Blijven vertellen, blijven delen wat je hoort en doorgaan. Zo komen we er samen wel.
.
.
Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.
Er komt iemand naar me toe, een vrouw en ze is boos en in. Er waren weilanden vol zonnebloemen. Ze kwam er graag langs op de fiets, stopte dan en keek hoe hele zwermen vogels genoten van het gerijpte zaad. Nu is alles weg. Ze zag hoe de boer alles maaide. Waar moesten al die vogels naartoe? Er was niks! Nee, ze had de boer niet gesproken. Ze was boos en verdrietig. Begrijpelijk.
Even later, als ze weer weg is, kom ik mijn buurman tegen. Hij is landschapshistoricus en werkt freelance voor de provincie. “Goh ja”, zegt hij als ik het verhaal vertel, “dat is natuurlijk zo. De boer krijgt subsidie voor bloemen en insecten en zaait daarvoor die bloemen. Maar daarna begint het eigenlijk pas met het zaad en de vogels. Een boer zou méér subsidie moeten krijgen om het ook de hele winter nog te laten staan.” Hij kijkt in gedachten voor zich uit, zijn blik is vastberaden. “Het komt goed uit” zegt hij. “Binnenkort spreekt ik een man, gespecialiseerd in landschaps-subsidies. Die werkt met boeren.” Hij kon natuurlijk niet zeggen of het een gevolg zou krijgen, maar hij zou het aan hem voorleggen. Dat scheelt zoveel, te weten dat er mensen aan werken.
Ik loop van mijn buurman terug naar mijn eigen afgelegen veldje en kijk naar de bult aan de overkant van de sloot. Daar ligt het Verhalenpad, waar ik aan werk. Het Wetterskip heeft bij het hekkelen veel riet laten staan. Het ziet er mooi uit. Wat gemaaid was of wat plat op de grond lag heb ik opgeruimd of overeind gezet. Het gemaaide riet ligt nu in dikke bulten onder de jonge bomen, op de helling van de bult. Het zal het huis vormen van insecten tijdens de koude winter. Het zal vergaan tot compost en het houdt brandnetels en de groei van het levende riet tegen. Tussen de bulten en het wuivende riet kunnen de hazen blijven rondscharrelen en vogels vinden er een schuilplaats. De plek wordt steeds specialer. Zo zag ik deze zomer een jongetje. Hij holde bij zijn ouders vandaan en riep over zijn schouder: “Ik ga naar het natuurgebied!” Dat is het dus, deze plek waar ik aan werk. En nu werkt het Wetterskip ook nog mee. “Dat laten staan van riet hebben ze niet zomaar gedaan. Er moeten meer van zulke stukjes natuur komen vinden ze.” Dat zegt de buurman, landschapshistoricus. Zo werkt dat dus, je begint ergens aan en op een gegeven moment wordt het gezien en sluit het aan bij een grotere beweging. Je laat iets zien, praat over dingen die je raken, en dan opeens luistert er iemand, die doet er wat mee. Het kan overal gebeuren. Houd dus hoop en blijf geloven in wat je doet en zegt. Het kan zomaar zijn dat iemand vastberaden achter je gaat staan. Samen komen we verder.
Geen ontdekkingsreiziger maar een ontdekkingsblijviger.Het land heeft me nodig.
.
Er is dit keer geen luisterversie.
.
Een klein huis in de natuur is fijn. Hoewel ik soms best naar een groot atelier verlang of een schuur of een logeerkamer. Of een lege ruimte om in te dansen. Soms verlang ik naar een huis in de stad, dichtbij de broeiplaatsen. Soms verlang ik naar vreemde verre dingen. Maar zou ik daar ook echt heen gaan als iemand het me aanbood?
Terwijl ik dit denk, hoor ik gekrabbel vlak boven me. Het is een mees, die even mijn dakkap bezoekt, op precies dezelfde plek waar kortgeleden nog die jonge havik zat. Ik zie zijn pootjes door het glas, het gele buikje, heel dichtbij. De voertafel is net gevuld. Over een uurtje zal hij alweer leeg zijn. Door het raam bespied ik de vogels. Ik beweeg langzaam om ze niet te laten schrikken. Er komen niet alleen de kool- en pimpelmezen, maar ook vinken en groenlingen. Een merel komt aanvliegen en landt pardoes bij de drinkplek. Het is een deksel van een aluminium melkemmer, de dikke rand vormt een geheel met de kom. Dat is ideaal voor de vogels om rustig te toeven. Pimpelmezen gebruiken het als bad, ze passen er precies in. Daarna vliegen ze op om zich tussen de takken schoon te poetsen en hun vleugels te schudden. Meestal is dat een schietwilg. Die groeien vlak achter mijn huis als een bos micadohoutjes alle kanten op. Dunne sprieten met maar een paar takken buigen zich krom om toch maar een beetje licht te kunnen vangen. Ver groeien ze over de jonge elzen heen, over het jonge sporkehout en de zuurbessen. Die vervolgens ook allemaal scheef gaan groeien. Alles zoekt een weg in het steeds veranderend woud van leven. Ik ben hier om te begeleiden. Na veel hard werken doe ik dit jaar geen plantwerk van betekenis, het zal vooral zagen worden. Het dichte bos micado uitdunnen, om al de anderen licht te geven. Ook voor de jonge appelbomen, die we dit jaar gaan planten. De vele takken zal ik gaan composteren. Het is kletsnatte harde klei hier. Zonder goede bodem redt een nieuwe boomgaard het niet. Er is veel te doen. In mijn kleine huis sta ik er middenin. Eigenlijk is het een nest, ik ben er om te rusten, maar ga er niet de hele dag inzitten. Dat doen vogels ook niet. Die eten of spelen en gaan pas bij schemering naar hun schuilplek. Dat doe ik ook. Klein wonen maakt mijn wereld groter, en ook mijn betrokkenheid. En soms komt er een mens.
Terwijl ik buiten naar de vogels kijk, hoor ik een machine naderen. Hij gaat langzaam, als een trekker die aan het werk is. Vanachter de bomen komt hij nu tevoorschijn. Ik zie het al. Bij de buren wordt de sloot gehekkeld. Terwijl ik nog wat gras uittrek in het klaverveld hoor ik het geluid van de motor. Heel lang staat hij stil, op het hoekje, waar de sloot naar de Swette loopt. Daar gaat het water een pijp in, die loopt onder de weg door. Er zitten roosters voor. Het water wordt daar geregeld met een soort van klep, maar die heb ik nooit gezien. Die zit onder water. Er zwemmen vaak aalscholvers rond in dat stuk sloot, ongezien achter het riet. Dat riet is nu weg. En de trekker die dat deed blijft daar maar staan, op het hoekje. Ik word nieuwsgierig en loop erheen. “Waarom stop je, wat ben je aan het doen?” vraag ik de jonge man. Hij kijkt naar het maaisel, dat in een dichte hoop op de kant ligt. Dan kijkt hij naar mij. “Ja, er waren hier allemaal vissen! Die heb ik weer teruggegooid het water in.” Hij tuurt nog eens goed of hij er geen eentje vergeten heeft. “Wat mooi!” juich ik hem toe “Dat doe ik ook altijd! Ben je van het Wetterskip?” Hij schudt zijn hoofd. “Nee ik werk voor deze boer, maar ik dacht ik doe dat hoekje ook nog even.” Dat hoekje is dus een sloot die het Wetterskip beheert. Die was al geweest, maar hier net even niet. Wat fijn dat die jongens mekaar zo aanvullen. En dat hij uitstapt om vissen te redden. De wereld gaat nog niet ten onder aan onverschilligheid.
Samen maken we er wat van. Dit is waarom ik geland ben, waarom ik niet zoals velen, met een camper door het land reis. Waarom ik geen moderne zwerver wil zijn, geen onrustige ontdekkingsreiziger of een eeuwige toerist. Ik ben waar ik ben en blijf zolang als ik kan. Een ontdekkingsblijviger, dat wil ik zijn. Samen de wereld mooier maken: voor mij begint het hier, in Friesland, tussen de weiden. Klein maar aanwezig.
Een nieuwe wekker en politiek, wat heeft het met elkaar te maken?
Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.
Het leven bestaat uit verschillende lagen. In het dagelijks leven leef ik eenvoudig en dicht bij de natuur. Ik ga om met de aarde zoals ik vind dat je dat hoort te doen. Het gaat om respect en bewondering en om verantwoordelijkheid. Een andere laag is die van het politieke bewustzijn. Dat dit ook echt bij het leven hoort wordt mij steeds duidelijker. Deze week vielen twee dingen samen, twee voor mij historische momenten. Ten eerste, ik heb eindelijk een goeie wekker gevonden. Het is een oude die je moet opwinden, zoals ik dat graag heb. Ten tweede, ik ben lid geworden van een politieke partij. Het lijkt of die dingen niets met elkaar te maken hebben, maar toch blijkt er een verband te zijn.
Ik begin met de wekker, waar ik zo blij mee ben. Het is een ivoorwitte wekker, met kleine cijfers op de wijzerplaat. Bovenop zit een klein knopje, waarmee je het alarm uit kan zetten en hij staat op twee stevige pootjes, die geen enkele neiging hebben om er af te vallen. Hij voelt zwaar aan, en ook de opwindvleugeltjes aan de achterkant zijn sterk en degelijk. Als hij rinkelt doet hij dat met een laag geluid, dat mij hetzelfde vertelt: Het is degelijk materiaal. Toen ik hem in gebruik nam liep hij eerst achter, maar na een paar dagen warm lopen geeft hij precies de juiste tijd aan. Dat heb ik nog met geen enkele wekker gehad, mijn hele leven niet, en ik heb er al veel gehad. Knopjes en pootjes vallen er af, het alarmmechanisme gaat kapot, ze lopen of achter of voor, maar nooit op tijd. Zelfs de wekker van een juwelier was niet beter dan alle andere.
Het is een teken van deze tijd. Kwaliteit is niet belangrijk, de zaken moeten zo goedkoop mogelijk worden geproduceerd, om met zoveel mogelijk winst verkocht te kunnen worden. De juwelier kan ook niet anders dan inkopen wat er op de markt is, en dat is hoe dan ook flut. Het wordt steeds erger. Het lijkt wel of we met zijn allen gezegd hebben: Dat is nou eenmaal zo, zo is het in de wereld en daar kunnen we niks aan doen. Ik geloof dat niet. Daarom zie ik dat ook als een verantwoordelijkheid. Ik leef niet alleen simpel voor mezelf. De wereld om mij heen is mijn basis en ik wil ervoor zorgen. Als ik die verantwoordelijkheid ontken dan woon ik op een eiland dat steeds kleiner wordt, almaar kleiner naarmate de rijken het land oppeuzelen ten bate van hun eigen winsten. Dat gewone mensen er niet beter van worden is duidelijk. De mensen zijn druk en overspannen, er moet gepresteerd worden maar men wordt er zelf niet beter van. Mijn openbaar vervoerkaart is opnieuw duurder geworden. De zorgverzekering ook. Wat een geld allemaal. Naar wie gaat dat toe? Wat krijgen we ervoor? Toen mijn vorige wekker op de grond viel deed hij het helemaal niet meer, en er is geen wekkerdokter meer die hem repareert. Alle wekkerdokters zijn immers allang failliet.
De politiek van deze tijd is als zo’n slechte wekker. Het loopt altijd achter, er zitten geen pootjes meer aan en ook geen knoppen. Het alarmmechanisme is al tijden kapot en velen komen niet meer naar vergaderingen of naar de stembus. Toch hebben we het nodig, de politiek. Ik ben nu lid geworden van de SP omdat dit de eerste partij was die het zag. Dat, waarvoor allang vele alarmbellen hadden moeten gaan rinkelen. Hoe de wereldwijde concurrentie-economie ervoor zorgt dat vele zaken nu in buitenlandse handen zijn. De zorg, de peuteropvang, vervoersbedrijven, zelfs de bus op Schiermonnikoog is niet meer van de bewoners. Ook het onderwijs wordt uitgekleed en nog veel meer. Gelukkig is hier nog niet het water in buitenlandse handen, zoals in Engeland. Dat is pas echt een ramp. Het geld stroomt weg, en de rommel blijft liggen. Daar hebben ze geen belang bij. Dat het ook hier steeds erger wordt, is duidelijk. En terwijl het debat almaar over buitenlandse vluchtelingen gaat, pikken die miljardairs stukje bij beetje steeds meer in. Ze lachen in hun vuistje, niemand die er wat van zegt, zelfs politici staan zwijgend tegenover dit gebeuren. En beste mensen, bedenk je toch eens, wat kan een arme ellendige vluchteling nou kwaad doen, vergeleken bij de rijken die alles opkopen? Zelfs al zou hij een keer een brood pikken, dan nog! Buitenlandse bedrijven pikken hele woonwijken in, ons hele leven raakt doordrongen van hun praktijken.
De SP is een partij die daar wat aan wil doen. En een partij heeft leden nodig. Leden zijn als de pootjes waarop de wekker staat. Een partij zonder leden is eigenlijk geen partij. De PVV heeft maar een lid en zou eigenlijk niet mogen bestaan. Zelfs een wekker heeft drie pootjes en geen een. Een partij zou 6750 leden moeten hebben om zich een partij te mogen noemen, sprak Sneller, tweedekamerlid van D66. Zijn voorstel werd niet aangenomen. Stel je voor, dan waren een aantal partijen meteen opgehouden met bestaan.
Toch zou het beter zijn. De standpunten van een partij horen voort te komen uit de achterban. Niet van een enkele man. De SP heeft een lange geschiedenis en is zo’n degelijke partij. Net zo degelijk als mijn wekker, en net als deze nieuwe aanwinst, nogal ondergewaardeerd. Ook de SP verdient meer aandacht. SP merkte als eerste op dat het misloopt, hoe alles steeds verder uit elkaar valt. Langzaamaan zien ook andere partijen het, het vrijemarkt-mechanisme is veel te ver doorgeschoten.
Ik woon en leef eenvoudig. Dat is mooi, je bent een voorbeeld voor anderen, zeggen sommigen en daar ben ik blij mee. Maar ik leef nog steeds in deze wereld en niet in een droom op een eilandje. De natuur om mijn heen kan niet herstellen als wij niet gezamenlijk het beheer terugkrijgen. Buitenlandse bedrijven horen niet over ons de baas te zijn. Daarom vind ik politieke betrokkenheid belangrijk. Ik vind het belangrijk dat een betrouwbare partij als de SP, die het opneemt voor de lokale burgers, wordt gesteund. Dus ben ik lid geworden. Al met al was het een bijzondere week. Eindelijk heb ik een goeie wekker. En voor het eerst lid van een partij. Dat moet wel een degelijk werkspoor opleveren.
Over intenties en verwachtingen van jezelf en anderen. De reis die ik maakte en mijn bedoelingen. En de drijfveer die je alleen zelf kent.Wat blijft over?
,
Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.
Iets meer dan zes jaar geleden liep ik met het Rijdende Verhalenhuis tussen de weilanden. Het was een boeiende mix van verwachtingen en openheid voor wat er zou komen. Al mijn bezit had ik achtergelaten en het weinige wat over was bevond zich in mijn wagen. Door die onverdeelde eenvoud hoopte ik er helemaal te kunnen zijn in mijn ontmoetingen, voor de mensen onderweg en voor de lezers van mijn verhalen.
Ik schreef verhalen zoals ik me dat had voorgesteld, had gesprekken met boeren en dorpelingen van het platteland. Over de achtergronden zocht ik veel uit, vooral in het jaar na de reis. Niemand kende me, niemand wist van mijn bedoelingen, maar de verhalen stroomden. Er waren goeie en moeilijke momenten. Maar wat ik aan het doen was begrepen slechts weinigen. Ik werd gezien als een vakantieganger, die tijdelijk onderkomen zocht. En ja, iedereen schrijft wel eens een blog tegenwoordig, tijdens vakanties en op reis. Maar ik wilde dieper gaan dan dat. En terwijl ik nog lang niet uitgeschreven was, werd ik diverse malen weggestuurd. Ze zagen me als een zwerver.
Dat beeld bleef. Na drie maanden trekken trok ik een jaar uit om het boek te schrijven. Ik hoopte dat het daarna zou komen, dat men zou zien wat mijn bedoeling was. Het boek kwam uit op een goed moment, precies in die tijd kwamen de eerste boerenprotesten. En mijn boek sloot daar mooi bij aan. Het zou meer begrip opwekken voor de boeren. “Langs kantelende wegen” heette het. Maar mijn verhalen leken weinig te doen. Er waren wel interviews waarin men zijdelings vroeg naar wat ik tijdens mijn tocht gezien en ontdekt had. Verder ging het vooral over mij. Verdorie, ik had het weer te mooi gemaakt, het kleine sprookjesachtige huis op wielen, de manier hoe ik het voorttrok, alles maakte fantasieën los in mensen. Die gingen een heel andere kant op dan mijn bedoeling was. Het ging een eigen leven leiden. En nu, zes jaar later hoor ik nog steeds dat er een vrouw is die door het land zwerft met haar eigen kleine huis. Hartstikke leuk. Maar die vrouw, dat ben ik niet. Het werd een mythe op zich. Een droombeeld, een archetype. Je kan er trots op zijn, dat te hebben bereikt. Dat lokt me, maar daar tuin ik niet in. Want uiteindelijk heeft het maar weinig met mij te maken. Het is hun droom, niet de mijne.
Wat ik hoopte bleef uit. De vragen die ik verwacht had: Zou je met je wagen hierheen willen komen om dit land te beschrijven, te tekenen en samen met ons te behouden voor de toekomst? Ik zou daar graag met je over willen praten. Maar nee, ik ben geen gestudeerde vrouw met een netwerk. Ik deed geen landschapshistorie of biologie. De karikatuur van een vrouwelijk soort Swiebertje bleef hangen, een zwerver zonder doel, levend met de dag. De eeuwige vakantieganger. Verwoed probeerde ik dat beeld van me af te schudden. Maar na zo’n populaire hit, want dat was het, lukt dat dus niet meer. Net zoals Karin Nilsson nooit meer afgekomen is van haar Pippi Langkous imago, zo leek het ook met mij te gaan.
Prompt heb ik me gevestigd bij de eerste boer die ik had leren kennen in Fryslân, boer Jochum. Het moest anders. Ik zou me gaan wortelen. De heilige traagheid der dingen beleven, de verhalen nog intenser maken. Mijn relatie met de mensen en het land zou zich vooral concentreren tot deze plek, deze streek. Hoe langer je ergens bent, hoe duidelijker de verhalen zich gaan uittekenen. Eigenlijk is een heel leven nog te kort om een enkele plek de aandacht te geven die het toekomt. En door er te zijn kan ik ook een bijdrage leveren aan de groei en een levende aarde. Bomen en kruiden planten, helpen bij wat er speelt. Zo schrijf ik niet alleen een verhaal, maar maak er ook deel van uit.
Nu woon ik hier vier jaar. Begin dit jaar riepen de kinderen me nog na: “Alowieke, zwerver, zwerver!” Dat is nu voorbij. Zo langzamerhand weten de mensen het. Ik praat met kinderen en buren en hoor hier. Nu begrijpen ze dat ik ook een bewoner ben, eentje die verhalen schrijft, bomen plant en schildert. Het kost tijd.
Hoe je gezien wordt bepalen uiteindelijk de mensen om je heen. En ze denken altijd wat anders dan jij. Maar wie je bent en wat je wilt, dat weet je alleen maar zelf. Jouw drijfveren zijn onzichtbaar, tot je het laat zien. Er is stilte voor nodig om te luisteren en echte vrienden om mee te praten. Alleen wat echt is blijft.
Dit is de knop naar de luisterversie van het verhaal.
Het Wetterskip is geweest. Ze hebben naast het Verhalenpad, aan de noordkant van de bult het riet gemaaid. Alleen langs de sloot, de rest staat nog overeind. Er ligt een spoor doorheen waar de brede banden van de trekker heeft gereden. Ik werk hard om het maaisel op te ruimen. Dan ga ik even overeind staan en kijk in gedachten naar het aangrenzende weiland. Reed ik gisteren nog vijftig kilometer voor Gaza, vandaag sjouw ik zware vrachten riet en natte waterplanten om het op bulten te leggen. Dat is nodig. Als je het gewoon laat liggen krijg je een groot veld distels en brandnetels, terwijl ik graag diversiteit wil. Rijke natuur komt niet zomaar. In een land als dat van ons moet je daar wat voor doen. Ik worstel mij door het riet heen. Met mijn armen vol maak ik een paadje naar de bult compost. Maar mijn benen beginnen te wankelen en mijn armen voelen zwaar. Ik besluit te stoppen en eerst een paar dagen uit te rusten om me te bezinnen. Wat doe ik eigenlijk allemaal? Dagenlang distels uitgestoken, een vracht hout op mijn karretje naar huis gereden voor mijn huis, waar ik een halletje wil maken voor mijn deur, tegen de wind. Tussendoor kijk ik regelmatig naar de berichten op Instagram, hoe gaat het met Ahmed in Gaza stad? Het is telkens weer spannend of hij nog leeft. Ik ga altijd vroeg naar bed. Maar in de holst van de nacht word ik wakker en slaap dan niet meer in. Een aantal uren later sta ik op, het is net licht. Er landt een vogel op mijn dak, het is een grote. Hij zit op de koekoek, ik kan hem zien door het glas heen. Het geelzwart gevlekte verenkleed op de borst, de gele ogen, ik herken een jonge havik. De havik, het symbool van inzicht en een scherpe blik op de toekomst. Ja, daar is het tijd voor. Bezinnen op de toekomst.
Er zijn veel dingen die om aandacht vragen. De natuur, conflicten, cultuur en het huis. Bij al die zaken horen mensen, waar je contact mee hebt. Het worden er steeds meer. Ik moet een grens trekken en voor mezelf zorgen. Anders word ik zo vaag als een geest. Die breek in mijn nachtrust doet iets. Het komt ergens uit voort. Het is een vorm van stress die ik herken uit de tijd dat ik in de rouw was. Toen was dat nog veel erger. Ik nam veel tijd om overdag in de stoel bij het raam te gaan zitten. Dan staarde ik naar het licht in de bladeren van de oude kastanje. Dat hielp, het gaf me een gevoel van vrede en lichtheid. Maar het heeft toch een paar jaar geduurd voor de stress van de rouw over was. Ook toen werd ik steeds middenin de nacht wakker, net als nu.
“Slapen is na genoeg water drinken het belangrijkste om te overleven,” schrijf ik aan een jongen in Gaza. Hij is actief op Instagram, maakt filmpjes en foto’s van de ravage en de mensen. Hij vraagt zich af of hij wel door moet gaan met foto’s maken. Hij maakt zich zorgen. Misschien zien ze het daarboven door de beelden van drones en denken ze dat hij een journalist is. Straks willen ze hem nog doodschieten. Misschien moet ik daarmee stoppen, bedenkt hij. Hij slaapt slecht van de angst en het geluid van de drones gaat door. Je hoofd koel houden en blijven lachen is een kunst. Goed slapen is nodig om te overleven. Dat geldt voor iedereen. Ik voel me al wekenlang betrokken. Het geeft een vorm van rouw. Misschien dat ik daarom steeds wakker word in de holst van de nacht. Maar ik moet óók slapen.
Conflicten gaan door. De natuur vraagt alle aandacht, op de Swetteblom en daarbuiten. Maar als het huis niet in orde is, dan is er geen fundament. En als je slecht slaapt ook niet. Alles begint bij de wortels.
.
Inmiddels heb ik heerlijk geslapen en ben weer lekker geconcentreerd aan het werk. Geen zorgen! Het hoort er allemaal bij.