Hoe maak je dat, of is het iets wat moet ontstaan?
.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan. Door een speling van het lot is de luisterversie iets uitgebreider.
Naast mijn stenenmannetje ligt tot mijn verrassing een tweede hoopje. Verbaasd kijk ik naar de kleine grijze en roze stenen, net twee flinke handen vol. Ik weet van wie het is. Ik zag haar een week geleden., toen ze op een heel klein fietsje naast het pad in het gras donderde. Ze vertelde het me: De wandeling tot dit punt markeert haar vitaliteit, de hoop die ze koestert en opbouwt voor gezondheid en kracht. Maar toch had ik het niet goed begrepen. Ik dacht dat ze mee zou bouwen aan onze gezamenlijke stenenhoop, hier naast de rietkraag en het pad. Maar zij heeft een ander verhaal en maakt dus ook een ander hoopje. Logisch. Een tweede hoopje stenen naast de mijne.
Verderop in het land ligt de moestuin. Gisteren zag ik haar weer. We liepen samen op. Zo ver was ze nog nooit geweest. “Dat zijn pompoenen,” wees ik. Naast de pompoenen is de grond kaal en droog. De dikke vruchtbare kleilaag is afkomstig uit de sloot. Wormen of beestjes zitten er nog niet in, dus je kunt naar hartelust woelen spitten en wrikken . Wel zit het vol scheuren, waar soms een koperkleurig torretje of een spin uitkomt. Ik heb mijn onkruidsteker in de scheuren gezet en de kluiten uit elkaar gewrikt en omgewipt. Zo kunnen ze deze winter stukvriezen tot losse grond. Voor haar? Als ze op een dag zover komt zou dat prachtig zijn. Of komen er anderen? Dat weet ik nog niet. Ik weet niet wie zich aansluit. Vaak genoeg wordt er enthousiast geroepen, maar komt er geen vervolg. Maar nu ligt er een tweede hoopje stenen naast de mijne, dat schept hoop. Ieder kiest zijns weegs en je geeft elkaar de ruimte om in te voegen. Zo vormt zich heel organisch een project. Als er niemand komt word ik pompoenenkweker. Komt zoals het komt.
Vaak begint een project anders. Dan is er nog niks. Iemand heeft het licht gezien en die iemand wil bergen verzetten. In die bevlogenheid worden anderen meegetrokken. Er wordt een tijdlang veel gepraat en ideeën stapelen zich op als het torentje van Olleke Bolleke. De hoofden zijn er vol van. Er wordt een plek aangewezen en een begin gemaakt. Er komt geld op tafel of mest op het land. Maar als puntje bij paaltje komt, blijkt dat het de tijd niet is. De neuzen staan bij nader inzien alle kanten op. Het idee krijgt geen handen en voeten maar loopt leeg als een ballonnetje. Voor langdurig en steeds terugkerend werk heb je mensen nodig met ruimte en toewijding. En als ze aarzelend aan komen lopen is het de vraag hoe het zich vormt. Elk levenspad loopt anders en elk hoofd vormt zijn eigen verhaal. Je kunt de neuzen nooit een kant op krijgen, zeker niet voor lange duur. Je kunt hooguit samen op lopen.
Er is niet een grote hoop stenen, zoals mijn idee was. Nee, er zijn meerdere kleine, vlak naast elkaar. De akker ligt maar dertig passen verder, de wei in. Laat het pad het land in lopen en de akkertjes zich vermenigvuldigen. Een vlecht van bedrijvigheid in de rust van het vlakke land. Dat het wemelt van bezige handen. Ieder voor zich, en toch samen.











