(Deze week geen luisterversie)
.

.
Er is een huis vol mensen, en telkens zijn er weer anderen die komen en gaan. Dat is de Vlierhof in Duitsland. Ik ben er, voor even.
Er is een man, hij is dirigent, maar ook in gesprekken weet hij de aandacht goed te verdelen onder sprekers en luisteraars. Hij raadt me Emma Curby aan, een zangeres die middeleeuwse liederen zingt. Hij luistert rustig en inspireert me.
Er is een tuin vol winde, en ik probeer zoveel mogelijk weg te halen, vóór de bloemknoppen komen. Ergens anders loopt een man met een grijze krullenbos. Ik ken hem goed. Hij knipt paarse bloemen uit enorme distels. De bijen vliegen weg.
Er is een tuinvrouw die klaagt over slakken. En de schimmel tast het loof aan door de vele regen maar toch is ze wel blij met de aardappeloogst. We plukken handenvol zwarte bessen en frambozen.
Er is een jonge vrouw met een wit kanten rokje en een rode doek over het hoofd, die ik Roodkapje noem. Ze houdt van bloemen, planten en aarde en de tuinvrouw is blij met haar.
Er is een kind van negen maanden. Aan tafel zit de moeder en een vrouw met een dikke buik die dat nog wordt. In een klein huis tussen de bomen staat een schommelwieg van hout, vlak voor het raam.
Er is een man die jarenlang rondliep zonder bezit, zo vrij als een vogel. De man speelt met het kind dat op tafel zit. Terwijl hij een boek leest, houdt hij zijn blote voet tegen haar ruggetje, zodat ze niet naar beneden dondert.
Als ik terugga wacht ik op de juiste lijndienst. Er is wel een andere bus, een hele lange met een knik ertussen, als een rubberen harmonica. De buschauffeur, een vrouw met blonde krullen, leert achteruit inparkeren op de kleine bushalte. De rij-instructeur zit naast haar. Terwijl ik kijk doet ze het wel zes keer. Sommige auto’s toeteren terwijl ze moeten wachten. Ze willen er langs maar het kan niet.
Het is een lange reis, en ik val bijna om, als ik op mijn stoel in slaap val. Er hangen donkere wolken boven Leeuwarden, maar als ik uitstap is de regen voorbij. De Friese woorden op de borden zijn vertrouwd. Ik kom weer thuis.