Als je doet alsof je er niet bent, dan gebeurt het pas. Gefladder om je hoofd en geknabbel aan je tenen.

.
Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.
Even langzaam als altijd stap ik het trapje af, de Swette in. Ik kan ook duiken, of me achterover laten vallen, maar dat doe ik niet. Ik houd het rustig. Het water is warm, dus ik hoef niet per se langzaam te wennen aan het grote temperatuursverschil, zoals in de winter. Zo warm is het, dat de bovenste laag van het water lauw aanvoelt. De vissen weten het ook. Als ik een tijdje op het trapje blijf staan happen ze zachtjes in mijn dijen, normaal gesproken. Dat doen ze nu niet, vandaag proeven ze mijn tenen, ver weg, in de koude onderstroom. Vooral mijn kleine teen is favoriet. Gelukkig is de Swette diep genoeg. Ik stap het trapje af en ga staan. Mijn voeten zakken in de zachte modderige bodem. Als ik hetzelfde in het midden doe, ga ik net precies kopje onder. Het is dus ongeveer 1.70 diep hier. Water uit het IJsselmeer stroomt hier landinwaarts op zulke hete, droge dagen. Wat zijn we blij met de Swette. Ook in het dorp weet groot en klein de waterloop te vinden. Maar nu is er nog niemand, het is vroeg, slechts een enkele fietser gaat aan de overkant voorbij over het jaagpad. Zo vroeg in de ochtend is het nog lekker, en er staat een stevig briesje waardoor de warmte hier niet zo heel erg heet aanvoelt. De fietser verdwijnt om de bocht, bij het verlaat achter het wilgenbosje. Ik laat me drijven, mijn handen bewegend langs mijn lichaam als de vinnen van een vis. Er drijft iets vlak onder me, ik voel het. Het is een waterplant met harde lange slierten die in een punt samenkomen, alsof het uit groen glimmend karton is geknipt. Ik drapeer het rond mijn hoofd, als de haren van een waternimf. Zonder mijn hoofd te bewegen volg ik een visdief, die om mij heen boven het water scheert, op zoek naar vis. Mijn camouflage werkt. Hij trekt zich niks aan van mij. Met een snelle duik raakt hij vlak naast mij het water en schiet weer omhoog. Beet! In zijn bek heeft hij een kleine vis. Weg is hij weer. Iets verderop hippen twee vogeltjes op het water. Zo lijkt het. Als ik dichterbij kom zie ik dat ze van het ene plompeblad op het andere trippelen en fladderen. Ze hebben gele buikjes en hun staarten wippen op en neer. “Kwiek!” roept de ene. Het zijn gele kwikstaarten, die vliegjes vangen.
Langzaam laat ik me terugdrijven en klauter weer de steiger op. Hoog in de boom klinkt het luidruchtige gefladder van een houtduif. Hij heeft me gezien en zweeft na een paar vleugelslagen de akker in aan de overkant. Ik zie het allemaal. Veel mensen komen druk zwemmen in groepjes. Maar stil zijn is ook mooi. Alles laat zich zien zoals het is. Als je doet alsof je er niet bent, dan gebeurt het.
.
Prachtig. Zo ben je echt één met en onderdeel van de natuur 💚
LikeLike