Op de markt gebeurt het

.

.

Cultuur hoort met voedsel verbonden te zijn. Zelfs het kopen ervan zou eigenlijk iets feestelijk moeten hebben. Dat vind ik op de markt.

Wil je liever luisteren? Klik dan op de knop onderaan het verhaal.

.

Ik ben laat. De dag is snel voorbijgegaan. Nu Dick er niet is, doe ik heel andere dingen. Ik heb thee gedronken bij een buurvrouw. Natuurlijk heb ik de pompoenen verzorgd en ook een stukje van de camping gewied, waarbij ik tot mijn verrassing kattestaarten ontdekte. Ze waren nog klein en zaten verborgen onder massa’s kleefkruid en hoog opgeschoten brandnetels. Die heb ik allemaal weggehaald. Heel voorzichtig. Wat zullen ze straks mooi bloeien, nu ze de ruimte hebben! Ik houd van de lange paarse bloemen en de bijen die er op afkomen. En vlinders… Steeds meer ontdek ik er. Hele kleintjes nog, allemaal smalle puntige blaadjes. Ik ga er helemaal in op. Het is al half vier geweest wanneer ik met bedenk dat ik nog naar de markt wilde. Het is al half vier! Ik pak mijn fiets en in stevig tempo ga ik er van door. Eerst over de Hegedyk, dan door de stad. Ik ga over asfaltwegen en tussen bedrijfsgebouwen door. Bij het station linksaf, dan ben ik er. De biologische markt is ’s middags rustig, ik kan gewoon met de fiets aan de hand de kramen af. Eerst naar Bakker Bolhuis. Ik weet nu dat “bôle” brood betekent in het Fries. Is het dan eigenlijk Bakker Broodhuis? Dat moet ik eens vragen. Het echtpaar begroet me allerhartelijkst en roepen onmiddellijk : “Daar is de zangeres! Melvin, ze wil graag een duet met je zingen!” Ik schrik op. Aan de andere kant van de kraam staat inderdaad Melvin met zijn gitaar. Ja, ik heb al een paar keer meegezongen, vanaf de kant. Ik houd heel veel van meerstemmig zang. Vier jaar had ik zangles, maar nooit vond ik de juiste mensen. Ik heb de droom om te zingen al jaren in de koelkast gezet. Maar de sfeer op deze markt is warm en ingevroren zaken smelten al gauw. Melvin loopt gelijk naar me toe. “Ah, daar is de tweede stem!” Ik pak twee zware oerbroden uit de hand van de bakker, maar tegelijkertijd staat de muzikant al vlak naast me te spelen. Hij zingt “You never walk alone” en verwacht dat ik inhaak. Eindelijk leg ik dan mijn boodschappen opzij en ga naast hem staan. Dat had ik natuurlijk gelijk moeten doen. Ik haal de tweede stem vol en diep uit mijn buik. Het klinkt prachtig samen.

Melvin speelt maar één liedje met me. Jammer. Sommige kramen beginnen al op te ruimen. Het was kort maar prachtig. Ik heb niet alleen gezongen, maar ook met allerlei marktlui gepraat. Ik voel me thuis. Een goeie markt is zo belangrijk. Hier kan ik groenten, granen, knollen, kolen en fruit kopen, helemaal zonder plastic. Zelfs noten en rozijnen zijn er te krijgen in een papieren zak. De mensen zijn aardig, mededeelzaam en maken grapjes. En er is muziek! Ik begin het steeds meer te beseffen. Een goeie markt is voor mij een stuk cultuur. Cultuur hoort voor mij met voedsel verbonden te zijn. Zelfs het kopen ervan zou altijd iets feestelijk moeten hebben. Zoals hier, op vrijdag in het centrum van Leeuwarden. Volgende week kom ik weer, maar dan vroeger. Een mooi stuk cultuur laat ik niet stikken.

.

.

.

De bestendigheidsgelofte

.

De mesthoop, restanten laten vergaan waar je bent. Het voedsel verteert en verandert in vruchtbare aarde. De restanten van mijn bestaan keren terug en ook dat van de dieren. Alles om voeding te maken voor het land, zodat een rijk palet aan nieuwe dingen groeien kan. Voor mij een symbool van bestendigheid. Ik offer mijn koffer op en blijf.

.

Om te luisteren naar het verhaal, klik op de knop onderaan de tekst.

.

Het is koffietijd. Ik doe de deur open van het huisje dat Dick huurt. Hij is er. Hij is er bijna altijd, sinds hij aankwam. De kleine ruimte ligt vol kleren en dozen. Vrolijk kijkt hij me aan. “Kijk! Ik heb twee koffers gekocht in het theaterwinkeltje in Jellum,” zegt Dick. Een hele grote koffer ligt op de grond, een patroon met piepkleine groene ruitjes. Een kleine bruine ligt geopend op het bed. “Alles moet er in passen. De koffers laat ik hier. Alleen de rugzak neem ik mee.” Hij gebaart naar de stapels die hij bezig is te sorteren. “Ik heb veel te veel kleren. En weet je hoeveel washandjes ik heb? Wel twintig! Ik gebruik er maar twee.” Ik kijk en knik. Zo gaat dat. Van alles is veel te veel. Als je gaat verhuizen, dan kom je er pas achter. Een goed moment om weer eens te ontspullen. Want Dick gaat op pad. Zijn plan is om twee woongemeenschappen bezoeken en daar enige tijd te blijven. Hij zal meer dan drie maanden weg zijn.

Ik zit het somber in de leunstoel te bekijken. Mijn vriend is niet de enige die er op uit gaat. Ik denk aan Jeroen, die gaat fietsen in de bossen van Scandinavië. En Syds, die Deense dichters gaat opzoeken. Iedereen lijkt weg te gaan, met een hoofd vol mooie plannen. Ik niet. Mijn toekomst is leeg. Het enige wat ik zeker weet, is dat ik de pompoenen water zal geven. Ik ga zelfs niet met Dick mee, ook niet voor een week. Nee, ik blijf hier, bij de winterkoninkjes en de karekieten. Ik zucht. Het lijkt zo saai, te blijven terwijl iedereen vertrekt. Ik zal het koffiemoment missen en het samen eten. Toch twijfel ik geen moment. Ik herinner me de afspraak, toen die dag.

Ik was zestien en zat alleen op die picknicktafel in het bos, mijn benen onder me gevouwen in kleermakerszit. Het kleine grijze boekje lag naast me: ”Hoe kan je de lucht bezitten.” De woorden erin zijn gebaseerd op de toespraak van het opperhoofd van Seattle. Ik heb de woorden in me opgezogen als water in een droge spons. De toespraak is van heeI lang geleden, uit de tijd dat de blanke man de wereld verkende en in bezit nam. De dominante beschaving die zogenaamde “wildernissen” cultiveerde en natuurvolkeren uitroeide. Het is nooit opgehouden. Die expansiedrift ten koste van anderen, het moet ophouden. Het kwam als een diep besef. Mijn leven zou het tegenovergestelde zijn. Ik zou niet de wereld in gaan, maar me juist in dienst stellen van de aarde. Ook wilde ik geen romantische dichteres worden. Aarden en planten, daar ging het om. Vuile vingers krijgen. Ja, nu kan ik het goed verwoorden allemaal, maar toen was het alleen een gevoel. Ik tastte als een blinde in het duister en had slechts een vaag vermoeden van mijn toekomst. Eén ding was duidelijk: het zaad was in goede aarde gevallen. Het boekje kwam in een stoffige kast terecht. Het raakte kwijt, maar niet vergeten. Het liet me niet meer los: Ik wilde net zo geaard worden als de Indianen uit dit boekje. En nu kijk ik naar Dick, die T-shirts inpakt. De koffers raken voller en voller. Ik voel me leger en leger. “Ik kom wel terug hoor!” zegt Dick. “Dat beloof ik.”

Okee, zo is het. Mensen komen en gaan, maar ik blijf. Als een steen in de rivier.

(Deze week heb ik mij officieel ingeschreven op het adres waar ik woon. En de koffer heb ik na de foto weer weggehaald. Hij lag daar niet om te verteren, maar om de tegenstelling van bestendigheid en vluchtigheid te laten zien.)

.

.

Verhalen in de mist van tijd

.

.

Ik heb met mezelf afgesproken dat dit Verhalenpad mij zal leiden naar mijn pelgrimstocht van de toekomst. En daar hangt hij dan, aan die paal, de Jacobsschelp, als symbool van … wat eigenlijk? En Waarom? (Je kunt ook luisteren naar het verhaal door de drukken op de knop onderaan.)

In mijn hangmat maak ik elke avond een deken vast, met vier touwtjes. Daar komt dan weer een schapenvacht in. Dan houd ik een warme rug, want ’s nachts kan het nog best koud worden. De volgende ochtend klauter ik er weer uit en ruim ik alles op. Ook deze ochtend is er dit ritueel, het oprollen van het dekbed, het losmaken van de touwtjes. Gisteravond was ik een touwtje kwijt. Daarom peuter ik nu een ander touwtje los. Het is een zwart koord, met een Jacobsschelp eraan. Ik heb het nog steeds vast, als ik naar buiten ga om de luiken te openen. Om één of andere reden doet het me goed, het weer in handen te hebben. Ik herinner mij de man die het me gaf, in dat piepkleine dorp aan de Waddenzee. Ik weet nog wat hij me zei: “Hier vlakbij, in St Jacobiparochie, begint de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella. De pelgrims dragen deze schelp. Deze maakte ik zelf, van aardewerk. Ik geef hem aan jou. Ben jij niet ook een pelgrim?” Ik weet niet wat mijn antwoord was. Ik vond het een mooi geschenk. Ik wikkel het om mijn pols, om mijn handen vrij te hebben voor de luiken. Eenmaal buiten sta ik stil. De zon schijnt zacht door de ochtendmist, die de horizon verbergt. De sluier hangt laag boven het land, erboven wordt de lucht langzaam vaalblauw. Het belooft opnieuw een warme dag te worden.

Ik open de luiken en loop direct door, naar het Verhalenpad. Met deze mist zullen er vast veel slakken zijn. Ze houden van ontkiemde lupinen en smullen graag van de rammenas. Ik vraag me af, zouden de plantjes weten dat ik eraan kom? Zouden ze zachtjes roepen: “Kom, kom, anders ben ik al mijn blaadjes kwijt!” Ik weet het niet. Zo voelt het wel. Ik loop iets sneller, blote voeten door het bedauwde gras. Boven mijn hoofd hoor ik het geflapper van tientallen vleugels. Het zijn de houtduiven die in de wilgen de nacht door hebben gebracht. Ze zijn nog altijd bang voor mensen. Ook voor mij. Ze vliegen de Swette over, naar de akker aan de overkant en strijken neer tussen de bleke staken van de mais, die er vorig jaar stond. Ik rol mijn pyamabroek op om hem droog te houden. De lange halmen aaien mijn benen en hij wordt toch nat. Het is nog vroeg en helemaal stil. Vanzelf loop ik nu veel langzamer, om alles in me op te nemen. De boterbloemen en de donkere halmen van het bloeiende gras. De twee platgetreden paden die naar het hek leiden, een kleine en een bredere. Vroeger liep ik over het hazenpad, maar dat doe ik nu niet meer. Ik ga nu altijd over het mensenpad en heb respect voor het hunne. Vlak voor het hek vallen de paden even samen, maar daarachter gaan de dieren linksaf, terwijl ik rechtdoor ga.

Voor dat hek, daar sta ik nu. Het is een zwaar ijzeren hek, en het is altijd dicht. Ik ga eromheen, over het smalle randje beton, tussen de brandnetels door. Onder mij is de sloot en ik hoor kikkers kwaken als een koor. Je kan verschillende stemmen horen, zachte en harde. Terwijl ik daarnaar luister haal ik zonder nadenken het koord van mijn pols af. Ik hang het om de dikke paal heen, gemaakt van meerpalenhout. Zonder erbij stil te staan loop ik verder. Ik werk de hele dag door. Als ik het op de terugweg weer zie hangen, verbaast het me. De symboliek is bijna magisch. Ik heb met mezelf afgesproken dat dit Verhalenpad mij zal leiden naar mijn pelgrimstocht van de toekomst. En daar hangt hij dan,, de Jacobsschelp, als symbool van … wat eigenlijk? En Waarom? Wat zal dit mij nog meer vertellen, in de mist van de tijd? Alles wat groeit ademt toewijding aan het leven. En ik maak er deel van uit. Hier. Trouw aan mezelf. Wat er ook gebeurt.

.

.

Ik ben geboeid door het verhaal achter deze schelp. Elk nieuw pad maakt een begin van iets. De Jacobsschelp is het symbool van geboorte of wedergeboorte. In het schilderij ‘De Geboorte van Venus’ van Boticelli zie je de mooie Venus. Ze stijgt op uit een schelp, die de edele delen van het vrouwenlichaam verbeeldt. De vrouw, die het leven baart. De betekenis van de Jacobsschelp komt dus voort uit een voorchristelijke vruchtbaarheidsrite. Net als zoveel andere is dit door de katholieke kerk overgenomen. Er bestaat een legende over. Om het symbool voor zijn pelgrimstocht over te nemen moest Santiago iemand terug doen komen van de dood. Hij redde een ruiter die verdronken was in zee. Toen hij terug kwam met de man in zijn armen, was Santiago overdekt met deze schelpen. Zo werd de schelp het symbool van pelgrimage naar Galicië. De symboliek bleef ook op andere manieren in de Christelijke traditie bestaan. De schelp werd de doopschelp in de kerk. De pasgeborene werd met dit water verwelkomt in het leven. Zulke krachtige symbolen gaan ver terug in de geschiedenis van onze voorouders. Des te meer iets om te koesteren.

Storm op komst

.

.

.

.

Het hoeft niet altijd perfect te zijn. Ik hoef niet alles te hebben. Zo helpen we elkaar! Al zou je vallen in de storm van het heelal, op de grens van het bestaan groeit creativiteit.

.

„Wil je koffie?“ vraagt Anne me. Anne is mijn tijdelijke buurvrouw. Haar lange grijze haar hangt krullend over haar schouders, terwijl ze me vragend aankijkt. „Kamillethee graag“, zeg ik. Ik kijk toe hoe ze het dampende water in een kopje giet en er een zakje bij doet. „Het gaat stormen donderdag“, merk ik op. Haar ogen kijken nadenkend, terwijl ze mij het kopje aangeeft. „Oh echt waar? Donderdag de 21e? Dat is apart! Tjee, op die dag is er een heel speciale planetenstand.“ Ze lacht even. Ik haal mijn wenkbrauwen op en ga verder. „Heb je nog iets voor te bereiden, met die harde westenwind? Kan ik je ergens mee helpen? Ik ben zelf al klaar.“ Ik houd voorzichtig het kopje vast, adem de damp in en zet de thee weer neer. Te heet. Anne antwoordt. „Nee hoor, ik red me wel. Maar jij, jij staat daar wel heel erg in een waaierig stuk hè, had je niet beter ergens anders kunnen gaan staan?“
„Nee!“ antwoord ik feller dan de bedoeling was. „Ik wil hier juíst staan. Ik heb er over nagedacht.“ Ik houd me even in. Langs de houten planken van het huisje loopt een lieveheersbeestje naar beneden. Ik kijk ernaar terwijl ik woorden zoek voor wat ik wil zeggen. „Ik heb lang nagedacht hoe het ideale huis er voor mij uitziet. Ik zou mijn woonwagen in een groot tuinhuis zetten, met gemetselde hoeken, een transparant golfplatendak, en overal glas. Ik zou een gat maken door het dak voor de schoorsteen. Als de zon schijnt hoef ik dan bijna niet te stoken in de winter en de wind heeft geen vat op me. Een prachtig idee, vond ik.“ Ik kijk naar Anne. Ze ziet het helemaal voor zich. „Ja! Dat lijkt me ook heel mooi. Je kan die ruimte ook als kas gebruiken. En wil je dat dan hier gaan doen?“ Ik grinnik. „Nee. Ik ga het niet doen.“ Verbaasd kijkt ze me aan. „Waarom niet? Het is een goed idee.“ Ik kijk naar haar grote blauwe ogen. De zon schijnt door het raam en haar haar krijgt een zilveren glans.
„Wat ik zei. Omdat ik in de wind wil staan. De elementen mogen het best af en toe van me winnen. Het houd me bescheiden. En het zorgt dat ik steeds weer iets moet bedenken. Het maakt dat ik het gevoel heb deel uit te maken van alles. Het hoeft voor mij niet allemaal perfect te zijn. Juist niet. Het is niet altijd leuk, maar het daagt me ook uit. En ach, het duurt een dag, of hoogstens twee. Dan is het weer voorbij.“
Haar ogen lichten op. „Ik begrijp het denk ik. Ik denk het ook dat die houding het meest vruchtbaar is. Op die grens van het bestaan groeit creativiteit.“ Ik straal. „Dat is precies wat ik bedoel!“ Ze glimlacht even en gaat dan verder. „Ik vind het ook heel spannend, als het gaat stormen. Dat het nou net donderdag is, dat die storm is verwacht. Dan hebben we een ceremonie, met trommels. Tjee zeg…“ Ze staart peinzend naar buiten waar de bomen roerloos het veld omzomen. Alleen de toppen bewegen een heel klein beetje. Gek dat dat zomaar kan veranderen. Het lieveheersbeestje is ondertussen weer helemaal langs de rand van de plank omhoog gekropen en verdwijnt in een gaatje in het dak, lekker warm en beschermd tegen weer en wind. Ik pak mijn kop thee. Ik neem een slok en luister naar de stilte. Anne staat op van haar plek bij het raam, stopt een blok hout in de kachel en draait zich om naar mij. „Als je al teveel ligt te schudden in je bed, mag je wel bij mij schuilen hoor!“ Warm glimlach ik haar toe. „Dank je. Als ik ervan wakker lig, dan zal ik dat zeker doen.“

Als ik even later met mijn blauwe klompen door de plassen loop, denk ik eraan hoe fijn het is, dat er altijd iemand is, die graag een helpende hand toesteekt. Het hoeft niet altijd perfect te zijn. Ik hoef niet alles te hebben. Zo helpen we elkaar!

.

.

Mijn stormbestendig windscherm

.

.

Doen of laten op deze planeet

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 7 minuten

.

Ik ben terug op dezelfde camping als waar ik vertrok, in juni 2019. De lente hult het terrein in een lichtgroene waas en de Zwette schittert in de zon. Dit is de plek waar ik bomen plantte, en kruiden. Ik was zo nieuwsgierig hoe het ermee stond! Nu wandel ik rond en kijk bij elk huisje en langs elk paadje. Bijna iedereen laat zijn gezicht zien.  Daarna ga ik aan het werk.

Ik verplant een paar kerspruimen naar een ruimere plek. Het zijn wilde prunussen die horen op deze natte kleigronden. Ze doen het hier geweldig. Ik zie zelfs al bloesems! Daarna loop ik naar de wilde kruidentuin. De munt neemt al een flink veld in beslag en ook de teunisbloemen rukken op, fier en recht de lucht in. Alleen de brandnetels rukken óók op. Die moeten met stevige hand in toom worden gehouden, al is het maar één keer per jaar.

En daarom ben ik hier!

Urenlang werk ik door en trek de zoveelste brandnetel uit de grond. Hij heeft een lange wortel en er zit een heel netwerk aan vast. Terwijl ik trek, scheuren de wortels de stijve bodem uiteen. Twee kippen haasten zich naar de los gewoelde grond en zien alles wat er wriemelend en roze in rond beweegt. Pik! Ann kijkt lachend toe, vanuit de verte. „Je lijkt wel een kip!“ roept ze hard. Ze zit op de drempel van haar huisje en kijkt naar me. Tussen ons in staan bomen en beginnend fluitekruid en brandnetels. De zon schijnt door de takken en zet alles in een warm licht.
„Wat doe je eigenlijk?“ roept ze dan. Ik loop naar haar toe om antwoord te geven. „Ik trek brandnetels uit, zeg ik. De kruiden die ik heb geplant, moeten hun plek gaan innemen en de brandnetels terugdringen. Het is voor de bijen en insecten.“ Ann knikt. „Dank je, dat wou ik weten. Ik denk altijd in eerste plaats aan eten, zie je. Al ben ik niet zo’n goede oogster, in dit geval.“
Ik glimlach. Dat zie ik hier graag, mensen die niks plukken. Mijn missie op deze plek is een andere. Ik wil onze kaalgeplukte planeet een handje helpen. Er is veel herstelwerk nodig. Het werk dat ik hier doe, zie ik als een beginnetje. Al is mijn werk maar sprietje vergeleken bij het woud dat we nodig hebben, ik word er zo blij van!

Als een tuin nog jong is, dan eet ik er niet van, ook geen blaadjes voor de thee. Wel pluk ik brandneteltoppen, look zonder look, en jong fluitekruid, voor in de soep. Dat staat er in overvloed. Wat groeien moet, moet je met rust laten, vind ik. Al verlang je nog zo naar zo’n sappig blaadje!

De wereld is een grote tuin. En gulzigheid kent grenzen. Daar komen we nu achter! Tot hier en niet verder, zegt de planeet. We zullen er aan moeten geloven. De aarde is geen dode kluit om te plunderen naar eigen believen. Het is een wonderlijk en levend geheel van talloze ecosystemen. Het reguleert op een intelligente manier. Dat blijkt maar weer. Nu hebben we een virus.

Ik kijk naar Ann, die nog steeds voor me op haar drempel zit. Op haar schoot heeft ze een artikel over vetcellen die virussen aantrekken. Ze leest hardop voor dat de IC nu bezet wordt door vooral dikke mensen. „Die krijgen het nu dubbel moeilijk…“ zeg ik peinzend. Dan laat ik haar achter met haar leesvoer. Ik loop onder de bomen door, naar de plek waar ik bezig was.

Ik kijk en bewonder. Ik zie zonnehoed en appelmunt, dropplanten en zenegroen. Ze zijn nog klein, maar alles leeft en zal verder groeien. Ik denk aan ze. En mijn poep geef ik terug aan de aarde, voor de planten. Laat het zijn werk doen, in alle rust. Laat het langzaam verteren, en tot voedsel dienen voor wat komt. Net zoals al die gedachten, van alle mensen die nu thuis zitten. Laat het zijn. Laat het zijn werk doen.

.

Klik hier voor het lezen van een goed artikel. Een stuk waarin ik een goede samenvatting vind, van alles wat ik zo graag wilde vertellen. Als we onze leefstijl, en vooral onze relatie met de natuurlijke omgeving niet veranderen, zal onze kwetsbaarheid voor infectieziekten toenemen. Maar wellicht wordt het besef van de noodzaak voor verandering door het coronavirus zo groot, dat prioriteiten verschuiven. En dat na deze pandemie de experts die voorheen tegen dovemansoren riepen, nu wel gehoord worden en we stappen ondernemen naar een wereld met een betere ecologische balans………………………………………………………. Ik heb alleen één kanttekening. Er komt een tijgerbeschermer aan het woord. Voor het beschermen van tijgers wordt in India de inheemse bevolking op dit moment van hun land verjaagd, terwijl zij juist de meeste kennis hebben van de biodiversiteit. Dit wordt verderop in het stuk wèl genoemd en dient ook in India nader onderzocht te worden.

(Laatste opmerking:Bron Survival International, al meer dan 50 jaar actief op dit gebied)

Terug naar het innerlijk kompas

.

Het innerlijk kompas, 1991.

 

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 7 minuten

.

Het is allang donker, wanneer ik de bus uit stap. Het was een welbestede dag, de lange wandeling door de Kennemerduinen, de ontmoeting met een trouwe bloglezer in Zandvoort, maar nu verlang ik naar dat warme kroegje vlak bij mijn slaapadres. Ik verheug me erop om nog even in mijn eentje na te mijmeren bij een goed glas wijn.

De mouwen van mijn jas zijn nog steeds kletsnat. Het heeft de hele dag geregend. In de duinen waren meer wandelaars, we keken elkaar aan alsof we bondgenoten waren: Wij trekken ons er niks van aan! Wij trotseren wind en regen! Die glimlachjes verlichten mijn hele dag.
Maar nu is het donker. Ik kijk op mijn telefoon, Google maps geeft aan waar ik ben. Het is 4,5 kilometer, vanaf de bushalte. Stevig loop ik door, langs het fietspad, de bocht om, het dorp in. Bloemendaal is rijk, huizen als kastelen staan tussen de hoge bomen in, met lange oprijlanen. De verlichting is schaars en ik zie niemand op straat. Ik raak een beetje in de war. De straat loopt uit in splitsing, terwijl het op mijn telefoon leek alsof het gewoon rechtdoor liep. Mijn telefoon is nat. Ik veeg hem droog aan mijn hemd en open opnieuw het gouden beschermkapje. Een blauw licht straalt mij tegemoet. Met één klik zie ik de kaart tevoorschijn komen.  Dan gaat het licht plotseling uit. De batterij is leeg. Wat nu? Ik heb ook een kaart in mijn zak, maar die is kletsnat en bovendien geleend. Als ik hem openmaak scheurt hij meteen uit elkaar. Dat kan ik niet maken.
Op de gok loop ik door.

Ik heb drie splitsingen gehad en weet dat ik nu echt verkeerd loop. Zal ik aanbellen bij één van die kasteeldeuren? Ja, waarom niet. Ik loop een grindpad op. Een opgewekte veertiger doet open. O, moet je in richting van de hockeyvelden? Dat is rechtdoor en dan linksaf.
Hij is kort van stof en groet me lachend terwijl hij de deur weer sluit. Als ik doorloop blijkt er wéér geen rechtdoor te zijn. Ik vind opnieuw zo’n verwarrende splitsing. Ik bel bij drie huizen aan waar licht brandt. Niemand doet open. Net als ik me eenzaam begin te voelen komt er een fietser aan. Hij is allervriendelijkst en gaat niet weg voor het echt duidelijk is waar ik heen moet. Eindelijk.

Als ik bij het eethuis aankom is de deur op slot. Twee meisjes met witte bloesjes vegen de tafels schoon en kijken niet op of om. Ik loop door naar mijn gehuurde kamer.

Die dagen ervaar ik dat mijn telefoon vaker de verkeerde weg aanwijst. En terwijl ik net geconcentreerd ben, krijg ik bovendien meldingen en seintjes over dingen waar ik helemaal niet mee bezig ben. Waarom heb ik dit ding eigenlijk? Het is een stoorzender. Ik kijk steeds vaker naar mijn telefoon.

Vroeger had ik een heel goed innerlijk kompas. Als kind was ik goed in het inschatten van tijd en richting. Ik speelde altijd buiten en keek naar de zon en de richting van de wind. Waarom zou ik dat niet opnieuw gaan trainen? Ik vecht me vrij, ik kies voor dat wat er bij me hoort. Ik bouwde mijn eigen huis en bewandel de wegen die ik wil. Maar ook de binnenwegen wil ik open houden, die naar mijn hart en intuïtie. Ik wil al die bordjes, piepjes en flikkerlichtjes reduceren tot het meest noodzakelijke, tot dat wat mij dient. Want ik ben de koningin van mijn leven en geen slaaf van de technologie of wat dan ook.

En het gaat niet alleen over mij. Als ik me bedenk hoeveel energie dat kost, al die mensen die constant online zijn, techniek waar steeds meer oren aangenaaid worden, die steeds ingewikkelder wordt en daardoor nóg meer energie kost… Wat we nodig hebben is eenvoud. Eenvoud biedt helderheid, maakt dat we kunnen kiezen waarheen het wijs is om te gaan. En helderheid hebben we nodig, in een bestaan dat steeds sneller verandert.

 

 

 

MAATREGELEN.

1 Richting kiezen:

* Ik ga weer met stevige papieren kaart op pad, of bestudeer deze uitgebreid van te voren, met persoonlijke aantekeningen. Ik haal mijn kompas weer boven water en kijk weer vaker naar de richting van de zon en de wind en zal vaker vragen stellen aan voorbijgangers. (Dat levert soms verrassende ontmoetingen op!) Zo mogelijk neem ik een waterdichte kaart mee. Is die er niet, dan maak ik een uitgebreide tekening op een stuk compact karton met potlood.

 

2 Internet:

* Ik neem een abonnement met ongeveer 10.000 MB’s. Het werkt via een dongel die in mijn laptop kan. 

* Om op internet te gaan moet ik mijn scherm installeren. Dat doe ik niet zomaar tussendoor. Ik zal op vaste tijden bereikbaar zijn, op maandagmiddag en woensdagochtend lang en tussen zes en zeven check even ik mijn mail en whats app (Zie tip hieronder)

* Ik gebruik de mobiele versie van facebook, dat kost veel minder energie en ik krijg minder advertenties. http://m.facebook.com/

* Ik gebruik mijn smartphone alleen nog als camera en radio. Daar heb je geen simkaart voor nodig en het is toch een mooi klein dingetje. Ik hoop dat hij nog lang meegaat.

* Ik werk met voortschrijdend inzicht.

Nieuws:

 Ik waardeer het als mensen mij links opsturen naar nieuws dat opvallend was of een stuk dat goed is overdacht. Ik vind het leuk om daarover te corresponderen. Je kan die link ook onder mijn blog zetten, dan kunnen meer mensen er kennis van nemen. (Aarde, natuur, bodem, filosofie, samenleving, wetenschap, boeken, cultuur.)

Tips van anderen:

* Arie: Whatsapp kun je ook op laptop uitlezen, en op een smartphone helpen een browser als Brave, een blocker als Ghostery, gebruik van een incognitomodus, uitschakelen diverse functies zoals gepersonaliseerde advertenties, geen locatiegeschiedenis, of evt anoniem netwerk. Net als veel nuttige apparaten en veel anders in het leven: aantal beperken en gedoseerd gebruik, maar vaak moet je even de uitersten bewandelen om te weten waar het midden ligt (Bomans)

* Marianne: Ik begrijp het heel goed Alowieke van Beusekom! Ik erger me ook groen en geel aan de algoritmes en de adds die je allemaal krijgt.Heb daarom laatst wat veranderingen aangebracht met een andere browser die je niet volgt, adds blokkeren o.a. ook van facebook. En ook signal gebruiken ipv whatsapp. Het helpt een beetje maar ja als anderen niet ook signal gaan gebruiken wordt het wel lastig. Er zijn wel alternatieven maar op de één of andere manier vinden mensen het kennelijk niet belangrijk genoeg. Hoop toch wel dat je bereikbaar blijft 🙂 De weg vinden vanuit je innerlijke kompas gaat vast wel lukken! Groetjes uit Zeeland 🙋‍♀️

Als het maar werkt in 2020

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 7.15 min.

Met een gil zie ik hem kletteren. Mijn laptop ligt op zijn kop op de grond, met het open geklapte beeldscherm naar beneden. Gauw haal ik het snoer er af, waar ik over gestruikeld ben, al heeft het weinig zin meer en is het kwaad al geschied. Het beeldscherm is zwart. Ik zet de computer uit en weer aan. Zwart. Ik doe het nog zes keer, maar het is en blijft donker en hij geeft geen kik.

Met de laptop in de hand ga ik naar binnen, het huis van Annemarie in. Vlak voor oud en nieuw zit de hele familie in de kamer, Annemarie zelf, twee zoons, twee schoondochters, vier kleinkinderen. Enkele kijken me vrolijk aan, anderen gaan rustig door met wat ze doen.
Ik houd mijn laptop in de lucht en zeg sip: “Kapot.” De twee jongens willen me meteen helpen en Wander blijkt het meeste ervaring te hebben. We sluiten de laptop aan op de televisie en ik begroet juichend een voortreffelijk beeld. Gelukkig, de computer zelf is niet stuk.
“Je kan makkelijk een tweedehands monitor kopen, die dingen staan overal en bij iedereen in de weg,” zegt Wander. Hij heeft gelijk, we kijken even op internet en na een paar tellen zien we er al eentje. Het is dan wel een vierkante, maar hij kost maar vijf euro, en het is slechts een kwartiertje fietsen hiervandaan. Ik bel en kan meteen komen.

Even later heb ik mijn nieuwe monitor al in huis. Ik sta in een zootje kabels en stekkers te graaien. Welke moet waarin? Waar zet ik die monitor neer? Ik probeer het kleine wandkastje, en daar blijkt hij precies op te passen. Ik kan hem er alleen niet laten staan, hij staat pal voor de lamp. Ik moet hem elke keer weghalen. Ik kan hem misschien wel achter het gordijntje, onder de bank zetten. Maar dan zit ik nog met die kabels erbij. Wat een rommel, in mijn kleine huisje. Zal ik niet toch een nieuw beeldscherm kopen?

Wander staat me opnieuw met raad en daad terzijde. We zoeken een beeldscherm uit. Ik kan precies de goeie krijgen in Nederland voor 150 euro, maar het kan ook bij Ebay voor 70. Ik vertrouw dat niet, zulke megabedrijven weten de macht aan zich te binden en ook het geld. Daar moet ik eigenlijk niks van hebben. Ga ik nu toch overstag? Ik twijfel.
Ondertussen schroeft Wander mijn hele laptop open en laat zien hoe het allemaal zit. “Kijk, dit dunne snoertje moet je vervangen, dat loopt naar het beeldscherm toe.” Hij legt tegelijkertijd uit wat alle andere onderdelen zijn. Ik prent het goed in mijn kop, zodat ik het straks zelf kan, als ik wil. Dan schroeft hij de laptop weer dicht.

Als ik weer in mijn huisje ben, gaat de zon net onder. Ik zit op het houten bankje voor het raam en kijk naar de winterse lilatinten en het groenige blauw, wat de lucht mooier kleurt dan het duurste juweel. Ik denk na. Misschien hoef ik wel helemaal geen nieuw beeldscherm. In feite zijn het maar vier stekkers en twee kabels meer, die ik moet aansluiten. Is dat nou zo erg? Ben ik zo verwend dat ik alles zonder moeite moet kunnen en moet ik daarvoor per se een nieuwe?
Ik sta op en rol de kabels klein en economisch op. Ik knip een stukje ijzerdraad van de rol en bind ze vast en leg ze naast elkaar in het wandkastje. Eigenlijk valt het best mee, zo neemt het niet eens zoveel ruimte in. En de monitor kan ik prima wegmoffelen onder de bank, wanneer ik er niet aan werk.

Het is altijd verleidelijk, om toch weer een nieuwe te kopen, eentje die perfect is. Maar ik doe het niet. Ik ga met een schoon geweten het nieuwe jaar in. Hoera!

Ik wens iedereen een veel geluk en wijsheid toe, en dat je in 2020 een magische tijd mag beleven!

.

.

Een gewone herfstdag

.

Vegen: De stille kracht van de eenvoud

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van dik 10 min.

.

Vrijheid bestaat voor een deel uit discipline. In de herfst en de winter wordt dat extra duidelijk. Wanneer de bijen en vlinders verdwijnen en de mensen haastig met hun kin in de sjaal gedrukt naar huis toe fietsen, dan wordt het stil in mijn kleine huis. Ik moet mezelf op gang houden, een project hebben, waarmee ik de tijd vergeet. Zo ontwierp ik mijn huis, zo schrijf ik verhalen, en maak ik de meest geconcentreerde tekeningen.
Ik kijk naar buiten en zie hoe de mist de ramen dichtplakt. Ik heb mijn ramen nodig, ze geven me het gevoel van ruimte en ik werk graag in het volle licht. Ik heb ze niet voor niets aan beide zijden gemaakt. Nu er zo’n dichte mist hangt, wordt de wereld wel heel erg klein in mijn tiny tiny house. De enige manier om toch fris en vrolijk te blijven, is doorgaan.

Dit is een lijstje van hoe mijn dag er uit ziet.

08.30 Opstaan, oefeningen doen, ontbijten. (Als het licht is)
10.00Werken aan verhalen en tekeningen, mails beantwoorden (Staande bij lessenaar)
12.00 Een kleine wandeling (Vaak hetzelfde stukje) en lunch.
13.00 Verder werken (Staande)
15.00 Soms een grote wandeling van twee uur (Door natuurgebied en over de weg).
17.30 Eten koken
19.00 Luisteren naar Radio4, Passaggio, soms een dansje doen.
20.00 Boek lezen of kaarsje staren.
21.00 Bedritueel met oefeningen, of nog iets langer doorlezen in het boek.
22.00 Naar bed (Tegenwoordig in een hangmat XL, heerlijk!)

Als je het zo bekijkt is het eigenlijk heel saai. Maar voor mij werkt het. En als je tevreden bent, dan gebruik je meteen een stuk minder, minder terrasjes, minder koffie en taartjes, minder benzine of treinritjes. Ik hoef niet per se ergens heen en ik slaap lekker en ontspannen. Ik ben ook echt moe ‘s avonds, want ik zit gewoonlijk maar twee of drie uur per dag. En tijdens de wandelingen kom ik van alles tegen, zoals vandaag.

Ik heb de rietvelden achter me gelaten. Ik zie hoe de weiden oplossen in het witte licht en ik kijk naar de druppels in het vochtige gras. Een klein groepje schapen staat stil in de mist, zeven witte en een zwarte. Wanneer ik naar ze blaat, zeggen ze niks terug, alleen de zwarte komt wat dichterbij en blijft dan staan. Het is een slome tijd, in de lente zijn ze veel spraakzamer. Verderop kijken twee paarden nieuwsgierig naar het voorbijgaan van dit blatende mens, in lange groene jas gekleed. Zouden ze me al herkennen?
Ik tuur naar de horizon, begrensd door een vage blauwgrijze strook van bomen. Een groep ganzen vliegt gakkend over. Ik loop verder over de smalle weg, tot ik een man voor zijn huis blaadjes zie vegen. Prompt sta ik stil. “Wat een prachtige bezem heeft u!” roep ik oprecht enthousiast. Ik houd van de houten steel, de stevige borstel aan het uiteinde, ik houd van handen die de steel omklemmen en de meditatieve blik van vegende mensen. Hoe anders is de bladblazer! Ik had niet eens een gesprek kunnen beginnen! Ieder wat wils, daar zeur ik niet over. Maar iedereen die veegt, kan bij mij rekenen op een allerhartelijkst compliment, dus ook deze man.
Hij grijnst tevreden “Ja, zo’n bladblazer is niet echt handig. Je blaast het alle kanten op en het duurt veel langer voor je een hoopje hebt. Een bladzuiger werkt beter, die heb ik ook. Maar die raakt steeds verstopt en daar ben je dan ook weer een poos mee bezig. Nu doe ik het toch maar weer met de bezem, ” Hij kijkt naar zijn eigen bezem die hij kaarsrecht naast zich houdt, alsof hij een goede vriend op de schouders klopt. Ik knik instemmend. “Ja die elektrische apparaten, daar ben je veel tijd mee kwijt. Mijn boot hoosde ik ook altijd met een doorgesneden jerrycan. Dat ging veel sneller dan met de pomp. Ophalen, snoer uitrollen, ontstoppen, aanzuigen, snoer weer inrollen, dat duurde veel langer!” Ik hoef er niks aan toe te voegen, dat snapt deze meneer heel goed.
Ik kijk naar het keurige hoopje blad, op de met klinkers bedekte oprit. Ik kijk naar de haag met drie grote struiken erachter. Er zitten meesjes in. Hij volgt mijn blik. “Ik voer ze,” zegt hij. Ik knik tevreden. Ik hou van mensen met oog voor wat er leeft.
“U heeft het hier mooi voor elkaar,” lach ik. Ik kijk nog eens rond en mijn blik blijft rusten op zijn bezem. “Ja, “ zegt de man “Ik ga weer eens verder,” en hij begint weer te vegen. Ik groet hem vriendelijk en loop door, de lange weg af, terug naar huis.

.

Natte schoenen en een warme kachel

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 6,5 minuut.

Als ik wakker word, is het koud in mijn kleine huis. Ik heb een donzen slaapzak over mijn dekbed gegooid voor extra warmte, maar die is helemaal naar onderen verschoven. Ik waag me snel buiten de dekens om hem omhoog te trekken, helemaal tot mijn kin en al gauw heb ik het lekker warm. Ik kijk door mijn wimpers omhoog naar het daklicht, het is nog schemerig en volgens mij is het bewolkt. Slaperig doe ik mijn ogen weer dicht en denk aan de droom die ik had.
Ik heb mijn armen vol met vijf kippen, en een mond vol wormen. Het hok is nog niet klaar, waar moet ik nu met ze naar toe? Er staan ook vier schapen te wachten in een kar, vlak naast het houten skelet, dat ons restaurantje moet worden. Het is een heerlijke bedoening en iedereen is druk bezig.

Maar waar ik nu ben is het stil, de schapen staan roerloos in de wei en alle dieren hebben zich teruggetrokken op deze koude ochtend. De vogels zitten met opgezette veren in de bosjes en geven geen kik.

Langzaam wordt het lichter. Ik moet er toch een keer uit. Als ik nou eerst een half uurtje mijn warmtepaneel aanzet? Dan is het niet helemaal koud meer, als ik de kachel aansteek. Ik heb nu extra stroom van het net. Het voelt als een luxe dat ik toch alles kan doen. Dat was vorig jaar wel anders, toen zat ik op een plek waar geen stroom was. Op bewolkte dagen als deze doen mijn zonnepanelen niks meer en ‘s avonds zat ik naar een kaarsje te staren. Het heeft wel wat, die sobere rust, je bouwt er energie mee op en het verdiept je gedachten. Maar deze winter ben ik verwend met een beetje luxe.
Gauw glijd ik uit bed en stop de magische stekker in het contact. Als ik mijn infrarood paneel een half uurtje aan heb, kost dat maar 2,5 cent.
Ik soes nog een poosje verder, net zolang tot het helemaal licht is en dan ben ik ineens klaar wakker. Wat zal ik doen vandaag, zal ik een uitstapje maken naar Schiermonnikoog en om daar een mooi verhaal over te schrijven? Of blijf ik thuis? Eerst maar eens opstaan. Ik spring uit bed en in gedachten steek ik de kachel aan. Al gauw brandt het. Ik vul de ijzeren kom met water en zet hem erop voor eikeltjeskoffie. De onderkant sist op de hete plaat. Al gauw wordt het lekker warm in mijn huisje.

Als ik naar Schiermonnikoog ga, dan moet ik nu wel kampeerboerderij de Branding bellen. Ga ik dat doen? Nog steeds in gedachten pak ik mijn sokken, die op de vensterbank naast de kachel liggen en prompt stoot ik met mijn elleboog de kom met water om, precies over mijn schoenen heen, die er lagen te drogen. Ik voel er aan, misschien valt het mee. Maar nee, ze zijn drijfnat, van buiten en van binnen. Ik keer mijn bijl om en zet de ene schoen op zijn kop op de steel. Straks doe ik de andere wel. Ik ga rechtopstaan en kijk peinzend door de raampjes van de deur naar buiten. Dat wordt dus niks met Schiermonnikoog. Ik heb geen eens iets om aan mijn voeten te doen.

Eigenlijk ook wel prettig dat alles zo duidelijk is en om niets persé iets te hoeven. En een verhaal, dat vind ik thuis ook. Het zit in de kleinste dingen. Alles is er vol van, zelfs in een natte schoen is een verhaal te vinden.

 

Dit is de aflevering van Dennis en de Vrije geesten. Het is mooi gebracht. Nog even deze toevoeging: Ik win mijn vrijheid door een combinatie van discipline en speelsheid en dit is een investering voor de toekomst. Mijn woonwagen is ook eerder een tiny house, dan een reiswagen. Ik hoop in de toekomst ergens neer te strijken om te blijven en er wat moois van te maken.

https://www.sbs6.nl/programmas/dennis-en-de-vrije-geesten/videos/NgMNI0Ejev4/video/

App om reclame er uit te halen: Raspberry pi met pihole

.

Zwarte Haan aan Zee, (een lange podcast extra)

.

 

Deze week ben ik in Zwarte Haan. Het is een gehucht dat vanwege zijn ligging heel bekend is. Ik sprak verschillende bewoners en onderzocht de verhalen die er leven. In mijn podcasts kan ik meer vertellen dan binnen de korte tekst van een blog.

Morgen eindigt mijn internetbundel en ik heb mijn nieuwe simkaart niet ontvangen met onbeperkt internet. Ik moet nog uitvinden waar ik WiFi kan vinden hier aan het einde van de wereld.

Ik hoop dat het lukt om zoals gewoonlijk woensdag mijn blog te publiceren, maar in elk geval krijgen jullie vandaag deze lange podcast cadeau, om alvast te beluisteren. Veel plezier!

.