Ritme (Rhythm)

.

Dit is vier jaar geleden, toen schreef ik vanuit Brabant, de andere kant van het land. Ik was daar zes jaar, maar ben er nooit helemaal geworteld. Ik wist dat ik weer weg zou gaan. Hoe? Geen idee. Punt één was het ritme om te blijven schrijven. Als dat maar doorgaat, dan komt de rest vanzelf. En zo ging het.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onder de tekst.

Ik heb een langzaam leven nodig. Alleen dan kan ik doen wat ik doe – met liefde. Het is een gunst om langzaam te kunnen leven, maar ook heel duidelijk een keuze. De keuze om steeds te kiezen voor dat ene wat je energie geeft en voldoening, en niet voor het vele, het beste of het hoogste. Genoeg is genoeg. Die keuze maak je niet één keer, maar telkens weer. Zo bouw je rustig aan iets op. Zo creëer je tijd en diepgang voor datgene wat je belangrijk vindt. Voor mij is dat nu al meer dan tien jaar het schrijven van een wekelijks blog. Dat is een heilig ritme.

De week ging razendsnel voorbij. Net als veel andere mensen heb ik deze week, bij uitzondering, veel buitenshuis rondgebracht. Ik ben overal geweest. De gesprekken waren boeiend en leuk, waar ik ook was. Eindelijk weer de vrienden opgezocht waar ik al lang heen wilde. Maar ik was vergeten dat Dick me ook nog had uitgenodigd, voor een optreden in een andere plaats. Ook hartstikke leuk. Eerst met de trein. Onderweg met iedereen een praatje gemaakt. Het meisje op het perron met haar vouwfiets, de oude man met zijn hond die op de hoek van het muziekcafé woonde. Hij zat daar met de buurvrouw. Toen we terugkwamen zaten ze er nog, als meubelstukken in de kleine stille straat. Zelfs de enorme hond was niet van houding veranderd. Hun dag ging traag, demijne snel. Ik voelde me als een reiziger, dan weer hier, dan daar. Geen gewortelde nomade. Daarvoor betaal ik tol.

Het is avond. Hoewel ik moe ben, duurt het lang voor ik inslaap. Veel te wakker. Gebeurtenissen en gezichten passeren mijn geestesoog. En dan wordt het stil. Ik val in slaap. Na een paar uur ben ik alweer wakker. Mijn hoofd voelt brak. Het is maandagochtend. Maar ik kan nog niet rusten. Nog niet. Nog niet. Maandag is schrijfdag. Ik moet iets. Eerst maar een glas water..

Altijd komt er wel een thema, waarover ik wil schrijven. Iets dat hoort bij mijn rode draad. Rustig begint het te dagen. In het weekend ben ik er al mee bezig, tussen de regels door. Juist als het leven saai lijkt, dan groeit het, van binnenuit. Die tijd is nodig, een tijd dat er niets is en niets hoeft. Een tijd van luisteren. Nu is het maandag, het weekend is alweer voorbij. Ik heb geen idee waarover ik het wil hebben. Ik ben gewoon moe en wil luisteren naar de winterkoning. Ik hou van hem. Hoe hij om mijn huis vliegt, als een kolibrie zo snel. Naar de enthousiaste kreten van wervelende visdiefjes en kapmeeuwen die scheren over velden vol boterbloemen. Was ik maar een visdiefje. Voor één enkele dag. Scheren en schreeuwen in de wind. Een plotselinge duik in het water. Zoefffff! Gelijk weer omhoog. Mis. Mijn snavel is leeg. Ik droom. Ik laat de wind door mijn huisje waaien en voel de bries op mijn huid. Heerlijk. Een geluid haalt mij uit de sluimering. De winterkoning. O ja. Het is maandag. Hoogste tijd om te schrijven. Maar ik weet niks. Ik lijk wel een kip. Elke dag een ei. Ik heb er diepe bewondering voor, die legkippen. Zij moeten wel. Ik mag kiezen. Ik kan zeggen, ik doe het niet. Het is mijn eigen keus. Maar zo werkt het niet. Kanniet ligt op t kerkhof, Wilniet ligt ernaast. Als je daarmee begint, dan is er altijd wel een excuus. Daar doe ik niet aan. Schrijven is een ritme, net als de slaap, de wandeling, de cyclus van de maan of de seizoenen. Door het ritme is er beweging en groeit het. Zonder ritme was er geen leven. Zonder ritme was ik er zelf niet eens. Ga en gij zult vinden.

.

NEDERLANDS

.

ENGELS


Writing is a rhythm, just like sleep, the walk, the cycle of the moon or the seasons. Because of the rhythm there is movement and it grows. Without rhythm there was no life. Without rhythm I wouldn’t even be here. Go and you will find.

Zoveel kuikens! (So many chicks)

.

.

Als vegetariër ontmoette ik een kippenboer. Het was een vrolijk gesprek. Als we spreken over een grote liefde van hem gaat hij stralen. Weidevogels.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH version? Click on the button under the text.

.

Sinds kort weet ik dat hier in de buurt een kippenschuur staat. Het is drie kilometer verderop, langs de weg. Er ligt een klein veldje waar schapen in staan. Maar gisteren zag ik er ook een kieviet, die alarm sloeg en rondcirkelde. Een nest? Vandaag aas ik op het moment om daar meer over te weten te komen. Ik ben op weg naar Weidum, op de fiets. Dan zie ik iemand bij het huis van de kippenboer. Een jonge vent wil net op zijn zitmaaier stappen om het gazon te maaien. Ik stop, stap af en zwaai naar hem. “Hallo, mag ik wat vragen?” roep ik. Ja dat mag. Hij stapt van zijn maaimachine en komt me nieuwsgierig tegemoet. “Die kieviet in het land hiernaast, heeft die eieren?” Hij grijnst en gaat er echt voor staan om antwoord te geven. “Nee, daar lopen kuikens.” zegt hij. ”Maar daarachter lopen er nog veel meer! Kievieten en grutto’s. Het wemelt van de kuikens!” Hij straalt helemaal. “En elk jaar worden het er meer. We houden het land nat met een pomp. Dat is goed voor de insecten en de muggenlarven. Die eten ze, de kuikens. Moet je eens kijken wat een wolk vliegjes! Het gaat goed!”

Ik stel de ene vraag na de andere. Hij weet veel van jonge vogels. Op verschillende manieren. Behalve voor de weidevogels, zorgt hij voor kippenkuikens. Die worden verkocht aan Albert Heijn. De klant eet graag het lichtroze vlees, keurig uitgestald en gesealed in plastic. Zo ligt het in de koeling. Maar het begint allemaal in een ei. Heel veel eieren zijn dat. En als ze uitkomen moeten de beestjes allemaal eten. Hij doet het samen met zijn pa. Ik heb mijn buurman wel eens horen mopperen, toen hij in een slechte bui was. Al die kippen die daar opgepropt zitten in die donkere schuur …. gromde hij. Daar moet ik aan denken. “Zoveel kippen in een schuur, daar is veel kritiek op,” zeg ik dan. ” Hoe ga je daar mee om?” Hij vertelt dat hij steeds opnieuw aanpassingen maakt. Er zitten nu grote ramen in het dak van de schuur. Er is ruimte bijgekomen om te scharrelen. De kuikens kunnen ook iets langer rondscharrelen dan vroeger, voor ze onder het mes gaan. De supermarkt betaalt hem ervoor, de prijs per kilo is hoger. “Ik zou best wel bio willen boeren,” zegt hij “Maar we kunnen niet verder uitbreiden. Er is niet meer scharrelruimte. De grens is bereikt.”
Het is balanceren. De eisen voor het dierenwelzijn worden steeds hoger. En er zijn steeds meer mensen die biologisch willen. Als boer verdient hij de kost met wat er gevraagd wordt. Hij werkt met de mogelijkheden die hij heeft en doet zijn best. Jonge kippen houden is zijn broodwinning. Maar dat hij echt van kuikens houdt, dat zie je wanneer hij over de grutto’s praat. En de kievieten. Om die dieren in zijn land te zien opgroeien, daar heeft hij alles voor over.

“Vorige week had de buurman een waterkanon aanstaan. Was dat niet erg?” vraag ik hem. “Ja”z egt hij, daar houden ze niet van. Ik heb een scherm neergezet. Dat hielp.”

In ieder mens is liefde en goede wil. Daar ga ik vanuit en dat blijkt ook, als je maar de juiste vragen stelt en kijkt waar de mogelijkheden liggen. Met enkel cynische blikken komen we niks verder. Met elkaar hebben we dit systeem gemaakt, en met elkaar zijn we er verantwoordelijk voor. Er verandert toch best veel. Ik heb hoop.

.

NEDERLANDS

ENGELS

As a vegetarian, I met a chickenfarmer. It was a happy conversation. As a farmer, he earns his living with what is asked. He works with the possibilities he has and does his best. Keeping young chickens is his livelihood. But you can see that he really likes chicks when he talks about the black-tailed godwits. And the lapwings.

WAAR ZIJN DE VERHALEN? (Where are the stories)

.

.

Leven in de natuur is luisteren naar verhalen. Maar als je teveel ideeën hebt hoe iets eruit moet zien, dan zie je niks. .

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst

Do you want to listen to the ENGLISH version? Click the button under the text.

Het is meivakantie, en op de Pôlle staan kampeerders. Er staat een groene tent en er zit een man te vissen op de steiger. Vanaf de andere kant komen twee figuurtjes het Verhalenpad aflopen. Vanaf het grindpad zie ik ze dichterbij komen. Het zijn kinderen, een jongen en een meisje. Ik blijf staan tot ze bij me zijn.

“Hallo, hebben jullie het Pad afgelopen?” Ze knikken. “Ja, we zagen een bordje staan met Verhalenpad. Maar waar zijn de verhalen? We hebben niks gezien. Wel hele diepe kuilen. Dat was vast een hoop werk. De grond was keihard,” zegthet jochie. Nieuwsgierig haal ik mijn wenkbrauwen op. “Hoe ziet een verhaal eruit denk je?” Hij haalt zijn schouders op. “Een bordje met een tekst. Of beelden.” Hij kijkt me schrander aan. Het meisje luistert aandachtig, wanneer ik verder praat. “Tja, dat is er allemaal niet. . . Maar heb je de spinnetjes wel gezien? Het zijn er honderden! Die schrijven de hele dag verhalen, met al die pootjes.” Hij schudt van nee. Niet gezien. Het meisje kijkt me met grote ogen aan. “Ze kruipen in de barsten in de klei. Die zijn daar gekomen van de droogte. In de kuilen kan je ze goed zien. Dat is kale harde grond. Eén voor één vul ik die met water, uit de sloot. Maar denk je dat ze verdrinken? Niks hoor, ze lopen gewoon over het water heen. Het zijn superspinnetjes. Ze kunnen alles en zijn razendsnel.” Hij kijkt verbaasd. “Nee, hebben we allemaal niet gezien!” Het meisje opent nu haar mond. “Zijn het geen schrijvertjes dan, die op het water lopen?” Die kent ze wel. “Nee,” zeg ik. “Ze zien eruit als gewone spinnen. En ze kunnen heel hard lopen. Leuk hoor. Ze drinken water uit de plassen die ik maak. Of ze drinken dauw, in de ochtend. Lang gras vangt veel dauw.” Ze knikken allebei, alsof ze dat al heel lang wisten. “Jullie zijn best slim,” meen ik. “Ik niet,” zegt het meisje verongelijkt. “Ik wel,” zegt de jongen. ”Ik heb Havo-VWO advies gekregen. Dat is best hoog.” Het meisje kijkt onverschillig. Ik vind het maar niks, dat praten over hoog en laag. “Maar jij bent praktisch,” zeg ik tegen haar. “En je weet volgens mij precies hoe schrijvertjes eruit zien.” Haar gezicht klaart op. Ze zegt dat ze mooi kan tekenen. Maar soms wordt ze ongeduldig en dan verpest ze het. We praten nog even verder. Dan verdwijnen ze richting de steiger, terug naar hun vader.

Langzaam loop ik het paadje af, door het lange gras, terug naar mijn wooncocon. Ik denk aan paden die uitgesleten zijn, ideeën die als kale constructies langs de verharde weg staan. Vertellingen die niet meer voor zichzelf spreken, maar zwart op wit moeten staan, anders zijn ze er niet of hebben ze zelfs geen bestaansrecht. Lees en weet, wie schrijft die blijft. Maar hoe meer je denkt te weten, hoe minder je ziet. Aan wie graag hoog de ladder klimt, gaan vele verhalen voorbij. Er zijn kleine vertelsels en soms zijn ze groter dan je kan bevatten. Niet enkele, maar duizenden verhalen zijn het, geschreven door talloze beestjes, bomen, bloemen en zelfs door bergen en rivieren. Sommige gaan zo snel dat ze gelijk zijn uitgewist. Andere zijn verschrikkelijk traag en nemen hele millennia in beslag. Dan besef je niet eens dat het verhaal er is, en nu verteld wordt aan jou. Maar alles ontwikkelt zich verder en steeds weer zijn er nieuwe wendingen. Oefen in breed kijken, en je ziet meer en meer: Verhalen in het web van leven.

Ik zet mijn ene voet voor de andere. Traag verdwijn ik achter de haag van riet, waar mijn huisje staat. De winterkoning fluit zijn lied, pal boven mijn hoofd. En weg ben ik, in mijn wooncocon. Het is weer de dag om woorden te weven. Anders was dit er niet, alles, wat ik nu schrijf. Verhalen die komen en gaan, en op een dag zullen verteren, als blad in de bodem van de herfst. Een bodem vol spinnetjes.

.

NEDERLANDS

.

ENGLISH

They were children. “Yes, we saw a sign with Story Path. But where are the stories? We haven’t seen anything. We saw deep pits. That must have been a lot of work. The ground was rock hard.” Curious, I raise my eyebrows. “What do you think a story looks like?”

Live in nature means listening to stories. When you only use your head, you miss it.

.

Als je mens en natuur van elkaar scheidt, dan wis je verhalen uit. Lees het artikel van Thomas Oudman.

https://decorrespondent.nl/13362/hoe-de-scheiding-tussen-mens-en-natuur-meer-kapotmaakt-dan-beschermt/3419303851458-239fbdc3

.

BELHAMELS OP TAFEL (Rascals on the table)

.

.

Maakte ik een lange reis voor niks? Het was niet waar ik voor kwam. Maar ik zie wel wat anders. Ik grijns met een kwajongensachtig genoegen.

Liever luisteren? Klik op de knop onder de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

Leiden stad. Ik struin door de drukke straten van het centrum, passeer talloze eettentjes en hier en daar een kledingzaak. Waarom ben ik hier? Even geleden zat ik nog bij een bijeenkomst van Future Affairs, van het NRC. Ik zat erbij, maar begreep er geen snars van, het Panpsychisme, Quantum en fractalen. In het Engels. Ik keek naar het gezicht van de vertellende vrouw. Hoe enthousiaster ze werd, hoe minder ik het begreep. De holle zaal maakte van het betoog een bord sonische spaghetti. Na een uur ben ik weggegaan. En nu loop ik hier. De zon komt achter de wolken vandaan, de stenen stad begint weer op te warmen. Dit is heel wat anders dan het koele Noorden, waar ik vanochtend nog fietste, op weg naar het symposium waar ik voor kwam. Ik volg het water van de gracht en kijk omhoog, naar de gevels. Een oude naam komt in beeld met zachte pastelkleuren. Het is een Antiquariaat. Ik verlang naar de stoffige geur van oude boeken. Nieuwsgierig wil ik naar binnen gaan, maar in één oogopslag zie ik dat ik er niks te zoeken heb. Het is de zoveelste uitspanning om je buik rond te eten.

Ik loop verder. De ongeïnteresseerde veelheid van consumptieartikelen loop ik zonder kijken voorbij. Het maakt me suf en onverschillig. Ik weet niet meer wat ik moet. Dan ga ik ook maar eten. Net als iedereen, kennelijk. Keus zat. De hele gracht is omringd door uitnodigende tafels en stoelen en borden die roepen wat er allemaal te koop is. Aan de overkant is het enige biologische eethuis. Ten minste, dat staat op het bord. Modern, lichtgroen, met tafeltjes langs de gracht. Wie weet is het wat. Ik steek de brug over, terwijl er net een sloep onder me doorgaat vol hapjes en mensen. Ik kies een tafel vlak boven de kademuur en kijk het glinsterende koele water. Boven de gracht vliegen kauwtjes, kapmeeuwen. Geen wonder. Zoveel eten bij elkaar vinden ze in de wijde omtrek niet. De mensen eisen steeds meer op. Overal. Natuurlijk komen ze hierheen! “Hier is het! Hier is het!” schreeuwen de meeuwen. Kolossale zeemeeuwen scheren dreigend over de hoofden van de mensen. Met hun kromme snavels vliegen ze soms rakelings over een maaltijd heen, maar iets van het bord graaien, dat durven ze nét niet. De meeste gasten kijken er niet eens meer van op. Maar de serveerster van het biotentje maakt zich er zichtbaar druk om. “Het komt door die patatzaak aan de overkant!” zegt ze opgewonden tegen een klant. “Dáár komen ze allemaal naar toe!” Op het moment dat ze dit zegt, landt er een kauwtje, twee meter van me af. Hij neemt plaats op het randje van de kademuur, en schikt zijn vleugels. Geïnteresseerd kijkt hij me aan, alsof hij precies weet waar hij moet zijn. Ik begroet hem vriendelijk. “Ha jochie! Jij lust wel wat hè? Nou dat is goed hoor… ” Ik praat op keuvelende toon zoals kauwtjes dat volgens mij ook doen. “Als ik klaar ben dan laat ik een stukje voor je over,” ga ik verder. Het kauwtje kijkt me slim aan. Het is net alsof hij precies begrijpt wat ik zeg. Misschien is dat ook wel zo. Als het over eten gaat, dan zijn zulke dieren bijzonder slim. Dan vliegt hij weg.

Ik bestel twee groentekroketten. Het valt tegen. Al is het gemaakt van speltmeel, er zit bijna geen groente in, het is vet en ik word er misselijk van. Ik eet de paar slablaadjes op, die aan de zijkant van het bord liggen. Een halve kroket laat ik liggen. Dan sta ik op om te betalen. Nauwelijks ben ik opgestaan of mijn gevleugelde vriend duikt vanuit het niets op de tafel, achtervolgt door een fladderende wolk. In een oogwenk is de tafel verborgen achter een schreeuwende groep vaalzwarte belhamels. Van alle kanten komen vogels aanvliegen, maar de kroket is al op. Ik kijk over mijn schouder. Wat een leven! Ik grijns met een kwajongensachtig genoegen. Even maar. Want vlak voor me komt de serveerster aanlopen. Ik trek een stoïcijns gezicht en pak mijn portemonnee om af te rekenen. “Vervelend hè, die vogels,” zeg ik meelevend. “Maar sommige mensen vinden ze toch wel leuk.” Ik pauzeer even om dan toe te voegen: “Dat vind ik eigenlijk ook.” De serveerster knikt aarzelend. Misschien ben ik zelf wel een belhamel. Eentje op twee benen.

.

NEDERLANDS

ENGELS

.

DE PÔLLE EN HET VERHALENPAD (The Pôlle and the Storypath)

.

.

Er staat nu een bordje voor het Verhalenpad, daar prijkt de naam op. Hier hoor je hoe dat kwam en waarom ik aan indianen moest denken in Californië. Hoe mensen soms niet begrijpen wat ze zien en hoe dat tot grote vergissingen kan leiden.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Rather listen in ENGLISH: Click on the button under the text.

.

Aan de overkant van Jochums Reed ligt een oude wilg als een drie-armige ster gekraakt uiteen. Vanuit die dikke takken zijn talloze boompjes gaan groeien. Nu is het een klein wilgenbos. Het is een geliefde plek voor winterkoninkjes, merels en houtduiven. In het hout zitten talloze beestjes die worden opgegeten door weer andere beestjes. Naast de wilg stroomt de Swette, de rimpels in het water weerspiegelen in het licht. Hoe langer je ernaar kijkt hoe meer het fascineert. Het geeft de plek magie. De plek heet “De Pôlle”, dat is Fries voor “eilandje”. In het vlakke kustland waar de horizon overal te zien is, is zo’n bosje net als een eiland in zee. Onze Pôlle trekt veel gasten. Velen hebben gevraagd of ze er voor altijd hun caravan neer mochten zetten. Maar boer Jochum zegt altijd nee. Dit is een plek waar iedereen van mag genieten. Tussen het veldje en de Reed groeien meer bomen. Je kijkt tussen de stammen door naar de onverharde weg. Naast de weg ligt een berg zand met puin. Van het zand heb ik voorzichtig wat weg geschept, om te gebruiken voor het planten van mijn boompjes. Voorzichtig, om de witte dovenetel te ontzien, die wel houdt van dat losse zand. Ik heb er drie kruiwagens zand uit gehaald en de rest van de berg laten liggen. Van de stenen die ik na het graven overhield, bouwde ik een soort grotje, als schuilplek voor beestjes. Ernaast heb ik twee struiken geplant. Als die groeien dan komt er misschien wel een nestje in.

Het is weekend en mooi weer. “Alle campings zitten vol” zegt Dick “Hier gelukkig niet.” We drinken koffie en bespreken het nieuws. Wanneer ik terugloop naar mijn huisje, zie ik dat er gasten zijn aangekomen op de Pôlle. In de tijd dat ik weg was, hebben ze een groot vuur aangelegd. Het zijn twee jongens met een gele auto en een tentje. Uitgebreid genieten ze van de hoge vlammen. Het vuur blijft branden en ook de volgende dag komt bijtijds de eerste jongen uit het tentje. Hij plukt dood gras en met veel rook krijgt hij het vuur brandende.

Als ik om twaalf uur buiten kom, zijn ze weg. Ik loop naar de plek en zie dat het stenen grotje is afgebroken. De stenen liggen nu mooi opgestapeld rond een kring met as. Er kan inderdaad een flink vuur in. Er liggen een paar dikke takken naast. Voor het stel was dit het paradijs. Je waant je in het wild, als in een droom. Alles was er. De stenen lagen daar gewoon. Zouden ze wel eens in de Ecokathedraal van Le Roy zijn geweest? Een geweldige plek is dat. Het lijkt op een oude overwoekerde stad. Boomwortels slingeren zich dwars door en rond de stenen. Daar ligt geen enkele steen zomaar. Voor mij is dat een grote inspiratiebron. Weten zij veel, die jongens…

Zo is het op veel meer plekken gegaan. Dat nieuwelingen ergens kwamen. Een plek die ongerept leek. Bomen en stenen die daar puur toevallig leken te zijn. Ik denk aan de indianen die woonden in wat nu “Yosmitepark” heet, in Amerika. Zij hadden een heel gebied in gebruik. Het leek op een groot voedselbos. Het stond er vol eiken, want eikels waren hun belangrijkste voedsel. Op een dag kwamen er een stoet blanke mannen, te paard. Wat ze zagen was een prachtig paradijs en eikenbomen die gigantisch waren. Thuis zouden die allang gekapt zijn, voor scheepsbouw en nog veel meer. Dit was zo wild en ongerept! Ze wisten toen nog niks van agroforestry en voedselbossen. Laat staan van eikels en wat je daar allemaal mee kon. Eikels waren voor de varkens, niet voor mensen. Ze zagen dus niet dat het bos heel ingenieus in elkaar zat, eetbaar was en door honderden handen werd onderhouden. Er stonden geen hekjes tussen, of bordjes. De blanken jaagden de indianen weg, die zouden het paradijs toch maar verpesten. Het is triest, maar dat geloofden ze echt en daarna is het nooit meer goed gekomen. De blanke mannen maakten er een natuurpark van. Voor het park prijkte een bord, met een naam in hun eigen taal. Bij de poort stond een bewaker. Daar hadden de indianen niet van terug. Het bord is nooit verdwenen.

De gasten op de Pôlle waren natuurlijk geen veroveraars. Hun bedoelingen waren goed. Een volgende kampeerder kan de vuurplaats mooi opnieuw gebruiken, moeten ze hebben gedacht. Ik zet er nu mijn eigen kleine vuurkom neer. Klein is beter, dat houdt gulzigheid in toom. Ik pak de stenen en leg ze een voor een in het karretje. Even later staat er bij de ingang van het Verhalenpad het begin van een grappig muurtje. “Hier werkt Alowieke aan het Verhalenpad” staat erbij. En: “Kijken mag”. Bij mij geldt dat voor iedereen. Bewakers daar doe ik niet aan. Wie weet welke levensverhalen hier nog verteld zullen worden. En hoe vaak we nog aan inheemse mensen zullen denken, overal ter wereld. Met al hun Verhalenpaden. Hier, langs het Verhalenpad in Friesland.

.

NEDERLANDS

ENGLISH

ENGLISH

There is now a sign in front of the Story Path with the name on it. In this story you can read how that came about, and why it made me think of the indigenous people of what later became Yosemite Park, in California. How people who are new somewhere, don't understand what they see. And what great mistakes can result from that.
Lees verder “DE PÔLLE EN HET VERHALENPAD (The Pôlle and the Storypath)”

OOR VOOR LUISTERLANDSCHAP (Ears for sonic landscape)

.

Mei de skries fan e Fryske greide giet it net sa goed

.

Een bos of wei hoort vol te zijn van het levend concert, maar dit sonisch landschap verdwijnt overal, in snel tempo. Een boeiend web van geluid lijkt een gunst in het leven, een aangename bijkomstigheid, maar het heeft nauwelijks rechten. Het is tijd om de noodzaak ervan te herontdekken. (Mede geïnspireerd door David George Haskell.)

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want tot listen to the ENGLISH translation? Push the button under the text

Hoe eenvoudiger ik leef, hoe rustiger ik word. Muziek luisteren is ook iets wat ik steeds minder doe. Toch, soms krijg ik echt zin om te swingen. Dus dan ik probeer het maar weer eens. Ik pak de laptop en open I Tunes. En ja, daar komt mijn muziekbibliotheek tevoorschijn, met allerlei plaatjes keuzes te zien. Allemaal muziek die ik gekocht heb. Ik klik op Miriam Makeba, maar ik hoor niks. Wat nu? Eerst maar eens inloggen bij Apple. Ik ben mijn wachtwoord vergeten en ben een paar minuten bezig. Vier keer moet ik een code invullen. Steeds weer een andere. Net voor ik ongeduldig word lukt het om er op te komen maar ik kom er niet achter wat er is. Ik ga terug naar mijn collectie. Daar gaf ik een paar honderd euro aan uit. Ik kom er steeds meer achter dat dit eigenlijk niks betekent. Ik ben er geen baas over. Er kan van alles zijn. Een nieuwe laptop waarop I Tunes niet meer werkt, of je moet ineens bijbetalen voor iets waar je allang voor betaald had. Geen idee wat het nu weer is. Uiteindelijk geef ik het op. Zo gaat het vaker. Uit dat ding, dichtklappen en weg ermee. Het is immers lente.

In de lente is alles muziek. Alles is vol geluid, gefladder en gefluit. De puttertjes piepen in het veld als ze niet in de gaten hebben dat ik er ben. De karekiet is tot mijn verrassing terug, en fluit zijn riedel in het riet. De groenlingen, de ringmussen hoor ik elke dag achter mijn wagen ruzie maken en zaad eten. Ook de pimpelmees, de koolmees, de merel en de vinken hoor ik. De winterkoning is druk bezig met nestjes bouwen en vliegt van hier naar daar. In en om het water laten waterhoentjes en meerkoeten weten dat de winter voorbij is. Ik luister de hele dag door. Elke vogel kan ik van de ander onderscheiden zonder hem te zien. Voor ik ze gespot heb, hoor ik ze en ik weet dat ze er zijn.

Eigenlijk is het een verwaarloosd deel van de schepping. Het geluid. Net als geur eigenlijk. Het zijn de ongrijpbare dingen van het leven. Maar als de zanger niet zingt wat rest ons dan nog? Geluid verbindt en onthult. We kunnen met het oor zien wat voor het oog verborgen is. We kunnen een sfeer creëren met elkaar. Zingen, spreken of fluisteren. Of iets verkondigen met luide stem. We kunnen luisteren met fonkelende ogen en rode wangen of zacht en verontwaardigd sissen. Dieren kun je zachtjes horen sluipen, als er een takje kraakt onder hun poten. Ze springen, grommen of fluiten, en elk dier luistert. Waar zijn de anderen, waar is het gevaar? Elk geritsel, geklop, geblaf of gekraai is belangrijk. De verscheidenheid aan bomen en struiken maakt het geluid nog gevarieerder. Het is de akoestiek van het landschap.

Een landschap hoort vol te zijn van dit alles, maar het verdwijnt steeds meer. Geluiden zijn een gunst in het leven, maar ze hebben nauwelijks rechten. Het web van geluiden, de akoestische wereld van een bos of wei, kan zonder ophef naar de kloten worden geholpen. Weinigen merken het op, hoe luisterlandschap almaar kariger wordt. (Ik ben toch blij dat dit in Friesland anders is, hier weet men, het is stil geworden op de weiden en het wordt zeer betreurd en er wordt hard aan gewerkt.)

Ik stop de laptop terug in het vakje waar hij hoort en stap langzaam het bordes op, zonder te stampen of met de deur te klappen. De vogels hoor ik nog steeds, maar ik zie ze niet. Ze zitten achter het lichtdoorlatende zeil. Het is geen mooi zeil meer. Het is oud en het wordt steeds groener. Maar het werkt en de dieren en ik zijn er aan gewend dat het zo is.

Er is veel leven op deze stille plek, twee kilometer van de weg af. De vroege ochtend is bijna voorbij. Het is het allermooiste deel van de dag en ik wil het niet meer missen. Het concert aan geluiden is voor mij een reden om andere concerten te laten gaan. Ik hoef nergens heen, want de ochtend geeft mij meer dan ik in jaren heb gehoord. De wereld aan geluiden, dat is het wat ik wil helpen scheppen. Gezoem van bijen en hommels horen. De grutto en de kievit in de wei in het voorjaar, de uilen en de kramsvogels in de winter. Hoe langzamer ik leef, hoe beter ik kan luisteren. Laat I tunes maar in de plomp zakken. Ik ga live.

PS Binnenkort is het vier mei, dan kan je weer twee minuten luisteren naar de stilte. Maak er wat moois van met elkaar! Hieronder staat het artikel dat mij inspireerde.

.

Foto: Alowieke van Beusekom

.

NEDERLANDS

ENGELS

We verwaarlozen de sonische diversiteit van de natuur en lopen zelf risico. Menselijke activiteiten leiden onze aandacht af van de levende aarde. Dit is waarom dat belangrijk is. David George Haskell

This story was originally published by Yale E360 and is reproduced here as part of the Climate Desk collaboration.

Geluid wordt gemaakt van de meest kortstondige dingen op aarde, onaanzienlijke luchttrillingen. Toch is geluid ook de grote verbinder en onthuller. Omdat geluidsgolven door en rond obstakels gaan, verbinden ze levende wezens met sonische informatienetwerken. Sommige van deze netwerken zijn communicatief – liedjes, muziek en spraak – en sommige komen neer op afluisteren – roofdieren en concurrenten die naar elkaar luisteren terwijl ze ademen, bewegen en eten. Luisteren kan dus de onzichtbare dynamiek van de levende wereld onthullen. In een tijd van crisis en snelle veranderingen biedt luisteren ons een krachtige manier om verbinding te maken en te begrijpen.
Maar wat we horen is vaak geluidsverlies. Een deel van dit verlies wordt uitgewist door het uitsterven van soorten. Het lied van de Kaua’i ʻōʻō, een honingeter uit Hawaï, of de boomkikker aan de rand van de Rabbs uit centraal Panama zal nooit meer door de bossen weerklinken. Een andere vorm van verlies is de verminderde sonische diversiteit van habitats: een vermindering van de verscheidenheid aan melodieën, de rijkdom aan lagen van verschillende geluidsfrequenties, het bereik van verschillende tempo’s en de tijdelijke variabiliteit van sonische expressie door dagelijkse en seizoenscycli. Boomplantages of rijgewassen zijn akoestisch flauw en bloedarm vergeleken met de kracht en weelderige sonische variaties van een bos dat rijk is aan divers leven. Overmatig motor- en industrieel geluid veroorzaakt ook verlies van sonische diversiteit door andere geluiden te verstikken en de akoestische banden te fragmenteren die vroeger bevolkingsgroepen en gemeenschappen met elkaar verbonden. En dan is er nog het verlies veroorzaakt door onze onoplettendheid. Wanneer we niet langer luisteren, wordt de rijkdom van de menselijke zintuiglijke ervaring, een noodzakelijke basis voor juist handelen, uitgehold.
Elke habitat op aarde heeft zijn eigen sonische signatuur, gemaakt van de duizenden stemmen die op elke plaats aanwezig zijn. Het duurde lang voordat deze sonische diversiteit ontstond. Predatie hield waarschijnlijk honderden miljoenen jaren lang een deksel op de sonische communicatie. De eerste dieren in de oceanen en op het land konden horen, vooral in de lage frequenties. Zingen of schreeuwen was daarom de dood uitnodigen. Tot op de dag van vandaag zijn vocale wezens degenen die snel kunnen ontsnappen of zichzelf kunnen verdedigen. De kikker, krekel en vogel danken hun gezang voor een deel aan hun springende poten of vleugels.
Toen communicatief geluid eenmaal evolueerde, te beginnen met oceaanvissen en schaaldieren en krekelachtige insecten op het land, diversifieerden de creatieve krachten van evolutie al snel het geluid, waarbij ze eenvoudige kreten aannamen en de complexiteit en nuance opbouwden die we tegenwoordig om ons heen horen. Deze creatieve evolutionaire processen werkten over vele tijdschalen, en dus onthult geluid de vele lagen van de generatieve krachten van het leven. Verlies van de geluidswereld tast de erfenis van deze verschillende tijden aan en vermindert de evolutionaire creativiteit en mogelijkheden voor de toekomst.

.

Lees verder “OOR VOOR LUISTERLANDSCHAP (Ears for sonic landscape)”

DE NOOD VAN HEILIGE BODEMS (The need of secret soils)

.

Jonge bomen en wadi’s

Mensen die de bodem onder hun voeten dreigen te verliezen, een plek, die voor hen heilig was. Ik wens dat hun heilige plaatsen nog duizenden jaren zullen bestaan en dat zij en hun kinderen nooit weghoeven. En dat er nog veel van die plekken bij zullen komen. Met die intentie zorg ik voor de mijne.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to listen to the ENGLISH translation? Push the button under the text.

.

Daar sta ik dan. Ik heb mijn schone kleren aan, want dat kan nu. Voorzichtig loop ik het pad af, op mijn nette schoenen. Ik wandel langs de plekken waar ik gisteren bezig ben geweest, in weer en wind, langs het Verhalenpad. Het graven is klaar. De boompjes zitten erin. Maar ik heb nog veel meer gedaan. Verscheidene plantgaten liepen vol water. Actie was dringend nodig, anders zouden ze verzuipen. Gemotiveerd ging ik verder met scheppen. Slingerende geulen en gaten zijn het geworden, om de kleine boompjes heen. Vanaf de plant steeds dieper, kronkelend van de ene waterkom in de andere, tot de stroom het eindpunt heeft bereikt: een hele diepe kuil. Het was een hoop werk, maar het was het meer dan waard. Niet alleen werkt het goed, het ziet eruit alsof de natuur het zelf zo heeft gemaakt. Kunst! De klei was zacht als boter. In twee dagen kon ik zoveel doen! Ik genoot ervan. De droge maand maart had de grond hard gemaakt als kalksteen. Dat was nu wel anders. De regen en de harde wind kon me niet deren. Lachend worstelde ik met de spade, zwaar van aangekoekte drab.

Dat was gisteren. De paarse regenbroek is inmiddels opgedroogd en heeft een onbestemde kleur gekregen. In mijn klomp zit een gat van het kracht zetten op de spade. De geleende laarzen liggen vol aangekoekte modder thuis, op het bordes. Ik loop weer terug, op mijn nette schoenen en veeg de modder onder de zool af aan het gras. Ik denk dat Dick de koffie klaar heeft en loop het grindpad af.

.

Geplante bomen in rietbed

.

Al die dingen koester ik. Hoe langer ik hier ben, hoe meer ik wortel. Steeds vaker ben ik precies op het juiste moment op de juiste plek. Dat komt omdat ik hier bijna altijd ben, hier, rond de boerderij, op het landje, en in het huisje van mijn vriend Dick. Ik ken het pad met elke hobbel en kan met ogen dicht de 500 meter afleggen naar zijn voordeur. Ik loop met mijn nette schoenen om de plassen heen. Er zijn flinke buien gevallen. De klei is weer zacht. Steeds dierbaarder is het me, deze grond onder mijn voeten. Het hoort bij me. Hier te staan, nu. Het de enige zekerheid is die ik heb, behalve de dood.

Hoeveel mensen verliezen de bodem onder hun bestaan? Het is niet alleen de oorlog zelf, die levens ontwricht. Het is ook de onverzadigbare gulzigheid naar grondstoffen. Grote handelsstromen lopen over de hele aarde, en dat is nu in de war gegooid. Sommigen zijn wijs, en beginnen minder te consumeren. Anderen voelen een nog heftiger noodzaak om te zoeken naar méér. Zoals Brazilië en India. Zij zetten haast achter nog meer mijnbouw.

Hoe ver het ook is, in Brazilië wordt de invloed van de oorlog dus ook gevoeld. Ze voerden altijd kalium in, uit de huidige oorlogsgebieden, voor kunstmest. Dat is nodig voor hun sojateelt. Die import is wegvallen. Daarom wil president Bolsonaro een kaliummijn ontginnen in het al ernstig aangetaste Amazonewoud. Dat wil hij al langer. Maar dit is het gebied van de Mura. Het zijn strijdbare mensen en ze houden intens veel van hun land. Ze houden de kap al lange tijd tegen. Maar hoe groot hun moed ook is, de druk van de boerenlobby wordt in deze omstandigheden bijna onhoudbaar. Zal hun strijd uiteindelijk tevergeefs zijn? Dit zou opnieuw een deel van het regenwoud kosten, land van oud natuurvolk. Nog meer kale aarde. Met alle gevolgen van dien.

Wouden worden gekapt, heilige plaatsen worden zonder pardon van de aardbodem geveegd. Hele volksstammen gaan in protest, maar worden met geweld het zwijgen opgelegd. Dit gebeurt in Brazilië maar ook in India. India importeert 85% van hun olie uit Rusland. Omdat door de oorlog de energieprijzen gigantisch zijn geworden, wil de overheid kolenmijnen ontginnen en het liefst zo snel mogelijk. Ook dáár moet gekapt worden, heel veel gekapt. Het zijn de bossen waar Adivasi huizen, een volk met 57 miljoen mensen. De wouden moeten plaatsmaken voor een enorm uitgestrekt mijnengebied. Een hel. Voor de Adivasi is er geen alternatief. Ze moeten simpelweg oprotten. En waarheen dan? Er is niets wat hun rest, ze zullen overal verschoppelingen zijn. Ik denk aan hun vrouwen. Zij zijn het, die moed tonen. Overal komen ze in opstand. Ze worden op grote schaal verkracht en vermoord. Ik heb het zelden over deze dingen, omdat ik vooral wil inspireren. Maar het hoort er wel bij, dit te weten, deze mensen te steunen. Te denken aan de vrouwen die zich zo verbonden voelen met hun land, net als ik. Die vechten voor wat hen dierbaar is. Elke vrouw die daarbij het leven verliest was mijn zuster.

.

.

Het zijn deze mensen, die het eerst het slachtoffer zijn, de laagsten in de ladder. Wie denkt er aan hen, in al het tumult? Ze verdienen zoveel meer! Het zijn juist zij, die zich verantwoordelijk voelen voor de Aarde. Ik hoop op een wonder. Dat dit de laatste krampkoortsen zijn van het oude, wat niet meer werkt. Dat een wereld om de hoek staat die berust op samenwerking en symbiose. Dat alle mensen hun grond kunnen behouden en dat hun heilige plaatsen nog duizenden jaren zullen bestaan. En dat er nog veel van die plekken bij zullen komen. Met die intentie zorg ik voor de mijne. Mijn heilige plek bij boer Jochum, in dit dorp in Friesland. Dit Verhalenpad, in de zompige klei van het natte Noorden.

.

Nederlands

English

https://metro.co.uk/video/for-destruction-mura-indigenous-people-vow-protect-amazon-1991268/?ito=vjs-link

https://www.reuters.com/world/americas/canadian-firm-lobbies-brazil-amazon-potash-mine-permit-2022-03-31/

https://www.survivalinternational.org/campaigns/adivasisagainstcoal

https://www.theguardian.com/world/2022/mar/31/protect-indigenous-peoples-rights-or-paris-climate-goals-will-fail-says-report.

https://www.mo.be/artikel/de-adivasi-de-vergeten-bevolkingsgroep-van-india

Schuilen voor de regen

.

Lekker zelf doen

.

.

Automatisch automatiseren is het einde van de creativiteit. Dat doen we dus lekker niet.

Liever luisteren? Klik op de knop onder de tekst.

Ja, het is zo ver. Eindelijk kan ik weer naar de markt. Ik had met mezelf afgesproken dat eerst het plantwerk af moest zijn, voor ik er weer op uit ging. Bomen moeten de grond in vóór 1 april. Dat is de regel. Dit is zo ongeveer het moment dat de sapstroom op gang komt. Dan kun je ze beter met rust laten. Hier in het koude, winderige Friesland begint het wat later. Hoe dan ook, ik wilde ze op tijd planten. Als ik te laat ben, dan groeien ze het eerste jaar niet. Gelukkig zitten ze nu allemaal in de grond en om het te vieren ga ik vandaag naar de markt in Leeuwarden.

Ik loop met een rugzak en twee canvas tassen het station uit. De markt is vlakbij. Het eerst ga ik naar Leen, biologische kaasboer. Van ver zie ik dat hij een bril op heeft. Dat is nieuw voor me. “Ha!” begroet ik hem. En dan “Ik ben een tijd niet geweest…” Hij kijkt me geduldig en wat lijdzaam aan. “Ja…..máár…….???” Ik lach. “Nee hoor, niks geen gemaar. Ik was bomen aan het planten.” Zijn gezicht klaart ogenblikkelijk op. “O! Dat is mooi. Wat voor bomen?” Ik noem ze op. Elzen, wilgensoorten, hazelaars, meidoorns, sleedoorn, wilde lijsterbes, krent, gele kornoelje, gelderse roos, vlier. “Maar dat zijn vooral struiken!” “Dat klopt”, zeg ik. “Dat is ook de bedoeling. Bosjes, dichte bosjes moeten het worden met veel bloesems.” Ik ben even stil, voor ik verder praat. “Maar ik heb misschien iets stoms gedaan. Ik heb geautomatiseerd. Zonder erbij na te denken heb ik een watervlotje gekocht op internet. Een drijvend zonnepaneel met een pompje. Voor in de sloot. Was dat nou nodig geweest? Met een juk en twee emmers kan ik ook water geven. Ik kan er één laten maken nota bene, door een vriend. Die heeft dat vaker gedaan.” Hij denkt even na. “Ja dat is leuk! En je kan ook gewoon een extra sloot graven, langs de hele lengte van je land.” O ja, bedenk ik me. Daar had Jeroen de greppelkenner het ook al over. Een greppel erbij. Of een kronkelsloot. “Misschien doe ik het wel allemaal” zeg ik tegen Leen, “Het watervlot, de greppel, het juk. Niet alles automatisch.”

Leen kijkt peinzend in de verte. “Ik ken dat. Er zijn genoeg boeren die volledig zijn geautomatiseerd. Ik doe dat niet. Ik blijf kleinschalig, met mijn twintig koeien. Ik verwerk de melk tot kaas, doe alles zelf en verkoop het hier op de markt. Daar red ik het mee. Een boer met een gezin zou aan veertig koeien genoeg hebben, op die manier.” Ik kijk naar zijn kaas in de vitrine. Het is lekkere kaas, en er zit geen plasticlaagje overheen. Je hoeft er niks af te peuteren. “Voor elke boer met tweehonderd koeien zitten er dus vier mensen in de bijstand,” besluit hij zijn verhaal. Ik tel na, veertig keer vijf is tweehonderd. Tweehonderd koeien. Meer mensen aan de kant. Dat is het gevolg van almaar groter en verder gaande automatisering. “Wat jammer,” zeg ik.”Wat is er mis met mooi handwerk? Ik denk dat veel mensen er niet zelf over na denken. Net zoals ik, met mijn watervlotje. Ja, het is een mooi ding, al geeft hij maar vier liter per minuut. Het is mooie techniek, dat vindt iedereen. Maar een handgemaakt houten juk is ook mooi. En een extra greppel geeft weer niet alleen water, maar ook meer beestjes en planten, die willen drinken, zwemmen, of van nattigheid houden. Dat is nog veel mooier. Het geeft zoveel te zien! Ja er kan veel meer, als je creatief nadenkt. En nu we het er toch over hebben, ik kan natuurlijk ook een middeleeuwse putstoel bouwen.” Leen kijkt me vragend aan. “Een putstoel?”

.

.

“Ja! Een vierkante houten toren met bovenaan een plateau. Daar hijs je de emmer het hele eind uit het water en dat gooi je in een goot. Zo ging het in de stad, bij bierbrouwerijen. Het water liep rechtstreeks door het raam de ketel in. Zo’n goot, dat was de voorganger van de tuinslang. Maar hier op het land kan het ook. Dan laat ik het vanuit de goot in een vijver stromen en vanuit de vijver in de greppel. En dan watervalletjes maken. Het watervlot past daar ook prima bij. Ik kan het allemáál wel doen. Het zal even duren, maar ik ben handig zat.” Enthousiast kijk ik hem aan. Dan kijk ik polsend opzij. Naast me staat een vrouw al een tijdje geduldig in haar tas te rommelen. Ik moest maar eens kaas gaan kopen. Leen grijnst en volgt mijn blik naar de vitrine. “Welke wil je?” Ik wijs. “Die! De jouwe! Een heel groot stuk.” Leen pakt het grote mes, en snijdt een flink stuk van de warmgele, romige kaas. Zelfgemaakt en de allerlekkerste. Ja, Nederland heeft meer boeren nodig. Boeren zoals Leen. Mensen die het lekker zelf doen en daar wat moois van maken.

.

.

.

.

.

.

Waken over wonderen

.

.

Kijk naar de scheuren in je ideeën. Begin niet overnieuw, maar blijf en kijk. Kijk naar het onkruid dat door de spleten groeit. Bescherm het wonder. Geef namen aan wat groeit tussen de kieren, en wat gezien wil worden.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

“Als je hier over een paar jaar klaar bent, dan ga je natuurlijk ook weer verder”, zegt Marita. Ze heeft hier in de herfst een keet neergezet. Die staat hier nu nog steeds op het kampeerveld. Ze wou er iets mee doen, ik weet niet precies wat. Nu is ze er weer, Marita. Ik heb haar lang niet meer gezien. Haar lange blonde haar heeft ze in een staart gebonden. Lekker praktisch. Ze komt de kar weer ophalen. Het is toch allemaal een beetje anders gelopen. Het is niet handig, dat de keet hier staat. Op de weg staat de trekker te ronken.

Marita is niet de enige die ergens een kar stalt. Die iets bedenkt waar niks uit voortkomt. We plannen heel wat af. Vaak komt er niks van, het is allemaal veel te veel. Soms krijgt het voeten in aarde. Maar wanneer is iets echt klaar? Of wil je graag, dat het klaar is? Wil je weer weg kunnen gaan, om ergens anders weer nieuwe dingen te bedenken? Een architect doet dat. Een wegenbouwer en een gatengraver. Ik graaf ook gaten, maar niet om putten aan te leggen en steeds weer nieuwe te maken. Mijn gaten worden weer gevuld. Ik zet er iets in wat groeit. Ik kijk. Ik kijk naar de boom, de struik, elk zijn eigen persoonlijkheid. Het dijt uit zonder dat ik er iets over te zeggen heb. Althans, bijna niets. Ik kijk naar het landje aan de overkant van de sloot, waar ik werk. Ik hou er van, nu al. Ik hoor hommels zoemen en zie het stuifmeel op hun rug van wilgenbloesems. Hazen huppelen weg wanneer ik traag aan kom lopen. Ik loop over het terrein rond de boerderij en kijk naar de lente. Als muren beginnen te scheuren en staal begint te roesten. Dan groeien de wonderen. Het gebeurt als de bomen groot zijn en hun takken kraken en het zaad valt in zwarte aarde. Nieuw leven bedenk je niet. Ik schep, maar het echte werk is een magisch gebeuren.

.

.

Ik ben niet gek. Ik ga niet weg, wanneer het leven pas net op gang komt. Ik kan zeggen, ik ben klaar, de boel maar laten groeien. Ergens anders gaan scheppen en maar weer zien waar ik dan weer jonge loten vandaan haal om te planten. Maar dat doe ik niet. Ik haak mijn wagen niet achter de trekker, dat verhaal is volgens mij voorbij. Iemand die almaar voortgaat, mist het wonder achter zijn rug. Het wonder vraagt om iemand die het beschermt. Wat groeit wil gezien worden. Het vraagt om iemand die het verhaal van het land vertelt. Het verhaal geeft bestaansrecht. Iets een naam te geven, het kan vernietiging voorkomen. Alles wat geen beschermer heeft, is kwetsbaar. In onze wereld heeft land dat nodig. Zonder dat kan niets worden tot een wonder. Een waker is nodig, die woorden geeft.

Wielen worden opnieuw uitgevonden en rollen over de wegen. Het scheppen en keren houdt niet op. Bestemmingsplannen bepalen de toekomst. Ruïnes zijn nauwelijks te zien, of het moet op het erf staan van een oude gepensioneerde boer. Ik plant bomen op oud land, bij een oude boer. Dat is bijzonder. Maar je moet het wel benoemen, er voor zorgen. Anders noemt men het op een gegeven moment verwaarloosd. Bosjes worden gesloopt. Wie weet nog dat ze met liefde zijn geplant, als de planter er niet meer is? Wie ziet het wonder en beschermt het? Niets is vanzelfsprekend. Alles wat ontstaat is belangrijk. Kijk naar de scheuren in je ideeën. Begin niet overnieuw, maar blijf en kijk. Kijk naar het onkruid dat door de spleten groeit. Bescherm het wonder. Geef namen aan wat groeit tussen de kieren, en wat gezien wil worden.

Marita heeft haar trekker op het veld gereden en komt achter het stuur vandaan geklauterd. Even staat ze stil om zich heen te kijken. Ik kijk haar aan en geef eindelijk antwoord. “Ik heb nagedacht over weggaan of niet”, zeg ik. “Ik ga niet verder, want het is nooit af. Ik zorg voor het land en het zaad. Ik ben waar ik ben.” Verbaasd kijkt ze me aan. “O?” zegt ze “Dat klinkt Boeddhistisch”, mompelt ze afwezig. Haar hoofd is alweer ergens anders. Ze koppelt haar keet achter de trekker. Hobbelend verdwijnt hij over het veld, de weg op. Ik sta in het bedauwde gras en kijk haar na.

Wil jij ook de biodiversiteit vergroten? Een tuin vol bloemen, struiken en hommels? Kijk of er oude mensen in de buurt zijn die meer grond hebben dan ze kunnen beheren. Zoek uit of je daar iets mee kan doen, met elkaar. Ik hoor graag jullie verhalen.

.

.

Een roestbak of kunst?

.

.

Zingen van lente

.

.

Het paradijs groeit met eelt op de vingers.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Dick en ik zitten aan een klein tafeltje. De rest van het restaurant is leeg. Een kleine Indiaase vrouw is stilletjes bezig aan de andere kant van de zaal. Voor het raam van het restaurant gaat van alles voorbij. Gozertjes op elektrische fietsen die eten rondbrengen. Steeds dezelfde zwarte man, die voor het raam langs loopt, met een grote zwarte doos in zijn armen. Diverse kampeerbussen gaan de bocht om. Wat een gedoe allemaal. Ik ben het al zolang niet meer in de stad geweest! Ik ben op het land en meestal alleen. Als ik alleen ben kan ik beter kijken, en zien wat het land van me wil. Elke dag plant ik bomen. Hele diepe gaten, zodat de wortels veel ruimte hebben. Het is vette klei en daarom gaat in elk gat een emmer zand, voor de lucht. Dat zand haal ik overal vandaan, waar ik het maar zie. En zo werk ik door. Mijn spieren zijn taai en sterk, mijn conditie opperbest. Soms denk ik dat ik bijna klaar ben. Maar dan vind ik weer een vergeten bosje boompjes in een dichtgegooide kuil. Het aantal wat ik nog te doen blijft steken op de vijftig. Ik graaf tot het af is, heb ik gezegd. Toch zit ik hier nu te eten in de stad, met Dick. Het is nog niet af. Maar het geeft niet. Dat mag best wel eens.

De vrouw haalt de borden van tafel. Nee, we hoeven geen koffie meer. “Het is tijd om te gaan,” zegt Dick. In zijn zak zitten kaartjes voor het concert van Lenny Kuhr. We lopen erheen en niet veel later luisteren we naar haar warme diepe stem. De liedjes zijn van haarzelf of ze zijn door anderen voor haar geschreven. Toen ze bekend werd met “De troubadour” was ze achttien, nu is ze tweeënzeventig en ze zingt het nog steeds. Eén keer, als toegift. Er zitten allemaal grijze mensen in de zaal. Ik ben geloof ik de jongste. We luisteren minutenlang en kijken naar het licht op de gezichten die warm afsteken tegen de hoge zwarte gordijnen. Soms vertelt ze er verhaaltjes bij. Ze spreekt over de lente, dat het gevoel geeft eeuwig jong te zijn. Ze heeft het over de eerste meidoorns die nu bloeien. Meidoorn? Zou ze niet de prunus bedoelen, denk ik even. Bomen, ik kan ze wel dromen. Ik doe mijn ogen dicht en droom weg bij haar stem en de sfeervolle gitaarmuziek. Ik zie het steeds voor me, het Verhalenpad, dat loopt tussen de pas geplante boompjes door. Het paradijs groeit met eelt op de vingers. De bomen zingen hun eigen lied. Lenny Kuhr zingt van de lente. Langzaam zak ik weg, mijn hoofd tegen Dick zijn schouder.

.