Het nieuwe schuifbed

 

.

Ik heb ook geschilderd.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 4,5 minuut.

Stof, stof, stof. Ik trek het mondkapje over mijn neus. Het is coronakapje. Die mogen maar één keer gebruikt. Maar hier in de werkplaats kan hij nog wel tien jaar mee. Ik houd niet van eenmalige wegwerpartikelen.
Ik ben bezig met een nieuwe bedconstructie. Het is een heel handig schuifsysteem, dat nauwelijks plek inneemt. Ik moest het oorspronkelijke idee een beetje aanpassen, om het geschikt te maken voor mijn huisje. Ik verheug me er op om het uit te proberen.
De werkplaats van Annemarie geurt naar grenen. In het witte TL licht zweeft een wolk van geschuurd hout. Ik til de haakse slijper op. Met de lamellenslijpschijf erop kan ik snel werken. Hartstikke leuk, zulke razendsnelle machines. Maar hoe sneller het gaat, hoe meer stof. Het lijkt wel of er een bom gevallen is. Ik tuur naar de lijn die ik heb ingezaagd. Als die helemaal weg is, moet ik stoppen met schuren. Ben ik er al? Is de inkeping strak en haaks? Ik kan het niet goed zien en ik voel met mijn vingers. Er zit een bobbel. Die moet weg.
Op mijn hoofd heb ik oordoppen en o ja, ook nog een leesbril. Dat is wel handig. Ik zet hem op mijn neus. Misschien kan ik zo meer zien. De bril beslaat meteen door de adem, die via het kiertje bij mijn grote neus naar boven ontsnapt. Ik zie nog minder dan net. Hoe doen chirurgen dat?

Ik werk aan mijn kleine huis op wielen. Het is nu vier jaar geleden, dat het zover af was, dat ik het kon schilderen. Dit is het jaar voor onderhoud, en ook maak ik een enkele constructieve aanpassingen.  Zoals: Het nieuwe schuifbed!  Want nu weet ik dat ik dít wil.

.

.

Zodra alles getimmerd en opnieuw geschilderd is, ga ik een zomerreis maken, richting het Oosten van Friesland, en misschien Groningen. Het wordt een rondje. Ik zal korte verhalen schrijven, maar nog geen nieuw boek. Straks komt Langs kantelende wegen uit. Dan wil ik weer in Heerenveen zijn. Soms is het tijd om te verkennen, soms is het tijd om een honk te kiezen. En daarna zien we wel weer verder.

Wie het boek graag wil bestellen, of wil weten wanneer de presentatie is, kan via deze link verder lezen en zijn of haar mailadres opgeven.

 

https://alowieke.blog/langs-kantelende-wegen-komt-uit-bestellen-kan-hier/

Toch een tafel

Grenenhouten poot van de tafel
“Ik heb vier jaar niet op een stoel gezeten” zei een kennis ooit tegen mij. “Ik woonde tussen Afrikaanse stammen. Niemand had daar tafels of stoelen. We zaten gewoon op de grond.” Ik vond het leuk wat ze vertelde. Het bracht me op een idee. Toen ze weg was heb ik van een rij rieten stoelen de poten afgezaagd, en ook de rugleuningen. Het resultaat was een reeks leuke zitjes. Mensen vroegen me waar ik ze vandaan had. Dat vertelde ik met plezier.
Nu woon ik hier dik een jaar. Ik heb nog steeds geen tafel en stoelen. Ik vind het niet nodig. Er is een bank en een kurkvloer. En schapenvachtjes. Daar kun je ook lekker op zitten. Werken en eten kan ik overal. Sommige mensen stappen verbaasd mijn kleine huiskamer binnen. “Geen tafel? Dat zou het eerste zijn wat ik neer zou zetten.” Ik haal mijn schouders op.

Het is een heerlijke herfst, bijna zomers. Ik sta op het bordes van mijn woonwagen en kijk over het veld in de ochtendzon. Er hangt al dagenlang een aanstekelijke werksfeer. Ton de beheerder, werkt aan een dak voor het huis, dat achter mijn woonwagen staat. Zijn zoon maakt een dak op de loods verderop. Ik ben ook lekker bezig. De verfpot staat de hele dag klaar en ik schilder alles fris en licht. Ik verf en ik timmer. Alles wat nodig is. Tot het donker wordt.
Als ik in bed lig komen de ideeën. Ik heb een notitieboekje naast me liggen, want als ik het niet meteen opschrijf, dan slaap ik niet. Van onder mijn dekens kijk ik opzij de kamer in. In het schemerdonker zie ik de contouren. Van de nieuwe kast waar ik zo blij mee ben, de wit omlijste spiegel aan de wand er tegenover. Mijn blik blijft rusten op de lege ruimte er tussen. Ik staar naar die plek, het vraagt om iets. Daar onder de spiegel, daar hoort een tafel, besef ik. Ik sta op en doe het licht aan. Mijn besluit staat vast. Ik ga een opklap-tafel maken. Een sterke, lichte constructie. Ik pak mijn boekje, schrijf alles op en teken het uit. Daarna val ik als een blok in slaap.

Twee dagen werk was het. De tafel is af en ik vind hem mooi geworden. Hij hoort bij de wagen, net als de kast en de spiegel. Wat is dit nu een fijne plek geworden. In tien dagen tijd heeft Jufrouw Kolibri een complete metamorphose doorgemaakt.
De vraag is nu, waar gaan we op zitten? Er is een kruk. Die is van mijn vader. Hij wil hem terug. Er is ook een mooi oud kistje. Met een deksel. Er ligt nu steeds een kussen op. Als ik dat eraf haal zie ik letters. “Atlantic Amsterdam”. Het kistje is één van de weinige overblijfselen uit mijn werfkelder in Utrecht. Zo’n kistje heeft meerdere functies, dacht ik. Je kan er op zitten, je kan er wat in stoppen en hij is mooi.
Daar staat hij dan. Een zwaar ding. De letters zijn bedekt door wat er op ligt. Niemand kan het zien, dat hij mooi is. En wat zit er nou in? Het zijn papieren, die ook best in de nieuwe kast kunnen liggen. Ruimte zat. Gisteren zei nog dat ik meer kistjes wilde. Allemaal om op te zitten en overal spullen in. Maar ik wil helemaal niet meer spullen. Ik wil er juist minder. Wat bezielt me eigenlijk. Ik weet best wat ik het liefste heb. Ik wil iets om op te zitten. Geen kistjes. En dit kistje gaat ook weg. Het is hard, maar zo is het. Opklap-krukjes wil ik. Licht en simpel. In elk geval vier.

Kistje is niet meer te geef.
Kistje voor vrachtvervoer over de oceaan

De nieuwe tafel onder de spiegel.
Opklaptafel in woonwagen

Het is of het er altijd al heeft gestaan.
Uitzicht door de deur met kast en laptop op tafel.

Ingeklapt. Let op uitstekende pen. Haal die eruit en dan kun je de poot eronder weg halen. Heel simpel.

Tafel ingeklapt