Wie ik ben en wat ik doe

Regenboog boven de Swetteblom, waar ik woon en werk.
Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.
Mijn missie is blijven waar ik ben, en daar wat moois van maken. Alles wat ik kan en ben past daarin. Als je het precies wilt weten wat dat is, dan zul je daar nooit een compleet antwoord op krijgen. Het is niet in een vakje te passen. Het is een verhaal dat zich ontvouwt. Een Verhalenpad in een Verhalenland.
Ik houd van ruig en van bouwen. Maar zorg ook voor het kleine en luister met belangstelling naar mensen en dieren. Alles maakt deel uit van een verhaal en hoe diverser het is, hoe liever. Elk moment is anders, ik laat het gaan en kijk wat ik kan toevoegen of versterken. Aanpassen, dat is de ene kant van het verhaal. Maar tegelijkertijd is een werkplan mogelijk, een constructie bouwen, wanneer dat nodig is. Zo kwam er een klein en fijn huis tot stand, helemaal van mezelf. Het is klein omdat ik dan minder onderhoud heb en dus veel aandacht aan mijn omgeving kan besteden. Ik woon er nu negen jaar in, met veel plezier. Het is niet bedoeld om te reizen, al leek dat in het begin wel zo. Daar kwam ik al snel van terug. Want wortels maken is mijn bestemming. Toch woon ik nu op een tijdelijke plek, want deze hoek van het land heeft geen woonbestemming. Ik zou best ergens anders kunnen staan maar ik wil hier zijn. Dichtbij het land, dichtbij de vogels en insecten waar ik voor zorg. Daarom hoop ik dat dit tijdelijk bestaan nog lang mag duren.
Omdat ik heel klein woon en mijn huis heb aangepast aan de omgeving, valt het niet op. Maar er kan nooit iemand bij komen wonen. Zo’n band als ik heb met dit stuk land heeft dus ook niemand anders. De anderen wonen een stukje verderop tussen de wilgen en esdoorns. Ze zitten daar met zijn allen op een kluitje, het ene erf grenzend aan het ander. Vaak is iedereen druk met eigen dingen. Maar altijd opent zich weer nieuwe ruimte voor een gezamenlijk moment of actie. Eens per week gaat mijn blik naar buiten, ga ik ergens heen waar geestverwanten zijn of een plek waar ik iets mee heb of die ik wil onderzoeken.
Ik zet me in voor de vruchtbaarheid en de toekomst van het geheel, en niet voor mijn eigen eer en glorie. Ik had architect, regisseur of een bekende tekenaar kunnen worden. Een restaurateur of bouwer van unieke tiny houses of natuurspeelplaatsen. Ik kan op het podium staan en verhalen vertellen en liedjes zingen of naam maken als kunstenaar en activist. Maar het gaat niet om mij en niet om grootse of dappere prestaties. Uiteindelijk ben ik niet meer dan een tak in de wind. De tak zit aan de boom samen met andere takken. Met elkaar bewegen we, en maken we de boom tot wat hij is. De levensboom weer gezond te maken. Dat wil ik. Samen met anderen. Ieder zijn deel.
Het belangrijkste zijn de wortels, de gronding. Als je die niet hebt, dan weet je niet wat belangrijk is. Dan doe je maar wat. Door te zijn waar ik ben train ik mijn vermogen om dat te zien en te weten. Daarin heb ik een hele weg afgelegd, want als twintiger doolde ik eenzaam rond. Het laten groeien van wortels maakt dat je je steeds minder eenzaam voelt. De groene wereld leeft met je mee en blijft verrassen. Gaandeweg zie je de verhalen groeien en geef je licht aan het kleine en kwetsbare begin. Tegelijkertijd leeft de bewondering voor wat oud en kronkelig is. Helaas is dat hier maar weinig. Als ik zulke oude dingen tegenkom ben ik dan ook diep onder de indruk. Ik hoop dat de plek waar ik aan werk ook oud en kronkelig wordt.
Hier op klei van de Swetteblom in Bears in Friesland groeit iets wat duurzaam is voor mij. Ik heb het ook meer op de klei dan in de zandgrond van Brabant. Waarom dat is kan ik niet uitleggen. Ik denk dat het bij me hoort. Het was 2019 toen de eerste bomen hier een plek vonden. Mijn spade, mijn voet, deze bomen, ze horen bij elkaar. Je raakt steeds meer verbonden met zo’n plek, hoe langer je in gesprek bent. De verhalen komen naar je toe en je deelt erin door je bestaan. Het groeit. De plek waar je bent is als de stam van een boom. Je kiest voor zo’n plek. Het kernhout zorgt voor stevigheid, dat staat als een huis. Tegelijkertijd maakt de levende huid contact met de omgeving, gaat via de wortels zoekend de bodem af en voedt de kruin. De kruin maakt voedsel uit licht en brengt dat naar de bodem in de herfst. In het gebladerte wemelt het van leven. Ik kijk ernaar en kan er geen genoeg van krijgen. Alles voedt elkaar, houdt elkaar op gang.
Welke talenten ik ook heb, het belangrijkste is de aarde waar ik te gast ben. Daarvoor zet ik me in. Hoe ouder ik word, hoe duidelijker de keuzes waar ik me sterk voor maak. Wat ooit vaag en zweverig was, krijgt nu voeten in aarde. Goddank. Laat het groeien.
.
Wat ik doe daar is tegenwoordig ook een opleiding voor in Wageningen. Beluister het item van Vroege Vogels.











