Van jonge spriet tot woudreus, elke houtige persoonlijkheid verlangt naar een levende veerkrachtige bodem. Leef je in in de dromen van de bomen.
.

.
Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.
Inlevingsvermogen doet groeien. Bomen zijn er langer dan wij en we zouden er goed aan doen ons vaker te proberen in te leven. Alleen al hoe ze samenleven. Met elkaar bouwen ze aan een netwerk waarin alles te vinden is wat ze nodig hebben. De bodem steeds veerkrachtiger, krioelt van leven en is doorweven met schimmeldraden die hen voeden. En omgekeerd, in de herfst voeden de bomen de schimmels met wat ze in de winter niet meer nodig hebben. Ze zijn wat ze zijn, houtige persoonlijkheden zonder stem. Zonder te worden opgemerkt doen ze veel, van zaad tot woudreus, altijd op dezelfde plek. Maar de meesten worden aangeplant. Ze zijn overgeleverd aan wat wij met ze doen. En wat doen we veel! Er wordt gezaagd en gehakt. Lekker stoer en machtig voel je je, wanneer de grote boom omvalt, precies op de plek die je hebt uitgerekend. Hoor het kraken, hoor de doffe dreun waarmee hij ter aarde stort. We hakken en zagen. Graven en planten ook dingen terug. Hopelijk doen we het goed.
Daar sta ik op de met gras begroeide weide. In mijn handen houd ik een pluizige, gerafelde stengel. Rondom het pluis ontkiemt zaad. Als ik de stengel optil blijven alle jonge kiemen eraan vastzitten, alsof het een reddingsboei is. Zaad houdt van rafels en losse en luchtige grond. Bomen ook. Vooral de jongsten. Iets wat hechting geeft en vochtig is, dat is fijn. Wat moet zaad in een verhard pad? Of in een speelveld in de hete zon, vertrapt door kindervoeten? Geef mij maar wat struikgewas, dan kan ik ongestoord mijn gang gaan, weet de boom. Bomen denken niet, denken we, maar ze weten wel dingen. Ze weten waar de ruimte is om naar toe te groeien. Ze weten welke buurman ze graag hebben en welke liever niet. En aan welke ze een grondige hekel hebben. Niet alle bomen werken met elkaar samen. Ook daar zijn buren onder elkaar.
Hier sta ik nu. De jonge boom die klaarligt om te planten ziet er goed uit. Maar waar hij moet staan, dat kan hij me niet vertellen. Sommige mensen zeggen dat ze het kunnen voelen. Anderen leren uit boeken hoe het moet. Hoe dan ook, dit jonkie is nu afhankelijk van mij. Hij heeft het maar te doen op deze plek, die de mensen hier bedachten en waar ik voor werk. Ik pak hem op. Heel fijn zijn die jonge haarwortels, zo fijn dat ze zomaar afbreken, als je niet uitkijkt. Respectvol laat ik de dikke wortelbaard door mijn handen gaan. Wat is hij mooi! Straks verdwijnt hij in de donkere aarde, de wereld die zo ver van ons afstaat. Het is een wereld die we nog maar net leren kennen. Hopelijk voelt hij zich thuis op de plek die ik hem geef. In feite is het een wees, net als de andere bomen die hier liggen. Niet alleen zijn ze losgerukt van de plek waar ze opgroeiden, waarschijnlijk hebben ze hun ouders nauwelijks meegemaakt. Op een kwekerij stonden ze als wezen in kostschoolbedjes. Een lange rij, allemaal naast elkaar. Toch was de kweker goed voor ze, dat kun je zien. Kan een boom van zijn kweker houden? Als dat zo is, afscheid is hun lot.
Elke zaailing treft andere handen. Sommigen zijn liefdevol, anderen haastig, willen vooral zoveel mogelijk in de grond krijgen. Sommige weten precies wat hij of zij nodig heeft, andere hebben geen idee, ze hebben zich nooit in houtige persoonlijkheden verdiept. Er zijn mensen die al heel veel bomen hebben geplant, maar die denken dat je het plantgat keihard moet aanstampen. Anders loopt het straks vol water zeggen ze en dan verdrinken de wortels. Ze stampen zo hard ze kunnen, bij elke schep grond die erin gaat. Hemeltjelief. En dat juist nu, vlak voor de droge periode! Steeds vaker regent het maar weinig in de lente. En die kwetsbare haarwortels zitten dan op een hoopje, samengetrapt in een droge stenen kluit. Want dat is wat klei doet, als het opdroogt wordt het zo hard als steen. Als jonge boom kun je dan alleen nog maar dromen van die pluizige vochtige schimmels, terwijl je langzaam wegkwijnt. De harde klei is meedogenloos, en zeker in een tijd van droogte, met een boom die ook nog eens nauwelijks een plantgat heeft. We moeten echt meer met de bomen meevoelen, willen we ze begrijpen en echt een mooi bos krijgen. Er zijn genoeg hoveniers en tuinmensen die hart hebben voor wat er leeft. Hoe boeiend is het om naar ze te luisteren! De bodem, de handen, de kennis en het hart. Met elkaar vormen we het netwerk dat de bomen en planten nodig hebben. Luister, met je oor op de vochtige aarde. Ruik het, voel het, help het groeien.
Geef de boom een verend bed, wees er lief voor , koester het.
.