Herstel van het wilde paradijs

.

.

Dit verhaal hoort bij het thema van mijn boek: “De heilige traagheid der dingen”, waar ook dit schilderij in thuishoort.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

“Er stond een interessant stukje in de krant” zegt mijn vriend. Hij woont een stukje verderop en om een uur of elf ga ik er altijd heen om koffie te drinken en te bespreken wat we hebben gelezen en beleefd. “Het gaat over een vrouw,” vertelt hij verder “en ze doet mee aan een onderzoek: Hoe is het om nu te eten als een jager verzamelaar. Leven van de wilde natuur dus. Het dieet is beperkt. Ze eet ook geen appels. Die zijn te ver doorgekweekt, zegt ze. Maar ze reist wel naar Schiphol om afgeschoten ganzen op te halen, en ze stopt dingen in de diepvries.” We raken erover in gesprek. “Waarom nemen die onderzoekers geen inheemse stammen voor hun onderzoek?” vraagt Dick, “Er zijn toch mensen die nog steeds op die manier leven?” Ik hoef niet lang na te denken. “Dit is interessanter,” zeg ik. “Het gaat over ons. Wat wij zouden doen, op de plek waar we leven. Als het onderzoek internationaal is, dan zijn er overal mensen die opeens na moeten denken hoe ze dat in ’s hemelsnaam moeten doen, op de plek waar ze zijn.”
Ik denk er nog de hele dag over na. Hoe zou ik het doen? Naar Schiphol reizen en een gans in de diepvries stoppen vind ik flauwekul. Hazen schieten doe ik ook niet, er zijn al anderen die dat doen en er zijn er al te weinig. Bovendien heerst er hazenmixomatose. Konijnen zijn er niet en onze kippen zijn allemaal opgegeten door steenmarters. O nee, kippen zijn niet wild, dus dat telt niet mee in het onderzoek. Tja, verder kun je nog eieren eten van weidevogels, maar die worden bedreigd door grootschalige landbouwmethoden en roofdieren. Bovendien mag dat niet meer, eieren eten van kievieten en grutto’s. Aan eetbare wilde planten vind je hier slechts een beperkt aantal soorten. Dat is dan vooral op het land van onze boerderij en bij niet al te nette woonkernen. Speenkruid voordat het bloeit is eetbaar. Ook is hier veel fluitenkruid* en heel veel brandnetel. Op dit terrein staan veel paardenbloemen, omdat het wilde nog een plek heeft. Daarbuiten stelt het weinig voor, het is hooguit hier en daar een plukje in de bermen. Veldzuring, in kleine hoeveelheden ook eetbaar, vind je ook maar weinig. Die worden selectief weggespoten. Er is dus maar weinig keus in het Friese weidegebied.
Een leven als jager verzamelaar werkt alleen opbouwend als je tegelijkertijd werkt aan een groeizaam leefgebied. Het is ongepast om alleen maar te nemen en er niet voor te zorgen. In feite verander je dan ook niks aan de mentaliteit die er nu is. Jager-verzamelaars van vroeger maakten deel uit van een groter geheel. Ze wisten precies wat en waar en hoeveel ze konden nemen. Dat kennen we niet meer. Ook een jager verzamelaar kan veeleisend zijn. Maar gaat het niet in eerste plaats om bescheidenheid en nederigheid, om je plek te kennen? Ik denk aan dieren en insecten. Werken aan het grote geheel, hier op de Swetteblom en daarbuiten. Hier werk ik, hopend dat deze bronplek zich zal uitbreiden. Steeds weer stel ik me voor hoe het eruit zal zien, een lange strook van bomen, die de snelweg in de verte verbergt. Hoe de oneindige rij auto’s langs de horizon langzaamaan steeds dunner wordt. En dat in plaats daarvan bomen zullen groeien. Langs de kilometerslange bosrand zullen mollen de grond losmaken en wilde zaden een bodem vinden en een uitnodiging vormen voor meer. Een evenwicht groeit, dat steeds meer leven aantrekt. Mijn bijdrage is maar klein, maar het is in elk geval een begin. De tien notenbomen die ik plantte zijn ook nog klein, het zal even duren voor ze noten dragen. De wind die er staat is hard, de kleine bomen hebben eronder te lijden. De omringende struiken moeten nog groeien, willen ze echt beschutting geven. Het zullen vooral de mensen na mij zijn, die ervan gaan profiteren. De kruiden en knollen moeten ook nog hun plek krijgen. Het groeit wel, maar vooralsnog valt er weinig te oogsten, veel wordt aangevreten. Alles van waarde duurt lang. Het duurt lang voor het er is. Zeker in onze tijd, waar het efficiëntydenken het gezonde evenwicht zo sterk heeft aangevreten. Gezond evenwicht en wilde natuur, het is met elkaar verbonden. We moeten het terugbrengen. Hoe eerder we daarmee beginnen hoe beter, het liefst samen en desnoods alleen.

Het leven van jager verzamelaar is zo goed als verleden tijd. Er is teveel gebeurd om dit nog te kunnen voortzetten. Eerst moeten we het paradijs herstellen.

* Fluitenkruid: niet te verwarren met het giftige dollekervel. Dollekervel is in het noorden nog nooit gevonden. Het is alleen gezien in Limburg, volgens een ecoloog.

.

.

Een gedachte over “Herstel van het wilde paradijs

Geef een reactie op Wiebo Reactie annuleren