Een schoentje voor Houdini (A mouse shoe for Houdini)

.

Smart work of a little mouse

Alles heeft zijn plek in het bestaan. Daarom heb ik spinnen in huis en vliegen. Maar met muizen heb ik geen pardon. Die vang ik. Maar sommigen zijn zó slim! Zoals Houdini, genoemd naar de bekende boeienkoning.

.

“Alles heeft recht op leven” zei mijn man, toen ik de zoveelste naaktslak door de plee spoelde. “Ach joh, in het riool stikt het vast van de slakken. Ze kruipen er gewoon weer uit en komen ’s nachts door het afvoerputje weer het huis in.” dat zei ik. Niet dat het me erg veel kon schelen. Gek is dat. Voor mijn gevoel geef ik mijn hele leven al om beestjes, groot en klein. En toch is het pas na de dood van mijn man goed op gang gekomen.

Het was twee of drie jaar later. Ik zat op de rand van een vijver. Mijn oude jeugdvriendin zat naast me. Ik had haar al vele jaren niet meer gezien. Ze wilde omscholen. “Ik wil verpleegster worden,” zei ze. Ondertussen viste ze me haar wijsvinger een spartelende vlieg uit het water. “Het is heel leuk, zo’n vijver, maar ik vind het zo erg om al die beestjes te zien verdrinken, het gaat de hele dag door! Ik kan ze er niet allemaal uitvissen…” Verbaasd keek ik naar het vliegje op haar vinger. En dan naar al die andere spartelende beestjes. Ik hoorde de echo van mijn man. “Alles heeft recht op leven!”
En nu is het alsof het altijd al zo geweest is. Ik red bijna elke dag wel wat: een vlieg in een emmer water, een worm die ligt uit te drogen op het fietspad. Of het is een langpootmug in een verlaten spinnenweb, of een wesp uit de stroop. Dan was ik hem voorzichtig af met een nat strootje. Ik vermoord geen wespen. In deze tijd zijn ze op zoek naar zoetigheid. Dus voer ik ze suikerwater. Merels en ook andere vogels eten wespen. Dat is erg welkom in deze tijd van droogte. Alle dieren hebben niet alleen recht op leven, maar betekenen iets in het geheel. Waarom zou ik doden alleen omdat ik er last van heb?
In mijn huis leven spinnen, verstopt in hoeken en kieren. Vooral roofspinnen, die geen web maken. Die eten de vliegen of zuigen ze leeg. Ik vind het prima. Maar waar ik geen pardon mee heb, zijn muizen. Die vang ik in een val. Eentje waar ze niet dood in gaan. De slimste van hen heb ik Houdini genoemd, naar de boeienkoning. Hij ontsnapt telkens weer.

Het is drie uur als ik wakker word door een harde klap. De muis! Gisteravond heb ik toch maar de val gezet. Ik hoop dat ik geen muizen meer heb, maar je weet nooit. Gisteren heb ik alle gaten dichtgestopt. Zoals de kier onder de achterdeur. Maar ook boven het markies onder de dakrand vond ik er gaatje. Het was dus niet genoeg. Nu zit er eentje in de val.“Ze kunnen door kiertjes ter grootte van een potlood!” zei de man van de ijzerwinkel. Hij krijgt veel mensen die vallen kopen. De val die ik bij hem kocht doet het goed. Het enige probleem is dat sommige muizen dus razend intelligent zijn. Zoals Houdini. Alles opeten en de klep achter zich dicht laten vallen. Een draadje om het palletje heen te winden en de klep blokkeren met een luciferdoosje. Ongelooflijk. Maar nu heb ik toch echt een muis in de val. Nieuwsgierig klim ik uit mijn hangmat. Is het hem? Het is een veldmuis. Bruin. Druk rent hij heen en weer, tot zoverre als dat kan in het kleine hokje. Ik gooi nog was extra havervlokken door het gaas en werp een handdoek over de val. Dan kan hij rustig worden. Morgen zet ik hem uit, aan de andere kant van de Swette.

Ik zwem. De ingepakte val net boven het water in mijn ene arm, met de andere doe ik schoolslag. Ik wil hem uitzetten in het wilgenbosje, naast het verlaat. Voor het verlaat hoef ik niet meer te zwemmen. Het wordt er steeds ondieper. Ik buk, om onder het bruggetje door te gaan. Daarachter is het verlaat, een gemetseld huisje dat de waterstand regelt. Links en rechts een schuine oever van beton, begroeit met glibberige algen. Dan blijf ik stokstijf staan. Die ogen! Vlak voor me zit een zwarte kat, die me gefascineerd aankijkt. Moet ik mijn muis hier wel loslaten? Even aarzel ik. Dan zet ik door. Houdini is vast slim genoeg om de kat zijn klauwen te ontlopen. “Kssssjt!” zeg ik. Het dier rent weg. Het lijkt me een jong beest, en fanatiek ook nog. Ik klauter omhoog en houd me vast aan de betonnen wand die naast de glibberige helling staat. De kat verdwijnt tussen de spijlen van het hek, dat om het gemaal heen staat. Daar weet ze zich veilig. Op het gemaaide veldje naast de muur houdt ze alles in het oog wat ik doe. Ik loop verder, tot ik haar niet meer zie. Onder de bosjes is een boomstronk, blad en zaagsel. Dit is een goede plek. Ik druk de klep open en de muis rent weg, Roetsj! Houdini heeft zijn vrijheid terug. Ik wens hem een mooi hol met veel slimme kinderen. Hoewel, was het hem wel? Dat weet je maar nooit, met muizen. Had ik hem maar een schoentje aangedaan. Een schoentje voor Houdini.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Everything has a right to live. I have spiders in my house. But mouses are not welcome. I catch them in a trap. But some of them are so smart!

Zoveel kuikens! (So many chicks)

.

.

Als vegetariër ontmoette ik een kippenboer. Het was een vrolijk gesprek. Als we spreken over een grote liefde van hem gaat hij stralen. Weidevogels.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH version? Click on the button under the text.

.

Sinds kort weet ik dat hier in de buurt een kippenschuur staat. Het is drie kilometer verderop, langs de weg. Er ligt een klein veldje waar schapen in staan. Maar gisteren zag ik er ook een kieviet, die alarm sloeg en rondcirkelde. Een nest? Vandaag aas ik op het moment om daar meer over te weten te komen. Ik ben op weg naar Weidum, op de fiets. Dan zie ik iemand bij het huis van de kippenboer. Een jonge vent wil net op zijn zitmaaier stappen om het gazon te maaien. Ik stop, stap af en zwaai naar hem. “Hallo, mag ik wat vragen?” roep ik. Ja dat mag. Hij stapt van zijn maaimachine en komt me nieuwsgierig tegemoet. “Die kieviet in het land hiernaast, heeft die eieren?” Hij grijnst en gaat er echt voor staan om antwoord te geven. “Nee, daar lopen kuikens.” zegt hij. ”Maar daarachter lopen er nog veel meer! Kievieten en grutto’s. Het wemelt van de kuikens!” Hij straalt helemaal. “En elk jaar worden het er meer. We houden het land nat met een pomp. Dat is goed voor de insecten en de muggenlarven. Die eten ze, de kuikens. Moet je eens kijken wat een wolk vliegjes! Het gaat goed!”

Ik stel de ene vraag na de andere. Hij weet veel van jonge vogels. Op verschillende manieren. Behalve voor de weidevogels, zorgt hij voor kippenkuikens. Die worden verkocht aan Albert Heijn. De klant eet graag het lichtroze vlees, keurig uitgestald en gesealed in plastic. Zo ligt het in de koeling. Maar het begint allemaal in een ei. Heel veel eieren zijn dat. En als ze uitkomen moeten de beestjes allemaal eten. Hij doet het samen met zijn pa. Ik heb mijn buurman wel eens horen mopperen, toen hij in een slechte bui was. Al die kippen die daar opgepropt zitten in die donkere schuur …. gromde hij. Daar moet ik aan denken. “Zoveel kippen in een schuur, daar is veel kritiek op,” zeg ik dan. ” Hoe ga je daar mee om?” Hij vertelt dat hij steeds opnieuw aanpassingen maakt. Er zitten nu grote ramen in het dak van de schuur. Er is ruimte bijgekomen om te scharrelen. De kuikens kunnen ook iets langer rondscharrelen dan vroeger, voor ze onder het mes gaan. De supermarkt betaalt hem ervoor, de prijs per kilo is hoger. “Ik zou best wel bio willen boeren,” zegt hij “Maar we kunnen niet verder uitbreiden. Er is niet meer scharrelruimte. De grens is bereikt.”
Het is balanceren. De eisen voor het dierenwelzijn worden steeds hoger. En er zijn steeds meer mensen die biologisch willen. Als boer verdient hij de kost met wat er gevraagd wordt. Hij werkt met de mogelijkheden die hij heeft en doet zijn best. Jonge kippen houden is zijn broodwinning. Maar dat hij echt van kuikens houdt, dat zie je wanneer hij over de grutto’s praat. En de kievieten. Om die dieren in zijn land te zien opgroeien, daar heeft hij alles voor over.

“Vorige week had de buurman een waterkanon aanstaan. Was dat niet erg?” vraag ik hem. “Ja”z egt hij, daar houden ze niet van. Ik heb een scherm neergezet. Dat hielp.”

In ieder mens is liefde en goede wil. Daar ga ik vanuit en dat blijkt ook, als je maar de juiste vragen stelt en kijkt waar de mogelijkheden liggen. Met enkel cynische blikken komen we niks verder. Met elkaar hebben we dit systeem gemaakt, en met elkaar zijn we er verantwoordelijk voor. Er verandert toch best veel. Ik heb hoop.

.

NEDERLANDS

ENGELS

As a vegetarian, I met a chickenfarmer. It was a happy conversation. As a farmer, he earns his living with what is asked. He works with the possibilities he has and does his best. Keeping young chickens is his livelihood. But you can see that he really likes chicks when he talks about the black-tailed godwits. And the lapwings.

OOR VOOR LUISTERLANDSCHAP (Ears for sonic landscape)

.

Mei de skries fan e Fryske greide giet it net sa goed

.

Een bos of wei hoort vol te zijn van het levend concert, maar dit sonisch landschap verdwijnt overal, in snel tempo. Een boeiend web van geluid lijkt een gunst in het leven, een aangename bijkomstigheid, maar het heeft nauwelijks rechten. Het is tijd om de noodzaak ervan te herontdekken. (Mede geïnspireerd door David George Haskell.)

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want tot listen to the ENGLISH translation? Push the button under the text

Hoe eenvoudiger ik leef, hoe rustiger ik word. Muziek luisteren is ook iets wat ik steeds minder doe. Toch, soms krijg ik echt zin om te swingen. Dus dan ik probeer het maar weer eens. Ik pak de laptop en open I Tunes. En ja, daar komt mijn muziekbibliotheek tevoorschijn, met allerlei plaatjes keuzes te zien. Allemaal muziek die ik gekocht heb. Ik klik op Miriam Makeba, maar ik hoor niks. Wat nu? Eerst maar eens inloggen bij Apple. Ik ben mijn wachtwoord vergeten en ben een paar minuten bezig. Vier keer moet ik een code invullen. Steeds weer een andere. Net voor ik ongeduldig word lukt het om er op te komen maar ik kom er niet achter wat er is. Ik ga terug naar mijn collectie. Daar gaf ik een paar honderd euro aan uit. Ik kom er steeds meer achter dat dit eigenlijk niks betekent. Ik ben er geen baas over. Er kan van alles zijn. Een nieuwe laptop waarop I Tunes niet meer werkt, of je moet ineens bijbetalen voor iets waar je allang voor betaald had. Geen idee wat het nu weer is. Uiteindelijk geef ik het op. Zo gaat het vaker. Uit dat ding, dichtklappen en weg ermee. Het is immers lente.

In de lente is alles muziek. Alles is vol geluid, gefladder en gefluit. De puttertjes piepen in het veld als ze niet in de gaten hebben dat ik er ben. De karekiet is tot mijn verrassing terug, en fluit zijn riedel in het riet. De groenlingen, de ringmussen hoor ik elke dag achter mijn wagen ruzie maken en zaad eten. Ook de pimpelmees, de koolmees, de merel en de vinken hoor ik. De winterkoning is druk bezig met nestjes bouwen en vliegt van hier naar daar. In en om het water laten waterhoentjes en meerkoeten weten dat de winter voorbij is. Ik luister de hele dag door. Elke vogel kan ik van de ander onderscheiden zonder hem te zien. Voor ik ze gespot heb, hoor ik ze en ik weet dat ze er zijn.

Eigenlijk is het een verwaarloosd deel van de schepping. Het geluid. Net als geur eigenlijk. Het zijn de ongrijpbare dingen van het leven. Maar als de zanger niet zingt wat rest ons dan nog? Geluid verbindt en onthult. We kunnen met het oor zien wat voor het oog verborgen is. We kunnen een sfeer creëren met elkaar. Zingen, spreken of fluisteren. Of iets verkondigen met luide stem. We kunnen luisteren met fonkelende ogen en rode wangen of zacht en verontwaardigd sissen. Dieren kun je zachtjes horen sluipen, als er een takje kraakt onder hun poten. Ze springen, grommen of fluiten, en elk dier luistert. Waar zijn de anderen, waar is het gevaar? Elk geritsel, geklop, geblaf of gekraai is belangrijk. De verscheidenheid aan bomen en struiken maakt het geluid nog gevarieerder. Het is de akoestiek van het landschap.

Een landschap hoort vol te zijn van dit alles, maar het verdwijnt steeds meer. Geluiden zijn een gunst in het leven, maar ze hebben nauwelijks rechten. Het web van geluiden, de akoestische wereld van een bos of wei, kan zonder ophef naar de kloten worden geholpen. Weinigen merken het op, hoe luisterlandschap almaar kariger wordt. (Ik ben toch blij dat dit in Friesland anders is, hier weet men, het is stil geworden op de weiden en het wordt zeer betreurd en er wordt hard aan gewerkt.)

Ik stop de laptop terug in het vakje waar hij hoort en stap langzaam het bordes op, zonder te stampen of met de deur te klappen. De vogels hoor ik nog steeds, maar ik zie ze niet. Ze zitten achter het lichtdoorlatende zeil. Het is geen mooi zeil meer. Het is oud en het wordt steeds groener. Maar het werkt en de dieren en ik zijn er aan gewend dat het zo is.

Er is veel leven op deze stille plek, twee kilometer van de weg af. De vroege ochtend is bijna voorbij. Het is het allermooiste deel van de dag en ik wil het niet meer missen. Het concert aan geluiden is voor mij een reden om andere concerten te laten gaan. Ik hoef nergens heen, want de ochtend geeft mij meer dan ik in jaren heb gehoord. De wereld aan geluiden, dat is het wat ik wil helpen scheppen. Gezoem van bijen en hommels horen. De grutto en de kievit in de wei in het voorjaar, de uilen en de kramsvogels in de winter. Hoe langzamer ik leef, hoe beter ik kan luisteren. Laat I tunes maar in de plomp zakken. Ik ga live.

PS Binnenkort is het vier mei, dan kan je weer twee minuten luisteren naar de stilte. Maak er wat moois van met elkaar! Hieronder staat het artikel dat mij inspireerde.

.

Foto: Alowieke van Beusekom

.

NEDERLANDS

ENGELS

We verwaarlozen de sonische diversiteit van de natuur en lopen zelf risico. Menselijke activiteiten leiden onze aandacht af van de levende aarde. Dit is waarom dat belangrijk is. David George Haskell

This story was originally published by Yale E360 and is reproduced here as part of the Climate Desk collaboration.

Geluid wordt gemaakt van de meest kortstondige dingen op aarde, onaanzienlijke luchttrillingen. Toch is geluid ook de grote verbinder en onthuller. Omdat geluidsgolven door en rond obstakels gaan, verbinden ze levende wezens met sonische informatienetwerken. Sommige van deze netwerken zijn communicatief – liedjes, muziek en spraak – en sommige komen neer op afluisteren – roofdieren en concurrenten die naar elkaar luisteren terwijl ze ademen, bewegen en eten. Luisteren kan dus de onzichtbare dynamiek van de levende wereld onthullen. In een tijd van crisis en snelle veranderingen biedt luisteren ons een krachtige manier om verbinding te maken en te begrijpen.
Maar wat we horen is vaak geluidsverlies. Een deel van dit verlies wordt uitgewist door het uitsterven van soorten. Het lied van de Kaua’i ʻōʻō, een honingeter uit Hawaï, of de boomkikker aan de rand van de Rabbs uit centraal Panama zal nooit meer door de bossen weerklinken. Een andere vorm van verlies is de verminderde sonische diversiteit van habitats: een vermindering van de verscheidenheid aan melodieën, de rijkdom aan lagen van verschillende geluidsfrequenties, het bereik van verschillende tempo’s en de tijdelijke variabiliteit van sonische expressie door dagelijkse en seizoenscycli. Boomplantages of rijgewassen zijn akoestisch flauw en bloedarm vergeleken met de kracht en weelderige sonische variaties van een bos dat rijk is aan divers leven. Overmatig motor- en industrieel geluid veroorzaakt ook verlies van sonische diversiteit door andere geluiden te verstikken en de akoestische banden te fragmenteren die vroeger bevolkingsgroepen en gemeenschappen met elkaar verbonden. En dan is er nog het verlies veroorzaakt door onze onoplettendheid. Wanneer we niet langer luisteren, wordt de rijkdom van de menselijke zintuiglijke ervaring, een noodzakelijke basis voor juist handelen, uitgehold.
Elke habitat op aarde heeft zijn eigen sonische signatuur, gemaakt van de duizenden stemmen die op elke plaats aanwezig zijn. Het duurde lang voordat deze sonische diversiteit ontstond. Predatie hield waarschijnlijk honderden miljoenen jaren lang een deksel op de sonische communicatie. De eerste dieren in de oceanen en op het land konden horen, vooral in de lage frequenties. Zingen of schreeuwen was daarom de dood uitnodigen. Tot op de dag van vandaag zijn vocale wezens degenen die snel kunnen ontsnappen of zichzelf kunnen verdedigen. De kikker, krekel en vogel danken hun gezang voor een deel aan hun springende poten of vleugels.
Toen communicatief geluid eenmaal evolueerde, te beginnen met oceaanvissen en schaaldieren en krekelachtige insecten op het land, diversifieerden de creatieve krachten van evolutie al snel het geluid, waarbij ze eenvoudige kreten aannamen en de complexiteit en nuance opbouwden die we tegenwoordig om ons heen horen. Deze creatieve evolutionaire processen werkten over vele tijdschalen, en dus onthult geluid de vele lagen van de generatieve krachten van het leven. Verlies van de geluidswereld tast de erfenis van deze verschillende tijden aan en vermindert de evolutionaire creativiteit en mogelijkheden voor de toekomst.

.

Lees verder “OOR VOOR LUISTERLANDSCHAP (Ears for sonic landscape)”

Het bewaken van de brede rietkraag

De laatste hazen op het land

.

Ik had zelf een haas willen fotograferen, maar ik heb er geen één meer gezien, hoe vaak ik ook uit het raam kijk. Dus dit is een uitgeknipt exemplaar, van een oude vintagekaart. Het spijt me!

.

Ik heb grond nodig, om me betrokken te voelen. Zorg voor het land verbindt ons. Ik weet dat ik op aarde te gast ben om die zorg ook te dragen.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Vijf mannen jagen op de laatste paar hazen. Ik ontdek het, wanneer ze net precies langs de overkant van de sloot lopen, vlak langs mijn huisje. Als ze me zien nemen ze meer afstand. Goed zo. Ik blijf staan kijken terwijl ze een schot lossen. In één keer raak. Een man pakt het dier bij de achterpoten en loopt verder. Ik kijk hem na. Ik zie hem nog eens omkijken in mijn richting. Hee, een nieuwe bewoner. Die hebben we hier nog niet gezien. Ik denk hetzelfde. Ik heb de jagers hier ook nooit gezien. Ik frons mijn wenkbrauwen. Mag dit wel? Dan hoor ik wat aankomen. Ik kijk om. Op het pad rijdt een auto. Hij is van mijn buurman. Ik steek mijn hand op en hij stopt. Hij draait zijn raampje open en we praten er over. We zijn het eens. Jagen als er een plaag is, okee, maar ze staan op de rode lijst. Mijn buurman denkt dat ze inmiddels beschermd zijn. “Nee”, zeg ik “Nog altijd niet. Maar..” Voor ik mijn zin af kan maken, komt er vanuit het niets een haas langs ons heen scheren. Gillend van angst rent hij de bocht om, onder de haag van wilgenbomen door, achter mijn huisje langs. Een vuilgele hond zit hem achterna, kwijlend van jachtdrift. Hij is nog maar drie meter van hem verwijderd. Grommend als een beer schiet ik toe. Ik hol hem achterna, het hele veld over en zwaai breed met mijn armen. De hond taait af, schichtig omkijkend naar dat woeste vrouwbeest. De buurman maakt het af. Met zijn auto zit hij de hond op de hielen, tot het begin van Jochumsreed.

Wat ontdaan loop ik even later het veld af. In de verte lopen de jagers, richting de sloot die naar Bears loopt. Ze lopen evenwijdig aan het land van Jochum. Dat is een lang smal stuk, van acht hectare, vlak langs de Swette. Ik zie nu dat ze niet één, maar drie honden hebben. Die kunnen met elkaar een drijfjacht houden, de hazen achterna het riet in. Oppassen! Ik loop gelijk met de jagers op, zo’n honderd meter van ze af. Ik zie dat ze naar me kijken. Vlak bij de Bearservaart blijft het groepje staan. Ik weet dat hier de meeste dieren zitten. Het is het verst van de weg, en er komen zelden mensen. Er is aan twee kanten water. In die dooie hoek, tussen het riet, kunnen dieren echt tot rust komen. Daarom voelt het voor mij des te meer als heiligschennis. De jagers hebben al zoveel hectare, laat dit hoekje dan met rust! Gelukkig heb ik een zwart leren jas aan. Dat oogt stevig en stoer. De honden staan rustig naast hun bazen. De vuilgele hond kijkt mijn kant op, de kop in de nek, alsof hij me ruikt.

Ik denk aan de Yanomami indianen in Brazilië. Hoe zij de grenzen van hun land bewaken, zoals ik nu doe. Ik stel me voor hoe ze kijken naar die mannen. Ook daar hebben ze geweren. Met één verschil, die kogels zijn voor hen gevaarlijker dan voor mij. Activisten verdedigen hun leefgebied, de planten en de dierenwereld. Meerderen zijn gesneuveld. Via onze bodem zijn wij met dat net verbonden. Zelfs al woon ik duizenden kilometers verderop.

De mannen kijken nog even mijn kant op en draaien zich om. Ze lopen steeds verder van Jochums land vandaan. Een enkel schot klinkt nog luid over de vlakte. Ik zie een haas de goede kant op rennen, naar ons stuk. Hij schiet de brede rietkraag in, die langs de Swette loopt. Die te bewaken, dat is mijn doel. Ik tuur naar de handen van de jagers. Hebben ze nog meer gevangen? Het lijkt van niet. Maar ze zijn al ver weg en ik weet het niet zeker. Verder lopen ze. De mist in, met hun geweren. Even later tref ik boer Jochum in de deuropening van zijn schuur. Ik vraag hoe het zit. Mag dit hier, jagen? Zijn antwoord is duidelijk. “Ik heb dit jaar de vergunning opgezegd. Ze mogen niet meer op mijn land komen. Het gaat slecht met de hazen. Niet door de jacht, maar door de agrarische monocultuur. En om nou voor de sport die laatste hazen te laten schieten, dat is mij te bar.” Hij praat erover zonder zich op te winden. Zijn leven lang al komen er jagers, hij is het gewend. “Ze zouden maar één keer komen, zeiden ze.” Ik zucht opgelucht. Terwijl ik terugloop denk ik aan de Yanomami. En aan alle anderen die geworteld zijn op grond, die deel uitmaakt van hun identiteit. Ze maken zich sterk en niet alleen voor zichzelf. Het gaat om veel meer. Is het genoeg? Al die mensen, hoe sterk zijn wij, met elkaar? Hoe sterk, en hoe verbonden?

.

De jagers die hier komen, beweren dat de populatie niet veel verandert, ze vangen elke herfst evenveel hazen, zeggen ze. Maar hazen, en ook konijnen, staan op de rode lijst. Toch mochten de jagers dit jaar weer jagen. Het gaat nu heel hard achteruit. Vergelijk het met een worst. Je kan er steeds een stuk afsnijden en zeggen dat er niet heel veel veranderd is, ten opzichte van vorig jaar.

In de politiek is er al jaren gesteggel over het wel of niet verbieden van de jacht. In 2013 was er bijna een verbod gekomen voor plezierjacht, maar dat ging niet door omdat de PvdA het toch weer uit zijn verkiezingsprogramma haalde. Nu is de tweede kamer vóór een verbod op het schieten van specifiek hazen en konijnen. Meerdere mensen vinden dat niet wijs. De hele plezierjacht moet stoppen, anders wordt het volgende dier de klos, zoals de wilde eend. Die mogen ze nog wel schieten. De traditie van de jacht al eeuwenoud en een eventueel verbod is een emotioneel beladen onderwerp.

.

Maar eh….. Kunnen ze niet op muggen gaan schieten? Of muizen? Daarvan hebben we regelmatig teveel!.

.

.

.

Bij een drijfjacht zit er voor de hijgende haas niks anders op dan de sprong het water in. Een passant uit Sneek zag ze, bij een andere gelegenheid. De één na de ander maakte een noodsprong. Het was een rotdag, zei hij. Dat begrijp ik. Er zullen er vast hazen verdrinken zonder dat iemand er acht op slaat.

.

Artikel uit de Leeuwarder Courant, 26 dec 2021. Dit gebeurde niet ver hier vandaan, bij kennissen van ons.

Een veld vol acrobaten

Herfstmagie en windgetover

.

.

.

Piepkleine trapezewerkers veranderen het veld in een fonkelend herfstkleed.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Er zijn momenten dat de hele wereld omhuld wordt in een mantel van magie. In de vroege ochtend, als de zon schijnt door witte sluiers, dan lijkt het of de dingen verlicht worden van binnenuit. Een zacht licht, dat tegelijkertijd straalt als kristal. Een gewoon rood pannendak is adembenemend. In die stille magie loop ik tussen de weilanden. De wind is nog niet wakker. De zon staat laag is nog nauwelijks zichtbaar. De eindeloze weiden zijn een tapijt, doorweven met zilveren herfstdraden. Wanneer ik verder loop langs het hek, zie ik dat het krioelt van de kleine spinnetjes. Sommige hangen aan hele lange draden. Een heel licht briesje is genoeg om hun miniscule trapezekoorden te laten bewegen. Zodra hun pootjes de vaste materie raken, beginnen ze snel te weven. Nu besef ik in volle omvang wat ik zie. Het hele weiland is vol acrobaten! Piepkleine trapezewerkers veranderen het landschap in een fonkelend herfstkleed. Dat is pas kunst. Konden wij zoiets, dan zou het meteen de krant halen!

Langzaam loop ik verder, heel rustig, om de smienten niet te storen, die verderop zitten. En terwijl ik naar dit alles kijk, op deze magische ochtend, vraag ik me af hoe het is, om enkel te leven met wat er is. Het leven van de wind, net als de spinnen die hun webben weven. Kon ik maar meereizen met die wind, in de straalstroom, net als de zwaluwen. Zaden en sporen vliegen hoog het water over en ontkiemen in andere grond. De ganzen vliegen gakkend over en vinden hier hun winterbestemming. Ze hebben een lange tocht over zee gemaakt, helemaal vanuit hun broedgebieden rond de poolcirkel. Hun witte vleugels veranderen in zeilen. In mijn verbeelding zie ik Les Tres Hombres. Zij gaan juist de andere kant op. Ze varen de oceaan over om eerlijke cacao te halen voor onze verwennerij. Hun zeilen hangen er belabberd bij, er staat nauwelijks wind. Een grijze lucht hult de horizon in mist. Ik voel kleine druppels op mijn wangen, zo klein zijn ze, dat je het niet eens regen kan noemen. Ik kijk naar de zon die langzaam opstijgt uit de lichtgrijze herfstnevels. Witter en witter wordt het licht. Nog even, en dan is de magie verdwenen. Maar niet voor de spinnen. Zij weven door. Het hele veld vol eindeloze spinnenmagie. Langzaam loop ik het pad af.

.

.

.

PS: Het woord belabberd komt hier ook vandaan, uit de zeilvaart, wanneer de zeilen slap naar beneden hingen.

Gestolde snelheid

.

.

In het spinrag van gestolde tijd wemelt het van leven.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

En hier sta ik dan. Al negen maanden. In de gevlochten wilgenhaag rond mijn veldje zit spinmot en er vliegen steeds meer karekieten heen en weer. Een heel nest jongen heeft de weg gevonden naar de dichte takkenhaag achter mijn wooncocon. Mijn onvermoeibare vlechtwerk heeft veel gedaan en de lente was vochtig en groeizaam. Op de horizontaal omgebogen takken zijn overal verticale scheuten gekomen. Gaten worden gevuld met talloze buigzame groene loten, die ik opnieuw samen vlecht. Vliegjes en motjes zoeken die plekken op, het is lekker uit de wind. Ze vormen een voedselbron. Vogels vliegen af en aan. Ik kijk er steeds naar. Ja, ik ben tevreden over mijn werk. En toch leken de afgelopen dagen eindeloos saai. Buren en gasten rijden en lopen langs, twintig meter verderop. Ik hoor af en toe het knarsen van het grind en allen gaan hun gang. Ik kijk ze stilletjes na. Als je niks terughoort over het werk wat je doet, dan vraag je je toch wel eens af voor wie je het doet. Ondanks de karekieten. Snelle keuzes worden snel beloond. Soms, niet altijd. En àls het rolt dan rolt het als een trein, die van het één naar het ander rolt. Voor gewortelde keuzes is vaak meer geduld nodig, voor het langzaam maar zeker groter groeit en gezien wordt. En dan opeens blijken bezoekers vlak om de deur te staan, de één na de ander.

.

.

“Woon je hier nog maar negen maanden? Het lijkt alsof je huisje hier al veel langer staat. Het is een gezellig hoekje, dat je gemaakt hebt.” De jongen die naast me staat kijkt bewonderend naar mijn zelfgebouwde huisje en het driehoekje gras wat er achter ligt, keurig groen en gemaaid. Aan twee kanten wordt het minituintje omzoomd door de gevlochten wilgenwanden. Er zijn gele en paarse bloemen en er is een plantenkasje. Ook ligt er een hele dikke boomstam, om op te zitten. Er is in gehakt, kennelijk wilde iemand er ooit een beeld van maken. Ja, dit is nu mijn plek. Mijn Rijdende Verhalenhuis kwam hier in november aan. Het gras was nat, de bodem begon al wat zompig te worden. Ik moest hard door blijven rijden met die kleine wieltjes van de elektrische trekhond. En het begon ook nog te regenen. Als niet snel zou zijn en tempo zou minderen dan zou het gladde rubber gaan slippen. Ik had mijn oog op de bosjes gericht. Daar moest ik stoppen. Het liefst vlák ervoor. Het was de enige plek waar ik nog enigszins beschutting kon verwachten. Dat zou ik nog hard nodig hebben. Ik wist hoe heftig hij kan zijn, die zuidwestenwind, hier in het Noorden. In volle vaart stuurde ik haaks naar links en door die beweging was meteen de vaart eruit. Vlak voor de bosjes. De buurman keek toe. “Wil je niet wat meer ruimte bij je ingang?” Nee, zei ik. Het was goed zo. En dat is het nog steeds. In volle vaart is mijn Rijdende Verhalenhuis tot stilstand gekomen. De verhalen zijn bezonken in de klei en ontkiemen weer opnieuw, in de hete zon, in de donder en de bliksem of in weer en wind, aftastend naar ruimte en voedingsstoffen. In gestolde snelheid zijn tal van kleine groeisels ontstaan.

.

Sinds het hooien in mei, is de wilgenhaag al veel dikker en groener geworden.

.

De bezoeker kijkt tevreden en steekt zijn enthousiasme niet onder stoelen of banken. “Het was geweldig om het eens in het echt te zien. Als je nog eens iemand nodig hebt, dan weet je me te vinden.” Ik knik en schud hem de hand. Ik zal het onthouden. Terwijl ik terug naar binnen ga, duikt er een groepje mussen op de zonnepitten, die ik vanmorgen op de boomstam heb gelegd. De rest van de dag is stil, maar toch anders. Die avond klim ik tevreden in mijn hangmat en de volgende dag wordt opnieuw een verrassing. Ik ga mee met een groep mensen die zich sterk maken voor herstel van het landschap, we trekken er op uit, determineren grassen en zoeken uit welke kruiden er staan. We praten erover, we zien donkere luchten over het weidse landschap trekken en de blauwe lucht erachter. We worden net niet nat en zijn tevreden dat we elkaar kunnen ontmoeten. We weten allemaal hoeveel werk het is, wat er ons te doen staat. “Als je weinig terughoort over wat je hebt gedaan dan is het goed. Dan klopt het in de omgeving,” zegt een jongen. Ik zucht opgelucht. Ik denk aan de wilgenhaag bij mijn veldje. De dag gaat voorbij en ik kijk naar de mensen terwijl ze in de verte verdwijnen op hun fietsen. Het is of het water een nieuwe bedding heeft gevonden, die daar altijd al lag. Alsof dit een stam is, waarin ik altijd al thuishoorde en die verspreid over het land met hun groene vingers de ruimte doen herleven. Ik weet dat ze er zijn.

.

.

Laat de tijd maar eens stilstaan. In het spinrag van gestolde snelheid gaat het wemelen van leven. Altijd. Dat is de wet van de natuur.

.

.

Copyrights foto’s: Alowieke van Beusekom.

.

.

Gluren naar de karekiet

De stem van de natuur en haar rechten

.

.

Er zijn steeds meer organisaties die de natuur een stem willen geven. Maar dan zijn er nog altijd mensen nodig die die stem kunnen verstaan, zoals deze kennismaking met de karekiet het begin daarvan illustreert. (Je kunt ook luisteren naar dit verhaal. Klik op de link onder de tweede foto in deze tekst.)

Het is zomer aan het worden. De Swetteblom wordt steeds meer bezocht door stadsmensen, die het drukke leven moe zijn. De rust die deze plek uitstraalt is weldadig en steeds meer mensen weten het te vinden. Er zijn weekendgasten en soms mensen die hier langere tijd verblijven. Het veldje naast de Swette is erg populair. De hele winter liep ik daar om naar de aangrenzende steiger te gaan, voor mijn dagelijks bad. Nu doe ik dat niet meer. Niet nu er mensen staan. In plaats daarvan heb ik een geheim paadje gemaakt, verderop, dwars door het riet.

Het is half acht in de ochtend. Ik haal de kleden weg die mijn kleine huis verduisterden voor de nacht en open de deur. De zon schijnt met een zacht licht. In de verte hoor ik het heldere gefluit van de winterkoning. Ik denk dat hij een tweede nest heeft in de oude wilg. Ik wikkel de handdoek om mijn heupen en zet het vast met een ijzeren knijper. Nu heb ik een groen rokje aan. Met blote voeten in de klompen stap ik het bordes af, loop om mijn wagen heen en kruip door het poortje in de wilgenhaag. Nu het veld steeds vaker bezet is door gasten, heb ik mijn eigen paadje gemaakt, naar de weg. Zachtjes loop ik over het veld, mijn klompen pletten de harde stengels van het gemaaide gras. Ik steek Jochumsreed over, de zandweg vol stenen en kuilen, die naar de boerderij leidt. Ik speur naar de plek waar ik moet zijn. Een inheemse berenklauw markeert de ingang van mijn spoor door het riet. Het is maar heel smal en omlijst door een paar brandnetels, om nieuwsgierigen af te schrikken. Het paadje gaat direct de bocht om. Mocht iemand iets opmerken, dan lijkt het net alsof het daar al ophoudt. Alleen ik weet het te vinden. Daar, in die brede strook riet, daar komt nooit iemand.

Ik houd mijn adem in, wanneer ik tussen de brandnetels door loop. Ik leerde het van mijn moeder. Houd je adem in, dan prikt het niet. Voetje voor voetje loop ik over het klomp-brede pad, de bocht om en verder. Het riet strijkt langs mijn lichaam. Dan ben ik er. Daar, aan het water, heb ik een open plek gemaakt. Het is maar een vierkante meter, en het hoge riet vormt een dichte wand rondom mij, die hoger is dan ikzelf. Er ligt een dikke laag hooi. Het is een heel fijn nestje. Een nest dat niemand weet. Niemand? Dat dacht ik maar.

Ik trek mijn shirt uit. Dan hoor ik een zacht fluitje, vlak bij mijn hoofd. En daarachter klinkt geritstel. Heel langzaam draai ik mijn hoofd om. Het zijn twee karekieten. Ze komen steeds dichter bij en gluren naar me, tussen de rietstengels door. Nog trager dan net ga ik op mijn hurken zitten. Ik kijk naar hen en zij kijken naar mij. Heel lang, want niemand heeft haast. Tot ik me herinner dat ik ging zwemmen. Ik buig me naar voren. In het water staat een trapje, diep in de modder gedrukt. Ik span mijn spieren om heel langzaam die grote stap te nemen. Via het trapje glijd ik, traag en geruisloos als een krokodil, het water in. Er is nauwelijks een rimpeling. Ik glijd tussen de drijvende plompebladeren door, zoals ik dat leerde met kunstzwemmen: de benen gestrekt en strak als een duikboot. Mijn armen houd ik dicht bij mijn lichaam en mijn handen bewegen heen en weer als de vinnen van een vis. De karekiet gaat in een rietstengel verderop zitten en fluit zijn liedje. Boven het water vliegen talloze mugjes en een klein vlindertje. Overal hoor ik karekieten. Ze zitten ongeveer om de twintig meter en sommigen vliegen al fluitend steeds heen en weer naar de overkant. Stil kijk ik om me heen. Het water is niet heel koud meer maar nog wel fris. De kou trekt langzaam door mijn armen mijn lijf in. Langzaam drijf ik terug. Net zo geruisloos glijd ik terug naar het trapje. Traag als een oosterse butohdanser kruip ik terug de wal op. Ik ben een wandelende boom, zeg ik tegen mezelf. Je ziet bijna niet dat ik beweeg. Het hooi veert onder mijn blote voet. Het is warm en zacht. In het riet hoor ik opnieuw geritsel. Kleine kraalogen gluren naar me, tussen de stengels door.

Zo kan het zijn, wanneer we plekken behouden voor de dieren. Het riet is van de karekiet, ik ben hun eerste menselijke gast. Hij vertrouwt me, want het vertrouwen is nog nooit beschaamd. Zo kan het zijn. In het drukke mensenland zijn er nog altijd plekken als deze. Kleine stroken buiten onze paden. Stroken van soms maar een paar meter breed, zo begroeid dat niemand eraan denkt het te verkennen. Soms is het een kreek, een moddersloot, en maar weinigen zullen zich vuil willen maken om te zien wat daar is. Natuur en mensen kunnen heel goed met elkaar. Als je maar stil bent. Als je maar weet dat je te gast bent, op deze wondermooie aarde. Mensen zijn geen vernietigers. Maar alleen als we onze voetstap klein houden en onze bewegingen langzaam en betrouwbaar. Tevreden zijn met niets.

Er zijn steeds meer organisaties die de natuur een stem willen geven. Maar dan zijn er nog altijd mensen nodig die die stem kunnen verstaan. Die weten op welke stukken land we de baas zijn, en waar niet. Mensen die ecologische vrijplaatsen aan kunnen wijzen en zich daarover met anderen kunnen verhouden. Met elkaar kunnen we leren hoe dat moet, hoe we ons als gast kunnen gedragen. Wat is daar? Op die paden, buiten de onze? Een verkenningstocht is prachtig. Maar mysteries moeten er blijven. Met respect voor het nest van de buren. Hoe kan je dat respect hard maken?

Wereldwijd zijn er 369 initiatieven gestart om rechten toe te kennen aan de natuur. De Verenigde Naties hebben sinds 2019 negen dialogen gehouden over de Aarde: “Harmony with Nature” werd het genoemd. Een werkgroep kijkt verder hoe de Rechten van de Natuur gerespecteerd kunnen worden. Er is een IUCN Wereld Verklaring naar buiten gebracht, over de ”Environmental Rule of Law”. Daarin wordt erkend dat “de natuur het inherente recht heeft om te bestaan, te bloeien en te evolueren”. Dat is één. Nu de handhaving nog. Boven alles hoop ik, dat wij met elkaar leren de Stem van de Aarde te verstaan. Als het zover komt, dan zijn al die wetten niet meer nodig. Daar ga ik voor. Wil je hier meer over de rechten van de Aarde lezen, ga dan hieronder verder.

.

TIP …. Kom vanavond om half zeven naar het Hofplein bij het gemeentehuis in Leeuwarden. We demonstreren tegen de nieuwe woonwijk, die pal tegen een vogelweidegebied aan komt te liggen. Er is een milieurapport geweest. De gemeente moet driehonderd meter afstand houden, maar vertikt dat. Wij willen laten weten dat dit niet kan.

En dit kan altijd. Deze petitie tekenen. Hier word je ook aardebeschermer: https://www.stopecocide.nl/word-aardebeschermer

.

.

In Ecuador wordt de natuur gezien als uiting van Pachamama, de Inca-vruchtbaarheidsgodin. Je zou haar kunnen zien als “Moeder Aarde”. In de GalaposIn 2008 werd als eerste land ter wereld in de grondwet opgenomen.om de rechten van de natuur op te nemen. Pachamama heeft niet alleen bestaansrecht, maar ook het onderhoud en herstel wordt vanaf nu in de gaten gehouden. Het gaat om levenscycli, structuren, en evolutionaire processen. In 2011 was er een eerste rechtszaak, aangedragen door de bewakers. Het ging om de Vilcabamba-rivier, die had geleden onder puinophoping van een wegverbredingproject. De rechtbank oordeelde in het voordeel van de rivier. De rechten van Pachamama werden wettelijk gehandhaafd. Andere landen waar de wet voor de natuur al is aangepast, zijn: Colombia, Australië en de VS. Thomas Berry, een Amerikaanse cultuurhistoricus heeft er diep over nagedacht. Wetten van de samenleving horen volgens hem voort te komen uit de wetten van de natuur. Het universum is een ​​gemeenschap van levende onderwerpen, niet een verzameling objecten”. Ook Christopher Stone, professor in de rechten aan de Universiteit van Zuid-Californië, schreef uitgebreid over dit onderwerp in zijn baanbrekende essay, “Should Trees Have Standing”. Overal ter wereld zijn er mensen die hier over na denken en aktie ondernemen. In Bangladesh was het de Tourag rivier die nu mag bloeien en vloeien met alle rechten die erbij horen. De rivier was aan het verdwijnen doordat bedrijven en overheden zand en vervuilde grond in de rivier stortten om daarop industriële gebouwen te realiseren.  Daar is nu een stokje voor gestoken. Het kan! En ook in India heeft de Ganges rechten gekregen. Lokale gemeenschappen hebben zich daarvoor ingezet. De Indische bevolking vond de vervuiling van de Ganges onacceptabel, te meer omdat ‘Ganga’ de Hindoestaanse godin van zuivering en vergeving is. Vandana Shiva komt uit India. Zij is een activistische geleerde. Ze heeft veel goeds te zeggen. Zij heeft uitgebreid geschreven over de rechten van de Aarde en Earth Democracy, De verantwoordelijkheid van lokale gemeenschappen is in haar visie erg belangrijk. Vooral de vrouw kan volgens haar verantwoordelijkheid terugnemen. De vrouw wil immers haar kinderen goed en gezond voedsel geven. Dat is eeuwenlang haar rol geweest. En gezonde kinderen kunnen alleen maar opgroeien uit een gezonde Aarde. Vandana Shiva is dan ook een prominent vertegenwoordigster van het eco feminisme. Ik ben het met haar eens dat lokale gemeenschappen belangrijk zijn. Van daaruit komt veel kracht. Ook in Nieuw zeeland is de gemeenschap druk bezig geweest. Het is voor elkaar: De berg Taranaki is nu een rechtspersoon. Ook hebben inheemse Maori voorgesteld om rechten aan de Whanganui Rivier toe te kennen. Zij wilden zeggenschap hebben over de visrechten in de Rivier. Overexploitatie kan nu een halt toe worden geroepen. Maar er zit nog een diepere motivatie achter. De Rivier wordt als een spirituele entiteit gezien en zij noemen deze ‘Te Awa Tupua’, dat is: ‘Rivier van heilige kracht’. De Rivier wordt gezien als een levend wezen en als een voorouder en levensbronnen voor de Maori’s. De Maori’s geloven dat hun welzijn en dat van de Rivier een en dezelfde zijn. Zij voelen er zich in hoge mate verantwoordelijk voor en ermee verbonden. Daar kunnen wij nog van leren. En natuurlijk zijn er meer succesvolle wetten gelanceerd voor de Aarde, in Bolivia, Mexico, Uganda. En dan heb ik nog niet eens alles genoemd.

Rechten geven aan de Waddenzee?

De gemeente Nord East Fryslan heeft een motie aangenomen, om rechten toe te kennen onze Waddenzee. Ook aan de universiteit in Nijenrode wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om dit uit te voeren. Miljoenen trekvogels komen er ieder jaar langs, het gebied bulkt van biodiversiteit. Het is een uniek getijdengebied, dat is aangewezen als UNESCO Werelderfgoed. Toch wordt het bestaan ervan regelmatig bedreigd door een oprukkende economie. Een pijpleiding of kabel is belangrijker voor onze bestuurders. ze moeten nog veel leren. Want het moet en kàn anders. “Laten we ervoor zorgen dat ook toekomstige generaties van dit gebied kunnen genieten”, zegt professor Tineke Lambooy.

De Verenigde Naties hebben sinds 2019 negen dialogen gehouden over de Aarde: “Harmony with Nature” werd het genoemd. Een werkgroep kijkt verder hoe de Rechten van de Natuur gerespecteerd kunnen worden. Milieuspecialist Jessica den Outer is één van hen. Er is een IUCN Wereld Verklaring naar buiten gebracht, over de ”Environmental Rule of Law”. Daarin wordt erkend dat “de natuur het inherente recht heeft om te bestaan, te bloeien en te evolueren”. Dat is één. Nu de handhaving nog. Jessica den Ouden: ‘Met anderen pleit ik in een aantal artikelen voor het oprichten van een nieuwe publiekrechtelijke rechtspersoon, het Natuurschap. Een rechtspersoon is een juridische constructie, waardoor bijvoorbeeld een besloten vennootschap of een provincie rechten kan uitoefenen. Ook voor kleinschalige betrokkenheid is men bezig zich te organiseren. “Het nieuwe instituut” werkt aan een nieuwe organisatievorm, waarin mensen kunnen strijden voor niet-mensen. “Zoöp” gaat het heten. Het biedt handvaten om als gemeenschap aan het werk te gaan. Al is het maar voor een stuk braakliggende grond bij jou in de buurt. Juist plekken waar niks mee gebeurt, kunnen veel leven ontwikkelen. (Artikel uit Waag, met Klaas Kuitenbrouwer.)

Ik hoop dat dit alles iets teweeg gaat brengen. Dat wij gaandeweg met elkaar leren de Stem van de Aarde te verstaan. Als het zover komt, dan zijn al die wetten niet meer nodig. Daar ga ik voor. En dan hoef ik ook niet meer te schrijven. Dan kan iedereen het zelf meemaken. Toch? (Belangrijkste bronnen: IVN nieuws, Nijenrode nieuws, Wikipedia en Waag.)



Het water verbindt ons

.

.

De strijd tegen het water zit diep ingesleten. Voor boer Sjoerd met zijn grutto’s, betekent dat heel veel werk. Via het grondwater is alles met elkaar verbonden. (Luister naar het voorgelezen verhaal via de link onderaan de tekst.)

“Dit is geen openbare weg hoor!” Het is een jonge boer op een heel klein trekkertje. Verstoord kijkt hij naar de fotocamera op mijn buik. Ik lijk dik door alle kleren die ik aan heb. Mijn muts heb ik ver over de oren getrokken. De boer heeft geen muts. Een verwarde bos krullen steekt uit boven het stuur van de tractor. Dit is onze eerste kennismaking. Ik ben met Jeroen en Christien op pad. Jeroen, de gedreven greppelkenner, die werkt voor Sjoerd. Zo heet deze zesentwintigjarige boer. Christien staat naast Jeroen te luisteren, met de filmcamera in de hand. Ze heeft me al verscheiden malen opgezocht. Ze studeert Culturele Antropologie, en heeft een project over zelfvoorziening. Onze voedselvoorziening lijkt daarin cruciaal te zijn. Haar haren wapperen in de bries. Hoewel het bijna mei is, staat er nog steeds een koude noordenwind. De grutto’s en kievieten in de wei trekken zich er niks van aan. Die zijn alweer druk aan het broeden. Ja, ook daarvoor komen wij, en om dit oude greppelland te zien, het land van weidevogels, dat de jonge boer beheert en beschermt.

“Ik kom hier kijken,” zeg ik. ,Als het mag. Ik was benieuwd naar je land. Jeroen heeft er veel over verteld. \?., ” Sjoerd knikt. “En waarvoor maak je foto’s?” Ik leg hem uit wat ik doe. “Ze zijn voor mijn blog. Het gaat erover dat we een plek hebben waar we thuishoren. Zoals jij ons hier laat zien.” De boer knikt en zijn houding verandert ogenblikkelijk. “Ben jij niet van dat Wandelhuis? Jij plant bomen, toch?” Ik ben verbaasd dat hij me herkent. “Dat klopt. Ze denken dat ik een reiziger ben. Zo stond het in de kranten.” Grijnzend kijkt hij me aan.”Maar je bent nog steeds hier!” Ik doe een paar stappen dichterbij. We staan nu met zijn drieën om de kleine tractor heen. “Haha. Ik ben helemaal geen reiziger. Ik heb maar één keer een lange reis gemaakt, drie maanden door Friesland.” Sjoerd kijkt even naar de onverharde weg, die voor hem uit naar de boerderij leidt. Dan kijkt hij me opgewekt aan. “Ik ben ook wel eens op reis geweest hoor! Naar Australië. Maar ik ben gauw weer teruggegaan. Er was thuis zoveel te doen! Maar nu ga ik verder. Kijk maar rustig rond hier.” Hij kijkt even naar Christien, met haar camera. Zij zal zijn boodschap vastleggen en de wereld insturen. Het land vertelt een eigen verhaal en Jeroen is onze gids. Met sympathie kijk ik de jonge boer na. Ik houd van zijn directe toon.

Wij lopen de golvende weide op. Greppels en sloten zijn hier niet recht, zoals bij boer Jochum. De grond van Jochum is drooggelegde bodem van de Middelsee. Dit is het oude land aan de andere kant van de Hegedyk. De glooiingen lopen onvoorspelbaar in kronkels en bochten, gevormd door aarde en water. Het land is van zichzelf, oorspronkelijk. Hier dienen de mensenhanden het land, in de wetenschap van dat wat je geeft, ook bij je terugkeert. Het is de zorg om het web van leven, waardoor je uiteindelijk zelf gedragen wordt. Boer Sjoerd begrijpt dat. Dit is ook het hart van de principes van permacultuur. Hij zorgt voor de grutto’s. Om ze te beschermen tegen marters, vossen, ratten en katten, heeft hij een lang hek van schapengaas om het land gezet. Het is wel 4.5 kilometer lang, en staat onder stroom. Het moet steeds gemaaid worden, anders lekt de stroom weg via het lange gras. Het is ontzettend veel werk. Dat moet wel, anders zijn er straks geen grutto’s meer.

Jeroen loopt halsreikend voor ons uit. “Zie je die greppel verderop? Hij staat al bijna droog. Eigenlijk moet hij natter zijn. Dan kunnen de vogels er voedsel vinden.” Behalve het hek, is ook het water een zorg. Sjoerd en zijn vader pompen het omhoog, met een solarpomp. Dat gaat aan de lopende band door. In maart heeft het waterschap weer dramatisch veel water weggepompt uit het land. Terwijl er in de zomer steeds langere periodes van droogte zijn. Terwijl de regens steeds meer in één keer vallen, als slagregens, die de uitgedroogde korst van klei niet meer op kan nemen. Toch blijft het Waterschap wegpompen, uit gewoonte. De strijd tegen het water zit diep ingesleten. Het water spoelt weg.

Voor Sjoerd betekent dat heel veel werk. Via het grondwater is alles met elkaar verbonden. Je kan het niet wegpompen en het land van Sjoerd overslaan. Sluizen en dammen helpen niet om het bij je te houden. Grondwater kent geen grenzen. Dat is de hele ellende. Als het verdwijnt, verdwijnt het overal.

“Maar waarom zijn die grutto’s nou zo belangrijk”, vraag ik Jeroen. Ik stel me voor dat ik een boer ben. Elke boer moet eerst aan zichzelf denken om het hoofd boven water te houden. Natuurlijk is dit de eerste vraag die je dan stelt. “Wat heb ík daaraan? Je kan ze toch ook gewoon uit laten sterven? Als wij maar brood op het bord krijgen.” Jeroen herhaalt wat ik zelf eerder gezegd heb. “Via het grondwater is alles met elkaar verbonden. De grutto’s zijn het meest kwetsbaar. Ze hebben gezond land nodig, voor voedsel. Het leven is een web! Wij maken daar ook deel van uit. Als de grutto’s uitsterven is dat ook voor onze voedselvoorziening geen boodschap waar je blij van wordt. De gevolgen zie je misschien niet direct op je bord. Het duurt langer. Maar we moeten nu al koers wijzigen, anders wordt het heel moeilijk. Als we naar de grutto’s kijken, kijken we naar onze eigen toekomst.”

We lopen terug naar de weg. Jeroen slaat af naar links, hij gaat Sjoerd helpen met mest scheppen. Christien en ik bekijken de permacultuurtuin. Het is een klein stuk grond, in de vorm van een driehoek. Van alle kanten is het omringt door riet, en aan één kant glinstert het water, dat van daaruit in een natuurlijke bocht verder stroomt. Hier en daar die ik een ondiepe, zelfgegraven greppel. Ik pak de zwarte grond in mijn hand en het voelt soepel en vochtig aan. We wandelen langs de palmkolen en prei en kijken naar de kersenbomen, die nog niet in bloei staan. We kijken onze ogen uit. Wat een prachtig plekje.

Doorgaan op land dat in zijn natuurlijke staat is gebleven, is veel makkelijker dan verstoorde bodems te moeten herstellen. Daar is tijd voor nodig en wijsheid. Het beste is om mee te gaan met wat er al is. Je te verbinden met je eigen bodem. Mensen horen bij hun grond, net als de grutto’s die terugkeren om te nestelen. Sjoerd hoort bij dit land als geen ander. Mensen zoals hij worden steeds zeldzamer. Je hoeft het niet met alles eens te zijn wat hij doet. Daar gaat het niet om. Maar laten we ze koesteren.

.

.

In dit artikel lees je meer over permacultuur vanuit een andere cultuur. De principes komen overeen en vooral het eerbaar oogsten wil ik graag helpen uitdragen. Ik leerde dit van mijn moeder. Maar voor velen is dit niet zo vanzelfsprekend. https://chantalvangenderen.com/artikel-permacultuur-magazine-eerbaar-oogsten/

De taal van al wat mij omringt

.

.

Hoelang kijkt een wijs mens, voor hij tot actie overgaat? Net zolang als een Japanse kunstschilder, voor hij met zijn kwast doeltreffend de eerste lijn neerzet? Nee, langer nog, denk ik. Ik denk aan de jager, die blijft kijken, vol concentratie.

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 8 minuten.

.

Inheemse mensen vertellen me dat alles met elkaar verbonden is. Het is alleen al de taal, die zo veelzeggend is. Taal als een bewegend schilderij. Ik luister naar een indiaan uit Amerika. Hij vertelt hoe belangrijk hij het vindt, om zijn eigen taal te spreken. Er is een vogel die roept: „Pluk het, pluk het,“ als het oogstseizoen is aangebroken. Een ander vertelt dat er een boom is die ze „tante“ noemen, omdat ze geloven dat dierbaren in bomen en dieren voortleven. Dit alles vertelt de taal. Hoe meer verschillende talen hoe meer levendigheid. Ook onze eigen taal kent veel verhalen. Vooral planten hebben tal van bijnamen, naar gelang hun werking en de plek. En ook dieren hebben veel verschillende namen. In het Fries heet een winterkoning tuunhipper.“ Het zijn de allerkleinste vogeltjes die er zijn, samen met het goudhaantje. Kleine bolletjes met vleugels en hun staart parmantig omhoog gericht. Ik word altijd blij van ze. Ik zie ze niet hippen, bij mij komen ze pas bij schemering. En dan komen ze in de wilgetakken zitten. Het zijn er twee. „Tsjirrrp tsjirrrrrp,“ zeggen ze. Zijn ze er al?

Ja! Daar komt het eerste winterkoninkje aangevlogen. Hij rust op een tak vlak voor mijn deur. Hij kijkt even om zich heen en vliegt het korte stukje naar de dakoversteek. Daaronder is een holletje. De isolatie steekt naar buiten, door een ventilatiegat. En daar, in de schapewol vinden ze een koninklijk slaapvertrek. Ze hebben het gauw koud, de koninkjes. In strenge winters gaan ze dood, als ze geen schuilplaats hebben. Ik voel me vereerd met hun keuze en bied gastvrijheid. Ik heb de wol losser gemaakt, het nestje ruimer, en de kieren onder de dakkap volgestopt.
Daar is het tweede winterkoninkje ook. Hij strijkt neer in de schutting van slordig bijeengebonden riet. Ik maak geen rumoer, tot ze allebei hun plek gevonden hebben.
De winterkoninkjes eten spinnen en vliegen. Ik kijk naar allemaal. Ik bewonder elk wezen, klein of groot. Alles is beweging, een insect is net zo belangrijk. Dat wij minder met vliegen hebben dan met die lieve fladderende bolletjes, is logisch. Toch doet een vlieg of spin ook van alles. Ik luister en kijk waar ze heengaan. Door de beweging en de geluiden te volgen zie en hoor ik steeds meer. Ik zie de planten en de bomen met wie ze een relatie hebben.Veel planten en dieren hebben namen, die horen bij de plek die ze innemen. Taal leeft, beweegt mee met dat, wat er thuis hoort. De draden vormen het kleurrijke web van leven. Mensen zijn getuigen, stille waarnemers, schilders, componisten en creators. Als ze maar ogen hebben om te zien. En oren om te luisteren. Dan kruipt het leven in de taal, in de kleur en de beweging. Dan wordt de samenleving levend.

Ik luister en kijk, stil als een inheemse mensen. Al jaren. Hoelang kijkt een wijs mens, voor hij tot aktie overgaat? Net zolang als een Japanse kunstschilder, voor hij met zijn kwast doeltreffend de eerste lijn neerzet? Nee, langer nog, denk ik, veel langer. Ik denk aan de jager, die blijft kijken, vol concentratie. Tot hij vol bewondering en respect is voor het dier en alles weet wat hij weten moet en doet wat hij moet doen.
Hoe minder drukte je maakt, hoe meer je ziet. Hoe minder je wilt scoren, hoe rijker het schilderij waar je naar kijkt. Je kan de ene foto maken na de andere. Je kan het trots laten zien met de namen erbij opgezocht met google. Er zijn hele natuurparken voor aangelegd, met apps en betalende bezoekers. Erin en eruit. Kijken en klikken. Er gaan miljoenen in om.

Dit is het niet. Niet voor mij. Dit is het nooit geweest.
Blijf waar je bent. Kweek respect. Ontdek de taal van wat je omringt. Dit is wat ik mezelf vertel, keer op keer. Volg de bewegingen. Vlucht niet weg, denk niet dat het elders beter is. Alles is er al. Het wil alleen gezien worden. En wat nog niet is, zal komen.

.

Dit is de gloednieuwe website van mijn vriend. Voor het eerste interview mocht ik de spits afbijten. https://groeneverhalen.nl/

.

.