Schrikken voor het slapen gaan

.

.

Door vermoeienis dwaal je af van het pad, dat je zelf hebt gebaand, dat je zelf met zoveel hersenbrekens tot perfectie had gebracht. Vergeten liggen gevallen steken, verborgen voor het oog. (Alowieke)

De hemel is gesluierd met een donker wolkendek. Gisteren kwam de zon er door heen, een verrassing na dagenlang mist en de regen. Maar vandaag is hij weer weg. En het is al januari geweest! Ik weet dat het klimaat verandert. Toch verrast het me op onprettige wijze. Dat de herfstige buien maar blijven vallen, dat de nevels maar blijven komen, het verandert de wereld. Ook mijn huis lijdt er onder en zulke dingen ontdek je nou net op de meest ongelegen momenten.

Ik heb mijn pyjama aan gedaan. Op het bed ligt een extra deken, want het wordt koud vannacht. Ik kijk op de wekker. Het is nog maar kwart over tien, ik ga vroeg mijn nest in, want Dick en ik gaan er op uit, dit weekend. Als ik mijn pantoffels uit doe, zie ik iets.
Het is een vochtvlek op het witte doek van het plafond. Een klein vlekje maar, maar het zat er eerst niet en dat is raar. Heeft het gelekt?
Ik vouw de stof opzij en trek de dikke isolatie weg. De grijze schapenwol voelt vochtig aan de bovenkant. Ik weet dat daar een kleine lek zit, maar daar heb ik tijdelijk een theedoek tussen gepropt. Het lek is zo klein, dat ik het alleen bij hoosbuien in de gaten moest houden. Ik had gedacht het op de eerste lentedag piekfijn in orde te maken. Maar wat nu? Ik trek de isolatie verder weg en schrik. Het buigtriplex is zwart van de schimmel. Zou het hele plafond er zo uit zien, al die tijd verborgen voor het oog? O dat dak, waar al zoveel uren in hebben gezeten!

Het is een warme dag in de nazomer. Ik sjouw met  grote buigzame platen, die moeten straks het dak op. Ik smeer een heel blik lijm op de randen, tegen inkruipend vocht. Het is mooie dunne lijm en het gaat snel. Terwijl ik ermee bezig ben, komt de buurman kijken, een loodgieter. Hij is ook nog psycholoog en ik kan altijd heerlijk met hem filosoferen.
Hij kijkt hoe ik de soepele kwast in de lijm doop. “Ga je de rest van de plaat nog behandelen?” vraagt hij me. Ik kijk hem aan. “Nee. Ik ben doodmoe. Het moet nu maar eens af zijn.” Hij kijkt bezorgd naar het hout. “Ach ja, vervangen kan altijd nog.”

En nu staar ik naar mijn plafond en denk aan hem, ik zie die bezorgde blik nog glashelder voor me. Ik ben net wakker na een paar uur slaap. Ik heb een hoop uitgezocht en opgeschreven. Piekeren ‘s nachts is soms heel functioneel. De zwarte schimmel heet stachybotrys en is schadelijk voor de gezondheid. Als de toestand al te bar is ga ik het nodige vervangen.
Na een flinke kom havermout voel ik mij bestand tegen elke tegenslag. Rustig haal ik adem en besluit te blijven glimlachen, terwijl ik het doek wegtrek. Langzaam onthul ik een kleine ramp. Het zit er letterlijk ònder, allemaal zwarte en witte schimmel. Er hangen druppels aan het poreuze houten dak. De druppels moeten rollen, zoals op de werktekening, rollen langs spiegelglad oppervlak, door de speciaal ontworpen kier naar buiten.

Ik weet wat ik te doen heb. Steiger plaatsen, dakbedekking lostrekken, de platen ertussen uit halen. Ik zal de nieuwe bestellen en op maat zagen, ze conserveren met goeie harde hoogglansverf. Ik plak gladde folie tegen het plafond boven de wol, dan is de afwatering van condens goed geregeld. Daarna controleer ik een paar weken of het werkt. Is het okee, dan plak ik de dakbedekking weer vast, met een nieuwe pot rubberlijm en maak alles weer netjes.

Het komt goed. Maar ach, eerst maar eens  goed slapen.

 

.

De komst van de wagen, bouwen en experimenteren.

Het onderstel is af! Binnenkort komen ze hem brengen. Dan kan ik helemaal in het echt, driedimensionaal aan de slag. Ondertussen groeit het boek met bouwtekeningen gestadig… Ik zal vaker over het bouwen schrijven en foto’s of bouwtekeningen laten zien, zonder bepaalde regelmaat. De verhalen, gedichten en tekeningen gaan gewoon door, eens per week. Als ik iets over het bouwen wil vertellen, komt dat tussen door in een aparte categorie.
Zoals nu. Ik wilde uitzoeken hoe het vocht zich gedraagt in mijn woonwagen. Bij benadering.

Ik deed een condensproef en liet de resultaten zien aan een professionele
yurtbouwer, hier op het terrein. Hij inspireerde me tot het uitdenken van
het volgende idee.

.

condensoplossing (11)

Het hele dak is bedekt met acht centimeter wol. Daar boven is een
ventilatieruimte van twee centimeter, en vervolgens komt het dakzeil.
Eigenlijk als een soort paraplu die erboven hangt. Daar kan condens
langs naar beneden druipen en langs de lange open gleuf, bij de dakrand,
weglopen. Maar het is niet genoeg. In het midden blijft het hangen.

De condensproef. Het mes is metaal, dus koud.

.

condensoplossing (2)

.

condensoplossing (1)

.

condensoplossing (5)

.

condensoplossing (4)

.

Dit is een mogelijke oplossing, waar ik nu sterk over denk.

condensoplossing (7)

Warme lucht stijgt naar het hoogste punt en condenseert waar het ’t koudst
is. Tussen de twee nokbalken komt een dampkap van drie meter lang, met
extra wol ertussen tegen de kou. De damp stijgt door de wol heen omhoog,
en condenseert tegen het koude zink. Daar loopt het naar beneden.

.

Wiekies dampkap

Wiekies dampkap

Met extra hoge rand om opstuwend regenwater te keren. Dat kan
heel hoog opwaaien bij harde wind, zo vertelde Ton, de wagen-
bouwer. Daarom heb ik de windkering extra hoog gemaakt. Ik ben
erg benieuwd hoe het in praktijk uitwerkt. Maar voorlopig ben
ik nog niet aan het dak toe. Eerst de werkplaats inrichten.
Ik wacht op de sleutel. Dan kan het beginnen.

.

.