Met groene verhalen trek ik rubbers aan die over het hete asfalt gaan. Kan dat ook anders?
.

.
Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.
Na alle grijze dagen voelt de zon extra warm aan. We staan voor een oude stacaravan, hier op de Swetteblom. Rondom was een soort vuilnisbelt ontstaan van dingen die mensen niet weg konden gooien. Tussen de bosjes was het een jungle met van alles en nog wat. IJzer en plastic, groen uitgeslagen. In de zomer lag de zooi verscholen in het groen. De winter onthult de naakte waarheid. Buizen, pijpen, lege jerrycans, en nog veel meer. En nu in de prille lente, zie je nog steeds alles liggen. Zulke dingen groeien. Er kwam dus steeds meer bij, een afgereden auto en nog een auto, een kapotte scooter. “O laat maar staan, ik kan er misschien nog wel onderdelen uit halen” zei de buurman die van knutselen houdt. Dat laten staan, dat kan nu niet meer. Alles wordt opgeruimd, want er komen oude bekenden in de caravan en dat is een mooi excuus. Iedereen probeert een handje te helpen. Twee mensen houden net pauze als ik aankom, maar ik ga aan het werk. Ik pak mijn schep van de fiets en zet hem in de berg grind. Het moet in de aanhanger. Net als de eerste schep in de bak klettert stopt er een auto. Een rode. De man die pauze hield springt op: “Oooooh een oude fiat 128! Die heb ik ook gehad, wat heb ik daar veel plezier van gehad zeg!” Op een holletje rent hij ernaar toe. Het is alsof hij een oude boezemvriend ontmoet. De chauffeur stapt grijnzend uit. De mannen staan nog een poosje te praten over hun Fiat. De verliefde man geeft het ding een klapje op de motorkap, hij kan maar moeilijk scheiden.
Auto’s zijn handig en ellendig. Haal je twee oude auto’s weg, komen er andere voor in de plaats. Zelf heb ik er geen en in wil het ook niet. Hoe minder wegen en parkeerplaatsen, hoe meer ruimte voor andere dingen. Ik wil geen ellendige oorlog om olie, ik wil groen en bloemen. Ik zorg voor het Verhalenpad, voor de levende wereld die steeds verder gekrompen is. Dat wil ik helpen veranderen. Om te beginnen waar ik ben. Zouden er dit jaar ook vogels gaan broeden op de bult? Ik zie nog niks. Er gebeuren wel andere dingen. Er wilde dit weekend wel iemand komen kijken naar mijn initiatief. Kom maar met buslijn 93, zei ik. Die rijd altijd zonder dat er iemand in zit, de buschauffeur zal blij zijn met een klant, opperde ik. “Ik kom met de auto,”zei mijn bezoeker. Ja, het autoseizoen breekt aan. Auto’s naast de Swette, auto’s naast het Verhalenpad.
Met groene verhalen trek ik dikke rubbers aan, die over het asfalt gaan. Kan dat ook anders?
Auto’s hebben we nodig, denken we. Om naar het werk te gaan, om je LAT relatie vol te houden, voor een dagje uit, voor een unieke natuurbeleving en om te gaan joggen in het bos samen met de hond. En om interessante locaties te bezoeken zoals de mijne.
Toch heeft een kwart van de huishoudens geen auto, waarvan bijna twee derde als een bewuste keuze. Meer dan een half miljoen mensen kunnen het gewoon niet betalen. Door de oorlog in het Verre Oosten wordt alles duurder. Vooral dit stalen beest wordt getroffen, dat fijne ding waar je in kan kruipen en waar je heerlijk op jezelf bent. Lekker op je vertrouwde stoel, de handen aan het stuur. Hoe zal dat nu verdergaan? Blijven mensen verstokt aan hun kar? Zal mijn bezoek vaker de fiets pakken? Ik denk dat er veel voor nodig is om die gewenning te doorbreken. Sommigen zal het lukken om zichzelf te overwinnen en de auto te laten staan. Ik hoop dat het aanstekelijk werkt. Je krijgt er namelijk veel voor terug: Uithoudingsvermogen, meer contact met je omgeving, een vollere portemonnee.
Dus. Wil je langs komen? Dan zijn er drie alternatieven. Kom lekker op de fiets, met buslijn 93 of zet je auto neer bij Jonker Sikke op de parkeerplaats. Vandaar is het maar twee kilometer lopen, een prachtige wandelmeditatie onder de hemelkoepel, tussen de groene weiden. Tenslotte is de weg naar het Verhalenpad toe langer dan het pad zelf. Het doel is maar een klein onderdeel van de onderneming. Je kan er natuurlijk ook een pelgrimsroute van maken en het hele eind gaan lopen van huis naar hier. Tenslotte: overal zijn verhalen! Goed voor het lichaam ook. Het lichaam is de tempel van de geest tenslotte. Ophemeling van de auto is een aftakeling van die tempel en alles wat je met een sterk en gezond lichaam kan creeëren. Hoe minder auto’s hoe meer verhalen we kunnen scheppen, hoe meer ruimte en een grotere groene wereld. Welkom in die andere wereld!
.
Gedichtje uit 1991
In de geest
kan alles
Als de bomen sterven
het water
niet te drinken is
en de vissen
zeldzaam zijn
Dan nog
kunnen wij keren
en onze mythe
opnieuw creëren
voeden de Aarde
tevreden zijn.
.
Alowieke
.
.

.










