Een braakliggende kuil met nieuwe natuur. Maar ook een leeg plein ernaast, waar een stel onverlaten andermans werk vernielt. Van wie is het?

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.
Braakliggende, onbestemde plekken trekken mij aan als een magneet. Al een paar keer was ik er om te kijken. Het grote gat waar een gebouw inclusief kelder is gesloopt. Voorheen was het het winkelcentrum Snekertrekweg. Nu staat er een hek omheen, en in de enorme kuil staat water. Je kan er maar aan een kant langs, tussen het naastliggende bedrijf en Heras hekwerk is een brede doorgang, vanwaar je goed zicht hebt. Eerst was er alleen maar water waar stadsmeeuwen een toevlucht vonden. Het tweede jaar werd het droog gepompt en stonden er een week lang tentjes die hoorden bij een muziekfestival. Mensen kwamen en gingen. Het water kwam terug en toen kwamen ook de eerste rietstengels. Een stel meerkoeten vond de plek en maakte er enthousiast hun terrein van. Vol vuur joeg het mannetje alle andere vogels weg. Als je daar eenmaal staat en rondkijkt, kom je vanzelf op het terrein erachter uit. Een groot leeg plein is het, dat achter dat bedrijf ernaast verscholen ligt. Er staan geen auto’s. Maar in de uiterste hoek stond wel opeens een klein huisje in aanbouw. Een huisje op wielen. Twee bij vier was het, met een puntdak. Het was gemaakt van tweedehands materialen, houten platen, laminaat. Alles ongeschilderd. De eerste keer dat ik er kwam, stond de deur open. Ik zag een open kast waar papieren inlagen. Er lagen een paar blikjes op de vloer. Ramen waren er niet, de openingen waren bedekt met kunststof doek. Er lag een hoop rommel naast het huisje. De tweede keer dat ik er kwam, was de deur dicht en op slot. De rommel was opgeruimd.
Vandaag ben ik er weer. Ik zie het al van verre. Het houten bouwsel is weg. In plaats daarvan ligt er een hoop as en verkoold hout. Het is in de fik gestoken! Weet de eigenaar hiervan? Welke stelletje onverlaten moest dit zo nodig doen? Tegelijkertijd daagt het bittere besef: zo eindigt het vaak. Iets vreemds op een verlaten plek trekt vage lieden aan, meestal jongens. Die hangen daar wat rond, vervelen zich. Misschien waren ze er vaker geweest, hebben zij destijds die rommel gemaakt en blikjes achtergelaten. Misschien vonden ze nu de deur op slot en dachten ze: Als we er niet in kunnen steken we hem wel in de fik. Hoe dan ook, het lege plein krijgt een onheilspellende sfeer, nu de kleine houten wagen in as ligt. Alsof het oorlog is, met agressieve winnaars en verliezers. Uiteindelijk wordt niemand er gelukkiger van. De gebouwen van de stad staan op de achtergrond. Straks zal ik daar zijn. Het centrum waar alles gewoon doorgaat. Wat lijkt dat ineens ver weg. Ik struin tussen de puinhopen en zie overal half verbrande teksten liggen. Een velletje raap ik op. Het is een handgeschreven verhaal, in een fijn priegelig handschrift. Het moet een oudere man zijn, met zijn ouderwetse aan elkaar geschreven letters. Op het eerste velletje lees ik dat hij een mooie meid tegen kwam. Ik gooi het terug en raap een ander vel op. Een paar woorden trekken mijn aandacht en ik lees verder:
Ik heb gisteren niet meer geschreven, maar ik heb gisteren de hele dag tot middernacht doorgewerkt, want ik ben een vogellokwagentje aan het maken, of tenminste, dat was ik gisteren. Ik ben nu mijn grote lokwagen wat lichter aan het maken, door overtollig materiaal er uit te halen. Want dat ding was gewoon veel te zwaar. Dus ik hoop dat alle moeite die ik er nu in stop en het materiaal dat ik ervan af strip, dat dat verbetering brengt. (.)
Dan volgt er een stukje over Jens en Nicky. Kennelijk hadden ze verschillende belangen en dolf hij het onderspit. Hij zegt dat hij het van hun kant ook wel begrijpt. Er wordt niet uitgelegd waar het over gaat. Ik bekijk het vel papier nog eens goed. Het gelinieerde vel waar het opstaat is aan de randen zwart en gerafeld van het vuur. Kennelijk komt het uit een dagboek. Er liggen meer zulke half verbrande velletjes. De tekst zegt wel iets. Dit verloren werk was misschien ook zo’n vogellokwagentje. Had hij er geen plek voor? Was hij daar niet meer welkom en stond het wagentje daarom hier? Een rotplek is het. Het is niks gedaan, zo’n hoek achteraf, onaf en verlaten. Het spijt me voor hem. Als iemand de man kent, wil diegene dan dit bericht doorsturen. Dan is hij hier van harte welkom voor een bakkie troost, tussen de vogels van de Swetteblom, in mijn kleine huis











