De dag dat je je bril kwijtraakt

.

.


Met een volle agenda keer je het cyclisch bestaan de rug toe. Gelukkig is mijn nieuwe boek geen bestseller. Want dan was de heilige traagheid ver te zoeken.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst. ( Duur 15 min.).

Het is vroeg in de ochtend, net niet schemerig meer. Gauw wip ik naar buiten om de luiken te openen, om dan terug te duiken in de hangmat. Ik koester de behaaglijke sluimer die me nog niet verlaten heeft. Buiten is het mistig en stil. Het mooiste moment van de dag. Mijn oog valt op een mantelmeeuw die overvliegt. Hoe lang duurt een moment van geluk en verstilling? Niets is eeuwig. Ik rek het moment zo lang mogelijk, tot het me begint te vervelen. Mijn lijf vraagt om actie. In mijn pyjama stap ik naar buiten, doe mijn klompen aan. Er is helemaal niemand en ook op de snelweg verderop is het stil. Ik loop een rondje over het Verhalenpad, langs de opgroeiende gemeenschap van bomen, langs de volle wadi’s. Het water steekt glinsterend af tegen de donkere aarde, de bomen eromheen zijn nog nauwelijks uit de knop. Maar de grauwe wilg bloeit al en de prunus cerasifera heeft vele honderden witte bloemen, die talloze insecten tevreden zouden kunnen stellen, als ze er waren. Gisteren, op dat warmste uur van de dag, 15 graden was het, zag ik een blinde bij, een kleine vos en twee aardhommels. Maar nu is de dag nog jong en koud. Zelfs de aardhommel met zijn dikke jas aan zie je pas over een paar uur. Hoewel het fris is houd ik van dit moment. Al wandelend begin ik te wieden, Het groeit onder mijn handen, langzaamaan wordt het echt een mooie wilde plek.

Maar nu mijn boek van de pers is, wordt het leven anders. Het stille werk in de ochtend verdwijnt en ik voel de band met mijn flora en fauna verslappen. In plaats daarvan komt de doelijst op de eerste plaats. “De heilige traagheid der dingen” loopt goed. Het zijn de eerste weken na publicatie. Met frisse moed begin ik de ochtend met het verwerken van bestellingen, het beantwoorden van mails. Dan inpakken. Er komen steeds meer dingen bij. Het leven dat al vijf jaar zijn vaste cyclus heeft, wordt ineens een leven met een agenda. Een stapel boeken ligt klaar op de tafel in de kas. Daar mogen ze maar kort liggen, het is daar vochtig. En terwijl er steeds meer dingen moeten, begin ik voor het eerst sinds jaren dingen te vergeten. Mijn tas met tekenspullen als ik naar Atelier Binnenstad ga. De fles om onderweg even melk te halen bij melktap Jellum. Ik ben druk! Maar de zuurbessen naast de sloot willen iets van me. Dat zag ik vanuit een ooghoek. Het gaat niet goed daar. Verdorie, ik heb geen tijd. Maar de buurman heeft toch in de gauwigheid grote stukken karton voor me gehaald van de fietsenmaker. Die vierkante meters kunnen er mooi onder. Want zuurbessen groeien niet in een jungle van andere planten, ze willen graag ruimte. Dus die plat gevouwen dozen liggen alweer twee dagen op een hoop, langs de kant van de weg. En ik wilde hem ook nog bedanken, die goeie buurman van me. Dat komt er dus ook niet van. Er is zoveel te doen! Veel meer dan ik op kan noemen. Behalve de boeken die roepen, heb ik veel werk verzet. Alles wat ik geplant en gebouwd hebt, doet nu een beroep op mijn gevoel van verantwoordelijkheid. Rondom mij begint alles opgetogen te fluiten, te fladderen en te woelen. Het is lente, de tijd van de voortplanting. Ook dat nog. Onder de kas is een rat aan de gang, hij heeft al twee pogingen gedaan om een hol te graven onder mijn vloer van grote zware tegels die ik zelf heb gelegd. Een rat in het riet of in de bosjes vind ik niet erg. Als ze maar van mijn kas afblijven. Ik maak mijn handen leeg en als een speer gooi ik het hol weer dicht en raak vervolgens mijn bril kwijt. Twee dagen later vind ik hem in het zand. Hij keert terug naar de vertrouwde plek in mijn borstzak en dan ga ik op de fiets naar Mantgum. Er moet een stapeltje boeken op de post. Als ik terug kom spreekt de buurvrouw me aan. Of ik nog even tegen haar man wil zeggen dat het karton zijn bestemming bereikt heeft. Hij hoort maar steeds niks van me. O ja. Dat was er niet van gekomen. Gauw naar de buurman.

Na elke dag wordt het avond. Ook na deze, vol chaos en drukte. En ik weet, binnenkort wordt het weer een stuk rustiger. Want mijn boek is goddank geen bestseller. En dan zit ik stil in mijn kleine huis en denk: Stel je voor dat mijn boek wèl een bestseller werd. Dat lijkt geweldig. Maar dan heb ik wel extra opslagruimte nodig. En dan moest ik toch echt personeel aan nemen en een degelijke werkruimte gaan zoeken, want in mijn tiny house past dat niet. En als ik denk dat ik daarmee mijn leven weer net zo cyclisch zou maken als daarvoor, kwam ik van de kouwe kermis thuis. Evengoed zou het leven steeds ingewikkelder worden en ik zou de hele dag mijn bril kwijt zijn. Ondertussen groeven de ratten een doolhof aan gangen onder de tegels van mijn kas. Tegelijkertijd zouden de zuurbessen overwoekerd raken en kon mijn buurman nog lang wachten op dat bedankje en het praatje aan de deur. “Men moat it seal net heger lûke as de mest” zeggen de Friezen. Je moet het zeil niet hoger hijsen dan de mast. Maar met allerlei kunstgrepen lukt het toch, almaar door te hijsen. Om te beginnen word je agenda je bijbel. Daarna heb je steeds meer personeel nodig. Het eenvoudige cyclische bestaan keer je de rug toe. Duurzaamheid wordt een theoretisch streven. Succes is leuk, maar niet teveel.
Veel mensen zitten vast in het web van verwachtingen dat we zelf met zijn allen hebben gemaakt. Het is normaal dat je dit allemaal wilt: een gezin, een goeie baan, kinderen, een auto, succes en vrijetijdsbestedingen. Wat dat alles van je vraagt weet je niet van tevoren. Deze tijd vraagt om oogkleppen en doorgaan als een trein. Als je van alle kanten verwikkeld bent geraakt in een overvol bestaan, dan kom je niet zomaar terug in het eenvoudige cyclische leven. Maar ja, het is zoals het is. Toch kan je iets doen. Stukje bij beetje.

Rust in de vroege ochtend. Langzaam wakker worden, kijken wat er is. Leven in het ritme van de seizoenen. Kijken naar de sterren en planeten, zie hoe ze hun baan volgen in de hemelkoepel. Kijken naar de eerste zwaluw en de akkerhommel in de wilgenbloesems. Alles wacht op je.

Ps: Ik heb nog honderd en tien boeken over en na de eerste golf ligt het nu helemaal stil. Ik vind het nog steeds hartstikke leuk als je er een bestelt.

Met je oor op de vochtige aarde

Van jonge spriet tot woudreus, elke houtige persoonlijkheid verlangt naar een levende veerkrachtige bodem. Leef je in in de dromen van de bomen.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Inlevingsvermogen doet groeien. Bomen zijn er langer dan wij en we zouden er goed aan doen ons vaker te proberen in te leven. Alleen al hoe ze samenleven. Met elkaar bouwen ze aan een netwerk waarin alles te vinden is wat ze nodig hebben. De bodem steeds veerkrachtiger, krioelt van leven en is doorweven met schimmeldraden die hen voeden. En omgekeerd, in de herfst voeden de bomen de schimmels met wat ze in de winter niet meer nodig hebben. Ze zijn wat ze zijn, houtige persoonlijkheden zonder stem. Zonder te worden opgemerkt doen ze veel, van zaad tot woudreus, altijd op dezelfde plek. Maar de meesten worden aangeplant. Ze zijn overgeleverd aan wat wij met ze doen. En wat doen we veel! Er wordt gezaagd en gehakt. Lekker stoer en machtig voel je je, wanneer de grote boom omvalt, precies op de plek die je hebt uitgerekend. Hoor het kraken, hoor de doffe dreun waarmee hij ter aarde stort. We hakken en zagen. Graven en planten ook dingen terug. Hopelijk doen we het goed.

Daar sta ik op de met gras begroeide weide. In mijn handen houd ik een pluizige, gerafelde stengel. Rondom het pluis ontkiemt zaad. Als ik de stengel optil blijven alle jonge kiemen eraan vastzitten, alsof het een reddingsboei is. Zaad houdt van rafels en losse en luchtige grond. Bomen ook. Vooral de jongsten. Iets wat hechting geeft en vochtig is, dat is fijn. Wat moet zaad in een verhard pad? Of in een speelveld in de hete zon, vertrapt door kindervoeten? Geef mij maar wat struikgewas, dan kan ik ongestoord mijn gang gaan, weet de boom. Bomen denken niet, denken we, maar ze weten wel dingen. Ze weten waar de ruimte is om naar toe te groeien. Ze weten welke buurman ze graag hebben en welke liever niet. En aan welke ze een grondige hekel hebben. Niet alle bomen werken met elkaar samen. Ook daar zijn buren onder elkaar.
Hier sta ik nu. De jonge boom die klaarligt om te planten ziet er goed uit. Maar waar hij moet staan, dat kan hij me niet vertellen. Sommige mensen zeggen dat ze het kunnen voelen. Anderen leren uit boeken hoe het moet. Hoe dan ook, dit jonkie is nu afhankelijk van mij. Hij heeft het maar te doen op deze plek, die de mensen hier bedachten en waar ik voor werk. Ik pak hem op. Heel fijn zijn die jonge haarwortels, zo fijn dat ze zomaar afbreken, als je niet uitkijkt. Respectvol laat ik de dikke wortelbaard door mijn handen gaan. Wat is hij mooi! Straks verdwijnt hij in de donkere aarde, de wereld die zo ver van ons afstaat. Het is een wereld die we nog maar net leren kennen. Hopelijk voelt hij zich thuis op de plek die ik hem geef. In feite is het een wees, net als de andere bomen die hier liggen. Niet alleen zijn ze losgerukt van de plek waar ze opgroeiden, waarschijnlijk hebben ze hun ouders nauwelijks meegemaakt. Op een kwekerij stonden ze als wezen in kostschoolbedjes. Een lange rij, allemaal naast elkaar. Toch was de kweker goed voor ze, dat kun je zien. Kan een boom van zijn kweker houden? Als dat zo is, afscheid is hun lot.

Elke zaailing treft andere handen. Sommigen zijn liefdevol, anderen haastig, willen vooral zoveel mogelijk in de grond krijgen. Sommige weten precies wat hij of zij nodig heeft, andere hebben geen idee, ze hebben zich nooit in houtige persoonlijkheden verdiept. Er zijn mensen die al heel veel bomen hebben geplant, maar die denken dat je het plantgat keihard moet aanstampen. Anders loopt het straks vol water zeggen ze en dan verdrinken de wortels. Ze stampen zo hard ze kunnen, bij elke schep grond die erin gaat. Hemeltjelief. En dat juist nu, vlak voor de droge periode! Steeds vaker regent het maar weinig in de lente. En die kwetsbare haarwortels zitten dan op een hoopje, samengetrapt in een droge stenen kluit. Want dat is wat klei doet, als het opdroogt wordt het zo hard als steen. Als jonge boom kun je dan alleen nog maar dromen van die pluizige vochtige schimmels, terwijl je langzaam wegkwijnt. De harde klei is meedogenloos, en zeker in een tijd van droogte, met een boom die ook nog eens nauwelijks een plantgat heeft. We moeten echt meer met de bomen meevoelen, willen we ze begrijpen en echt een mooi bos krijgen. Er zijn genoeg hoveniers en tuinmensen die hart hebben voor wat er leeft. Hoe boeiend is het om naar ze te luisteren! De bodem, de handen, de kennis en het hart. Met elkaar vormen we het netwerk dat de bomen en planten nodig hebben. Luister, met je oor op de vochtige aarde. Ruik het, voel het, help het groeien.

Geef de boom een verend bed, wees er lief voor , koester het.

.

Afkijken en fout doen, leren planten in de klei

Op bezoek bij drie locaties (of vier)

Op elke akker wei of helling,

je krijgt een bos niet op bestelling.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

“Van afkijken en fout doen leer je het meest. En dat is alles wat op school niet mocht.” Dat was een van de wijze uitspraken van mijn man Michiel, enkele decennia geleden toen hij nog leefde. Liever eerst afkijken dan steeds eerst weer fout doen, denk je dan. Maar wie neemt er tegenwoordig nog de tijd om van tevoren bij de buren langs te gaan? Je hebt grote plannen en weinig tijd. De boer heeft geen tijd, de ondernemer ook niet, net zo min als mensen met een drukke baan en kinderen. En toch moeten we werken aan landschaps- en biodiversiteitsherstel. De wil is er ook wel en het enthousiasme groeit. Hoe dan verder? Dat is een tweede ding.
Het is mooi lenteweer en in een paar dagen tijd kom ik bij drie buren. Allemaal planten ze bomen. Eerst ga ik naar de melktap in Jellum. De boerin werkt bij agro forestry Fryslân. “De bomen die we het eerste jaar hebben geplant staan er allemaal zielig bij”, zegt ze. Ze heeft het me al eens laten zien. Die eerste haag is plompverloren in de stijve klei gezet, in platgereden en betreden grond, midden in het gras. “Maar die van vorig jaar zien er zo goed uit!” gaat de boerin enthousiast verder. Ja, ze heeft ervan geleerd. Ook zij begon naïef als iedereen. Een boom planten? Dat is zo gedaan, gewoon in de grond zetten en de rest gaat vanzelf. Al snel ontdek je dat het zo niet werkt, zeker niet hier, in de klei. De tweede haag kreeg dus een mooie diepe geul, uitgegraven door een loonwerker, een dag van tevoren. De geul werd door de boer gevuld met zwarte grond. Nog beter was geweest om dat een half jaar eerder te doen, dan kan de grond rustig inzakken. Maar ja, daar komt het natuurlijk niet van. Het was al april toen we ze plantten, eigenlijk veel te laat maar in dit opzicht was dat ook wel goed. Regenen deed het maar weinig. De wortels konden niet verdrinken. Er hing een waterpomp in de sloot en het liep voorspoedig. Ik ben ook speciaal teruggekomen om nog wat stijve pollen gras te verwijderen uit de boomspiegels en heb de grond bedekt met een dikke laag zaadloos hooi en riet. Een mooi bedje was het. Ik ben blij dat de bomen groeien, groet de boerin en ga weer verder.

Als ik naar het volgende bomenlandje fiets, kom ik langs de Hegedyk. Langs de Hegedyk staan pas geplante bomen, in opdracht van de gemeente. Vorig jaar al maakten ze het gat en vulden dit met mooie zwarte grond. Er werden bloemen ingezaaid en er lag grove compost bovenop. Een gat met los zand is niet meteen geschikt voor een boom. Een paar flinke hoosbuien en je hebt een poel met drijfzand. Dan verzuipen de wortels. Logisch dat ze daar eerst een tijd overheen laten gaan. Al prakkizerend fiets ik verder langs de dijk en ben blij met de kennis die ik hier zomaar kan opdoen.
Links van me laat ik de oude Middelzee achter me, de polder met de eindeloze weiden, ik ga rechtsaf het oude land in. Dan kom ik aan in Jorwerd. Het is de kleine familieboerderij. Sjoerd en Pytsje van de Hem kregen toestemming van hun ouders om hier een permacultuurtuin te beginnen. “Tun fan de takomst” Inmiddels is de tuin zeven jaar oud. De bomen groeien al flink, bijgestaan door vitale wilgen. Toch is het riet nog steeds dominant, ze geven het de ruimte, want het hoort hier. Net als ik gebruikt de familie het maaisel voor van alles en nog wat. Ik ben benieuwd naar ze, ik heb ze al zo lang niet gezien!
Ik tref het. Als ik bij de boerderij kom, staan zoon en dochter net precies bij een volle aanhanger. Met bomen erin! Ze kijken me lachend aan terwijl ik afstap. “Moet je zien!”roept Sjoerd “Gratis afgehaald bij Boerennatuur.nl. Ze hadden over en moesten ze kwijt. Doe ons maar zei ik, daar hebben wij nog wel ruimte voor” praat de jongen vrolijk en hij legt uit waar dit vandaan komt. “Het zijn gratis bomen, die je zelf zonder vergunning mag planten. Erg fijn vinden we dat. De bomen zijn betaald door het rijk.” vertelt hij. “Er moeten veel bomen worden geplant van Europa om de norm te halen. Maar ik denk dat veel boeren te makkelijk denken over het aanplanten.” Hij weet er alles van. Zelf moeten ze morgen ook 115 stuks in de grond zetten. En zij weten het door ervaring: eigenlijk is dat veel te weinig tijd voor dat werk. Maar ja, het is niet anders. De agenda zit vol. Zo gaat het vaak en niet alleen bij hen. Bij die andere boeren gaan veel meer bomen in de aanhanger. Honderden bomen zijn het, en ze worden in een of twee dagen met een hele club mensen in de grond gezet. Ik heb er meer gezien, die koud in de stijve klei werden gedrukt, met nauwelijks een plantgat, zonder zwarte zandgrond, boomspiegel of organisch materiaal. Ik krijg altijd medelijden met die boompjes. Er is veel uitval en degenen die het wel redden hebben een paar jaar nodig voor ze echt gaan groeien. Dat is jammer, neem er rustig de tijd voor en je hebt veel meer resultaat. Alles wat aandacht krijgt groeit. Dat weten we toch? Eigenlijk wel ja. Maar zover zijn we kennelijk nog niet. Dat merk ik ook weer de volgende dag. Het derde bomenland.

Deze derde plek waar ik heenga is die van mijn directe buren, de nieuwe eigenaren van Weidumerhout, “Pean Buïten: In Akkrum hebben ze al een toko, een zeilschool en ook nog zomerhuisjes in een bos dat ze zelf hebben aangeplant. Het is erg populair. Dat willen ze hier dus ook doen. De huisjes staan er al, maar ze willen meer bomen erom heen. Daar hebben ze vandaag hulp bij. Ik ben een van de helpers. Het is vroeg in de ochtend en mistig als ik er heen fiets. Hoewel het hemelsbreed niet ver is, moet ik een enorm eind om fietsen vanwege de akkers en de brede sloot die tussen ons liggen. Het is een hotel-restaurant met veel grond en afzonderlijke appartementen midden in het land. Het was -en is- nog steeds weideland, met overal uitzicht. De hoge bomen die er staan zijn opgekroond, zodat je er onderdoor kan kijken. Zo is het hier al heel lang. Ruimte is hier de norm in dit open land. Maar deze mensen zijn nieuw en komen met frisse ideeën. Het is veel te kaal en er is te weinig beschutting vinden ze. Er moet drie hectare aan bomen bij komen en de gemeente Leeuwarden heeft geen bezwaar tegen bomen op die plek.
Vandaag help ik daar aan mee, samen met een groepje vrijwilligers van MeerBomenNu. Ik verwacht tijd om rustig te overleggen met de eigenaren over hoe we het gaan doen. Maar ik kom in een heksenketel, overal zijn mensen aan het werk, er spelen kinderen en er is een springkussen. Alles moet vandaag gebeuren. Er zijn diverse groepen planters, timmerlui en houthakkers opgetrommeld. Er volgt een snelle rondleiding over het terrein. Dan krijgen we een plek aangewezen en we nemen een kruiwagen vol bomen mee. Er wordt maar weinig besproken. Tijdens het planten voel ik mijn buik samenknijpen bij wat ik zie. Ondiepe gaten, keihard aangestampte grond rond het boompje, weinig compost, dikke kluiten gras die expres naast het boompje worden gelegd of zelfs tegen de wortels aan zijn getrapt. Goed bedoeld maar niet best. Toch kan ik er weinig over zeggen, er moet worden doorgewerkt en het is ieder voor zich. Er zijn er met ervaring, maar de meeste mensen weten van niks en doen maar wat. Een enkeling vraagt zich af hoe het moet en dan krijg ik de gelegenheid om iets te vertellen. Er loopt een tuinman rond, maar die zegt niet zoveel. “Ik laat het los” zegt hij tegen me. Dat snap ik wel, er is geen beginnen aan met zoveel mensen. Maar mij laat het niet koud.. Ten slotte ben ik hier niet voor niks, als buurvrouw, permaculturist en ervaren planter op deze moeilijke bodem. En bovendien, ik wil ook meer bomen op deze plek. Ik heb er al vaker over gefantaseerd. Ik wacht mijn moment af. Pas aan het einde van de dag, als bijna alles in de grond staat, is er ruimte om te praten. De mensen van MeeroBomenNu zijn weg. Ik heb me bij de andere groep planters gevoegd en wijs naar de streep in de verte. Daar woon ik. Je kunt mijn bosje goed zien, nu de mist is opgetrokken. “Kijk, daar heb ik mijn bomen geplant. Bijna alle achthonderd zijn aangeslagen.” De vrouw kijkt met grote ogen. Zij wil dat ook. Hun eigen eerste hectare met boompjes op de klei is niks geworden. Zo trots waren ze vorig jaar op de honderden houten sprieten, vlak na het planten. Op de zandgrond waar ze vandaan kwamen lukte alles. Maar ja, dit is de klei. Die kenden ze nog niet, maar daar kom je wel achter! De ontnuchtering moet langzaam bezinken.

De klei kan ons veel leren, We komen er allemaal achter. Een voor een doen we het allemaal fout. Laten we meer bij elkaar gaan afkijken.

.

.

Na het wortelen komt de bloei

Alles gaat door

.

Verbinden gaat het beste nadat je bent geworteld.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Alles groeit. Zeker wanneer het lente is en alles barst van levenslust, dan kan je gewoon niet geloven dat kwalijke invloeden de natuur ooit klein zullen krijgen. In het modderige pad breidt de klaver zich uit, kleine blaadjes vormen straks een veld vol witte bloemen en hommels. In de sloten spetteren straks de jonge watervogels en kleine visjes zullen weer zachtjes aan mijn benen knabbelen als ik in het water stap. De muizen zullen zich weer verder uitbreiden met talloze paadjes door het gras. En de torenvalken zullen met succes hun jongen grootbrengen met al die muizen. . Eten zat.
Alles gaat door. Ondanks de rottigheid die zich uitbreidt als een stinkzwam. Soorten die we van hot naar her sleepten veroorzaken ziektes en plagen, die zich vervolgens weer verspreiden. Ik las van de tropilaelapsmijt een heel klein beestje zo groot als een maanzaadje, uit Azië,. Ook zo’n vloek die we op onszelf af hebben geroepen en die nu de bijen bedreigt. En dat is nog maar een ding. Wat gebeurt er veel! Maar tegelijkertijd: overal zijn mensen aan de slag. Ze maken tuinen in de stad om de steeds extremere regenbuien op te vangen. Of leggen hagen aan om de bodem veerkrachtig te maken als een spons. Alle beestjes fleuren ervan op. Anderen richten zich meer op techniek. Ook interessant. Maar ik richt me het liefst op het organische, dat wat leeft.

Bomen laten groeien vraagt om toewijding. De laatste jaren hielp ik zulke nieuwe natuur op gang. Een eiland van leven tussen de kilometers grote vlakte van voornamelijk raaigras. Het gras dat ondanks zijn eentonigheid zo mooi glanst in de zon, met sloten die als rechte zilveren draden ertussendoor lopen. Hier en daar ligt een pad, veel te weinig eigenlijk. Het Swettepaad is zo’n zeldzaam pad, we boffen dat we er wonen. Aan het einde ervan is het kleine paradijs waaraan ik mee mocht helpen. Het planten. Het was eenzaam werk, maar toch ook niet, want de bomen en de dieren waren bij me. Wat een project heb ik achter de rug. November 2020 begon ik. In totaal zijn er bijna 800 houtige persoonlijkheden die door mij de bodem vonden.. Opgroeiend en omringd door wadi’s en organisch materiaal zijn ze sterk genoeg. Ik hoef er niet meer steeds bij te blijven. Maar het blijft mijn aandacht houden, het is veel te boeiend om te zien wat er zich ontwikkelt. Nieuwe planten die spontaan opkomen, salamanders en bijensoorten die terugkeren, vogels die broeden in de steeds dichter wordende hagen. De laatste vijf jaar is er een basis gelegd. Nomade Alowieke heeft haar wortels in de grond gezet. Nu is het tijd voor groei en bloei. Net als de bomen. Zij en ik, we gaan gelijk op. Het groeit en het bloeit en het groeit en het bloeit, van diep in de aarde tot hoog in de lucht. Alles werkt samen en wat niet samenwerkt leeft in feite niet. Is het niet?

Het blad zit in de knop, popelend om zich te ontvouwen.

.

De weigering om te groeien

Door de weigering om te groeien komt er ruimte voor een heel andere groei, een die niet uitput, maar die ons voedt.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Een zwerm spreeuwen vliegt op van het veld. Hazen rennen achter elkaar aan op een droge ochtend. De grond is nog hard van de nachtvorst en zo nu en dan zie je een muis wegschieten. Dieren zijn wat ze zijn. Een muis wordt nooit groter dan een muis en een spreeuw blijft een deel van een groter organisme, in een beweging gaat hij met de rest mee. Het vult het luchtruim met de meest indrukwekkende onverwachte vormen. Wat ons mensensoort anders maakt is dat we van alles naar ons toe kunnen trekken, tot groteske vormen. Meebewegen doen we steeds minder en het onverwachte wordt uitgesloten. In feite zijn we klein en kwetsbaar maar dat kunnen we met allerlei middelen verhelpen of verbloemen.

Ooit was ik schipper met een eigen bedrijf. Er was een kans om als een van de weinigen een vergunning te krijgen voor rondvaarten in Utrecht. Er was een uitbreiding mogelijk van vijf boten, die mij notabene vlak daarna aangeboden werden, allemaal tuindersvlets. Dat heb ik niet gedaan. Groot worden is niet mijn wens. Klein en jezelf blijven als een haas of een spreeuw, blijven kijken wat er is, zonder te worden opgeslokt door beslommeringen van volwassen mensen die het gemaakt hebben. Dat is mijn wens. Als je het gemaakt hebt valt de creativiteit langzaam weg en ook de vrijheid om te kiezen.
Op een dag vertrok ik uit Utrecht. In die dagen kwam er een man naar me toe, met wie ik vroeger samenwerkte. De dagen dat we elkaar vaak zagen waren allang voorbij. In de begintijd had iedereen die mensen meenam maar een enkele boot, en als er grotere groepen waren werkte je samen. Maar alle anderen hadden de kans gegrepen om te groeien, en hij ook. Het beleid van de Utrechtse havendienst gaf die ruimte. Steeds meer grote huurboten voeren door de Oudegracht en de singel. Elke dag voeren er feestende mensen tussen de hoge oude huizen door, al dan niet met barbecue. (Dat is nog steeds niet veranderd, trouwens.) Dus toen ik Utrecht verliet kwam die ene schipper schuchter naar me toe en zei: “Alowieke, iedereen verklaarde je voor gek dat je die vergunning niet met beide handen aangreep. Maar je had gelijk. Jij hebt nog steeds vrije keus in wat je doet en laat. Je hield het klein en eenvoudig. Ik ben door al mijn investeringen met handen en voeten gebonden.”
Ik was vrij en werkte een jaar lang aan het ontwerp van mijn huis. Het hele kleine huis is nu negen jaar oud en nog steeds is het heel fijn om in te wonen. Het staat alleen tussen de uitgestrekte weiden. Zware wolkenluchten trekken samen boven mijn dak en verdwijnen weer in de harde wind. Het geeft de indruk van kwetsbaarheid. Misschien is het daarom dat mensen denken dat ik het koud heb. Nee, ik heb het heerlijk warm hier en knus is het ook, maar wel klein. Klein en fijn. Door klein te blijven blijft de noodzaak om samen te werken. Mijn nieuwe boek is ook zoiets. De drukker heeft ze twee weken geleden gebracht. Over de opslag ervan moest ik goed nadenken. Die dozen kan ik niet allemaal op die paar vierkante meters bewaren en ze moeten ook goed droog blijven. Dus staan er nu twee dozen bij mijn vriend Dick en vier andere komen bij Yvon in het dorp. Er is altijd wel bereidwilligheid als het nodig is en zo kom je elkaar weer tegen. Je leert elkaar kennen en bouwt iets op. De ene hand wast de andere. Ik ben nog steeds blij met deze levensinstelling. De aarde is te klein voor de groei van al die mensen. Laten we delen en elkaar nodig blijven hebben. Alleen zo komt het tot stand, alles wat nodig is.

Door de weigering om te groeien komt er ruimte voor een heel andere groei, een die niet uitput, maar die ons juist voedt.

PS Wil GC van der Woude, die het nieuwe boek al wel betaald heeft nog even zijn/haar adres doorgeven? Mailadres: tt.alowieke@gmail.com

.

.

Uit handen geven wat van jou was

.

Het zijn heel wat kilometers fietsen en typen, voor de pakketten met zegels en al op de post zijn. Hier staan ze allemaal in mijn piepkleine huis, met Koentje bovenop.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

We zitten in het restaurant, een blogvolger van het eerste uur, haar vriend en ik. Precies de manier hoe ik mijn nieuwe boek wil vieren. Eenvoudig, met een klein groepje. Na twee uur op de markt te hebben gestaan merk ik nu pas goed dat de warmte mij heel welkom is. Ze hebben een kom soep voor me besteld en ik zie ernaar uit. Het was best koud op de markt, maar ik was goed voorzien met hete gemberthee en een houten plankje onder mijn voeten om ze warm te houden. Na anderhalf uur liep de laatste weg. Hij had het koud zei hij. De laatste die vandaag mijn boek wil kopen zit nu bij mij aan tafel. Ze zijn van ver gekomen. Ik kijk rond in de ruimte. Het is de restauratie van Slieker, de bioscoop, een lichte ruimte waar je aan alle kanten naar buiten kan kijken. Toevallig zit even verderop de boer te praten met een wederzijdse bekende. Hij is een belangrijk persoon in het boek, maar dat boeit hem op dit moment niet. Hij heeft wel wat anders aan zijn kop. Het is mij best. Als inheemse fries is hij een hele goeie geweest voor het boek. Hij weet dat hij er een rol in speelt, al heb ik nergens zijn naam genoemd. Prima zo.

Mijn soep wordt geserveerd. Ik roer even, hij is heet. Glimlachend bekijk ik het stel voor me. Ze zien er tevreden uit. Zij heeft staartjes in haar witte haar gemaakt en kijkt me met levendige ogen aan. In feite maakt dit deel uit van mijn boekpresentatie. Misschien hadden de anderen hier ook wel willen zitten, maar ik heb het nu zo gedaan. Het is fijn om gewoon met een paar mensen te spreken en niet voor een hele zaal. Spreken in openbaar gaat me goed af, maar ik wil weten hoe mijn woorden landen en dingen terug horen. Een gesprek met een paar mensen die helemaal hiernaartoe gekomen zijn om mij te zien en te spreken, dat vind ik veel leuker dan alleen op een podium. Je geeft iets uit handen en krijgt tegelijkertijd wat terug. Het is een bruisend gesprek over krioelend bodemleven, en over verschillen in manieren van kijken wanneer je samen een stuk grond onderhoudt. De een wil eerst helemaal niks doen en wachten tot de grond verzuurt, de ander wil iets anders. De een wil een theetuin, de ander wil het overlaten aan de dieren. Er zijn mensen die per se sla willen telen in een bostuin, terwijl anderen dat jaar na jaar deden en nog nooit een kropje hebben geoogst. Iedereen wil vaak wat anders.
Bovendien is die grond van iemand. Je kunt idealen hebben over gezamenlijk grondgebruik, daar iets voor regelen. Of je wilt het voor het eerst van je leven delen met een ander, zoals de man voor mij. We proberen te luisteren naar de bodem en elkaar. Dat gaat niet zomaar.

Ik laat me de pittige soep goed smaken, terwijl de twee tegenover me enthousiast doorpraten over muizen die het gras en over plantgoed dat eerst niet en dan wel aanslaat. Beiden kijken om zich heen en vinden al tastend een manier om samen te werken. Tussendoor kijk ik naar de rug van de boer verderop, een brede rug die mij zeer bekend is. De boer de mij een stuk grond in beheer gaf. Hij heeft zijn nette roomkleurige trui aan met ingebreide kabels. Op zijn land werk ik, nog steeds mag ik dat doen naar eigen inzicht. We gaan het zesde jaar in. Wortels hebben hun weg gevonden en het zaad is de wereld in. Nu mijn boek nog, dat vertelt over dit Verhalenpad. Ik geef het uit handen en dan is het aan de lezer. Hoe ben benieuwd hoe het zal landen.

.

PS. In mijn vorige blog: “Het nieuwe boek is uit” stond een fout in het IBAN nummer. Dit is het juiste: A.M. Van Mulligen van Beusekom NL06 TRIO 0338 4358 40.

De kosten van het boek inclusief verzenden: 27,50 Zonder verzendkosten 22,50.Verzenden naar België of Engeland kost 10,75 dus dan betaal je 33,25. Schrijf je adres naar tt.alowieke@gmail.com dan komt het naar je toe.

.

Het nieuwe boek is uit!

“De heilige traagheid der dingen”, met ondertitel “Aardewerk in Friesland.”

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Het is zover! Het boek “De heilige traagheid der dingen” ligt vers van de pers naast de paktafel. Niet geprint, maar met echte inkt. Het boek heeft een ondertitel gekregen: “Aardewerk in Friesland”. Het heeft lang geduurd, ik heb het diverse malen herschreven en het is steeds beter geworden. Het was soms een confronterend proces. Er zijn diverse blogs in verwerkt, die tezamen een groter verhaal behelzen. Maar als je alles achter elkaar zet zie je pas waar je in herhaling valt en soms in dezelfde woorden een moraal uitdraagt. Stomververlend dus. Hierin heb ik veel gehakt en geschaafd, tot het het sfeervolle boek was dat ik wilde, het leest makkelijk, heeft diepgang en roert maatschappelijke thema’s zonder het te dik erbovenop te leggen. Daarna ben ik bij vijf uitgevers langs geweest, klein en groot. Er was een idealistische vrouw in Heerenveen die het in haar fonds wilde opnemen, maar ik besloot toch om het uit te geven in eigen beheer. Er kwamen namelijk steeds meer inschrijvingen. En de vormgeving was ook erg belangrijk voor me. Een jaar heb ik gewerkt aan zeven bijbehorende schilderijen. Die hebben een plek gekregen op de boekomslag. Ook is het boek geïllustreerd met zwart–wit tekeningen die nog niet eerder de drukpers hebben gezien. Verder is het boek nu verrijkt met een prachtig voorwoord, geschreven door Fransjan de Waard, groene schrijver, duurzaam ondernemer in de Duurzame top 100 en klimaatburgemeester van Olst-Wijhe.

Elke inschrijving die ik binnenkreeg, iedereen die interesse toonde in het boek, heeft me veel geholpen om door te zetten. Dank jullie wel!

Ik zit er helemaal klaar voor. Als de post de verzendstickers eindelijk komt brengen kunnen de boeken worden verstuurd. In elk geval De pen ligt klaar om handtekeningen te zetten!

Wat te doen?

1 Stuur me je adres naar tt.alowieke@gmail.com, het liefst nadat je betaald hebt.

2 Betalen kan op rekening van A.M. Van Mulligen van Beusekom NL06 TRIO 0338 4358 40

De kosten van het boek inclusief verzenden: 27,50 Zonder verzendkosten 22,50

Verzenden naar België of Engeland kost 10,75 dus dan betaal je 33,25

Inkoopprijs voor boekhandels en biologische winkels: 15,75 Wie weet, tot ziens, of tot horens!

.

Een ondeugende knipoog uit Utrecht

Verbondenheid kent geen grenzen. Nog steeds voel ik me verbonden met de Domstad, waar ik allang niet meer woon, maar vanwaar een gek verhaal naar me toe kwam. Onenigheid over een vies beeldje. Daar gaat het over. Ik herken de plek maar wat goed.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Je kan verbonden blijven met een plek, al ben je er niet meer. Iets dat je ooit geraakt heeft maakt een lijntje naar alles wie en wat je bent en ook nog daaromheen. Je hoeft het maar even te noemen, even te beroeren of het komt vanzelf naar je toe, op een of andere wijze. Misschien sta je er niet eens bij stil, gaat het ongemerkt aan je voorbij. Maar als je erop bedacht bent is het net een cadeautje.

Het is vooral de laatste tijd dat ik voel hoe ik verbonden ben met de levende geschiedenis van de oude stad Utrecht. Het zijn de grachten, de singels waar ik jarenlang rondvoer en verhalen vertelde over de stad. Ik herinner me welke nesten er waren van futen en meerkoeten. Waar welke stenen uit de kade waren weggevallen en dat daar altijd kleine eendjes op de kant klommen om zich een voor een bij moedereend te scharen. Ik herinner me het donker onder de bruggen, de duiven die daar waren en die ene werfkelder die altijd openstond en waar een enorme hoop duivenpoep in lag. Maar de mooiste herinneringen zijn de stiekumme tochtjes door de Kromme Nieuwgracht en langs Pausdam en de Drift. Dat mocht eigenlijk niet, het is al decennialang verboden om daar op de motor te varen. Maar iemand die altijd braaf is, daar zit geen pit in. Dus soms deden we het toch. We voeren de smalle gracht in, met de oude muren die vlak langs onze tuindersvlet voorbij gingen. Majestueuze platanen op piepkleine werfjes, zo klein, dat er niet eens een trap naartoe leidt. Bestrating die steeds verder uit elkaar wordt gedrukt door dikke wortels die almaar doorgroeien. En dan kwamen we bij de bocht. Daar is het zo smal dat er ook geen werven meer zijn. De huizen grenzen direct aan het water en ook de straat boven ons. Daar was het. Het meest ondeugende van dit kleine avontuur en de kers op de taart. Onder de lantaarns zijn namelijk kleine beeldhouwwerkjes te zien, lantaarnconsoles genoemd. Er zijn er heel veel, door de hele stad zijn ze te vinden. Ook hier in dit smalle grachtje. Hoewel niemand ze kan zien vanaf de straat, en er eigenlijk alleen maar kano’s komen, zijn hier de zeven deugden en de zeven ondeugden te zien, op geheel eigen wijze geïnterpreteerd door de kunstenaar. Het mooiste zijn de zeven zonden: Hebzucht, hoogmoed, afgunst, gierigheid, woede en traagheid. Maar vooral keken wij uit naar die ene: De wellust. “Alles is te zien!” riep mijn lief dan triomfantelijk terwijl hij met een krachtige beweging de scheepsschroef in zijn achteruit zette. Twee welgevormde borsten staken vanaf de oude muur naar voren met daar tussen in een vulva waarin zelfs de clitoris heel precies was uitgehakt. En wat eerst een hoofd lijkt te zijn, blijkt toch iets anders als je beter kijkt. Met grote ogen keken onze gasten naar dit beeld, waar de beeldhouwer vast veel plezier aan heeft beleefd. Het is een glasheldere herinnering.

Nu woon ik in Bears, in Friesland, bij Leeuwarden. Er is een koude oostenwind. Iedereen zit binnen, af en toe komt er iemand langs met een dikke muts op. De vogels schuilen in mijn pas aangelegde houtwal en de velden zijn bevroren. Terwijl ik in gedachten door Utrecht dwaal bij de warme kachel, komen de twee nieuwe bewoners terug, Han en Cora. We ontmoeten elkaar die middag bij de maandelijkse vergadering. Ze zijn naar Utrecht geweest, zo blijkt. Zij hebben daar ook gewoond en keren nog regelmatig terug. “Moet je horen,” zegt Han. “Ze hebben die beeldjes weggehaald bij Pausdam, die onder de lantaarns zijn gemetseld.” Ik begrijp meteen wat hij bedoelt. “Je bedoelt toch niet de zeven deugden en ondeugden? De wellust! Alles staat erop!” Ja het gaat inderdaad vooral om dat beeldje met die borsten. Nieuwe, jonge en rijke bewoners vonden het ongepast. De gemeenteraad heeft erover vergaderd en kozen ervoor alle veertien lantaarnconsoles weg te halen. Maar daarmee hadden ze geen rekening gehouden met de oude bewoners, die erg gehecht bleken te zijn aan de rijke historische kunst in hun buurt. Ze zijn naar de rechter gestapt en nou moet de gemeente ze weer terugzetten. We luisteren geboeid. Er is verbazing, verontwaardiging en er wordt gelachen. Het is een mooi verhaal. Verwonderd ben ik, dat het zomaar naar me toe komt, nota bene hier in Friesland, ver weg van de Domstad. Het is een knipoog van de stad waar ik nog steeds van houd. En velen met mij. Zo blijkt maar weer. Gelukkig maar. Geschiedenis mag je niet verstoppen. Ook niet de ondeugende.

Nu vraag ik me alleen af: Is hier ook een krantenartikel of een blog over geschreven? Graag hoor ik daar meer van.

.

Bij de Weerdsluis met uitzicht op de Dom

Afkicken van de smartphone, de bank

De duurzame Triodosbank lift mee op een niet duurzame trend. (Maar verder is het een goeie bank.)

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Als je terug wilt naar de eenvoud, zwem je dikwijls tegen de stroom in. Niet alleen door een klein maar goed overdacht huisje te bewonen of geen auto te hebben of nooit verre reizen te maken. Het zit hem niet alleen in het kopen van zo min mogelijk spullen en nieuwe kleding. Al die dingen horen vanzelfsprekend bij mijn leven en daar schrijf ik over. Maar het blijft ook een onderzoek naar wat wel en niet van belang is, want ik leef ten slotte in een wereld die er anders mee omgaat dan ik. Er zijn mensen die zeggen duurzaam bezig te zijn, maar daar een andere visie op hebben. Het gaat dit keer om de smartphone en de bank.
Nu heb ik op dit moment een telefoon die tien jaar oud is, hij heeft een kleine batterij die snel vol is. De vorige telefoon is op raadselachtige wijze verdwenen, en ligt waarschijnlijk ergens in een sloot of kapotgereden in een berm. Het moderne leven vraagt steeds meer om het constante gebruik van een smartphone, waardoor de kans op dit soort ongelukken ook steeds groter wordt. Het ding trekt aan je, vraagt constant aandacht, en blijft als een magneet naar je hand toetrekken. Op de raarste momenten neem je hem mee, terwijl je dat eigenlijk helemaal niet wil of hoeft. Toch kan je niet zonder smartphone in deze maatschappij. Mijn vorige is dus op de motorkap van een auto terechtgekomen en spoorloos verdwenen. Toen zat ik weer zonder en ik wilde mijn gebruik drastisch verminderen en het ding ook niet meer meenemen bij alles wat ik doe. Dus nam ik de gift van mijn buurvrouw aan, een oude smartphone van 2016, die al een jaar in de la lag. Het mankement was voor haar het kleine geheugen. Geen probleem voor mij, eigenlijk juist handig, die verplichting om te kiezen. Ik zette een heleboel apps uit, wiste de geschiedenis van chats, gooide er een hoop foto’s af en toen was het goed te doen. Ik heb geen Facebook of Instagram meer. En ook geen app van de bank, want dat is net precies teveel. Dus nu gebruik ik de identifiër voor betalingen.
Online bankieren met een identifiër is meer gedoe dan overmaken met de app. Er komen heel wat wachtwoorden aan te pas, en soms heb je zelfs nog een extra code nodig om de rekening te kunnen bekijken die je als bijlage in je mailbox krijgt. Alles is erop gericht om gelijk op die ene knop te drukken: Betalen. Dan gaat alles vanzelf. Althans, dat lijkt zo, want wat er precies gebeurt, daar heb ik geen inzicht in. Hoe minder je nadenkt, hoe makkelijker het gaat.
Maar terwijl alles vanzelf gaat, worden we steeds afhankelijker van de smartphone. Juist! Alles gaat zo vanzelf dat we steeds meer naar ons toe laten komen, zonder te hoeven kiezen. Ook staan we er niet meer bij stil hoe ontzettend kostbaar het apparaat eigenlijk is, en wat er aan grondstoffen aan te pas komt. Niet alleen kost het veel energie om elke keer weer grotere smartphones te maken. Ook zijn het kobalt lithium batterijen die erin zitten. Lithiumwinning waardoor grote gebieden verzilten en uitdrogen. Kobalt waarvoor kinderen de mijnen in gaan. Ook goud zit er in de telefoon, wat hele gebieden vergiftigt met chemicaliën, terwijl de winning gepaard gaat met illegaliteit en inheemse mensen worden lastig gevallen door gewelddadigheden en verkrachting. Daar sta je niet bij stil als je je telefoon afdankt en hij in de la komt te liggen. Alleen al in Nederland ligt voor 35 miljoen aan goud in de lades. En elke keer komt er weer een nieuwe telefoon. Er wordt nu onderzoek gedaan naar siliciumkoolstof om de batterijen extra lang mee te laten gaan. Maar dat is slecht afbreekbaar.
Hoe je het wendt of keert, het blijft een belasting voor de aarde, al die telefoons. Ik wil dus niet weer een nieuwe en doe het met dit oude ding van mijn buurvrouw. Nu neem ik een keer per week rustig de tijd om de nodige betalingen te doen op ouderwetse manier, op de laptop en met een identifiër. Dat heeft voordelen. Je bent geconcentreerder. Het zorgt er ook voor dat je minder geld uitgeeft, omdat je er meer voor moet doen. Je kijkt vaker naar de stand van zaken, op je bankrekening.
Maar de Triodosbank is het er niet mee eens. Elke keer krijg ik medewerkers die mij fanatiek van de identifiër af willen helpen. Maar die doet het nog prima. Toch heb ik op een dag even hulp nodig, omdat er iets vast loopt. “Ik zal hem even verversen” zegt de jongen, en dan: “O, ik zie dat uw identifiër al tien jaar oud is! Dat valt me mee.” Toch probeert hij me over te halen om de app te downloaden. Hij zegt dat dat minder energie kost, want al die identifiërs zijn kastjes met elektronica die worden weggegoooid.
Okee, dat is zo. Maar als je ze donker en koel bewaard gaan ze lang mee. Langer dan de gemiddelde smartphone, die overal mee naartoe wordt gesleept, en waar nog veel meer electronica en zeldzame metalen in zitten. Moet ik nu een nieuwe telefoon kopen met grotere geheugencapaciteit om de bank te behagen? Hoe berekenen zij eigenlijk of iets goed is voor het milieu en een kleiner energiegebruik heeft? Kennelijk rekenen zij alleen hun deel. Maar er blijft een megagrote blinde vlek, en dat is het consumentengebruik, de talloze telefoons die verdwijnen, in lades blijven liggen, het steeds makkelijker aankopen van een nieuwe. “Tegenwoordig heeft toch iedereen een smartphone”, is de aanname. Daarmee lift de duurzame bank mee op een niet duurzame trend. En dan heb ik nog niet eens het mentale deel meegerekend, de verslaving, de onrust, het slechter kunnen slapen.

Zolang als mijn identifiër het doet gebruik ik hem. En hoe het daarna moet weet ik niet. Ik denk dat ik dan maar eens uitgebreid ga corresponderen met de Triodosbank. Het leven is een stuk makkelijker als je niet hoeft na te denken. Maar de rekening komt later. Ik wil geen onheilsprofeet zijn, maar eerlijk is eerlijk.

.

.

Behoud het stille eiland

Terug op Schiermonnikoog wandel ik door het landschap en voel hoe bijzonder het is. Dit zou de minister eens moeten ervaren.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Terug op het eiland. Het is me vertrouwd, de veerboot, de pier, de weg naar de kampeerboerderij en het dorp. Ik ben niet de enige die van het waddeneiland houdt. Schiermonnikoog wordt zelfs in januari goed bezocht door zijn trouwste gasten. Al is het maar een dag of een weekend, de noorderlingen weten de weg te vinden. Het is een dag uit duizenden. Vanaf vanmorgen schijnt de zon in een uitgestrekte blauwe hemel. De laatste sluierwolken zijn verdwenen. Vanochtend bezocht ik het uitgestrekte strand, het geluid van de kleine golven hoorde ik pas na een kilometer lopen, zo ver was de zee. Over het zand lag een klein laagje water, dat glinsterde in de zon. Het maakte mijn voetstappen licht. Met schoenen aan kon ik er doorheen lopen zonder dat mijn sokken nat werden. Na honderden meters lag het zand weer hoger, en vormden zich kleine duinen, als een lang schiereiland, dat evenwijdig aan het eiland ligt. Er was geen mens te zien, het was nog vroeg. Daarna heb ik een middagdutje gedaan en nu bezoek ik de Kobbeduinen. De zon staat al laag aan de hemel, maar het is nog steeds niet koud. Er is geen zuchtje wind en als ik mijn ogen dicht doe om te luisteren, hoor ik geen enkele auto, geen vliegtuig, niets van menselijke oorsprong. Wel hoor ik wulpen, scholeksters en ganzen. Er is een houtduif die roept in de bosjes. Alsof het lente is. Het gras onder mijn voeten is gemilimeterd. Het is niet alleen maar gras, het is ook fluitekruid dat zo kort is begraasd, dat het een onherkenbaar tapijt is geworden van allemaal miniscule blaadjes. Hier lopen de koeien in de zomer en nu zijn het de duizenden ganzen die hier het gras kort houden. In de verte zie ik ook een fazant pikken. Hij verdwijnt tussen de lange halmen als ik dichterbij kom. Ik passeer een man en een vrouw die minutenlang doodstil naar de zonsondergang staan te kijken. Ze groeten met een knikje. Een wandelaarster in de verte loopt stevig op. Ze is in het groen gekleed als een boswachter. Net als ik. Dan ben ik weer alleen. De zon zakt lager en lager. De dieren zoeken hun slaapplaatsen op en ik loop terug. Zie hoe de ganzen gewoon gras eten op deze plek, zonder te worden verdreven. Slapen op de plek waar ze zijn zonder bed of slaapkamer. Geen douche, haardroger, deospray of Kellochs cornflakes of roze leggings die nooit gaan lubberen. Geen waterbestendige Pfas-jas, geen havermout of brood van Bakker Bolhuis. Gewoon gras eten ze en hun veren houden hen warm. Hier worden ze met rust gelaten. Hier kunnen de vogels zichzelf zijn zonder al te veel stress. Voor me ligt een uitgestrekte vlakte, kilometers lang waar op dit moment niemand is. In het broedseizoen broeden er talloze vogels, er zit zelfs een lepelaarkolonie. Hoe lang nog? Minister Sophie Hermans heeft vorig jaar gezegd, toen ze demissionair was, dat er stroomkabels worden gelegd om het windmolenpark op de Noordzee te verbinden met de Eemshaven.  Dwars door het eiland, omdat dat de kortste weg is en het snelste. Een andere optie is een tunnel naast het eiland, die dan ook voor andere kabels kan worden gebruikt in de toekomst. Maar zoals gewoonlijk wordt zo’n verstandige duurzame oplossing nauwelijks bekeken en de minister zegt dat het haar spijt, maar dat ze voet bij stuk houdt. Ik krijg subiet een hekel aan haar. Lekker makkelijk, zeggen dat het je spijt maar het toch gewoon doen. Ook de LTO heeft bezwaar aangetekend. De route loopt dwars door gevoelige landbouwgronden, het er is gevaar voor verzilting en verspreiding van plantenziektes. Het drainagesysteem kan beschadigd raken.Toch moet het, zeggen ze. De windmolens moeten er sowieso komen. Dat vindt iedereen. Linksom of rechtsom. Het windmolenpark is hard nodig. Waarom hebben we steeds meer en meer energie nodig, en lijkt er geen einde te zijn aan de menselijke behoefte? En waarom heeft het eiland geen eigen stem, die het opneemt voor de lepelaars en de zeewolfsmelk? De stilte wordt straks verstoord door drones die onderzoek moeten doen. Is er dan niets heilig meer? Het hele noorden is tegen. We willen dit niet, niet zó. Er is een route die veel beter is, en de aanleg duurt maar drie jaar langer. Ik hoop dat de regering tot bezinning komt, voordat de eerste drone in de lucht in gaat. Het is Unesco natuurgebied en als dit kortzichtige plan wordt doorgezet stappen de noordelijke overheden waarschijnlijk naar de rechter. Het laatste woord is nog niet gesproken.

Dat denk ik als ik allang weer thuis ben. Maar nu loop ik nog hier, in de stilte die er nu is en die we willen behouden en heb maar een enkele gedachte: Kon ik maar een wolk zijn, een gouden wolk in het licht van de ondergaande zon. In een stilte die heilig was.

.