Na het wortelen komt de bloei

Alles gaat door

.

Verbinden gaat het beste nadat je bent geworteld.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Alles groeit. Zeker wanneer het lente is en alles barst van levenslust, dan kan je gewoon niet geloven dat kwalijke invloeden de natuur ooit klein zullen krijgen. In het modderige pad breidt de klaver zich uit, kleine blaadjes vormen straks een veld vol witte bloemen en hommels. In de sloten spetteren straks de jonge watervogels en kleine visjes zullen weer zachtjes aan mijn benen knabbelen als ik in het water stap. De muizen zullen zich weer verder uitbreiden met talloze paadjes door het gras. En de torenvalken zullen met succes hun jongen grootbrengen met al die muizen. . Eten zat.
Alles gaat door. Ondanks de rottigheid die zich uitbreidt als een stinkzwam. Soorten die we van hot naar her sleepten veroorzaken ziektes en plagen, die zich vervolgens weer verspreiden. Ik las van de tropilaelapsmijt een heel klein beestje zo groot als een maanzaadje, uit Azië,. Ook zo’n vloek die we op onszelf af hebben geroepen en die nu de bijen bedreigt. En dat is nog maar een ding. Wat gebeurt er veel! Maar tegelijkertijd: overal zijn mensen aan de slag. Ze maken tuinen in de stad om de steeds extremere regenbuien op te vangen. Of leggen hagen aan om de bodem veerkrachtig te maken als een spons. Alle beestjes fleuren ervan op. Anderen richten zich meer op techniek. Ook interessant. Maar ik richt me het liefst op het organische, dat wat leeft.

Bomen laten groeien vraagt om toewijding. De laatste jaren hielp ik zulke nieuwe natuur op gang. Een eiland van leven tussen de kilometers grote vlakte van voornamelijk raaigras. Het gras dat ondanks zijn eentonigheid zo mooi glanst in de zon, met sloten die als rechte zilveren draden ertussendoor lopen. Hier en daar ligt een pad, veel te weinig eigenlijk. Het Swettepaad is zo’n zeldzaam pad, we boffen dat we er wonen. Aan het einde ervan is het kleine paradijs waaraan ik mee mocht helpen. Het planten. Het was eenzaam werk, maar toch ook niet, want de bomen en de dieren waren bij me. Wat een project heb ik achter de rug. November 2020 begon ik. In totaal zijn er bijna 800 houtige persoonlijkheden die door mij de bodem vonden.. Opgroeiend en omringd door wadi’s en organisch materiaal zijn ze sterk genoeg. Ik hoef er niet meer steeds bij te blijven. Maar het blijft mijn aandacht houden, het is veel te boeiend om te zien wat er zich ontwikkelt. Nieuwe planten die spontaan opkomen, salamanders en bijensoorten die terugkeren, vogels die broeden in de steeds dichter wordende hagen. De laatste vijf jaar is er een basis gelegd. Nomade Alowieke heeft haar wortels in de grond gezet. Nu is het tijd voor groei en bloei. Net als de bomen. Zij en ik, we gaan gelijk op. Het groeit en het bloeit en het groeit en het bloeit, van diep in de aarde tot hoog in de lucht. Alles werkt samen en wat niet samenwerkt leeft in feite niet. Is het niet?

Het blad zit in de knop, popelend om zich te ontvouwen.

.

Rotspul, bestaat dat?

.

 

„Hondsdraf? Dat is rotspul!” hoorde ik pas. Zo’n plantje dat overal maar tussendoorkruipt, dat wordt meestal niet gewaardeerd. Het komt op in gazons, daar waar mensen gras willen hebben. Inplaats van het glanzend groene raaigras, zie je dan een paarse zee met beestjes die er rondvliegen. Dat is niet de bedoeling van een gazon. Flora en fauna delen we in. Zoals we het zelf willen zien. Nuttig en niet nuttig. Hondsdraf is niet nuttig. Zeker niet in het gazon. Smeerwortel en hoefblad ook niet. Dus dat moet weg. Maar er is een wereld die veel groter is dan wat we weten. De bodem en de bijen en beestjes hebben wellicht iets heel anders nodig. En wij hebben hun weer nodig. Dus wat is wijs?
Ik doe het zelf ook. Ik kies ook welke planten ik niet wil en welke ik wel wil. Ik haal weg wat dominant is, maar er mag altijd wat van blijven staan. Alles heeft zijn funktie. Op kweekgras wordt bijvoorbeeld veel gescholden. Maar ik wist niet dat kweekgras goed is voor de stofwisseling en voor de huid. Dat weet ik pas sinds gisteren. Misschien doet kweek in de bodem ook wel dingen die de bodem gezond maakt. Geneest het niet alleen mijn huid, maar ook de huid van onze planeet, de bodem onder mijn voeten. En dan trek ik het er zomaar uit.
In de permacultuur probeert men funkties te achterhalen, van de plant die er groeit. En dan ruil je die plant voor een andere, die dezelfde rol speelt, maar nóg meer funkties heeft. Een plant waar je ook nog goed van kan eten. Of mandjes van kan vlechten. Of een windhaag van kan maken. En graag een plant die we mooier vinden dan kweek, en makkelijker te verwijderen wanneer wij dat willen. Dan halen we alle kweek weg tot het laatste halmpje, en zetten we er andere plantjes voor in de plaats. Het liefst met grote vruchten en een rijke oogst. Ik ken die verleiding om zo snel mogelijk een grote oogst binnen te halen. En er is dikwijls commerciele noodzaak. Maar wat geven we en wat nemen we?
Ook in de permacultuur zijn mensen hongerig naar kennis, naar feiten die houvast bieden in hun tuinontwerp, of boerderij. Wat is zinvol en wat niet. Je kan dingen lezen op internet of in boeken, en horen van anderen. Maar elke plek is anders, en heeft iets anders nodig. En de natuur is flink in beweging. Alles verandert in hoog tempo. Bodem, klimaat en hele ecosystemen. Wat weet ik nou eigenlijk. Zo weinig toch… Daarom kijk ik maar gewoon. Naar dat hondsdrafje. Of naar de smeerwortel of het kleine hoefblad. Wat staat het daar te doen, op die plek? Hoe ziet het er uit? De aarde geeft zelf aan wat ze nodig heeft. Ik wil daar eerst lekker lang naar kijken en luisteren. Er valt vast en zeker een hoop plezier te beleven aan dingen waar ik nog niks van weet. Misschien vraagt het land wel om iets heel anders, dan ik kan bedenken. Voor mij is het zoiets als een relatie. Pas na een tijd weet je van elkaar wat je prettig en niet prettig vindt. Dan begint er iets te groeien wat blijvend kan zijn. Op deze ontdekkingstocht is er niemand die mij werkelijk kan vertellen wat ik moet doen. Of waar ik naar moet kijken. Gelukkig maar.