Vooroordelen zijn er, ook onder vrouwen zelf. Maar we gaan lekker door.

Als kind droomde ik van een jongensleven. Dat kun je zien in een verhalenschriftje van school. Ik was zeven. Ik ben een eekhoorn, heet Kas en heb een heleboel broertjes. Hoewel mijn handschrift heel netjes was, hield ik tegelijkertijd van wilde fysieke spelletjes. Mijn grootste wens was om een hut te bouwen. Maar in die tijd hadden meisjes handwerken en alleen de jongens hadden handenarbeid. Voor juffen en meesters was die scheiding net zo aanwezig als de Berlijnse muur, er viel niet aan te tornen. Thuis was er ook niemand die graag timmerde. Het heeft dus tot mijn dertigste geduurd voor ik de juiste persoon ontmoette die me echt goed op weg hielp: Mijn man Michiel. Ik had geluk! Hij vond het geweldig als ik op mijn rug onder de boot lag met de haakse slijper of wanneer ik een keuken voor het schip ontwierp. Trots dat hij was! En zo kwam ik te weten wat ik allemaal kon. Velen weten nog steeds niet wat ze kunnen. Nog steeds zijn er maar weinig vrouwen in de techniek of in de bouw. En nu is het herfstvakantie, overal zie je groepjes mannen met de weg bezig, er is geen vrouw te bekennen. Hoewel ik eenvoudig leef, ben ik evengoed gefascineerd door techniek en machines. Gisteren wilde ik een paar hardhouten palen afkorten met de cirkelzaagtafel. Er staat er altijd eentje in de loods. Deze zaag kende ik niet dus ik vroeg onze plaatselijke timmerman om advies. “Het is een kanteltafel” zei hij en begon meteen te kijken hoe hij dat kantelen voor elkaar moest krijgen. “Jij wil afkorten. Deze kant is om te schulpen. Afkorten moet met de andere kant. Deze kant is gevaarlijk,” vulde hij aan. Ik begreep wat hij bedoelde, ik heb het vroeger wel eens zo gedaan, op onze zaagtafel, als dat zo uitkwam. Je moet het hout geen millimeter scheef houden, anders krijgt hij weerstand en schiet hij weg. “Ja, ik heb dat wel eens gevoeld” zei ik, denkend aan de klap die ik ooit bijna kreeg. “Ja natuurlijk, jij voelt dingen” zei hij vaag. Bedenkelijk keek ik hem aan. Ondertussen probeerde hij een wieltje los te draaien, maar het zat vast en scheef. Ik wilde er wat over zeggen, over dat wieltje en over respect voor machines. “Jaja, heel intuïtief ben jij” mompelde hij terwijl hij aandachtig doorprutste. Een vrouw voelt en werkt intuïtief, een man denkt na. Zal dat vooroordeel eraan bijdragen dat vrouwelijke architecten op de tweede rang staan? Maar goed, de kanteltafel werd gekanteld en ik ging aan het werk. “Ben je er heelhuids vanaf gekomen?” vroeg hij na afloop. “Ja hoor” zei ik rustig. De tijd dat ik me opwond over dat soort vragen is voorbij. Ik ga mijn gang wel.
Een dag later kwamen er twee mensen bij me langs die pas in de buurt wonen. Ik was thuis.“Heb jij ook je huis gebouwd zonder ervaring?” vroegen ze verwachtingsvol “mogen we het zien?” Ze hadden jarenlang gereisd en wat dit betreft geen kennis opgedaan. Nu wilden ze een bouwvallige grote woonwagen veranderen in een fijn huis. Maar toen ik zei dat dit mijn meesterwerk was na jarenlang leren en klussen, keken ze teleurgesteld. Een vrouw alleen, daar hadden ze iets anders bij verwacht. Geen timmerervaring in elk geval, eerder iemand op hetzelfde niveau. Ze vonden het een fijn huis, dat wel. Ik begon enthousiast te vertellen hoe ik het had gebouwd. Maar al snel riep de jonge vrouw dat het haar veel te veel was en de twee verdwenen met rasse schreden. Met een leeg gevoel keek ik ze na. Toen hervond ik mezelf weer. Laat die zelf maar hun weg vinden, dacht ik berustend, en ging boodschappen doen in de stad.
Overal zijn wegomleggingen. Huizen, wegen, overal zijn mannen aan het werk. Als ik naar ze zwaai, wuiven ze vrolijk terug. Nederland is gemaakt door mannen. Vrouwen komen daar maar weinig aan te pas, behalve om naar te wuiven en te roepen. Van de architecten is maar 23 % vrouw, en die staan dus bijna altijd in de tweede rij, achter de mannen. Zaha Hadid uit Irak was de eerste vrouw die de allerhoogste architectuurprijs won, in 2004. De Pritzker Prize. De Friese Nynke Rixt Jukema is ook internationaal bekend. Ik sprak haar eens, toen ze nog niet in Denemarken woonde. “Dat was soms een eenzaam bestaan.” zei ze. In haar werk legt ze relaties tussen mens, dier en omgeving en heeft ze onder andere het project “Donkere dorpen” gelanceerd. Meer echte duisternis in de nacht, meer verbinding met de natuur, dat hebben we hard nodig. Verder komen maar weinig vrouwen zover. Tussen de arbeiders is het nog veel minder, daar is slechts 2 % vrouw op de werkvloer. Dat zeggen sommige statistieken. Behalve dat vrouwen meestal de zorg voor het gezin dragen, gaat het ook over andere dingen. “Het is zwaar werk” zeggen de mannen. “Dat kunnen vrouwen niet.” Vooroordelen zijn er, ook onder de vrouwen zelf. Inmiddels ben ik de verbazing wel gewend. Maar ik geniet enorm van fysiek werk. Ik vind het heerlijk om aan een arm aan een tak te hangen en met mijn andere de takkenril op te hogen. Het is een genot dat ik op mijn spieren kan vertrouwen. Ik vind het ook leuk om iets helemaal uit te denken, samen een probleem op te lossen of om advies te geven als het nodig is. Helaas blijven vrouwen tot nog toe op de tweede rij staan, op al die gebieden. Ook hier ben ik een eenling. Alhoewel, de laatste tijd is er over het algemeen wel iets van verbetering, onder de jongeren. Dat is wel nodig ook. God schiep de hemel en de aarde. De Nederlandse mannen schiepen Nederland. Nu de vrouwen nog.
.
.Lees hier het verhaal van een jonge vrouw die een groep mannen leidt. Mooi om te zien!