De heilige eik in concert

Herkenning en ontroering bij het horen en zien van de muzikale voorstelling “Oak”, van Nynke Laverman.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Er is zoveel te doen! Veel meer dan ik op kan noemen. Rondom mij begint alles opgetogen te fluiten, te fladderen en te woelen. Het is lente, de tijd van de voortplanting. Ook dat nog. Deze tijd vraagt om oogkleppen en doorgaan als een trein. Als je van alle kanten verwikkeld bent geraakt in een overvol bestaan, dan kom je niet zomaar terug in het eenvoudige cyclische leven.

Dit schreef ik een paar weken geleden. Nu kom ik erop terug. Want gisteren, 11 april was ik bij de muzikale voorstelling “Oak”, van Nynke Laverman in Leeuwarden. De hele zaal zit vol. Haar voorstelling gaat dieper in op wat ik in mijn verhaal benoemde. De zaal is donker, maar niet helemaal. Voordat de voorstelling op gang komt staat het publiek in een zacht licht, zodat wij niet alleen Nynke en haar man Sytze kunnen zien, maar zij ook ons. Boven hun hoofd zweeft een gigantische boomstamschijf in de lucht, als een beschermende kap boven hun hoofden. Knap, onzichtbaar vastgemaakt. Ze vertelt het verhaal dat ik al kende, van de stip die de langste lijn van de wereld wilde worden. Vooruit, almaar vooruit! Geen tijd om te stoppen of een bochtje te maken. De mensen smeken; Don’t stop, don’t make an end, but bend! Please bend!” Maar de lijn luistert niet. De lijn gaat almaar door, nachten worden slapeloze nachtmerries. Nynke vraagt zich af hoe ze in deze tijd door kan blijven zingen. Er is moed voor nodig. En terwijl Sytze op de achtergrond op een kalimba tokkelt, verandert het beeld. De boomstamschijf lijkt nu het innerlijk leven van de boom zelf te laten zien. Weerspiegelend licht in het water, ja licht, heel veel licht. Licht dat constant verandert. Beelden en stem vervlechten zich met elkaar. Soms zingt ze vanuit zichzelf, dan weer verplaatst ze zich in de boom. Er zijn oude herinneringen. Mensen zaten onder de boom en vierden, dansten en vroegen de boom om raad. .Het innerlijk beeld van de boom verandert continue. Opeens wordt het heftig, stormachtig, het blad zwaait in de wind, er is een geluid van kraanvogels die in paniek opvliegen. Haar stem verandert van fluweelzacht naar een felle roep de ruimte in. Uit alle macht zingt ze de pijn van de boom, de herinnering aan vroeger, toen het nog geen takkenbende was, maar dat de eik een zeer gerespecteerde persoon was, met een stem waarnaar geluisterd werd. Er zijn rode lichtflitsen en soms witte, die over het publiek gaan. Geraakt staar ik naar het podium. Wij en zij, het lijkt steeds meer in elkaar over te lopen. Tot driemaal toe vraagt ze ons op de achtergrond door te zingen, terwijl zij verder gaat met haar lied. We zingen mee, als in een golf, soms harder, dan zachter, terwijl niemand dat afgesproken heeft. En net wanneer alles van triestigheid lijkt te versterven, komt daar Sytze uit de hoek, met zijn vogellokfluitje. Hij fluit en de vogels antwoorden. Ze komen terug, steeds meer zijn het er. Uiteindelijk baden we allemaaal in een stralend licht en een groot concert van weidevogels golft over ons heen. We zijn stil en onder de indruk. Dan gaat plots het licht uit. De vogels houden allemaal tegelijk hun snavel met een enkele druk op de knop. Het is afgelopen.

Er volgt een luid applaus. Ik doe de roep van een kieviet na in de paartijd, ze glimlacht. Heeft ze het gehoord?

Het was een fascinerende beleving. Er zat verdriet in en hoop. Ik ben meegenomen in het innerlijk leven van de boom, heb geluisterd naar het gesprek dat Nynke met hem voerde, begeleid door Sytze. Het leven in cirkels, als de jaarringen van een boom, als de boomspiegel onder zijn stam. Uiteindelijk kom je altijd terug op hetzelfde punt en altijd wordt het weer lente. Vanuit de rechte lijn en een leven vol drukte weer terug te keren naar deze plek. Met je rug tegen de oude eik, die tot ons spreekt. Ik denk aan de eik op mijn veldje. Jochum plantte hem, al bijna tien jaar geleden. Ik ben degene die hier nu bijna elke dag is en verzorg hem. We hopen dat hij vele eeuwen overleeft in een wereld die terugkeert naar de cirkel, vanwaaruit alles voorkomt. De cirkel rond de eik badend in het licht van de zon.

.

.

Plaats een reactie