In vrede en bewondering jaar na jaar door kunnen werken aan de transformatie. Dat zou toch overal moeten kunnen. In elk geval doe ik het hier. Het palet aan geuren en kleuren laten groeien. Soms zijn er verrassingen. Dat is de beloning.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.
Dit is de tijd om humus te maken. Kleefkruid slingert zich al flink de hoogte in, kruipt alle kanten op en grijpt zich vast aan wat hij maar tegen komt. Het bloeit nog niet. Je kunt het maaien of wegtrekken, snel en zonder te kijken. Maar dan mis je wat. De planten ertussen! Door selectief wilde stukken te wieden, vergroot je het palet aan planten dat er groeit.
Op de klei is minder verscheidenheid dan op zand. Drie keer per jaar hooien met trekkers maakt de grond er ook niet zachter op. De paardebloem en de boterbloem blijft welig tieren. Tussendoor, heel laag, de kleine gele klaver. In de zomer staat het vol met veldlathyrus. Langs de randen zie je weer andere dingen. Fluitekruid, brandnetel. Als je dat mulcht, of laat composteren op rillen, komen er ook andere planten. Ik beheer 2000 M2 grond. Sinds 2022 trek ik het gras weg. Vossestaart, ruw beemdgras, straatgras. Kamgras laat ik staan en zacht zorggras ook. Want dat kan je als wc papier gebruiken. De dikke blauwe pollen kropaar laat ik natuurlijk ook staan, sinds ik weet dat de argusvlinder daarvan afhankelijk is. Die legt er eitjes in. Vorige zomer zag ik er zowaar eentje! Het was bij de lila bloemen van de tuinradijs. In de lente, als de wind uut het koude noorden komt, staan ze heerlijk in de luwte van mijn huis. Op de bulten uitgetrokken gras rusten graag vliegen terwijl de vlinders elkaar daarboven achterna fladderen. In die dikke laag verterend gras groeit veel. De onderste laag is vochtig en de kleine jonge worteldraden vinden houvast in de losse draderige massa van het half vergane gras. Voor mijn huis groeien nu zelfs twee miniscule berkeboompjes, die ontkiemen niet op de harde klei maar wel in mijn beginnende humusrand. Ook het kleefkruid is gek op grashopen en maakt er in razendtempo een klittenbende van. Hoe meer van dat groene spul hoe beter. Ik trek het uit en alles dient de bodem.
Humus maken duurt lang. Je blijft maar gras trekken en maaien, het teveel aan brandnetels en kleefkruid weghalen, ruimte maken voor anderen, die daar tussenin staan. Luzerne, dovenetel, klaver. Kiezen waar je het wel en niet iets laat staan. Toch maar een bosje brandnetels in de zon laten groeien, uit de wind, voor de rupsen die daar straks uitkomen. Snoeien van struiken en kort maken. Zonder hulp transformeert het landschap ook wel, maar het kan jaren duren. Vroeger speelde ik in het Emmeloordse bos. We trokken kleefkruid uit en plakten dat stiekum op iemands rug. Het aangeplante bos was jarenlang vergeven van het kleefkruid. Pas na een heel lange tijd veranderde dat. Met groene vingers kun je dat tempo versnellen. Door maaien, snoeien kun je de grond sneller los maken. Alles wat gesnoeid is groeit ook weer sneller aan. Na het snoeien of maaien laat je alles gewoon op de grond liggen. En je kan stukje bij beetje inheemse soorten aanplanten die er nog niet staan. Dieren kunnen dat ook. Zo stond hier opeens een boerenjasmijn. Het was precies bij de vogelvoerplaats. Kwam het van zaad, verpakt in vogelpoep? Ergens anders vond ik een zeldzame straalscherm, met heerlijk zacht geveerd blad en een witte bloem die straalt als een bruid. Verrassingen maken me hoopvol. Ik maak ruimte voor de cadeautjes en geef ze hun plek, een zacht en vochtig bed van dor en zaadloos gras. Ik plant er andere naast, zodat ze samen op kunnen groeien. Zo dijt het aardse leven uit in vormen en kleuren. Een voorbijganger ziet het veranderen, maar weet niet wat een werk er in zit. Maar de handen die ervoor zorgen weten het, en het hart loopt over van dankbaarheid.
Veel inheemse volken weten het ook. De bodem is onze gezamenlijke zorg en kan alleen met eendracht worden hersteld. Hoe langer je doorgaat, hoe groter de beloning. Daar is tijd voor nodig, vrede en welzijn. Met dankbaarheid voor wat er is.