Wat heb ik nodig? (What do I need?)

.

.

Bestel iets, en het is er. Van overal en ergens wordt het helemaal naar je toegebracht. Dat is verrekte bijzonder. Ik vraag me af wat ik echt nodig heb in het leven. Nu kan het nog en je weet maar nooit of dat zo blijft. In dit verhaal lees je wat dat is.

Eigenlijk ben ik een kind dat niets heerlijker vindt dan natte klei tussen de tenen door te laten sijpelen. Ik hoef nergens heen en heb aan weinig genoeg. Des te meer verbaas ik me over de toenemende stroom aan onnodige spullen en de verwijdering die dat geeft. Een steeds efficiënter transportsysteem maakt mogelijk dat alles overal vandaan komt. En tegelijkertijd is het gevoel voor essentie steeds verder zoek, tegen beter weten in. De meest idiote spullen worden verscheept in vierkante kolossen van een halve kilometer lang. Hoe langer ik stilsta, hoe meer ik me bij mezelf afvraag, hoelang nog? Hoelang hebben we nog beschikking tot alles wat we maar willen? Ik las in de Correspondent dat we een bizarre mijlpaal hebben bereikt in ons consumptiegedrag. De weegschaal staat nu precies in evenwicht. Het gewicht van door mensen gemaakte spullen is op dit moment even groot als al het leven op aarde bij elkaar. Beton telt het zwaarst daarin. Aan de andere kant wegen we de mensen, dieren, planten, maar ook schimmels en bacteriën. Maar al is dit de zoveelste noodklok, er geen afname van de goederen- en grondstoffenstroom. Het lijkt erop dat al die spullen een onverzadigbare honger opwekken. Zodra je ermee begint maak je een innerlijk gat dat steeds dieper wordt. Wat verslaving kan doen.

Wat is het, wat ik echt nodig heb? Hoe harder anderen rennen, hoe vaker ik stilsta, om die vraag te beantwoorden. Ik loop rustig naar huis, op het Swettepaad, en het miezert. Buren snellen voorbij in de auto. Een knikje vanachter het raam. Ik lach terug. Ja, denk ik ondertussen. Ik heb ook beton nodig. Portlandcement, voor mijn kas. Meer dan ik dacht. Vandaag gaan we verder, met de bouw, Dick en ik. Ik kijk over de weilanden naar de drukke weg, in de verte. Ik wil voedsel dichtbij huis. Daarvoor is die kas nodig. Dat wist ik vroeger niet, ik dacht best zonder kas te kunnen.

Ik herinner me het nog goed. In 2007 begon ik met planten en zaaien. Brave Hendrik was mijn eerste poging. Het zou lijken op spinazie, maar was een vaste plant. Dat leek me wel wat. Zo’n plant die zelf wel wist wat hij moest doen. Ik had geen zin in gemoeder. Het zaad strooide ik uit over mijn tuin en Hendrik moest het verder zelf maar uitzoeken. Het kwam nog op ook. Helemaal vanzelf. Maar toen kwamen de merels. Die wisten het meteen te vinden en er bleef geen sprietje van over. Ik zou dus niet ontkomen, aan moederen over zaad. Maar inmiddels vind ik zaad prachtig. Het is zo bijzonder om een erwt uit te zien komen als een danser, of een zonnebloem. Maar zonder voorzorg doen ze het dus niet. Dat weet ik nu. Keer op keer zag ik de vogels terugkomen, maar ook de slakken en de woelmuizen. Er bleef niks van over. Daarom ben ik nu een kas aan het bouwen. Plantjes mogen bij mij eerst sterk worden, voor ze de grond in gaan.

Ik stap van het pad af, de kleine poort tussen de wilgenbomen door. Met een grote pas stap ik over de langwerpige dozen heen. Daar zit de tuinkas in. We hadden ze rechtop tegen het schuurtje aangezet, maar nu liggen ze kris kras door elkaar over de grond. Dat komt door de harde wind. Die waait alles om. Behalve het glas. Dat staat mooi vastgebonden tegen de wilgenhaag aan. Ik kijk weer op en zie dan pas mijn vriend Dick staan. “Je bent er al!” roep ik “Zullen we gelijk maar beginnen dan?”

Achter de woonwagen staan we uit de wind. Hier moet hij komen, een tuinkas van wel tien vierkante meter. Het fundament ligt er over vierhonderd jaar nog, zo zwaar en groot zijn de stenen. Het onderstel is van zwart aluminium gemaakt. Vandaag leggen we het waterpas. “De buren denken dat ik een terras maak,” zeg ik tegen Dick “Een terras met een laag zwart hekje erom. Haha, niks voor mij! Wat kennen ze me slecht!” Nee, Dick en ik weten precies wat het gaat worden. Een kas met een puntdak, helemaal van veiligheidsglas. Maar eerst moet dat rare hekje de grond in met zijn pootjes. Dat wordt het fundament. We maken gaten in de grond. Dat noem je “poeren” vertelde een ervaren fundamentenmaker. We boren diep, tot wel zeventig centimeter. Het is vette klei. Elke keer drukken we de kluiten uit de grondboor, om dan weer dieper te gaan. Uiteindelijk zijn de zes gaten klaar. We duwen de laatste pvc pijp het gat in. Dan laten we het zwarte hekje met de poten in de grond zakken. Het klopt precies! Nu het cement nog. Cement met grind erin. Of grind met cement. Maar we hebben niet genoeg. We moeten eerst bijhalen. Op de fiets naar de stad dus. Maar dat komt morgen wel.

.

Het fundament ligt er over vierhonderd jaar nog, zo zwaar zijn de tegels.

Er is een hoop nodig voor een kas van tien vierkante meter. Vier kuub scherp zand, cement, stenen, glas, rubber, aluminium, het grind,en dan nog schroeven en moertjes. Het is eigenlijk een wonder dat alles er zomaar is. Twee weken na bestelling lag de kas er al. De stenen en het zand werden later geleverd door weer andere vrachtwagens. Het enige wat wij op de fiets moeten halen is honderd kilo aan kiezels en cement. Het kan allemaal! Het is er. Dat is heel bijzonder.

Maar stel dat die levering gaat horten en stoten. Ooit. Met corona hebben we daarvan een voorproefje gehad. Containers stonden op verkeerde plaatsen en de logistiek was in de war. Nu lijkt alles weer normaal. Maar normaal is niet normaal. Het is verrekte bijzonder dat je zomaar alles kan laten brengen of halen in de winkel. Dat er zand is, aluminium en veiligheidsglas en alles wat er maar te halen is op deze aardbol. We zijn ongelooflijk bevoorrecht en dat gaat niet eeuwig duren. Natuurlijk, straks is er ook nog wel zand. Het is niet verdwenen, het is alleen in gebruik. Dan moet je het weghalen op een plek waar het al lag. In die nieuwe tijd gaat alles langzamer en met veel meer overleg. Dat moet wel. Maar nu kan het nog. Je bestelt wat en het is er. Dus ik bereid me voor. Wat heb ik echt nodig? Nog even en hij staat er. Een echte plantenkas..

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Order something, and it’s there. From wherever it is brought all the way to you. That is very special. I wonder what I really need in life. Now it’s still possible and you never know if it will stay that way. In this story you can hear what that is.

https://decorrespondent.nl/13985/de-mens-bouwt-door-maar-breekt-daarmee-de-aarde-af-hoe-geven-we-de-toekomst-vorm/3578728061865-131fc7b9?pk_campaign=daily.

.

Zo groot wordt de mijne niet….

Als donkere nachten wederkeren (As dark nights return.)

.

.

Mijn eigen kleine huis met stroom van enkele zonnepanelen. Ik heb een lithium accu.

.

Wat gebeurt er als een grote zonnestorm de Aarde treft? Ik kijk naar de horizon, het witte licht dat schijnt, de stad die nimmer slaapt. Ik ben niet bang, ik ben vooral nieuwsgierig naar wat daarna komt.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button underneath the text.

Alles is ritme. Het ontluiken in de lente, de explosie van gerijpt zaad in de late zomer. De donkere dagen van december doen de blik naar binnen keren. Het licht is later en lager. Slaap komt eerder en blijft als een sluier liggen voor het halfdonkere venster. Alles wat je doet gaat langzamer, maar van binnen groeien de keuzes voor het lichtjaar na de zonnewende. Alles groeit in relatie tot elkaar. Dit denk ik, terwijl ik buiten sta. De grond rond mijn woonwagen is nog hard. Het is herfst, in deze tijd hoort het zompig en nat te zijn. De wilgen en esdoorns hebben hun blad nog niet verloren. Erachter liggen de weiden in de duisternis van de nacht. Een zwaar wolkendek verbergt de sterrenhemel, maar aan de horizon reflecteert een baan van licht de lucht in. Lichtjes klein en groot, de stad die nimmer slaapt.
Ik staar ernaar voor de zoveelste keer. Hoe zou het zijn als op een avond het licht uit is? Ooit gebeurt dat. Steeds opnieuw komt die gedachte in me op. Als het gebeurt dan wil ik hier zijn. Ik zou op ontdekkingsreis kunnen gaan. Maar dan zou ik dit moment missen, die horizon van koud wit licht. En dan de zwarte nacht, die harder valt en dieper.

De volgende dag sta ik in een oud gebouw uit de vorige eeuw, de Haniahof. Ik doe mijn jas uit om aan de kapstok te hangen. Ik heb hier een zeefdrukcursus. Hoewel het buiten warm is, is het binnen koud en vochtig. Ik ril en gauw doe ik mijn jas weer aan. Ik weet niet waarom ik hier ben. Ooit heb ik besloten dat ik eens wat in de stad moest gaan doen, met kunst. Dus nu sta ik hier. Achter een open deur zitten drie vrouwen en een man. “Hallo” zegt de man hartelijk. “Kom binnen!” Hij vertelt over de techniek. Om te drukken heb je een enorm sterke daglichtlamp nodig. Je smeert een goedje op het raster, en dan wordt het hard. Alleen niet waar het zwart is. Dus zo krijg je iets wat je kan afdrukken. De hele middag zitten ze achter de computer, foto’s te shoppen. Ik niet, want ik heb een eenvoudige tekening. Ik wilde met mijn handen werken. “Kan je geen zeefdrukken maken zonder elektriciteit?” vraag ik. “Nee,” zegt de man. “Dat kan niet. En trouwens, waarom zou je zonder elektriciteit willen leven, het is toch fijn? Het geeft ons warmte, het maakt het leven zoveel makkelijker…” Al pratend draait hij zich om, terug naar de computer.

Ik wilde nog meer zeggen. De woorden blijven in mijn mond liggen. Ik wilde vertellen wat ik gelezen heb. Het gaat over dat ene. Op een dag gaat het licht uit. Het lijkt alsof het niet kan, alsof het nooit zal gebeuren. Ons lichaam en geest zijn gewend geraakt aan het gemak. Elektriciteit legt ons in de watten, als een eeuwige geliefde, die nooit sterven zal. Toch is ons systeem kwetsbaar en vooral door zonnestormen. Ik las erover. Eens in de honderd jaar is er een megagrote zonnestorm. Dat is een bombardement van elektromagnetische deeltjes. De laatste is meer dan honderd jaar geleden. Toen was er geen elektriciteit, dus kon het geen kwaad. Het ziet eruit als een enorm poollicht. In onze samenleving wordt er tot nog toe te weinig over nagedacht. Dat is duidelijk te zien. We zijn van wieg tot graf afhankelijk geworden van elektriciteit en de high tech wordt steeds verfijnder. We zijn verslaafd en verwend. Ik probeer me ervan los te maken. Ik wil ook zonder kunnen. Al zijn er steeds meer die dat doen, ik ben nog steeds een eenling. “Waarom zou je zonder elektriciteit willen leven, het is toch fijn?”
Jazeker is het fijn. Maar stel dat de stad die nimmer slaapt op een dag in het donker ligt. Zelfs het vuurtorenlicht, het baken van veiligheid, is gedoofd. Tot aan de horizon ligt het duister als een donkere deken en sterren stralen als vonken in de hemelkoepel. Het zou een verademing zijn. De aarde kan opnieuw ademhalen. Maar voor ons is het een schok. Tenminste, dat is het als je er nooit rekening mee hebt gehouden dat dit ooit zou kunnen. Voor wie denkt dat het leven eeuwig is, komt de dood hard aan. Het steekt aan tot woede, het was immers zo fijn en nu is het van je afgenomen. Maar met boos zijn schiet je niks op. Het is zoals het is. Eerlijk gezegd maakt het me ook wel nieuwsgierig. Hoe zou het zijn, zo’n totaal andere wereld? De gedachte zet me aan tot keuzes. Als ik zou leven zonder stroom, wat is dan belangrijk?
Ja, een plantenkas. Om zaad in op te kweken en om een warme zithoek te maken. Een kooktoestel waarmee je met een paar houtjes een maaltijd kan koken. Een vonkenmaker uit het leger. Een waterfilter, een warme trui. Fruit en notenbomen, en vooral: goede vruchtbare grond.

Wat ik zelf hebt, dat is alvast mooi meegenomen. Maar we hebben elkaar ook nodig. En als er geen internet meer is, waar vind je dan het bedrijf wat je zoekt? Er is geen papieren bedrijvengids meer en ook geen telefoonboek. Als de stroom uit is, weten we alleen de plaatselijke bedrijven nog te vinden, die adverteren in de lokale krant. Al het vervoer is weggevallen, dus je zou toch niet ver komen. De smartphones liggen als dode afgoden in de hoek. De elektrische poorten van beveiligde bedrijven zitten potdicht en zijn niet meer open te krijgen. Mensen slaan een ruit in om buiten te komen. Hier en daar rijdt nog een oude auto, zonder ingewikkelde techniek. Iedereen wil nu bij zijn vrienden zijn, of thuis bij familie. Sommige mensen zwoegen op hun zware elektrische fiets, die zonder stroom ineens niet zo fijn meer is. Hier en daar zie je een paard en wagen, maar slechts enkele, want de meeste boeren hebben die verrotte karren allang de deur uit gegooid.
Ik heb mijn fiets. Er zitten nieuwe banden onder. En ik heb een fietskar en twee gezonde benen. Ik maak me niet zo druk. Ik ben in dit leven al meerdere doden gestorven en weet dat het leven daarna door gaat. Maar ik bestel toch maar meteen die plantenkas, waar ik al zolang van droom. Ik zorg voor mezelf en voor de aarde. Wij zorgen voor elkaar. Daaraan denk ik, terwijl ik hier sta, en kijk naar de baan van licht aan de horizon. De stad die nimmer slaapt. Hoelang zal ze daar nog liggen, flikkerend in het witte kunstlicht? Eens keert het natuurlijke ritme terug, zoals het altijd is geweest. Alles, in de eeuwigheid van het Zijn. En al deze verhalen zullen verdwenen zijn. Behalve in het hart van wie erdoor geraakt werd.

Meer feitelijke info:

Je hebt zonnestormen en superstormen. De kans op een zonnestorm is nu groter, omdat het eens in de elf jaar opleeft, in een zgn zonneminimum. Dat is nu. Dit zijn gewone zonnestormen. De superstormen heten CME’s, en dat is andere koek. Die zijn tientallen malen krachtiger. Dit is heel weinig onderzocht. Dat is geen wonder, want dat hebben we nog nooit meegemaakt. Deze superstormen keren elke eeuw terug. De laatste was in 1921. De vonken sloegen uit de telegraafstations. We kunnen dus alleen maar gissen, wat het effect zal zijn op onze huidige samenleving vol high tech. Wat kunnen we doen, behalve eenvoudiger leven? Belangrijk is om kleinere stroomnetten te maken. En bij nood het systeem uit te schakelen. Op dit moment kunnen ze een superstorm drie kwartier van te voren zien aankomen. Dat is behoorlijk kort dag, maar er wordt aan gewerkt.

Een storm komt nooit alleen, zeggen ze. Het aanleggen van nieuwe stroomprojecten is nu lastiger, en onderhoud aan het oude kan dat ook zijn. Er is soms een lange wachttijd op onderdelen, daar kan boer Jochum over meepraten. Veel ervan komt uit China. Veel nieuwe stroomprojecten liggen nu ook plat. Dat komt door hoge materiaalkosten en de onbetrouwbaarheid van de energieprijzen, waardoor er geen winstberekening gemaakt kan worden. Bovendien is de rente hoog en dit soort projecten worden vaak met leningen betaald. (Bron Financieel Dagblad) Tot zover deze samenvatting van wat ik erover gelezen heb.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

.

What happens when a major solar storm hits Earth? I stand in the night looking at the horizon, the city that never sleeps. I’m not afraid. Just curious about a life with less electricity.

https://www.nporadio1.nl/nieuws/wetenschap-techniek/19aba0d3-2b25-40be-a5ab-306b81f07e36/wat-kan-een-zonnestorm-aanrichten-op-aarde

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2021/09/09/zonnestorm/

https://www.veron.nl/nieuws/tag/zonnevlekken/

https://crisiscentrum.be/nl/risicos-belgie/natuurlijke-risicos/risicos-uit-de-ruimte

https://www.swpc.noaa.gov/phenomena/coronal-mass-ejection

Verbonden op afstand (Connected at a distance)

.

.

Het is de dag van inheense volkeren. Soms zou ik erheen willen.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISCH translation? Click on the button underneath the text.

.

Ik ben in het huisje dat Dick huurt. Negen maanden lang is hij weer hier. Ik lig op mijn buik op het bed uit het raam te kijken. Het weiland, de koeien, het riet. Alles is nog steeds zoals het was, en toch is het elke dag anders. Die rust… Dat is niet overal zo. Ik denk aan de oproep van Survival International, waar ik trouw donateur van ben. “Gek hè” zeg ik tegen Dick “Nou is Ellen fijn naar Peru, maar zij weet niks van die oliemaatschappij die dat stuk oerwoud daar wil kappen.” Dick knikt. “Ja, zo gaat dat vaker. Van ver hoor je meer. Ik las een verhaal over een Surinaamse jongen die in de Bijlmer woonde, toen dat vliegtuig neerstortte.” Nieuwsgierig kijk ik hem aan. “En?” Vanuit de opastoel achter de kachel vertelt hij verder. “Nou, ze woonden in een flat vlakbij. Ineens hoorden ze een hels kabaal, en daarna allemaal sirenes en ziekenauto’s, maar ze wisten nog steeds niet wat er aan de hand was. En toen belde familie uit Suriname. Wat is dat allemaal bij jullie? Zijn jullie in orde?” Ik grinnik. “Toen wisten ze het pas..” zeg ik.

Op afstand kunnen we elkaar evengoed veel vertellen. Afstand en rust geeft concentratie. Ik kan dieper kijken als ik rustig thuis ben dan wanneer ik druk in de weer ben elders. Ik merk dat met mijn verhalen. Als ik veel weg ben dan gaat dat ten koste van het onderzoek. Door dieper te gaan kom ik niet alleen meer te weten, ik ga ook in mezelf een laag dieper, en ik kan het laten zakken en rijpen als het fruit aan de boom die langs het pad staat. Zo deden de monniken in het klooster het ook. En hoeveel wetenschap hebben zij verspreid! Met elkaar bespreken wat we lezen. Ik doe dat met Dick. Ook over Peru. Ik vertel hem er meer over.

“Het gaat om een heilig reservaat, dat wordt bedreigd. De Tapo Nigre. De inheemsen hebben al keer op keer bewezen dat zij recht hebben op die grond. En nu moeten ze wéér! Teken jij ook?” vraag ik. Als ik vertel van welke organisatie het komt, twijfelt hij geen moment. Maar eerst leest hij het verhaal helemaal door. Van begin tot einde. Dan buigt hij zich diep naar voren om zijn naam te plaatsen.

Ik kijk weer uit het raam. Er rent een haas weg, die vlak onder het raam zat. Ik denk aan de uitgestrekte oerwouden, aan de andere kant van de oceaan. Een hemelsbreed verschil, met dit weidse Friese land. Soms vind ik het zo vreemd, dat ik hier rustig zit, terwijl er elders zoveel aan de hand is. Dat mensen vrienden en familieleden verliezen en de grond onder hun voeten, waar ze al 10.000 jaar voor hebben gezorgd. Al die gekapte bomen, en die oprukkende woestijn als gevolg. Onvoorstelbaar! En daar, langs slimme slingerpaden, lopen mensen die hun leven wagen. Velen van hen zijn jong. Het oerwoud is hun leven. Hier vinden ze hun voedsel en medicijnen. Zonder dat zullen ze reddeloos verloren zijn. Ik zou er wel heen willen om te helpen, maar ik weet dat het weinig zin heeft. Ik ben daar helemaal niet thuis, in dat land.

Ver weg gaan om te helpen. Dat willen er wel meer. Natuurlijk zit daar stiekem ook het avontuur in. Een vreemd exotisch land verkennen, dat het bloed doet stromen. Maar waarom, denk ik bij mezelf. Dat is toch alleen voor mijn eigen plezier? Nee, ik ga niet weg. Niet naar Ierland en ook niet naar Peru. Daar zijn anderen, die het doen. Zij zullen het wellicht beter doen dan ik. Ze kennen hun land zoals ik het land van de Swetteblom en het pad naar het dorp ken. En ik luister naar hen, zo goed als ik kan. Want ook ver weg kunnen we verbonden zijn. Er komen steeds meer berichten. Het broeit. Van afstand zie ik, helderder dan ooit.

.

Klik op deze link om de brief te ondertekenen:

https://act.survivalinternational.org/page/114579/action

Achtergronden: https://www.survivalinternational.org/about/perenco

.

NEDERLANDS

ENGELS

Sometimes I like to help faraway, where people need our attention. But at a distance I often can do more. Far away, there are others, who do it. I listen and tell about it.

September

.

.

September is een maand om niet meer zoveel te moeten, niet teveel in je hoofd te halen en vooral te genieten van de oogst.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath.

Het is een mooie avond. De zon gaat onder met een warm licht, en overal zijn vogels in het gras. Ik geniet met volle teugen. Dan hoor ik een piepend gefluit, achter me. Een hele groep is het. Dat herken ik. Ik draai me om. Het zijn de smienten! Ze zijn terug! De zwart witte vogels vliegen in steeds kleinere cirkels boven de plek die hen zo vertrouwd is, fluitend, piepend, alsof ze de thuiskomst vieren. Dan strijken ze neer. Elke winter komen ze hier, op steeds hetzelfde plekje, achter de bult, vlak achter het Verhalenpad. Het riet staat hoog. Ook hier heb ik nu het beheer en ik maai het niet in één keer. De watervogels zwemmen beschut in de sloot erachter en op het weiland zitten er ook enige tientallen.

Waar zijn ze geweest, de smienten? Ik weet het niet. Ik kan niet met ze meevliegen. Ik kan wel weggaan, net als zij, ver weg. Maar ik doe het niet. Hoewel, soms twijfel ik. Meestal is dat in de maand september, als ik het hele jaar voor de aarde en de planten heb gezorgd. Dan ben ik het helemaal moe. Logisch. Ik weet het nog goed dat ik me zo voelde, die dag, begin september. Ik heb toen van alles verzonnen, om te doen. Goeie ideeën en minder goeie.

“Ik ga naar Ierland, volgend jaar,” zeg ik tegen Henk. Henk heeft hier een mooi huisje. Hij is er maar soms, gewoon om even ergens anders te zijn. Hij leest dan wat en zegt weinig. Maar nu antwoordt hij vrolijk: “Naar Ierland, wat leuk! Wanneer ga je?”
“Volgend jaar, zei ik. Nu nog niet.”
“Waarom niet? ” vraagt hij verbaasd.
“Omdat ik nog voor mijn huis moet zorgen. En het land. Ik ga nooit zomaar weg. In de afgelopen dertig jaar ben ik maar een paar keer de grens over geweest.”
“Waarom doe je dat niet?! Je kan gaan wanneer je wilt, het is toch leuk om spontaan weg te gaan? Geweldig, Ierland!” Hij begrijpt er niks van.
“Ja, vast een bijzondere ervaring” zeg ik. ”Maar dit is mijn plek. Het dak moet in de olie, de isolatie moet worden gelucht voor de herfst komt. Ik wied de tuinen, vlecht de wilgenhaag. En ook al die grond rond de nieuwe aanplant vraagt om een nieuw, warm bed van mulch.”
“Het doet je vast goed om te gaan”, houdt hij vol.
“Misschien wel”zeg ik. “Maar als ik ga, dan wil ik daar ook een tijdje werken. Dan leer ik de mensen en het land echt kennen. Daar heb ik zeker een maand voor nodig. En dat doe ik niet zomaar. Zolang wil ik hier niet weg, nu. Henk staat even stil. “Okee”, zegt hij en loopt verder. Misschien snapt hij het, misschien niet.

Uiteindelijk ben ik dus vier dagen naar de Vlierhof gegaan, bij Nijmegen. Daar heb ik over verteld. Ik werd weer hartelijk ontvangen. Ik maakte een schilderij in het atelier, werkte in de tuin en fietste met Dick over de dijk langs de Rijn. Ik zag het vertrouwde beeld van de scheepswerf in Millingen en zag vele vrachtschepen over het lage water varen. Vier dagen was genoeg. Toen ik thuis kwam was ik mijn onrust helemaal kwijt, temeer omdat er in september vele culturele activiteiten zijn. Niet alleen het optreden van Lisa Hannigan, waar ik verslag van deed. Het gebeurt zelfs heel dichtbij huis. September is een maand om niet meer zoveel te moeten, niet teveel in je hoofd te halen en vooral te genieten van de oogst. Zo is het altijd geweest, en ik voel elk jaar weer dat alles in mij daarom vraagt. Het is goed. Alles is er, er ontbreekt mij niets.

Maar nu alles goed is, nu vraag ik me af: ga ik eigenlijk wel naar Ierland volgend jaar? Lang weggaan betekent veel achterstallig werk. Hoe groen mijn vingers ook zijn, achterstallig werk is niet leuk om te doen. In feite geef ik een heel tuinjaar op, door zomers een lange tijd weg te gaan en de boel de boel te laten. Ik zou natuurlijk in de winter weg kunnen gaan. Net als de vogels. Maar waarom dan helemaal naar Ierland? Als het echt zo is, dat ik me daar zo thuis voel, dan wil ik er daarna steeds weer heen. En ik heb al drie plekken om heen te gaan, gewoon in Nederland. Dat is al heel veel. Als ik van Ierland zou gaan houden, dan heb ik nóg een band om te onderhouden. En ik moet er zelfs twee zeeën voor oversteken!

Verre streken lokken. Ook Ierland. Maar ik ga niet. Wellicht ooit, als ik mijn handen vrij heb. Dan maak ik een lange reis, als beloning.

Ik sta met mijn klompen in het lange natte gras en kijk naar de ondergaande zon. Een zwerm spreeuwen vliegt op. Kievieten roepen. De smienten zwemmen nu stil in de sloot. Hier en daar staat een reiger in opperste concentratie, wachtend op de volgende muis die door het gras schiet. Schuimend witte wolkenkoppen kleuren langzaam roze. Wat is het hier toch prachtig. En morgen is er muziek. Gewoon in het kerkje van Bears!

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

In september, when I m tired of working, I doubt about going far away or not. But I won’t. I ‘ll stay and enjoy the harvest. Don’t get too carried away…

Blijf en laat het groeien (Stay and let it grow)

.

.

Ik sta ik stil en kijk. Het is het kleine raam in de nok. Het treft me op een manier die ik nog niet ken. Toen ik het ontwierp wist ik dat dit kleine glas in lood raam veel voor me zou betekenen. Het is altijd een heilig plekje geweest in mijn huis. Het symboliseert de Aarde, het groeien en het Al. Maar nu zie ik pas wat dat alles bij elkaar betekent.

Wil je liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst. (Do you want to hear the ENGLISH translation, click on the button underneath the text.)

De stille tijd is in aantocht, de herfst, de winter. Het is een tijd om bomen te planten. Maar ook een tijd van inkeer en filosofie. Al heel lang weet ik: Hoe stiller ik ben, hoe meer ik ontdek. Maar als ik te lang stil ben of doorwerk aan steeds hetzelfde, dan verstar ik als een oude eik. Dat heb ik nu. Dus moest ik maar eens vier dagen van huis, om weer mens te worden. Om dan met nieuwe ogen terug te komen.

Ik ga naar de Vlierhof, een plek waar ik eerder was en dat beviel. Het is net over de Duitse grens, vlakbij Nijmegen. Het staat al twintig jaar te boek als een holistische leefgemeenschap. Maar het zijn niet steeds dezelfde mensen. Niemand van de groep die er nu woont, is er langer dan twee jaar. Mensen komen en gaan. Ik ook. Al zou ik er best maandenlang kunnen blijven, ik doe het niet. Want ik heb een andere plek om voor te zorgen.

Het eten is op, de tafel afgeruimd. Enkelen zitten nog na en bespreken wat ze zullen doen vandaag. Voor mij is het tijd om naar huis te gaan. Ik wil net opstaan, als de tuinvrouw zegt: “We gaan morgen een reflecterend spel doen en het gaat over reizen.” Ik kom recht overeind. “Dat is mijn thema!” roep ik. Ze kijkt oplettend mijn kant uit en de vier anderen ook.
“Ik ben principieel geworteld,” zeg ik. Ze lachen. “Maar je bent nu wel hier!” grijnst de man die voor me zit. Ik lach niet terug en kijk hem serieus aan. “Het gaat er voor mij om dat ik me bind aan een plek. Soms is het nodig om even weg te gaan. De energie die ik daarvan krijg, neem ik mee terug. Daar gaat het om. Zo ga je steeds meer van de plek houden, waar je voor kiest. Onder jouw handen wordt het mooier en mooier. Op een gegeven moment wil je er helemaal niet meer weg.” De lach verdwijnt, en in plaats daarvan zie ik de zachte glans van verwondering in zijn blik. “Dat is mooi,” zegt iemand. Ik ga verder. “Het is iets ouds. Het gaat om Stabilitas Loci, blijf op je plek. De bestendigheidsgelofte van de Benedictijnen. Het betekent niet dat je altijd star stil blijft staan. Je neemt de verantwoordelijkheden die nodig zijn. De monniken zullen ook wel eens het klooster verlaten voor een boodschap. De vraag is, wat is het dan, wat er nodig is…” De tuinvrouw kijkt geïnteresseerd. Veel tijd om nog verder te praten is er niet. Want ik ga terug naar huis.

Ik denk er nog lang over na, terwijl ik in de trein zit. Ik zit op het kleine klapstoeltje tussen de deur en mijn fiets in en staar door het raampje naar buiten. Wat is er nodig? Dat is een moeilijke vraag. Zeker in een tijd waarin het aanbod groot is om weg te vluchten. En dat vluchtgedrag al een decennialang wordt gestimuleerd door goedkope vliegreizen en aantrekkelijke plaatjes van verre oorden. Maar ook door de glitter en glans van meuk die we eigenlijk niet nodig hebben. Het werkt verslavend en is besmettelijk. De opbrengst gaat ook niet naar een plek om van te houden, zoals bij de eenvoudig levende Benedictijnen. Het gaat naar gouden luchtkastelen en mensen raken in de war omdat ze geen voeten meer in aarde hebben. Het vliegtuig lijkt een eerste levensbehoefte. Het land raakt in verval. Maar niet als het aan mij ligt. Al ben ik maar een zandkorrel in de eindeloze vlakte, ik heb een plek. Ik ben er gekomen en plant bomen. Het is mijn thuis. Steeds meer dieren zie ik en planten die er groeien. Mijn hart ligt er.

Hier kom ik thuis. Ik klim het bordes op en open de smalle deur van mijn huis. Dan sta ik stil en kijk. Het is het kleine raam in de nok. Het treft me op een manier die ik nog niet ken. Toen ik het ontwierp wist ik dat dit kleine glas in lood raam veel voor me zou betekenen. Het is altijd een heilig plekje geweest in mijn huis. Het symboliseert de Aarde, het groeien en het Al. Maar nu zie ik pas wat dat alles bij elkaar betekent. Het is het symbool voor “Stabilitas Loci”! Het is een symbool dat hier in mijn huis voor het eerst vorm gekregen heeft. Verbaasd staar ik ernaar.

.

Het symbool: Stabilitas Loci. Staande waar je bent op aarde, die te zien is als rode, in vieren gedeelde bol. Dan de opgaande beweging van het groeien, en uiteindelijk, in een halve cirkel erboven, het Al, de magie die alles bezielt en nooit uitdooft.

.

Ik ga zitten en duik in de achtergronden over Benedictijnen en deze gelofte. Die bestaat al 1500 jaar. De monniken verbonden zich niet zozeer aan hun kloosterorde, als wel aan de plek waar ze leefden. Daar droegen ze zorg voor, ze onderhielden de gebouwen en de tuin, zodat zij die na hen zouden komen er ook konden leven.
Ik ben maar een zandkorrel in de bodem van het land. Maar wij allen samen zouden zoveel kunnen betekenen. Als we er maar voor kiezen. Stabilitas loci. Blijf, en laat het groeien. Al sta je midden in de storm!

.

LAAT HET GROEIEN, Geschilderd in het atelier van de Vlierhof. (Alowieke)

.

MEER SCHRIJVERS OVER MENS, AARDE, GELOOF EN LEVENSHOUDING

Ik zocht naar schrijvers over dit thema. Als eerste vond ik een man. Wil Derkse is een filosoof die de Benedictijnen als inspiratiebron ziet, voor het dagelijks leven en voor dienend leiderschap.
Samenvatting van het eerste boek: “Een levensregel voor beginners.” Op allerlei niveaus en in heel veel verschillende verbanden dragen we verantwoordelijkheid voor samenleven en samenwerken, zoals de abt en de monniken dat in een abdij zouden doen. Het zijn oude, goed te incarneren inzichten over besluitvorming, leiderschap en communicatie. Maar ook over een zorgvuldige omgang met spullen en de concentratie waarmee we werken. Het is niet gericht op hoge idealen, maar het gaat over wat ons hier en nu te doen staat.
https://g.co/kgs/ZXPBUF
Het tweede: “Benedictijnse stuurmanskunst”, over dienend leiderschap.
https://g.co/kgs/Vz1w5u

In deze samenvatting mis ik “Het laten groeien.” De levende Aarde, het voedsel, het gevoel tegenover het rationele. Het vrouwelijke deel van het symbool van Stabilitas Loci. Graag laat ik daarom andere vrouwen spreken! Dus ging ik op zoek naar hedendaagse religieuze vrouwen die hierover schrijven. Die vond ik. In Engeland, een citaat van Karen Armstrong:
‘Vertrek van waar je staat. Wij kunnen niet allemaal perfect geweldloos zijn zoals het Indiase jaïnisme opdraagt. We kunnen wel elke dag even stilstaan bij het leed dat we aanbrengen, de takken die we breken bij het lopen. Door dat leed te zien en andere levens te helpen laat je het ego achter je.’ (Interview Standaard.be, Giselle Nath 11-06-2022: We moeten onze intimiteit met de natuur herstellen.)
https://books.google.nl/books/about/De_heilige_natuur.html?id=dppxEAAAQBAJ&printsec=frontcover&source=kp_read_button&hl=nl&redir_esc=y

Ook in Nederland zijn er vrouwen te vinden:
Chiara Bots, zuster uit het Clarissenklooster in Meegen. Zij schreef het boek Gezond leven, bezield eten. Ook vond ik Tini Brugge, bioloog. Zij schreef onder andere het boek: Geheimen van de kloostertuin, over de kruidentuin die rust geeft en genezend
werkt. Dit zijn enkele vrouwen in onze samenleving. Ik vond zelfs een hele groep, genaamd “The Circle.” In Afrika. En niet voor niets. De nood is daar al lange tijd veel hoger, dus ook het gevoel voor urgentie.

“The Circle” is een Afrikaanse beweging van vrouwelijke theologen. Met een ijzersterk doel voor ogen hebben zij verhalen van Afrikaanse vrouwen gebundeld in een boek:
“Mother earth, Mother Afrika”. (Vertaald uit het engels):
Deze heilige aarde is niet alleen een geschenk dat is nagelaten door degenen die ons zijn voorgegaan; het is evengoed een lening van onze kleinkinderen. Gezamenlijk hebben we de zware verantwoordelijkheid om het teder te verzorgen, zodat toekomstige generaties er ook van kunnen genieten. Bijdragers aan deze bundel spreken met deze Circle of Concerned African Women Theologen (de Circle). Met passie en compassie roepen ze gemeenschappen op om te investeren in het behoud van het milieu als een integraal onderdeel van hun verantwoordelijkheid. Het gebrek aan hartversterkend geloof en de klimaatkwestie, dit moet op creatieve en overtuigende manier worden uitgedaagd.

Dit boek werpt licht op de positieve bijdragen van Afrikaanse vrouwen aan ecologisch behoud. Waar de dominante mediabeelden Afrikaanse vrouwen hebben geframed als ongelukkige slachtoffers die wachten op buitenlandse redders, tonen deze verhalen terecht de keuzevrijheid van de dochters van Afrika in het koesteren en beschermen van Moeder Afrika. In het bijzonder dagen ze de koloniale blik uit die alle bestaande kennissystemen overboord heeft gegooid. (IKS). Ze herstellen de waarde van IKS en benadrukken hun strategische waarde bij het reageren op de milieucrisis die op ons afkomt. De trend van klagen over de verschillende crises waarmee Afrika wordt geconfronteerd zonder oplossingen voor te stellen, schuwen veel bijdragers en stellen voor hoe religie een krachtige en effectieve hulpbron kan worden bij het reageren op de noodsituatie. Deze verhalen geven ons nieuwe energie terwijl we proberen te werken voor menselijke en planetaire bloei.


Toen de Afrikaanse theologie voor het eerst werd geformuleerd, speelden vrouwen slechts een kleine rol. In 1989 probeerde Mercy Amba Oduyoye hier verandering in te brengen door de Circle of Concerned African Theologen op te richten om hen een stem te geven. De verzamelde verhalen zijn geredigeerd door Chirongoma, Scholar en Kijlu.

.

NEDERLANDS

ENGELS

.

I stand still and look. It’s the small window in the ridge. It affects me in a way I don’t know yet. When I designed it I knew this little stained glass window would mean a lot to me. It has always been a sacred spot in my house. It symbolizes the Earth, the growing and the All. But only now do I see what that all means together.
.

.

Ik kreeg een rok uit India (I got a skirt from India)

.

Ik kreeg een rok cadeau. Hij staat me goed en ik ben blij. Maar wie heeft hem gemaakt?

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to listen to the ENGLISH translation? Click on the button underneath the text.

Dezelfde dag dat vorige week mijn blog uitkwam, kreeg ik zomaar een elegant kledingstuk. “Zoek maar wat uit”, zei buurvrouw Marja, en ze opende een grote doos met alles wat haar teveel was. Ik koos een rok en trok hem meteen aan, om hem niet meer uit te doen. Hij staat me goed. De soepele stof zit strak om de heupen en buik. Naar onderen loopt het wijduit. Ik kan erin zwieren en zwaaien, met kleuren wijnrood, donkerblauw en jadegroen. Er staan ook letters op van gouddraad. Je moet goed kijken om het te lezen. “Siembra el presente” staat er. Wat zou dat betekenen? Ik zoek het op en vind het. “Zaai het heden” lees ik. Ik ben erdoor verrast. Het past mooi bij het verhaal dat ik net schreef! Het lijkt op “pluk de dag”. Maar pluk de dag lijkt op oogsten zonder er iets voor gedaan te hebben. Een onschuldig paradijs waar alles is. Dat paradijs zijn we kwijt. We moeten nu zaaien, anders is er straks niks te oogsten. In deze Spaanse spreuk zit ook de toekomst vervlochten: zaaien, om straks te plukken. Hoe meer je daarvan geniet, hoe mooier het straks wordt. Zaai het heden! Het is een zwierige rok met diepgang. Het past me goed. Ik draag hem de rest van de week. Op blote voeten dans ik het pad af, en laat de kleurige stof om me heen wapperen. “Wat ben je mooi!” roept Marja, “Je lijkt wel een vlinder! Heerlijk om je zo ook weer eens te zien! Altijd die werkkleren…”

Een paar dagen duurt het. Dan wordt het herfstig. De wilgebomen ruisen in de wind en wolken drijven voorbij. De meeste campinggasten zijn vertrokken. De zon komt achter een wolk weg en gouden licht schijnt op mijn geelhouten vloer. Nu de extreme warmte voorbij is, valt het op hoe laag de zon al staat. En wat is de wind ineens koud! Ik kan mijn nieuwe rok wel opbergen. Veel te zomers.
Ik pak hem op en kijk hoe het gemaakt is. Het zijn vijf aan elkaar genaaide lappen. Sommigen lopen uit in een punt. Behalve de gouden spreuk, staan er nog meer letters op: Happy!!! Happy!!! Happy!!! Groene letters op blauw. De woorden vallen buitelend over elkaar heen. Gelukkig is het slecht leesbaar, want ik vind het eigenlijk een beetje overdreven. Ineens bedenk ik me, wie heeft dit eigenlijk gemaakt? Was die wel happy? Ik kijk naar het labeltje. “Made in India”. Dat staat er. En Barcelona staat er ook, met een serienummer. Het is dus via Barcelona naar Marja’s winkel gegaan. Het merk staat met gouden letters op de achterkant. “Designual”.

Ik open internet. De site schonekleren.nl, kan me vast wel iets vertellen. Klik, daar issie al. “99% van de kleding is niet schoon,” kondigt de site met grote letters aan. De fabrieken van Designual komen er niet best uit. Ze staan onderaan de lijst van eerlijke kleren. Het bedrijf beantwoordt nauwelijks vragen. Ze zeggen wel dat ze het minimum loon hanteren. Maar het minimum loon is niet het leefbare loon, zegt Schonekleren. Dan heb je wel twee keer zoveel nodig in India. Ik kijk verder en zie foto’s van vermoeide gezichten en lange rijen tafeltjes. Een wit fabrieksgebouw met prikkeldraad eromheen. Een meisje van vijftien met een vriendelijke lach. Ze werkt hier al vier jaar, zegt ze. De vrouwen werken acht tot vijftien uur per dag, zes dagen per week. Ze komen uit de laagste kaste en hebben vaak te maken met geweld en intimidatie. Ook bij de fabrieken van Designual? Zeer waarschijnlijk wel dus.
Komt daar mijn rok vandaan? Al die ellende voor mij, om happy mee te zwieren? Zaai het heden, staat er op. Maar het meisje naait maar door, zonder te dromen van wat komt. De naald bij haar handen stikt dag na dag zijn steken. Soms kijkt ze naar de blauwe lucht boven haar, als ze weer onderweg is naar haar werk. Ze kijkt naar de witte wolk die wegdrijft, ver, ver weg. “Kon ik maar wegzeilen zoals die wolk”, denkt ze. “Maar het kan niet, ik zit gevangen.”

En ik Alowieke, ben vrij als een vogel. Ik heb een nieuwe rok gekregen. Mag ik daar wel van genieten? Mag ik blij zijn om de spreuk met gouden letters? Ik twijfel even. Dan weet ik het. Ja, natuurlijk! Ik mag er blij mee zijn en ermee zwieren. Ik mag er mijn eigen betekenis aan geven, al was het ooit een commercieel product. Nù is het een cadeau van Marja. Het maakte ons allebei licht en vrolijk.
Maar de volgende keer als ik weer zèlf iets koop, dan ga ik lekker naar mijn eigen stek. Een heerlijk eerlijk winkeltje met aardige mensen. “Netjes” is de naam, en het zit op de Lijnmarkt in Utrecht. Klein maar fijn en heel persoonlijk. Met mensen die zelf hun inkopen doen, bij families die ze kennen. Kleding zonder nasmaak. Als ik dat kan dragen, dan ben ik dubbel blij!

.

PS: Ook interessant is een project dat in Nederland vlas verbouwd voor linnen uit eigen land. Zie hiervoor de link naar het artikel van de Correspondent. De titel: Op deze akker groeit een alternatief voor de voortrazende mode-industrie.

NEDERLANDS:

ENGELS:

I got a skirt GIFT. It looks good on me and I am glad. But it is from india and has a serial number. Who was the one who made it and was she happy? Can I be happy if she isn’t?

https://decorrespondent.nl/13692/op-deze-gelderse-akker-groeit-een-alternatief-voor-de-voortrazende-mode-industrie/3503750062428-df69732d

https://www.netjeskleding.nl/

https://www.fnv.nl/mondiaal-fnv/acties-thema-s/dit-zijn-de-meiden-die-jouw-kleding-maken

Denk aan je pensioen, zei hij

.

.

Ik was achttien toen een leraar het zei: Denk aan je pensioen. Ik was stomverbaasd dat iemand kon geloven dat de wereld er over veertig jaar nog steeds hetzelfde uit zou zien.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath the text.

.

Ik leg de smartphone neer op de tafel van de buitenkeuken. Hoe lang zullen we nog met zo n ding rondlopen? Ik kijk nog even naar alle barsten in het kleine schermpje. Ja, beter om hem hier te laten liggen. Ik pak de sikkel van de haak. Door het vochtige gras loop ik naar het Verborgen Verhalenpad. Ik zie er nooit iemand. De anderen zijn allemaal bij hun eigen huisjes bezig. Wat het uiteindelijk worden zal? Dat weten degenen die na mij komen. Ik weet maar weinig. Ik doe. Jaren gaan voorbij en iedereen wordt ouder. Zoveel mensen komen en gaan. En telkens weer loop ik alleen verder, met vuile vingers van het werk.

Terwijl ik de overhangende rietstengels ontwijk, denk ik aan een docent van lang geleden. Ik moet achttien zijn geweest of zo. Ik kan me zijn gezicht niet meer herinneren en ik weet ook niet meer wat hij gaf. Ik weet alleen nog dat hij zei. “Het is heel belangrijk dat jullie nu al aan je pensioen denken!” Ik lach even bij de gedachte en vouw mijn broekspijpen omhoog om ze droog te houden in het bedauwde gras. Die man, ik heb hem met open mond aangegaapt. Ik hield me met heel andere dingen bezig. Ik had net mijn kamer opgeruimd en alle overbodige luxe verwijderd. We komen met zijn allen nog eens om in die luxe, dacht ik. Ik wilde eenvoudig leven en een pensioen had ik vast ook niet nodig als ik oud was.

Ik kijk om me heen en luister. Het mist een beetje en de snelweg verderop ruist en suist. Wat een drukte. Het wordt steeds erger. Allemaal mensen onderweg naar hun werk. Zouden die allemaal denken dat ze ooit met pensioen zullen gaan? Als ik vijfenzestig ben, dan is er helemaal geen pensioen meer. Dat dacht ik, toen die leraar dat zei. Ik was stomverbaasd dat iemand kon geloven dat de wereld er over veertig jaar nog steeds hetzelfde uit zou zien. Maar er kwam nooit een gesprek over. En eigenlijk is dat nog steeds vaak zo. Mensen zeggen tegen me: “Dat maak jij vast niet meer mee.” Dat klinkt geruststellend. Maar ik weet hoe het gaat. Gehechtheden zijn als een geliefde. Je denkt dat hij nooit zal sterven en dat je altijd samen blijft. Maar dan opeens is daar de dag van zijn dood. Zo gaat het. Iets wat je niet wilt, komt altijd eerder dan je dacht. Al heb je alle grafieken bekeken die je vertellen dat het nog lang niet zover is.

De komende tien jaar gaat er veel veranderen. Dat vermoed ik. Daarom blijf ik waar ik ben en werk aan een plek. Een plek waar het leven kan opbloeien en voedsel kan groeien. Ik voel de sikkel in mijn hand. Heel zachtjes ga ik langs de snijkant, met de toppen van mijn vingers. Hij is goed scherp. Hier kan ik me wel mee redden. Glimlachend ga ik aan het werk. Ik hak het riet en het hoge gras en gooi het op de lege perken. De bodem bedekken, dat is het belangrijkste nu. Een gezonde bodem waar voedsel groeit, dat is mijn pensioen en ook voor hen die na mij komen. Ik schuifel over het smalle paadje. Mijn armen kunnen de grote bos riet maar net vasthouden. Ik gooi het neer en de bult wordt steeds hoger. De grond eronder is nog altijd vochtig. De geplante bomen staan in ruime kring om de bedekte plek heen. Ze maken allemaal nieuwe blaadjes aan, en het is al bijna september! Alles verandert, maar ik weet, waar ik met liefde mijn handen vuil voor maak, dat groeit. Maak er wat moois van, zei hij tegen me. Hij, lang geleden. Dat doe ik. Niet alles wat sterft, is verdwenen.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Think of your retirement, he said

I was eighteen when a teacher said it: Think about your retirement. I was stunned that anyone could believe that the world would still be the same 40 years from now. But there was never a conversation about it. And in fact that is often still the case. People say to me, “You probably won’t experience that in your life.” That sounds reassuring. But I know how it goes. Attachments are like a lover.

.

Dezelfde dag dat mijn blog uitkwam, kreeg ik zomaar een elegant kledingstuk. Zoek maar wat uit, zei de buuv en ze opende een grote doos met alles wat haar teveel was. Ik koos deze rok. Hoewel blauw nooit mijn kleur was, staat hij fantastisch. Vandaag heb ik pas de rust om te lezen wat erop staat. Ik lees: “Siembra el presente”. Vertaald: Zaai het heden. Het lijkt op “pluk de dag”, maar dit gaat dieper. Hierin zit ook de toekomst vervlochten op een zwierige manier. Wat een gaaf cadeau. Het sluit perfect aan bij mijn verhaal.

.

Een slingerend lint van mensen ( A winding ribbon of people)

.

Ik maakte een wandeling met een groep landschapshistorici en sprak met hen. Je kan een landschap bestuderen, uittekenen of onderzoeken. Maar dat is niet genoeg. Ik denk: We moeten leren er weer deel van uit te maken.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

Een baaldag was het. Het bord dat ik al heel lang wilde maken, stond tegen de boom. Het was af. Er stond een tekst op, een filosofisch gedicht. Maar er was niemand om ernaar te kijken en erover te praten. Okee, dan baal ik maar, dacht ik. Als het niet anders is. Dat was de enige goeie keus. En het gesprek kwam uiteindelijk toch wel, maar op een ander moment.

Het is een dag later. Ik wandel mee met een groep. Het zijn allemaal landschapshistorici.Van verre kun je ons zien lopen. De uitgestrekte weilanden worden doorkruist met oude wandelpaden. Ze zijn smal. De twintig mensen vormen een lang bewegend lint. Voorop loopt Jeroen, mijn buurman, die ons leidt. Hij is een bescheiden leider en laat het liefst de mensen zelf kijken, voor hij iets zegt. Toch is hij een goede verteller, als hij eenmaal los komt. Dit zijn mensen van zijn universiteit. Als buurvrouw ben ik de enige andere gast. Hoewel het nieuw voor me is, voel ik me prima thuis in dit gezelschap. Samen kijken we om ons heen. Het meisje naast me vertelt hoe ze ervan geniet om in de trein te reizen, en het landschap aan zich voorbij te laten gaan. Het is als het lezen van een verhaal. Hoe meer je erover weet, hoe boeiender het wordt.
Zelf reis ik niet veel met de trein. Ja, ik vind het ook mooi. Ik weet dat er oneindig veel verhalen zijn. Maar ik maak er liever deel van uit, dan dat ik er alleen naar kijk. Ik ben ook geen wetenschapper. Ik ben een kunstenaar met groene vingers. Maar daar denk ik nu niet aan. Er is van alles te zien en te horen.

“Hoe kom jij hier zo verzeild?” vraagt de man die aan de andere kant loopt. Ik schat hem iets ouder dan ik, een lange vent met grijs haar en een ontspannen grijns op zijn gezicht. Ik vertel hem dat ik vroeger tekenaar was, van landschappen en oude gebouwen met geschiedenis. Heel fijn en precies werk met allemaal streepjes. Ik haal nonchalant mijn schouders op. “Iedereen wilde dat ik daarmee doorging. Maar ik had genoeg van dat gepriegel. Ik was het ook zat om alleen maar waarnemer te zijn. Dus in plaats daarvan heb ik me bekwaamd in allerlei handwerk. Het kwam op mijn pad. Ik kon kiezen, bekend worden als tekenaar, of opnieuw beginnen met iets heel anders. Uiteindelijk heb ik mijn eigen huisje uitgetekend en gebouwd.” Hij lacht. “Ja, die omslag begrijp ik heel goed,” zegt hij. Ik glimlach en ga verder. “Ik werkte eraan met dezelfde nauwkeurigheid als mijn tekeningen. Toen het klaar was, was het comfortabel genoeg om in te wonen. Maar ook stond het op wielen. Ik moest ermee de wereld in. Dus ik maakte die reis en schreef een boek. Ik wilde zo langzaam mogelijk te gaan. Dit bracht mij tot een conclusie, die me nooit meer los gelaten heeft.” Hij kijkt me nieuwsgierig aan. “Wat dan?” Het antwoord komt kort en krachtig. “Het kan nooit langzaam genoeg gaan! Uiteindelijk kwam ik erachter dat ik niet wil reizen. Ik ben tegen al dat gereis in deze tijd.” Hij lacht geamuseerd. “Hoezo?” Ik kijk naar de witte klaver voor mijn voeten en denk aan wat er thuis tegen die boom aan staat. Een roestige plaat, gladgeschuurd met de komborstel. Donkerbruin gemaakt met lijnolie. Er staan witte letters op. Ik kijk naar de man naast me. “Gisteren schilderde ik een bord,” begin ik dan “Daar staat een tekst op.”

Het Rijdende Verhalenhuis
kwam alhier tot stilstand
om zich te verbinden met
de mensen en het land

Stilstand is vooruitgang
in het algemeen belang

“Oei, daar moet ik even over nadenken hoor!” fronst hij. Ik knik geduldig en leg het uit. “In onze tijd is alles en iedereen steeds op pad. Agenda’s vol bezigheden laten ons van hot naar haar vliegen,” zeg ik. “Tegelijkertijd wordt het steeds moeilijker om iemand te vinden die thuis is.” De man naast me luistert aandachtig. Ondertussen gaan we een bocht om, en Jeroen houdt een draad vast, die het weiland van een groep koeien begrenst. Hij moest hem losmaken om erdoor te kunnen. “Honden verboden” staat er op een bord. Dat is vanwege de kak. Daar worden koeien ziek van. Jeroen maakt de draad weer vast, en ik ga verder bij waar ik was gebleven.
“Deze koeien zijn waar ze zijn. Ze eten alleen maar gras en hun poep komt weer terecht op het land. Zo hoort het. Ze zijn deel van een kringloop. Wij mensen zijn die kwijt.” Ik stop even, om naar een paarse zwanenbloem te kijken, die langs de sloot staat. Als een subtiele kroon, troont hij boven al het andere uit. Het is een mooi gezicht, met het stille donkere water erachter. Het straalt rust uit. Had iedereen maar zo’n zwanenbloem om naar te kijken. Of iets anders om voor thuis te blijven. Een paar ogenblikken lopen we in stilte. Voor en achter ons klinkt het gepraat van de anderen.

“Ik heb een ander voorbeeld. Ik was op een dorpsvergadering. De vrouw die het woord deed klaagde erover dat de gemeente steeds meer werk doorschuift naar het Dorpsbelang. Maar hoe vitaal is dat, als die mensen ook met volle agenda’s van hier naar daar vliegen? Dit is niet de enige plek waar het aan de hand is. De huidige tijdgeest is als los zand, dat tussen onze vingers door verdwijnt. Zonder bestendigheid vervliegt alles. We zijn de voeling kwijt met wat er werkelijk toe doet. Kringlopen brengen dat terug. Daarom ben ik waar ik ben.” De man naast me knikt stil. Ik hoef niets meer uit te leggen.
Ik loop nog een eindje mee, en sla dan links af, terwijl de rest naar rechts gaat. Rustig loop ik terug naar station Deinum, waar mijn fiets staat. Ik hoef niet met de trein. De verhalen die zijn hier. En ik maak er deel van uit, het land, de mensen. En al zijn ze niet elke dag bij me, toch zijn ze er, als een slingerend lint. En ik loop er tussen.

.

Foto Gerd Altmann

.

NEDERLANDS

ENGELS

.

The Riding Storyhouse
Came here to a silent stand
To connect with joy and care
With the people and the land

Standig still is progress
The rooted people you will bless

I took a walk with landscape historians and explained why I don’t travel anymore. We can research, draw, or admire a landscape. That ’s not enough. We have to become part of it again.

.

Als de levering stokt, is er altijd nog de liefde (When the delivery stops, there’s still love.)

.

.

Levering van energie is vanzelfsprekend. Er wordt een hele rij mensen voor aan het werk gezet. Een mankement in de toevoer brengt mij op nieuwe gedachten.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

.

Ik sta met boer Jochum voor de deur van de schuur. Daarbinnen is het donker. Onder dikke dekens van hangend spinrag is de zolder. Daar ligt het hooi, steeds hoger opgestapeld, naarmate het jaar vordert. Beneden staat de oude hooiwagen. Zijn vader heeft hem zijn hele leven gebruikt en de boer houdt hem in ere. In de winter verdwijnt de houten bodem onder de hoge stapel balen. Oude gereedschappen hangen ernaast aan de wand. Als je doorloopt naar de hoek, dan kom je in een gang. Ooit moet die heel huiselijk zijn geweest. Nu is het eigenlijk het verlengde van de schuur, rommelig en stoffig. Twee deuren geven toegang tot de kamers waar boer Jochum leeft. De ene waar hij nu woont, netjes aangeveegd, de andere die hij opknapt; lemen wanden, goed geïsoleerd, een warmtebuffer waar in de zomer water wordt opgeslagen voor de winter. Zelfvoorzienend zijn is belangrijk voor hem. Maar dat gaat niet altijd zonder mankementen. Het probleem dat er vandaag ligt, is in elk geval niet zomaar op te lossen.

Boer Jochum kijkt me nadenkend aan. “De relais is kapot. Iemand zat in de stroomkast en heeft aan de hoofdbout gedraaid. Waarschijnlijk per ongeluk, maar nu zitten we met de gebakken peren. Er is 400 watt op het systeem komen te staan. Bij Wil kwam de rook uit het stopcontact. Nu is de omvormer onbruikbaar.” Ik zeg dat ik het vervelend voor hem vindt. “Nu is je hele dak vol zonnepanelen dus nutteloos,” concludeer ik. Hij knikt nadrukkelijk. “Ja. En totdat we een nieuwe hebben moet ik die dure stroom van het net afnemen. En dat voor minstens 35 weken! Eerder is het niet leverbaar volgens de installateur.” Hij tuurt naar het water van de Swette naast ons zonder het te zien. “Hoe komt dat?” vraag ik. Hij haalt zijn schouders op. “Ach ja, dat moet helemaal uit China komen en dat is moeilijk. Vanwege de oorlog. Of omdat sinds corona de containers op verkeerde plaatsen staan en de logistiek overhoop ligt. Het kan van alles zijn.” Ik ben even stil en denk na. Dan zeg ik dat ik mijn eigen elektroman om raad zal vragen. Zal het wat opleveren? Alles is chaos. Gaat dat ooit voorbij? Of wordt de leveringstermijn straks steeds maar langer? Ik volg het nieuws niet op de voet. Maar ik ben vast niet de enige, die ziet dat er gaten beginnen te vallen. Gaten in onze zieke economie.

Ondertussen ben ik blij dat ik mijn eigen stroom heb. Al zou ik in principe zonder kunnen. Maar ik kook op dit moment elektrisch. Dat kan alleen met stroom van de boer, want het vraagt meer dan ik zelf heb. Het mankement van vandaag zet me aan het denken. Mijn afhankelijkheid zet een hele rij andere mensen aan het werk. Als er een probleem is moet het opgelost worden. Dat wordt als vanzelfsprekend gezien, maar eigenlijk is dat helemaal niet zo. . . Ik ga het in het vervolg anders doen. Ik ga een kleine brander laten maken van staal. Met slechts een hand vol houtjes zet je een kop koffie. Het kost wat meer tijd, maar ik zal het met liefde doen, zelf! Net als het verzamelen van de nodige takjes. Ik kan zo naar het bosje lopen waar ik de houtjes haal. Ik pak wat ik nodig heb en niet meer. Want ik houd van de bomen en struiken. Ik plant er nog steeds van bij. Meer en meer. Elke dag ga ik naar ze toe. Daarom ben ik hier.

Liefde maakt de cirkel rond. Liefde, maar ook lef om rigoureus te kappen met wat er in de weg zit. Liefde is niet hetzelfde als lief zijn. Soms is het ruig en vastbesloten. Eenvoudig leven begint bij besef van kringlopen. En je eigen plek daarin. Hoe die zou moeten zijn.

Jochum is blij dat ik meedenk. Als ik thuiskom zal ik meteen een bericht sturen naar mijn elektroman. Misschien heeft hij een oplossing. Maar eerst loop ik naar het Verhalenpad, de plek waar ik bomen plant. Ik loop over het paadje, dat bijna verdwijnt in het hoge gras. Het veld is geelbruin van wuivende halmen. Verderop is alles al gemaaid. Ik loop verder, tussen de jonge meidoorns en kerspruimen door. Tussen de kleine elzen en de hazelaars die ik plantte. In de verte zie het het wilgenbosje opdoemen, aan het einde van dit pad. Het zijn geen bomen, maar struiken die breed uit zullen groeien. Het gaat hard, ik zie al heel veel groen. Voor mijn voeten schiet een vink weg, die zich te goed deed aan het graszaad. In de verte hoor ik een vogel drietonig zingen. Verbaasd kijk ik op. Wat zingt hij? Ik luister aandachtig. Verrek, het zijn de eerste drie tonen van een oud liedje. “Song d’amour!” Ik word er helemaal warm van. Liefde is toch het begin van alles? Hoe het ons ook zal vergaan.

.

NEDERLANDS

.

ENGELS

Supply of energy is self-evident. A whole line of people is put to work for it. They are not always thanked for that. A defect in the supply brings me to new thoughts

Wachten op de zonnewende (Waiting for the solstice)

.

Steeds weer terugkeren naar een plek. Niet omdat je er toevallig langskomt, maar omdat je het wilt. Omdat je er je wortels hebt en je de mooiste momenten met iemand kunt delen.

Een van de vele stegen in Utrecht, met opkomende zomerzon.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

.

Al noem ik mij een gewortelde nomade, ik ben het niet altijd geweest. Emmeloord, mijn geboorteplaats zei me niet zoveel. Toen ik 18 was verhuisde ik naar Zwolle. Toen ik 19 was ging ik een half jaar terug naar Emmeloord. Op mijn twintigste woonde ik in Arnhem. Op mijn 22e vertrok ik naar Leeuwarden. Toen ik 25 was vertrok ik naar Utrecht. Zoeken. Steeds weer verhuizen. Het was een rusteloos bestaan en ik was een slechte slaper. Net goed en wel in Utrecht brak ik mijn been bij een verkeersongeluk. De genezing duurde twee jaar. De beperking deed me goed. Talent kwam nu tot uitdrukking: schrijven, tekenen. Karakter heeft stilte nodig om zich te kunnen vormen.
Mijn been genas. De lange beperking had me rust gegeven en ik was bereid om grondige keuzes te maken. Een paar jaar later ontmoette ik Michiel en hij werd mijn man, een man met diepe wortels. Zijn leven speelde zich af langs de werven, in het middeleeuwse Utrecht. Hij was een hartelijke creatieve ambachtsman. Iedereen in de buurt kende hem. Samen begonnen we een rondvaartbedrijf en zijn wortels vergroeiden met de mijne. Met elkaar voeren we enige jaren over het water en met elkaar deden we het onderhoud. Hard was zijn dood en het leven dat erna kwam. Ik heb alles door mijn handen laten gaan en mijn wortels groeiden dieper en dieper. Tot het jaar 2012.
Toen ik vertrok dacht ik de stad achter me te laten. Maar het is niet zo. Ik ben daar nog steeds. Mijn wortels strekken zich onzichtbaar uit naar dat ene plekje in het centrum van Utrecht. Mijn verhalen worden er nog trouw gelezen. Ik ken de stenen, de bomen, de hoekjes en de mensen. En zij kennen mij.

Dat is precies wat ik denk, als ik de monumentale deur achter me sluit. Hier, bij mijn oude buren, vond ik een hartelijk welkom. Ik kon er blijven slapen. Waar ik vandaag heen moet, is vlakbij. Vandaag draait de film: “Rooted nomad” in het Louis Hartlooper Complex. Het is de docu over mij, waar ik al vaker over sprak. Met een zachte klik valt de deur dicht en ik hoor de echo in de lege gang er achter. De donkergroene verf glimt, alsof er pas geschilderd is. Voor de deur staat een bord met “Te koop”. Mijn oude buren willen weg. “De stad wordt almaar drukker en we hebben nauwelijks een tuin.” Ik doe een paar stappen de stille straat in en vraag me af. Hoeveel mensen denken dat? Wanneer komt de dag, dat iedereen die ik hier ontmoet me vreemd is? Of staan straks al die huizen leeg en woont iedereen “tiny” op het platteland? Op dit moment is er nog niks te merken van drukte. De zon is al op, maar is verborgen achter de huizen. Het wordt een warme dag.

Beneden aan de gracht zijn mensen. Ik hoor gemoedelijk gelach en zacht gepraat. Ik loop naar de gietijzeren reling en kijk naar beneden. Daar zitten de jongens die op de werf wonen. Ik ken ze allebei. Ze kijken omhoog en groeten me. “Kom beneden!” roept de één. Er zijn gasten. Twee jongens en een meisje. Ik ken ze niet. Hun ogen staan helder, hun huid is koffiebruin. Op de tafel staan een paar halfvolle glazen wijn en een lege. Ik loop de trap af en groet ze. “Welkom” zegt Dave. “We hadden hier een mooie nacht. Je maakt nu het staartje mee.” Dave is de bewoner van de werfkelder. Zijn buurman, Daan, kijkt me stralend aan.
“Wat leuk dat je er bent! Ik vond het zo jammer toen ik hoorde dat je gisteren was langs geweest!” Ook de anderen kijken naar me. “Was je toevallig hier?” Vraagt een van de jonge gasten. “Nee” zeg ik. “Ik woonde hier en kom steeds terug. Niet toevallig, maar omdat ik het graag wil”. Ondertussen denk ik: Wat is er toch met dat woordje “toevallig”. Het lijkt te horen bij deze tijd. Misschien is het de persoonlijke levensreis, die steeds individueler lijkt te worden. Je ontmoet wie je tegen moet komen, spreekt niks af en kijkt niet verder dan de dag van morgen. Alles komt vanzelf op je pad. Vernieuwing is een toverwoord. En “Shift”. Ik zie vernieuwing als een zeldzame noodzaak. Een prachtig avontuur, een sluisdeur die opent naar nieuwe wateren. Of een wissel, waar de trein langsgaat. Maar het leven spoort niet met alleen maar wissels. Zeker niet als iedereen zo’n bestaan leidt en er steeds minder mensen zijn die een geregeld leven leiden bij de technische dienst.

De zon komt op en schijnt precies door het steegje aan de overkant. Het is een vertrouwd beeld. Ik kijk ernaar en herinner me de tijd dat ik hier woonde. Het hele jaar was ik omsloten door de hoge muren van de herenhuizen, als een stedelijke vallei. Alleen het water glinsterde in de gracht en stroomde de stad uit, vrij de wijde wereld in. Ik keek ernaar en mijn gedachten stroomden mee. Ik keek naar de weerspiegelingen van de bomen die braken in de bries. Als de zon dan eindelijk kwam, dan stond hij al hoog aan de hemel en scheen fel boven de huizen. Het steegje waar ik nu naar kijk, was niet zomaar een steegje. Ik keek uit naar de dagen rond de zonnewende. Dan kwam het zonlicht precies erdoorheen, vroeg in de ochtend. Hij kwam als een gouden vloed de gracht over, en vloeide mijn werfhuis in. Ik kijk naar de streep van zonlicht op de straatstenen en voel me gelukkig. Daan kijkt er ook naar. Hij woont nu al tien jaar in mijn oude huis. “Zo mooi is dat ..” zegt hij stilletjes. Gastheer Dave praat ondertussen steeds door. Hij zegt dat ik zijn huis eens moet bekijken. Het is hartelijk bedoeld, maar ik negeer hem. Ik kijk naar de zon en dan weer naar Daan. We wisselen een glimlach. “Ik ken het zo goed, dit moment!” zeg ik. Hij steekt zijn hand uit en we geven elkaar de vijf. “Wij begrijpen elkaar!” zeg ik. Daan straalt van genoegen. “Zo is het,” zegt hij ferm.

Je kunt terug gaan naar een stad omdat je hem mooi vindt. Dat doe je dan eens in de tien jaar, op zijn hoogst. Maar nog mooier is het om momenten van schoonheid te kunnen delen. En om te horen hoe het is. Daarom is het, dat ik steeds weer terug ga. Vaker dan zomaar een keer. Het is waarom ik de band onderhoud, met mijn oude buurt én de bewoners. Niet toevallig, maar omdat ik het graag wil. Wortels maken doe je samen.

.

De documentaire “Rooted Nomad” is te zien op 2Doc.nl. Een bijzondere film, ontstaan uit een fijne samenwerking met twee twintigers. Het gaat over deze Friese bodem en de speelse creativiteit die een nieuwe levensfase brengt, na een lang en zwaar afscheid. Het is tegelijkertijd ter nagedachtenis aan Michiel, mijn lieve man, die 20 jaar geleden stierf. De documentaire van Michelle van der Plas en Emma Sidlauska is prachtig geworden en staat nu online:

https://www.2doc.nl/documentaires/series/makers-van-morgen/2022/rooted-nomad.html

NEDERLANDS:

ENGELS:

Keep returning to one place. Not because you happen to pass by, but because you want to. Because you have your roots there. That’s why I go back to Utrecht, again and again. I had an early meeting down by the water.