De dag dat je je bril kwijtraakt

.

.


Met een volle agenda keer je het cyclisch bestaan de rug toe. Gelukkig is mijn nieuwe boek geen bestseller. Want dan was de heilige traagheid ver te zoeken.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst. ( Duur 15 min.).

Het is vroeg in de ochtend, net niet schemerig meer. Gauw wip ik naar buiten om de luiken te openen, om dan terug te duiken in de hangmat. Ik koester de behaaglijke sluimer die me nog niet verlaten heeft. Buiten is het mistig en stil. Het mooiste moment van de dag. Mijn oog valt op een mantelmeeuw die overvliegt. Hoe lang duurt een moment van geluk en verstilling? Niets is eeuwig. Ik rek het moment zo lang mogelijk, tot het me begint te vervelen. Mijn lijf vraagt om actie. In mijn pyjama stap ik naar buiten, doe mijn klompen aan. Er is helemaal niemand en ook op de snelweg verderop is het stil. Ik loop een rondje over het Verhalenpad, langs de opgroeiende gemeenschap van bomen, langs de volle wadi’s. Het water steekt glinsterend af tegen de donkere aarde, de bomen eromheen zijn nog nauwelijks uit de knop. Maar de grauwe wilg bloeit al en de prunus cerasifera heeft vele honderden witte bloemen, die talloze insecten tevreden zouden kunnen stellen, als ze er waren. Gisteren, op dat warmste uur van de dag, 15 graden was het, zag ik een blinde bij, een kleine vos en twee aardhommels. Maar nu is de dag nog jong en koud. Zelfs de aardhommel met zijn dikke jas aan zie je pas over een paar uur. Hoewel het fris is houd ik van dit moment. Al wandelend begin ik te wieden, Het groeit onder mijn handen, langzaamaan wordt het echt een mooie wilde plek.

Maar nu mijn boek van de pers is, wordt het leven anders. Het stille werk in de ochtend verdwijnt en ik voel de band met mijn flora en fauna verslappen. In plaats daarvan komt de doelijst op de eerste plaats. “De heilige traagheid der dingen” loopt goed. Het zijn de eerste weken na publicatie. Met frisse moed begin ik de ochtend met het verwerken van bestellingen, het beantwoorden van mails. Dan inpakken. Er komen steeds meer dingen bij. Het leven dat al vijf jaar zijn vaste cyclus heeft, wordt ineens een leven met een agenda. Een stapel boeken ligt klaar op de tafel in de kas. Daar mogen ze maar kort liggen, het is daar vochtig. En terwijl er steeds meer dingen moeten, begin ik voor het eerst sinds jaren dingen te vergeten. Mijn tas met tekenspullen als ik naar Atelier Binnenstad ga. De fles om onderweg even melk te halen bij melktap Jellum. Ik ben druk! Maar de zuurbessen naast de sloot willen iets van me. Dat zag ik vanuit een ooghoek. Het gaat niet goed daar. Verdorie, ik heb geen tijd. Maar de buurman heeft toch in de gauwigheid grote stukken karton voor me gehaald van de fietsenmaker. Die vierkante meters kunnen er mooi onder. Want zuurbessen groeien niet in een jungle van andere planten, ze willen graag ruimte. Dus die plat gevouwen dozen liggen alweer twee dagen op een hoop, langs de kant van de weg. En ik wilde hem ook nog bedanken, die goeie buurman van me. Dat komt er dus ook niet van. Er is zoveel te doen! Veel meer dan ik op kan noemen. Behalve de boeken die roepen, heb ik veel werk verzet. Alles wat ik geplant en gebouwd hebt, doet nu een beroep op mijn gevoel van verantwoordelijkheid. Rondom mij begint alles opgetogen te fluiten, te fladderen en te woelen. Het is lente, de tijd van de voortplanting. Ook dat nog. Onder de kas is een rat aan de gang, hij heeft al twee pogingen gedaan om een hol te graven onder mijn vloer van grote zware tegels die ik zelf heb gelegd. Een rat in het riet of in de bosjes vind ik niet erg. Als ze maar van mijn kas afblijven. Ik maak mijn handen leeg en als een speer gooi ik het hol weer dicht en raak vervolgens mijn bril kwijt. Twee dagen later vind ik hem in het zand. Hij keert terug naar de vertrouwde plek in mijn borstzak en dan ga ik op de fiets naar Mantgum. Er moet een stapeltje boeken op de post. Als ik terug kom spreekt de buurvrouw me aan. Of ik nog even tegen haar man wil zeggen dat het karton zijn bestemming bereikt heeft. Hij hoort maar steeds niks van me. O ja. Dat was er niet van gekomen. Gauw naar de buurman.

Na elke dag wordt het avond. Ook na deze, vol chaos en drukte. En ik weet, binnenkort wordt het weer een stuk rustiger. Want mijn boek is goddank geen bestseller. En dan zit ik stil in mijn kleine huis en denk: Stel je voor dat mijn boek wèl een bestseller werd. Dat lijkt geweldig. Maar dan heb ik wel extra opslagruimte nodig. En dan moest ik toch echt personeel aan nemen en een degelijke werkruimte gaan zoeken, want in mijn tiny house past dat niet. En als ik denk dat ik daarmee mijn leven weer net zo cyclisch zou maken als daarvoor, kwam ik van de kouwe kermis thuis. Evengoed zou het leven steeds ingewikkelder worden en ik zou de hele dag mijn bril kwijt zijn. Ondertussen groeven de ratten een doolhof aan gangen onder de tegels van mijn kas. Tegelijkertijd zouden de zuurbessen overwoekerd raken en kon mijn buurman nog lang wachten op dat bedankje en het praatje aan de deur. “Men moat it seal net heger lûke as de mest” zeggen de Friezen. Je moet het zeil niet hoger hijsen dan de mast. Maar met allerlei kunstgrepen lukt het toch, almaar door te hijsen. Om te beginnen word je agenda je bijbel. Daarna heb je steeds meer personeel nodig. Het eenvoudige cyclische bestaan keer je de rug toe. Duurzaamheid wordt een theoretisch streven. Succes is leuk, maar niet teveel.
Veel mensen zitten vast in het web van verwachtingen dat we zelf met zijn allen hebben gemaakt. Het is normaal dat je dit allemaal wilt: een gezin, een goeie baan, kinderen, een auto, succes en vrijetijdsbestedingen. Wat dat alles van je vraagt weet je niet van tevoren. Deze tijd vraagt om oogkleppen en doorgaan als een trein. Als je van alle kanten verwikkeld bent geraakt in een overvol bestaan, dan kom je niet zomaar terug in het eenvoudige cyclische leven. Maar ja, het is zoals het is. Toch kan je iets doen. Stukje bij beetje.

Rust in de vroege ochtend. Langzaam wakker worden, kijken wat er is. Leven in het ritme van de seizoenen. Kijken naar de sterren en planeten, zie hoe ze hun baan volgen in de hemelkoepel. Kijken naar de eerste zwaluw en de akkerhommel in de wilgenbloesems. Alles wacht op je.

Ps: Ik heb nog honderd en tien boeken over en na de eerste golf ligt het nu helemaal stil. Ik vind het nog steeds hartstikke leuk als je er een bestelt.

Met vouwfiets de trein in

.

Soms word je verrast door ontwapenende eerlijkheid, iemand die zegt dat het hem spijt dat hij je onterecht heeft toegesnauwd. Zoals conducteur Hamas: “Soms moet je je kwetsbaar opstellen.”

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 11 minuten.

.

Ik sta te wachten op het perron van Almere. Ik ben uit geweest in Amsterdam. Van Amsterdam naar Heerenveen hoef je gelukkig maar één keer over te stappen. Met een wat grotere vouwfiets is dat toch wel fijn. Mijn grote tas heb ik achterop gebonden en het elegante leren rugzakje hangt aan het stuur. Hij is kapot, één van de banden is afgescheurd. Dus eigenlijk is het geen rugzakje meer, maar een onhandig fietsstuurzakje. Ik heb mijn fiets niet opgeklapt, dat sjouwt wat onhandig met een kapot rugzakje aan het stuur.

Daar komt de trein aan. Naast mij staat een jongen van een jaar of twintig, met een stoere zwarte fiets. „Waar moet jij er uit?“ vraag ik hem. Ik kijk nog eens naar zijn fiets. Die kan je niet opklappen. „Lelystad,“ zegt hij. „Ik moet naar Heerenveen! Dan moet…“ begin ik, en denk  na „Jij er het eerst in!“ vult hij grijnzend aan. Ik lach terug. De deuren staan al open. Ik til mijn vouwfiets naar binnen en kijk hoe ik hem nu zal op klappen. Dan komt er een conducteur tevoorschijn, die vanuit het niets lijkt te komen. „Ja mevrouw u maakt van uw probleem óns probleem!“ Roept hij boos.
Verbijsterd kijk ik hem aan. Waar heeft die man het over? „Het is hartstikke druk en wij proberen dat in goede banen te leiden, en behulpzaam te zijn. U kunt uw fiets gewoon opvouwen in een hoekje zetten, ziet u? Dan kan die jongen ervoor en dan kan er zelfs nog iemand zitten!!“ roept hij verontwaardigd.
„Ik probéér juist mee te denken,“ zeg ik. Ik begrijp nog steeds niet waar hij zich druk om maakt. Wat bedoelt hij? Wat bezielt die man? Hij ratelt nog een poosje door, zonder te stoppen. Dan zegt hij : „Maar kunt u zich ook in mij verplaatsen??“ Fel geef ik antwoord. „Ja! Natuurlijk!” roep ik welwillend. “Het is ook hartstikke druk!“ Hij knikt, kennelijk is hij gerustgesteld en loopt weg.

Ik ben in de war. Ik begrijp zijn uitval nog steeds niet helemaal. Als hij opnieuw langs me heen loopt voel ik me ongemakkelijk en gespannen. Ik kijk gauw uit het raam. Nee, denk ik dan, niet wegkijken. Gewoon rustig naar hem blijven kijken, vanuit je eigen hoek. Ik sta naast mijn fiets tegen de wand geleund en zie hoe hij na de laatste controles om de hoek verdwijnt, het hokje van de conducteur in. Zou hij nog terugkomen? Misschien kan ik het hem nog vragen.

Ineens komt hij weer tevoorschijn. Hij loopt recht naar me toe. Zijn bruine ogen staan helder in zijn bruin getinte huid. „Soms moet je je kwetsbaar opstellen,“ zegt hij en hij recht zijn rug. „Mevrouw, ik heb u onterecht toegesnauwd. Dat was niet juist. Ik kom terug omdat ik vanavond niet met een rotgevoel naar bed wil gaan, en voor u wens ik dat ook niet. Ik wil mijn karma graag schoon houden.“ Ontroerd kijk ik hem aan en pak zijn schouders beet. „Wat mooi!!“ roep ik. „O vind je het mooi? Nou dat is fijn.” Hij knikt en neemt wat meer afstand.  Ik ontspan en luister. “Weet je, je neemt soms dingen mee die eerder die dag zijn gebeurt. Ik had in de vorige trein gedoe met een meisje.“ Hij is even stil en kijkt naar de deuren, die nu dicht zijn. Het polderlandschap raast voorbij door de kleine raampjes. „Ze wilde eruit, met haar fiets. Maar ik was al aan het vertrekken. Ik spreidde mijn armen uit, om haar tegen te houden. Ze keek me kwaad aan. „Rustig!!“ snauwde ze. Nee, JIJ rustig! zei ik, ik ben bezig te vertrekken en ik wil niet dat je met je gezicht op de stenen belandt, tot bloedens toe kapot geschaafd.“
Ik luister geconcentreerd. Ja, ik weet dat treinpersoneel veel meemaakt, en dat er ook regelmatig ongelukken gebeuren. Zoiets blijft voor altijd op je netvlies staan. Toen ik jonger was deed ik ook dwaze dingen. Ik ben een keer zomaar het spoor over gerend om de trein te halen. De conducteur was laaiend. Ik mocht niet mee en iedereen keek naar me. Ik ging door de grond. Gelukkig ben ik nu wijzer. En ik begrijp hem goed. Zo’n meisje dat per se naar buiten wil en nergens rekening mee houdt, dat geeft stress.
„Ik ben een sociale man,“ gaat hij verder „Ik houd ervan om met al die verschillende mensen om te gaan, en we krijgen een uitgebreide opleiding van de NS, hoe dat te doen. We hebben huisregels, waar mensen zich aan dienen te houden. Maar ik houd er niet van om als een zure politie agent rond te lopen. Als het geen kwaad kan, dan zie ik het door de vingers. Het is veel beter om de sfeer goed te houden. Dat is het belangrijkste. Maar  als mensen geen rekening met elkaar houden, dan zeg ik daar wat van.

„Maar wat deed ik nou eigenlijk verkeerd met mijn vouwfiets?“ vraag ik. Hij kijkt me aan alsof hij wakker wordt. „Oh, je hoort hem op het perron in te klappen, en daar ook weer uit te klappen.“ Ik begrijp het meteen. Het balkon van de trein is niet groot. Als er veel mensen zijn, kan dat gedoe met in en uitklappen ergernis opleveren. „Ik zal er in het vervolg aan denken,“ beloof ik hem en ik meen het. Vaak helpen mensen mee als ik hem opvouw, maar de vorige keer, toen ik aan het hannesen was op een druk balkon, werd er iemand boos. Nu besef ik dat die vrouw in principe gelijk had. Hij knik nog eens. „Zo hoort het eigenlijk. Maar het is geen wet van Meden en Perzen. Ik zag ook wel dat u zoekende was, wat u moest doen. Het was niet terecht wat ik zei. Hoe vaak gaat u met de trein?“ vraagt hij „Oh, heel af en toe,“ zeg ik. Hij knikt, alsof hij dat al dacht. Hij grijpt in zijn heuptas, en pakt er een bonnetje uit. „Dit wil ik je geven,“ zegt hij „Mag ik -je- zeggen?“ Ik knik van ja, en neem de tegoedbon van hem aan. “Een consumptie ter waarde van 2,50,“ staat er op. Het is dezelfde die mensen krijgen bij code rood en blaadjes op het spoor, wanneer ze urenlang moeten wachten.
De trein stopt en de deuren gaan open. Er staat een vrouw met een kinderwagen. Opgewekt helpt hij haar tillen, informeert naar het kind en maakt grapjes over de zijne. Gemoedelijk blijft hij staan praten. Na een poosje vertraagt de trein opnieuw zijn snelheid. We naderen station Zwolle. De jongen met de zwarte fiets is er allang uit. „Ik moet hier overstappen naar het volgende treinstel, dus ik zie je niet meer,“ zegt hij. „Ik wens je nog een goede reis!“ Breed glimlachend stapt hij de deur uit.
„Hoe heet je?“ vraag ik hem gauw „Hamas,“ zegt hij „Hamas uit Den Haag!“ Ik knoop het in mijn oren. Op het laatste nippertje geef ik hem de high five. Dan draait hij zich om.

Als ik een poosje later uitstap in Heerenveen staat hij verderop in een openstaande deur naar me te kijken, vanuit het andere treinstel. Hij zwaait enthousiast, wanneer hij me ziet. Ik zwaai terug. Hoe snel kan je van iemand gaan houden. Ongelooflijk.

Thuis zoek ik de naam op. Hamas is een Marokkaanse jongensnaam en het betekent: Geestdrift, of verrukking. Ja, pit had deze man zeker!

.