
Als je het vanaf een andere plek bekijkt dan is er zoveel mogelijk!
.
Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.
Er zijn dingen die nooit veranderen. Voor voedsel moet je werken. Kinderen willen spelen. Volwassen spelen niet meer. Hoewel, sommige grote mensen spelen nog wel. Een daarvan ben ik er een. Spelen komt na het werk. Het werk moet worden gedaan. Een veld vol pompoenen op de kale donkere klei. Verwoed verricht ik de saaie arbeid, het kaal houden van de opgeworpen vruchtbare grond uit de sloot. Ik heb ontdekt dat je hier geen slakken hebt. Zonde om zo’n kans voorbij te laten gaan. Ik ga door de knieën en steek de volgende harde rietstengel uit. Zulke mooie grond. Kijk nou toch eens, al die slingerende pompoenen. De kale grond wordt steeds meer bedekt door grote bladeren die bewegen in de wind. De oogst lijkt overvloedig te worden en dat stemt me tevreden. Voedsel verbouwen is een serieuze zaak. Maar vergeet het spel niet!

Als je kinderen hebt gaat dat vanzelf. Als je alleen bent moet je er tijd voor nemen, na het werk. Waar ik echt warm van loop, is het bouwen van hutjes. Toen ik zes was bouwde ik een hutje voor beestjes, in het bos. Ik wist niet precies welke beestjes dat dan moesten zijn. Helemaal van gras was het. Het was maar een klein hutje, niet hoger dan mijn knieën en de
ingang was rond. Ik heb nog wel eens gekeken, maar er zat nooit iets in en er waren ook geen keutels.
Nu, 55 jaar later, maak ik niet alleen bulten en holletjes van gras, maar sleep ook met dikke takken en zware stammen. Takkenrillen en heggen maak ik. Daarin schuilt een hoop leven. Er zijn ook verborgen nestjes te vinden en minihutjes van mijn hand. Soms worden ze gebruikt. In een ervan vond ik een niet uitgekomen eende-ei. De rest was allang uitgebroed en zwom piepend in de sloot. Bij sommige verborgen hutjes hoor ik winterkoninkjes rondscharrelen. Sommige schuilplekken worden nooit gebruikt. Soms wordt het wat, soms niet. Maar je weet het nooit.
Vandaag maak ik een hut bij het Verhalenpad. Een wilg, een els en een gelderse roos staan aan de ene kant. Daarnaast, langs het open veld, groeien wilgenroosjes, als steile staken rechtop met kleine roze bloemetjes bovenin. Sommigen zijn nog hoger dan ik. Ik haal een paar weg, zodat er ruimte komt tussen de bosjes en en de wilgenrozen. Ik vlecht de harde dikke stengels dwars tussen degenen die verder groeien, voorlangs, achterlangs. Voor de ingang van het hutje staan heelblaadjes, de gele bloemen komen net in bloei. Ze wordt vergezeld door blauw glidkruid en wolfspoot. Daarachter ligt het uitgestrekte weiland. De gele heelblaadjes en het blauwe glidkruid zijn vergeten planten en wolfspoot komt ook niet zomaar overal op. En toch is het hier bij elkaar gekomen Dat raakt me. De harde klei is hier bedekt met het verteerde hout uit een kleine biomeiler. Het was puur hout met niks erin, zo hebben we het hier gestort. Deze planten zaten daar dus ook niet in, dat alles kwam op toen de omstandigheden van de bodem veranderden. Hoe kan dat? Ik kan er niet over uit. Een groot veld vol pompoenen maakt me opgetogen, maar die heb ik er zelf ingestopt. Dit is nog verbazingwekkender, het komt dichtbij een wonder, dat dit gebeurt op deze klei waar al zeshonderd jaar gehooid is en waar volgens mij nooit heelblaadjes hebben gegroeid. In elk geval moet dat al heel lang geleden zijn. Wat is er eigenlijk allemaal mogelijk? Zoveel lijkt verloren, maar hoeveel ligt er nog verborgen in de bodem die niemand kent, in het schemerland van mogelijkheden? Dit is voor mij een plek van hoop. En zo’n plek verdient een tempel. Een klein geheim waar bijna iedereen aan voorbij loopt. Ik trek stengels moeraszegge weg, zodat de heelblaadjes meer ruimte krijgen en gooi het in de hut. De laag wordt dikker en langzaam vormt zich een zacht bed. De takken van de katwilg laten zich makkelijk naar beneden buigen, voor een dicht dak. Als ik de els deze herfst snoei, dan komen er volgend jaar witte bloemen boven van de gelderse roos. Misschien komt er een haas met een kleintje. Of misschien niemand. Maar ik vraag me af, als ik niks zie in mijn hutje, is het dan ook leeg? Wie vertelt me wat er gebeurt zonder dat ik het weet? Misschien is de haas net weg, of wonen er elfen op mijn land en boom kabouters, die dit project graag willen steunen. Sommige mensen zeggen dat ze ze kunnen zien, maar ik niet. Dat maakt niet uit. Iets wat ik niet zie kan evengoed bestaan. De aarde is niet afhankelijk van mijn wereldbeeld. Er is wat er is. Met of zonder elfen en kabouters. Een ding weet ik zeker: Dit kleine tempeltje maakt me warm, hier naast de vergeten heelblaadjes, het glidkruid en de wolfspoot die deze vergeten groeiers bekrachtigt. En dan is er ook nog een veld vol pompoenen. Het barst van mogelijkheden. Ik duik in mijn hut en zie het.
.










