Een spannende beslissing

.

Het beeld daagt op  wat mogelijk is….

.

Het is maandag 2 juli. Vandaag komen de mannen het windscherm plaatsen. Ik zit met de andere vrouwen met koffie de dag door te nemen, als Marin roept: “Je mannen komen er aan Alowieke!” José kijkt verheugd op. “O mànnen?” Ik lach. “Ja, de mannen voor het windscherm.” Tegelijkertijd schiet ik omhoog en vlieg op een holletje naar de deur. Oscar de hond springt ook op en wil enthousiast mee rennen. “Rustig Alowieke, voor Oscar,” zegt Irma. Overdreven traag loop ik door. De vrouwen praten verder en ik leid de mannen het pad over, naar de plek waar mijn huisje staat.

Mijn huisje staat nu verderop, ik heb gisteren al mijn spullen weggehaald en daarna heb ik met Elbrecht mijn woonwagen naar achteren gereden. Hij staat nu vlak bij de caravan van Anna, waar we kortgeleden dat heerlijke modderbad hadden. “O, heb je het voor ons vrijgemaakt? Wat leuk!” De mannen kijken verrast naar alle ruimte om hen heen. We nemen nog even kort door waar de laatste palen moeten komen. Er zijn weinig woorden nodig. Ze weten precies wat ze moeten doen en gaan ijverig aan de slag.

Even later zit ik met een kop koffie naar de bedrijvigheid te kijken. Het houten bordes is opgewarmd door de zomerzon. De zon stijgt al hoger en als die stevige bries er niet was, zou het warm zijn. Op het zandpad, dat verder het land in leidt, staat hun busje met een aanhanger erachter. Op de aanhanger staan de eerste ruiten en liggen de zeeblauwe palen en de aggregaat. Maar het is het busje wat mijn aandacht trekt. “Vriesia tuinkamers” staat er op, met een foto. Het is een soort tuinhuis met een dak erop. Hé, denk ik, zouden ze er bij mij ook een kap overheen kunnen maken? Ik heb eerder al het plan gehad om een kas te laten bouwen en daar mijn huisje in te zetten. Dat idee strandde. Ik kon er geen eentje vinden waar mijn woonwagen in paste. Er zat bij alle kassen een balk, die in de weg zat. Of ik zou een tunnel moeten kiezen, of een geodetische koepel. Dat wilde ik niet. Al dat plastic en rubber wat je daarbij nodig hebt, daar moet ik niet veel van hebben.

Ik zie hoe de mannen naar hun busje lopen om koffie te drinken. Ik besluit erheen te lopen om het te vragen, of het ook kan, zo’n glazen dak erop.
Ze kijken me verbaasd aan. “Ja hoor, dat kan best. Ze staan op vier palen. Voor de ruimte die jij wilt bedekken zal je er drie of vier stuks voor nodig hebben. Doe ze dan overdwars, dan krijg je in de lengterichting twee mooie golven.” Ik vraag de mannen precies hoe dat dan moet en knik als het genoeg is. Dan ga ik een beetje verbijsterd op een stoel zitten om deze onverwachte informatie te verwerken. Wat ga ik nu doen? Ik besef het in enkele seconden. Dit lijkt een oplossing te zijn voor alles. Het dak van het podium, de verschillende ontwerpen waar ik niet tevreden over was. Daar hoef ik mijn hoofd dan niet meer over te breken. Met één groot dak wordt het een deel van de rest en dat is nog veel mooier!
En wat biedt het nog meer? Ik zal een droge buitenruimte hebben om te leven en planten te laten ontkiemen. Een lichte concertzaal, midden in de natuur om naar muziek te luisteren. Ik kan alles zo vormgeven, dat het één sprookjesachtig geheel wordt, de overkapping, de uitkijktoren, waarvan het dakje en de palen al klaarliggen. Ik kan dezelfde vormen terug laten komen in het podium. En dan is er nog mijn allerliefste wagenhuisje. Wat zal het er mooi in staan en wat een fijn plekje is het dan. Het zal wat kosten en het is nog veel werk. Maar O, als het af is! Het zal een aanwinst zijn… Ik hou mijn adem in. Zal ik het doen?

.

.

Dansen tussen de spanten

.

Dansen tussen de spanten

.

.

Elke keer verrast het me. Ik loop ergens tegen aan. Het kan niet wat ik wil. Of hoe ik het had gedacht. Ik laat het even liggen en doe een dansje. Even later komt er altijd wel een idee in me op, hoe het wèl kan. Of ik vertel het aan Dick en dan denkt hij even met me mee. Dat is leuk en gezellig. Vaak is de oplossing simpel. Ik heb alleen tijd nodig, tijd om te overdenken en het te laten zijn.

„Jouw wagen is zo’n gecompliceerd bouwwerk!“ zei een kijker vandaag. Toch is het een optelsom van eenvoudige oplossingen. Eigenlijk is het geen woonwagen, maar kunst. Hoewel het klein is, heeft het twee sfeerkanten. De helft heeft energie naar binnen toe, intiem besloten, met een helder bovenlicht, af te sluiten met een lichtgroen gordijn. Ik noem het “Mijn coconhuisje”. Het andere deel heeft grote ramen, dat is het luister en kijkgedeelte. Geweldig plekje voor in de vrije natuur. Of op het strand of in de duinen.

De lijnen van de constructie, het inspireert me elke keer opnieuw. Het is net muziek. Dus dans ik. Schroevenswing of Dakspantrock. Zo’n danslocatie krijg ik immer nooit meer! Volgende week komen de planken. Dan verdwijnen de open lijnen van de constructie en wordt het een echt huis. Spijtig en leuk tegelijk. Dan hoor je alleen nog het hakken van de beitel en het geraas van de decoupeerzaag. Tot het klaar is.

Duimen dat alles meezit!

Let the sun shine.

.

.

.

.

.