
De Waddenzee is vlakbij. Op de boot naar Schiermonnikoog.
.
Het waait over de weiden. Verder is het best stil. De broedvogels zijn grotendeels weggetrokken, de wintergasten komen in kleine groepjes terug. Af en toe klinkt het geluid van ganzen en wulpen. Na de droogte halen de planten hun verloren groeitijd in razend tempo in. Vannacht lag ik wakker. Hoewel ik echt genieten kan van deze plek, het werk en het contact met gasten, voelt het soms als het einde van de wereld. Zeker als de herfst nadert. De blubber wordt door veel mensen gemeden. De meesten komen hier in de zomer. Vaste bewoners zijn met hun eigen zaken bezig. De wind waait hard, regen klettert op het dak. De stad is ineens een stuk verder weg. De stad, waar mensen zijn en gezamenlijke creativiteit. Hoe kom ik hier weg? Ik wil nou eenmaal op een gewone fiets blijven rijden, dat geeft beperkingen. Even voel ik me opstandig. Kan het echt niet anders?
Je kunt twee kanten op denken: aan jezelf of wat er is buiten jezelf. Ga je voor het impuls van het moment of zet je je in voor het grote geheel, waarvan je deel uitmaakt. Ook al moet je er af en toe een stuk voor fietsen. Door hier en nu naar buiten te gaan kom je tegelijkertijd dichter bij je binnenwereld. Al fietsend. Eigen behoeften gaan alle kanten op, dan mis je dit, dan mis je dat. De ene keer voel je je alleen, de andere keer is het veel te druk. Fietsen houdt daar balans in. Juist omdat je er iets voor moet doen. Iets extra’s. Want wat is er nog meer allemaal. De ene keer wil je een moestuin, de andere keer wil je een bos vlakbij met tientallen paadjes om te ontdekken. Keer op keer kun je iets nieuws beginnen met het idee dat dit jouw zaligmakende bestemming is. Bestaat dat? Ah, ga toch fietsen. Duizend dromen wachten. Niet om gelijk te vervullen, maar om zich uiteindelijk te verweven tot een mooi filosofisch verhaal.
Waar droom ik van? Ik kan aan Utrecht denken, aan het sociale leven dat ik daar achterliet. Mijn beste tekeningen die daar hangen in het stadsarchief. Vrienden die er nog steeds wonen. De straten, de bomen, de huizen waar ik nog steeds van houd. Soms denk ik: het leven bestaat toch uit meer dan distels wieden op een afgelegen plek in een groene vlakte. Dan lokt de bedrijvige creatieve stad die daar ligt, waar we op de werf naar een opera luisterden, waar koetsen in optocht door de stad reden en waar je plotseling verrast werd door gezang van een Engels jongenskoor vanuit de kerk tijdens een avondwandeling. Die stad daar, die is er nog steeds, in het midden van het land. En ik zit nu in het noorden.
Soms denk ik aan plekken verder het noorden in, aan Schotland, waar ik nog nooit ben geweest. Om daar eens een jaar lang te zijn en rond te lopen. Er is nog zoveel te ontdekken op de wereld! Ik kom zelden of nooit Nederland uit, terwijl ik een nieuwsgierig en beweeglijk mens ben.
Maar ik ben hier. De stad Leeuwarden ligt te wachten om ontdekt te worden. En er ligt plenty snoeiwerk te wachten, waar ik van houd. Ik kan foto’s en tekeningen maken van wat er is. Vlinders, stad of mensen. Ik kan me verbazen over de Friese taal en onbeholpen zinnetjes stamelen waar de ander vriendelijk om moet lachen. Ik schud de hand van een nieuwe vriend en we werken samen aan het grote geheel, dat nu binnen bereik is. Dat geeft energie als van een stralende zonsopgang. Ik houd van de ochtend. Net uit bed is de wereld op zijn mooist. De zon schijnt laag en warm over het ontwakende land. De ganzen, gisteren weggejaagd door een rondjakkerende trekker, zijn terug. Ik hoorde ze toen ik in bed lag. Ergens klinkt het gefluit van een wulp. Al struinend maak ik een rondje, langs de ruige wei waar de nieuwe boomgaard moet komen. Een haas schiet weg, ik weet dat hij daar graag zit. Verder ga ik, langs het paadje, langs de elsjes en de wirwar aan bruine skeletten. Dat is van het mosterdzaad. Ik baan me een weg tussen de hoge obstakels. Het overvloedige zaad is een mooie wintervoorraad voor de vogels. Verderop, bij de sleedoornstruiken, vliegen twee vinken weg. Het zit daar vol donkerblauwe bessen.
Iets moois maken doe je door met toewijding verder te gaan op je weg, ook al moet je af en toe iets missen. Hoe groter de concentratie, hoe mooier het wordt. Als beweeglijk en nieuwsgierig mens is dat de uitdaging. Op die plek blijven waar je werkt. En hoe langer je dat doet, hoe groter de beloning.
.









