Een gewone herfstdag

.

Vegen: De stille kracht van de eenvoud

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van dik 10 min.

.

Vrijheid bestaat voor een deel uit discipline. In de herfst en de winter wordt dat extra duidelijk. Wanneer de bijen en vlinders verdwijnen en de mensen haastig met hun kin in de sjaal gedrukt naar huis toe fietsen, dan wordt het stil in mijn kleine huis. Ik moet mezelf op gang houden, een project hebben, waarmee ik de tijd vergeet. Zo ontwierp ik mijn huis, zo schrijf ik verhalen, en maak ik de meest geconcentreerde tekeningen.
Ik kijk naar buiten en zie hoe de mist de ramen dichtplakt. Ik heb mijn ramen nodig, ze geven me het gevoel van ruimte en ik werk graag in het volle licht. Ik heb ze niet voor niets aan beide zijden gemaakt. Nu er zo’n dichte mist hangt, wordt de wereld wel heel erg klein in mijn tiny tiny house. De enige manier om toch fris en vrolijk te blijven, is doorgaan.

Dit is een lijstje van hoe mijn dag er uit ziet.

08.30 Opstaan, oefeningen doen, ontbijten. (Als het licht is)
10.00Werken aan verhalen en tekeningen, mails beantwoorden (Staande bij lessenaar)
12.00 Een kleine wandeling (Vaak hetzelfde stukje) en lunch.
13.00 Verder werken (Staande)
15.00 Soms een grote wandeling van twee uur (Door natuurgebied en over de weg).
17.30 Eten koken
19.00 Luisteren naar Radio4, Passaggio, soms een dansje doen.
20.00 Boek lezen of kaarsje staren.
21.00 Bedritueel met oefeningen, of nog iets langer doorlezen in het boek.
22.00 Naar bed (Tegenwoordig in een hangmat XL, heerlijk!)

Als je het zo bekijkt is het eigenlijk heel saai. Maar voor mij werkt het. En als je tevreden bent, dan gebruik je meteen een stuk minder, minder terrasjes, minder koffie en taartjes, minder benzine of treinritjes. Ik hoef niet per se ergens heen en ik slaap lekker en ontspannen. Ik ben ook echt moe ‘s avonds, want ik zit gewoonlijk maar twee of drie uur per dag. En tijdens de wandelingen kom ik van alles tegen, zoals vandaag.

Ik heb de rietvelden achter me gelaten. Ik zie hoe de weiden oplossen in het witte licht en ik kijk naar de druppels in het vochtige gras. Een klein groepje schapen staat stil in de mist, zeven witte en een zwarte. Wanneer ik naar ze blaat, zeggen ze niks terug, alleen de zwarte komt wat dichterbij en blijft dan staan. Het is een slome tijd, in de lente zijn ze veel spraakzamer. Verderop kijken twee paarden nieuwsgierig naar het voorbijgaan van dit blatende mens, in lange groene jas gekleed. Zouden ze me al herkennen?
Ik tuur naar de horizon, begrensd door een vage blauwgrijze strook van bomen. Een groep ganzen vliegt gakkend over. Ik loop verder over de smalle weg, tot ik een man voor zijn huis blaadjes zie vegen. Prompt sta ik stil. “Wat een prachtige bezem heeft u!” roep ik oprecht enthousiast. Ik houd van de houten steel, de stevige borstel aan het uiteinde, ik houd van handen die de steel omklemmen en de meditatieve blik van vegende mensen. Hoe anders is de bladblazer! Ik had niet eens een gesprek kunnen beginnen! Ieder wat wils, daar zeur ik niet over. Maar iedereen die veegt, kan bij mij rekenen op een allerhartelijkst compliment, dus ook deze man.
Hij grijnst tevreden “Ja, zo’n bladblazer is niet echt handig. Je blaast het alle kanten op en het duurt veel langer voor je een hoopje hebt. Een bladzuiger werkt beter, die heb ik ook. Maar die raakt steeds verstopt en daar ben je dan ook weer een poos mee bezig. Nu doe ik het toch maar weer met de bezem, ” Hij kijkt naar zijn eigen bezem die hij kaarsrecht naast zich houdt, alsof hij een goede vriend op de schouders klopt. Ik knik instemmend. “Ja die elektrische apparaten, daar ben je veel tijd mee kwijt. Mijn boot hoosde ik ook altijd met een doorgesneden jerrycan. Dat ging veel sneller dan met de pomp. Ophalen, snoer uitrollen, ontstoppen, aanzuigen, snoer weer inrollen, dat duurde veel langer!” Ik hoef er niks aan toe te voegen, dat snapt deze meneer heel goed.
Ik kijk naar het keurige hoopje blad, op de met klinkers bedekte oprit. Ik kijk naar de haag met drie grote struiken erachter. Er zitten meesjes in. Hij volgt mijn blik. “Ik voer ze,” zegt hij. Ik knik tevreden. Ik hou van mensen met oog voor wat er leeft.
“U heeft het hier mooi voor elkaar,” lach ik. Ik kijk nog eens rond en mijn blik blijft rusten op zijn bezem. “Ja, “ zegt de man “Ik ga weer eens verder,” en hij begint weer te vegen. Ik groet hem vriendelijk en loop door, de lange weg af, terug naar huis.

.

Weggaan uit een heerlijk dorp

.

.

Luister hier naar de podcast, als je dat liever doet dan lezen. Het duurt 9,5 minuut. Verderop in het stuk staan nog verscheidene illustrerende foto’s.

 

Het is tien uur in de ochtend. De zon schijnt al uitbundig. Ik sta naast Ait Jan bij zijn camper. Buiten zijn gewoonte om, is Ait Jan aan het werk op deze zondag. Ik ben gauw naar hem toegegaan om te horen wat de bedoeling is voor mij, vandaag. Hij is blij dat ik er over begin. “De jongens willen op het terrein aan het werk, ze moeten er langs,” zegt hij “En ik wil ook ruimte, niet morgen, maar vandaag”. Hij heeft een drukke week gehad. Nu wil hij rust en overzicht om de laatste klussen voor de vakantie af te maken. “Ik had ook niet gedacht dat je zo lang zou blijven,” zegt hij verbaasd.
“Nee ik ook niet. Ik ben blij dat ik juist nu in dit dorp terecht gekomen ben! Geweldig,” Ik vertel wat ik hier allemaal opgestoken heb en hoe ik genoten heb. Ait Jan heeft meer verhalen, over leuke dingen en de momenten wanneer het tegenzit. “Sommige mensen doen nooit mee, hoewel ze al vroeg met pensioen zijn, krijg je altijd nee. Anderen hebben het ontzettend druk en doen het er allemaal bij. Zo gaat het.”

Voor mij is alles klaar voor vertrek. De familie heb ik een paar tekeningen gegeven als dank. De zoon, die kaatskampioen is, heeft mijn kaatsposter gekregen.* Ook de koppeling is piekfijn in orde en ik weet al waar ik heen ga. Het volgende dorp heet Mantgum en ik ben straks te gast bij Nynke en Michiel, die me hartelijk welkom heten op het erf van hun boerderij. Voor ik vertrek, zet ik alles nog eens op een rijtje.

.

De solide koppelingsconstructie is met vier vleugelmoeren te verwijderen. Dan kan ik bij het achterste deel van de bagageruimte. Die is overigens ook via luiken in de vloer bereikbaar.

.

WEIDUM ALS LEVENDIG DORP

Hoe komt het dat Weidum zo’n succesvol feestdorp is en al zo lang? Hoe komt het dat hier al jarenlang zoveel op touw wordt gezet ? Ik zie hier echt  “Meanskip”, ofwel, gemeenschapszin en dorpsleven. Hoewel er geen winkels zijn en men boodschappen in Mantgum doet, blijft het dorp bruisen van levendigheid.
Er zijn een aantal zaken belangrijk.

Er is een dorpshuis en twee grote velden in het midden van het dorp. Het is verrassend voor mij om dit te zien. Het is hetzelfde principe als “het cirkeldorp,” wat ik ooit ontworpen heb. In het midden van het dorp ligt een grote open ruimte met veel groen en gras, voor openbaar gebruik. Naast het kaatsveld ligt hier een tweede veld, dat ook gebruikt wordt voor andere evenementen. Tijdens de spulwike wordt er een groot kasteel is gebouwd van plaatmateriaal, wat daar dan een tijdje kan blijven staan. Daarbinnen hebben de kinderen hun eigen wereld.

.

.

Het aantal inwoners is erg belangrijk, dat ligt tussen de 500 en 700. Bij een optocht heb je dan negen versierde wagens, voor elke straat één. Jorwerd, het buurdorp is eigenlijk net te klein voor een gemeenschap. Het jaarlijkse dorpsfeest is ook lang niet zo bruisend als in Weidum. Weidum heeft ook een hele goeie fanfare en een toneelvereniging en zelfs af en toe een songfestival. Ook dorpen in de buurt hebben hun deelnemers en er komen een paar honderd mensen op af om te kijken. Het is het dorp waar de kaatskampioenschappen voor vrouwen plaats vinden, waarbij de fanfare het feest compleet maakt. Mantgum is twee keer zo groot, maar er wordt veel minder georganiseerd. Sommigen noemen het liberaal, iedereen kent elkaar, maar gaat zijn eigen gang.

Er zijn in Weidum altijd een aantal kopstukken geweest, die ergens goed in waren. Professionele mensen voor PR, kunstenaars, een klusser en decorontwerper, iedereen vult elkaar aan en is bereid om zijn of haar vrije tijd te steken in de gemeenschap. Het is goed om mensen die iets kunnen en een goed plan hebben, de vrijheid en het vertrouwen mee te geven om hun gang te gaan. Er zijn periodes dat dit heel goed gaat, soms is het wat minder. Maar de motivatie blijft altijd. Soms is het de één die een idee heeft, dan weer een ander. Die afwisseling maakt het levensvatbaar en inspirerend. Ik hoorde tijdens de merke (feest) een gesprek met een toekomstige bewoner. “Ik hoorde dat jij tuinman bent?!” Wat heeft een nieuweling toe te voegen aan het dorpsgebeuren? Het is altijd interessant voor een gemeenschap met iets meer dan 600 inwoners.

.

.

Mensen delen wat ze hebben. Klaas heeft een paar honderd meter aan lampjes. Die hangt hij op voor het feest en voor de spulwike. Ait Jan leent zijn caravans uit aan begeleiders en ze mogen op zijn land staan en zijn werkschuur gebruiken om even een klusje te klaren. Zo zijn er meer. Er zijn vele sponsoren die de meanskip een warm hart toedragen en dat is nodig ook, want de subsidie is overal stopgezet.

Het enthousiasme uit het verleden, voedt de toekomst.  Het is bekend dat Weidum een feestdorp is, met veel creativiteit en diverse verenigingen. Die wetenschap trekt mensen aan die dit ook willen meemaken en ondersteunen.

Het zet zich voort in generaties. Iedereen die de Merke heeft meegemaakt in zijn jeugd, denkt daar nog met plezier aan terug. En dat is niet het enige. Ook de Spulwike maakt indruk. Kinderen die zelf jaar in jaar uit de Spulwike hebben meegemaakt, worden begeleider als ze ouder worden. De Spulwike heeft veel weg van een creatief kamp, en is opgezet om kinderen die niet op vakantie kunnen, toch een onvergetelijke week te bezorgen. Het bestaat al 47 jaar. Ze kunnen heerlijk met verf gooien, in een autoband rondgeslingerd worden aan een touw door een waanzinnig tollende hijskraan, een doorgezakte hangbrug over sjokken en nat worden tot op de borst, het hoort er allemaal bij. Soms zie je alle kinderen bij elkaar. Die optocht door het kleine dorp is indrukwekkend groot. Het zijn de kinderen van Weidum en dorpen eromheen. “Tjinge tjinge boem,” roepen ze met een ritme dat al een paar generaties meegeroepen wordt en dat nog steeds menig hart doet kloppen.
Die ondernemingszin en het gevoel van “Mienskip,” is ongetwijfeld van groot belang voor de rest van hun leven.

Als dit in Weidum kan, waarom dan niet in andere dorpen? Waarom vluchten veel van mijn ondernemende kennissen, tuinders en kunstenaars, naar het buitenland? Laten we kijken naar goeie voorbeelden hier, in ons eigen land. Zoals dit prachtige dorp en wat we daaraan toe kunnen voegen.

.

PS Wat er in mijn blog staat is maar een fractie van wat ik schrijf. Het grote geheel wordt verwerkt in het boek. (Boek: https://alowieke.blog/boeken/.) In middels sta ik al op deze nieuwe plek in Tsjeintgum, bij Nynke en Michiel.

 

*Kaatsposter: Zie vorige verhaal.

Feest in Weidum

.

.

Om het verhaal te beluisteren, klik hier. Voor de foto’s, kijk verderop in het blog!

 

Vanaf nu heeft mijn blog een eigen dagtelling, vanaf het moment dat ik vertrok van camping de Swetteblom. Ik schrijf elke dag een stukje, en het geheel verwerk ik in het boek. Voor het wekelijkse verhaal maak een selectie van wat ik geschreven en getekend heb. De rest is een verrassing voor de lezers die meer willen zien.

 

Dag 8

Dick is naar me toegekomen, vanuit Eindhoven. Hij heeft vakantie. Daar is hij echt aan toe, want hij heeft keihard gewerkt. Veel rust krijgt hij helaas niet. Het is feest in Weidum. En het is niet een gewoon feest, maar een groot feest, dat drie dagen duurt.

Om acht uur worden we wakker van een sirene, die kennelijk in een auto zit, want het komt steeds dichterbij. Hij gaat het hele dorp rond tot hij vlak in onze buurt is. Om negen uur is de kaatswedstrijd. “Kaetsje”, in het fries. Daar willen we naar toe.
De sirene helpt niet zoveel bij mij. Ik blijf nog even liggen en koester me in mijn nest. Tot ik een paar stevige handen voel, die mijn voeten beetpakken. Ik doe mijn ogen open en zie het vrolijke gezicht van Dick. “Kom je er ook uit?” vraagt hij opgewekt. Ik ben nog wat slaperig. Er waren een hoop geluiden vannacht, jonge feestgangers gingen door tot de zon opging. Als Weidum “Merkelân” is, dan gaan ze er voor, net als Brabanders met hun carnaval. Friezen en Brabanders hebben meer gemeen dan je zou denken! Dat wist ik niet, maar nu wel. Ik ga niet de hele nacht door, maar wil toch zoveel mogelijk zien en meemaken van het cultuurgebeuren.

Op mijn gemak eet ik mijn havermout op. Gelukkig is alles vlakbij en hoeven we ons niet te haasten. Als we klaar zijn lopen we samen de lange oprijlaan af, die naar de weg leidt. De lindes die erlangs staan zijn bijna uitgebloeid, maar hun geur is nog steeds heerlijk. Even later gaan we de hoek om, langs het dorpshuis. En daar, in het midden van Weidum, ligt het grote vierkante veld waar alles gebeurt. Dat veld is al zo oud als Weidum zelf, zo oud als de kleine huisjes die er omheen staan of misschien wel ouder. Het ligt dieper dan de straat, is omzoomd door een heg en je komt er via één van de stenen trappen.
Er is overal voor gezorgd. Voor de kinderen hebben ze een draaimolen laten komen en een zweefmolen. Er staat een tent vol knuffelbeesten die je moet pakken met een grijper en er is ook nog een oliebollenkraam. Op het veld zijn allemaal witte vakken uitgezet en daar wemelt het van mensen. Alle spelers dragen een harde leren handschoen, waar een soort van kuil in is gevormd. Er zijn kleine witte balletjes die precies in die kuil passen.
Mannen en vrouwen zijn druk bezig. Met kracht worden de balletjes naar de partij in het veld gegooid. De gene die aan slag is, moet hem wegkaatsen met de harde handschoen.

.

.

Langs de kant staan palen. Enkele palen zijn nog leeg, aan andere hangen houten bordjes. Sommige bordjes zijn wit, andere rood. Er staat “earst” op, of “spul.” Dick tuurt naar de friese woorden. “Als spel in het fries spul betekent, wat is dan spul?” Dick blijft maar kijken naar de bordjes en vraagt zich hardop af hoe dat nou zit met die puntentelling. Ik doe mijn best om niet naar hem te luisteren. Ik wil een bal volgen en dat is best moeilijk in die mierenhoop.
We snappen niet wat de bedoeling is en vragen om uitleg aan een man, die ook staat te kijken. “Het is niet zo moeilijk,” zegt hij. “De ene partij gooit de bal het veld in, de andere moet de bal terugkaatsen, de lijn over. Dan heb je een kaats. Het is de voorloper van tennis, voordat er rackets bij te pas kwamen.” Ik kijk vol bewondering naar de bedrijvigheid van al die mensen, gisteravond nog laat op het feest en nu alweer in touw. Feesten en sporten gaat gelijk op, bij de Friezen. Daarvoor hoeven ze gelukkig niet te wachten, tot er ooit weer eens een elfstedentocht komt!
“Kijk aan het einde van de week maar eens naar de voordeuren,” zegt de man “De winnaars hebben dan hun krans opgehangen. Dat is een hele eer!” Ik lach naar hem en zeg dat ik er speciaal een wandeling aan wijd.

.

.

Dag 11

Dick is weer naar huis. Ik kijk op mijn gemak wat er nog meer te beleven is en loop door het dorp. Bij het kaatsveld sta ik stil. Vandaag wordt het opnieuw gebruikt, zie ik. Nu lopen er vrouwen rond, met shirts in verschillende kleuren. Ik ben verbaasd. Het lijkt hier nooit op te houden met de aktiviteiten. Ik bewonder die sterke lijven in beweging, het blijft altijd boeien. Naast me kijkt een man geïnteresseerd toe, samen met een vriend. Zijn krullen zijn bijna zwart, niet erg fries. “Zijn dit kampioenschappen voor vrouwen?” vraag ik hem. “I don’t know,” zegt hij. Hij is een reiziger en probeert het spel te snappen. Ik vertel hem wat ik zelf over het kaatsen heb gehoord. “We have a way of speaking, wie kaatst kan de bal verwachten. That means, if you throw something to a person, you can expect that he throws something back.” De man snapt het helemaal en loopt schaterend van het lachen weg. Een oude dorpeling kijkt met glimmende ogen toe vanachter zijn rollator. Wanneer vreemdelingen om je lachen, wordt alles wat eigen is iets bijzonders.

Ik loop verder, de stenen trap af, het veld over, naar de sportkantine. Het ruikt er naar koffie. Twee vrouwen achter de balie begroeten me. “Hee Alowieke, je bent er nog!” Het zijn Christien en Jellie, ik sprak ze allebei op het feest. Ze kunnen me alles vertellen. Het zijn vandaag geen kampioenschappen, maar het is een gewone training. Dat is elke week in een ander dorp. Vandaag is Weidum aan de beurt. “Hoe lang blijf je nog?” vraagt Christien “In september zijn de kampioenschappen voor vrouwen. Dat is ook weer een groot feest.” Ik zie aan haar gezicht dat ze zich er nu al op verheugt. Ik antwoord dat ik het niet weet, maar dat ik er zeker bij zal zijn als het lukt.

Ik weet niet hoe het zal gaan. Ik weet niet of ik deze zomer in Friesland blijf of niet. Ik houd van de eigenheid en de onafhankelijkheid van dit volk. Het past in mijn verhaal. En dat is wat mij leidt. Plannen heeft geen zin. Dat heb ik al lang in de gaten.

Op deze pagina vind je het formulier voor het boek

.

.

Wie is dit meisje? Als ze de foto op volledig formaat wil hebben of wil dat ik hem verwijder, dan neemt ze maar contact op.

.

Lees hier de spelregels van het kaatsen