September

.

.

September is een maand om niet meer zoveel te moeten, niet teveel in je hoofd te halen en vooral te genieten van de oogst.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

Het is een mooie avond. De zon gaat onder met een warm licht, en overal zijn vogels in het gras. Ik geniet met volle teugen. Dan hoor ik een piepend gefluit, achter me. Een hele groep is het. Dat herken ik. Ik draai me om. Het zijn de smienten! Ze zijn terug! De zwart witte vogels vliegen in steeds kleinere cirkels boven de plek die hen zo vertrouwd is, fluitend, piepend, alsof ze de thuiskomst vieren. Dan strijken ze neer. Elke winter komen ze hier, op steeds hetzelfde plekje, achter de bult, vlak achter het Verhalenpad. Het riet staat hoog. Ook hier heb ik nu het beheer en ik maai het niet in één keer. De watervogels zwemmen beschut in de sloot erachter en op het weiland zitten er ook enige tientallen.

Waar zijn ze geweest, de smienten? Ik weet het niet. Ik kan niet met ze meevliegen. Ik kan wel weggaan, net als zij, ver weg. Maar ik doe het niet. Hoewel, soms twijfel ik. Meestal is dat in de maand september, als ik het hele jaar voor de aarde en de planten heb gezorgd. Dan ben ik het helemaal moe. Logisch. Ik weet het nog goed dat ik me zo voelde, die dag, begin september. Ik heb toen van alles verzonnen, om te doen. Goeie ideeën en minder goeie.

“Ik ga naar Ierland, volgend jaar,” zeg ik tegen Henk. Henk heeft hier een mooi huisje. Hij is er maar soms, gewoon om even ergens anders te zijn. Hij leest dan wat en zegt weinig. Maar nu antwoordt hij vrolijk: “Naar Ierland, wat leuk! Wanneer ga je?”
“Volgend jaar, zei ik. Nu nog niet.”
“Waarom niet? ” vraagt hij verbaasd.
“Omdat ik nog voor mijn huis moet zorgen. En het land. Ik ga nooit zomaar weg. In de afgelopen dertig jaar ben ik maar een paar keer de grens over geweest.”
“Waarom doe je dat niet?! Je kan gaan wanneer je wilt, het is toch leuk om spontaan weg te gaan? Geweldig, Ierland!” Hij begrijpt er niks van.
“Ja, vast een bijzondere ervaring” zeg ik. ”Maar dit is mijn plek. Het dak moet in de olie, de isolatie moet worden gelucht voor de herfst komt. Ik wied de tuinen, vlecht de wilgenhaag. En ook al die grond rond de nieuwe aanplant vraagt om een nieuw, warm bed van mulch.”
“Het doet je vast goed om te gaan”, houdt hij vol.
“Misschien wel”zeg ik. “Maar als ik ga, dan wil ik daar ook een tijdje werken. Dan leer ik de mensen en het land echt kennen. Daar heb ik zeker een maand voor nodig. En dat doe ik niet zomaar. Zolang wil ik hier niet weg, nu. Henk staat even stil. “Okee”, zegt hij en loopt verder. Misschien snapt hij het, misschien niet.

Uiteindelijk ben ik dus vier dagen naar de Vlierhof gegaan, bij Nijmegen. Daar heb ik over verteld. Ik werd weer hartelijk ontvangen. Ik maakte een schilderij in het atelier, werkte in de tuin en fietste met Dick over de dijk langs de Rijn. Ik zag het vertrouwde beeld van de scheepswerf in Millingen en zag vele vrachtschepen over het lage water varen. Vier dagen was genoeg. Toen ik thuis kwam was ik mijn onrust helemaal kwijt, temeer omdat er in september vele culturele activiteiten zijn. Niet alleen het optreden van Lisa Hannigan, waar ik verslag van deed. Het gebeurt zelfs heel dichtbij huis. September is een maand om niet meer zoveel te moeten, niet teveel in je hoofd te halen en vooral te genieten van de oogst. Zo is het altijd geweest, en ik voel elk jaar weer dat alles in mij daarom vraagt. Het is goed. Alles is er, er ontbreekt mij niets.

Maar nu alles goed is, nu vraag ik me af: ga ik eigenlijk wel naar Ierland volgend jaar? Lang weggaan betekent veel achterstallig werk. Hoe groen mijn vingers ook zijn, achterstallig werk is niet leuk om te doen. In feite geef ik een heel tuinjaar op, door zomers een lange tijd weg te gaan en de boel de boel te laten. Ik zou natuurlijk in de winter weg kunnen gaan. Net als de vogels. Maar waarom dan helemaal naar Ierland? Als het echt zo is, dat ik me daar zo thuis voel, dan wil ik er daarna steeds weer heen. En ik heb al drie plekken om heen te gaan, gewoon in Nederland. Dat is al heel veel. Als ik van Ierland zou gaan houden, dan heb ik nóg een band om te onderhouden. En ik moet er zelfs twee zeeën voor oversteken!

Verre streken lokken. Ook Ierland. Maar ik ga niet. Wellicht ooit, als ik mijn handen vrij heb. Dan maak ik een lange reis, als beloning.

Ik sta met mijn klompen in het lange natte gras en kijk naar de ondergaande zon. Een zwerm spreeuwen vliegt op. Kievieten roepen. De smienten zwemmen nu stil in de sloot. Hier en daar staat een reiger in opperste concentratie, wachtend op de volgende muis die door het gras schiet. Schuimend witte wolkenkoppen kleuren langzaam roze. Wat is het hier toch prachtig. En morgen is er muziek. Gewoon in het kerkje van Bears!

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

In september, when I m tired of working, I doubt about going far away or not. But I won’t. I ‘ll stay and enjoy the harvest. Don’t get too carried away…

Het lied van Lisa Hannigan (The song of Lisa Hannigan)

.

.

Tivoli, Utrecht. “We, the drowned” zingt ze. Een geweldig lied en ik denk erover na. Het lijkt alsof alles zich steeds verder loszingt van de aarde, in een vlucht van alles wat we zelf hebben veroorzaakt. Maar waar begon het mee?

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.
Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath the text.

De laatste woorden van het lied klinken door de grote ronde zaal van Tivoli. Mijn vriendin en ik zitten ademloos te luisteren. Lisa Hannigan staat op het podium en zingt met opperste beheersing en overgave. Vanuit de lage hese diepte van haar stem klimt ze omhoog, hoger en hoger. Tot de allerlaatste toon. Het ensemble Stargaze is al even verbazingwekkend. Blazers en snaarinstrumenten, percussie en piano, alles! Anderhalf uur lang zaten we met oren gespitst en wisten soms niet meer waar te kijken, zoveel gebeurde er. En nu is het echt afgelopen. Het applaus is denderend.

Lisa Hannigan is nieuw voor mij. Hoewel ze Iers is (ik hou van iers) en al vijftien jaar solo zingt kende ik haar niet. En mijn vriendin ook niet, die naast me zit. Samen lopen we het grote gebouw uit en halen onze fietsen uit de stalling. “Welk lied vond je het mooist?” vraagt ze. “We, the drowned” antwoord ik zonder twijfelen.

Als ik eenmaal weer thuis in Friesland ben, luister ik er steeds weer naar. De muziek is geweldig. Alles leidt naar een uitzinnig hoogtepunt. Maar wat zingt ze nou eigenlijk? Een paar woorden pik ik op, als stapstenen in een donkere rivier. Ik moet het echt voor me zien. Ik zoek dus de tekst op en kijk lang naar. Dan stap ik op mijn fiets en rijd door de weilanden. Het is een perfecte manier om iets te laten bezinken. En dit is de tekst.

.

We, the drowned
Hold our hollow hearted ground
Till we swallow ourselves down
Again
Wij, die verdronken zijn
Houden ons vast aan leeg liefdeloos land
Tot we onszelf inslikken, omlaag, omlaag
Steeds weer
We, the ashes
We spend our days like matches
And burned ourselves as black as
The end
Wij, de as
Gebruiken de dagen als zwavelstokjes
En branden onszelf zo zwart als
Het einde
We know not the fire in which we burn
But we sing and we sing
And the flames grow higher
We read not the pages which we turn
But we sing and we sing and we sing
We weten niet van het vuur waarin we branden
Maar we zingen, we zingen, we zingen
En de vlammen laaien op
We lezen de bladzijden niet die we omslaan
Maar we zingen, we zingen, we zingen
We, the wrong
We the sewn up and lang gone
Were before and al along
Like this
Wij, die fout waren
Allang, allang verdwenen
We waren hier eerder en gaan verder
Zoals het is en was
We, the drowned
The lost and found out
We are all finished
again again again…….
Wij die verdronken zijn
Verloren of opgedoken
We zijn weer aan ons einde
allemaal
alweer, alweer…..

Beluister het filmpje helemaal onderaan.

.

Wat een in en in somber gedicht! Ik moet mezelf er toe zetten om het te lezen. Toch past het zò in deze tijd. De lege liefdeloze grond, het opeenstapelen van steeds dezelfde fouten, weer en weer. Dagen die gebruikt worden om op te branden, dagen die tot as vergaan. Tot ze op zijn en de zwarte dood overblijft. We kennen het vuur niet waarin we leven, we beseffen de inhoud niet van wie zijn en wat we veroorzaken. Mensen die zichzelf inslikken van eenzaamheid en alleen een uitweg vinden in muziek. Muziek die verheft als een vuur dat steeds hoger oplaait. We zingen, we zingen we zingen.
Het lijkt alsof alles zich steeds verder loszingt van de aarde, in een vlucht van alles wat we zelf hebben veroorzaakt. Maar waar begon het mee, was het niet het lege liefdeloze land? In het vuur van de vlucht raken we verder en verder van de aarde af. De heilige grond roept om terug te keren. Het roept om bezongen te worden en geliefd. Wij zijn het, die de aarde in onze handen houden en de liefde weer terug kunnen brengen tot de bodem waarop we staan. Eindelijk. Na al die eeuwen komt het besef dat de bodem ons nodig heeft.
Ik schrijf in één beweging alles op wat ik denk. Ik weet niet of Lisa het zo bedoeld heeft, maar dit is wat ik eruit haal. Ik zie ook de hang naar muziek, het verlangen om te vluchten van alles wat onze manier van leven heeft veroorzaakt. Maar ik zie ook dat de terugkeer het enige is wat werkelijk vervulling geeft. Daarom ben ik hier. Geworteld en wel, in Friesland.

(Bovenstaande foto is van mijn vriendin Jeannette.)

.

NEDERLANDS:

ENGELS:.

I was at a concert of the Irish Lisa Hannigan. It was amazing, her voice, and all these instruments. She sang: “We, the drowned.” For me it was the most breathtaking moment of the evening. Later I realized what this song means to me. I wrote down everything I thought in one stroke. I don’t know if Lisa intended it that way, but this is what I get out of it. I also see the longing for music, the desire to flee from everything that is caused by our way of life. But I also see that the only thing that really brings fulfillment is the return. The holy ground is calling. It calls to be sung about and loved. That saves us from drowning again. That’s why I’m here. Rooted and well, in Friesland.

Een schoentje voor Houdini (A mouse shoe for Houdini)

.

Smart work of a little mouse

Alles heeft zijn plek in het bestaan. Daarom heb ik spinnen in huis en vliegen. Maar met muizen heb ik geen pardon. Die vang ik. Maar sommigen zijn zó slim! Zoals Houdini, genoemd naar de bekende boeienkoning.

.

“Alles heeft recht op leven” zei mijn man, toen ik de zoveelste naaktslak door de plee spoelde. “Ach joh, in het riool stikt het vast van de slakken. Ze kruipen er gewoon weer uit en komen ’s nachts door het afvoerputje weer het huis in.” dat zei ik. Niet dat het me erg veel kon schelen. Gek is dat. Voor mijn gevoel geef ik mijn hele leven al om beestjes, groot en klein. En toch is het pas na de dood van mijn man goed op gang gekomen.

Het was twee of drie jaar later. Ik zat op de rand van een vijver. Mijn oude jeugdvriendin zat naast me. Ik had haar al vele jaren niet meer gezien. Ze wilde omscholen. “Ik wil verpleegster worden,” zei ze. Ondertussen viste ze me haar wijsvinger een spartelende vlieg uit het water. “Het is heel leuk, zo’n vijver, maar ik vind het zo erg om al die beestjes te zien verdrinken, het gaat de hele dag door! Ik kan ze er niet allemaal uitvissen…” Verbaasd keek ik naar het vliegje op haar vinger. En dan naar al die andere spartelende beestjes. Ik hoorde de echo van mijn man. “Alles heeft recht op leven!”
En nu is het alsof het altijd al zo geweest is. Ik red bijna elke dag wel wat: een vlieg in een emmer water, een worm die ligt uit te drogen op het fietspad. Of het is een langpootmug in een verlaten spinnenweb, of een wesp uit de stroop. Dan was ik hem voorzichtig af met een nat strootje. Ik vermoord geen wespen. In deze tijd zijn ze op zoek naar zoetigheid. Dus voer ik ze suikerwater. Merels en ook andere vogels eten wespen. Dat is erg welkom in deze tijd van droogte. Alle dieren hebben niet alleen recht op leven, maar betekenen iets in het geheel. Waarom zou ik doden alleen omdat ik er last van heb?
In mijn huis leven spinnen, verstopt in hoeken en kieren. Vooral roofspinnen, die geen web maken. Die eten de vliegen of zuigen ze leeg. Ik vind het prima. Maar waar ik geen pardon mee heb, zijn muizen. Die vang ik in een val. Eentje waar ze niet dood in gaan. De slimste van hen heb ik Houdini genoemd, naar de boeienkoning. Hij ontsnapt telkens weer.

Het is drie uur als ik wakker word door een harde klap. De muis! Gisteravond heb ik toch maar de val gezet. Ik hoop dat ik geen muizen meer heb, maar je weet nooit. Gisteren heb ik alle gaten dichtgestopt. Zoals de kier onder de achterdeur. Maar ook boven het markies onder de dakrand vond ik er gaatje. Het was dus niet genoeg. Nu zit er eentje in de val.“Ze kunnen door kiertjes ter grootte van een potlood!” zei de man van de ijzerwinkel. Hij krijgt veel mensen die vallen kopen. De val die ik bij hem kocht doet het goed. Het enige probleem is dat sommige muizen dus razend intelligent zijn. Zoals Houdini. Alles opeten en de klep achter zich dicht laten vallen. Een draadje om het palletje heen te winden en de klep blokkeren met een luciferdoosje. Ongelooflijk. Maar nu heb ik toch echt een muis in de val. Nieuwsgierig klim ik uit mijn hangmat. Is het hem? Het is een veldmuis. Bruin. Druk rent hij heen en weer, tot zoverre als dat kan in het kleine hokje. Ik gooi nog was extra havervlokken door het gaas en werp een handdoek over de val. Dan kan hij rustig worden. Morgen zet ik hem uit, aan de andere kant van de Swette.

Ik zwem. De ingepakte val net boven het water in mijn ene arm, met de andere doe ik schoolslag. Ik wil hem uitzetten in het wilgenbosje, naast het verlaat. Voor het verlaat hoef ik niet meer te zwemmen. Het wordt er steeds ondieper. Ik buk, om onder het bruggetje door te gaan. Daarachter is het verlaat, een gemetseld huisje dat de waterstand regelt. Links en rechts een schuine oever van beton, begroeit met glibberige algen. Dan blijf ik stokstijf staan. Die ogen! Vlak voor me zit een zwarte kat, die me gefascineerd aankijkt. Moet ik mijn muis hier wel loslaten? Even aarzel ik. Dan zet ik door. Houdini is vast slim genoeg om de kat zijn klauwen te ontlopen. “Kssssjt!” zeg ik. Het dier rent weg. Het lijkt me een jong beest, en fanatiek ook nog. Ik klauter omhoog en houd me vast aan de betonnen wand die naast de glibberige helling staat. De kat verdwijnt tussen de spijlen van het hek, dat om het gemaal heen staat. Daar weet ze zich veilig. Op het gemaaide veldje naast de muur houdt ze alles in het oog wat ik doe. Ik loop verder, tot ik haar niet meer zie. Onder de bosjes is een boomstronk, blad en zaagsel. Dit is een goede plek. Ik druk de klep open en de muis rent weg, Roetsj! Houdini heeft zijn vrijheid terug. Ik wens hem een mooi hol met veel slimme kinderen. Hoewel, was het hem wel? Dat weet je maar nooit, met muizen. Had ik hem maar een schoentje aangedaan. Een schoentje voor Houdini.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Everything has a right to live. I have spiders in my house. But mouses are not welcome. I catch them in a trap. But some of them are so smart!

Denk aan je pensioen, zei hij

.

.

Ik was achttien toen een leraar het zei: Denk aan je pensioen. Ik was stomverbaasd dat iemand kon geloven dat de wereld er over veertig jaar nog steeds hetzelfde uit zou zien.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath the text.

.

Ik leg de smartphone neer op de tafel van de buitenkeuken. Hoe lang zullen we nog met zo n ding rondlopen? Ik kijk nog even naar alle barsten in het kleine schermpje. Ja, beter om hem hier te laten liggen. Ik pak de sikkel van de haak. Door het vochtige gras loop ik naar het Verborgen Verhalenpad. Ik zie er nooit iemand. De anderen zijn allemaal bij hun eigen huisjes bezig. Wat het uiteindelijk worden zal? Dat weten degenen die na mij komen. Ik weet maar weinig. Ik doe. Jaren gaan voorbij en iedereen wordt ouder. Zoveel mensen komen en gaan. En telkens weer loop ik alleen verder, met vuile vingers van het werk.

Terwijl ik de overhangende rietstengels ontwijk, denk ik aan een docent van lang geleden. Ik moet achttien zijn geweest of zo. Ik kan me zijn gezicht niet meer herinneren en ik weet ook niet meer wat hij gaf. Ik weet alleen nog dat hij zei. “Het is heel belangrijk dat jullie nu al aan je pensioen denken!” Ik lach even bij de gedachte en vouw mijn broekspijpen omhoog om ze droog te houden in het bedauwde gras. Die man, ik heb hem met open mond aangegaapt. Ik hield me met heel andere dingen bezig. Ik had net mijn kamer opgeruimd en alle overbodige luxe verwijderd. We komen met zijn allen nog eens om in die luxe, dacht ik. Ik wilde eenvoudig leven en een pensioen had ik vast ook niet nodig als ik oud was.

Ik kijk om me heen en luister. Het mist een beetje en de snelweg verderop ruist en suist. Wat een drukte. Het wordt steeds erger. Allemaal mensen onderweg naar hun werk. Zouden die allemaal denken dat ze ooit met pensioen zullen gaan? Als ik vijfenzestig ben, dan is er helemaal geen pensioen meer. Dat dacht ik, toen die leraar dat zei. Ik was stomverbaasd dat iemand kon geloven dat de wereld er over veertig jaar nog steeds hetzelfde uit zou zien. Maar er kwam nooit een gesprek over. En eigenlijk is dat nog steeds vaak zo. Mensen zeggen tegen me: “Dat maak jij vast niet meer mee.” Dat klinkt geruststellend. Maar ik weet hoe het gaat. Gehechtheden zijn als een geliefde. Je denkt dat hij nooit zal sterven en dat je altijd samen blijft. Maar dan opeens is daar de dag van zijn dood. Zo gaat het. Iets wat je niet wilt, komt altijd eerder dan je dacht. Al heb je alle grafieken bekeken die je vertellen dat het nog lang niet zover is.

De komende tien jaar gaat er veel veranderen. Dat vermoed ik. Daarom blijf ik waar ik ben en werk aan een plek. Een plek waar het leven kan opbloeien en voedsel kan groeien. Ik voel de sikkel in mijn hand. Heel zachtjes ga ik langs de snijkant, met de toppen van mijn vingers. Hij is goed scherp. Hier kan ik me wel mee redden. Glimlachend ga ik aan het werk. Ik hak het riet en het hoge gras en gooi het op de lege perken. De bodem bedekken, dat is het belangrijkste nu. Een gezonde bodem waar voedsel groeit, dat is mijn pensioen en ook voor hen die na mij komen. Ik schuifel over het smalle paadje. Mijn armen kunnen de grote bos riet maar net vasthouden. Ik gooi het neer en de bult wordt steeds hoger. De grond eronder is nog altijd vochtig. De geplante bomen staan in ruime kring om de bedekte plek heen. Ze maken allemaal nieuwe blaadjes aan, en het is al bijna september! Alles verandert, maar ik weet, waar ik met liefde mijn handen vuil voor maak, dat groeit. Maak er wat moois van, zei hij tegen me. Hij, lang geleden. Dat doe ik. Niet alles wat sterft, is verdwenen.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Think of your retirement, he said

I was eighteen when a teacher said it: Think about your retirement. I was stunned that anyone could believe that the world would still be the same 40 years from now. But there was never a conversation about it. And in fact that is often still the case. People say to me, “You probably won’t experience that in your life.” That sounds reassuring. But I know how it goes. Attachments are like a lover.

.

Dezelfde dag dat mijn blog uitkwam, kreeg ik zomaar een elegant kledingstuk. Zoek maar wat uit, zei de buuv en ze opende een grote doos met alles wat haar teveel was. Ik koos deze rok. Hoewel blauw nooit mijn kleur was, staat hij fantastisch. Vandaag heb ik pas de rust om te lezen wat erop staat. Ik lees: “Siembra el presente”. Vertaald: Zaai het heden. Het lijkt op “pluk de dag”, maar dit gaat dieper. Hierin zit ook de toekomst vervlochten op een zwierige manier. Wat een gaaf cadeau. Het sluit perfect aan bij mijn verhaal.

.

Verschuiven naar een nieuwe balans (Shift to a new balans)..

.

De Aarde, het groeien en het Al, in symbiotische balans. Het is het raampje dat ik inbouwde in de nok van mijn huis. Voor mij is het telkens weer een heilig teken. Vooral nu er zoveel aan het verschuiven is, is het belangrijk om erbij stil te staan.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want tot hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath the text.

.

Hoe ouder je wordt, hoe meer je ontdekt dat dingen anders zijn dan je dacht. Ik dacht dat ik niet veel had met de polder, waar ik geboren ben. De Noord Oost Polder. Maar nu ik in Utrecht heb gewoond, in Brabant, en in Friesland, nu merk ik de invloed van mijn wortels. Als je ergens anders bent, leer je over jezelf. Ik heb veel mensen gesproken. En overal waar ik was, las ik het plaatselijk nieuws. Zo leerde ik: De Brabanders willen hun heide houden. De Noordelijke Friezen willen de grutto terug en willen een open horizon. Ik begrijp het, maar deel hun obsessie niet. Waar anderen inzetten op behoud, daar ben ik pragmatisch.

Als je op het Swettepaad staat, kun je twee kanten op kijken. Aan deze kant van de Swette zie je de Hegedyk met het oude land en de kerktorens. Aan de andere kant van de Swette ligt een kale vlakte met een lawaaierige snelweg. Aan de horizon zie je de blokkendozen van bedrijfsgebouwen, in de avond fel verlicht. Deze kale vlakte is een oude, drooggelegde zeebodem, en was achthonderd jaar weelderig weiland vol weidevogels, zeggen ze. De Friezen hebben dat nog steeds in gedachten. Daarom mogen er geen bomen staan. Maar ik, als nuchtere poldervrouw zeg: Zet toch gewoon bomen langs die weg! Het is zo nuttig! Hier is het oude verhaal in wrijving met wat is. Het is immers toch al verdwenen en je krijgt het nooit meer terug.

Het verleden boeit. De Aarde is er mee verweven. Laag na laag groeide ze, als een miljoenen jaren oud verhaal. Onze tijd is maar een klein deel in wat zij is. Als mens zijn wij slechts notendoppen in de eindeloze oceaan van haar bestaan. De verhalen zijn talrijk en liggen als schatten op de zeebodem. Sommige zijn welbekend, en varen als reuzentankers op de golven, even onaantastbaar als de Titanic. Maar zelfs de meest imposante verhalen die wij rondbazuinen, zijn maar een stofje in het eindeloze strand van de Oude Aarde. Wat weten we eigenlijk? Er zijn verhalen uit onze eigen cultuur, en er zijn verhalen in talen die bijna niemand kent. Gesproken talen, Maar ook talloze verloren talen met tegelijkertijd verloren geschiedenis.

Ik ben een meisje uit de polder. Ik dacht dat ik er niet veel mee had, maar dat is niet zo. Natuurlijk niet. Het land maakt deel uit van wie ik ben. Waar ik opgroeide was de zee nog maar net verdwenen. Alles werd ontworpen door mensen. De zee was slechts een herinnering. Het droogleggen legde oude littekens bloot. Er zijn restanten van oude dorpen gevonden, op de voormalige Zuiderzeebodem. Verdronken veendorpen. Daar ben ik terechtgekomen. Midden in het nieuwe land, waar van het oude mensenleven niet meer over is dan wat vage merktekens.

Ik heb diep respect voor het oude. Altijd heb ik het land bewonderd, dat aan de andere kant lag van de dijken. Friesland, Drenthe. Ik genoot van elke onverwachte glooiing, de oude bomen en ingestorte schuurtjes van vervallen boerderijen en benijdde de mensen die er woonden. Gretig nam ik het in me op, als een spannend boek. Maar ik kan het boek opzijleggen. Het maakt geen deel uit van mijn identiteit. Ik ben immers geboren op nieuw land. In deze tijd van grote veranderingen is dat eigenlijk wel praktisch. Het maakt me een opgeruimd mens.

Tegelijkertijd is een band met het land erg waardevol. De geschiedenis draagt kennis met zich mee over hoe we ermee om kunnen gaan. Misschien zijn we genoodzaakt een andere koers te kiezen. Sommigen zullen dat makkelijk kunnen. Mensen zoals ik, die op nieuwe grond zijn geboren of die noodgedwongen of niet, leerden loslaten. Ook mijn ouders zijn opnieuw begonnen, toen ze naar de polder verhuisden. En ook de ouders van mijn moeder waagden een grote sprong naar elders. Anderen hechten al generaties lang aan het oude land. Beide is nodig om balans te houden. Behoud en vernieuwing.

Ik houd van de Friese weiden, de horizon en van de Brabantse hei. Ik houd van de eilanden en de wadden. Maar het weer en onze bodem veranderen snel. Misschien zullen sommige landschappen drastisch veranderen. Het is het gevolg van een ketting van keuzes, die vele eeuwen terug gaat. Het is zoals het is. Ik weet niet hoe het land eruit gaat zien. Maar dat hoeft ook niet. Ik kijk en doe mijn best. We maken het samen.

.

NEDERLANDS
ENGELS

The landscape changes. To make a shift we must be open and ready to make choices. At the same time we have to treat the past with respect. I look at it as a woman from the polder.

.

 Andri Snaer Magnason, IJslandse schrijver:   Veranderingen die plaatsvonden over miljoenen jaren zien we nu gebeuren in één mensenleven. ‘We zijn voorbij de geologische tijd’, schrijft hij, en dit heeft tot gevolg dat ons systeem van betekenisgeving instort. ‘Als een systeem instort, wordt taal losgemaakt als boten van hun vaste ligplaatsen. Woorden die de realiteit moesten omvatten hangen plotseling leeg in de lucht, nergens meer op van toepassing. Waren de gletsjers in IJsland voor mijn grootouders de eerste gletsjer-monitors van IJsland, nog een decor voor de eeuwigheid, inmiddels verdwijnen deze ijsreuzen voor hun ogen. Het gaat erom een nieuwe taal te vinden voor deze nieuwe werkelijkheid.’

Lees het hele artikel over “Diepe tijd” :

https://www.groene.nl/artikel/een-duik-in-de-diepe-tijd

Zing een lied en kom weer thuis ( Sing a song and come home again)

.

.

Met het lied in de herinnering, wordt het thuisland nog dierbaarder.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

Ik kijk naar de geveerde cirruswolken in de hoge lucht. Ze zijn zo hoog, dat het ijskristallen zijn. Ik word er altijd gelukkig van, als ik ernaar kijk. Net als de zon, die schijnt op de rimpelingen in het water. Het water, de Swette. Op het pad naast de Swette komen mensen voorbij. Bekende gezichten, of onbekende, dorpelingen of zomergasten. Soms blijven ze kort, soms langer. Ze zijn allemaal even vriendelijk en hebben de tijd.

Ik voel me prettig en ontspannen. Het leven is goed. Dat sterkt de veerkracht. Voor het eerst sinds jaren ben ik zó uitgerust, dat ik elke morgen om halfzeven wakker ben. Dan open ik de deuren en kijk uit op de ochtendzon, die tussen de bomen door schijnt. Ik luister naar de vogels, ik kijk naar de hazen. Ze gaan rechtop staan zodra ze me in de gaten krijgen. Grote oren hebben ze, met zwarte puntjes aan het einde. Lieve zwarte puntjes, die steeds bewegen, bij elk geluid dat nadert. Vóór er mensen wakker zijn loop ik al naar de lange bult, waar ik 300 bomen en struiken heb geplant. Ik hak het riet weg met de sikkel, ik zie hoe het groeit. Ik hoef niet na te denken over de toekomst. De toekomst is hier. Het is wat voor mijn voeten de bodem uit komt. De planten! Ik zorg voor ze en zij zorgen voor mij. Het omringende leven vormt een wonderlijk ritme waarin ik verweven raak.

Het riet groeit hard, in de droge klei. In de winter is alles hier zompig en nat. Daar houdt riet van. Nat in de winter, droog in de zomer. Ik houd van riet. Allerlei vogels verschuilen zich in de ritselende stengels. Ik hoor ze maar zie ze vaker niet dan wel. Rond de jonge bomen hak ik de stevige stengels tot mulch. Ik trek het gras weg, rond de wortels van het plantgoed. De klei is donker en vruchtbaar. Verderop stroomt de Swette fris en vertrouwd. Als het lang niet regent, dan komt het water uit het IJsselmeer. Onze sloten staan nooit droog. Dat is fijn. De drijvende pomp met het zonnepaneel doet zijn werk. Hoe blauwer de hemel, hoe beter. Knalgeel slingert de meterslange tuinslang over het paadje. Ik loop er elke dag om de slang te verleggen. Als er dauw is, worden je benen nat van het lange gras, want het is maar smal. Het paadje loopt naast de even lange bult. Die is 125 meter lang. Op de bult is het riet, dat ritselt in de wind.

Steeds weer denk ik: Ik hoef helemaal niet weg. Maar toch ga ik. Met vakantie. Ik ga om te zingen. Dat wil ik al heel lang. Een meerstemmig lied, met allemaal verschillende stemmen. Dat ga ik doen. Hoop ik. Daarna ben ik immers weer thuis, bij de bomen, de vogels en de hazen. Bij de Swette, die nog altijd stroomt. Thuiskomen is net zo mooi als alle stemmen samen. Met het lied in de herinnering is het land nog mooier.

.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

De boom en de magere man ( The tree and the skinny man)

Al zo lang ik leef loopt hij langs mij heen, de magere man. Zijn huid is dun als perkament. Misschien is hij wel even oud als ik.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to hear the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

“Wanneer je ergens naar uitziet, dan kan je de dood uitstellen. Zolang je nog iets wilt, dan leef je. Dat heeft veel invloed.” Het is de magere man die het zegt, misschien wel even oud als ik. Ik ben een boom. Een wilgeboom. Ik sta hier en hoor alles. Ik heb jonge mensen gezien die oud waren. Geen uitzicht zagen, niets wilden. Ik heb oude mensen gezien die steeds jonger werden. Zolang je elke lente maar sprankelt. Paadjes maakt in het riet aan de voet van mijn stam. Een plekje schept dat geheim is. Met glimmende ogen struin je erheen, de sikkel in de hand. Even doorlopen nog, dan ben je bij mij, de oude wilg. Dan, riet wegsnijden, nog meer riet. Trekken aan brandnetels en kruipende winde met hun witte pispotjes van bloemen. Hakken, met de sikkel tot er ruimte is, ruimte genoeg. Alleen jij bent hier met mij en de vogels. Je gaat zitten op de dode, liggende boomstam. Pissebedden schieten weg vanonder vallende schors. De dichte groene massa is verdwenen, dat heb jij gedaan. De heldere zon schijnt. Het is maar een heel klein open plekje. De stam, de bodem, alles is nog vochtig van de schaduw, die er altijd was. Je zit op een kleine heuvel, waarvan je nu de top hebt vrijgemaakt. Over de wilgenroosjes heen kijk je over het water. Ik, de oude wilg, bescherm je. Mijn vijf dikke stammen staan dicht op elkaar. Twee andere zijn afgezaagd, maar er groeien nieuwe takken uit. Er loopt een piepklein weggetje, verstopt tussen mijn dikke stammen door. Het gaat er in een bocht doorheen, de grond is er hard en aangestampt. Daarachter loopt het naar beneden. Tussen lange plantenstengels kom je uit bij het donkere water. Een paadje van de dieren is het. Niemand die het ooit zag, behalve jij, nu op dit moment. Jij zag als eerste mens, dit kleine geheim aan de voet van mij. Iets om te vieren! Ja, vier het, samen met mij! Verscholen tussen mijn wilgenblad en wuivend riet kan je het water zien. Het water, en aan de overkant het maisveld. Alles was er al. En toch is het nieuw, nu jij hier zit. Oud en nieuw tegelijk.

Voor sommigen verandert het uitzicht niet. De blik fixeert zich in oude gedachten. Het geheime paadje van de dieren ziet hij niet, de verbitterde man. En ook de wilgenroosjes niet. Met grote passen loopt hij tussen het riet door naar mij toe. Hij staat bij de liggende boomstam en kijkt naar de overkant, over het water heen, dat schittert in de zon. De schitteringen doven uit in zijn ogen. Hij ziet de waterhoenen niet, die nu kuikens hebben en zwemmen tussen het riet. De bittere man gromt en vloekt. Hij kijkt naar de groene trekker die daar rijdt, aan de overkant. “Al acht jaar mais! Hij maakt de Aarde kapot, die boer. Het is misdadig. Veertig jaar geleden was het precies hetzelfde met de wereld. Mais, mais, kunstmest en pesticiden. Ze mishandelen de aarde. Ik zou ze soms wel af willen schieten.” Hij draait zich om en loopt terug. In het dagelijks leven is hij de vriendelijkheid zelve. Zelfs zijn eigen vrouw kent zijn verbitterde bekommeringen niet. Een oude man en toch zo oud nog niet. Alles komt voorbij. Ik sta hier al tientallen jaren en hoor alles. Zo-even zat hier nog een jonge vrouw met een kleuter. Ze luisterden naar het geritsel van de reuzenlibelle in het riet. Hij was gigantisch. Ze lachten met ingehouden pret.
De magere man komt langslopen en glimlacht. Zijn huid is dun, maar hij hoort en ziet nog evenveel als ik. De ouderdom maakte zijn ogen zacht. Zoveel verschillende mensen, en ik, de oude wilg, hoor alles. Zonder er iets van te vinden.

.

NEDERLANDS

.

ENGELS

Everything will pass. I have been standing here for decades and hear everything. The skinny man walks by and smiles. His skin is thin like parchment, but he still hears and sees just as much as I do. Old age softened his eyes. So many different people. I, the old willow, hear everything. Without judging..

Een slingerend lint van mensen ( A winding ribbon of people)

.

Ik maakte een wandeling met een groep landschapshistorici en sprak met hen. Je kan een landschap bestuderen, uittekenen of onderzoeken. Maar dat is niet genoeg. Ik denk: We moeten leren er weer deel van uit te maken.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

Een baaldag was het. Het bord dat ik al heel lang wilde maken, stond tegen de boom. Het was af. Er stond een tekst op, een filosofisch gedicht. Maar er was niemand om ernaar te kijken en erover te praten. Okee, dan baal ik maar, dacht ik. Als het niet anders is. Dat was de enige goeie keus. En het gesprek kwam uiteindelijk toch wel, maar op een ander moment.

Het is een dag later. Ik wandel mee met een groep. Het zijn allemaal landschapshistorici.Van verre kun je ons zien lopen. De uitgestrekte weilanden worden doorkruist met oude wandelpaden. Ze zijn smal. De twintig mensen vormen een lang bewegend lint. Voorop loopt Jeroen, mijn buurman, die ons leidt. Hij is een bescheiden leider en laat het liefst de mensen zelf kijken, voor hij iets zegt. Toch is hij een goede verteller, als hij eenmaal los komt. Dit zijn mensen van zijn universiteit. Als buurvrouw ben ik de enige andere gast. Hoewel het nieuw voor me is, voel ik me prima thuis in dit gezelschap. Samen kijken we om ons heen. Het meisje naast me vertelt hoe ze ervan geniet om in de trein te reizen, en het landschap aan zich voorbij te laten gaan. Het is als het lezen van een verhaal. Hoe meer je erover weet, hoe boeiender het wordt.
Zelf reis ik niet veel met de trein. Ja, ik vind het ook mooi. Ik weet dat er oneindig veel verhalen zijn. Maar ik maak er liever deel van uit, dan dat ik er alleen naar kijk. Ik ben ook geen wetenschapper. Ik ben een kunstenaar met groene vingers. Maar daar denk ik nu niet aan. Er is van alles te zien en te horen.

“Hoe kom jij hier zo verzeild?” vraagt de man die aan de andere kant loopt. Ik schat hem iets ouder dan ik, een lange vent met grijs haar en een ontspannen grijns op zijn gezicht. Ik vertel hem dat ik vroeger tekenaar was, van landschappen en oude gebouwen met geschiedenis. Heel fijn en precies werk met allemaal streepjes. Ik haal nonchalant mijn schouders op. “Iedereen wilde dat ik daarmee doorging. Maar ik had genoeg van dat gepriegel. Ik was het ook zat om alleen maar waarnemer te zijn. Dus in plaats daarvan heb ik me bekwaamd in allerlei handwerk. Het kwam op mijn pad. Ik kon kiezen, bekend worden als tekenaar, of opnieuw beginnen met iets heel anders. Uiteindelijk heb ik mijn eigen huisje uitgetekend en gebouwd.” Hij lacht. “Ja, die omslag begrijp ik heel goed,” zegt hij. Ik glimlach en ga verder. “Ik werkte eraan met dezelfde nauwkeurigheid als mijn tekeningen. Toen het klaar was, was het comfortabel genoeg om in te wonen. Maar ook stond het op wielen. Ik moest ermee de wereld in. Dus ik maakte die reis en schreef een boek. Ik wilde zo langzaam mogelijk te gaan. Dit bracht mij tot een conclusie, die me nooit meer los gelaten heeft.” Hij kijkt me nieuwsgierig aan. “Wat dan?” Het antwoord komt kort en krachtig. “Het kan nooit langzaam genoeg gaan! Uiteindelijk kwam ik erachter dat ik niet wil reizen. Ik ben tegen al dat gereis in deze tijd.” Hij lacht geamuseerd. “Hoezo?” Ik kijk naar de witte klaver voor mijn voeten en denk aan wat er thuis tegen die boom aan staat. Een roestige plaat, gladgeschuurd met de komborstel. Donkerbruin gemaakt met lijnolie. Er staan witte letters op. Ik kijk naar de man naast me. “Gisteren schilderde ik een bord,” begin ik dan “Daar staat een tekst op.”

Het Rijdende Verhalenhuis
kwam alhier tot stilstand
om zich te verbinden met
de mensen en het land

Stilstand is vooruitgang
in het algemeen belang

“Oei, daar moet ik even over nadenken hoor!” fronst hij. Ik knik geduldig en leg het uit. “In onze tijd is alles en iedereen steeds op pad. Agenda’s vol bezigheden laten ons van hot naar haar vliegen,” zeg ik. “Tegelijkertijd wordt het steeds moeilijker om iemand te vinden die thuis is.” De man naast me luistert aandachtig. Ondertussen gaan we een bocht om, en Jeroen houdt een draad vast, die het weiland van een groep koeien begrenst. Hij moest hem losmaken om erdoor te kunnen. “Honden verboden” staat er op een bord. Dat is vanwege de kak. Daar worden koeien ziek van. Jeroen maakt de draad weer vast, en ik ga verder bij waar ik was gebleven.
“Deze koeien zijn waar ze zijn. Ze eten alleen maar gras en hun poep komt weer terecht op het land. Zo hoort het. Ze zijn deel van een kringloop. Wij mensen zijn die kwijt.” Ik stop even, om naar een paarse zwanenbloem te kijken, die langs de sloot staat. Als een subtiele kroon, troont hij boven al het andere uit. Het is een mooi gezicht, met het stille donkere water erachter. Het straalt rust uit. Had iedereen maar zo’n zwanenbloem om naar te kijken. Of iets anders om voor thuis te blijven. Een paar ogenblikken lopen we in stilte. Voor en achter ons klinkt het gepraat van de anderen.

“Ik heb een ander voorbeeld. Ik was op een dorpsvergadering. De vrouw die het woord deed klaagde erover dat de gemeente steeds meer werk doorschuift naar het Dorpsbelang. Maar hoe vitaal is dat, als die mensen ook met volle agenda’s van hier naar daar vliegen? Dit is niet de enige plek waar het aan de hand is. De huidige tijdgeest is als los zand, dat tussen onze vingers door verdwijnt. Zonder bestendigheid vervliegt alles. We zijn de voeling kwijt met wat er werkelijk toe doet. Kringlopen brengen dat terug. Daarom ben ik waar ik ben.” De man naast me knikt stil. Ik hoef niets meer uit te leggen.
Ik loop nog een eindje mee, en sla dan links af, terwijl de rest naar rechts gaat. Rustig loop ik terug naar station Deinum, waar mijn fiets staat. Ik hoef niet met de trein. De verhalen die zijn hier. En ik maak er deel van uit, het land, de mensen. En al zijn ze niet elke dag bij me, toch zijn ze er, als een slingerend lint. En ik loop er tussen.

.

Foto Gerd Altmann

.

NEDERLANDS

ENGELS

.

The Riding Storyhouse
Came here to a silent stand
To connect with joy and care
With the people and the land

Standig still is progress
The rooted people you will bless

I took a walk with landscape historians and explained why I don’t travel anymore. We can research, draw, or admire a landscape. That ’s not enough. We have to become part of it again.

.

Wat overleeft (What survives)

.

Dit is een heilig plekje in mijn huis. Een glas in loodraam in de nok. De rode bol, in vieren gedeeld, symboliseert de Aarde en de opgaande lijnen het groeien. De halve kom naar boven gaat uit naar de hemel en alles wat ons omgeeft. Naar lucht en licht, wat leven voedt. In de winter is het raam bedekt achter een dikke prop schapenwol. In de lente haal ik dat eruit, het moment dat het groeien begint.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onder de tekst.

Do you rather listen? Click on the button under the text.

Sommige mensen bewaken een oude plek. Ze zijn al jong verbonden met een bodem die verzadigd is met verhalen. Verzorgers van lommerrijke bossen. Of kruidige weiden, al decennialang niet geploegd of omgekeerd. Dagjesmensen fietsen voorbij langs een bloeiende houtwal of een wei vol bloemen. “Wat een mooie plek…” zeggen ze. Het zijn herders en boeren. Mannen en vrouwen die leven in het ritme van de seizoenen. Die één geworden zijn met dat, wat nooit verandert en toch altijd in beweging is. Heel gewoon, zonder valse romantiek. Het is dat, wat nooit het nieuws haalt, omdat het is wat het is en het graag zo wil blijven. Niet vernieuwend en blits, maar gegrond en duurzaam. Juist die mensen kunnen niet vaak genoeg in het voetlicht komen.

Mijn raam kijkt uit op goudgele velden vol boterbloemen. Boer Jochum beheert ze. Hij wil honderd worden en dat lukt hem vast. Hij is een sterke vent. Misschien heeft hij nog wel dertig jaar te gaan! Maar ooit komt er een einde aan. Als een boer sterft of ermee ophoudt, en er is geen zoon, wat dan? Meestal wordt de grond verkocht. Bijna altijd aan een grootgrondbezitter.
De plek die nu de Swetteblom heet, kent een lang verhaal. Al bijna honderd jaar is het een boerderij. Voor die tijd was het een wilde plek, waar kippen liepen en wat kleinvee. Dat wilde, dat heeft boer Jochum terug laten keren. De bomen die hij plantte mogen scheuren en verrotten. Het hooiland is gezond en kruidig en elke winter trekt de zompige klei een grote groep kramsvogels aan, die voedsel vinden in de natte wei. Ik hoor kikkers in de lentenacht. Op het ontluikende verhalenpad zag ik zojuist een geschrokken watersalamander. Ik loop naar Jochumsreed. de lange onverharde weg die van de camping naar het dorp loopt. De regen heeft de scheuren in de droge klei doen verdwijnen en alle bomen zijn nu groen. Vanaf de camping komen Rien en Linde aanlopen. Hun stemmen klinken serieus en nieuwsgierig houd ik mijn pas in, en volg het gesprek.

“Alles wordt opgekocht en met de grond gelijk gemaakt. Dat gaat hier ook gebeuren,” zegt Rien met een ijzeren zekerheid. “Ooit komt er een grote boer en die maakt er allemaal dezelfde weilanden van. Net als overal. En dan moet je allemaal oprotten.” Rien bivakkeert hier om een autobiografie te schrijven. Geen idee hoe lang nog. Naast hem loopt Linde. Ze woont in het dorp en komt hier graag. Deze winter heeft ze elke week de stal uitgemest om haar hoofd leeg te maken. Het deed haar goed. Ze wil de Swetteblom niet missen. Nooit niet. Ze luistert naar Rien zijn pessimistische uitlating en knikt nadenkend. Daar heeft ze al vaker over nagedacht. Ze fronst haar wenkbrauwen. Vanaf de andere kant komt Tanja. Ze wandelt ons tegemoet met haar kleine hondje, groet en loopt verder. Voor velen is deze plek een passage in hun leven. Anderen bouwen iets op. Ik ben hier eigenlijk ook nog maar net. Toch heb ik hier mijn wortels, op de zeebodem van het Noorden. Het lijkt op de polder, waar ik vandaan kom. Maar niemand is zo geworteld als de boer, die hier geboren is. Die de weilanden hooit en de koeien voert en altijd zulke lekkere kwark maakte. Hij beslist wanneer welke boom om gaat. Maar liever laat hij ze staan. De man die al jaren de campinggasten ontvangt. Wat gebeurt er als zo iemand wegvalt? Het land van acht hectare dat langs de Swette ligt, heeft veel in zich, om de eeuwen in te gaan. Jochums plek is gezonder dan vele andere. Dit is een bronplek, zoals Jeroen dat noemt. En er zijn er meer. Tussen de blokkendozen en het groene biljartlaken in, liggen wegen verborgen, die bronplekken verbinden zoals de onze.

Met zijn drieën lopen we over het pad. Het heeft hard geregend. Er staan plassen. Met mijn blauwe klompen loop ik er dwars doorheen. Naast me loopt Linde. “We moeten de camping nog groter helpen maken, zorgen dat er heel veel mensen komen. Het op de kaart zetten. Dan wordt het belangrijk!” zegt ze. “Iets wat belangrijk is heeft meer overlevingskans.” Ik frons mijn wenkbrauwen. “Wil je dat echt?” vraag ik verbaasd. Haar gezicht verandert meteen van uitdrukking. Even aarzelt ze, voor ze zegt: “Nee, eigenlijk helemaal niet. Dit is juist zo’n fijne rustige plek….” Ik knik. “Dat vind ik ook. Ik denk dat we juist de rust en de rijke natuur hier tot zijn recht moeten laten komen.” Boer Jochum heeft er goed voor gezorgd en doet dat nog steeds. Maar wij zijn net zo goed nodig. We moeten de Swetteblom niet alleen gebruiken, maar ook voeden. Door onze handen uit de mouwen te steken en door onze verhalen erover. Wat mooi zou het zijn als iedereen dat deed. Overal, op duizenden plekken. Hoe meer je geeft, hoe rijker een plek wordt. En hoe groter de kans dat het blijft.
Ik zie iets bewegen tussen het gras en sta plotseling stil. De andere twee lopen pratend verder. Heel stil luister ik maar zie niets. Ritselend verdwijnt het zonder dat ik weet wat het was. Morgen ga ik weer kijken. En als ik het weet, schrijf ik de naam op in een mooi boekje met een gouden rand. Want wie schrijft, die blijft.

.

NEDERLANDS

ENGELS
We must not only use a place, but also feed it. By rolling up our sleeves and by telling our stories about it. How nice it would be if everyone did that. Everywhere, in thousands of places. The more you give, the richer a place becomes. And the more likely it will stay.

DE PÔLLE EN HET VERHALENPAD (The Pôlle and the Storypath)

.

.

Er staat nu een bordje voor het Verhalenpad, daar prijkt de naam op. Hier hoor je hoe dat kwam en waarom ik aan indianen moest denken in Californië. Hoe mensen soms niet begrijpen wat ze zien en hoe dat tot grote vergissingen kan leiden.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Rather listen in ENGLISH: Click on the button under the text.

.

Aan de overkant van Jochums Reed ligt een oude wilg als een drie-armige ster gekraakt uiteen. Vanuit die dikke takken zijn talloze boompjes gaan groeien. Nu is het een klein wilgenbos. Het is een geliefde plek voor winterkoninkjes, merels en houtduiven. In het hout zitten talloze beestjes die worden opgegeten door weer andere beestjes. Naast de wilg stroomt de Swette, de rimpels in het water weerspiegelen in het licht. Hoe langer je ernaar kijkt hoe meer het fascineert. Het geeft de plek magie. De plek heet “De Pôlle”, dat is Fries voor “eilandje”. In het vlakke kustland waar de horizon overal te zien is, is zo’n bosje net als een eiland in zee. Onze Pôlle trekt veel gasten. Velen hebben gevraagd of ze er voor altijd hun caravan neer mochten zetten. Maar boer Jochum zegt altijd nee. Dit is een plek waar iedereen van mag genieten. Tussen het veldje en de Reed groeien meer bomen. Je kijkt tussen de stammen door naar de onverharde weg. Naast de weg ligt een berg zand met puin. Van het zand heb ik voorzichtig wat weg geschept, om te gebruiken voor het planten van mijn boompjes. Voorzichtig, om de witte dovenetel te ontzien, die wel houdt van dat losse zand. Ik heb er drie kruiwagens zand uit gehaald en de rest van de berg laten liggen. Van de stenen die ik na het graven overhield, bouwde ik een soort grotje, als schuilplek voor beestjes. Ernaast heb ik twee struiken geplant. Als die groeien dan komt er misschien wel een nestje in.

Het is weekend en mooi weer. “Alle campings zitten vol” zegt Dick “Hier gelukkig niet.” We drinken koffie en bespreken het nieuws. Wanneer ik terugloop naar mijn huisje, zie ik dat er gasten zijn aangekomen op de Pôlle. In de tijd dat ik weg was, hebben ze een groot vuur aangelegd. Het zijn twee jongens met een gele auto en een tentje. Uitgebreid genieten ze van de hoge vlammen. Het vuur blijft branden en ook de volgende dag komt bijtijds de eerste jongen uit het tentje. Hij plukt dood gras en met veel rook krijgt hij het vuur brandende.

Als ik om twaalf uur buiten kom, zijn ze weg. Ik loop naar de plek en zie dat het stenen grotje is afgebroken. De stenen liggen nu mooi opgestapeld rond een kring met as. Er kan inderdaad een flink vuur in. Er liggen een paar dikke takken naast. Voor het stel was dit het paradijs. Je waant je in het wild, als in een droom. Alles was er. De stenen lagen daar gewoon. Zouden ze wel eens in de Ecokathedraal van Le Roy zijn geweest? Een geweldige plek is dat. Het lijkt op een oude overwoekerde stad. Boomwortels slingeren zich dwars door en rond de stenen. Daar ligt geen enkele steen zomaar. Voor mij is dat een grote inspiratiebron. Weten zij veel, die jongens…

Zo is het op veel meer plekken gegaan. Dat nieuwelingen ergens kwamen. Een plek die ongerept leek. Bomen en stenen die daar puur toevallig leken te zijn. Ik denk aan de indianen die woonden in wat nu “Yosmitepark” heet, in Amerika. Zij hadden een heel gebied in gebruik. Het leek op een groot voedselbos. Het stond er vol eiken, want eikels waren hun belangrijkste voedsel. Op een dag kwamen er een stoet blanke mannen, te paard. Wat ze zagen was een prachtig paradijs en eikenbomen die gigantisch waren. Thuis zouden die allang gekapt zijn, voor scheepsbouw en nog veel meer. Dit was zo wild en ongerept! Ze wisten toen nog niks van agroforestry en voedselbossen. Laat staan van eikels en wat je daar allemaal mee kon. Eikels waren voor de varkens, niet voor mensen. Ze zagen dus niet dat het bos heel ingenieus in elkaar zat, eetbaar was en door honderden handen werd onderhouden. Er stonden geen hekjes tussen, of bordjes. De blanken jaagden de indianen weg, die zouden het paradijs toch maar verpesten. Het is triest, maar dat geloofden ze echt en daarna is het nooit meer goed gekomen. De blanke mannen maakten er een natuurpark van. Voor het park prijkte een bord, met een naam in hun eigen taal. Bij de poort stond een bewaker. Daar hadden de indianen niet van terug. Het bord is nooit verdwenen.

De gasten op de Pôlle waren natuurlijk geen veroveraars. Hun bedoelingen waren goed. Een volgende kampeerder kan de vuurplaats mooi opnieuw gebruiken, moeten ze hebben gedacht. Ik zet er nu mijn eigen kleine vuurkom neer. Klein is beter, dat houdt gulzigheid in toom. Ik pak de stenen en leg ze een voor een in het karretje. Even later staat er bij de ingang van het Verhalenpad het begin van een grappig muurtje. “Hier werkt Alowieke aan het Verhalenpad” staat erbij. En: “Kijken mag”. Bij mij geldt dat voor iedereen. Bewakers daar doe ik niet aan. Wie weet welke levensverhalen hier nog verteld zullen worden. En hoe vaak we nog aan inheemse mensen zullen denken, overal ter wereld. Met al hun Verhalenpaden. Hier, langs het Verhalenpad in Friesland.

.

NEDERLANDS

ENGLISH

ENGLISH

There is now a sign in front of the Story Path with the name on it. In this story you can read how that came about, and why it made me think of the indigenous people of what later became Yosemite Park, in California. How people who are new somewhere, don't understand what they see. And what great mistakes can result from that.
Lees verder “DE PÔLLE EN HET VERHALENPAD (The Pôlle and the Storypath)”