Mijn leven met Mol

De mollen hebben het moeilijk. Bij mij woont er een en we leven vreedzaam samen. Ze maken de bodem los, zodat zaad kan groeien in luchtige grond.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

De grond beweegt. Daaronder het oppervlak woont een blind dier dat zich continue een weg baant met zijn puntige snuit en graafhandjes. De mol. Zijn hele lijf doet mee, hij wurmt en wriemelt zich een weg en moeder Aarde koestert hem in haar schoot. Hij maakt de grond los en klaar om nieuw zaad te ontvangen. Zo was het. Maar hij heeft het moeilijk, de laatste tijd. Soms is het kletsnat, dan is het weer kurkdroog. De laatste weken was de kleigrond hard, doordat het wekenlang niet regende. Hij volgt de zandpaden die ik maakte en de grove graszoden die ik ernaast heb opgestapeld. Onder de stapel zoden is het nog vochtig en vol wormen. Het zandpad biedt hem een mooie route langs de beste snackplekken en daar vallen de wormen zo zijn gang in. Langs dat pad staan pas geplante boompjes, en ook die gaat hij af. Hij weet precies welke ik water geef. sporkehout doet niet moeilijk, maar houdt zijn blaadjes klein en groeit niet. Ik giet een volle emmer leeg bij eentje die het wel erg slecht getroffen heeft. Het water kolkt direct de mollengangen in, weg van de behoeftige wortels van de plant. Gauw duw ik proppen klei en hooi in de gangen. Ik druk de grond aan, naar de jonge struik toe, zodat hij op een bultje komt te staan. De mol kan er alsnog omheen om nog een wormpje mee te pikken. Er is genoeg te halen hier, voor mol. Op veel plekken groeit bosandoorn en bladkool, hun grote bladeren maken schaduw op de bodem. Een tapijt van gemaaid en uitgetrokken gras gaat de verdamping tegen en maakt ook dat dit een van de weinige plekken is waar hij kan leven. Ook de rij grote wilgen doen veel goeds. Hier is het nog enigszins vochtig. Tussen die pasgemaaide weiden vormt het een kleine oase. De grond van die weiden is keihard en kurkdroog. Er zit maar weinig organisch materiaal in dit gebied. De droogte maakt de klei bijna zo hard als steen. Hoe zou hij hier moeten overleven? Twaalf uur zonder eten en Mol is dood. Op de Swetteblom onder de bomen mogen ze hun gang gaan en er worden hier geen klemmen gezet en geen glasscherven in hun gangen geprikt. De mensen houden hier niet van die gemene dingen. Het is leven en laten leven. Dus zowat overal waar het maar mogelijk is vind je mollengangen. In de bosjes en langs de bomen, dat zijn favoriete plekken. Daar is de grond rijk aan humus en vol beestjes. Hier wordt de grond niet hard in droge tijden en ook niet zompig bij langdurige regenval. Regen is fijn voor Mol, maar als het teveel is loopt zijn hol onder water en verzuipt hij. Bomen en bosjes bieden hem overlevingskans, in droge en natte tijden. Doordat ik ze plant help ik wormen en mijn Mol. Hij weet mij dan ook goed te vinden. Het terrein rond mijn wagen ligt wat hoger en vormt in natte tijden een veilige haven. Overal zie ik omgewoelde aarde. We leven hier vreedzaam naast elkaar. Ik weet precies waar zijn gangen liggen. Daar stap ik netjes tussendoor, zodat ik niets plattrap en hij geen nieuwe hoeft te graven. Dat wordt immers steeds lastiger als het in de lente weer droger wordt.

Ik geef de mollengangen ook wel eens water. Dat trekt wormen aan. Ja, het gaat slecht met de mol, niet alleen omdat mensen een hekel aan hem hebben, maar ook door toenemende weersextremen. De mol mag daar net zo min de dupe van worden als welk ander dier of mens dan ook. Dus ik zorg goed voor hem. Mijn Mol.

.

.

Luister hier

Plaats een reactie