Ze zijn slim en zoeken steeds nieuwe manieren. Maar ik ben er ook nog.

.
Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.
.
Zodra ik mijn kont keer is het zover. Ligt er weer een reus omver. Zo’n mooi exemplaar, hoog opgegroeid en blakend van gezondheid. Dat ligt nu zielloos op de grond met de bladeren slap. Het is niet dat ik er heel erg verdrietig van word. We hebben er nog genoeg van. Maar er moet wel paal en perk worden gesteld, voordat dat stelletje vernielers verder gaat. Het is duidelijk. De boosdoeners zijn de muizen. Het eerste slachtoffer viel twee weken geleden. Een van de mooisten was het.
De grond is die dag kurkdroog en hard als baksteen en met de kluiten kun je bijna een huis bouwen. De rij snijbiet staat te glanzen. Behalve eentje, die ligt slap op de grond. Verbaasd kijk ik ernaar. De doorgeknaagde stengel, hier in mijn moestuin. De sporen van kleine tandjes, net iets onder de grond. De muis heeft zich ingegraven, als in een loopgraaf en het lijkt erop dat er geen ander doel is geweest dan deze reus om zeep te helpen. Waarom? Misschien geeft het een kik. “Ik leg dat enorme ding gewoon op de grond!” Kan een muis zulke gevoelens koesteren? Misschien wel. Waarom zou een muis niet dezelfde bravoure kunnen ervaren als een mens? Het genoegen om de diepe “plof” te horen als het ding naast je neervalt. En dan de volgende.
Muizen willen zaken ook kort en klein maken. Alles plat De bladeren zijn verlept maar ongeschonden, zodra de plant omver ligt is het niet interessant meer. Ik zie dat de kleine sloper een begin heeft gemaakt aan een tweede project. Maar het alarm is afgegaan en ik heb hem door. Ik bescherm mijn planten met harde kluiten, stenen, bundels harde grasstengels en gaas.
Twee weken later zijn de omstandigheden veranderd. Het heeft geregend. Voor ons een bijzaak, voor een muis is het levensveranderend. Een slimme muis gaat op zo’n moment onmiddellijk opnieuw op verkenningstocht. Een tal van nieuwe mogelijkheden opent zich. Hij weet haarscherp waar hij was gebleven, het spoor van zijn laatste project. Kijk nu eens. Via een scheur in de klei kan hij er opeens wel bij. Nu de grond zacht begint te worden, zijn scheuren ideale sluippaden. Als muis hoef je de smalle kloof maar een klein beetje bij te werken, de zachtgeworden grond valt als kruimelkaas naar beneden. En dan, vlakbij de dikke wortel hoeft hij maar een heel klein holletje te maken om daar te komen. De muis is begerig, vele knaagprojecten wachten. Druk is dan ook de bedrijvigheid, ’s nachts maar ook op klaarlichte dag. Ik loop er telkens even langs. En hoewel ik er vanochtend nog geweest ben, liggen er weer twee planten plat. De dikke stronk is net als de vorige vlak onder de grond afgeknaagd. Zou hij de plant bovengronds hebben benaderd, dan zouden er nieuwe frisse bladeren gaan groeien, maar met zo’n doorgeknaagde wortel wordt nooit meer wat. Gelukkig is de allerbeste plant nog steeds gespaard gebleven. Daarvan wil ik zaad oogsten. Het is de grootste van allemaal en zijn bladeren staan fier rechtop. Die wil ik heel graag houden! Vastbesloten versterk ik mijn verdedigingswerk. Ik zie een paar mieren verdwaald rondlopen, kennelijk heb ik hun routes in de war gebracht. Anders let ik daar goed op, maar vandaag even niet.
Met elke nieuwe poging van de muizen maak ik korte metten. Muizen zijn slim en vastbesloten door te gaan, nieuwe paadjes te vinden of te maken. Maar ik krijg ze wel. “Het houdt je van de straat”zegt de boer. Voor mij is het toch meer. Het is de groente die ik dagelijks op mijn bord leg. Onze snijbiet is heilig. Mijn vriend en ik zijn allebei gek op snijbiet. We eten het bijna elke dag met verschillende recepten. We krijgen er nooit genoeg van. Ik denk dat het belangrijk is dat je zelf je eten kan verbouwen, en als de kans zich voordoet moet je die grijpen en er goed voor zorgen. Gelukkig zijn er geen slakken te bekennen op deze bijzondere grond. Want slakken? Die zijn nog veel erger.
.











