De weigering om te groeien

Door de weigering om te groeien komt er ruimte voor een heel andere groei, een die niet uitput, maar die ons voedt.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Een zwerm spreeuwen vliegt op van het veld. Hazen rennen achter elkaar aan op een droge ochtend. De grond is nog hard van de nachtvorst en zo nu en dan zie je een muis wegschieten. Dieren zijn wat ze zijn. Een muis wordt nooit groter dan een muis en een spreeuw blijft een deel van een groter organisme, in een beweging gaat hij met de rest mee. Het vult het luchtruim met de meest indrukwekkende onverwachte vormen. Wat ons mensensoort anders maakt is dat we van alles naar ons toe kunnen trekken, tot groteske vormen. Meebewegen doen we steeds minder en het onverwachte wordt uitgesloten. In feite zijn we klein en kwetsbaar maar dat kunnen we met allerlei middelen verhelpen of verbloemen.

Ooit was ik schipper met een eigen bedrijf. Er was een kans om als een van de weinigen een vergunning te krijgen voor rondvaarten in Utrecht. Er was een uitbreiding mogelijk van vijf boten, die mij notabene vlak daarna aangeboden werden, allemaal tuindersvlets. Dat heb ik niet gedaan. Groot worden is niet mijn wens. Klein en jezelf blijven als een haas of een spreeuw, blijven kijken wat er is, zonder te worden opgeslokt door beslommeringen van volwassen mensen die het gemaakt hebben. Dat is mijn wens. Als je het gemaakt hebt valt de creativiteit langzaam weg en ook de vrijheid om te kiezen.
Op een dag vertrok ik uit Utrecht. In die dagen kwam er een man naar me toe, met wie ik vroeger samenwerkte. De dagen dat we elkaar vaak zagen waren allang voorbij. In de begintijd had iedereen die mensen meenam maar een enkele boot, en als er grotere groepen waren werkte je samen. Maar alle anderen hadden de kans gegrepen om te groeien, en hij ook. Het beleid van de Utrechtse havendienst gaf die ruimte. Steeds meer grote huurboten voeren door de Oudegracht en de singel. Elke dag voeren er feestende mensen tussen de hoge oude huizen door, al dan niet met barbecue. (Dat is nog steeds niet veranderd, trouwens.) Dus toen ik Utrecht verliet kwam die ene schipper schuchter naar me toe en zei: “Alowieke, iedereen verklaarde je voor gek dat je die vergunning niet met beide handen aangreep. Maar je had gelijk. Jij hebt nog steeds vrije keus in wat je doet en laat. Je hield het klein en eenvoudig. Ik ben door al mijn investeringen met handen en voeten gebonden.”
Ik was vrij en werkte een jaar lang aan het ontwerp van mijn huis. Het hele kleine huis is nu negen jaar oud en nog steeds is het heel fijn om in te wonen. Het staat alleen tussen de uitgestrekte weiden. Zware wolkenluchten trekken samen boven mijn dak en verdwijnen weer in de harde wind. Het geeft de indruk van kwetsbaarheid. Misschien is het daarom dat mensen denken dat ik het koud heb. Nee, ik heb het heerlijk warm hier en knus is het ook, maar wel klein. Klein en fijn. Door klein te blijven blijft de noodzaak om samen te werken. Mijn nieuwe boek is ook zoiets. De drukker heeft ze twee weken geleden gebracht. Over de opslag ervan moest ik goed nadenken. Die dozen kan ik niet allemaal op die paar vierkante meters bewaren en ze moeten ook goed droog blijven. Dus staan er nu twee dozen bij mijn vriend Dick en vier andere komen bij Yvon in het dorp. Er is altijd wel bereidwilligheid als het nodig is en zo kom je elkaar weer tegen. Je leert elkaar kennen en bouwt iets op. De ene hand wast de andere. Ik ben nog steeds blij met deze levensinstelling. De aarde is te klein voor de groei van al die mensen. Laten we delen en elkaar nodig blijven hebben. Alleen zo komt het tot stand, alles wat nodig is.

Door de weigering om te groeien komt er ruimte voor een heel andere groei, een die niet uitput, maar die ons juist voedt.

PS Wil GC van der Woude, die het nieuwe boek al wel betaald heeft nog even zijn/haar adres doorgeven? Mailadres: tt.alowieke@gmail.com

.

.