet maar wat goed: Enthousiasme maak je samen, het is energie. Om die energie te gebruiken is verdieping nodig. En door verdieping te zoeken geef je de jonge kiemen een bodem om te wortelen. Rust is nodig, en tijd met elkaar. Dat is onze voeding en zo kunnen we een nieuwe wereld opbouwen. Dat geloof ik. Samen lukt het. En ik ben vast niet de enige, die het zo voelt. Daarom denk ik deze gedachten hardop.

Houd de vlam brandende en geniet van wat er is. Soms moeten we geduld hebben. Maar niets staat stil. En hoe langzamer we gaan, hoe meer er gebeurt.

Dat denk ik. Alowieke.

.

 

Wat ik wél kan doen

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van  7 min

.

Op mijn vouwfietsje sla ik af, de brede straat in, naar het centrum van Heerenveen. Het rode PTT bakje zit stevig achterop mijn bagagedrager gebonden. Daar doe ik straks mijn boodschappen in. Het is altijd weer even een uitje, naar de Ecowinkel en terug. Het is 7 km, de bocht om de brug over, het park door. Je bent er zomaar.

Langs de kant van de weg  naast de huizen, zijn brede bermen met bomen er in. Er staat een vrouw gebukt boven het korte gras. Een grijze oudere dame met een net wit vestje aan. Ze plukt iets en doet het in het kleine tasje. Ik stop met trappen en stap van mijn fiets.
„Dag mevrouw! Plukt u madeliefjes?“ vraag ik. Verrast kijkt ze op. „Ja! Ik wil ze op een kaart plakken voor iemand,“ en ze kijkt een beetje bedremmeld naar het kleine kartonnen tasje. „Het is misschien een beetje gek om bloempjes te plukken en in een tasje te stoppen,“ zegt ze aarzelend. „Gek?“ Ik kijk haar vrolijk aan. „Helemaal niet gek hoor, dat doe ik ook altijd.“ Ze lacht opgelucht. „Ja, we beginnen het nu langzaam te bevatten, wat de impact is, van alles,“ begint ze langzaam en ze is even stil. „In deze tijd kun je wel heel somber worden over grote dingen en daarom…“ ze zoekt naar woorden en kijkt nadenkend de kruin van de boom in. „Daarom wilt u vooral genieten van kleine dingen!“ Vul ik haar aan. Ze knikt enthousiast en gaat meteen verder „En om goed voor elkaar te zorgen. Elkaar verrassen. Dat is ook belangrijk. Ik maak me soms zorgen over mijn kleinkinderen. Ik wil graag dat ze het net zo goed hebben als ik. Wij zijn gepensioneerd, wij zitten gebakken. Maar zij….. “ Ze praat steeds zachter, alsof ze hardop nadenkt.
„Ja dat begrijp ik,“ zeg ik „Al die grote leningen die nu worden gedaan door de regering, gaan ten koste van hún financiele toekomst.“ Toevallig heb ik daar net een artikel over gelezen in Follow The Money. Ze is blij met de aanvulling op haar gedachten.
„Ik zou willen dat ze het net zo goed krijgen. Maar ik kan niks doen. Daarom maak ik vandaag een mooie kaart met bloemen erop. Dat kan ik wél doen.“ Ik kijk haar stralend aan. „Dat vind ik mooi, mevrouw!“
„Dank je,“ zegt ze „En wat ik ook kan doen is op een goede partij stemmen. Ik ga duurzaam stemmen, zeker weten. Al die grote bedrijven die steeds maar doorgroeien, dat gaat niet goed. Dat moet maar eens afgelopen zijn.“ Grijnzend knik haar toe. „Daar ben ik het helemaal mee eens.“
Haar blik gaat naar de overkant en haar ogen lichten op. „Ik ga nog even verder met plukken. Ik zie daar nog meer madelieven.“ Ik volg haar blik naar de overkant. „Oh ja, daar zijn er een hoop!“ Mijn stem schalt door de straat. Ze lacht om mijn enthousiasme en steekt de weg over. Ik stap op de fiets, kijk nog één keer om, steek mijn hand op. Ze kijkt nog. „Een gezonde toekomst!“ roept ze. „Lekker buiten in de frisse lucht!“ roep ik terug. Glimlachend fiets ik verder.

We moeten goed voor elkaar zorgen, zei deze mevrouw. Voor mijn vriend Dick en ik gaat die zorg over grote afstand. We bellen. Maar deze week zouden we elkaar voor het eerst weer zien. We spraken af in Zwolle, dat ligt mooi tussen Brabant en Friesland in. Na twee maanden afzondering was het extra leuk. Lekker fietsen, zonder doel. Gekke plekjes en onverwachte paadjes vinden. We vonden ook een leeg podium bij een verlaten broedplaats. Daar heb ik een toespraakje gehouden, over alles wat we kunnen doen. Dick filmde het. Het was een heerlijk dagje.

.

Lege trein

.

 

Wat vroeger niet mocht is nu het beste

.

 

Stationspiano tegen de lift geschoven

.

 

Een eenzame café-eigenaar

.

 

Druk op de markt in Zwolle

.

 

Ronald A. Westerhuis, vlakbij Gerrits tuin met het lege podium.

 

.

Klik hier om de spontane toespraak te beluisteren op het lege podium

Gefilmd door Dick Verheul.

.

.

.

 

 

U boft maar

.

.

 

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 5,5 minuut.

Ik gun mezelf een paar dagen ontspanning. Ik lees en wandel. Vandaag maak ik het rondje aan de overkant van de brug, door de weilanden. Ik kniel bij de koeien, die me gebiologeerd aan blijven kijken met hun zachtmoedige ogen. Ik sta weer op en loop door tot langs de kerk.  Uiteindelijk kom ik op de dorpsweg uit. Daar is een vrouw aan het werk in haar tuin. Ze is al oud. En haar tuin is eigenlijk meer een zandbak. Er groeien hier en daar wilde viooltjes. Een enkele veldkers heeft dapper zijn stengeltje boven de grond uitgestoken. De kleine witte bloemetjes zijn nauwelijks zichtbaar, zo armetierig staan ze erbij. Met een schoffel woelt ze het warme zand om. Het ziet er uit als plantjes pesten. De veldkersjes zullen er vast ook aan moeten geloven. Het werk gaat moeizaam maar gestaag. Ze heeft al twee vierkante meter klaar van de zestien.

„Dag mevrouw,“ zeg ik „Wat heeft u een mooie viooltjes in de tuin, zijn die er vanzelf gekomen?“ Ze schuifelt naar me toe. Ik zie nu pas dat ze een kruk bij zich heeft, die op het einde uitloopt in drie pootjes. „Ja,“ zegt ze „Ik heb het aan mijn knie. Die is geopereerd. De dokter heeft er iets mee gedaan. Nou doet het minder zeer.“ Ik toon mijn medeleven met een glimlach en een knik. „Gelukkig heb ik mijn kleinzoon, die me helpt,“ ze wijst naar achteren. Aan het einde van de oprit staat een rode auto. Ernaast staat een jongetje te spuiten, zijn mollige witte armen houden de tuinslang stevig vast. Hij gaat lekker door met zijn waterballet. Is die auto nou nog niet schoon? Wat een verspilling zeg, denk ik bij mezelf, en dat in deze tijden van almaar toenemende droogte. Maar dat zeg ik niet tegen een vrouw die al zo oud is.  „Fijn dat hij u zo goed helpt,“ lach ik opgewekt „U boft maar!“ Terwijl ik dat zeg komt er een man aanlopen met een bol gezicht. „Dat is mijn zoon,“ zegt ze „Hij helpt me ook.“
„De vader van de jongen?“
„Ja.“ Ze kijkt me aan met grote grijze ogen.
„Echt fijn dat ze u helpen. En dat u nog in dit huis woont. Er zijn zoveel oude mensen die nu opgesloten zitten.“
Ze knikt. „Ik ben al negentig,“ zegt ze trots. Ze leunt tijdens het praten op een gemetselde zuil van een meter hoog, waar het hek aan vast zit. De bovenkant is van cement. Er lopen een paar mieren op. Eén voor één drukt ze ze dood met haar duim. Wreed en zinloos. Ik kijk er maar niet naar. Als ik er niet naar kijk dan houdt ze er misschien mee op. De jongen en de vader zijn nu allebei aan het poetsen. „Jullie hebben het maar gezellig hier,“ merk ik op. Ze knikt en kijkt me strak aan met haar enorme kijkers. „Ik heb een nieuwe lens,“ zegt ze. „Ik moest weer naar het ziekenhuis maar dat kon niet.“
„Voor controle zeker. En kan u nu alles weer zien?“ vraag ik belangstellend.
„Jaaaa! Heel erg! Nou die knie nog.“
Ik knik haar nog eens vriendelijk toe. „Ik wens u heel veel sterkte. En nu ga ik weer verder. Als ik nog eens een rondje loop, kom ik weer een praatje maken.“
Ze glimlacht en knikt, alsof ze niets anders verwacht had. Dan draait ze zich om, en pakt de schoffel. Ik kijk nog eenmaal om, en zie haar woelen in het warme zand. Op naar de volgende vierkante meter. Geduld is een schone zaak. Ook voor mij.

Zingen onder de douche

.

.Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 5 minuten.

.

Ik woon nu zeven maanden naast het huis van Annemarie. Dat is gezellig, af en toe eten we samen of we roepen wat naar elkaar. Maar nu is het huis leeg. Het witte busje staat niet op de oprit. De vrouw des huizes is de hort op, naar haar kleinkinderen. Dat kan ze doen volgens Coronaregels, want ze is nog geen zeventig.

Ik ben hier drie dagen alleen. Wat zal ik eens doen?

Met glimmende ogen pak ik mijn handdoek. Ik open de houten schuurdeur en loop naar de douche. Die zit midden in het huis en je kan er van twee kanten in, vanuit de schuur en vanuit het halletje bij de plee. Dat is maf, maar wel handig. De ruimte is donkerrood gestuukt met witte tegels eronder, tot aan de vloer. Er zijn een paar tegels afgevallen. Ik kijk naar de kale plek. Ik heb al lang geleden beloofd dat ik de ruimte voor haar zou opknappen. Beloofd is beloofd. Dat komt nog wel, denk ik bij mezelf. Eerst het boek de deur uit. Als het manuscript naar de uitgeverij is, dan heb ik mijn kop weer vrij. Deze week is het zover, na 11 maanden werk.

Na zo’n lange tijd van inkeer en concentratie, zit ik boordevol energie. Eerst alle teksten maar eens van me afspoelen! Ik gooi mijn pyjama aan de kant, doe de warme kraan aan en geniet. Wat is dit een luxe! Ik ontspan en doe mijn ogen dicht. Even maar. Dan draai ik de kraan weer dicht en open de andere. IJskoud water stroomt langs me heen. Ik zuig de lucht tot diep in mijn longen en adem uit met een geluid dat diep vanuit mijn buik komt. Een luide kreet vult de holle ruimte. Ik adem opnieuw. Er volgt een toonladder. En dan een kieviet met paringsdrang. Mijn stem gaat z’n eigen gang en ik volg haar met verbazing.
Het koude water doet het bloed weer stromen. Ik draai de kraan weer dicht en droog me af. Even later sta ik in een zonovergoten kamer voor het raam. De tuin is groen en weelderig. Het blad van de hoogste boom is net uit de knop gebroken. De kleine blaadjes lijken een teer groen licht te verspreiden. Ze steken scherp af tegen de egaalblauwe ochtendhemel. Ik houd mijn adem in. Wat is dit toch genieten. Ook als ik alleen ben, in dit huis, voor het raam. Ik begin te zingen. De akoestiek is prachtig. Dank je wel, Annemarie!

PS: In mijn vorige blog sprak ik over een tweede verhaallijn, die ik zou gaan invlechten. Dat gaat niet door. Ik heb al hard aan het manuscript gewerkt. Ik heb een derde geschrapt en bijna net zoveel toegevoegd. Ik heb mijn persoonlijke verhaal uitgediept en aangescherpt en al te lange kabbelingen ertussen uit gehaald. De spanningsbogen volgen elkaar nu sneller op. Ik heb het schuim van te dikke zinnen afgeschraapt. Soms heb je veel woorden nodig om tot een gedachte te komen. Pas later zie je de essentie en kan je de kern eruit pakken. Dat is mooi werk en ik doe het graag. Het boek is er erg van opgeknapt en nu kan ik er veel meer achter staan. Het is niet nodig om er nog meer aan toe te voegen, in vorm van een tweede verhaallijn.
Ik kies opnieuw voor een grote uitgeverij. En dan is het weer een poos wachten. Daar is geduld voor nodig. Toch doe ik het. Ik heb al wel tien keer kop of munt gedaan en elke keer is het kop. Opsturen, betekent dat. Niet in eigen beheer doen. Nou, we zullen zien. Ik hoop dat jullie ook nog even geduld hebben.

.

Spiegel van het verleden

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 9 minuten.

.

Dit jaar maakte ik een wandeltocht in Friesland. Onderweg kreeg ik gezelschap van een bijzondere reisgenoot.

“Tocht langs kantelende wegen,“ dat is de titel van het boek, dat ik schrijf. Dit jaar maakte ik een tocht van drie maanden, door het Noorden van Friesland. Mijn wielen rollen over kantelende wegen. Hoe sneller een auto gaat, des te schever is het wegdek als je de bocht om gaat. Dat percentage is berekend, en wordt overal toegepast. Het houdt je voertuig in balans. Eigenlijk heet het “verkanting” maar ik vind kanteling toepasselijker. De wegen kantelen steeds vaker, want het verkeer gaat hard.
Maar ik ben geen snelle weggebruiker. Ik ben een voetganger met een elektrische mover van 150 kilo aan de hand en daarachter een Wandelhuis. Ik ga maar 3 kilometer per uur.
Alles gaat sneller en sneller. Voor mij is dat een metafoor. Want de kantelingen gaan verder dan de weg alleen. Het is een tijd van kantelingen, waarden die lange tijd heilig waren, werken niet meer.

Door langzaam te reizen, hoop ik die veranderingen te kunnen zien, de kiemen van wat er komt. Op mijn eerste reis heb ik veel gezien en bijzondere dingen meegemaakt.

Elke dag beschreef ik het landschap en de ontmoetingen die ik had. Ik hoopte dat ik onderweg gesprekspartners zou ontmoeten, die met me mee zouden wandelen. Maar ik liep alleen. Dat bleek precies het juiste. Er was namelijk een andere reizigster, die met me meeging. Gaandeweg ontdekte ik haar. Een vrouw die lang geleden leefde, Auck van Hearsma. Zij leefde van 1705 tot 1786. Ze leefde óók in een tijd van kantelingen. De kerk verloor steeds meer macht. Het was de tijd van de Verlichting, van het intellect en de waarneming. Het was de tijd van Eise Eisinga die met verbazingwekkende precisie zijn planetarium bouwde, een kopie van ons zonnestelsel in beweging. En vooral was het een tijd van groeiend zelfbewustzijn en opstanden.

Auck groeide op in een adellijke familie en trouwde op haar 25e. Kinderen kreeg ze niet. Haar man stierf toen ze 37 was. De mijne ook en ook ik had geen kinderen. Ze hield net als ik, van eenvoud en was nieuwsgierig en intelligent. Ze maakte lange voettochten door Friesland. Van opsmuk hield ze niet, en de dikke lagen lange rokken, die de andere adellijke vrouwen droegen vond ze verschrikkelijk. Ze ging zelfs zo eenvoudig gekleed, dat ze soms zelfs werd weggestuurd met de woorden: „Aan de deur wordt niet gekocht!“

Door haar word ik een andere tijd ingeleid. Ze maakt veel mee. Haar man is zeven jaar overleden, wanneer de pleuris uit breekt, aangestoken door de rellen in Groningen en de rest van het land. In de rest van Nederland zijn ook opstanden, maar die zijn anders van karakter. Men eist daar vooral een nieuwe stadhouder. In Friesland is al een stadhouder. Hier hebben de mensen andere wensen. Eisen, die uiteindelijk pas in 1852 gemeengoed zullen worden.

Door haar kom ik terecht tussen woedende boeren, die niet alleen belastingverlaging eisen, maar ook stemrecht voor iedereen, een einde aan de bonussen, in die tijd “tractaten“ genoemd. Ze eisen een einde aan de vriendjespolitiek, waarin de adel elkaar bijbaantjes geeft, en onder elkaar het geld verdeelt wat uit belastingen wordt verdiend. Er staan meer eisen op het lijstje, maar deze vind ik het meest opmerkelijk, vanwege hun gelijkenis met onze tijd.

Verbaasd volg ik haar verhaal. Ik denk aan de gele hesjes en de maatschappelijke verontwaardiging over bonussen. Ik denk aan grote bedrijven als Amazon, Bayer-Monsanto, Shell, die net zo machtig lijken te zijn als de 28 adellijke families die in de tijd van Auck in Friesland woonden.
En is het spoor van de Verlichting ten einde? Ik denk het niet. Ik denk aan al die mensen, die niet langer willen dienen als een radertje in de groei-economie, die op zoek zijn naar hun authentieke zélf, en die hun eigen beslissingen willen nemen.

De Verlichting betekende in de zeventiende en achttiende eeuw een tijd voor persoonlijke groei. Door de industrialisatie groeide ook de materiële welvaart. Dat heeft veel opgeleverd. Maar we zijn te ver doorgeschoten en het heeft ons op een dood spoor gebracht. En nu onderzoeken we wat werkelijk van waarde is.

Auck geeft niet om geld. Toch stroomt het van alle kanten naar haar toe, want haar rijke zwager, die tal van lucratieve bestuursbaantjes heeft gehad, heeft geen kinderen. Ze sterft in haar landhuis in Menaldum. Op haar erf lopen allerlei dieren rond, halfwilde zwijntjes, runderen, kippen, en honden, alles dwars door elkaar heen. Zelfs in huis lopen ze. Haar laatste wens is dat al die dieren om zich heen te hebben. Haar trouwe huisknecht doet wat ze vraagt. Hij opent alle deuren en ramen, en drijft de dieren haar slaapkamer in. Omringd door haar levende have blaast ze de laatste adem uit.

Zal ik ook zo eindigen? Mijn tijd is nog niet gekomen. Gelukkig maar. Mijn reis is nog maar net begonnen! En er is nog veel te doen.

.

.

Ik schreef dit  voor tijdschrift ZOZ van Omslag, maar mocht het ook voor mijn blog gebruiken

.

Ontmoeting met een omdenker

.

.

[/audio]Luister hier naar het voorgelezen verhaal van  7,5  minuten

.

Het is nog vroeg. Ik loop de oprit af, de smalle asfaltweg op. Voor ik aan het werk ga, maak ik een frisse ochtendwandeling. Ik kijk naar de lucht, de zon en de vogels en adem de ruimte in. Dat heb ik echt wel nodig, voor ik weer in het vierkante scherm duik, om verder te schrijven aan mijn boek. Voor ik de weg op stap kijk ik naar rechts, om de scherpe bocht kan van alles aankomen. Verderop, in de elektriciteitspaal, staat een ooievaar, in zijn nest. Ik hoor het geklepper van snavels.

Langzaam sjokkend kom ik bij het erf van de overburen, honderd meter verderop. Ze zijn allebei in de dertig, en ik weet dat ze kinderen hebben. Ze wonen in een mooi oud huis met een heel stuk grond eromheen. Er zijn jonge boompjes geplant en achter het hek lopen schapen met smalle horens, die recht naar voren steken. Zulke heb ik nog gezien! Altijd als ik er langs loop, staat er een bont beschilderd busje voor het huis. Verder zie ik nooit iemand. Maar vandaag wél!
Nu de regen en de wind voorbij is, wordt er gewerkt aan een hoge houten schuur, van donkerbruine planken. Ze zijn er allebei mee bezig. Op de oprit staat de vrouw van het stel, haar lange donkere haar valt over haar schouders. Ik sta stil, ze lacht naar me. „Heb je de ooievaars gezien?“ roep ik vanuit de verte. „Ja“ zegt ze en komt naar me toelopen. „En we zagen ook een tweede stel. Ik hoop op veel jonge ooievaars!“ Ze glundert.

Ik geef haar een hand ter kennismaking, en noem mijn naam. „O nee, dat mag niet!“ Geschrokken trek ik mijn hand terug en maak een sprongetje achteruit. Ze lacht. „Ik heet Syl,zegt ze. „Hier mag het wel hoor, wij zitten al wéken in quarantaine. Ik vind het heerlijk! Ik hoop dat het zo blijft, dat ik thuis kan blijven, met de kinderen.“ Ik luister geïnteresseerd naar haar verhaal.
Ze vertelt hoe fijn ze het vindt, dat de kinderen thuis school hebben. „Ze spijbelen nu ook niet meer. Dat deden ze vroeger nog wel eens. Het kan nu niet meer. Er is gewoon een knopje, wat je aanzet, en dan ben je er al. Perfect!“ Haar bruine ogen fonkelen van plezier. „Ik hoef nu niet steeds heen en weer met de auto om ze weg te brengen. Wat een gedoe was dat zeg, naast mijn werk. En dan ook nog het huishouden en de was, nee het leven is er een stuk beter op geworden nu we allemaal thuis kunnen zijn. Ik hoop dat het zo blijft.“

Ze hebben het getroffen hier, met zoveel ruimte. In de stad is dat heel anders, zeker als je maar een piepklein tuintje hebt of niet eens een balkon. Wat voor de één een zegen is, is voor de ander een hel. We vragen ons allebei af hoe deze crisis zal aflopen. Zouden mensen straks ook thuis kunnen blijven werken?

 

Dat de mensen nu thuis kunnen werken is fijn. De wegen zijn rustig, de lucht is schoner, er wordt veel minder brandstof verbruikt. Maar het heeft ook een andere kant.

Mensen vergaderen nu met elkaar via het programma Zoom. Dat bedrijf krijgt nu steeds meer macht, net als Facebook. Gelukkig  zijn er ook andere manieren om te vergaderen, bijvoorbeeld via het alternatief Jit.si.  Ik heb aan een videomeeting meegedaan en het werkte prima, op mijn smartphone. Op de computer kan je het beste met Google Chrome inloggen, of met Firefox. Dan werkt het goed.

 

We praten nog een poos door. Ze is optimistisch. Ze is een omdenker. Als ze tegen een probleem aan loopt, denkt ze altijd de andere kant op. „Dan vind ik altijd de oplossing!“ zegt ze slim. Ik zeg dat ik dat een mooie eigenschap vind. Dan ben ik even stil. Mijn blik gaat over de weiden, naar de Tjonger, die in de verte ligt. De lucht is stralend blauw en de wind is gaan liggen. „We boffen, Syl,“ zeg ik.

 

Artikel over online macht van overheden en bedrijven

Pagina van Omlslag met mogelijke Jit.si ontmoeting.

Artikel: Thuisonderwijs versterkt sociale ongelijkheid

.

 

Elke stip is belangrijk

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 6,5 minuut en kijk ook nog even hoe ik het opneem, in het filmpje onderaan.

 

Ik was mijn handen in de glazen kom met water en veeg met een vochtige doek de vensterbank schoon. Het is een vertrouwd ritueel aan het begin van een nieuwe werkdag. Ik pak het mapje met schetsen uit de kast en leg ze voorzichtig neer. Ik heb één keer een vetvlek op een pentekening gehad, en een keer een druppel die door de kou uit mijn neus viel. Daar kijk ik nu wel voor uit, dus ik snuit mijn neus en maak alles schoner dan schoon.

Ik kijk naar mijn verzameling. Het zijn er een hele hoop, al die schetsen bij elkaar, wel achtentwintig. Ik laat ze door mijn handen gaan, één voor één, het kaatsveld in Weidum, de zwaaiende koeiestaarten bij boer Auke, de indrukwekkende luchten boven ‘t Bildt… Ga ik ze allemaal in het boek plaatsen? Ik weet het nog niet. Ik bekijk de zes die af zijn. Ik heb een paar verschillende techieken gebruikt, arceren, puntjes zetten, en een eenvoudige tekening van mijn interieur, waar ook grijs potlood in zit. Kan dat wel? Meerdere technieken in één boek?

.

.

Ik pak de pot met pennen en potloden en pik er die ene uit, de allerdunste van 0.2 millimeter. Ik heb hem net gekocht, en ik kan er heel fijn mee werken. Voorzichtig probeer ik hem uit op een schetsblokje. Ik mag niet te hard op de punt drukken, want dan is dat mooie fijne puntje zomaar een platte stompe stip geworden, en ongeschikt voor wat ik wil gaan doen. Ik heb een keer meegemaakt dat een vriendin onverwacht langskwam, terwijl ik nog aan het werk was. Ik was zo blij met haar komst, dat ik uit enthousiasme een keiharde eindstip zette. Oei! Kon ik wéér naar de winkel voor een nieuwe Rothering, met die pennen was ook altijd wat.

Het is stil om me heen. Ik ben op dit moment een soort non. Het hoort bij de herfst en de winter, de tijd om in stilte uit te werken, wat ik in de zomer verzameld heb.
Ik sta aan de vensterbank, met de lessenaar erop ligt het vel precies op de juiste hoogte. Voor me ligt een vel, met alleen potloodlijnen erop. De eerste stip of streep met pen is altijd een spannend moment. Een pentekening is net zoiets als beeldhouwen, wat er staat, dat staat er.

Langzaam vormt zich de afbeelding, tot ik moe word en eindelijk opkijk van het papier. Ik gun mijn ogen rust door naar de horizon te staren. Ik kijk naar de lichte streep aan de einder, onder een egaalgrijze lucht. De Friese wimpel van de buren wappert zachtjes aan de vlaggemast. De wind is zuid oost, zie ik. Ik draai me om, pak een appel van de plank en kauwend kijk ik naar de kwetterende mussen en mezen in de heg.

Even later kijk ik met frisse blik naar mijn tekening en bepaal hoe ik verder ga. Als ik nou dit wit laat, en dát donker maak…. Lichtjes buig ik me voorover en zo groeit het beeld, stipje voor stipje, streep voor streep komt het uit mijn vingers.

.

Het stemgeluid loopt niet synchroon vanwege technische onvolkomenheden. Anders was het onverstaanbaar geweest want ik heb geen los microfoontje aan mijn telefoontje.

.

Als het maar werkt in 2020

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 7.15 min.

Met een gil zie ik hem kletteren. Mijn laptop ligt op zijn kop op de grond, met het open geklapte beeldscherm naar beneden. Gauw haal ik het snoer er af, waar ik over gestruikeld ben, al heeft het weinig zin meer en is het kwaad al geschied. Het beeldscherm is zwart. Ik zet de computer uit en weer aan. Zwart. Ik doe het nog zes keer, maar het is en blijft donker en hij geeft geen kik.

Met de laptop in de hand ga ik naar binnen, het huis van Annemarie in. Vlak voor oud en nieuw zit de hele familie in de kamer, Annemarie zelf, twee zoons, twee schoondochters, vier kleinkinderen. Enkele kijken me vrolijk aan, anderen gaan rustig door met wat ze doen.
Ik houd mijn laptop in de lucht en zeg sip: “Kapot.” De twee jongens willen me meteen helpen en Wander blijkt het meeste ervaring te hebben. We sluiten de laptop aan op de televisie en ik begroet juichend een voortreffelijk beeld. Gelukkig, de computer zelf is niet stuk.
“Je kan makkelijk een tweedehands monitor kopen, die dingen staan overal en bij iedereen in de weg,” zegt Wander. Hij heeft gelijk, we kijken even op internet en na een paar tellen zien we er al eentje. Het is dan wel een vierkante, maar hij kost maar vijf euro, en het is slechts een kwartiertje fietsen hiervandaan. Ik bel en kan meteen komen.

Even later heb ik mijn nieuwe monitor al in huis. Ik sta in een zootje kabels en stekkers te graaien. Welke moet waarin? Waar zet ik die monitor neer? Ik probeer het kleine wandkastje, en daar blijkt hij precies op te passen. Ik kan hem er alleen niet laten staan, hij staat pal voor de lamp. Ik moet hem elke keer weghalen. Ik kan hem misschien wel achter het gordijntje, onder de bank zetten. Maar dan zit ik nog met die kabels erbij. Wat een rommel, in mijn kleine huisje. Zal ik niet toch een nieuw beeldscherm kopen?

Wander staat me opnieuw met raad en daad terzijde. We zoeken een beeldscherm uit. Ik kan precies de goeie krijgen in Nederland voor 150 euro, maar het kan ook bij Ebay voor 70. Ik vertrouw dat niet, zulke megabedrijven weten de macht aan zich te binden en ook het geld. Daar moet ik eigenlijk niks van hebben. Ga ik nu toch overstag? Ik twijfel.
Ondertussen schroeft Wander mijn hele laptop open en laat zien hoe het allemaal zit. “Kijk, dit dunne snoertje moet je vervangen, dat loopt naar het beeldscherm toe.” Hij legt tegelijkertijd uit wat alle andere onderdelen zijn. Ik prent het goed in mijn kop, zodat ik het straks zelf kan, als ik wil. Dan schroeft hij de laptop weer dicht.

Als ik weer in mijn huisje ben, gaat de zon net onder. Ik zit op het houten bankje voor het raam en kijk naar de winterse lilatinten en het groenige blauw, wat de lucht mooier kleurt dan het duurste juweel. Ik denk na. Misschien hoef ik wel helemaal geen nieuw beeldscherm. In feite zijn het maar vier stekkers en twee kabels meer, die ik moet aansluiten. Is dat nou zo erg? Ben ik zo verwend dat ik alles zonder moeite moet kunnen en moet ik daarvoor per se een nieuwe?
Ik sta op en rol de kabels klein en economisch op. Ik knip een stukje ijzerdraad van de rol en bind ze vast en leg ze naast elkaar in het wandkastje. Eigenlijk valt het best mee, zo neemt het niet eens zoveel ruimte in. En de monitor kan ik prima wegmoffelen onder de bank, wanneer ik er niet aan werk.

Het is altijd verleidelijk, om toch weer een nieuwe te kopen, eentje die perfect is. Maar ik doe het niet. Ik ga met een schoon geweten het nieuwe jaar in. Hoera!

Ik wens iedereen een veel geluk en wijsheid toe, en dat je in 2020 een magische tijd mag beleven!

.

.

Natte schoenen en een warme kachel

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 6,5 minuut.

Als ik wakker word, is het koud in mijn kleine huis. Ik heb een donzen slaapzak over mijn dekbed gegooid voor extra warmte, maar die is helemaal naar onderen verschoven. Ik waag me snel buiten de dekens om hem omhoog te trekken, helemaal tot mijn kin en al gauw heb ik het lekker warm. Ik kijk door mijn wimpers omhoog naar het daklicht, het is nog schemerig en volgens mij is het bewolkt. Slaperig doe ik mijn ogen weer dicht en denk aan de droom die ik had.
Ik heb mijn armen vol met vijf kippen, en een mond vol wormen. Het hok is nog niet klaar, waar moet ik nu met ze naar toe? Er staan ook vier schapen te wachten in een kar, vlak naast het houten skelet, dat ons restaurantje moet worden. Het is een heerlijke bedoening en iedereen is druk bezig.

Maar waar ik nu ben is het stil, de schapen staan roerloos in de wei en alle dieren hebben zich teruggetrokken op deze koude ochtend. De vogels zitten met opgezette veren in de bosjes en geven geen kik.

Langzaam wordt het lichter. Ik moet er toch een keer uit. Als ik nou eerst een half uurtje mijn warmtepaneel aanzet? Dan is het niet helemaal koud meer, als ik de kachel aansteek. Ik heb nu extra stroom van het net. Het voelt als een luxe dat ik toch alles kan doen. Dat was vorig jaar wel anders, toen zat ik op een plek waar geen stroom was. Op bewolkte dagen als deze doen mijn zonnepanelen niks meer en ‘s avonds zat ik naar een kaarsje te staren. Het heeft wel wat, die sobere rust, je bouwt er energie mee op en het verdiept je gedachten. Maar deze winter ben ik verwend met een beetje luxe.
Gauw glijd ik uit bed en stop de magische stekker in het contact. Als ik mijn infrarood paneel een half uurtje aan heb, kost dat maar 2,5 cent.
Ik soes nog een poosje verder, net zolang tot het helemaal licht is en dan ben ik ineens klaar wakker. Wat zal ik doen vandaag, zal ik een uitstapje maken naar Schiermonnikoog en om daar een mooi verhaal over te schrijven? Of blijf ik thuis? Eerst maar eens opstaan. Ik spring uit bed en in gedachten steek ik de kachel aan. Al gauw brandt het. Ik vul de ijzeren kom met water en zet hem erop voor eikeltjeskoffie. De onderkant sist op de hete plaat. Al gauw wordt het lekker warm in mijn huisje.

Als ik naar Schiermonnikoog ga, dan moet ik nu wel kampeerboerderij de Branding bellen. Ga ik dat doen? Nog steeds in gedachten pak ik mijn sokken, die op de vensterbank naast de kachel liggen en prompt stoot ik met mijn elleboog de kom met water om, precies over mijn schoenen heen, die er lagen te drogen. Ik voel er aan, misschien valt het mee. Maar nee, ze zijn drijfnat, van buiten en van binnen. Ik keer mijn bijl om en zet de ene schoen op zijn kop op de steel. Straks doe ik de andere wel. Ik ga rechtopstaan en kijk peinzend door de raampjes van de deur naar buiten. Dat wordt dus niks met Schiermonnikoog. Ik heb geen eens iets om aan mijn voeten te doen.

Eigenlijk ook wel prettig dat alles zo duidelijk is en om niets persé iets te hoeven. En een verhaal, dat vind ik thuis ook. Het zit in de kleinste dingen. Alles is er vol van, zelfs in een natte schoen is een verhaal te vinden.

 

Dit is de aflevering van Dennis en de Vrije geesten. Het is mooi gebracht. Nog even deze toevoeging: Ik win mijn vrijheid door een combinatie van discipline en speelsheid en dit is een investering voor de toekomst. Mijn woonwagen is ook eerder een tiny house, dan een reiswagen. Ik hoop in de toekomst ergens neer te strijken om te blijven en er wat moois van te maken.

https://www.sbs6.nl/programmas/dennis-en-de-vrije-geesten/videos/NgMNI0Ejev4/video/

App om reclame er uit te halen: Raspberry pi met pihole

.