Handen die helpen stapelen. Handen in de aarde. Handen van hier.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.
Vijf jaar geleden streek ik neer, op de Swetteblom in Friesland. Ik heb hard gewerkt en er is veel gegroeid. Mijn dagelijkse gang om water te halen verbindt me met mijn buurtje. Belangstellend vraag ik hoe het is en als buren druk of moe zijn zie ik ze wel maar zeg ik niks. Eenmaal per maand roep ik iedereen bij elkaar voor een theemiddag. Verder gaat iedereen zijn gang en ik woon erbuiten, met als enige zicht op de velden en het werk wat ik daar doe. Het geeft mij een betrokkenheid die verder niemand heeft. Bewoners niet, passanten niet, vaste kampeerders en korte kampeerders ook niet. Velen rijden met fiets of auto over het grindpad, alle aandacht is bij de onoverzichtelijke bocht en het vermijden van dikke stenen en kuilen. Eenmaal ter plekke, bij de boerderij en het kampeerveld, zijn de kinderen druk met vissen, zwemmen en trampolinespringen. De ouders lezen een boekje, en een heel enkele keer helpt er iemand met hooien. En ik ben hier, op dit ene plekje erbuiten en werk en kijk. Sommige auto’s parkeren even in de berm met bloemen. Daarom maakte ik een kunstige stapel stenen, langs de weg, zo kunnen ze er niet op. Soms leg ik een heel bijzonder mooie bovenop. Die verdwijnt. Hoe mooier hij is, hoe eerder hij weg is. Nu heb ik er een saai onaanzienlijk steentje neergelegd, dat bovendien plat en vierkant is. Die blijft wel liggen. Soms denk ik dat het daar begint, bij dat stapeltje stenen. Het groeien van de verbinding tussen daar en hier. Tussen mij en hen. Dat het niet minder wordt maar meer. Iets dat groeit omdat het daar is en omdat wij bestaan. Hardop heb ik het gewenst: laat dit stapeltje stenen groeien.
En nu ben ik aan het werk in de kleine moestuin. Het is baggergrond uit de sloot. De allerbeste grond die er is, de stengel van de zonnebloem is vuistdik geworden en de dikke rij snijbiet staat met grote glanzende bladeren te roepen om gegeten te worden. Ze hebben bijna geen water nodig, zelfs na zoveel weken droogte is de grond hier nog vochtig, op 10 cm diepte. De rode nerven lichten op in de ochtendzon en ik steek kleine rietstengels uit. De pompoenen zijn deels geoogst, bijna dertig stuks worden het in totaal, de eerste grote oogst in mijn leven. Maar op het grootste stuk van het akkertje groeit nog niks. Ik wied om het leeg te houden. Voor wie? Stevig duw ik mijn onkruidsteker de grond in. Ondanks mijn eelt ontstaat in de palm van mijn hand een oppervlakkige blaar. Geeft niet. Nog even doorwerken, voor het warm wordt.
Dan opeens wordt de stilte doorbroken door een luid gehijg en gepuf. Op een klein fietsje komt mijn buurvrouw Gonda zwabberend aangefietst. Gonda is lang ziek geweest en nog niet beter. Bij de wilg aangekomen dondert ze met fiets en al in de berm en blijft daar liggen om bij te komen. Als ik groet komt ze overeind. “Ik ben aan het oefenen” zegt ze “Ik moet weer sterk worden. Dat lukt wel met dit ding. Volgend mij is de band lek. Jerry vond hem aan de kant van de weg.” Ik zeg dat ik vorige maand net zo’n fietsje eindelijk aan de fietsenmaker heb gedoneerd. Kon hij er nog wat onderdelen afhalen. Het stond al een paar jaar te staan. En nu hebben we weer zo’n ding. Ze lacht: “Zo gaat dat. En ach, juist goed voor mij, extra weerstand om sterk te worden”. Stil zit ze bij te komen en kijkt in de verte. Daar is het, het Verhalenpad. Haar ogen glanzen. “Als ik weer lang genoeg kan lopen wil ik daarheen” wijst ze “deze week kom ik tot dat stapeltje stenen. Elke keer als ik daar ben, leg ik er een steen bij. Twee zijn het er nu. En wat heb je daar een prachtige moestuin. Dat zou ik ook zo graag willen! Is dat niet léven, met je handen in de grond?” Genietend zit ze in de berm. Sprakeloos kijk ik haar aan en omhels haar. Dat heb ik gewenst, zeg ik. “Handen die stenen stapelen en bezig zijn met aarde. Iemand van hier.” De zon komt achter een wolk vandaan.
.
PS: Niet iedereen is blij met stenenstapelaars. Dit staat op Wikipedia:
Onder invloed van sociale media en toenemende toerisme worden er op sommige plaatsen massaal steenmannetjes gebouwd. Natuurverenigingen en managers van nationale parken roepen op om te stoppen met het bouwen van steenmannetjes. Waar de steenmannetjes ter oriëntatie dienen kunnen nieuwe steenmannetjes desoriënteren. Daarenboven leven er dieren onder de stenen en beschermen de stenen de bodem tegen erosie.











