Van kolossale glorie naar draaglijke lichtheid

Het grote werk verminderen naar duurzaam en klein. Vanzelfsprekende passiviteit vervangen voor onafhankelijke en veerkrachtige helderheid. Hoe kom je er toe?

.

.

Onverwacht is het er. Iemand komt met iets uit mijn verleden op de proppen. Het brengt me terug in de tijd en dat zet me aan het denken. Hoe alles er stap voor stap toe heeft geleid dat ik nu eenvoudig leef in mijn kleine huis, op deze plek.
Het begon bij een ex-collega schipper, die komt soms met beelden van schepen of vaarwegen waar we allebei wat mee hebben. Nu liet hij een site zien, waar mijn oude schip, de Koophandel 2 werd beschreven. Voor zulke gepassioneerde liefhebbers zijn schepen persoonlijkheden en dit schip was zeker een persoonlijkheid. Ons schip was gebouwd in 1903, was 21 meter lang, robuust met een elegante geveegde kont. Veel mensen hebben ervan gehouden. In die tijd bouwden ze de boten heel zwaar, de huid was wel 8 millimeter dik, met spanten om de twintig centimeter. Het was nog gebouwd met klinknagels waarvoor twee mannen aan het werk waren, eentje binnen en eentje buiten. Die werkten elke dag met elkaar samen. Mensen wisten wat werken was. De schepen werden met sterke handen goed onderhouden en dat was de instelling ook in die tijd. Als je ergens goed voor zorgt, dan gaat het lang mee.

Mijn man M. en ik wilden dat ook, er goed voor zorgen. Maar M. ging eerder ter ziele dan onze schuit, waar we zoveel plannen mee hadden. Ik hield veel van de Koophandel 2 en wilde hem niet kwijt. Nog een jaar heb ik het geprobeerd, met vrijwilligers. Die vonden het vooral leuk en gezellig. Het project was groot voor dit gezelschap, dit vroeg eigenlijk om een degelijke aanpak met mensen die er helemaal voor gingen. Bovendien had ik nog drie boten en een middeleeuwse werfkelder. In totaal was het 800 M2 aan oppervlak wat ik moest onderhouden. Bikken, schuren, schilderen, of stuken en betegelen. Toen ik ook nog de ligplaats kwijtraakte was het duidelijk. Er was geen andere keus, ik moest het schip wel verkopen. In 2006 kwam hij in Drachten terecht, en daar lag hij vanaf dat moment te verkommeren. Er waren mensen die dit aan het hart ging, via via hoorde ik dat.\

.

De Koophandel 2 in de jaren 50 aan de Albrechtskade in Rotterdam.

Je kunt spijt hebben van alles wat verloren gaat. Maar de ziel gaat door, het krijgt een andere vorm. Het schip heeft mij geïnspireerd in de manier hoe het gemaakt is, hoe het leeft als hoedanigheid. De vormen die ik maak, komen rechtstreeks van de schepen waaraan ik heb gewerkt, alleen is alles veel kleiner en lichter. Ik heb begrepen hoe je moet zwoegen om het schip in zijn volle glorie te laten stralen en dat dit werk nooit ophoudt. Dit heeft mij tot bepaalde keuzes geleid. Ik bouwde mijn huis klein en op wielen. Het kan bewegen, net als een schip, maar dan op het droge. Het nodige onderhoud heb ik minimaal gehouden, zodat ik hier oud kan worden zonder dat ik door het vele werk snel oud en moe ben. Het is niet groot, maar wel behaaglijk en ik ben onafhankelijker dan de meeste mensen. In noodsituaties zal ik nauwelijks verschil ervaren, met mijn manier van leven. Ik red me wel.
Iets moois bestaat niet zomaar. Iets groots en indrukwekkends ook niet. In deze tijd leven we op grote voet, grote huizen, grote auto’s. We weten niet meer wat een werk ervoor nodig was. Alles wordt vanzelfsprekend onderhouden of vervangen zonder dat we er zelf veel voor hoeven te doen. Hoelang nog? Ondertussen zijn er steeds minder mensen die praktisch werk kunnen verrichten. Dat is jammer en we worden steeds afhankelijker van grote bedrijven die ons moeten voorzien. Ik leef nu met veel genoegen in mijn kleine huis zonder badkamer of waterleiding. Ik heb het zelfgebouwd en ken elk hoekje. Als er een probleem is kan ik dat tot nog toe altijd oplossen. Ik vind het niet erg minder voorzieningen te hebben en heb mijn manier om daarmee om te gaan. Toch, maar weinig mensen zullen vrijwillig zo’n simpele levensstijl aannemen en soms worden ze er op veroordeeld.
Er zal een dag zijn dat niets meer vanzelfsprekend is. Dan zal het veranderen. De dag dat niet alles zomaar te vervangen is en de dingen weer een ziel krijgen. Alles in het leven moet hanteerbaar zijn, voor nu en in de toekomst. Dus ga ik uit van wat ik zelf wil en aan kan. Dus hier woon ik dan, in mijn eigen mooie lieve zelfgebouwde huis. Klein, maar wel geïnspireerd door de schepen waar ik aan werkte. Het ritme van de spanten, de huid, en hoe dit alles leeft in zomer en winter, bijna als een organisme. Het leven inspireert mij zelf en ik pas me aan aan de omstandigheden. Ik zou hier nog jaren kunnen wonen. Laat iedereen die eenvoudig leven wil dit kunnen doen.

.

.

Boetseren aan het plan

tekening kozijnmetofzonderlood 001

.

Ik zet mijn fiets op de standaard, naast de paal met het bord. “Wateridee” staat er op, wit met blauwe letters. Het historische vrachtschip ligt trouw aan de smalle oever, die zomers bulkt van bloemen. Hier ben ik thuis. Ik klop met mijn knokkels op het staal. Het ijzeren luik gaat open. Ik omhels mijn vriend John en klauter de steile trap af, de woonkamer in. In het midden van de ruimte staat een enorme werktafel. Het is lekker warm binnen. In de hoek, op het fornuis, staat een pan te dampen.
“Wil je soep?” vraagt John vrolijk, “Ik heb speciale Alowiekesoep gemaakt, met gember en nog veel meer.”
Terwijl hij roert, praat ik met Carolien. Zij heeft de hele opbouw van het schip uitgetekend, voor ze gingen bouwen. Op schaal, net zo gedetailleerd als ik het graag doe. Ik kijk haar genoeglijk aan en sla mijn dikke ontwerpboek open. John komt achter het fornuis vandaan en kijkt mee over mijn schouder naar een zonnig plaatje van een groene wagen. “Ga je hem schilderen? Kan natuurlijk, maar wel zonde, vind ik. Je wil toch red cedar gebruiken? Dat vergrijst zo mooi.. en dan heb je helemaal voor niets een ademende wagen gemaakt.”
“Verdorie ja, dan smeer ik er weer een huidje overheen.. ” Ik ben even stil. “Of zou er een ecoverf zijn die wél ademt? Vast toch wel!”
Carolien bladert verder in mijn ontwerpboek terwijl ik me afvraag of mijn wagentje nou wel of niet groen gaat worden.
Carolien tuurt naar een detailtekening. “Is dit het raamkozijn? Wat is dat voor strookje daar onderaan?”
“Dat is een loodlap die onder het kozijn doorloopt, tegen inwateren. Binnen sla ik het een centimeter om de rand heen.”
“Hmm.. ik hou niet zo van lood.”
“Waarom niet?” vraag ik, en meteen schiet het me te binnen. “Oh,  ik maak een koudebrug! Het lood neemt de temperatuur aan van de buitenlucht, gaat onder het kozijn door naar binnen en daar krijg je dan condens natuurlijk.” Ik ben even stil en Carolien kijkt me rustig aan terwijl ik nadenk. “Ik heb een beter alternatief,” weet ik opeens.”Kunstrubber, dat heb ik toch al, ik doe het ook op mijn dak. Is ijzersterk. EPDM noemen ze het. Veel beter dan lood. Dán heb ik geen koudebrug onder het raam.”
“Ik ken het.” zegt John, die de kommen soep op tafel heeft gezet.”Je kunt er zelfs met naaldhakken overheen lopen. Keigoed spul. Als loodvervanger, maar ook prima voor jouw dak, als je met je wagen door de bush rijdt met overal zwiepende takken. En nu de soep. Proef eens, wat vind je ervan?”