Zing een lied en kom weer thuis ( Sing a song and come home again)

.

.

Met het lied in de herinnering, wordt het thuisland nog dierbaarder.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

Ik kijk naar de geveerde cirruswolken in de hoge lucht. Ze zijn zo hoog, dat het ijskristallen zijn. Ik word er altijd gelukkig van, als ik ernaar kijk. Net als de zon, die schijnt op de rimpelingen in het water. Het water, de Swette. Op het pad naast de Swette komen mensen voorbij. Bekende gezichten, of onbekende, dorpelingen of zomergasten. Soms blijven ze kort, soms langer. Ze zijn allemaal even vriendelijk en hebben de tijd.

Ik voel me prettig en ontspannen. Het leven is goed. Dat sterkt de veerkracht. Voor het eerst sinds jaren ben ik zó uitgerust, dat ik elke morgen om halfzeven wakker ben. Dan open ik de deuren en kijk uit op de ochtendzon, die tussen de bomen door schijnt. Ik luister naar de vogels, ik kijk naar de hazen. Ze gaan rechtop staan zodra ze me in de gaten krijgen. Grote oren hebben ze, met zwarte puntjes aan het einde. Lieve zwarte puntjes, die steeds bewegen, bij elk geluid dat nadert. Vóór er mensen wakker zijn loop ik al naar de lange bult, waar ik 300 bomen en struiken heb geplant. Ik hak het riet weg met de sikkel, ik zie hoe het groeit. Ik hoef niet na te denken over de toekomst. De toekomst is hier. Het is wat voor mijn voeten de bodem uit komt. De planten! Ik zorg voor ze en zij zorgen voor mij. Het omringende leven vormt een wonderlijk ritme waarin ik verweven raak.

Het riet groeit hard, in de droge klei. In de winter is alles hier zompig en nat. Daar houdt riet van. Nat in de winter, droog in de zomer. Ik houd van riet. Allerlei vogels verschuilen zich in de ritselende stengels. Ik hoor ze maar zie ze vaker niet dan wel. Rond de jonge bomen hak ik de stevige stengels tot mulch. Ik trek het gras weg, rond de wortels van het plantgoed. De klei is donker en vruchtbaar. Verderop stroomt de Swette fris en vertrouwd. Als het lang niet regent, dan komt het water uit het IJsselmeer. Onze sloten staan nooit droog. Dat is fijn. De drijvende pomp met het zonnepaneel doet zijn werk. Hoe blauwer de hemel, hoe beter. Knalgeel slingert de meterslange tuinslang over het paadje. Ik loop er elke dag om de slang te verleggen. Als er dauw is, worden je benen nat van het lange gras, want het is maar smal. Het paadje loopt naast de even lange bult. Die is 125 meter lang. Op de bult is het riet, dat ritselt in de wind.

Steeds weer denk ik: Ik hoef helemaal niet weg. Maar toch ga ik. Met vakantie. Ik ga om te zingen. Dat wil ik al heel lang. Een meerstemmig lied, met allemaal verschillende stemmen. Dat ga ik doen. Hoop ik. Daarna ben ik immers weer thuis, bij de bomen, de vogels en de hazen. Bij de Swette, die nog altijd stroomt. Thuiskomen is net zo mooi als alle stemmen samen. Met het lied in de herinnering is het land nog mooier.

.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Als je gezond bent, bof je

.

.

Gezond zijn is een gunst, een cadeau dat je krijgt. Anderen boffen minder.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst. (No English today)

.

Druppels regen tikken op het raam. Een bijzonder uitje ligt in het verschiet, maar mijn gedachten gaan uit naar het verleden. Volgende week ga ik een tijdje weg, naar Buitenkunst in Drenthe. Ik zou me erop kunnen verheugen. Maar vandaag is dat even niet zo. Ik denk aan heel andere dingen. Ik denk ik aan een periode in mijn leven, die steeds verder wegdrijft in jaren. En toch is het ontiegelijk dichtbij. Het gaat over de dood. In de docu Rooted Nomad heb ik een tip van de sluier opgelicht, met weinig woorden.

Het is niet de dood die het pijnlijkst is, voor mij, het is de veroordeling van mensen. De dood wordt er nog doder van.

Michiel, mijn man stierf aan longontsteking. Hij droeg veel met zich mee. Er werd gefluisterd, maar niemand vroeg iets. Het gerucht was duidelijk hoorbaar, maar het was een enkeling die het zei: Hij heeft zich doodgezopen. Het was zijn eigen schuld. Onverschillig haalt men de schouders op, in onbedoelde wreedheid.
Als pijn niet aan het licht komt is het als een groeiende schaduw. Het kan je overvallen, als iets dat los van jezelf staat. Eigenlijk hoort het niet bij je. Je bent immers gemaakt van sterrenstof. Het versluiert. Uit groeiende schaduwen ontstaan oorlogen. Naar binnen kijken is nodig, de tijd nemen. En mededogen. Je inleven in de ander. Het lost de schaduwen op.
Oordelen maken veel kapot. Mijn man, wie kende hem? Wie wist hoe zwaar het leven voor hem was, zo zwaar, dat hij al jong voelde dat hij een oude man was? Een mens hoort succesvol en gezond te zijn, in onze maatschappij. Het tempo is moordend en voor de meest gevoelige en de meest talentvolle mensen volkomen ongeschikt. Zo ook voor hem. Hij was een technisch creatief genie en zo hartelijk! Eigenlijk was hij meer een middeleeuwer. Ja, hij is gestorven en ik denk dat hij deze waanzinnige tijd waarin wij leven sowieso niet had overleefd. Als je niet gezond bent is het je eigen schuld? Als je geen succes hebt, dan had je beter je best kunnen doen? Nee.

Dit zijn zaken waar we het over moeten hebben. Ook al ga je op vakantie en is het leven goed. De schaduwkanten van onze maatschappij mogen niet achter vrolijke kleedjes worden verborgen, die massaal in de uitverkoop zijn.

Eigenlijk had ik al een ander blog klaar. Het was dit artikel, waardoor ik werd geraakt en dat de hartslijnen naar het verleden trok. Het gaat hierover: Gezondheid is voor het grootste deel afhankelijk van dingen waar je niks aan kan doen. Een heel feitelijk stuk kan soms veel losmaken.

Lees het als je wilt. Ik laat het nu voor wat het is. Ik ga luisteren naar de regen en zorgen voor de bomen. Dick past op ze, als ik weg ben. Voor die twee weken dat ik weg ben, heb ik twee korte stukjes klaarliggen, over de natuur. Die worden automatisch gepost. Dus jullie zitten niet zonder. Nou, Tot later dan!

https://decorrespondent.nl/13564/gezond-leven-is-een-keuze-als-je-geld-hebt/3470995168476-5520caf7

https://www.2doc.nl/documentaires/series/makers-van-morgen/2022/rooted-nomad.html.

.

NEDERLANDS

ENGELS: For this time there is no english version of the story.

Wat wolken weten (What wefts wit)

.

.

Zouden wolken de toekomst kunnen voorspellen? Wat zouden ze vertellen, als ik er op die manier naar kijk? Ik ga liggen, op mijn rug en zeil de wolkenwereld in.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to hear the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

Ik sta in de buitenkeuken, tussen de bomen. De keuken is achter het pleehok. Een puntdak met twee kleine ruimtes eronder. Er zit nooit iemand in. Ik ben de enige die het gebruikt, voor houtopslag, en om te schuilen onder het dak. Aan de achterkant steekt het ver genoeg uit om droog te blijven, als het regent. Je kan er lekker zitten.

De noordenwind is fris, vandaag. Hier in Friesland waait het harder dan elders. Na de zee komen de lege groene weiden. Precies zo’n wei als waar ik nu zit. De wind krijgt pas weerstand bij de beboste zandgronden. Ja, fris is het, ondanks de zon, die steeds weer vanachter de wolken verschijnt. Ze zeggen dat het over drie dagen 36 graden wordt. Bijna niet te geloven. Wij mensen zijn geneigd te denken dat alles altijd hetzelfde blijft, tegen beter weten in. Ik ken dat ook, al weet ik inmiddels dondersgoed hoe snel iets kan veranderen. Grote dingen, maar ook kleine. Het kleine is verbonden aan het grote.

Het is eigenlijk net als de koffie, die ik opschenk. Gewoon en toch bijzonder. Van ver is het gekomen voor het bij mij was. Het is geplukt, gebrand en gemalen. Het is verpakt en verscheept en in vrachtwagens vervoerd. Wat een boel stappen zaten daar tussen en wat ongelooflijk dat het nu toch hier is! Ik doe de knijper weer op het pak en zet het terug op de plank. Ik pak de kleine ketel van de kookplaat en het kokend hete water verdwijnt met een dun straaltje in de bruine filter. Dampend schenk ik het in een beker. De zoveelste kop van mijn leven. Elke dag drink ik er twee, vanaf mijn twintigste. Dat zijn 12.950 koppen koffie. Wat veel! Ik word draaierig als ik eraan denk. Ik kijk ineens heel anders naar mijn mok. Dit is dus de 12.951e. Ik doe er suiker en melk in en ga zitten op het veld voor mijn kleine huis. Mijn huis aan de Swette. Ik kijk ernaar. De wielen zakken steeds verder de grond in.

Voor mijn huisje heb ik zonnebloemen geplant. Erachter, op de buitenwand, zie je een landschap. Een groene wei is het, met een open horizon en een wolkenlucht. Alleen ze bewegen niet, de wolken. Ze zijn geschilderd. Ik kijk naar de andere kant, naar het Zuidwesten, waar een andere kudde wolken de hemel bevolkt. Wollig en wit, zoals ze horen te zijn. Het is het zelfde beeld, maar dit beweegt wél. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes tegen het felle licht. Zouden wolken de toekomst kunnen voorspellen? Wat zouden ze vertellen, als ik er op die manier naar kijk? Ik ga liggen, op mijn rug en zeil de wolkenwereld in.

Een hart zie ik. Er komt een gat in. Oei! Is het een gebroken hart, dat mij wordt voorspeld? Of kan het ook iets anders zijn… Ik blijf kijken. Ik zie een grote witte vredesduif. Misschien vloog die duif wel door het hart heen, en maakte hij dat gat. Dat zou mooi zijn. Een openhartige toekomst, daar voel ik wel wat voor. In stilte verbaas ik me over het zwerk boven mij. Er is een standvastige hippie met een hoed op, aan het roer van een radarboot. Langzaam verdwijnt het roer in zijn handen, maar zijn voeten blijven staan. Achter hem schuifelt een zeehond over het strand, verlangend kijkt hij naar de schuimende branding. Achter de branding is een egaal-blauwe zee. Voor een moment verdwijn ik in de eindeloze ruimte. Dan valt mijn blik op een langharige poedel, die me dwaas aankijkt. Dwazer en dwazer kijkt hij, tot hij opgaat in vage vlokken van vergetelheid. Ik ben de enige die hem zag, even maar, voor een moment.
Is dat het, wat wolken ons over onze toekomst vertellen? Wat is, dat waaiert uit en verandert van vorm. Het stijgt op en slaat neer. Als mist of motregen, als dauw of stortbui, als vlokken druppels of hagelstenen. Alles verandert. Niet te stutten, niet te stuiten, al doe je nog zo krampachtig je best. Dat belooft nog wat!

Ik neem een slok en dan is mijn beker leeg. Misschien was het wel de allerlaatste. Misschien mislukken morgen de oogsten door klimaatverandering. Of word ik van de ene dag op de andere kotsmisselijk, van die 12 952 e kop koffie en drink ik alleen nog thee. Ik kan ook wel dood zijn. Dan kijk ik naar beneden vanaf een wolk en zie iemand naar mij kijken. Wellicht is het een vrouw, liggend op haar rug, ergens op een veldje in Friesland. Dan knipoog ik naar haar en zij knipoogt terug.

.

.

Alto cumulus

.

.

NEDERLANDS

ENGELS

.

Could clouds predict the future? What would they tell me, if I looked at it that way? I lie down on my back and sail into the world of clouds.

De boom en de magere man ( The tree and the skinny man)

Al zo lang ik leef loopt hij langs mij heen, de magere man. Zijn huid is dun als perkament. Misschien is hij wel even oud als ik.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to hear the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

“Wanneer je ergens naar uitziet, dan kan je de dood uitstellen. Zolang je nog iets wilt, dan leef je. Dat heeft veel invloed.” Het is de magere man die het zegt, misschien wel even oud als ik. Ik ben een boom. Een wilgeboom. Ik sta hier en hoor alles. Ik heb jonge mensen gezien die oud waren. Geen uitzicht zagen, niets wilden. Ik heb oude mensen gezien die steeds jonger werden. Zolang je elke lente maar sprankelt. Paadjes maakt in het riet aan de voet van mijn stam. Een plekje schept dat geheim is. Met glimmende ogen struin je erheen, de sikkel in de hand. Even doorlopen nog, dan ben je bij mij, de oude wilg. Dan, riet wegsnijden, nog meer riet. Trekken aan brandnetels en kruipende winde met hun witte pispotjes van bloemen. Hakken, met de sikkel tot er ruimte is, ruimte genoeg. Alleen jij bent hier met mij en de vogels. Je gaat zitten op de dode, liggende boomstam. Pissebedden schieten weg vanonder vallende schors. De dichte groene massa is verdwenen, dat heb jij gedaan. De heldere zon schijnt. Het is maar een heel klein open plekje. De stam, de bodem, alles is nog vochtig van de schaduw, die er altijd was. Je zit op een kleine heuvel, waarvan je nu de top hebt vrijgemaakt. Over de wilgenroosjes heen kijk je over het water. Ik, de oude wilg, bescherm je. Mijn vijf dikke stammen staan dicht op elkaar. Twee andere zijn afgezaagd, maar er groeien nieuwe takken uit. Er loopt een piepklein weggetje, verstopt tussen mijn dikke stammen door. Het gaat er in een bocht doorheen, de grond is er hard en aangestampt. Daarachter loopt het naar beneden. Tussen lange plantenstengels kom je uit bij het donkere water. Een paadje van de dieren is het. Niemand die het ooit zag, behalve jij, nu op dit moment. Jij zag als eerste mens, dit kleine geheim aan de voet van mij. Iets om te vieren! Ja, vier het, samen met mij! Verscholen tussen mijn wilgenblad en wuivend riet kan je het water zien. Het water, en aan de overkant het maisveld. Alles was er al. En toch is het nieuw, nu jij hier zit. Oud en nieuw tegelijk.

Voor sommigen verandert het uitzicht niet. De blik fixeert zich in oude gedachten. Het geheime paadje van de dieren ziet hij niet, de verbitterde man. En ook de wilgenroosjes niet. Met grote passen loopt hij tussen het riet door naar mij toe. Hij staat bij de liggende boomstam en kijkt naar de overkant, over het water heen, dat schittert in de zon. De schitteringen doven uit in zijn ogen. Hij ziet de waterhoenen niet, die nu kuikens hebben en zwemmen tussen het riet. De bittere man gromt en vloekt. Hij kijkt naar de groene trekker die daar rijdt, aan de overkant. “Al acht jaar mais! Hij maakt de Aarde kapot, die boer. Het is misdadig. Veertig jaar geleden was het precies hetzelfde met de wereld. Mais, mais, kunstmest en pesticiden. Ze mishandelen de aarde. Ik zou ze soms wel af willen schieten.” Hij draait zich om en loopt terug. In het dagelijks leven is hij de vriendelijkheid zelve. Zelfs zijn eigen vrouw kent zijn verbitterde bekommeringen niet. Een oude man en toch zo oud nog niet. Alles komt voorbij. Ik sta hier al tientallen jaren en hoor alles. Zo-even zat hier nog een jonge vrouw met een kleuter. Ze luisterden naar het geritsel van de reuzenlibelle in het riet. Hij was gigantisch. Ze lachten met ingehouden pret.
De magere man komt langslopen en glimlacht. Zijn huid is dun, maar hij hoort en ziet nog evenveel als ik. De ouderdom maakte zijn ogen zacht. Zoveel verschillende mensen, en ik, de oude wilg, hoor alles. Zonder er iets van te vinden.

.

NEDERLANDS

.

ENGELS

Everything will pass. I have been standing here for decades and hear everything. The skinny man walks by and smiles. His skin is thin like parchment, but he still hears and sees just as much as I do. Old age softened his eyes. So many different people. I, the old willow, hear everything. Without judging..

Een slingerend lint van mensen ( A winding ribbon of people)

.

Ik maakte een wandeling met een groep landschapshistorici en sprak met hen. Je kan een landschap bestuderen, uittekenen of onderzoeken. Maar dat is niet genoeg. Ik denk: We moeten leren er weer deel van uit te maken.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

Een baaldag was het. Het bord dat ik al heel lang wilde maken, stond tegen de boom. Het was af. Er stond een tekst op, een filosofisch gedicht. Maar er was niemand om ernaar te kijken en erover te praten. Okee, dan baal ik maar, dacht ik. Als het niet anders is. Dat was de enige goeie keus. En het gesprek kwam uiteindelijk toch wel, maar op een ander moment.

Het is een dag later. Ik wandel mee met een groep. Het zijn allemaal landschapshistorici.Van verre kun je ons zien lopen. De uitgestrekte weilanden worden doorkruist met oude wandelpaden. Ze zijn smal. De twintig mensen vormen een lang bewegend lint. Voorop loopt Jeroen, mijn buurman, die ons leidt. Hij is een bescheiden leider en laat het liefst de mensen zelf kijken, voor hij iets zegt. Toch is hij een goede verteller, als hij eenmaal los komt. Dit zijn mensen van zijn universiteit. Als buurvrouw ben ik de enige andere gast. Hoewel het nieuw voor me is, voel ik me prima thuis in dit gezelschap. Samen kijken we om ons heen. Het meisje naast me vertelt hoe ze ervan geniet om in de trein te reizen, en het landschap aan zich voorbij te laten gaan. Het is als het lezen van een verhaal. Hoe meer je erover weet, hoe boeiender het wordt.
Zelf reis ik niet veel met de trein. Ja, ik vind het ook mooi. Ik weet dat er oneindig veel verhalen zijn. Maar ik maak er liever deel van uit, dan dat ik er alleen naar kijk. Ik ben ook geen wetenschapper. Ik ben een kunstenaar met groene vingers. Maar daar denk ik nu niet aan. Er is van alles te zien en te horen.

“Hoe kom jij hier zo verzeild?” vraagt de man die aan de andere kant loopt. Ik schat hem iets ouder dan ik, een lange vent met grijs haar en een ontspannen grijns op zijn gezicht. Ik vertel hem dat ik vroeger tekenaar was, van landschappen en oude gebouwen met geschiedenis. Heel fijn en precies werk met allemaal streepjes. Ik haal nonchalant mijn schouders op. “Iedereen wilde dat ik daarmee doorging. Maar ik had genoeg van dat gepriegel. Ik was het ook zat om alleen maar waarnemer te zijn. Dus in plaats daarvan heb ik me bekwaamd in allerlei handwerk. Het kwam op mijn pad. Ik kon kiezen, bekend worden als tekenaar, of opnieuw beginnen met iets heel anders. Uiteindelijk heb ik mijn eigen huisje uitgetekend en gebouwd.” Hij lacht. “Ja, die omslag begrijp ik heel goed,” zegt hij. Ik glimlach en ga verder. “Ik werkte eraan met dezelfde nauwkeurigheid als mijn tekeningen. Toen het klaar was, was het comfortabel genoeg om in te wonen. Maar ook stond het op wielen. Ik moest ermee de wereld in. Dus ik maakte die reis en schreef een boek. Ik wilde zo langzaam mogelijk te gaan. Dit bracht mij tot een conclusie, die me nooit meer los gelaten heeft.” Hij kijkt me nieuwsgierig aan. “Wat dan?” Het antwoord komt kort en krachtig. “Het kan nooit langzaam genoeg gaan! Uiteindelijk kwam ik erachter dat ik niet wil reizen. Ik ben tegen al dat gereis in deze tijd.” Hij lacht geamuseerd. “Hoezo?” Ik kijk naar de witte klaver voor mijn voeten en denk aan wat er thuis tegen die boom aan staat. Een roestige plaat, gladgeschuurd met de komborstel. Donkerbruin gemaakt met lijnolie. Er staan witte letters op. Ik kijk naar de man naast me. “Gisteren schilderde ik een bord,” begin ik dan “Daar staat een tekst op.”

Het Rijdende Verhalenhuis
kwam alhier tot stilstand
om zich te verbinden met
de mensen en het land

Stilstand is vooruitgang
in het algemeen belang

“Oei, daar moet ik even over nadenken hoor!” fronst hij. Ik knik geduldig en leg het uit. “In onze tijd is alles en iedereen steeds op pad. Agenda’s vol bezigheden laten ons van hot naar haar vliegen,” zeg ik. “Tegelijkertijd wordt het steeds moeilijker om iemand te vinden die thuis is.” De man naast me luistert aandachtig. Ondertussen gaan we een bocht om, en Jeroen houdt een draad vast, die het weiland van een groep koeien begrenst. Hij moest hem losmaken om erdoor te kunnen. “Honden verboden” staat er op een bord. Dat is vanwege de kak. Daar worden koeien ziek van. Jeroen maakt de draad weer vast, en ik ga verder bij waar ik was gebleven.
“Deze koeien zijn waar ze zijn. Ze eten alleen maar gras en hun poep komt weer terecht op het land. Zo hoort het. Ze zijn deel van een kringloop. Wij mensen zijn die kwijt.” Ik stop even, om naar een paarse zwanenbloem te kijken, die langs de sloot staat. Als een subtiele kroon, troont hij boven al het andere uit. Het is een mooi gezicht, met het stille donkere water erachter. Het straalt rust uit. Had iedereen maar zo’n zwanenbloem om naar te kijken. Of iets anders om voor thuis te blijven. Een paar ogenblikken lopen we in stilte. Voor en achter ons klinkt het gepraat van de anderen.

“Ik heb een ander voorbeeld. Ik was op een dorpsvergadering. De vrouw die het woord deed klaagde erover dat de gemeente steeds meer werk doorschuift naar het Dorpsbelang. Maar hoe vitaal is dat, als die mensen ook met volle agenda’s van hier naar daar vliegen? Dit is niet de enige plek waar het aan de hand is. De huidige tijdgeest is als los zand, dat tussen onze vingers door verdwijnt. Zonder bestendigheid vervliegt alles. We zijn de voeling kwijt met wat er werkelijk toe doet. Kringlopen brengen dat terug. Daarom ben ik waar ik ben.” De man naast me knikt stil. Ik hoef niets meer uit te leggen.
Ik loop nog een eindje mee, en sla dan links af, terwijl de rest naar rechts gaat. Rustig loop ik terug naar station Deinum, waar mijn fiets staat. Ik hoef niet met de trein. De verhalen die zijn hier. En ik maak er deel van uit, het land, de mensen. En al zijn ze niet elke dag bij me, toch zijn ze er, als een slingerend lint. En ik loop er tussen.

.

Foto Gerd Altmann

.

NEDERLANDS

ENGELS

.

The Riding Storyhouse
Came here to a silent stand
To connect with joy and care
With the people and the land

Standig still is progress
The rooted people you will bless

I took a walk with landscape historians and explained why I don’t travel anymore. We can research, draw, or admire a landscape. That ’s not enough. We have to become part of it again.

.

Als de levering stokt, is er altijd nog de liefde (When the delivery stops, there’s still love.)

.

.

Levering van energie is vanzelfsprekend. Er wordt een hele rij mensen voor aan het werk gezet. Een mankement in de toevoer brengt mij op nieuwe gedachten.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

.

Ik sta met boer Jochum voor de deur van de schuur. Daarbinnen is het donker. Onder dikke dekens van hangend spinrag is de zolder. Daar ligt het hooi, steeds hoger opgestapeld, naarmate het jaar vordert. Beneden staat de oude hooiwagen. Zijn vader heeft hem zijn hele leven gebruikt en de boer houdt hem in ere. In de winter verdwijnt de houten bodem onder de hoge stapel balen. Oude gereedschappen hangen ernaast aan de wand. Als je doorloopt naar de hoek, dan kom je in een gang. Ooit moet die heel huiselijk zijn geweest. Nu is het eigenlijk het verlengde van de schuur, rommelig en stoffig. Twee deuren geven toegang tot de kamers waar boer Jochum leeft. De ene waar hij nu woont, netjes aangeveegd, de andere die hij opknapt; lemen wanden, goed geïsoleerd, een warmtebuffer waar in de zomer water wordt opgeslagen voor de winter. Zelfvoorzienend zijn is belangrijk voor hem. Maar dat gaat niet altijd zonder mankementen. Het probleem dat er vandaag ligt, is in elk geval niet zomaar op te lossen.

Boer Jochum kijkt me nadenkend aan. “De relais is kapot. Iemand zat in de stroomkast en heeft aan de hoofdbout gedraaid. Waarschijnlijk per ongeluk, maar nu zitten we met de gebakken peren. Er is 400 watt op het systeem komen te staan. Bij Wil kwam de rook uit het stopcontact. Nu is de omvormer onbruikbaar.” Ik zeg dat ik het vervelend voor hem vindt. “Nu is je hele dak vol zonnepanelen dus nutteloos,” concludeer ik. Hij knikt nadrukkelijk. “Ja. En totdat we een nieuwe hebben moet ik die dure stroom van het net afnemen. En dat voor minstens 35 weken! Eerder is het niet leverbaar volgens de installateur.” Hij tuurt naar het water van de Swette naast ons zonder het te zien. “Hoe komt dat?” vraag ik. Hij haalt zijn schouders op. “Ach ja, dat moet helemaal uit China komen en dat is moeilijk. Vanwege de oorlog. Of omdat sinds corona de containers op verkeerde plaatsen staan en de logistiek overhoop ligt. Het kan van alles zijn.” Ik ben even stil en denk na. Dan zeg ik dat ik mijn eigen elektroman om raad zal vragen. Zal het wat opleveren? Alles is chaos. Gaat dat ooit voorbij? Of wordt de leveringstermijn straks steeds maar langer? Ik volg het nieuws niet op de voet. Maar ik ben vast niet de enige, die ziet dat er gaten beginnen te vallen. Gaten in onze zieke economie.

Ondertussen ben ik blij dat ik mijn eigen stroom heb. Al zou ik in principe zonder kunnen. Maar ik kook op dit moment elektrisch. Dat kan alleen met stroom van de boer, want het vraagt meer dan ik zelf heb. Het mankement van vandaag zet me aan het denken. Mijn afhankelijkheid zet een hele rij andere mensen aan het werk. Als er een probleem is moet het opgelost worden. Dat wordt als vanzelfsprekend gezien, maar eigenlijk is dat helemaal niet zo. . . Ik ga het in het vervolg anders doen. Ik ga een kleine brander laten maken van staal. Met slechts een hand vol houtjes zet je een kop koffie. Het kost wat meer tijd, maar ik zal het met liefde doen, zelf! Net als het verzamelen van de nodige takjes. Ik kan zo naar het bosje lopen waar ik de houtjes haal. Ik pak wat ik nodig heb en niet meer. Want ik houd van de bomen en struiken. Ik plant er nog steeds van bij. Meer en meer. Elke dag ga ik naar ze toe. Daarom ben ik hier.

Liefde maakt de cirkel rond. Liefde, maar ook lef om rigoureus te kappen met wat er in de weg zit. Liefde is niet hetzelfde als lief zijn. Soms is het ruig en vastbesloten. Eenvoudig leven begint bij besef van kringlopen. En je eigen plek daarin. Hoe die zou moeten zijn.

Jochum is blij dat ik meedenk. Als ik thuiskom zal ik meteen een bericht sturen naar mijn elektroman. Misschien heeft hij een oplossing. Maar eerst loop ik naar het Verhalenpad, de plek waar ik bomen plant. Ik loop over het paadje, dat bijna verdwijnt in het hoge gras. Het veld is geelbruin van wuivende halmen. Verderop is alles al gemaaid. Ik loop verder, tussen de jonge meidoorns en kerspruimen door. Tussen de kleine elzen en de hazelaars die ik plantte. In de verte zie het het wilgenbosje opdoemen, aan het einde van dit pad. Het zijn geen bomen, maar struiken die breed uit zullen groeien. Het gaat hard, ik zie al heel veel groen. Voor mijn voeten schiet een vink weg, die zich te goed deed aan het graszaad. In de verte hoor ik een vogel drietonig zingen. Verbaasd kijk ik op. Wat zingt hij? Ik luister aandachtig. Verrek, het zijn de eerste drie tonen van een oud liedje. “Song d’amour!” Ik word er helemaal warm van. Liefde is toch het begin van alles? Hoe het ons ook zal vergaan.

.

NEDERLANDS

.

ENGELS

Supply of energy is self-evident. A whole line of people is put to work for it. They are not always thanked for that. A defect in the supply brings me to new thoughts

Wachten op de zonnewende (Waiting for the solstice)

.

Steeds weer terugkeren naar een plek. Niet omdat je er toevallig langskomt, maar omdat je het wilt. Omdat je er je wortels hebt en je de mooiste momenten met iemand kunt delen.

Een van de vele stegen in Utrecht, met opkomende zomerzon.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

.

Al noem ik mij een gewortelde nomade, ik ben het niet altijd geweest. Emmeloord, mijn geboorteplaats zei me niet zoveel. Toen ik 18 was verhuisde ik naar Zwolle. Toen ik 19 was ging ik een half jaar terug naar Emmeloord. Op mijn twintigste woonde ik in Arnhem. Op mijn 22e vertrok ik naar Leeuwarden. Toen ik 25 was vertrok ik naar Utrecht. Zoeken. Steeds weer verhuizen. Het was een rusteloos bestaan en ik was een slechte slaper. Net goed en wel in Utrecht brak ik mijn been bij een verkeersongeluk. De genezing duurde twee jaar. De beperking deed me goed. Talent kwam nu tot uitdrukking: schrijven, tekenen. Karakter heeft stilte nodig om zich te kunnen vormen.
Mijn been genas. De lange beperking had me rust gegeven en ik was bereid om grondige keuzes te maken. Een paar jaar later ontmoette ik Michiel en hij werd mijn man, een man met diepe wortels. Zijn leven speelde zich af langs de werven, in het middeleeuwse Utrecht. Hij was een hartelijke creatieve ambachtsman. Iedereen in de buurt kende hem. Samen begonnen we een rondvaartbedrijf en zijn wortels vergroeiden met de mijne. Met elkaar voeren we enige jaren over het water en met elkaar deden we het onderhoud. Hard was zijn dood en het leven dat erna kwam. Ik heb alles door mijn handen laten gaan en mijn wortels groeiden dieper en dieper. Tot het jaar 2012.
Toen ik vertrok dacht ik de stad achter me te laten. Maar het is niet zo. Ik ben daar nog steeds. Mijn wortels strekken zich onzichtbaar uit naar dat ene plekje in het centrum van Utrecht. Mijn verhalen worden er nog trouw gelezen. Ik ken de stenen, de bomen, de hoekjes en de mensen. En zij kennen mij.

Dat is precies wat ik denk, als ik de monumentale deur achter me sluit. Hier, bij mijn oude buren, vond ik een hartelijk welkom. Ik kon er blijven slapen. Waar ik vandaag heen moet, is vlakbij. Vandaag draait de film: “Rooted nomad” in het Louis Hartlooper Complex. Het is de docu over mij, waar ik al vaker over sprak. Met een zachte klik valt de deur dicht en ik hoor de echo in de lege gang er achter. De donkergroene verf glimt, alsof er pas geschilderd is. Voor de deur staat een bord met “Te koop”. Mijn oude buren willen weg. “De stad wordt almaar drukker en we hebben nauwelijks een tuin.” Ik doe een paar stappen de stille straat in en vraag me af. Hoeveel mensen denken dat? Wanneer komt de dag, dat iedereen die ik hier ontmoet me vreemd is? Of staan straks al die huizen leeg en woont iedereen “tiny” op het platteland? Op dit moment is er nog niks te merken van drukte. De zon is al op, maar is verborgen achter de huizen. Het wordt een warme dag.

Beneden aan de gracht zijn mensen. Ik hoor gemoedelijk gelach en zacht gepraat. Ik loop naar de gietijzeren reling en kijk naar beneden. Daar zitten de jongens die op de werf wonen. Ik ken ze allebei. Ze kijken omhoog en groeten me. “Kom beneden!” roept de één. Er zijn gasten. Twee jongens en een meisje. Ik ken ze niet. Hun ogen staan helder, hun huid is koffiebruin. Op de tafel staan een paar halfvolle glazen wijn en een lege. Ik loop de trap af en groet ze. “Welkom” zegt Dave. “We hadden hier een mooie nacht. Je maakt nu het staartje mee.” Dave is de bewoner van de werfkelder. Zijn buurman, Daan, kijkt me stralend aan.
“Wat leuk dat je er bent! Ik vond het zo jammer toen ik hoorde dat je gisteren was langs geweest!” Ook de anderen kijken naar me. “Was je toevallig hier?” Vraagt een van de jonge gasten. “Nee” zeg ik. “Ik woonde hier en kom steeds terug. Niet toevallig, maar omdat ik het graag wil”. Ondertussen denk ik: Wat is er toch met dat woordje “toevallig”. Het lijkt te horen bij deze tijd. Misschien is het de persoonlijke levensreis, die steeds individueler lijkt te worden. Je ontmoet wie je tegen moet komen, spreekt niks af en kijkt niet verder dan de dag van morgen. Alles komt vanzelf op je pad. Vernieuwing is een toverwoord. En “Shift”. Ik zie vernieuwing als een zeldzame noodzaak. Een prachtig avontuur, een sluisdeur die opent naar nieuwe wateren. Of een wissel, waar de trein langsgaat. Maar het leven spoort niet met alleen maar wissels. Zeker niet als iedereen zo’n bestaan leidt en er steeds minder mensen zijn die een geregeld leven leiden bij de technische dienst.

De zon komt op en schijnt precies door het steegje aan de overkant. Het is een vertrouwd beeld. Ik kijk ernaar en herinner me de tijd dat ik hier woonde. Het hele jaar was ik omsloten door de hoge muren van de herenhuizen, als een stedelijke vallei. Alleen het water glinsterde in de gracht en stroomde de stad uit, vrij de wijde wereld in. Ik keek ernaar en mijn gedachten stroomden mee. Ik keek naar de weerspiegelingen van de bomen die braken in de bries. Als de zon dan eindelijk kwam, dan stond hij al hoog aan de hemel en scheen fel boven de huizen. Het steegje waar ik nu naar kijk, was niet zomaar een steegje. Ik keek uit naar de dagen rond de zonnewende. Dan kwam het zonlicht precies erdoorheen, vroeg in de ochtend. Hij kwam als een gouden vloed de gracht over, en vloeide mijn werfhuis in. Ik kijk naar de streep van zonlicht op de straatstenen en voel me gelukkig. Daan kijkt er ook naar. Hij woont nu al tien jaar in mijn oude huis. “Zo mooi is dat ..” zegt hij stilletjes. Gastheer Dave praat ondertussen steeds door. Hij zegt dat ik zijn huis eens moet bekijken. Het is hartelijk bedoeld, maar ik negeer hem. Ik kijk naar de zon en dan weer naar Daan. We wisselen een glimlach. “Ik ken het zo goed, dit moment!” zeg ik. Hij steekt zijn hand uit en we geven elkaar de vijf. “Wij begrijpen elkaar!” zeg ik. Daan straalt van genoegen. “Zo is het,” zegt hij ferm.

Je kunt terug gaan naar een stad omdat je hem mooi vindt. Dat doe je dan eens in de tien jaar, op zijn hoogst. Maar nog mooier is het om momenten van schoonheid te kunnen delen. En om te horen hoe het is. Daarom is het, dat ik steeds weer terug ga. Vaker dan zomaar een keer. Het is waarom ik de band onderhoud, met mijn oude buurt én de bewoners. Niet toevallig, maar omdat ik het graag wil. Wortels maken doe je samen.

.

De documentaire “Rooted Nomad” is te zien op 2Doc.nl. Een bijzondere film, ontstaan uit een fijne samenwerking met twee twintigers. Het gaat over deze Friese bodem en de speelse creativiteit die een nieuwe levensfase brengt, na een lang en zwaar afscheid. Het is tegelijkertijd ter nagedachtenis aan Michiel, mijn lieve man, die 20 jaar geleden stierf. De documentaire van Michelle van der Plas en Emma Sidlauska is prachtig geworden en staat nu online:

https://www.2doc.nl/documentaires/series/makers-van-morgen/2022/rooted-nomad.html

NEDERLANDS:

ENGELS:

Keep returning to one place. Not because you happen to pass by, but because you want to. Because you have your roots there. That’s why I go back to Utrecht, again and again. I had an early meeting down by the water.

Rondhangende koekoeken (Hanging cuckoos)

.

.

Af en toe wat paren en verder een beetje rondhangen. Die vogels hebben zeeën van tijd.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

Mijn vriend leest mij elke dag voor uit de krant. Daar heb ik om gevraagd en hij doet het graag. Ik luister rustig het hele artikel uit. Maar vandaag niet. Terwijl hij leest hoor ik wat anders en het is de koekoek. Al weken hebben we een koekoek die almaar door roept. Dag en nacht. Soms is hij even stil. Als teveel andere vogels er doorheen roepen neemt hij de moeite niet. Het lijkt wel een ijdele vogel, eentje die graag solo zingt. Dat dacht ik. Een eenzame narcist. Maar nu luister ik vol verbazing. Want volgens mij hoor ik nog een koekoek. Een tweede! Zijn geluid lijkt iets hoger. Ik luister naar Dick zijn verhaal en tegelijkertijd naar wat ik buiten hoor. “Zonder psychopraat was internet erg leeg,” leest Dick voor. Ik ga rechtop in mijn stoel zitten en breek zijn zin plotseling af. “Hé Dick Hoor je dat? In de boomgaard! Het zijn er twee! Twee koekoeken roepen tegelijk!” Dick houdt op met lezen maar hoort het niet of is meer geïnteresseerd in zijn artikel. Ik luister nog beter. “Ja! Het is echt zo!” Dick leest alleen in stilte verder en ik ren naar buiten om een opname te maken. Wauw, dat heb ik nog nooit gehoord. Een mannenkoekoekenkoor. Het lijkt wel Afrikaans zang! Polyphonie van pygmeën.

De aarde is onze moeder en vol geluiden. Natuurvolkeren halen hun inspiratie uit de muziek van de Aarde zelf. Maar ook Debussy deed dat en hoeveel andere musici en kunstenaars zijn niet de natuur in getrokken voor inspiratie of luisterden naar de vogels in hun eigen tuin. Schrijvers, maar ook uitgeputte moeders, overspannen managers of distributiemedewerkers, allemaal halen ze energie uit de natuur.

Ik laat vruchtbare grond door mijn handen gaan, zie jonge bomen groeien. Libelles zweven over het pad, in de luwte tussen het hoge gras en het riet. Ik word er blij van en slaap rustig en vredig. Ik luister naar Dick, die een artikel voorleest. Over psychopraat van mensen die geen buurvrouw meer over de heg hebben maar wel een smartphone. Over de teloorgang van de waarde van arbeid, omdat alles uitloopt op steeds meer heen en weer gedoe. Jongens op elektrische fietsen die banaantjes brengen aan luie leeftijdsgenoten. Containers vol spul dat over zee gaat. Dick leest voor en we verdiepen ons in de vreemde stromen van de groeieconomie. We praten erover, maar tegelijkertijd laat ik het langs me heen gaan. En luister naar wat hier is. Naar de koekoek, buiten in de boomgaatd. Ik blijf wie ik ben en waar ik ben, Handen in aarde en luisteren, leven en eten wat er is, hier. Zolang het om mij heen blijft groeien, dan is het goed.

Ik luister naar de opname die ik heb gemaakt en grinnik. Wat een lollig samenzang: Het mannenkoekoekskoor! Die mannetjes hebben toch niks te doen. Af en toe wat paren en verder een beetje rondhangen. Die vogels hebben zeeën van tijd. Verveling maakt vindingrijk en creatief. En dan is er ineens een koekoekskoor. Zo zie je maar. Laten we ons vaker gaan vervelen. Dat kan voor ons mensen helemaal geen kwaad.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

The Males Cuckoo Choir! Those guys have nothing to do. Do some mating now and then and then hang out a bit. Those birds have plenty of time. Boredom makes resourceful and creative. And then suddenly there is a cuckoo choir. Who ever heard that? Let’s get bored more often. That can do no harm at all, for us humans.

Het waarborgen van de eenvoud (Insuring simplicity).

.

.

Eenvoud koesteren in bescheidenheid. Dat is makkelijker als je op een eiland zit. Maar zo is het niet. Om je heen gebeurt van alles. Zoveel mensen, zoveel belangen. Ook groene idealen kunnen te ver doorschieten. Dan wordt het tijd om je gezicht te laten zien. Als bewaker van eenvoud laat ik zien waar ik voor sta.

Liever luisteren? Klik op de knop onder de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH version? Click on the button under the text.

.

Het is Pinksteren. Het weekend dat Nederland er massaal op uit trekt. Op de Swetteblom is het ook druk. Overal lopen honden en staan auto’s geparkeerd. Ik sta in het huisje waar Dick de hele winter woont. Ik ben alleen dit weekend. Ik giet heet water op de koffie en een heerlijke geur biedt troost. Ik drink mijn koffie en staar door het raam. Het weiland is stil en groen. Het is vol gouden stippen van boterbloemen en witte, van de klaver. Een simpel draadje halverwege bakent het koeienland af. De grote zwarte os staat er. Hij heet Quintus maar ik noem hem Oskar. De twee bruinwit gevlekte koeien staan naast hem te grazen. Achter me in de boomgaard klinkt gekwetter. Twee bonte spechten hebben daar een nest in een van de oude wilgen. Ik heb het gezien, dat nest. Een mooi hol is het. Ze boffen met zo’n plek, geen ekster kan erbij.

Hoe langer ik hier ben, hoe meer ik hoor en zie. Ik raak ermee vergroeid. Maar vandaag, nu de camping verandert in een rumoerige drukte, vandaag vraag ik me af hoe lang het duren zal. De boer staat klaar voor kampeerders en campers. Verder is hij vooral bezig met een tiny house project. Dat gaat niet over natuur. Dat gaat over menselijke behoeftes. Energievoorziening en waterreiniging en weet ik veel wat niet meer…

Net als ik daaraan denk, staat hij voor mijn deur. Hij heeft het druk. Zijn gezicht is verstopt achter een dikke wilde baard. Daarboven kijken twee opgewekte blauwe ogen me aan. Hij heeft nieuws. Over het tiny house project. “Ik vond iemand die wil helpen het voor elkaar te krijgen. Jij zou ook meedoen toch?” “Nee,” zeg ik. “Niet meer” mijn stem klinkt vastbesloten. “Ik heb me bedacht. Er wordt al zoveel gebouwd. Ik ben hier om een stem te geven aan de natuur.” Boer Jochum trekt zijn wenkbrauwen op. “Ik hoop niet dat het elkaar in de weg gaat zitten,” zegt hij weifelend, want eigenlijk weet hij best wel dat dat heel belangrijk is. “Wonen en biodiversiteit kan elkaar ook versterken, in plaats van tegenwerken,” zeg ik hoopvol. Altijd positief blijven. Dat is mijn motto. Boer Jochum kijkt bedenkelijk, groet en loopt weg om wat anders te gaan doen.

Als hij weg is loop ik er nog een tijd over na te denken. Zullen die toekomstige bewoners wel zover zijn, dat ze zo eenvoudig kunnen leven in de natuur? Het moeten huizen worden voor de jongeren uit het dorp. Willen die ook in eerste plaats goed voor de natuur zorgen? Doen ze alles, net als Dick, Jochum en ik, met de fiets? Ik denk het niet. Er komen allicht niet alleen huizen, maar ook auto’s bij. Een hele rij. Ook het bezoek, dat langs komt, komt met de auto. Dat is de norm. Wat een drukte wordt dat. Het is nu zo n mooi veldje…. zonde eigenlijk, als dat overhoop wordt geschept voor al die voorzieningen. Is dat wel nodig?

Ik loop over het pad naar huis. Ik passeer twee lachende meiden en een man met drie honden. Op het veld speelt iemand op een trommel. Ik loop langs de groeiende rij geparkeerde auto’s, die aan de rand van het weiland staan. Dan ben ik bij mijn eigen veldje. Somber loop ik langs de grote witte motorhome, die voor mijn huisje staat geparkeerd op het veld. Binnen hoor ik mensen praten. Ik heb ze nog niet gezien, terwijl ze er al twee dagen staan. Als ik over deze camping mocht beslissen, dan werd het een fietscamping. Alleen voor fietsers met kleine tentjes. Stille mensen die kunnen genieten van niks. Die komen hier nu ook al graag. Terwijl ik hieraan denk, voel ik me overspoeld door al die belangen. Feestvierders, rustzoekers, bewoners, de boer, en nu ook toekomstige tiny housebewoners en alles wat zij met zich meebrengen. . . Wat een gedoe! Bezwaard staar ik naar de horizon. Door de sluierwolken schijnt zacht licht. Ik geniet ervan, ondanks mijn twijfels. Het maakt me rustig. Verderop hoor ik mensen roepen. Ik ken ze niet. Een kleine stoet loopt over het pad. Ik sluit de luiken en ga naar binnen. Ik ga vroeg naar bed vanavond. Morgen is er weer een dag.

Als ik de volgende dag wakker wordt, regent het zachtjes en het waait. Het is zes uur. Ik ga naar buiten in mijn pyjama en open de luiken. De grote witte camper staat er nog. Maar als ik weer in mijn hangmat duik, zie ik de lampjes aan gaan en hij rijdt het veld af. Gelukkig. Dat scheelt alweer. Met een opgeruimd gemoed kijk ik naar buiten. Nu kan je mijn huisje weer zien staan, vanaf de weg. Dat is goed. Ik ben hier niet voor niks. Ik ben er om stem te geven aan de natuur en een eenvoudig leven dat daarmee overeenstemt. Dat mag gezien worden. Dat is de bedoeling. Zal mijn instelling straks nog wel passen bij deze plek? Of zal het teloor gaan in het rumoer? Veranderingen zijn soms lastig. Toch, soms is het nodig. Ik kan blijven of weggaan. Wat het ook is, het zal me opnieuw sterken en wakker schudden. Kiezen waarvoor ik het doe. Het waarborgen van de eenvoud, diep in het hart, ten allen tijde. En dat uitstralen, de wereld in. Amen.

.

NEDERLANDS:


ENGELS:


Nurturing simplicity in modesty. That’s easier when you’re on an island. But life is not like that. It’s a lot of hassle around you. So many people, so many interests. Also green ideals can go too far. Then it’s time to show your face. As a guardian of simplicity I show what I stand for in my life.

.

NIEUWS:

De documentaire “Rooted Nomad” is te zien op 2Doc.nl. Een bijzondere film, ontstaan uit een fijne samenwerking met twee twintigers. Het gaat over deze Friese bodem en de speelse creativiteit die een nieuwe levensfase brengt, na een lang en zwaar afscheid. Het is tegelijkertijd ter nagedachtenis aan Michiel, mijn lieve man, die 20 jaar geleden stierf. De documentaire van Michelle van der Plas en Emma Sidlauska is prachtig geworden en staat nu online:

https://www.2doc.nl/documentaires/series/makers-van-morgen/2022/rooted-nomad.html

Je kan het ook op groot scherm komen bekijken.
Zaterdag 18 juni 2022 om 11.20 uur.
Louis Hartloopercomplex, Utrecht.

Koop hier kaartjes: https://www.hartlooper.nl/films/campusdoc-international-film-festival-18-19-juni-vertoning-1-blok-2/

Wat overleeft (What survives)

.

Dit is een heilig plekje in mijn huis. Een glas in loodraam in de nok. De rode bol, in vieren gedeeld, symboliseert de Aarde en de opgaande lijnen het groeien. De halve kom naar boven gaat uit naar de hemel en alles wat ons omgeeft. Naar lucht en licht, wat leven voedt. In de winter is het raam bedekt achter een dikke prop schapenwol. In de lente haal ik dat eruit, het moment dat het groeien begint.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onder de tekst.

Do you rather listen? Click on the button under the text.

Sommige mensen bewaken een oude plek. Ze zijn al jong verbonden met een bodem die verzadigd is met verhalen. Verzorgers van lommerrijke bossen. Of kruidige weiden, al decennialang niet geploegd of omgekeerd. Dagjesmensen fietsen voorbij langs een bloeiende houtwal of een wei vol bloemen. “Wat een mooie plek…” zeggen ze. Het zijn herders en boeren. Mannen en vrouwen die leven in het ritme van de seizoenen. Die één geworden zijn met dat, wat nooit verandert en toch altijd in beweging is. Heel gewoon, zonder valse romantiek. Het is dat, wat nooit het nieuws haalt, omdat het is wat het is en het graag zo wil blijven. Niet vernieuwend en blits, maar gegrond en duurzaam. Juist die mensen kunnen niet vaak genoeg in het voetlicht komen.

Mijn raam kijkt uit op goudgele velden vol boterbloemen. Boer Jochum beheert ze. Hij wil honderd worden en dat lukt hem vast. Hij is een sterke vent. Misschien heeft hij nog wel dertig jaar te gaan! Maar ooit komt er een einde aan. Als een boer sterft of ermee ophoudt, en er is geen zoon, wat dan? Meestal wordt de grond verkocht. Bijna altijd aan een grootgrondbezitter.
De plek die nu de Swetteblom heet, kent een lang verhaal. Al bijna honderd jaar is het een boerderij. Voor die tijd was het een wilde plek, waar kippen liepen en wat kleinvee. Dat wilde, dat heeft boer Jochum terug laten keren. De bomen die hij plantte mogen scheuren en verrotten. Het hooiland is gezond en kruidig en elke winter trekt de zompige klei een grote groep kramsvogels aan, die voedsel vinden in de natte wei. Ik hoor kikkers in de lentenacht. Op het ontluikende verhalenpad zag ik zojuist een geschrokken watersalamander. Ik loop naar Jochumsreed. de lange onverharde weg die van de camping naar het dorp loopt. De regen heeft de scheuren in de droge klei doen verdwijnen en alle bomen zijn nu groen. Vanaf de camping komen Rien en Linde aanlopen. Hun stemmen klinken serieus en nieuwsgierig houd ik mijn pas in, en volg het gesprek.

“Alles wordt opgekocht en met de grond gelijk gemaakt. Dat gaat hier ook gebeuren,” zegt Rien met een ijzeren zekerheid. “Ooit komt er een grote boer en die maakt er allemaal dezelfde weilanden van. Net als overal. En dan moet je allemaal oprotten.” Rien bivakkeert hier om een autobiografie te schrijven. Geen idee hoe lang nog. Naast hem loopt Linde. Ze woont in het dorp en komt hier graag. Deze winter heeft ze elke week de stal uitgemest om haar hoofd leeg te maken. Het deed haar goed. Ze wil de Swetteblom niet missen. Nooit niet. Ze luistert naar Rien zijn pessimistische uitlating en knikt nadenkend. Daar heeft ze al vaker over nagedacht. Ze fronst haar wenkbrauwen. Vanaf de andere kant komt Tanja. Ze wandelt ons tegemoet met haar kleine hondje, groet en loopt verder. Voor velen is deze plek een passage in hun leven. Anderen bouwen iets op. Ik ben hier eigenlijk ook nog maar net. Toch heb ik hier mijn wortels, op de zeebodem van het Noorden. Het lijkt op de polder, waar ik vandaan kom. Maar niemand is zo geworteld als de boer, die hier geboren is. Die de weilanden hooit en de koeien voert en altijd zulke lekkere kwark maakte. Hij beslist wanneer welke boom om gaat. Maar liever laat hij ze staan. De man die al jaren de campinggasten ontvangt. Wat gebeurt er als zo iemand wegvalt? Het land van acht hectare dat langs de Swette ligt, heeft veel in zich, om de eeuwen in te gaan. Jochums plek is gezonder dan vele andere. Dit is een bronplek, zoals Jeroen dat noemt. En er zijn er meer. Tussen de blokkendozen en het groene biljartlaken in, liggen wegen verborgen, die bronplekken verbinden zoals de onze.

Met zijn drieën lopen we over het pad. Het heeft hard geregend. Er staan plassen. Met mijn blauwe klompen loop ik er dwars doorheen. Naast me loopt Linde. “We moeten de camping nog groter helpen maken, zorgen dat er heel veel mensen komen. Het op de kaart zetten. Dan wordt het belangrijk!” zegt ze. “Iets wat belangrijk is heeft meer overlevingskans.” Ik frons mijn wenkbrauwen. “Wil je dat echt?” vraag ik verbaasd. Haar gezicht verandert meteen van uitdrukking. Even aarzelt ze, voor ze zegt: “Nee, eigenlijk helemaal niet. Dit is juist zo’n fijne rustige plek….” Ik knik. “Dat vind ik ook. Ik denk dat we juist de rust en de rijke natuur hier tot zijn recht moeten laten komen.” Boer Jochum heeft er goed voor gezorgd en doet dat nog steeds. Maar wij zijn net zo goed nodig. We moeten de Swetteblom niet alleen gebruiken, maar ook voeden. Door onze handen uit de mouwen te steken en door onze verhalen erover. Wat mooi zou het zijn als iedereen dat deed. Overal, op duizenden plekken. Hoe meer je geeft, hoe rijker een plek wordt. En hoe groter de kans dat het blijft.
Ik zie iets bewegen tussen het gras en sta plotseling stil. De andere twee lopen pratend verder. Heel stil luister ik maar zie niets. Ritselend verdwijnt het zonder dat ik weet wat het was. Morgen ga ik weer kijken. En als ik het weet, schrijf ik de naam op in een mooi boekje met een gouden rand. Want wie schrijft, die blijft.

.

NEDERLANDS

ENGELS
We must not only use a place, but also feed it. By rolling up our sleeves and by telling our stories about it. How nice it would be if everyone did that. Everywhere, in thousands of places. The more you give, the richer a place becomes. And the more likely it will stay.