Als je natgeregend bent en je moet nog een tent opzetten, dan ben je blij als je zo in een mooie hut kan duiken. Een plek voor stille genieters. Dat ga ik bouwen, niet ver van mijn woonstek.
.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.
.
Scheefzakken en niet meer wegkomen, slippen in het natte gras, takken waar je niet onderdoor kunt om dat romantische plekje te bereiken, krassen in de lak. Leuk hoor, kamperen in een luxe camper. Busjes en campers zijn populair. De plek die mensen innemen wordt steeds groter en het is zoeken naar een plek waar je in je tentje niet bedolven raakt onder de uitdijende luxe van andere mensen. Meestal is het is ieder voor zich. De belangrijkste vraag die mensen stellen is: “Waar is het stopcontact?”. Want leven zonder koelkast, dat is niet van deze tijd. Gelukkig zijn er ook nog anderen, die graag op deze wat rommelige camping komen. Mensen die het niks kan schelen of er wel of geen stopcontact naast de tent te vinden is. Meestal zijn die in de meerderheid. Zo blijft het hier gezellig.
“Degenen die op de fiets komen zijn bijna altijd leuke mensen” zei ik gisteren nog tegen onze boer, de baas van de camping. Hij knikte, dat was hij wel met me eens. Ik denk aan de jongen die eens per jaar komt aanfietsen, zijn tentje achterop. Zes weken lang gaat hij van hieruit op zijn fiets naar het werk. Hij scheert zich in de plee. Daar heb ik een afgebroken autospiegeltje neergelegd, ik vond het op straat. In de plee was nog geen spiegel. En nu zag ik hem ermee staan, de deur half open. “Goh, gebruik je die?” vroeg ik blij. “Ja hoor, elke dag” zei hij met een gezicht vol zeep. Het is een opluchting om mensen te ontmoeten die niet alles zelf hebben. Die je nog ter dienst kan zijn met iets wat je vond op straat.
En ik denk aan die keer dat twee twintigers kwamen aangefietst met zelfgebouwde fietscaravans. Piepkleine woonwagens, net groot genoeg om in te liggen met wat spulletjes ernaast op een plankje. Desondanks is het nog best zwaar, zo’n ding te trekken op spierkracht. Vol bewondering heb ik ze verwelkomd. Het regende. “Als het de hele dag regent heb ik het gevoel dat ik in een doodskist lig” zei de jongen, terwijl hij keek naar zijn gele minicaravan met rode randjes. Ik bood het jonge stel mijn kas aan, dan hoefden ze niet voor lijk te liggen. Elke keer als ik erlangs liep wuifde ik. Ze vermaakten zich prima met zijn tweeën. Ik zag haar schrijven met pen in een boekje. Ze maakte er ook tekeningetjes in. Ze kookten er en we dronken samen thee van kruiden uit de tuin. Het waren mooie dagen. En toen stopte het met regenen, en gingen ze weer weg. Ik hoopte dat ze terug zouden komen, maar dat was niet zo.
Maar nu zijn er twee andere jongeren. Die hebben nog veel langer rondgefietst, wel drie jaar lang. Ze hebben ongelooflijk veel gezien en verlangden naar een plek om te landen. Die hebben ze hier gevonden! Er stond hier een woonwagen leeg. Zo eindigde hun tocht.
Ik denk aan al die mooie mensen op de fiets die het eenvoudige leven omarmen. Die langzaam door het landschap trekken, elke meter onder hun wielen voorbij zien gaan. Ja, als het regent is het afzien. En daardoor kwam er een gedachte bij me op. Ik vind het best leuk, af en toe iemand in de buurt die niet per se op bezoek is, maar gewoon lekker zijn gang gaat. Daarom ga ik vlakbij mijn huis een punthut maken. Een punthut voor de fietsers. Een houten tent op palen. Het fundament heb ik al, het is keihard azobé. Tweedehands natuurlijk, want dat is hartstikke tropisch. Er komt een grote vloer op 60 cm hoogte met direct daarop twee schuine wanden die boven in een punt samenkomen. Vroeger had ik een luikenkap op mijn boot. Die zat precies zo in elkaar. Simpeler kan het niet, je laat de twee panelen gewoon tegen elkaar vallen met een balk ertussen. Die balk is gemaakt als een T profiel, dus de twee delen kunnen niet verder doorglijden. Het blijft dan als een driehoek staan, vraagt verder weinig passen en meten, je ziet vanzelf hoe het uitkomt. Als je de juiste wiskundige som maakt, kan je van tevoren precies uitrekenen hoe hoog het wordt, maar je kan het ook een verrassing laten zijn.
Na het plaatsen van de panelen komt het subtielere werk. Je zet de constructie vast door aan de kopse kanten latjes te timmeren om daarna de ingang en uitkijk te maken. Dan nog een paar constructieve blokken (of ijzerwerk) om de vloer met de wanden te verbinden en het staat. Er komt natuurlijk een lekker matras in te liggen. En mijn kleine rocketstove kan er staan, om op te koken. Het is mooi, zo’n hut. Dat weten onze nieuwe bewoners maar wat goed, die zijn dikwijls gastvrij ontvangen, in Azië, Europa en Rusland. Na al die kilometers fietsen zijn ook zij aan het werk en ook zij bouwen een hut voor gasten. Het is leuk om ergens over na te kunnen denken, meestal alleen, soms samen. Ik geniet ervan om het langzaam te laten groeien in mijn gedachten. De vertrouwde zwarte pen ligt klaar naast een boek met tekeningen. Ik bloei altijd weer op met een project onder handen. Laat het maar lang duren. Dat zal ook best lukken, want zonder auto moet ik alle materialen langzaam verzamelen. Maar we werken samen als buren. Ten slotte leven we hier allemaal redelijk eenvoudig en ver van de openbare weg. Al heeft een enkeling daar soms moeite mee, het is wat deze plek uniek maakt.
Het is maar een kleine hut die veel omvat. Ik bouw een plek die de eenvoud omarmt. Laten de luxecampers maar wegblijven, met hun televisies, koelkasten en buitenmeubelen. Hier maken wij ruimte voor de natuur. Dus beste fietser, straks ben je van harte welkom in deze eenvoudige stulp, om stil met volle teugen te genieten en tot jezelf te komen. Ik werk er aan!
PS Fietsers krijgen ook nog extra korting van de baas!
.
.
