Ik hoef geen poort (I don’t need a gate)

.

Onder zeil gaan in een eenvoudig huisje

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

.

Over het pad loop Maaike, met haar twee honden. Ze woont in een camper, dan weer hier, dan daar. Af en toe komt ze weer bij ons langs op de Swetteblom.

“Hoi!” roep ik.
“Hoi!” lacht ze “Mooie kas heb je gebouwd. Elke keer als ik je zie ben je meer geworteld en minder nomade.”
“En toch ben ik het nog steeds, een nomade.”
“Hoe dan?” vraagt ze, met opgetrokken wenkbrauwen.
“Ik noem mezelf een nomade omdat ik te gast ben, op aarde.”
Ze knikt begrijpend.
“Daarom laat ik de ingang zoals hij is. Zonder trapje, onder een zeil door. Dan blijf ik bescheiden.”

Even later loop ik terug naar mijn eenvoudige stolp. Na zes jaar ben ik er nog steeds tevreden mee. De luiken zijn nu gesloten, want de zon schijnt warm, nu het bijna juni is. Toch is het binnen niet donker. Het licht schijnt zacht door het dakraam naar binnen. Zo mooi vind ik dat. Hier vind ik altijd de concentratie om te schrijven. Ik noem het: Mijn wooncocon. -Mijn-. Het is ook niet makkelijk om binnen te komen in mijn domein. Mensen die voor het eerst komen snappen niet eens waar de deur zit. Ik heb er over gefantaseerd, een poort te maken. Een poort die mijn mooie, goed gebouwde wagen waard is. Een poort, gemetseld van oude stenen. Ik zie het al helemaal voor me, een hele dikke is het, als van een stadswal. Als een afgebrokkelde muur, die er al honderd jaar staat. Met een glas in lood raam erin en een dikke houten deur, die rond is, van boven. Zo had ik het bedacht. Maar ik doe het niet.
Waarom zou ik een poort maken naar de ingang van mijn huis? Ben ik zo belangrijk? Waarom al die moeite? In de verte loopt Maaike verder, met haar honden, als éen van de vele voorbijgangers. Ik spreek ze op het pad. Hoeveel tijd heb ik wel niet besteed aan die terloopse gesprekken? Altijd buiten, altijd in de beweging van het moment. Nee, geen stenen poort.

Ik loop het veld over naar mijn huis. Langs de roze en witte bloemen, die weelderig tegen de rieten wand aangroeien. Een koolwitje fladdert langs. Bundels riet zijn tegen een pallet aangebonden. Het pallet wordt aan de andere kant gestut door een werkbankje van aluminium. Dat had ik toevallig. Zo is het al vanaf de eerste week dat ik hier stond, en ik heb het niet veranderd. Al twee-en-een-half jaar niet.
Ik til mijn rechterbeen op, en stap over het bankje heen. Voorzichtig, anders gooi ik de flessen om die erop staan, de waterflessen die wachten op een schoonmaakbeurt. Er is niet veel ruimte, mijn rug aait langs de houten wand van de wagen. Dan het andere been. Ik zet mijn linkervoet naast het rechter. Vlak langs de wand schuifel ik verder. Ik let op dat ik de jonge notenbomen niet aanraak. Die staan hier in de beschutting van de rietwand wortels te krijgen. Ze staan in grote potten, met een groeizame bodemmix en doen het goed.

Na vijf passen schuifelen kom ik bij het bordes. Over het bordes hangt een transparant zeil, tegen de wind. Daar achter heb ik hoge wilgenstammen geplant, ook tegen de wind. Ze lopen al goed uit. Maar een rijtje bomen is niet genoeg, als het hier gaat spoken. Het zeil is gemaakt van gewapend plastic. En al is het een eenvoudige oplossing, het werkt prima. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik een meisje ben, die haar hut in gaat. Elke dag een avontuur. Ik buk mijn hoofd en duw het zeil opzij. Nu komt de hoge stap, het bordes op. Er is expres geen trapje. Voor sommige bezoekers is dat heel wat. Ik denk aan mijn pa van drie-en-negentig. Elk jaar komt hij langs, op mijn verjaardag. Zelfs hij kan het nog! Al moet hij zich wel even vasthouden. De moeite die ik moet doen houd me wakker en fit. Dat ik onder het zeil door moet kruipen, herinnert me eraan dat ik een nomade ben. Alles is tijdelijk, ook mijn verblijf op deze grond. Waarom zou ik zoveel tijd besteden aan een poort en aan een mooie ingang? Zo’n poort kan ik beter voor iets anders bouwen.

Dit huis is voor mij, en voor niemand anders. Dit is de plek waar ik onder zeil ga.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

I don’t need a gate in front of my house. I am just a guest on earth and meet people on the road. A rooted nomad, that’s what I am.

.

Heb je de film al gezien? Drie jaar lang maakte ik opnames, met dit resultaat.

Did you see the movie? In three years I built my house and I made a documentary of it.

Halte Toekomstweg

STAP VOOR STAP KOMT NAAR ME TOE, WAT NU NOG IN DE VERTE IS……………

Als je bus 142 neemt vanuit Tilburg of Best, stap dan uit bij Halte Toekomstweg. Daarna loop je een half uur door het bos, en dan kom je bij mij uit.

Het is herfst. De nachten kunnen nu flink koud zijn en een goeie kachel is goud waard. Ik ben blij dat ik zo’n fijne tegelkachel heb. Het vraagt tijd en aandacht om mijn stekkie warm te houden. Een groot gedeelte van de dag ben ik nu bezig met zorgen voor de dagelijkse behoeften, warmte, voedsel, schone kleren. Hout sprokkelen en zagen kost tijd. In Middelbeers hebben ze ook briketten, eco en niet-eco. Een stuk makkelijker, maar het kost ook wat. Met vijf ecobriketten kom ik de dag wel door, dat is vier euro per dag. De bruinkoolbriketten moet ik nog uitproberen, waarschijnlijk gaan die langer mee. Maar ik stook het liefst dikke takken snoeihout. Dat hoor je knappen in de kachel. Dat vind ik leuker dan de kant-en-klare briketten. Het hele ritueel van verzamelen en afkorten hoort er bij. De dunne laat ik liggen op de takkenwal, voor de beestjes, die hebben ook beschutting nodig. Eerlijk is eerlijk.
Vanochtend is het koud in mijn wagen, als ik wakker word. Onder mijn dikke schapenwollen dekbed is het warm, maar erbuiten niet… Mijn moeder maakte het van een schapenvacht, lang geleden, en nu ben ik blij dat ik het al die jaren heb bewaard. Ik zie hoe de ramen druipen van het vocht en kruip nog even diep weg in de behaaglijke warmte van mijn bed. Toch moet ik er zo uit, ik moet mijn kachel weer aansteken. Ik ben te zuinig geweest met mijn briketten, eentje is niet genoeg om hem de hele nacht warm te houden. De tegelkachel houdt de warmte lang vast, maar het duurt ook langer voor je hem weer opgewarmd hebt als hij is afgekoeld. Het effect van een warme kachel voel ik onmiddellijk. Heerlijk is het, ik voel hoe elke vezel in mijn lijf zich ontspant. Vooral op vochtige dagen voel ik mijn spieren verstrakken en ook mijn slijmvliezen en mijn keel protesteren ertegen. Dat voel ik des te beter, nadat ik jarenlang in een kelder heb gewoond. Dus ik geniet van die kachel. De moeite waard. Waarom doe je dat allemaal, zullen mensen zich afvragen, waarom ga je niet gewoon in een kurkdroog modern ,huis wonen waar een CV is, en waar alle kamers even warm zijn, zelfs de douche en de wc een verrukkelijke kamertemperatuur hebben…

Mijn wagen, Juffrouw Kolibri, is een tussenstation. Ze is bedoeld om mee te rijden, om ergens naar toe te gaan. Niet voor niets stap je uit op halte Toekomstweg, als je hierheen komt. Ik houd van de uitdaging alles opnieuw te ontdekken. Vrijheid is mooi, maar kan ook hard zijn. Dat wist ik al, dat is niet nieuw voor me. Ik heb dagenlang tussen de ijzel en regenbuien door onder mijn boten gelegen om ze kaal te maken en te teren. Onderhoud was nodig, voordat het vaarseizoen weer zou beginnen. Dan valt het hier prima te doen, in dit wagentje van mij. Door te leven in soberheid leer ik wat waardevol is en waar ik mijn energie in wil steken. Ik vang een glimp op van wat anderen meemaken, die niets hebben. En voel me rijk dat ik zelf de keus heb om dit te doen uit vrije wil. Ik voel me ook rijk als mijn huisje warm is doordat ik er zelf voor heb gezorgd. Of ik het de hele winter leuk blijf vinden? We zullen zien.
De zon staat nu op mijn dak, en de kachel is goed heet geworden. Zo meteen heb ik het weer hartstikke warm hier. Die zon is geweldig, wat fijn dat we hem hebben. Hoe maak ik optimaal gebruik van deze energie? Een huis moet in de winter warm zijn, zonnewarmte moet je op kunnen slaan. En in de zomer is het fijn als ik kan schuilen voor de brandende zon in een koel huis. De zon kan dan mijn water verwarmen, voor thee, de was en voor de douche.
Warmte is het belangrijkste van alles. Zonder warmte word je zwak en ziek en kan je ook geen voedsel zoeken of verbouwen. Als ik mijn eigen huis zou bouwen, hoe zou dat er dan uit zien?Binnenkort ga ik een vierdelige cursus strobalenbouw doen om die gedachte verder uit te werken.
Of ik zelf een heel huis kan bouwen doet er niet toe. Ik ben wel vaker aan dingen begonnen waarvan ik niet van tevoren wist hoe ik het ervan af zou brengen. En terwijl ik bezig was kwamen de oplossingen vanzelf naar me toe. Nooit geschoten altijd mis. Wie niet waagt, wie niet wint. Stap voor stap komt naar me toe, wat nu nog toekomst is.