Drukke paden, lege nesten

Eieren, kuikens en huisdieren. Kijk en luister naar wat er vliegt en fluit, ook als je stapelgek bent op je hond of kat.

Foto Alex Strauss eieren oeverzwaluw, Jaclou golden retriever, compositie Alowieke

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Ik sta net mijn spade schoon te maken wanneer Sytz eraan komt. Hij heeft zijn hond bij zich, een Friese Stabij die vrolijk meeloopt en meteen komt als hij fluit. Ik ken de honden uit de buurt, ik weet precies welke onder appel staan. De hond van Sytz vertrouw ik wel, met zijn baas. Die loopt niet in zeven sloten tegelijk. “Hoi” groet Sytz als hij mij ziet. “Is dat jouw werk daar, die dikke bomenhaag? Dat wordt nu echt wat hè?” Ik glunder. “Ja, de kleuren zijn telkens weer prachtig. Elke keer staan er andere bomen in bloei.” Hij knikt kort. “Ik zal er zo eens langswandelen,” zegt hij. “Doe dat.” Mijn toon is hartelijk, want het is tenslotte een heel aardig blijk van belangstelling. Maar ondertussen denk ik aan al die nesten die daar intussen zitten. De spotvogel, het puttertje, de rietzangers. Ik houd van vrolijke honden en zij van mij. Maar ik houd geen oog van de uitbundige huisdieren af wanneer ze langs het Verhalenpad lopen te dollen. Ik moet ook denken aan een andere plek, vlakbij Deinum. Daar hebben ze een prachtige wand gemaakt met gaten er in, voor oeverzwaluwen. Ik vertel het aan Sytz. “Ken je die plek?” vraag ik “Een prachtig project. Voor de wand is een vijver. Er staat een informatiebord bij en er is een wandelpad, tussen de bloemen door. Maar dat is kennelijk een hondenuitlaatplek geworden. Ik was er gisteren. Er was geen zwaluw meer te zien. En dat is een heel duur project geweest.” Hij duikt in elkaar. “O ja, sorry. Ik laat hier ook altijd mijn hond loslopen. Hoeveel kwaad kan het als hij gewoon langsloopt?” Hij is even stil. Bedenkt zich dan. “Maar ik heb hem altijd onder appel!” Hij recht zijn schouders en kijkt trots naar de hond die nog steeds vlak naast hem rondsnuffelt. Ik knik geruststellend. “Ja dat weet ik. Het belangrijkste is dat hij niet het riet inschiet, daar zitten de rietvinken en de rietgors, en dat zijn heel kwetsbare nestjes die daar tussen de rietstengels bungelen. Hij knikt. “Ik dacht altijd dat katten veel erger waren dan honden. Maar ik begrijp nu steeds beter dat ook wij met onze honden ook op moeten letten. Als we ze steeds opjagen worden de eieren koud. Dat zei de boswachter die ik deze week sprak. Natuurlijk heeft hij gelijk. Ik heb er nooit aan gedacht.” Ik glimlach. Niet alle mensen zijn zo. “Mijn hond doet geen vlieg kwaad!” lachen hondenbazen dikwijls. Wandelen in het bos of in de wei met hun hond is hun ultieme natuurbeleving. Helaas zijn het zijn er veel te veel, daar gaat veel kapot aan. Verschrikkelijk veel mensen hebben een huisdier. Dat is gewoon niet leuk meer. Ook mij wordt gevraagd: “Is dat niet gezellig voor jou, een hond of kat?” Ik zeg altijd nee. “De vogels zijn mijn maatjes. Nu heb ik mezen die op een halve meter afstand komen. Dat is toch prachtig!” Toch begrijp ik het wel, dat het gezellig is met een kat of hond. En dat het heerlijk is om je beest eens lekker wild in een vijver te laten ravotten. Ten slotte moet hij de oerhond in zichzelf ook eens kunnen uitleven. Maar als die vijver voor een broedwand ligt met oeverzwaluwen dan gaat er iets goed mis. Net als bij Deinum. Ze hebben er nu een bord bij gezet, het is een bezorgde tekst van een zwaluwvolger, met de hand geschreven:

“Honden aan de lijn! En laat uw hond beslist niet zwemmen in de vijver. Dat verstoort het broedproces.”

“Oeps, niet aan gedacht.” denkt de vrolijke hondenliefhebber. De blik gaat naar de gaten waar vogels uit horen te vliegen. Alles is leeg. Het is dus kennelijk fout gegaan. En dat is dan zeer waarschijnlijk hun schuld. Hij kijkt zijn hond aan. Die is zich van geen kwaad bewust. Zou het nog goedkomen? Alleen als de mensen meewerken lukt het. Dus, waar je ook bent:

In de lente als er kuikens zijn, houd je hond dan aan de lijn.

Of in het Fries: Pykjes in t lân, poes in ‘e kuorke ! (Kuikens in het land, poes in de mand.)

Nu nog in het Twents en in het Brabants. En alle andere dialecten. Dan snappen ze het uiteindelijk overal: Genieten van de lente en zorgen voor wat leeft. Ik doe in elk geval mee!

.

.

Luister en kijk ook even naar de Friese zanger van de band “Hûnekop” en zijn kat Gurbe. Moai man! 🙂

Schuttingen of bondgenoten

Ik loop door een steeg waar ik vijftig jaar geleden ook liep. Nergens zijn kinderen. De huizen zijn forten geworden. Maar ik ontmoet een kleine bondgenoot.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst. Duur: ongeveer negen minuten.

Terug in mijn geboorteplaats. Voor het eerst sinds bijna vijftig jaar loop ik weer door het steegje. Het is een van de steegjes die tussen de tuinen van de huizen door loopt. Het waren mijn favoriete routes. Avontuurlijk was het, het smalle pad tussen hagen en struiken door. Er waren struiken met witte besjes die knapten tussen je vingers. Soms zaten er jongens in het raam die mij beschoten door diezelfde besjes in een pvc pijp te stoppen en heel hard te blazen. Ik lachte, het deed geen pijn en bovendien schoten ze altijd mis. Sommige paadjes waren van grind gemaakt, ik zocht naar de mooiste kiezels of naar vuurstenen die vonkten als je ze tegen elkaar aan ketste. Sommige tuinen hadden tuinhekjes, bij anderen kon je direct het pad oplopen naar de achterdeur. Maar nu! Alles is zo onherkenbaar veranderd. Het lijkt wel een gevangenis. Allemaal dezelfde houten schuttingen torenen hoog boven me uit. Ik hoor maar weinig vogels en ook kinderstemmen ontbreken. Wat is er gebeurd?
Gezinnen zijn eilanden geworden, met een fort eromheen. De tuinen zijn betegeld, dat spaart tijd. De kinderen zelf spelen de hele dag op hun telefoon of zitten vast op een BSO. Als je zelf geen kinderen hebt en er beroepsmatig niet mee te maken hebt, kom je ze maar zelden tegen. Als ik ze heel soms wel ontmoet, zijn het net kleine verrassingen. Zoals vorige week.

Ik ben op bezoek bij een leefgemeenschap. De moeder van het tweejarige meisje runt hier de moestuin. Dat doet ze samen met vrijwilligers. Met zijn vieren werken we aan een van de groentebedden. De kleine meid zit op haar knieën naast me terwijl ik doe alsof ik een hijskraan ben. Met een langzame zwaai gaat mijn arm omhoog terwijl ik een langgerekt gebrom laat horen. Dan valt de arm met een klap op de aarde neer, waar ik in één graai een heleboel onkruid uittrek. Tussendoor wijs ik haar op de piepkleine kiemblaadjes, die uit moeten groeien tot bosjes oranje wortels. “Die moeten we laten staan hè?” Ze knikt. Ze krijgt er maar geen genoeg van, ik moet het steeds weer doen. De machine-arm die met een vaartje neervalt, en dan het wijzen op de kleine plantjes waar we zuinig op zijn. De drie anderen wieden serieus door. Haar moeder werkt naast me. De vader is er niet, die woont in een heel ver land.
Als we even later aan tafel zitten te pauzeren hoor ik iets, een klaaglijk gemiauw. Ik kijk door het raam en zie de oude zwart-witte kat. Wat is er met hem? Nieuwsgierig sta ik op en loop door de gang naar de voordeur. Als ik de deur opendoe, ben ik opeens niet alleen meer. Alsof ze uit de lucht gevallen is, zo staat de kleine meid naast me te kijken. Razendsnel en net zo nieuwsgierig als ik. Het is alsof ik een bondgenoot heb gekregen. Iemand die me ogenblikkelijk volgt en meekijkt. Een unieke ervaring. Verbaasd kijk ik neer op de rossige krullen naast me. Maar de poes is weg. Waar is hij? Vlak achter ons komt een vrouw aanlopen. Ze had de poes ook gehoord. Ze schudt met een bus brokjes. De kat loopt langs ons heen naar binnen. “Die heeft vandaag een heel ontvangstcommité “ zeg ik, nog steeds vrolijk om het feit dat ik niet de enige ben die hier staat.

Samen spelen in het groen. Daaraan denk ik wanneer ik door de lege stegen loop. Dezelfde plek als bijna vijftig jaar geleden maar zo totaal anders. Wat zou het mooi zijn als de hoge kale schuttingen weer heggen werden, en bosjes met openingen ertussen. Al die verschillende soorten groen en al die bloemen, waartussen je de tuin kon zien met spelende kinderen in het gras en in de bomen. Dat er weer met bessen werd geschoten vanuit de ramen. Al die tuinen, al die mensen. Kinderen. Waar zijn ze?

.

.

Bovenstaande afbeelding is gemaakt met AI. Daarmee wordt het bizarre van de situatie nog eens extra uitvergroot.

Het zoemt tussen de bosjes

Luisteren en kijken naar insecten in de bosjes. Alles wat aandacht krijgt groeit. En dat is voor de insecten hard nodig. Wij willen meer! In aantal en verscheidenheid. Kijken kun je overal. Samen in een groot bos of in je eentje achter je eigen huis. Zelf een wilg planten kan natuurlijk ook. Of andere aantrekkelijke bloeiers zonder pesticiden.

Een zweefvlieg. Foto: Vroege Vogels

“Laten we dit vaker doen! Met elkaar het bos in gaan om insecten te zoeken.” Het is een dertiger die dat zegt. Met zijn zevenen staan we bij een bosje naast het water. Geen bijzonder bos, gewoon een groepje wilgen en populieren naast een drukke verkeersweg. De wilg, gewoon en toch zo bijzonder. Aan de overkant is de MacDonalds. Jerre Wiersma heeft ons meegenomen, van de Insectenwerkgroep Friesland. Er zijn mensen van zijn werk, de jonge directeur van het uitzendbureau en zijn vrouw. De vrouw is huiverig voor beestjes. Hier hoopt ze op andere gedachten te worden gebracht. Dat lukt aardig geloof ik, al meerdere keren heeft ze zich geuit in verraste kreten over dingen die ze nooit geweten heeft. En nu zegt haar man ook nog dat hij het voor herhaling vatbaar vindt. Ze kijkt verwachtingsvol naar het antwoord van Jerre. “Het bos in met elkaar is leuk” zegt Jerre “Maar het is effectiever om het in je eigen buurt te doen, bij een bosje waar je vaak langs komt. Dat hoeft niet eens groot te zijn. Als je dat regelmatig doet, dan zie je veel meer en dat kunnen we dan met elkaar delen.” De man kijkt enigszins teleurgesteld. In zijn eentje thuis vindt hij wellicht veel minder leuk. Of misschien heeft hij daar helemaal geen leuke bosjes. “Maar het kan best allebei hoor!” zegt Jerre “We hebben het er nog wel over, hoe en wat.” De man glimlacht tevreden. Het volgende moment vangt Jerre iets in zijn netje. Het is een gitje, die tussen de wilgen ronddwaalt, in de luwte. Daarvan zijn er een heleboel soorten en ze houden van water in de buurt. “De larven zitten in plantenstengels en ze komen eruit als zweefvlieg. Met de zweefvliegen gaat het nog slechter dan met de bijen. Wel vijfenzeventig procent is verdwenen.” vertelt Jerre. “Ze zijn kennelijk nog gevoeliger voor pesticiden dan bijen. Ik richt me nu speciaal op zweefvliegen,”zegt Jerre, “Dat is het meest nodig.” De vlieg is uit het net gekropen en is alweer gevlogen. Maar vlakbij zit een nog mooiere, ook een zweefvlieg, met gele en zwarte strepen als een wesp. Hij vertelt hoe hij heet, maar ik heb geen pen bij me om het op te schrijven en een tekening te maken. De volgende keer neem ik een schetsboekje mee, besluit ik. Want ik ga dit vaker doen..

Wat boeit er nou eigenlijk zo aan insecten? Het zijn tenslotte maar kleine beestjes en ze zingen niet zoals vogels. Maar ondertussen zijn ze O zo belangrijk. Veel vogels eten insecten. Zelfs wespen worden gegeten, vooral als de grond in augustus te hard en droog is om wormen te vinden. En als je er goed naar kijkt blijken er prachtige soorten te zijn, of juist heel monsterachtig als je ze met een vergrootglas bekijkt. Sommige zijn zo verbazingwekkend klein dat je ze niet eens kan zien. En al zingen ze niet, ze zoemen wel en er zijn zandbijtjes die allemaal een andere geur hebben. Sommigen doen zenuwachtig, anderen zijn wat luier. Maar wat mij ook interesseert: Inheemse wilde insecten zijn vaak gericht op bepaalde planten. Soms zijn ze helemaal afhankelijk van een bepaalde soort. En omdat ik een planter ben, wil ik graag weten wie er gebruik maakt van wat ik in dit land laat groeien. Het geeft me een voldaan gevoel als de bloemen en bloesems worden bezocht. En als ik de gitjes een huis kan geven voor hun larven dan is dat toch mooi. Ik begrijp Jerre wel, als hij zegt dat het interessanter is om in je eigen buurt te kijken, op steeds dezelfde plek. Het wordt een verhaal, dat bij je hoort. En langzaamaan leer je steeds meer inzien hoe dingen in elkaar steken. Daarom heet mijn project ook het Verhalenpad. Het gaat niet om de verhalen van mensen, die zijn er al genoeg. Het gaat om verhalen van de dieren zelf en hoe wij ermee omgaan. Ik gebruik ook enkele kunst grepen. Langs het Verhalenpad heb ik twee pompen op zonne-energie. Ze liggen in de sloot. Een ervan vult constant een aantal kuilen, vanaf de bult steeds lager, die dan overlopen in de greppel. Daar blijft altijd een laagje staan, voor het de sloot in loopt. De boterbloemen zijn er hoog opgegroeid met grote bladeren. Wilgenroosjes verdringen zich om de eerste te zijn. Het is een prachtige plek. Wat zal er nog meer gebeuren? Zullen hier veel gitjes komen te wonen? En kikkers? Alles is met elkaar verbonden, en insecten zijn een belangrijke schakel. En terwijl ze vliegen van boom tot boom, bestuiven ze mijn kersen, appels en peren. Wellicht is het een mooie uitdaging, om met elkaar het kleinste en meest kwetsbare te onderzoeken, ons erover te verwonderen en het met elkaar te delen. Overal zijn natuurverhalen, maar je kunt ze nooit allemaal volgen. Dat gaat het beste thuis. Heel vertrouwd en om de hoek. Als meer mensen dat doen, dan kunnen we op een gegeven moment bij elkaar langs gaan, en dan kan ieder een voor een vertellen welke verhalen er groeien op zijn of haar land. Maar eerst blijven planten en steeds weer blijven kijken. Dat is de uitdaging. We zullen zien wat er groeien gaat.

.

De wereldwijde achteruitgang van insectenpopulaties heeft tot grote belangstelling geleid bij wetenschappers, politici en het grote publiek. Verwacht wordt dat het verlies aan diversiteit en het verdwijnen van de overvloed van insecten een domino-effect zal hebben. Het zal voedselketens en ecosysteemdiensten in gevaar brengen.
Bron: https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0185809

Breda wil groen zijn, ‘een stad in een park’. Niet alleen omdat de mens gelukkig wordt van natuur om zich heen, maar ook als open uitnodiging aan insecten, de cruciale bloembestuivers, grond-omwoelers en waterzuiveraars die het ontzettend moeilijk hebben.
Bron: https://www.trouw.nl/es-b593935c/

Ook had Vroege Vogels op 19-04-26 een item over bijen in het eerste uur van de uitzending.
https://www.nporadio1.nl/podcasts/vroegevogels/139856/vroege-vogels-blauwborst-pijlinktvis-en-aziatische-hoornaar-19-apr-2026-0700-1000

Wij zijn niet de enigen die de vliegen in de gaten houden. Deze rietzanger fotografeerde ik vlak voor mijn raam. Hij eet insecten die hij in de dichte vegetatie langs de oever verzamelt en keek even wat er hier te halen viel.

De heilige eik in concert

Herkenning en ontroering bij het horen en zien van de muzikale voorstelling “Oak”, van Nynke Laverman.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Er is zoveel te doen! Veel meer dan ik op kan noemen. Rondom mij begint alles opgetogen te fluiten, te fladderen en te woelen. Het is lente, de tijd van de voortplanting. Ook dat nog. Deze tijd vraagt om oogkleppen en doorgaan als een trein. Als je van alle kanten verwikkeld bent geraakt in een overvol bestaan, dan kom je niet zomaar terug in het eenvoudige cyclische leven.

Dit schreef ik een paar weken geleden. Nu kom ik erop terug. Want gisteren, 11 april was ik bij de muzikale voorstelling “Oak”, van Nynke Laverman in Leeuwarden. De hele zaal zit vol. Haar voorstelling gaat dieper in op wat ik in mijn verhaal benoemde. De zaal is donker, maar niet helemaal. Voordat de voorstelling op gang komt staat het publiek in een zacht licht, zodat wij niet alleen Nynke en haar man Sytze kunnen zien, maar zij ook ons. Boven hun hoofd zweeft een gigantische boomstamschijf in de lucht, als een beschermende kap boven hun hoofden. Knap, onzichtbaar vastgemaakt. Ze vertelt het verhaal dat ik al kende, van de stip die de langste lijn van de wereld wilde worden. Vooruit, almaar vooruit! Geen tijd om te stoppen of een bochtje te maken. De mensen smeken; Don’t stop, don’t make an end, but bend! Please bend!” Maar de lijn luistert niet. De lijn gaat almaar door, nachten worden slapeloze nachtmerries. Nynke vraagt zich af hoe ze in deze tijd door kan blijven zingen. Er is moed voor nodig. En terwijl Sytze op de achtergrond op een kalimba tokkelt, verandert het beeld. De boomstamschijf lijkt nu het innerlijk leven van de boom zelf te laten zien. Weerspiegelend licht in het water, ja licht, heel veel licht. Licht dat constant verandert. Beelden en stem vervlechten zich met elkaar. Soms zingt ze vanuit zichzelf, dan weer verplaatst ze zich in de boom. Er zijn oude herinneringen. Mensen zaten onder de boom en vierden, dansten en vroegen de boom om raad. .Het innerlijk beeld van de boom verandert continue. Opeens wordt het heftig, stormachtig, het blad zwaait in de wind, er is een geluid van kraanvogels die in paniek opvliegen. Haar stem verandert van fluweelzacht naar een felle roep de ruimte in. Uit alle macht zingt ze de pijn van de boom, de herinnering aan vroeger, toen het nog geen takkenbende was, maar dat de eik een zeer gerespecteerde persoon was, met een stem waarnaar geluisterd werd. Er zijn rode lichtflitsen en soms witte, die over het publiek gaan. Geraakt staar ik naar het podium. Wij en zij, het lijkt steeds meer in elkaar over te lopen. Tot driemaal toe vraagt ze ons op de achtergrond door te zingen, terwijl zij verder gaat met haar lied. We zingen mee, als in een golf, soms harder, dan zachter, terwijl niemand dat afgesproken heeft. En net wanneer alles van triestigheid lijkt te versterven, komt daar Sytze uit de hoek, met zijn vogellokfluitje. Hij fluit en de vogels antwoorden. Ze komen terug, steeds meer zijn het er. Uiteindelijk baden we allemaaal in een stralend licht en een groot concert van weidevogels golft over ons heen. We zijn stil en onder de indruk. Dan gaat plots het licht uit. De vogels houden allemaal tegelijk hun snavel met een enkele druk op de knop. Het is afgelopen.

Er volgt een luid applaus. Ik doe de roep van een kieviet na in de paartijd, ze glimlacht. Heeft ze het gehoord?

Het was een fascinerende beleving. Er zat verdriet in en hoop. Ik ben meegenomen in het innerlijk leven van de boom, heb geluisterd naar het gesprek dat Nynke met hem voerde, begeleid door Sytze. Het leven in cirkels, als de jaarringen van een boom, als de boomspiegel onder zijn stam. Uiteindelijk kom je altijd terug op hetzelfde punt en altijd wordt het weer lente. Vanuit de rechte lijn en een leven vol drukte weer terug te keren naar deze plek. Met je rug tegen de oude eik, die tot ons spreekt. Ik denk aan de eik op mijn veldje. Jochum plantte hem, al bijna tien jaar geleden. Ik ben degene die hier nu bijna elke dag is en verzorg hem. We hopen dat hij vele eeuwen overleeft in een wereld die terugkeert naar de cirkel, vanwaaruit alles voorkomt. De cirkel rond de eik badend in het licht van de zon.

.

.

Nieuwe rondes, nieuwe kansen

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Kerst is voorbij. En nu brengt mijn pa ons weg, mijn vriend Dick en ik. Wie heeft nou een pa van 96 die je wegbrengt, niemand toch? Meestal is het andersom. Kinderen brengen hun pa weg. En uiteindelijk naar zijn graf. We boffen dat hij er nog steeds is en dit doet. Dus daar zeg ik geen nee tegen en met een korte opmerking maak ik hem bewust van dit opmerkelijke feit. Ondertussen zijn we bijna bij de Swetteblom. We rijden over een weg die ik goed ken, maar die me toch volkomen vreemd is. Ik zie hem dagelijks van afstand maar nooit zat ik erop in een auto. Het is de Haak. De weg die niet zo lang geleden is gemaakt om het vele verkeer de ruimte te geven. De weg is plompverloren in het land gelegd, volgens bewoners. Er is protest aangetekend met een alternatief, maar dat hebben ze niet eens bekeken. Rijkswaterstaat, de provincie en de gemeente Leeuwarden legden het besluit bij twee ministers en die hebben getekend. In 2014 lag hij er. Die stomme weg. Maar wel razendsnel. We rijden rakelings langs een gehucht dat ik nog nooit gezien heb. De drukke verkeersweg loopt zowat in hun tuin en toch heeft de gemeente er geen geluidswal voorgezet. “Ze willen het uitzicht behouden,” zeg ik “Ze doen hier niet aan bosjes en geluidswallen.”Dat snapt mijn pa wel, best mooi al die kerktorentjes aan de horizon. “Maar wel heel lullig voor de bewoners.” zeg ik nog. Pa knikt bedachtzaam. Lang tijd om erover na te denken hebben we niet. Verrassend snel zijn we ineens op de weg naar Weidum en wordt het landschap ons vertrouwd en even later kunnen we thuis uitstappen.

Nu heb ik voor het eerst op die vervloekte weg gereden. Ik heb er tot nog toe alleen nog maar naar geluisterd en gekeken. Geruis in de verte dat soms dichtbij klinkt. De stroom van lichten in de nacht. Een natuurlijke geluidswal is wenselijk. Ook dorpelingen willen dat. Zouden we opnieuw een initiatief kunnen starten voor een strook bomen langs de weg? Inmiddels zijn er dingen veranderd. Nieuwe rondes, nieuwe kansen. Er lag een weidevogelbeleid. Maar de weidevogels zijn er niet meer. De weg heeft ze weggejaagd. Er zijn sowieso nog maar een paar plekken in Friesland waar het goed gaat met de vogels. Dat vraagt om een nieuw beleid. Ondertussen klinkt de roep naar meer bomen steeds luider.

Soms zijn dingen jarenlang hetzelfde, is verandering nauwelijks mogelijk. Maar dan beginnen er zaken vast te lopen en moeten we breken met wat was. Hortend en stotend krijgen nieuwe mogelijkheden een kans. Op elke plek is dat weer anders. En ik ben vooral bezig met bomen en wat er onder groeit. Er zijn meer mensen bezig met bomen in deze streek en ik ontmoet ze. Binnenkort vindt hier een groenlunch plaats met MeerbomenNu. Het lijkt erop dat dingen gaan samenkomen. Het wordt tijd. En niet alleen hier. Overal broeit het en ontstaan nieuwe initiatieven. De tijdgeest leidt ons in de nieuwe stroom. We kunnen een nieuwe wind laten waaien. Laten groeien wat groeien wil, jeukende handen een bestemming geven en ’s avonds in slaap vallen bij het beeld van een landschap dat steeds levendiger wordt. Sommigen denken dat het te laat is. Uitsterving van soorten, klimaatverandering, alles zou niet meer te stoppen zijn. Maar zoals ik hier sta, met de rouwranden nog onder mijn nagels van het werk, voel ik hoop. Dat is wat aarde doet. Het maken van vuile vingers is werken aan hoop. Denk er niet alleen over na, je voelt het pas als je het ook doet. Voel de kluiten onder je klompen op weg naar het land, voel hoe ze breken. Voel de aarde in je handen. We zullen doorgaan met planten en zaaien. Nieuwe rondes, nieuwe kansen. Op naar de nieuwe tijd.

Luister naar het liedje dat spontaan ontstond:

We zullen doorgaan, doorgaan
met jeukende handen
met haar op de tanden tot het komt
ha
tot het komt!

.

Razendsnel gebeurt het

Snelheid maakt slachtoffers en de nasleep kan lang duren.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Ergens in onze familiegeschiedenis ligt een drama verscholen dat direct te maken heeft met het thema van mijn nieuwe boek: “De heilige traagheid der dingen”.
Weer thuis in mijn hangmat laat ik de afgelopen dagen door me heen gaan. We vierden kerst bij onze pa, in het ouderlijk huis. In 1969 zijn we er gaan wonen en nog altijd keren we er terug. Mijn vader is nu 96. Ik ben 60 en woon nu bijna vijf jaar in Friesland. Als ik naar buiten kijk, is het koud en mistig, mistig, net als op die ene dag, waarover mijn pa vertelde. Het was onverwacht dat het verhaal naar boven kwam. En toch is het eigenlijk vanzelfsprekend. Als je de grens van je leven nadert komen zulke zaken glashelder omhoog met steeds meer details. Juist dat, wat altijd in stilzwijgen was gehuld.
Het is de tweede kerstdag. De kamer zit vol. We hebben het over techniek. Het gesprek heeft zich in twee kampen verdeeld, het ene is voor steeds verdere innovatie, het andere hecht waarde aan wat is en wat nooit stuk gaat. “Met goed onderhoud gaan oude machines langer mee dan jij leeft” zegt de een en ik ben het er mee eens. Waarop de ander zegt:”Die innovatie is niet voor niets: het is steeds verfijnder, er zijn steeds meer mogelijkheden. Ook al moeten de grondstoffen overal vandaan komen, het is niet voor niets. En dat werk met die kolen was toch ook niks gedaan. Je zal maar stoker zijn en de hele dag kolen moeten scheppen.” Dat is ook wel weer zo denk ik dan en even weet ik niet wat ik moet zeggen.

Precies op dat moment reageert mijn vader: “Maar die dag was het een diesel!” Even weet ik niet waar hij het over heeft. Dan vertelt hij opnieuw het verhaal. We kenden het. Het was een gegeven, grootvader verdween uit het leven van mijn pa toen hij nog maar een jochie was. Verder hoorden we er zelden iets over, niet van mijn pa, niet van zijn broers en zussen. Nu mijn pa de honderd nadert, komt het gedetailleerder dan ooit naar boven.|
Het was een onbewaakte spoorwegovergang. Ze waren met zijn tweeën, vader en zoon. De vader, mijn grootvader dus, was molenaar en had als een van de weinigen een auto. Een dikke mist omhulde het land en het spoor was onzichtbaar. De zoon, mijn vaders broer, stapte uit om te luisteren of er iets aan kwam. Hij legde zijn oor op het spoor, luisterde zorgvuldig, stond weer op en wenkte. Mijn grootvader startte en wilde het spoor overgaan. En toen hield de wereld even op met draaien. De trein kwam snel, veel sneller dan verwacht, schepte de auto , vermorzelde het staal. Was er teveel tijd overheen gegaan, tussen het luisteren, teruglopen en het starten van de wagen? Mijn pa liep net naar school, passeerde de volgende spoorwegovergang toen hij verderop drukte zag. Een stilstaande trein, mannen die heen en weer liepen. Iemand noemde de naam van Mulligen. Toen wist hij het. Hij liep uit gewoonte verder naar school, en werd toen weer teruggestuurd. “Ga maar naar met je vriendje naar zijn huis”, zeiden ze. We luisteren aandachtig naar de stilte die valt. Dan komen de vragen. Hoe kon dit gebeuren? Mijn vader kijkt in gedachten voor zich uit. “Het was een diesel!” roept hij dan, “Die diesels waren veel sneller, ze waren nieuw, we kenden ze nog niet!”

(De eerste dieseltrein kwam in 1934 in Nederland. Dit ongeluk vond plaats in 1938 op het Drentse platteland.)

Ik heb altijd gedacht een autonoom mens te zijn. Maar toch, kunnen ervaringen van voorouders nog steeds invloed hebben op mijn bewustzijn? Misschien zijn het juist die onuitgesproken verhalen die tegelijkertijd overal doorheen vervlochten zijn. Nu woon ik hier, op de Swetteblom en doe alles op de fiets. Geen snelle fiets met accu, waarbij je een helm op moet om geen hersenschudding op te lopen. Het liefst zie ik iedereen op zijn of haar dooie akkertje voorbijkomen. Maar alles gaat steeds sneller. Elke keer moeten er nieuwe maatregelen worden genomen om onszelf tegen die noodvaart te beschermen. Het is niet voor niets dat mijn wielen stil staan. “De heilige traagheid der dingen” is de titel van mijn nieuwe boek, en vindt zijn weg met telkens nieuwe verbanden.

Wonderlijk.

.

.

Grote strandschoonmaak op Schier

Stichting De Noordzee organiseerde een reeks schoonmaakacties en dit keer ging ik mee. Met een grote groep struinden we het verlaten strand af, in weer en wind.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Op de boot naar Schiermonnikoog wacht ik op vertrek. Links is water en lucht, rechts loopt de dijk. De zee en de wolken zijn altijd anders. Het is de speling van het licht, die de kleur van het water verandert. Het is de zon die glinsterende rimpels maakt in het oppervlak. De luchten zijn weids en indrukwekkend, het water is groenblauw. Er drijft een dikke wolk voor de zon en eensklaps is de glinstering weg, blauw wordt geelgroen. Meeuwen scheren en schreeuwen over het water. In de verte langs de oever duikt een aalscholver onder, op jacht naar vis.

Maar het gaat slecht met de vis en de zee. Grote vissen zijn verdwenen en kleintjes zijn er ook steeds minder. Er wordt overal ter wereld gevist, bijna geen plek wordt met rust gelaten. Overmaat schaadt en doet veel kwaad. Slordigheid en nonchalance ook. Zeehonden worden gevonden met hun kop verstrikt in netten, zeevogels met doppen in hun maag. Ronddrijvende zooi doet het zeeleven geen goed. Zeventig jaar geleden was het nog heel anders. Eigenlijk is dat best kort geleden. Maar nu is het zo, en dan kan je er maar beter het beste van maken, vind ik. Daarom gaf ik me op voor de grote schoonmaak op Schiermonnikoog.

Stichting De Noordzee organiseert het nu twaalf jaar: De Beach Clean Ups tour. De groep verzamelt zich op een terras bovenop de duin en na de thee gaan we los. Het is heerlijk om met gelijkgezinden het strand af te struinen als een troep strandvogels. Trots steekt iemand een groot stuk touw in de lucht of een deel van een net. Reuze interessant is het, om aan kleine draadjes te trekken die uit een bult steken. Onder het zand blijkt dan een hele kluwen verborgen te zijn, als je het treft. Ik schep er een kinderlijk genoegen in.
Tussen de bedrijven door leren we ook nog wat. Al een paar keer heb ik wat groen, uit elkaar gevallen plastic opgeraapt. En nu een hele bos. Wat een hoop, denk ik, en wil het in de plastic zak stoppen. Maar dan komt er een jonge vrouw aan. Ze stelt zich voor als Nina. “Dat is geen plastic” zegt ze. “Het is zeesla!” Oude zeesla wordt transparant, vertelt ze. Je kunt het duidelijk herkennen. Er zitten groene stukjes aan en er zitten gaatjes in. Het scheurt makkelijker uit elkaar. Plastic voelt ook stugger aan. Nina is mariene ecoloog en ze vertelt ons veel.
We lopen verder, vinden een bezem, een pen, stukken van een groene eierdoos en een heleboel gestolde paraffine. Paraffine wordt vervoerd als droge of natte bulk over zee. Na het lossen van een lading paraffine in de haven, blijven er altijd restjes achter in de opslagtanks van het schip. De opslagtanks worden daar schoongemaakt voor het laden van de volgende vracht. Voor het gemak worden de resten paraffine soms rechtstreeks van schepen geloosd in zee, en niet afgeleverd in de haven. Dat is niet alleen vervuilend, het zou anders mooi gerecycled kunnen worden of verbrand, waarbij bruikbare energie vrijkomt. Zonde dus.

Soms ligt het in dunne plakjes op het zand, dan weer in klonten met veel merkwaardige uitstulpingen. Er zijn jutters die zich daar speciaal op richten. Ik niet. Ik kijk naar andere dingen. Zo heeft iedereen een andere focus. Eigenlijk moeten we op peuken letten, maar die zijn hier niet op dit afgelegen stuk strand. Turend struinen we verder, Dan heb ik weer iets raadselachtigs beet, wat ik vaker heb gezien. Een plak, zanderig van buiten, zwart van binnen. Ik voel eraan. Ik denk dat het zwarte binnenste van klei is, zo stijf is het. De mariene-ecoloog komt weer naast me lopen. “Dat is zwarte zeeklei” zegt ze. “Er zit veel organisch materiaal in. Vroeger was de Waddenzee moerasland, en ook delen van de Noordzee. Je kan hier ook stukken losgeraakt veen vinden. Of hele oude botten van landdieren die hier toen leefden.” Terwijl ze het zegt, herinner ik het me het verhaal, dat ik daarover las. Doggerland! Als het op aarde kouder werd groeiden de ijskappen op de Noordpool en stond de Noordzee droog. Dat gebeurde meerdere malen. Er zijn resten van nederzettingen gevonden van wel een miljoen jaar oud. Er leefden hier mensen in de toendra’s, lang geleden. Er was water in de rivieren die er doorheen stroomden. Als de wind uit het noorden kwam, dan waaide het fijne witte zand vanuit Scandinavië helemaal naar hier. Schiermonnikoog bestaat dus uit zand van Scandinavië. Het is een mooi strand waar we lopen, veel witter dan aan de westkust. Je ziet hoe makkelijk het wegwaait, dat fijne zand in de wind, vlak over de grond, als een rivier gaat het. Of als sluierwolken in een film, die je versneld afspeelt. In de ijstijd was de hele vlakte één grote zanderige wind. Ik staar naar de horizon en stel het me voor.

.

.


Verschillende ijstijden volgden elkaar op. Ook met de laatste ijstijd kon je hier zo naar Engeland lopen. Toen het water weer steeg kwamen de moerassen met al hun plantengroei. Het werd steeds warmer en het water steeg verder. Engeland kwam los van het vasteland en de Noordzee kreeg steeds meer de vorm die ze nu heeft. Maar de zwarte zeeklei bleef,  als stille vertegenwoordiger van oude tijden. Het ligt als daar als deel van de bodem en bij graafwerkzaamheden komen er stukken los. Die zwarte plak is dus niet zomaar rotzooi, het vertelt een verhaal van duizenden jaren geleden! Het blijft indrukwekkend. Daarom houd ik van de aarde, om al die verhalen die ze met zich mee draagt. Daarom is dit zo leuk.

We lopen een fiks eind en hoewel het steeds vrij zonnig was, dreigt er nu een donkere regenwolk. Vanuit het niets steekt een koude rukwind op. Niemand maalt er om. Bewonderend kijken we naar de ruige zee en laat de wind maar waaien. De lunch eten we op achter de trekker. De kar erachter begint al aardig vol te raken. De laatste jutter arriveert en gooit er een groot stuk plastic in. In de luwte van de trekker eten we ons brood, iedereen op zijn kont in het zand. Dan struinen we weer het hele eind terug. Niemand haakt af, en wanneer de tocht is afgerond stralen we met rode blossen op de wangen. Er zijn er veel die elk jaar terugkomen. Ik geloof dat ik dat ook maar doe.

.

Klik hier om te luisteren naar het verhaal.

.

.

Het roert zich rond de lege pannen

Ik was bij de demonstratie voor Gaza in Leeuwarden.

.

.

Ze zit op de stenen rand die het grasveld afbakent, voor het station van Leeuwarden. Bij de twee grote witte kinderhoofden is het druk. Dit is het beginpunt van de demonstratie voor Gaza. Ik ken haar wel, Ina is er bij elke demonstratie. Ik zie haar, maar groet niet, want ik ben geconcentreerd op de pan in mijn handen. “Neem lege pannen mee,” stond aangekondigd. Lege pannen voor Gaza, waar schonkige vaders voor hun hongerige kinderen het leven wagen, alleen maar om voedsel te bemachtigen. Waar tientallen vrachtwagens vol voedsel van hardwerkende hulporganisaties geen toegang krijgen. Waar mensen worden doodgeschoten als ze een zak meel proberen te bemachtigen op de locaties die daarvoor bedoeld zijn. En dit wordt nog steeds getolereerd door de huidige politiek. Daarom zit zij daar, tussen vele anderen, Ina. Heeft zij ook een lege pan? Ik zie niets. Weinig pannen zie ik. Of ja toch, hier en daar zie ik er eentje uitsteken in een tas, met een pollepel erbij. Een pan als slaginstrument. Samen herrie maken voor Gaza. Een demonstratie is ook een moment om moed te verzamelen, energie op te trommelen, gelijkgestemden te ontmoeten. Ik loop van de ene kant naar de andere. Ik kijk naar het voorbijgaande verkeer en laat uitdrukkingsloos mijn lege pan zien. Ik heb geen pollepel mee. Mijn pan is gewoon leeg. Ik weet niet of ze het snappen, de automobilisten als er geen spandoek naast staat. Uiteindelijk loop ik naar Ina toe. Ze kijkt verrast als ze me ziet. “Hoe is het? Met mij niet zo best. Ik denk heel veel aan Gaza. Elke dag. Ik word er neerslachtig van,” zegt ze. “Maar ik heb een vlag opgehangen van Palestina, aan mijn voorgevel.” Ik begrijp het: “Dan laat je nog steeds zien waar je voor staat, terwijl je ondertussen ook aan andere dingen kan denken.” Ze knikt. Ik kijk even stil voor me uit en zeg dan dat ik weer verder ga. Ik wil verder niet meer praten en ook geen lawaai maken. Dat doen de anderen al. Bij mij zal de stilte spreken, stilte tussen de vele stemmen. De lege pan in mijn hand moet het vertellen.
We vertrekken. Langzaam stappen we voort, ik loop naast een spandoek over de uithongering. De voorspreker roept door de megafoon. “Dertigduizend kinderen dood! Israël pleegt kindermoord! Nederland financiert!” Bij elke stap dringt het dieper door. Ze hebben dit goed voorbereid. Ik zie hoe anderen blij worden, dat ze niet alleen staan met hun verdriet en afkeer over de huidige koers. Ze trommelen er flink op los, met hun pollepels en deksels. Maar de woorden hameren er bij mij hard in, versterkt door de stille zwijgende houding waar ik voor koos. Ik vang de zinnen in mijn lege pan, die zwaarder wordt. Een fotograaf ziet het. Hij kijkt naar mijn gezicht, hurkt op zijn knieën en maakt een foto.

We lopen de hele binnenstad door, en als we in het park zijn lopen we rond de vijver bij de Prinsentuin. Hier zie ik pas goed hoe lang de stoet is, ik zie het einde niet eens. Het lijkt wel of er onderweg steeds meer mensen bijgekomen zijn. De tocht leidt ondertussen terug naar de binnenstad. Ik kijk naar anderen die aan de kant staan, ze stoppen en kijken, eerst verkennend naar de reden, dan verschijnt er een nadenkende blik. Soms is er een glimp van respect of een glimlach. Er zijn er ook die keihard doorlopen, tegen je aanstoten in het voorbijgaan, alsof ze kwaad zijn dat er alweer een demonstratie de weg blokkeert. Een keurig opgemaakte Indische dame haalt minzaam haar wenkbrauwen op, wanneer ze het lawaaierige zootje passeert. Maar die reactie is veruit in de minderheid. Meer dan tachtig procent van de bevolking is het ermee eens, weten we inmiddels. De moordpartij in Gaza moet stoppen.

Over de hele wereld groeit de verontwaardiging. Dit is de herhaling van WO2. En de politiek gedraagt zich lomp en onverschillig. Onverdraaglijk is dat.
Maar terwijl ik door de stad loop zie ik ook iets heel anders. Iets kleins wat me verheugt. Er is niemand die er op let. Maar ik zie het in de perken, tussen de velden klaver bij het station, en tussen de huizen. Bloemen zie ik met rondzoemende hommels, steeds meer bloemen en steeds meer hommels. Zoemende bloemen laten bij mij iets trillen. Het geluk dat ik hierdoor oogst, zet ik in voor hen, die op plekken leven zonder bloemen, zonder hommels. Ik begrijp nu dat dit het is, waardoor ik door kan gaan. Het gezoem is een energiebron die nooit stopt. Leven maakt licht en alleen een vrolijk hart brengt genezing. Waar las ik dat ook alweer? We lopen langs de gracht, waar net een rondvaartboot voorbijgaat. De gids stopt met spreken en kijkt omhoog. We komen bij de Waag. De demonstratie is ten einde. Iedereen gaat in een kring om de spreker staan, behalve ik. Ik sta nog steeds met mijn gezicht naar buiten gekeerd, naar de anderen. Mensen wandelen door, zoeken vertier bij terrasjes en winkels. Doodstil sta ik, met in mijn handen de lege pan. In Gaza is een holocaust aan de gang. Hier sta ik en ik kan niet anders.

Een eind verderop zit een man op een bankje, een man met een baard. Hij kijkt terug. Minutenlang.

.

.

De wortels zijn de ziel

Er zijn vluchtige verhalen bovengronds, van wat mensen denken te zien. En er er is het verhaal ondergronds: het gemeenschappelijke verhaal dat doorgaat en waarin elk mens een specifieke eigen bijdrage doet. Soms weet je daarvan, soms weinig en vaak ook helemaal niets.

.

Het laatste schilderij van van Gogh was een bodem met boomwortels, gemaakt langs een weg bij Auvers-sur-Oise bij Parijs. (Info: https://www.goedbodembeheer.nl)

Het is markt. Op het bankje bij de loempiaman zit Sietske. Ze wenkt me. “Kom je ook een loempia eten? Ze zijn zo lekker!” Ik antwoord dat ik dat soort dingen niet meer doe. Ik wil nog lang met mijn spaargeld doen en ook nog bomen kunnen planten en Treesistance blijven steunen. “Dan betaal ik het.” Daar zeg ik geen nee tegen en ik ga naast haar zitten. We hebben elkaar vaak kort gesproken maar nog nooit echt uitgebreid. “Hoe is het?” vraagt ze “Ik dacht dat je weer verder zou trekken met je wagen.”

Ik woon hier nu vier en een half jaar in Friesland, bij Leeuwarden. Beeldvorming gaat snel, het veranderen ervan veel langzamer. Het kan wel tien jaar duren of veel langer nog, weet ik uit eerdere ervaringen. “Ik wilde van begin af aan al blijven”. Ze knikt, wil verder vragen, maar we zijn afgeleid. Voor ons speelt een Iers bandje. We klappen mee met het ritme tot er een rustiger nummer volgt. Ik kijk naar de menigte mensen en de bomen die hier pas zijn geplant op het plein bij de Waag. Het doet me denken aan de bomen thuis bij de boerderij. Veel van wat ik heb geplant begint al groot te worden. Vier jaar geleden de eersten en elk jaar plant ik verder. Maar weinigen weten ervan. Maar wat vier jaar geleden in de krant stond weten ze nog wel: er is hier in Friesland een vrouw die een nomadisch leven zou leiden. Ik noemde mezelf een gewortelde nomade. Het woord “nomade” blijft hangen. Daar hebben mensen een beeld bij. Er zijn veel nomaden, met busjes en laptops. Maar dat “gewortelde” dat snappen mensen niet. Terwijl het daar juist om gaat. Sietske wil nu echt weten hoe het met me is. Het antwoord blijft uit, want het feest begint weer. De muziek wordt wilder, Sietske en ik klappen en lachen. Ik heb mijn loempia nog niet gehad, de baas is eerst maar andere klanten aan het helpen. Tot de band ophoudt met spelen. Ik kijk hoe de vier muzikanten om de hoek verdwijnen. Ik eet mijn loempia, Sietske de hare. Ze vertelt me over haar leven nu, we praten over mensen die we beiden kennen en het goede wat ze doen. Dan vraagt ze opnieuw naar wat ik nou eigenlijk doe. Net als ik uitgebreid wil antwoorden komt er iemand aan die haar nodig heeft. Ze excuseert zich en we nemen afscheid. Terwijl ik nog even blijf zitten, denk ik eraan hoe lang het duurt voor een nieuw verhaal geland is. Er gaan jaren overheen voor wat je vertelt is ingedaald. En ondertussen blijf ik planten, ver weg tussen de weiden, waar ik maandenlang niemand zie. Ik denk aan de bomen en het land, ze roepen me.

Het planten van bomen gebeurt in stilte. Terwijl iedereen wat anders aan het doen is plant ik door. De natuur is onze basis. Het is niet alleen dat ik houd van wat ik doe, ik zie het ook als verantwoordelijkheid. Eenvoudig leven hoort daar voor mij onlosmakelijk bij. Trekken met de wagen doe ik niet. Wortelen, daar gaat het nu om. Dat we dit weer leren in een mensenwereld die steeds verder ontworteld raakt.
Geplante bomen en struiken groeien. Soms is er wat mis, dan help ik ze. Met hen heb ik een band die echt is. Ze zeggen niks, ze zijn er. Ze maken me stil, zodat ik alleen nog maar oor en oog ben. Ze komen met verrassingen, dingen die ik zelf nooit bedacht heb. Zonder bijgedachten knip ik het riet, geef het leverkruid en de perenboom de ruimte. Ik wied tussen de aardappels, knip het maaisel tot losse mulch. Ik zorg ervoor. De bomen groeien dicht en sterk. De vogels komen terug en ik kom steeds weer terug. En mocht ik er ooit niet meer zijn, dan groeit alles door op geheel eigen wijze. Voor ik ooit mijn laatste adem uitblaas zal ik kijken naar mijn eeltige vingers en dan weet ik: Ik maak voor altijd deel uit van dit verhaal, een verhaal dat niet alleen van mij is. Wortels groeien opnieuw uit. Maar wat erboven groeit gaat elk jaar dood. Wortels zijn de ziel. Wat echt van belang is vindt zijn weg wel. Het gaat door, in zoekende wortels die elkaar vinden in het ondergrondse web. Het komt via mij en anderen. In welke vorm ook, het gaat door en zo wordt het hele netwerk gevoed.

Ik neem de laatste hap van mijn loempia. Sietske verdwijnt tussen de mensenmenigte.

.

Elke wortel is anders.

‘Onder de grond zijn er veel meer voedingsstoffen dan boven de grond. Voedingstoffen die bovendien in verschillende vorm voorkomen. Voor een mobiel element als stikstof is een heel andere wortel nodig dan een immobiel element als fosfaat.’ ‘Daarnaast hebben mycorrhiza-schimmels een grote invloed op het wortelstelsel’, vervolgt ze. ‘Eigenlijk kun je niet spreken van een losse wortel; schimmel en wortel(s) vormen een systeem. (Monique Weemstra, WUR)

.

Weet je al van mijn nieuwe boek: “De heilige traagheid der dingen? Ik was genoodzaakt een nieuwe uitgever te zoeken, de oude moest inkrimpen. Maar iedere keer dat iemand interesse toont krijg ik weer moed! Elke inschrijving is welkom.

Robuust geluk in roerige tijden

Bestaat er ook robuust geluk? Je maakt het, met alles wat er is. Dankzij het gloeiende kooltje dat je meekreeg van anderen.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Daar sta ik dan. Nat van de kleddersneeuw en met koude voeten. Buiten drijven dikke wolkenpakken voorbij. Het lokaal van Wilde Wijk is donker in dit schaarse winterlicht, maar niet steenkoud. Het zweet staat op mijn rug van het fietsen en de koude wind heeft me tegelijkertijd doen rillen. Maar nu ben ik binnen. In de gangen hoor ik roepende kinderen. Die levendigheid bemoedigt mij. Ik doe de verwarming aan en pak mijn schilderspullen uit de kast in de hoek. Het is maar een klein hoekje, op een plank waar nog meer dingen liggen. Het is echt donker in het lokaal. Buiten valt een dikke bui, met hagelstenen. Ik zie niks. Met een druk op de lichtknop is het duister verdreven. Ik schrijf een berichtje aan de vrouw, die dit alles beheert: “Ik ben er.” Het lokaal wordt langzaam warm en ik kan beginnen.

Het begint weer te komen. Langzaam vind ik hier weer een plek in de gemeenschap. Dat is nodig, om me gelukkig te voelen. Te zijn onder mensen die je kent en waar je een band mee hebt. Met alles wat er onderling ook mag spelen. Er waren momenten dat ik gelukkig was. Op de werf in Utrecht, tussen de jongens die allemaal houtbewerkers waren. We zaten aan de gracht onder de bomen. Ik luisterde en leerde veel van hen. We lachten, keken naar elkaars werk en dronken een biertje, aan het einde van de dag. Ik denk aan mijn man, die houtdraaier was en die ik kuste tussen de krullen. Ik werkte bij de post, gelukkig was ik, met een eigen wijk. De mensen kenden me. Ik hoorde bij hun straat en soms kreeg ik een koekje of een mandarijn. Ook mijn eigen rondvaartboot kon me heel tevreden stemmen met een vaste klantenkring. Zelfs toen mijn man er niet meer bij was. Alles verandert. De werf is nu vrijwel leeg, de ateliers en de bedrijvigheid zijn verdwenen. In de gracht mogen geen boten meer liggen. De post heeft zijn gezicht verloren en niemand kent elkaar nog. Het is een bedrijf als alle anderen, haastig en slecht betaald en de postbodes van toen bestaan niet meer.

Het is elke keer zoeken naar je plek. Alles wordt steeds weer door elkaar geschud. De redenen waarom dat is, daar zullen we het maar even niet over hebben. Vroeger was het anders. Je woonde in een dorp en je vertelde wat je vader deed. Je was de zoon dan die en de kleinzoon van die en die, en iedereen wist dat. Alles was duidelijk. Maar de wereld verandert in steeds sneller tempo. Wie weet er nog zijn plek? En net zo goed als dat doden niet terugkeren, kun je niet verlangen naar een wereld die voorbij is.
Ik denk aan mijn man, die niet meer leeft. Aan mijn moeder die ik zo vaak belde, en die me veel meegegeven heeft. De tijd dat zij er waren is voorgoed voorbij. Alles is anders nu. Het vuur dat brandt in mij dankzij het kooltje, dat wij elkaar konden doorgeven. Dankzij de dagen dat ik gelukkig was, heb ik geleerd te zien wat mij verlichting geeft en wat ik opnieuw kan scheppen. Blijmoedig ga ik door. Weer en weer. Waar dan ook. Ik schilder. Het lokaal is nu lekker warm, en ik ben niet meer verkleumd. Ik hoor het gelach van kinderen op de gang. Ik doe de deur open en meteen staat er een klein meisje. Ze kijkt recht naar binnen. Recht voor haar hangt mijn schilderwerk aan de muur. “Dat is een mooi schilderij!” zegt ze. Zij schildert ook, vertelt ze. En nog veel meer doet ze. Ze maakt van alles, met alles wat er maar is. Ik lach verheugd en ze kijkt stralend terug. Dan rent ze weer weg, de anderen achterna.

Alles wat me gelukkig maakt, vind ik hier. En ook deze dag gaat voorbij, ook dit zal weer veranderen. En ik ga verder. Wat ontbreekt dat bouw ik op. Overal, waar dan ook, steeds weer en weer. Met alles wat er is.

Klik hier om het verhaal te beluisteren.