Een eigenwijze verjaardag

Hoe vier je een feest? Sinds ik uit de Utrechtse werfkelder weg ben (12 jaar), komen veel genodigden niet opdagen. Tot nog toe dan. Dus ik ga niet meer zitten wachten en doe lekker waar ik zin in heb. Ook als ik zestig word.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Op 24 februari word ik zestig. Al een tijdje ben ik aan het nadenken wat ik dan ga doen. In Denemarken is die dag heel belangrijk. Daar woont mijn broer met zijn Deense vrouw. Ik was erbij toen hij zestig werd. Er zijn gedekte tafels met naamkaartjes bij de borden. Heel officieel. Maar een dergelijk feest past niet bij mij. Een feest met veel gasten, ja dat kan best leuk zijn. Maar ik heb nu meerdere malen een feest of bijeenkomst georganiseerd waar de geliefde genodigden maar matigjes op kwamen dagen. Soms kwam er maar één. (Hulde!) Of er kwamen anderen, die er toevallig wel waren. En nu nader ik de zestig. Ik ga het vieren. En dit keer ga ik het anders doen. Ik doe precies waar ík zin in heb en organiseer zo min mogelijk. En ik doe het niet in het weekend, omdat de meeste mensen dan wel kunnen, ik vier het écht op mijn geboortedag, op de meest onhandige dag van de week: maandag! Haha.

Op 24 februari ga ik naar Schiermonnikoog, mijn liefste eiland. Samen op de boot. Ik boek een kamer bij Hotel van der Werf, wat ik nog nooit gedaan heb, hoewel ik al vaak op Schier ben geweest. Om een uur of één komen we daar aan, denk ik. Dick en ik en wie er verder ook is. We toosten op de dag en de rest van mijn leven en ik zal een kleine spontane verjaardagstoespraak houden. Iedereen die op dat moment aanwezig is krijgt van mij koffie en gebak. Daarna wil ik huppelen langs de zee, schelpen zoeken, strandjutten en afval verzamelen. Als we dan honger hebben gaan we ergens een hapje eten. Het staat je vrij om ook naar Schier te komen voor het vieren van die dag. Een nacht slapen kost bij van der Werf 75 euro, dat is niet zo duur voor een mooi hotel. Er is een gezellige gelagkamer, waar we ’s avonds kunnen kletsen en spelletjes doen en we kunnen de volgende ochtend met elkaar ontbijten. Ik ga zelf dus maar één nacht. Als je langer wilt gaan, kun je ook een appartement huren bij Kampeerboerderij de Branding. Dat is niet duur, en het is daar gezellig op een rommelige manier. Het duurt nog even, maar ik zal het tegen die tijd nog wel een keer noemen.

Kome wie komt, we maken er wat moois van.

.

.

Bodem voor scheppingskracht (2)

.

Deze tekening komt uit het boek: Langs kantelende wegen. Te bestellen bij Uitgeverij Louise. (Zie bericht in de kantlijn.)

.

.

Hoe plant je een levensboom? Het zoekt naar de juiste omstandigheden. Water wil de boom. Water speelt en verandert steeds van vorm. Het vloeit, het spat en het verdampt in de lucht, om neer te regenen op de zachte verende aarde. De wortels zuigen het op als een spons en de knoppen beginnen te ontkiemen. Alles groeit en groeit.

Een boom wordt oud, valt neer, vergaat. Talloze beestjes helpen verteren. Schimmels doordringen het. Zaad ontkiemt. De jonge loot groeit op, langzaam maar zeker.

Ik was die jonge loot, stil en onwennig zocht ik mijn weg. Mijn wortels zochten naar voeding en water in een bodem die steeds droger werd. Dieper gingen mijn wortels, dieper zocht ik naar water. Eigenheid groeit. Dan is er het moment dat de boom met zijn kruin boven het bos uitsteekt. Het is een wonderlijk moment. Vanuit de ongeziene schaduw van de bodem, komt er steeds meer naar je toe.

Het begint in Utrecht, in de werfkelder met de rondvaarboten. Ik ben met mijn man Michiel. Samen zitten we achter de ploffende motor die kringetjes blaast. Ik bloei op. Na zeven jaar sterft hij, als een oude boom stort hij ter aarde en vormt mijn levensbodem. De rouw is moeilijk maar leert mij veel. Zo kan ik groeien, als een jonge loot met sterke stam. Steeds meer mensen weten me te vinden, met mijn authentieke rondvaartboot. Als ik uit Utrecht vertrek laat ik dat in de krant zetten.

.

“Kathedrale schaduw”, gedicht van Ingmar Heijtze.

.

Ik verhuis naar een camping in Brabant. Voor mij breekt een nieuw tijdperk aan. Het verleden is verwerkt en getransformeerd tot een bodem die me welkom heet. Ik zit boordevol creatieve energie. Ik houd een wekelijks blog bij en maak filmpjes. Een redactielid van tijdschrift Genoeg leest het en komt langs. Scherp stelt ze haar vragen en schrijft een diepgaand artikel over afscheid en ontspullen. Als ze weggaat ben ik doodmoe. Het is klaar, het is zó helemaal klaar! Alles in mijn snakt naar nieuw leven. Het nieuwe leven komt, en krijgt vorm als een huis op wielen. Ik begin met ontwerpen. Petry Gamers ziet er een uniek verhaal in, komt langs en maakt een portret van me voor Omroep Brabant.

Ik bouw drie jaar elke dag, tot het af is. Het voltooien van dit kleine meesterwerk is voor mij een paspoort om verder te kunnen. In 2018 word ik uitgenodigd in Friesland en dus verhuis ik. In 2019 ben ik op tv te zien bij Dennis en de Vrije Geesten.

In diezelfde tijd ga ik op pad. Drie maanden lang trek ik met mijn Wandelhuis van de ene plek naar de andere. Mijn weg leidt door het Noorden van Friesland. Als ik uiteindelijk neerstrijk, heb ik honderdvijftig pagina’s volgeschreven met ervaringen en ontmoetingen. Het is meer dan zat om verder te kunnen. Ik trek me helemaal terug. Een jaar lang schrijf ik aan een boek, dat uiteindelijk gepubliceerd wordt door Uitgeverij Louise. Op de kaft staat een vrouw, wandelend op de weg. Ze trekt haar huis achter zich aan en de lucht erboven is blauw. Die vrouw, dat ben ik. Was ik.

Als de kruin boven het bos uitsteekt gebeurt er veel. Authenticiteit trekt aandacht. Koen Derksen komt langs, om me te filmen voor zijn Tiny House serie op You Tube. “Ik loop met mijn huis,” heet het. Ongeveer tegelijk met de boekpresentatie, pas op 1 november 2020, is het online gezet. Ik maak er helemaal de blits mee! In drie maanden tijd is het 235.000 keer bekeken. Ik moet lachen. Lopen met mijn huis doe ik nu al maanden niet meer! Zo langzamerhand groeit mijn verhaal uit tot een mythe. Het verhaal vormt een spoor van verbeelding, dat een eigen leven leidt. Ik kijk ernaar en laat het voor wat het is. Laat ze maar denken dat er ergens een vrouw is, die eindeloos onder blauwe luchten loopt met een sprookjeswagen.

Na de boekpresentatie van“Langs kantelende wegen”, komen de interviews. De Leeuwarder Courant komt langs en ook het Fries Dagblad is er al snel bij. Lex Bohlmeijer komt me interviewen voor de Correspondent en dat levert opnieuw duizenden luisteraars op.

“Je wordt beroemd!” zegt een verre buurvrouw uit het dorp. Ik haal mijn wenkbrauwen op.“Dat hoeft niet voor mij hoor. Ik hoor het graag wanneer iemand wordt geraakt door wat ik laat zien. Daar geniet ik van met volle teugen. Maar tegelijkertijd ben ik wel blij dat ik zo achteraf woon, aan een zompig blubberpad”. De vrouw kijkt me helder aan met haar blauwe ogen. “Waarom?”

Ik kijk naar de wuivende kruinen van de wilgen langs het pad en geef antwoord. “Het is dat ik in alle rust zelf kan kiezen”.

Laat vertelde verhalen maar waaien, ze vinden hun weg wel. Ik sta hier, als gewortelde nomade. Ik kijk stil om me heen. Er groeit een nieuwe levensboom.

.

.

.