Jij bent daar, ik ben hier. Elke plek vraagt om eigen oplossingen, elke generatie zorgt op eigen wijze voor wat nodig is. Zo verandert alles, en is er altijd hoop.

Liever luisteren? KLik op de knop onderaan de tekst.
Vanuit de Swette stroomt het water de sloten in en bevochtigt het land. Vaak staat het water hoog, tot vlak onder de steiger. Dat moet ook, de grondwaterstand in het noorden van Friesland is tien centimeter lager dan eigenlijk zou moeten. Gelukkig hebben we het IJsselmeer, dat is nog vol genoeg. In 2018 was dat anders, toen begon onze grote regenton brak te worden, zo laag stond het water. De invloed van de zee gaat immers altijd door, en dat merken we steeds meer. Maar daar ga ik het nu even niet over hebben. Genietend kijk ik naar de volle sloot die langs de bult loopt. De sloot en de bult. Dat lange eind, waar nu zoveel bomen en struiken groeien. Door mij! Ik verwonder me over het Verhalenpad dat steeds weer dicht groeit van alle verhalen die over elkaar heen slingeren. En ik selecteer wat doorgaat en wat wordt geknot. Midden op de dag, als de zon hoog aan de hemel staat, hoor je water lopen, onder de gelderse roos een donkere poel in. Daar, in de schaduw komt de tuinslang uit in een kuil. ’s Nachts staat die kuil droog, overdag stroomt hij weer vol. Er huppelen kikkertjes naast, de grond rondom is zompig. Alles wat groeit uit die zompige grond is groot. Een bos wilgenroosjes torent als een roze boeket uit boven de wei. De rand van mijn bosje tekent zich duidelijk af. Het gras verderop in het weiland groeit nauwelijks, maar mijn bomen groeien door. Af en toe kom ik er om te snoeien en om het weer begaanbaar te maken. De rietzangers zijn weg. De eerste noten rijpen. De bessen die er groeien zijn sappig en smaakvol, de bloemen bloeien lang en vol. Er is volop zon en er is water uit de sloot . De drijvende pomp inclusief zonnepaneel werkt. Hier kan dat. Elders niet meer, daar wordt gewerkt aan andere oplossingen. Maar dit is het land waarin ik werk. De bomen zijn groen en vol. Dat is waarover ik schrijf. Over de mogelijkheden die er zijn, altijd weer en op elke plek anders. Eigenlijk is de menselijke geest net zoiets als de bodem. Als het teveel uitdroogt neemt het geen vocht meer op, dan loopt alles weg. Een mens kan ook teveel uitdrogen, dan is elke sprankeling verdwenen. Dan knijpen de lippen stijf op elkaar en hoopvolle woorden worden met wantrouwen bekeken. Het is allemaal even erg, niets kan nog goed zijn en de mensen hebben allemaal hun ogen dicht en straks vergaat de wereld. Dat geloof ik dus niet. Er is echt wel iets gaande. Mijn buurman, die vanuit zijn beroep veel mensen spreekt over het landschapsbeleid, zegt dat er een omslag bezig is. Het is de oudere generatie die stukje bij beetje het roer moet overgeven. De jongeren hebben een andere blik op de zaak, straks is het hun beurt. Het duurt een tijd voor de bomen die je plant een echt bos zijn. Dezelfde tijd kost het om veranderingen door te voeren. Als water vloeit het de diepe bodem in. Heel langzaam. De heilige traagheid der dingen zal nieuw leven brengen.
.












