Zwarte Haan aan Zee, (een lange podcast extra)

.

 

Deze week ben ik in Zwarte Haan. Het is een gehucht dat vanwege zijn ligging heel bekend is. Ik sprak verschillende bewoners en onderzocht de verhalen die er leven. In mijn podcasts kan ik meer vertellen dan binnen de korte tekst van een blog.

Morgen eindigt mijn internetbundel en ik heb mijn nieuwe simkaart niet ontvangen met onbeperkt internet. Ik moet nog uitvinden waar ik WiFi kan vinden hier aan het einde van de wereld.

Ik hoop dat het lukt om zoals gewoonlijk woensdag mijn blog te publiceren, maar in elk geval krijgen jullie vandaag deze lange podcast cadeau, om alvast te beluisteren. Veel plezier!

.

 

 

In de schaduw van een rijk verleden

.

.

Luister hier als je mij wilt horen voorlezen.

.

Elke keer wanneer ik een stukje verder trek, stap ik een wereld in van weer andere mensen. Ik zoek ruimte om te landen, als een vlinder op een bloem. Lang genoeg om de geur te leren kennen, de nectar te proeven en me te omringen met de kleur die zo eigen is aan elke unieke plek. De bloem geniet van de vlinder en de vlinder van de bloem. Nu ga ik naar Nynke en Michiel, die wonen op de oude grasdrogerij in Tsjeintgum. Het moet een inspirerende plek zijn, waar twee-en twintig jaar jang een bekende kunstenaar woonde en werkte.

Het is nog vroeg, wanneer ik vertrek. Het is niet ver, maar vijf kilometer, van Weidum naar Tsjeintgum. Ik kijk naar het acculampje. Die staat nog op “vol”. Ik loop zo langzaam, dat het bijna geen energie kost. De accu laadt tegelijkertijd bij, al zal het nu nog niet veel zijn, met dit prille ochtendlicht.
Ik ga de bocht om, door een laan met aan weerszijden bomen. Aan het einde ervan loop ik Mantgum in, langs het cafetaria, de kerk en het weitje met de schapen. Een moeder met een klein meisje staan te kijken. “Dit is een wandelhuis!” roep ik “Ik reis met energie van zonnepanelen!” De vrouw lacht geïnteresseerd. “Wat een goed idee!” roept ze. En ik loop verder, de statige huizen langs die het dorp rijk is, tot ik het spoor oversteek en ik het bord zie van buurtschap “Tsjeintgum.” Daar is het, achter die dichte bossages is mijn nieuwe stek.

Nynke en Michiel zijn er nog niet, ze komen wat later, zeiden ze aan de telefoon. Ik kon rustig mijn gang gaan, voegde hij er aan toe. Ik parkeer mijn huisje op de betonplaten omringd door Japanse duizendknoop. Er is een doorkijkje naar de weiden waar twee koeien staan. Eentje staart me aan en loeit. Ik groet terug, gelukkig is hier toch een levend wezen. De stilte is vreemd. Ik voelde me al helemaal thuis in het dorpsleven van Weidum en mis het.
Ik open de deur om mijn fiets naar buiten te sjouwen. Eerst wil ik het dorp in, eens kijken bij dat cafetaria, naast de kerk. Ik ben benieuwd naar de reacties.
Het is er druk. Er wordt een tafeltje bijgezet op het terras. Natuurlijk hebben veel mensen me gezien. Eén voor éen komen ze naar me toe. Ze willen weten wat ik doe. Een klein gezelschap zit patat te eten. “Ik reis en schrijf een boek,” vertel ik. “Nu sta ik op het terrein waar de kunstenaar Mander woonde.” “Mader,” verbetert één van de mannen. “Hein Mader. Hij was een vriend van mij. Mooie vent, maar flink ziek op het laatst. Ook ziekzijn deed hij op zijn eigen manier. Overdag sliep hij onder zijn bed, en ’s nachts erboven. Ritme moet er zijn,” zei hij, “Zo wassie.”
Ik denk aan het erf waar ik de komende dagen zal verblijven. Bijzonder dat ik hier nu terecht kom. Een aantal grote beelden van hem zijn achter gebleven, en vormen langzaam maar zeker één geheel met de bomen en struiken er om heen. Zo is zijn schaduw nog steeds aanwezig op de plek waar hij zo lang woonde. Een schaduw, die langzaam wordt opgeslokt door de wildernis.

Die avond steken we het vuur aan. Nynke en ik kijken toe, terwijl Michiel het werk doet. Deskundig hakt hij kleine houtjes en stapelt ze luchtig tegen elkaar aan. Toch wil het niet meteen branden. Aandachtig volgen Nynke en ik zijn bewegingen. In mijn hand heb ik een heerlijk glas wijn die zacht en stevig smaakt. Ik ben benieuwd bij wie ik ben terechtgekomen en mijn gastheer en vrouw zijn net zo nieuwsgierig naar mij. De sfeer is licht en ontspannen. Ze vertellen over het huis. Het zijn twee arbeiderswoningen, aan elkaar. Zij hebben er hard aan gewerkt om er een mooi geheel van te maken. Iedereen vraagt hen: “Wanneer is het af?” Ik glimlach, dat is herkenbaar. Het is net zo’n vraag als: “Waar ga je naar toe?” Inmiddels zijn er al zeven jaar voorbij en af is het nog steeds niet. Gelukkig wisten ze niet waar ze aan begonnen, destijds. Anders hadden ze het nooit gedaan. Maar nu zijn ze erg gelukkig en genieten met volle teugen, samen met hun eenjarige dochtertje.

.

.

De volgende dag wandel ik samen met Nynke over het terrein. Overal op het beton groeit sedum. Tenmidden van dat tapijt van vettige kleine blaadjes, staat een beeld dat Mader maakte, een gekrulde vorm met een horizontaal licht gebogen blad erin. Het straalt rust en harmonie uit en het kan draaien op zijn as, net een bloem! Nynke vertelt. “We zijn door zijn familie uitgekozen omdat wij respect hebben voor wat Hein achterliet. Maar dat was ook best lastig. We hebben er heel wat werk aan gehad om ons deze plek eigen te maken,” zegt ze. “Hij is op dit terrein doodgegaan, een gepassioneerde beeldhouwer. Het lag overal vol met materialen, staal, steen, gereedschappen, Hij was er dan wel niet meer, maar toch ook weer wel. Het was moeilijk om daar een eigen weg in te vinden.” Ik knik begrijpend en net op dat moment komt er gehuil uit het huis. “Elvike is wakker, ik moet naar haar toe!” zegt ze en ze is meteen verdwenen.
Elvike is nog maar veertien maanden. Wat zal ze hier heerlijk kunnen opgroeien, in dit paradijs voor jonge ontdekkingsreizigers! Onder de duizendknoop door is een pad, de lange stengels buigen diep door over de betonplaten eronder. Het meisje zou er zo onderdoor kunnen wandelen, maar ik niet. De zon is zinderend heet en de schaduw onder de dicht opeenstaande planten is weldadig. Ik kruip onder de stengels door en weet niet waar ik uit kom.
Ik kom een brok steen tegen, er zijn diep geulen in gehakt. Het is bijna verdwenen onder de groene stengels. Ernaast liggen een paar oude boomstronken. Dit is de schaduw van Hein die ik tref. En daar tussen zie ik opeens Elvike, balancerend op haar babybeentjes, lachend en onbevangen. Wat een contrast.

Als ik gelijk was vertrokken, dan had ik deze plek nooit de aandacht kunnen geven die het verdient. Het is het verhaal, dat mijn tempo bepaalt, niet de snelheid van mijn wielen.

.

.

Een indrukwekkend begin van de reis

Dit blog is langer dan normaal. De bedoeling is dat ik deze winter begin met een boek met verhalen en tekeningen. Omdat deze dag een aanzet maakt tot de thema’s van mijn reis, is dit verhaal extra lang.Het is ook te beluisteren in vorm van een podcast. Voor de plaatjes kun je op het blog meekijken.

.

 

 Ik wil de ander echt zien, die ik ontmoet. Daardoor kan dit verhaal als een kleurrijke ketting worden van vele parels. Ieder mens heeft iets wat de ander kan raken en in de kern ben ik verwant met iedereen.

Het is vier juli, onafhankelijkheidsdag. Vandaag gaat het gebeuren. Ik ga weg van camping de Swetteblom. Ik zit bij Jochum in de kamer, op zijn bank. De kamer is zoals hij altijd was, wat rommelig maar de versleten plankenvloer is leeg en aangeveegd. Ik zie boeken over geschiedenis en een half abstract schilderij van een troubadour. Door de ruiten kan ik de paarse bosliefjes zien en daarachter de Swette. Jochum kijkt in het synoniemenboek. Ik heb hem gevraagd of hij een ander woord voor verhaal weet. Vandaag, op de ochtend van het vertrek, wil ik de naam van mijn huisje vastleggen met verf op de buitenwand. Het wordt niet ‘t Wandelhuis.
“Synoniemen voor verhaal zijn geschiedenis, historie, legende, sage, anekdote, relaas,” zegt hij snel achter elkaar. “Zeg nog eens?” lach ik. Een voor een noemt hij de woorden en kijkt naar mijn reactie. “Allemaal niet geschikt,” zeg ik. “Vanaf nu blijf ik erbij. Het wordt het rijdende verhalenhuis.” Jochum vraagt waarom en ik zoek naar de juiste woorden. “Omdat het wandelhuis de lading niet dekt. Het vertelt niet wat ik doe. In de eerste plaats wil ik verhalen losmaken en daarvan maak ik een boek. Wandelen is een middel om dit werk te kunnen volbrengen.” Dat snapt Jochum wel.

Het is twee uur in de middag en naast mij staat Maria. Ze wijst naar de tekst boven. “Dat vind ik prachtig!” zegt ze met glimmende ogen, die nog even blauw zijn als gisteren. De naam van mijn huisje prijkt hoog boven aan de wand, met paarse letters in de lucht. “Het rijdende verhalenhuis.” Ik wijs haar op de andere tekst, beneden. Daar, in het groene vlak, is mijn missie te lezen. “Een kleurrijk wandelprotest tegen de rotgang der dingen.” staat er. “En dat dan? Vind je dat niet mooi?” vraag ik. Maria schudt nee. “Ik hou er niet zo van om tegen dingen te zijn. Dat is de oude wereld. In de nieuwe wereld gaan we mee met de flow. Maar ik begrijp het wel. De meeste mensen zitten nog in het oude.” Ik knik, ik denk dat ik weet wat ze bedoelt. “Ik ben een transformator,” zeg ik. “ Ik wil graag mensen ontmoeten die de stap willen wagen van oud naar nieuw.
Ze geeft me een fles met roze bubbels en wenst me een heleboel mooie ontmoetingen. Om half vijf is het afscheid. Ze zal er niet bij zijn.

.

.

Het is een afscheid zoals ik nooit heb gehad. De belofte dat de televisie erbij zou zijn hielp om er wat bijzonders van te maken. Mirre en Jochum hebben het samen bekokstoofd. En dit is het resultaat. Op het wijde veld zit nu een hele kring van mensen. De stoelen staan in het korte gras, Jochum heeft pas gehooid, dat komt goed uit. Er staat een enorme hoeveelheid zelf gebakken appeltaart op tafel. Naast de kring van mensen staat een grijnzende man met krullen die zijn gitaar neerlegt en met uitgestoken hand naar me toe komt. “Ik ben Sietse. Ik ga een paar liedjes zingen, die mooi passen bij jouw vertrek.” Even later zingt hij, in het fries natuurlijk. De camera draait op de achtergrond en legt alles vast. Ook de poëzie van Jochum. Hij draagt een gedicht voor, voor mij geschreven!

De regisseur zegt dat het tijd is om te vertrekken. Ik omhels wie ik omhelzen wil. Anderen geef ik een hand. “Ik kom terug! In de herfst, sowieso,” beloof ik. Dan loop ik terug naar mijn treintje, want dat is het wel, de mover, mijn huisje en dan ook nog de bagagewagen erachter. De cameraploeg staat al te wachten. We gaan naar Weidum. Het is vier kilometer en de eerste twee gaan over de onverharde weg tussen de weilanden door. Vier mannen staan klaar om goeie televisie te maken, een regisseur, een cameraman, een geluidsman en presentator Dennis.
Vol goede moed gaan we van start en ik trek mijn huis de berm uit, samen met de bagagewagen, waar ik de zonnepanelen op heb gemonteerd. De kabel is aangesloten, terwijl ik rijd laad de accu van de mover op. Ik laat Dennis zien hoe het apparaat werkt en hij neemt het van me over. Het pad is een gatenkaas, prima om alles te testen. Het effect is spectaculair. Bij de eerste dikke kuil schiet de balk uit de stalen sponning van het onderstel, de balk waar ik de koppeling aan heb gemonteerd. De koppeling zit muurvast, maar de balk ligt los in het frame. Ik heb hem niet gefixeerd, omdat erachter ook een opslagruimte zit. Daar moet ik bij kunnen. Het is een experiment. Nu wordt duidelijk hoe het werkt, als je dat niet doet. De krachten zijn sterk genoeg om de balk om te keren en eruit te trekken. Nu ligt hij los op de grond. De bagagewagen is een paar meter achtergebleven en de mannen schieten meteen toe om de boel te herstellen. Gelukkig heb ik extra lengte gegeven aan de laadkabel, dat komt nu goed van pas. De kabel is niet gebroken.

.

.

Ik kijk wat er gebeurt. Er wordt druk gediscussieerd over hoe het moet en ik sta aan de kant. Er komt een oude wrevel bij me op. Dit is verdorie mijn eigen gebouwde woonwagen en niemand vraagt mij iets. Omdat ik een vrouw ben? Ik kan niet blijven zwijgen. Ik zeg tegen de presentator dat ik er een oplossing voor ga zoeken. “Snap je het dan?” vraagt de presentator. Ik kijk hem verbluft aan. “Ja natuurlijk snap ik het. Ik heb dit huis zelf ontworpen en gebouwd!” Ik krijg de bal meteen terug. “Ben je nou blij dat ik je help?” zegt hij terwijl hij zijn rug recht en me strak aan kijkt. Shit denk ik, nou ben ik natuurlijk onbeleefd. “Ja natuurlijk ben ik daar blij mee, ” haast ik me te zeggen.
Oei. Dit antwoord is als het weggeven van mijn huissleutel. Ik geef de regie uit handen. De presentator neemt nu de rol aan als deskundige en ik ben de vrouwelijke assistent. Wat er nu volgt is precies volgens de eeuwenoude rolverdeling. “Heb je dit nodig?” vraag ik liefjes en ik geef hem een spie van hardhout. Ik zie al helemaal voor me hoe ik het wil doen en die spie is goed te gebruiken. “Nee,” zegt hij. Natuurlijk heeft hij niet bedacht wat ik heb bedacht. Dat is logisch. En wat doe ik? Ik ga niet eens in discussie, en leg de spie weer terug. Wat doe ik nou weer, denk ik ondertussen. En nog wel voor de camera, alles komt straks nog op televisie ook, hoe ik de rolverdeling weer eens bevestig. Dit wil ik helemaal niet!

.

.

Maar ach. Het maakt een verhaal levendig. Eerlijk is eerlijk! Bij een goede scene laat je expres dingen los, om spontaniteit de ruimte te geven. Dat had ik van te voren al bedacht. Het leek me een goed idee om niet alles tot in de puntjes af te maken en perfect te doen. Juist onvolkomenheden zijn het mooiste, de materiële èn de menselijke. Alles wat er gebeurt hoort er bij en ik geef anderen daarmee de gelegenheid zich erin te herkennen. Ik heb er voor gekozen om dit allemaal te laten zien, net als het verhaal wat ik schrijf. Door die oprechtheid komen er ook oprechte reacties terug. Zo kunnen we het ergens over hebben.

Het is maar vier kilometer naar Weidum, maar het duurt eindeloos lang voor we er zijn. We gaan door kuilen en er moeten auto’s passeren op de smalle weg tussen de twee sloten door. Dennis stelt vragen, ik antwoord. Als de regisseur wil dat we stoppen, stoppen we. We werken hard en het worden vast mooie televisieopnamen. Als we in Weidum zijn ben ik opgelucht en uitgeteld. Ik steek de straat in van het bejaardentehuis. Daar kan ik vast wel op de parkeerplaats staan. Misschien moet ik maar iets langer in dit dorp blijven om deze indrukwekkende start te verwerken en uit te rusten. Als dat tenminste lukt op zo’n plek waar iedereen komt en gaat.

.

Presentator Dennis bij afscheid.

.

Precies wanneer ik dat denk, komt Pier aanlopen. Pier is een muzikant uit het dorp, ik ontmoette hem na het songfestival, in het dorpshuis, een paar weken geleden. Met lenige pas komt hij me tegemoet en ik vertel hem waar ik heen wil gaan. “Dat kan je doen,” zegt hij. “Maar ik weet iets veel beters. Ik heb een mooi plekje voor je,” deelt hij me stralend mee. “Veel leuker dan bij het bejaardentehuis. Mijn vriend Ait Jan nodigt je uit. Er is een grasveld en een vijver. En kom je dan straks bij ons eten? Mijn vrouw zorgt voor een heerlijk maal bij het vuur!”
Blij kijk ik hem aan. Natuurlijk kom ik, wat een hartelijkheid! De televisieploeg blijft helaas nog een hele poos hangen en krijgen ook nog bier. Ik hou vol en doe nog even mee met de nodige gezelligheid. Wanneer mag ik naar Pier? Gelukkig heb ik morgen zelf weer de regie in handen.

Eigenlijk wilde ik naar Sneek. Dan kon ik rustig op een camping staan en een paar dagen vakantie vieren met Dick. Maar daarvoor hoef ik helemaal niet verder te reizen. Ait Jan zegt dat ik hier best een week mag blijven. “Wat moet je daar nou in Sneek? Hier is het veel leuker. En volgend weekend is het dorpsfeest. Het thema is “Sprookjes.” En jij bent al een sprookje met je hele verschijning. Je blijft toch wel?
Ik zeg hem dat ik blijf. Ait Jan glundert. Ik blijf zolang als het feest nog niet is geweest en ik me daarop verheugen kan. Ik blijf zolang ik als ik nodig heb om een constructie te maken om de koppeling te fixeren. Ait Jan heeft een bedrijf in technisch ontwerp, decors en tuinen en bouwt heel wat af. Hij werkt ook samen met anderen, veel mannen en soms vrouwen. Ik laat hem de tekening zien, hoe ik het wil doen. “O! Je wilt het met driehoekjes doen en dat je hem met twee pinnen, hoppekee, vast kan zetten! Ik heb alles wat je nodig hebt, je pakt het maar. Ik heb alleen geen vleugelmoeren.” Ik maak een sprongetje van plezier. Samen over constructies praten is veel leuker dan het iemand anders laten doen en zelf aan de kant staan.

.

Zo zou het kunnen. De bout moet iets dikker

.

 

.

Underweis

Begûn dyn mearkereis
Dreamjend nei it frije Swetteblomlân,
Hielendal iepensteand
Foar dyn fleur en difersiteit
Siedzjende tsjoendershân,
Dy’t amper wachtsje kin
Op de folgjende útdaging ûnderweis
Yn Kuierlân.

Goereis Alowieke!

Jochum Rijpsma

.

 

Ik weet nog niet of het boek dit jaar uit komt of in het voorjaar dat er op volgt. Wel kun je je alvast per mail opgeven als je geïnteresseerd bent. Dan hoor je van mij wanneer het zover is.

Contactformulier voor het boek:

.

Onafhankelijkheidsdag

.

.

“Wanneer vertrek je?” vraagt de kaasboer mij, terwijl hij de kaas uit de kleine vitrine pakt. Ik ben de enige die bij zijn marktkraam staat en hij neemt graag tijd voor een praatje. Morgen is hij weer hard aan het werk op de boerderij. “Op vier juli,” zeg ik. “Ah, op independenceday, july, the fourth.” Dat wist ik niet. Ik lach uitbundig. Het is nu niet alleen de onafhankelijkheidsdag van de Amerikanen, maar ook die van mij.

Maar wat me het meeste boeit, hoeveel boeren, mannen en vrouwen kiezen er nog meer hun eigen weg? Wat betekent onafhankelijkheid voor mensen in deze tijd, waarin de druk van buiten af steeds sterker wordt, door alle veranderingen in economie, maatschappij en klimaat?

Het is een week voor mijn vertrek. De zon schijnt en er waait een frisse wind. Ik wil net de kwast oppakken om de bagagewagen te schilderen, wanneer er iemand aan komt lopen. Het is Cythia, één van de vrouwen uit het dorp die ik ontmoette tijdens een wandeling. Nu staat ze glimlachend voor me en kijkt me vrolijk aan met haar wijze grijze ogen, omlijst door grijsbruine krullen. Rustig stelt ze de ene nieuwsgierige vraag na de andere. Straks vertrek ik. Waar kwam ik vandaan? Waar ga ik heen? Waarom doe je wat je doet? En onafhankelijkheid, is dat niet dat je in staat bent een oprechte keus vanuit jezelf te maken? Tegelijkertijd heeft het iets lichtvoetigs, zonder verwachtingen te zijn… Na een boeiend gesprek vertrekt ze weer. Een harde wind waait over het vlakke land terwijl ze verder loopt.

Niet veel later staat Femke voor mijn neus, nog een vrouw die ik ontmoette tijdens een wandelronde. De wind is gaan liggen en de zon doet haar lange haar glanzen. Ik kijk haar aan, haar ogen stralen opgetogen. Ze wilde me persee nog een keer zien, zegt ze. Ze heeft veel te vertellen. Ze heeft pas haar baan op gezegd. Ze wil niet meer doen wat een ander haar opdraagt. Ze wil haar eigen keuzes maken. Hoe doe je dat? Het is spannend. Bij het afscheid vraag ik haar of ze me op de hoogte wil houden als er iets bijzonders gebeurt. Dat doet ze graag. Maar tegelijkertijd zie ik een glimp van onzekerheid in haar ogen. Alsof ze denkt, “wat zou dat dan in godsnaam worden? Waar ga ik heen? Ik heb geen idee….. “
Toch heeft ze de sprong in het diepe genomen. Terwijl haar omgeving haar voor gek verklaart. “Ik moet wel,” zegt ze. “Niks dappers aan!”

Een spiraal aan ontmoetingen is begonnen. Het cirkelen houdt niet meer op. Ja, de volgende ochtend al komt er vlak na het ontbijt nog een vrouw aanlopen. Opgewekt lacht ze me toe, in een licht kort zomerjurkje. Haar vel is gebruind door de zon, haar bruine krullen beginnen grijs te worden.
“Ooh, woon jij hier? Ik ben net aangekomen met mijn camper. Toen ik hier langs kwam dacht ik, wat een mooi zelfgebouwd huisje! Daar moet ik even gaan praten!” Ze heet Jeannine. Ze gaat haar huis verkopen en in een camper wonen. Ze gooit het roer helemaal om, onafhankelijk van wat de rest van de wereld er van vindt. Het is een heel avontuur, alleen het opruimen al. Haar huis heeft wel vijf kamers. Er is veel te doen. Maar nu is ze vrij. Jeannine heeft een hemels plekje gekozen, aan een steiger bij het water. De komende dagen gaat ze uitproberen hoe het is om in een camper te wonen. We zien elkaar nog wel.

Die avond speel ik op mijn piano. Voor het eerst probeer ik “Lang zal ze leven” te spelen, met de juiste akkoorden erbij. Het klinkt best goed. Vrolijk klinkt het lied door de open deur. Dan hoor ik opeens een stem.

“Ben je jarig? Ik heb taart!”

Daar staat de laatste vrouw van vandaag. Ze heeft worteltaart en rosé. We toasten, hoewel ik helemaal niet jarig ben en zij ook niet. “Op de reis!” roepen we. Glazen klinken en lachend drinken we, in het licht van de ondergaande zon.

.

Een spiraal van ontmoetingen

.

.

Wie zal ik verder nog ontmoeten? Met wie dans ik de wervelwind, of volg ik de trage voetstappen van ons DNA? Alles is in beweging en ik maak er deel van uit. Goddank. Ik mag op reis.

Boer Jochum komt langs om te kijken of ik het goed maak, op mijn nieuwe plek. Hij kijkt naar mijn huisje. Hij kijkt naar de gekraakte wilg die horizontaal over het riet hangt. ”Die valt in elk geval niet meer op je dak, want die is al omgevallen,” zegt hij laconiek. “En goed dat je verderop staat en niet hier. Ik had hier al een hoop kleine boompjes gezien. Die wil ik laten groeien om uit te planten.” Ik kijk naar de plek bij zijn voeten. Tussen het fluitekruid zie ik inderdaad allerlei andere blaadjes. “Je kunt wel een boomkwekerij beginnen,” zeg ik hem. “Nu tiny forests zo populair beginnen te worden is daar straks vast veel behoefte aan. Hoeveel goeie bomengrond heb je hier in de buurt? Niet veel toch?” Jochum lacht. “Goed idee, dan beginnen we een nieuwe tak!”

Ja het is een tijd van vernieuwing en oude dingen staan in een ander licht. Jochum is altijd al bezig met bomen, maar er waren weinigen die het zagen. Zien maakt wakker, maakt aktief. Vanzelfsprekendheden worden doorbroken en krijgen nieuw leven ingeblazen. Als een rondcirkelende dans, die steeds sneller gaat. Als een boom die groeit door zonlicht en regen. Als een spiraal van vernieuwing.

Een dag later heb ik opnieuw een ontmoeting die me aan het denken zet.

Het is een bewolkte dag en ik zit binnen te lezen. Dan zie ik Hillegonda onder mijn raam. Ze loopt naar de deur en klopt. “Mag ik erin? Ik ben nog nooit binnen geweest!” roept ze. Ik vind het maar wat leuk dat ze spontaan langskomt en roep “JA!” Ze opent de onderdeur en doet twee stappen op de houten vloer. Ademloos kijkt ze rond. “Wat is het hier stil! Al het geluid wordt gedempt…. heerlijk!” Met open mond staat ze te genieten en kijkt rond. Ik laat haar gaan en zeg alleen maar “Ja, dat komt door de zachte ronde vormen in het dak…”.
Na een poosje is ze klaar met kijken en gooit het tasje leeg, dat ze bij zich had. Op de bank liggen nu allemaal kettingen en hangers uitgespreid. “Weet je nog wat je zei toen je laatst bij ons zat? Je zei dat een ketting je niet stond, nou dat zullen we nog wel eens zien!” lacht ze. Ik kijk naar de uitstalling en hoef niet lang te denken. Ik kies een hanger in de vorm van een rechtsdraaiend spiraal.

Ik weet dat het een symbool is. Dat wist Hillegonda nog niet. Ze is blij met mijn dankbaarheid en zodra ze weg is duik ik dieper in de vorm. Wat betekent die voor mij?

De spiraalvorm keert overal terug, zo vormen planten hun stengels, steeds verder omhoog, zo kruipt de slak zijn huis in. Maar ook ons DNA en draaikolken en wervelwinden maken eenzelfde beweging. Als symbool betekent het dan ook persoonlijke groei en innerlijke vrijheid.
Het is een weten, dat wat je realiseert niet meteen zijn doel hoeft te raken. Vaste gewoontes moeten doorbroken worden om vrijheid te creëren. Vaak moet alles daarna een tijdje rusten voor er iets gebeurt, voor je je creatie uit kan werken en je een poos later op hetzelfde punt uitkomt. De spiraal maakt zijn cirkels, steeds verder omhoog, tot het punt vanwaaruit je opnieuw een doorbraak maakt naar de volgende cirkel. Zo dans ik mijn dans. Zo verlaat ik mijn huis om te reizen en duurt het zeven jaar voor de wielen de weg op gaan.

Wie zal ik verder nog ontmoeten? Met wie dans ik de wervelwind, of volg ik de trage voetstappen van ons DNA? Alles is in beweging en ik maak er deel van uit. Goddank. Ik mag op reis.

.

Afronden en klaarmaken

.

.

Daar sta ik dan om elf uur, afgesproken tijd. Ik heb hard gefietst om op tijd terug te zijn. Ik heb mijn fiets op de standaard gezet en mijn rugzak op mijn bordes gelegd. Nu sta ik bij de zithoek. Maar er is niemand te zien. We zouden voor de eerste keer samen in de tuin gaan werken. Genoeg mensen waren enthousiast over een samenwerkmiddag. Maar toch, de één moest zich wel goed voelen, de andere vier zijn wèl bezig met verhuizen, weer een ander gaat drie maanden lang naar Ierland om gedichten te schrijven. Bijna allen zijn dit hele jaar weinig beschikbaar. En Mirre wil de boel graag trekken, maar moet toch steeds rekening houden met haar invalide man. Ik hoop dat het goed komt!

Ik ga naar Jochum, hij heeft het telefoonnummer van Mirre. Ik bel haar meteen. Ze vindt het ontzettend rottig dat ik speciaal teruggekomen ben voor deze afspraak en dat ze er niet is. Haar man is niet zo goed vandaag en het lijkt een koude dag te worden.

De volgende dag is Mirre er heel nadrukkelijk wèl, met lekkere koffie en koek. Ik roep rond dat we gezamenlijk gaan koffiedrinken en dan zitten we daar opeens met zijn vijfen. Er ligt al een tijdje een schoolbord tegen de muur. Daar kwam Tineke mee, een paar weken geleden. Ze was blij dat het een functie kreeg. We pakken het schoolbord en vinden een goed krijtje. We vragen aan Jochum wat hij belangrijk vindt. Het krijtje in mijn vingers vormt woorden op het zwarte vlak. Ook anderen weten wel iets in te brengen. Boer Jochum glimlacht. “Als je nou af en toe zò wil kijken, dan weten wij dat je er blij mee bent!” zeg ik grijnzend en hij knikt tevreden. Vrij snel ontstaat er een lijst. En een uurtje later staan we brandnetels te trekken.

Mirre zegt dat ze, wanneer ze maar kan, op zaterdag en woensdag in de zithoek zit om dit voort te zetten. Ze heeft een boot in de Swette liggen en zij heeft ook geen privéterrein, net zo min als ik dat heb, met mijn Wandelhuisje. Haar man zit sinds twee jaar in een rolstoel. Ze is erg gemotiveerd om naast de zorg voor haar man, iets moois op te bouwen met de mensen van de Swetteblom. Dus haar motivatie staat als een paal boven water. Wie er is krijgt koffie en daarna is er het werk.

Dit geeft mij ruimte. Als zij de stationair motor wordt, al is het nu even op een laag pitje, dan kan ik me voorbereiden op vertrek. Dan is mijn taak gedaan, het aanslingeren van vernieuwing. Zo kan ik met een gerust hart gaan. Langzaam maar zeker verandert alles ten goede.

.

De Swetteblom is een groene oase met hoge bomen aan het water. Het is een plek waar mensen kunnen bijkomen van alle hectiek. Ik plantte er vijf en veertig bloesembomen. Ik rooide brandnetels en maakte een tuin langs het pad. Ik maakte samen met Jochum een zithoek bij de boerderij en sprak veel met hem en bewoonster Maria. Ik hoop dat wat ik achterlaat inspiratie biedt om verder te bouwen. Om samen te werken aan gemeenschappelijke ruimte van groeiend en bloeiend groen. Laat het een deel worden van een eindeloze ketting van bomen en bloemen, waar steeds meer mensen aan mee zullen werken. Daar duim ik voor.

.

Een paspoort voor vergeten wegen

.

.

Groene ruimte is een gedicht dat we samen schrijven, regel voor regel.

.

Tussen vierkante gemaaide weides groeit een oase. Het weelderige eiland van groene bomen doet de vierkante weides nog kaler lijken. Het ziet er uit als een exotische plek. Maar eigenlijk laat het zien hoe het overal zou kunnen zijn. “Ecocamping de Swetteblom.”

Nederland is een blokkendoos. Veel is vierkant en drie keer omgedraaid. Al sinds de Middeleeuwen heeft elke vierkante meter een bestemmingsplan. Nut en ratio krijgen alle kans en strippen het landschap voor een enorme knipseldoos aan belangen. Gelukkig zijn er nog altijd plekken om het hart te laten ademen. Camping de Swetteblom is zo’n plek en heeft terecht deze naam gekregen. De meidoorns geuren en geven het groen een witte waas, weerspiegeld in het water. Het fluitekruid maakt van het land een gesluierde bruid die het lentelicht kust. Het laat zien hoe het overal kan zijn.

Vorig jaar zette ik mijn huisje neer op Frijlan, waar ik was uitgenodigd om een tijdje te komen wonen. Het is een kwartier fietsen vanaf de Swetteblom en het is vier keer zo klein als het land van Jochum. Maar al is het aantal vierkante meters een stuk minder, het is een ambitieus project; natuur, cultuur, nieuwe technieken, scholing en dan ook nog eenvoudig leven… De hoeveelheid doelen is verpletterend. Toen ik het hoorde, klonk het helemaal geweldig en ik vond het een eer dat ik mee kon doen. Ik heb er veel van geleerd. En vooral dat het niet bij me past. Ik kan geen uitvoerder zijn van reeds uitgewerkte plannen van een ander. Er zit voor mij geen muziek in.
Ik kies zelf waaraan ik werk in samenwerking met de ander. Ik woon klein, zodat ik mijn aandacht heel kan houden. Het bouwen van mijn Wandelhuisje was een immens project en drie jaar lang maakte ik in mijn eentje ingewikkelde prioriteitenlijstjes. Nu is mijn agenda vrijwel leeg. En dat is niet voor niks. Ik ben waar ik ben. Op reis en ook weer niet, een nomade met een missie.

Ik kijk veel rond. Ik praat met boer Jochum, over de tuin, het hooiland en de bomen. Ik vraag naar zijn wensen, wat hij wil met het land en wat wij als gemeenschap daarin kunnen doen. Ik luister naar zijn ideeën over een dorpstuin in het dorp. “Daar helemaal?” vraag ik, “Zou het niet mooi zijn om onze eigen kruiden te kweken voor thee in de zithoek? Dan kunnen we plantjes uit wisselen met andere tuinen die wèl in het dorp zijn.” Jochum’s ogen lichten op en hij knikt voorzichtig. “Dat is ook een idee.” Met deze boodschap loop ik verder.

Ik ontmoet Mirre, die hier elke week een dag in haar bootje doorbrengt. Ik zie haar zitten tussen het riet, vlak naast de Swetteblom. Ze ziet mij ook en loopt over de smalle loopplank naar me toe om te praten. “Jij wil nieuwe energie brengen in deze plek hè? Ik wil graag met je meedoen!” Ze is zo enthousiast, dat ze meteen een vaste tijd wil afspreken om samen een begin te maken. Twee uur per week, op zaterdag.
Mirre, die al zoveel zorg heeft aan haar gehandicapte man, ze is de eerste die concrete plannen maakt. Het ontroert me, dat juist zij het is die met mij het voortouw neemt.
Samen nemen we een hele middag de tijd om te struinen. We lopen langs de oude boerderij en langs de kleine, uitgeplante boompjes. In vier kerspruimen zitten veel beestjes die kleine blaadjes opvreten. Ze staan niet goed. We moeten ze maar verplanten, in de herfst. En zo gaan we verder. We fantaseren over een wandelpad, met kruiden en bloemen erlangs.
Geïnspireerd vertel ik over deze ontmoeting aan Berry en Hillegonda. Berry heeft straks stekjes van vergeten groenten. Ze zijn op landgoed Oranjewoud bezig met een groentetuin maar hebben veel last van de herten. Ze zoeken een oplossing. Terwijl ik  verder loop, bedenk ik me dat ik best had kunnen  vragen of ik een keer mee mag.
Aan de andere kant van de schuur staat Maria bij de kraan. Ze luistert met schitterende ogen. “Laten we klein beginnen, op vergeten plekjes”, zegt ze, “Vergeten groenten op vergeten plekjes.” Rond en rond ga ik, pratend met wie wil en iedereen voegt er het zijne aan toe. Zo ontstaat er een gemeenschappelijk beeld van wat we voor ons zien. Ik zie boer Jochum in de stal bezig en vertel hem alles. Hij luistert met een glimlach.

Alleen zo, rondcirkelend in ontspannen tijd en ruimte, alleen zo kan ik het nuttige de poëzie meegeven die de dingen levend maakt. De ruimte is een gedicht, dat we samen deschrijven, regel voor regel. Zo ga ik rond, aandachtig, soms tergend langzaam met lange wachttijden, dan weer sneller. In steeds grotere cirkels teken ik de woorden die ik hoor en de woorden vormen een paspoort. Een paspoort voor de wegen die ik mag bewandelen.

 

..

DE BOOMPJES

Met de geplante bomen gaat het keigoed, hier op de Swetteblom. Slechts 4 van de 45 zien er iets minder goed uit. En er zijn seringen die al 70 centimeter zijn gegroeid! En dat alles door de goeie start met Biohaag, vorig jaar. De supergezonde bomenvoeding met micchorizae, waardoor er schitterende wortels aan zijn gegroeid.  (Te koop  bij info@webshopdetuin.nl. Ik kocht een tien kilozak voor 350 boompjes voor 33 euro incl verzenden.)

..

MYCCHORIZAE, de SCHIMMELS

Dit is, in principe, hoe het werkt: planten produceren koolhydraten door middel van fotosynthese, maar niet alleen voor zichzelf. Ze geven een deel van hun koolstofsuikers af in de grond, waardoor de bacteriën en schimmels te eten krijgen. De bacteriën verdringen zich rond de wortelzone en de schimmels vormen enorme netwerken van in elkaar grijpende strengen die de ene plant vaak met de andere verbinden. De bacteriën zetten stikstof en andere voedingsstoffen om in vormen die de planten kunnen gebruiken, vaak door verslonden te worden door andere microben.

Endomycorrhiza-schimmels  vormen met elkaar de uitgestrekte groei van het mycellium, dat  contact heeft met de wortelhuid, maar dat veel verder reikt in de bodem. Ze vormen ook miljoenen vesikels en arbuskels   daarin kan de plant of boom veel voeding en water opslaan.

De schimmelstrengen, het mycelium, verhogen effectief de wortelmassa van zijn waardplant tot wel duizend keer en transporteren een schare goeden naar de waardplanten, waaronder fosfor, koper, calcium en zink. Er zijn ook aanwijzingen dat bomen dit netwerk gebruiken om signalen naar elkaar te sturen als er bijvoorbeeld bladetende plaagdieren zijn aangekomen.

In zijn Ted Talk verwees mycoloog Paul Stamets naar het mycelium als ‘natuurlijk internet van de aarde’.

 

Bronnen: Wikipedia en deze link van Washington Post.

 

 

 

 

 

 

 

O, die heerlijke onvolkomenheden

 

.

.

 

De kop koffie is lekker warm in mijn handen. Het onweer, waar ik zojuist nog middenin fietste, heeft de lucht afgekoeld. Ik zit aan tafel bij Anneke, in het kleine huisje naast de boerderij. Anneke is een levendige vrouw van vijftig. Ze speelt contrabas en maakt theater. Ooit had ze ook een groot schip, net als ik. Haar stem is lager dan de mijne en ze kan ruig en stoer doen. Net als ik klimt ze nog steeds in bomen. Het huisje heeft uitzicht op de weilanden. Door het raam zie je het lichten en ik hoor de donder in de verte wegtrekken.
Ik kijk om me heen, ik zit hier voor het eerst. Aan tafel zit Maria, in serieus gesprek verwikkeld met een bezoeker. Haar lange blonde haar hangt over haar armen en over de houten tafel. Naast mij zit een jongen van vijftien met blonde krullen, het is Anneke haar zoon Sebe. Hij kijkt me aan, alsof hij een gesprek wil aanknopen en niet weet hoe. “Hoe vond jij het om in het onweer te fietsen?” vraag ik hem. Het is een startschot. Meteen raken we in een levendig gesprek verwikkeld.

Heerlijk zo’n huiskamer vol mensen, zo onverwacht. Hoe kom ik hier verzeild? Het komt omdat hier geen brug is. Aan de oever van het met rietomzoomde riviertje zijn vier steigers. Aan één ervan ligt een grote roestige roeiboot. Er hoort een zeil op en er is een mast. Jochum heeft die al zijn leven lang op een volle, stoffige zolder liggen en ze zijn nooit gebruikt. Wel liggen er roeispanen in de boot. Die doen bijna dagelijks hun werk. Verderop ligt nòg een boot, die iets kleiner is, maar de grote is het handigst. Daarmee steken we over, soms met fiets, grote zakken boodschappen en al. Ook onze gasten halen we op met de boot. Langs de Swette fietsen en dan oversteken, het scheelt vier kilometer.
Vanavond was ik niet de enige die zeiknat naar huis fietste. Terwijl ik mijn fiets aan het hek vastmaakte zag ik aan de overkant Anneke ploeteren. Ze had Sebe over gevaren, die ook laat thuis kwam. Hij stapte net de steiger op en zij was bezig met het touw. Ik gaf een harde kreet. Ze zag me staan en vloekte lachend, “Ik ben net over en nou moet ik weer terug om jou te halen!” Ze maakte het touw weer los en kwam meteen naar me toe varen, want al moppert ze luidruchtig, ze meent er niks van en heeft een hart vol gastvrijheid.

Ik zit in mijn Wandelhuisje en laat alle belevenissen door me heen gaan. Ongemak schept een band. Als er een brug was geweest, dan was het hier een stuk saaier. Gebrek aan een brug breekt het ijs. Anders had ik geen koffie gedronken bij Anneke, in een huiskamer vol mensen. Ik glimlach voor me uit. Het is stil, en de vogels fluiten. Mijn huisje staat midden op het veld, rondom lopen af en toe mensen. Het gras groeit hoog op onder mijn raam, ik heb geen hek of haag, het regenwater uit de goot maakt de klei bij mijn deur tot blubber. Dankzij al die onvolkomenheden is alles zoals het moet zijn.
Ik sla een maf boekje open, over plantenleven, ik kreeg het gisteren van een vriendin. Ze had het dubbel. Er staan filosofische stukken in over plantenzielen, elfjes en faunen. Zou die mevrouw dat allemaal zelf zien, vraag ik me af. Ik kan het nergens uit opmaken. Maar misschien is dit nou net een boekje om als orakel te gebruiken. Na kort bladeren kies ik een bladzijde en steek mijn vinger er in. Die vinger wijst naar deze zin: “Zodra één lid der gemeenschap uitvalt, is de harmonie verbroken en begint het verval.” Haha, lach ik. Dus ik mag hier niet weg voorlopig. Nou dat is goed. Het bevalt me eigenlijk wel, deel zijn van een gemeenschap.

Even later hang ik over de onderdeur en voor me staat boer Jochum. Ik zeg hem dat ik blijf. Dat het mijn bedoeling is om elke plek waar ik ben, mooier achter te laten dan het was. Hij knikt. “Het is nog niet klaar,” zegt hij. “Nee, het is nog maar net begonnen” vul ik aan en leg uit wat mijn bedoeling is. “Als je iets wilt, dan ben ik er om met je mee te denken en om te helpen met de uitvoering.” Tevreden lacht hij me toe en we schudden elkaar de hand. Een handige en sociale meedenker, dat kan hij goed gebruiken, zeker als die persoon ook nog een eigen gereedschapswagen bij zich heeft.

Het project “Met ’t Wandelhuis de landsgrens langs,” blijft tegelijkertijd bestaan. Ik begin dit jaar met korte stukjes, eerst maar eens naar de dijk, langs de Waddenzee. Dan kan ik eetbare planten zoeken op zilte grond. Zo kan het project langzaam groeien, langzaam, precies wat de bedoeling is. Groeien, als een vrucht aan de boom. En als die zwaar genoeg is, dan valt hij vanzelf in mijn hand.

.

De zin in de tekening komt uit het boekje “Plantenzielen” van Mellie Uyldert. Het komt uit het hoofdstuk over heidegebieden en gaat onder andere in op de rol van de schaapherder.

Een plek om thuis te komen

.

.

Een plek om thuis te komen. Nu ik er ben, weet ik dat ik op reis kan gaan.

.

Met mijn ogen halfdicht geniet ik van het vroege licht dat door mijn koekoek schijnt. Slaperig mijmer ik over wat ik ga doen vandaag. Het is blogschrijfdag. Waar ga ik het over hebben? Gaat het over mijn vertrek op 30 mei? Ik weet het nog niet en laat het maar even. Ik doe het deurtje van de bedstee open om de slaap eruit te laten waaien. Dan  stap ik mijn bed uit. Ik open de deur. Vlak voor het bordes zit een groepje kippen, die halsreikend naar me opkijken. Ze willen eten. Ik stap in mijn pyjama op het vochtige gras en doe mijn klompen aan.

 

.

 

.

De camping met de bomen, het lange gras, alles is nog in een vochtige stilte gehuld. De koele lucht van de ochtend is heerlijk. De kippen pikken driftig van de kruimels die ik strooi. Ik loop terug over het paadje, tussen de essen, lindebomen en de vlierstruiken door. Maar ik ga niet mijn huisje in. Nee, ik pak een paar dikke werkhandschoenen die een vast plekje hebben gekregen in de bagageruimte onder mijn vloer. Ze liggen vooraan, ik kan er makkelijk bij. In mijn pyjama loop ik weer naar het kleine paadje. Het is zo hard als steen, door vele voeten en langdurige droogte. Rondom het pad staat het vol met speenkruid en fluitekruid. Hier en daar zie ik een teunisbloem en zelfs een kleine ooievaarsbek. Maar de grote overwinnaar is de alles overwoekerende brandnetel.

 

.

Wilde bijtjes op Ecocamping de Swetteblom

 

 

Overal in Nederland zie je hem, gestimuleerd door al die uitgespoelde mest, die door de sloten spoelt, zich mengt met het grondwater en onze bodem doordrenkt. Het is een netelige toestand. Mijn handen werken door. Ik trek ze uit of pluk ze af. Ik zie steeds meer wat onder de brandnetels vandaan komt en wat ik nu de ruimte geef. Ik zie het voor me, dit wordt een prachtplek, op deze oude, onberoerde grond. Een hemeltje voor bijen en insecten.
De zon staat al een stuk hoger aan de hemel, wanneer Maria haar yurt uit komt. Haar lange blonde haar glanst als een aureool om haar bruine gezicht. Haar helderblauwe ogen lachen en tientallen fijne lijntjes op haar wangen lachen mee. “Ik vind het zo heerlijk om te zien dat je zo lekker bezig bent! Wil je een kopje koffie met havermelk?” “O ja!” roep ik. “Koffie met havermelk vind ik het aller-allerlekkerste!”
Samen drinken we onze koffie, niet aan tafel op een stoel, nee, we lopen langzaam het hele terrein over. We staan stil bij wat we zien, vertellen wat het ons doet en ik vertel wat ik ervan weet. En Maria blijkt een haarscherpe intuïtie te hebben voor wat de oude honderd jarige appelboom nodig heeft. Er komen herinneringen op en verhalen. Het is een prachtige wandeling.

 

.

 

.

Het is heerlijk, om alleen op het land te werken in de vroege ochtend. Maar ik werk ook graag samen met de boer. We planten boompjes. Jochum  werkt stevig door. Hij is een vitale man en je zou niet zeggen dat hij zeventig is. Hij doet elke ochtend oefeningen, net als ik en gedichten schrijft hij ook nog, in het Fries natuurlijk. Tussen het scheppen door, praten we over onze belevenissen en idealen, en zo komt van het één het ander. Boer Jochum wil minder plastic. Ik wil hem er graag bij helpen. Samen zullen we de ruimte bij de WC’s transformeren in een sfeervolle zithoek.

Zwart landbouwplastic hangt stoffig aan de balken. Vuilnisemmers en dozen met oud papier en karton liggen op een slordige hoop, gemengd met andere zooi die mensen kwijt wilden. Jochem maakt de ruimte helemaal leeg en gaat weg. Nu is het mijn beurt. Ik trek het plastic er af, maak er een pakket van en gooi het op de aanhangwagen, om af te voeren.
Ik kniel op het beton van het erf. Voor me ligt een dikke rol stof, gisteren bezorgd door de postbode. Het is prachtige stevige jute en dit gaat het plastic vervangen.

 

.

 

.

Terwijl ik mijn schaar zet in de dikke jute komt Berry aanlopen. “Wat een mooie stof,” zegt hij. Berry is de man van Hillegonda. Het donkergrijze haar hangt in de war om zijn hoekige gezicht. Zijn ogen kijken vriendelijk en nieuwsgierig de wereld in. Een wereld waarin genoeg te zien is, want hij is tuinman op een landgoed van 24 hectare. Er woont een echte freule. Berry is heel gelukkig met zijn allerliefste Hillegonda, maar ook met dit werk. “Met al die dassen en reeën om me heen, hoe zou ik me er ooit eenzaam kunnen voelen?!” zegt hij.  In zijn aanhanger ligt mooi kastanjehout, dat er vandaan komt. Het is een dikke schijf die uit het onderste van de stam komt. We maken er een stoere tafel van, besluiten we.

 

.

Jochum ziet graag het bordje in het Fries, “Sithoeke”.

.

 

Ik werk de hele dag door en aan het eind van de dag is de transformatie compleet. Jochum komt aanfietsen. Verbluft stapt hij af. “Ongelooflijk,” zegt hij.
In de verte komt Tineke haar woonwagen uit, een kleine vrouw met rood haar. Ze is hier net een paar dagen. Deze plek inspireert haar. Ze ziet van alles en haar handen zijn bezig als een bij. Als boerendochter komen er veel herinneringen omhoog, op deze oude grond. Ze komt hier straks ook wonen. Meewerken op de boerderij, dat lijkt haar hartstikke leuk. Haar kinderen zijn het huis uit en nu kan ze doen wat haar hart haar ingeeft. Ik zie hoe ze rondloopt en hier en daar een bloem plukt. En als ik even later weer kijk, staat er een prachtig wildboeket op de stoere tafel.

Alles klopt. Ik geniet met volle teugen. Dit lijkt op de chemie van transformatie. Dit is wat ik hoopte te vinden. Hier is het, nu. En we doen het met elkaar.

 

.

.

 

Maar ik zou toch vertrekken? Ja ik ga vertrekken. Dertig mei is de grote dag, over vijf weken al. En ik ga ook! Maar nu weet ik dat ik hier terug kan keren, waar mensen er naar uitzien dat ik er ben en waar we in de herfst samen vlinderstruiken gaan planten en andere bloeiende planten. En nu, pas nu, weet ik dat ik kan vertrekken. Reizen is prachtig. Maar vooral als er een plek is waar je thuis kan komen.

 

.

Koe en de os in de wei.

.

 

Trekker met kantelaar

.

 

.

 

Veld met Wiekies Wandelhuisje

.

.

Het nodige om te gaan

.

.

Ik, Sankofa, luister naar de Stem uit het Verleden. Ik ben het symbool voor grondige keuzes. Je kan snel en enthousiast een nieuw leven inspringen of wegvliegen vanuit wanhoop. Maar ik vraag om rust. Het ei op mijn rug vraagt er om gekoesterd te worden en bergt verhalen in zich van wat is en was. Het kijken er naar maakt je keuze meer levensvatbaar.

.

Bij toeval kwam ik erachter dat er zondag een toneelvoorstelling zou zijn. Ik besloot er heen te gaan en daar sta ik nu. Het is een klein theater in het centrum van Leeuwarden. Ik zet mijn fiets neer, ga naar binnen en kom in een kleine hal die naar koffie ruikt. Drie mensen staan te praten achter een brede balie. “Heeft u al vooraf betaald?” vraagt iemand. Ik knik. “Ja, ik zag de titel op de folder en heb meteen online een kaartje gekocht.”
De titel van de voorstelling is namelijk: “Het vertrek”. Dit kan ik niet missen, in deze dagen, dat ik me voorbereid op mijn eigen vertrek.
Wat neem je mee, wat laat je achter? Het heeft mij jaren gekost, voor ik zover was, dat ik kon gaan. Dit stuk gaat over een dergelijk proces. Maar dan weer heel anders, want elk verhaal staat natuurlijk op zich. De acteur is een man, ooit wilde hij van alles het beste en van alles kocht hij er twee. Maar zijn twee mannen hebben samen hun hielen gelicht en nu is hij alleen en wat is het leven nog als er geen liefde is. Het valt hem zwaar. Wat moet hij hier nog, in dit oude huis?

Op het toneel staat een antieke telefoon. Je moet er aan slingeren, dan doet hij het. Af en toe belt de acteur de Stem van het Verleden. Hij wil weten waar het rode doosje is gebleven met zijn kinderdromen. Het is het enige waar hij belang in stelt. Verdorie, hij heeft het nodig om te kunnen gaan en hij zoekt zich te pletter. Had de Stem het expres verstopt? Waar is het? Waarom laat hij hem niet vertrekken? Geërgerd vraagt hij het aan de Stem van het Verleden, totdat hij er hondsberoerd van is en geen oog meer dicht doet. Dan, uiteindelijk, vindt hij het. Een doosje, bekleed met glimmendrode stof. Er zit een piepklein muziekdoosje in waar je aan kan draaien, met een piepklein muziekrolletje. Blij als een kind draait hij aan het miniscule slingertje. Teder klinkt een zachte metalige melodie. Dit is alles. Verder heeft hij niets meer nodig. En hij gaat.

En nu is het toneel leeg, het stuk lijkt afgelopen. Eén van de achtergebleven dozen is achteloos op de piano gezet. Ik kijk ernaar en zie een hoofd bewegen. O ja, weet ik ineens, daarachter zit nog steeds de pianist. Hij steekt zijn hoofd boven de piano uit en kijkt rond, verbaasd dat hij nu alleen is. Oplettend kijkt hij rond. Is hij echt alleen? Een brede grijns verschijnt op zijn gezicht, hij rent doelbewust naar één bepaalde doos, kijkt er in, pakt hem en smeert hem, het toneel af. De mensen lachen en klappen, de voorstelling is afgelopen. Nog één keer komen de twee jongens terug, de pianist en de acteur. Alleen de derde personage ontbreekt. Dat is de Stem van het Verleden, de altijd stille aanwezige.

Α….∞….Ω

Het stuk maakt je filosofisch gestemd. Ik praat na met een kunstenares. Ze is klein en tanig, met lang blond haar. Ik leerde haar vanmiddag kennen in haar eigen atelier en tot mijn verrassing is ze hier nu ook. Ik kijk haar aan en vertel wat ik gisteren meemaakte. “Op de markt, bij een kledingkraam, kreeg ik het aanbod om Tiny Houses te helpen bouwen in India, op een camping. Het was een spontane uitnodiging van de Indische marktkoopman.” Ik vertel er bij dat ik Nederland maar heel zelden heb verlaten.
“Waarom niet?” vraagt ze dan. Ik denk na. “Ja, hoe zal ik het zeggen… Eigenlijk past dit verhaal heel goed bij het stuk,” zeg ik. “Het antwoord gaat ver terug. Er is een moment dat ik nooit meer vergeet, hoewel ik gewoon in het Emmeloordse bos liep. Ik was zestien, ik weet nog precies waar ik was, toen ik besloot mijn dromen niet alleen te dromen, maar ze ook grond te geven. Alles wat ik mee zou maken zou mij helpen om dit te kunnen doen, wat ik ook tegen zou komen.”
“Waar was je?” vraagt ze.
“Bij de vijver van het hertenkamp,” antwoord ik en ga meteen verder. “Ik besloot om altijd aandacht  te hebben voor waar ik me begeef en nooit te vluchten. En jemig, wat gebeurde er veel in mijn leven. Ik kreeg de ene klap na de andere. Ik nam er de tijd voor om het te verwerken. Sommige mensen zouden me een pechvogel noemen, maar ik wist dat het precies de ervaringen waren die ik nodig had om te leren staan. Zonder hartgrondige balans kan een mens niet aarden, niet hier, laat staan ergens anders.. En dromen blijven zweven zonder wortels.”
Ze kijkt me nadenkend aan. “En wil je tóch het land uit, naar India?”
“Ik weet het niet. Er is altijd een sterke verleiding om meer van de wereld te zien. Maar er is hier veel te doen. Het is belangrijk hier te zijn, dat denk ik steeds weer. Daarom ga ik zo langzaam. Daarom ga ik straks maar drie km per uur en ben ik nog steeds niet vertrokken. Nederland boeit me. Dit is het land waar ik geboren ben.”

We kijken even stil voor ons uit. Dan kijkt ze me aan. “Ik moet gaan. Ik vond het een mooi gesprek.”
“Ik ook,” zeg ik “Dank je!”
Ik glimlach en kijk haar na.

.

Wat heb je nodig om te gaan? Voor de één betekent het vergeten herinneringen terug te vinden aan de kindertijd. Voor de ander is het de herinnering aan een ooit gemaakte keuze om niets uit de weg te gaan, ergens bij een vijver. Weer een ander worstelt met een angst of een gemaakte fout, die eerst onder ogen wil worden gezien. Wat heb je nodig om te gaan, dat is de vraag.

.
In een van mijn vorige blogs sprak ik over Kairos, en rebelse gaten in dichtgetimmerde tijd. Sankofa is de Afrikaanse variant van Kairos. Net als Kairos vraagt ze om innerlijke rust. Wordt Kairos geschetst als een gespierde man, die je bij zijn staart moet vatten om het juiste moment te grijpen, Sankofa is de vrouwelijke kant ervan, afgebeeld als een vogel met een ei op de rug. Ook in Kairos zijn momenten van stille beschouwing. Er is een zorgvuldig terugkijken naar het verleden. Toch is dat in zijn afbeelding alleen terug te zien in de weegschaal, die het wikken en wegen symboliseert. Verder straalt zijn gestalte vooral mannelijke kracht en actie uit. De vrouwelijke Sankofa met het ei, het is precies de aanvulling die de afbeelding van Kairos nodig heeft. Samen vormen de twee een perfecte uitdrukking van hoe keuzes te maken op het juiste moment.

.

 

.

.

Het theaterstuk met Koos van der Wal: je kan je inschrijven als je belangstelling hebt voor een aparte voorstelling, op nader te bepalen plaats in het Noorden van het land. Die gaan we nog vinden. Vooral de regisseur, maar ook de acteur, zou heel graag een voorstelling met nagesprek hebben, samen met mensen die allemaal bezig zijn met het onderwerp “Vertrekken.” Geef je mailadres aan mij door als je interesse hebt. (tt.alowieke@gmail.com)

 

 

 

.