Een ongelukkig lam

Rammetje kijkt naar ons

Er komt een plek waar ik zal blijven, voor lange tijd. Eén van de dingen die ik dan zou willen doen, dat is een lam grootbrengen, met de fles. Zo’n jong dier dat je overal achterna loopt, dat wil ik graag eens meemaken. En dat daarna mak blijft. Ik heb nog nooit iets grootgebracht, in mijn leven. Ik heb ook nog nooit iets geboren zien worden. Dat wil ik graag.
De afgelopen weken heb ik een lam helpen zogen, niet met de fles, maar bij zijn moeder. Het was een rammetje. Hij was op de eerste dag na zijn geboorte in een konijnenhol gevallen, via een kleine sleuf in een grote ondergrondse ruimte. Ik hoorde geblaat, midden in de nacht, en moest zoeken voor ik hem vond. Uiteindelijk zag ik een snuitje boven de grond uit steken. Ik zag het maar net, het hol waarin hij vast zat, liep onder de wand van het dubbelwandige polyester hok. Het hok staat bovenop een heuvel. Daaronder stikt het van de konijnenholen.
Ik heb het beestje uitgegraven. Hij kon nauwelijks meer staan. Urenlang had hij daar vastgezeten en hij rook van top tot teen naar aarde, vreemd en helemaal niet naar schaap. Andere schapen herkenden hem niet aan zijn geur en holden hard voor hem weg. Zijn moeder wilde niets meer van hem weten en keek alleen naar het andere jong. Knorrend en snuffelend, zoals schapenmoeders dat doen. Maar rammetje werd ruw weggeduwd met de kop en weggetrapt met de achterpoten zodra hij wilde drinken.Vanaf dat moment, pal na zijn geboorte, werd het lam verstoten.
Ik heb de boer geholpen ze apart te zetten. De moeder, rammetje en zijn broertje. Zijn broertje en hij liggen vaak bij elkaar. We helpen hem met drinken. Rammetje is bang voor de harde achterpoten van zijn moeder. Hij loopt kreupel door zijn val in het hol, maar zijn eigen moeder zal hem ook wel een trap gegeven hebben, tegen zijn zere poot. Drinken gaat alleen als we hem beschermen, en door de moeder te blokkeren, stevig tegen het hek aan.
Ik heb ook liedjes voor haar gezongen en gefloten, en een poos heel serieus op moederschaap ingepraat. Ik heb begrip getoond en ik ben streng geweest. Helpt allemaal niks. Als ze niet wil, dan wil ze niet. Soms is ze wat toeschietelijker. Waarschijnlijk heeft ze haar uiers dan te vol. Maar als ze echt geen zin heeft, dan holt ze gewoon het hele hok door met mij op de rug. Rammetje ziet er anders uit dan andere lammeren. Die zijn rond en wollig en springen hoog de lucht in. Maar de kont van Rammetje is mager doordat hij weinig beweegt, springen doet hij nooit, dat kan hij niet. Hij loopt als een oud beest, in plaats van een jong vrolijk dier. Jammer.

Het is nu een paar dagen later. De boer is een paar dagen op vakantie. Moederschaap en haar twee lammeren lopen nu bij de rest in de wei. Rammetje krijgt niks meer van zijn moeder. Ik hoor hem regelmatig blaten, klaaglijk en hongerig. Hij loopt haar achterna, en sabbelt verlangend aan een paar loshangende haren van haar kont. De ooi graast gewoon door, maar als Rammetje in de buurt van haar uiers komt trapt ze met haar poot. Ik stop twee keer per dag een paar brokjes in de bek van Rammetje. Die brokjes zijn voor lammeren die moeten leren vaste stof binnen te krijgen. Verder eet hij af en toe een blaadje. Rammetje is mak op dit moment, en ik kan hem gewoon pakken. Zijn broertje niet. Die kijkt me wantrouwend aan en blijft op een afstandje. Als het echt niet goed gaat kan ik de zoon van de boer bellen, dan krijgen het lam flessenmelk van zijn vrouw. Maar we zullen zien.

Zojuist ben ik weer wezen kijken. Voor het eerst kwam hij niet luid mekkerend naar mij toe gelopen, Even later zag ik dat het hem lukte om vijf slokken binnen te krijgen bij zijn moeder. Met zijn poot gaat het een stuk beter nu hij zoveel beweegt.

Ooit wil ik zelf een gezond lam grootbrengen. Met de fles. Het geboren zien worden en het zien opgroeien tot een volwassen ooi.
Op de plek, waar mijn honk zal staan.
Ergens.