Afspraak is afspraak

Tot halverwege mag ik. Dat was de afspraak, een afspraak die nergens op papier staat. Ik maakte hem met de dieren zelf. Halverwege de bult begint de wildernis waar ik zo min mogelijk kom. Ik creëerde die plek en nu is het voor hen. Nog in mijn pyjama kruip ik tussen het riet. Waar ben ik eigenlijk? Opeens krijg ik een waarschuwing.

.


Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

“Even buiten kijken” dacht ik, een poosje na het wakker worden. Om zeven uur is de wereld nog jong en fris. Daar houd ik van. Vanuit mijn kleine huis stap ik zo naar buiten.. En ik ben er zo, bij het Verhalenpad, de bult, waar ik naartoe wil. Net de deur uit duw ik een paar slierten hop terug, die al te opdringerig voor mijn neus hangen. Een hoge stap over de moerasandoorn heen brengt me op het graspaadje, dat in tegenstelling tot de wilde hop, zich redelijk netjes laat afzetten met een koord. Witte bloesems van de tuinradijs hangen er in hoge dikke bossen overheen. Dan ga ik schuin het veld over. Een merel pikt nog eenmaal in het gras en vliegt dan weg. Verder ga ik, over de watertunnel heen, langs de andere kant van de sloot. En daar is het dan. Het Verhalenpad, door mij tot stand gekomen, maar niet meer geheel toegankelijk. Tot halverwege mag ik. Dat is de afspraak. Een verbond tussen de plek en mij. Maar waarom zou je helemaal tot het eind gaan, zelfs als je aan het begin ervan staat, dan zie je al zoveel! Ik sta tussen de jonge bomen en het riet, waarvan hele stukken door mij zijn weggeknipt om kattestaart, boerenwormkruid en andere bloemen de ruimte te geven. Ik zie het zaad dat op komt in de vruchtbare grond van bloemen die ik nog niet ken. De bodem is bagger, afkomstig uit de sloot, die is uitgediept door ’t Wetterskip. Het ligt er sinds november. En nu is het juni. De aantrekkingskracht van goeie grond is groot. Ik heb gezaaid. En nu groeit dat daar allemaal. Tussen het riet, dat natuurlijk altijd en eeuwig weer terug komt, taaier dan wat dan ook! En nu kruip ik in mijn pyama tussen de stengels van dat riet en onderscheid de sterke halmen van de wintergerst die ertussen staan. Hier en daar groeien bloemen. Kruipend breek ik de dikke groene rietstengels af. Voorzichtig kijk ik waar ik mijn voeten en knieën zet, ik wil de andere planten niet beschadigen. Brandnetel staat er ook veel, heel jong nog, slap en lichtgroen van kleur. Ik trek ze er zo uit. Nu kan het nog. Minutenlang ga ik door. De zon stijgt onzichtbaar aan de kim en komt af en toe achter de wolken vandaan. Tijd bestaat niet meer. Alleen ik, in mijn pyjama, tussen de halmen en het ruisende riet. Steeds verder ga ik. Ik kijk niet achter me, wat ik gedaan heb is gedaan. Mijn wereld bestaat uit de paar vierkante meters voor me. Als een krekel in het veld, zo voel ik me. Er komt geen einde aan.
Ik vraag me net af hoever ik eigenlijk ben, wanneer ik iets bijzonders zie. Een brandnetel met een trosje rupsen er in. Subiet houd ik op. Grijzige geblokte rupsjes. Dat is de kleine vos! Ik dacht al, waar blijven ze! Ze zijn wat later dit jaar. Op het zelfde moment hoor ik een waarschuwende roep uit de bosjes. Het is een kort ratelend geluid. Komt dat ui het nest van de rietzanger? Ik heb het gezien, per ongeluk, toen ik net als nu, brandnetels aan het wieden was. Een heel klein nestje met piepkleine eitjes. Ik dacht dat het verlaten was. Is dat niet zo? Ik wil niet kijken. Laat ze maar. Ik kruip terug tussen de afgebroken stoppels riet, de wintergerst, de kattenstaart en de tuinradijs. Mijn pyjamabroek is nat van de dauw, mijn handen zijn alweer ruw van het werk.
De rupsen en de kleine vogel herinneren mij aan de afspraak. Tot halverwege mag ik. Halverwege begint de wildernis. Dat is voor de dieren. De dieren weten het. En afspraak is afspraak. Waar of niet.

.

Plaats een reactie