Afkijken en fout doen, leren planten in de klei

Op bezoek bij drie locaties (of vier)

Op elke akker wei of helling,

je krijgt een bos niet op bestelling.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

“Van afkijken en fout doen leer je het meest. En dat is alles wat op school niet mocht.” Dat was een van de wijze uitspraken van mijn man Michiel, enkele decennia geleden toen hij nog leefde. Liever eerst afkijken dan steeds eerst weer fout doen, denk je dan. Maar wie neemt er tegenwoordig nog de tijd om van tevoren bij de buren langs te gaan? Je hebt grote plannen en weinig tijd. De boer heeft geen tijd, de ondernemer ook niet, net zo min als mensen met een drukke baan en kinderen. En toch moeten we werken aan landschaps- en biodiversiteitsherstel. De wil is er ook wel en het enthousiasme groeit. Hoe dan verder? Dat is een tweede ding.
Het is mooi lenteweer en in een paar dagen tijd kom ik bij drie buren. Allemaal planten ze bomen. Eerst ga ik naar de melktap in Jellum. De boerin werkt bij agro forestry Fryslân. “De bomen die we het eerste jaar hebben geplant staan er allemaal zielig bij”, zegt ze. Ze heeft het me al eens laten zien. Die eerste haag is plompverloren in de stijve klei gezet, in platgereden en betreden grond, midden in het gras. “Maar die van vorig jaar zien er zo goed uit!” gaat de boerin enthousiast verder. Ja, ze heeft ervan geleerd. Ook zij begon naïef als iedereen. Een boom planten? Dat is zo gedaan, gewoon in de grond zetten en de rest gaat vanzelf. Al snel ontdek je dat het zo niet werkt, zeker niet hier, in de klei. De tweede haag kreeg dus een mooie diepe geul, uitgegraven door een loonwerker, een dag van tevoren. De geul werd door de boer gevuld met zwarte grond. Nog beter was geweest om dat een half jaar eerder te doen, dan kan de grond rustig inzakken. Maar ja, daar komt het natuurlijk niet van. Het was al april toen we ze plantten, eigenlijk veel te laat maar in dit opzicht was dat ook wel goed. Regenen deed het maar weinig. De wortels konden niet verdrinken. Er hing een waterpomp in de sloot en het liep voorspoedig. Ik ben ook speciaal teruggekomen om nog wat stijve pollen gras te verwijderen uit de boomspiegels en heb de grond bedekt met een dikke laag zaadloos hooi en riet. Een mooi bedje was het. Ik ben blij dat de bomen groeien, groet de boerin en ga weer verder.

Als ik naar het volgende bomenlandje fiets, kom ik langs de Hegedyk. Langs de Hegedyk staan pas geplante bomen, in opdracht van de gemeente. Vorig jaar al maakten ze het gat en vulden dit met mooie zwarte grond. Er werden bloemen ingezaaid en er lag grove compost bovenop. Een gat met los zand is niet meteen geschikt voor een boom. Een paar flinke hoosbuien en je hebt een poel met drijfzand. Dan verzuipen de wortels. Logisch dat ze daar eerst een tijd overheen laten gaan. Al prakkizerend fiets ik verder langs de dijk en ben blij met de kennis die ik hier zomaar kan opdoen.
Links van me laat ik de oude Middelzee achter me, de polder met de eindeloze weiden, ik ga rechtsaf het oude land in. Dan kom ik aan in Jorwerd. Het is de kleine familieboerderij. Sjoerd en Pytsje van de Hem kregen toestemming van hun ouders om hier een permacultuurtuin te beginnen. “Tun fan de takomst” Inmiddels is de tuin zeven jaar oud. De bomen groeien al flink, bijgestaan door vitale wilgen. Toch is het riet nog steeds dominant, ze geven het de ruimte, want het hoort hier. Net als ik gebruikt de familie het maaisel voor van alles en nog wat. Ik ben benieuwd naar ze, ik heb ze al zo lang niet gezien!
Ik tref het. Als ik bij de boerderij kom, staan zoon en dochter net precies bij een volle aanhanger. Met bomen erin! Ze kijken me lachend aan terwijl ik afstap. “Moet je zien!”roept Sjoerd “Gratis afgehaald bij Boerennatuur.nl. Ze hadden over en moesten ze kwijt. Doe ons maar zei ik, daar hebben wij nog wel ruimte voor” praat de jongen vrolijk en hij legt uit waar dit vandaan komt. “Het zijn gratis bomen, die je zelf zonder vergunning mag planten. Erg fijn vinden we dat. De bomen zijn betaald door het rijk.” vertelt hij. “Er moeten veel bomen worden geplant van Europa om de norm te halen. Maar ik denk dat veel boeren te makkelijk denken over het aanplanten.” Hij weet er alles van. Zelf moeten ze morgen ook 115 stuks in de grond zetten. En zij weten het door ervaring: eigenlijk is dat veel te weinig tijd voor dat werk. Maar ja, het is niet anders. De agenda zit vol. Zo gaat het vaak en niet alleen bij hen. Bij die andere boeren gaan veel meer bomen in de aanhanger. Honderden bomen zijn het, en ze worden in een of twee dagen met een hele club mensen in de grond gezet. Ik heb er meer gezien, die koud in de stijve klei werden gedrukt, met nauwelijks een plantgat, zonder zwarte zandgrond, boomspiegel of organisch materiaal. Ik krijg altijd medelijden met die boompjes. Er is veel uitval en degenen die het wel redden hebben een paar jaar nodig voor ze echt gaan groeien. Dat is jammer, neem er rustig de tijd voor en je hebt veel meer resultaat. Alles wat aandacht krijgt groeit. Dat weten we toch? Eigenlijk wel ja. Maar zover zijn we kennelijk nog niet. Dat merk ik ook weer de volgende dag. Het derde bomenland.

Deze derde plek waar ik heenga is die van mijn directe buren, de nieuwe eigenaren van Weidumerhout, “Pean Buïten: In Akkrum hebben ze al een toko, een zeilschool en ook nog zomerhuisjes in een bos dat ze zelf hebben aangeplant. Het is erg populair. Dat willen ze hier dus ook doen. De huisjes staan er al, maar ze willen meer bomen erom heen. Daar hebben ze vandaag hulp bij. Ik ben een van de helpers. Het is vroeg in de ochtend en mistig als ik er heen fiets. Hoewel het hemelsbreed niet ver is, moet ik een enorm eind om fietsen vanwege de akkers en de brede sloot die tussen ons liggen. Het is een hotel-restaurant met veel grond en afzonderlijke appartementen midden in het land. Het was -en is- nog steeds weideland, met overal uitzicht. De hoge bomen die er staan zijn opgekroond, zodat je er onderdoor kan kijken. Zo is het hier al heel lang. Ruimte is hier de norm in dit open land. Maar deze mensen zijn nieuw en komen met frisse ideeën. Het is veel te kaal en er is te weinig beschutting vinden ze. Er moet drie hectare aan bomen bij komen en de gemeente Leeuwarden heeft geen bezwaar tegen bomen op die plek.
Vandaag help ik daar aan mee, samen met een groepje vrijwilligers van MeerBomenNu. Ik verwacht tijd om rustig te overleggen met de eigenaren over hoe we het gaan doen. Maar ik kom in een heksenketel, overal zijn mensen aan het werk, er spelen kinderen en er is een springkussen. Alles moet vandaag gebeuren. Er zijn diverse groepen planters, timmerlui en houthakkers opgetrommeld. Er volgt een snelle rondleiding over het terrein. Dan krijgen we een plek aangewezen en we nemen een kruiwagen vol bomen mee. Er wordt maar weinig besproken. Tijdens het planten voel ik mijn buik samenknijpen bij wat ik zie. Ondiepe gaten, keihard aangestampte grond rond het boompje, weinig compost, dikke kluiten gras die expres naast het boompje worden gelegd of zelfs tegen de wortels aan zijn getrapt. Goed bedoeld maar niet best. Toch kan ik er weinig over zeggen, er moet worden doorgewerkt en het is ieder voor zich. Er zijn er met ervaring, maar de meeste mensen weten van niks en doen maar wat. Een enkeling vraagt zich af hoe het moet en dan krijg ik de gelegenheid om iets te vertellen. Er loopt een tuinman rond, maar die zegt niet zoveel. “Ik laat het los” zegt hij tegen me. Dat snap ik wel, er is geen beginnen aan met zoveel mensen. Maar mij laat het niet koud.. Ten slotte ben ik hier niet voor niks, als buurvrouw, permaculturist en ervaren planter op deze moeilijke bodem. En bovendien, ik wil ook meer bomen op deze plek. Ik heb er al vaker over gefantaseerd. Ik wacht mijn moment af. Pas aan het einde van de dag, als bijna alles in de grond staat, is er ruimte om te praten. De mensen van MeeroBomenNu zijn weg. Ik heb me bij de andere groep planters gevoegd en wijs naar de streep in de verte. Daar woon ik. Je kunt mijn bosje goed zien, nu de mist is opgetrokken. “Kijk, daar heb ik mijn bomen geplant. Bijna alle achthonderd zijn aangeslagen.” De vrouw kijkt met grote ogen. Zij wil dat ook. Hun eigen eerste hectare met boompjes op de klei is niks geworden. Zo trots waren ze vorig jaar op de honderden houten sprieten, vlak na het planten. Op de zandgrond waar ze vandaan kwamen lukte alles. Maar ja, dit is de klei. Die kenden ze nog niet, maar daar kom je wel achter! De ontnuchtering moet langzaam bezinken.

De klei kan ons veel leren, We komen er allemaal achter. Een voor een doen we het allemaal fout. Laten we meer bij elkaar gaan afkijken.

.

.