Snijdende wind over kale akkers

.

.

Al een aantal dagen snijdt een meedogenloze ijskoude wind over de uitgestrekte kale akkers. Dick en ik hebben allebei een joekel van een tak gevonden in het bos, een van een den en een van een lariks. Ze zijn allebei voor de kachel, dat is nog steeds hard nodig. Vooral de Lariks is zwaar, het hout staat er om bekend, maar Dick is een grote vent met brede schouders, hij tilt het makkelijk. We lopen dwars over het weiland, waar onlangs nog drijfmest is geïnjecteerd. De bodem is in langwerpige stroken gesneden, er staan groeven in de grond. Als je goed kijkt zie je de opgedroogde stront zitten, wijs ik Dick.
Dan naderen we de rand van het maisveld. Althans, het veld waar opnieuw mais moet gaan groeien. De stoppels van vorig jaar hebben ze onlangs omgeploegd. „Laten we hier maar niet overheen lopen”, zegt Dick. De grond is kaal en zwart. “Ik begrijp niet waarom ze niet meer boomhagen planten”, zeg ik. Mais houdt toch ook van een luwe plek, moet je eens zien wat voor een afstand de wind aflegt over die enorme vlakte. Tot Middelbeers is nauwelijks een obstakel te zien. In de zomer wordt verderop spinazie verbouwd, en overal zie je hooiland met één soort gras erop.Te natte grond kan je alleen maar gebruiken voor grasland. Of bossen. Daarom is dat. Er staan nauwelijks bloemen of kruiden in het gras. Toch wordt in Middelbeers streekhoning verkocht. Ik ben benieuwd waar die bijen dat dan vandaan halen. In de verte kan je de weg naar Middelbeers zien, omzoomd met bomen. Langs die weg is land met coniferen, allemaal miniboompjes in rijtjes. Het bedrijf heeft dertig polen in dienst, en de coniferen zijn voor de export. Ze gaan naar Roemenië, is mij verteld. Daarachter ligt het bos van de Baest, een productiebos met sparren en wat beuken ertussen, om het verzuren van de grond tegen te gaan. Maar dat kan je van af hier niet zien, dat bos. Het bos waar wij net uitkomen is veel dichterbij, een klein stukje lopen maar.
We lopen langs de rand van het omgeploegde veld naar het verharde fietspad. Ik verheug me op de warmte van de kachel, en het samen koffie drinken. Lekker terug in mijn kleine stolp, precies groot genoeg en heel gezellig. Mijn eigen huisje op wielen, dat nu tussen de akkers van Brabantse boeren staat. Als het warmer wordt ga ik leren trekker rijden. Ik weet al bij wie.

.

Boompjes enten, toch best moeilijk..

.

.

Deze week ben ik op doorreis. Ik bezoek vrienden in Utrecht, ga bij mijn vader langs in Emmeloord, en het laatste deel van mijn tocht leidt over Delft. Ik ga in één middag leren enten. Dat is de bedoeling. Fruitbomen enten. Als je een jong fruitboompje wil krijgen, of een jonge notenboom, kun je de vrucht in de grond stoppen. Maar de kans dat dit boompje net zoveel vruchten geeft als zijn moederboom is klein. Soms komt er helemaal niks, of zie je na vele jaren een paar hangen. Veel is het meestal niet. Het is bij de meeste fruitbomen maar één op de honderd zaailingen die goed vrucht dragen. In de Kaukasus hebben ze nog zaadvaste soorten, maar hier hebben we die nog niet. Dus als je meer van dezelfde bomen wilt, dan moet je ze enten. Je neemt een tak van de boom naar keuze, en je plaatst deze haarscherp op het levende groene cambium van de onderstam. Dat cambium zit vlak onder de bast en is maar heel dun. Je moet dus heel precies werken, met speciale mesjes, die heel scherp zijn.
Ik wil graag bomen leren enten, al een aantal jaren. Op mijn nieuwe land zou het een van de eerste dingen zijn die ik zou doen. Fruit en notenbomen planten. Dus ik heb het er voor over om vandaag een omweg te maken, helemaal over Delft. Om te leren enten. Ik stap het station uit en beladen met rugzak fiets ik op mijn vouwfietsje naar de Papaver. Een milieucentrum in een natuurgebiedje. Er zijn veel mensen op af gekomen, alle stoelen in de kleine zaal zijn bezet. Ik ben benieuwd. Ik weet dat ik handig ben in dit soort dingen en behoorlijk nauwkeurig kan werken. Linder van den Heerik vertelt. Daarna komen de takken de zaal in en krijgt iedereen een mesje. Ik pak vol verwachting een tak en begin te snijden. In een beweging, naar je tóe, en niet van je af, want dan wordt het niet recht maar krom, zegt Linder. Het is wennen, om naar me toe te snijden. Ik krijg de slag niet te pakken. Als het einde van de middag is gekomen, ligt de hele vloer bezaaid met stukgesneden takken. Veel mensen zijn hun ent al aan elkaar aan het plakken, de onderstam aan het takje. Maar ik heb nog steeds geen goeie snede gemaakt. Een vriendelijke jongen maakt een mooi entje voor me. Die van hem zijn mooi strak.
Is dat even tegenvallen. Moet ik toch veel gaan oefenen voor ik het kan. Dat had ik niet gedacht!

.

Zaden, bonen en pompoenen

.

Veel te veel voor mij, wie kan ik blij maken? Er is nog veel meer dan dit.

Al een paar dagen achter elkaar werk ik de hele dag in de tuin. De diepe geul langs het vijf en dertig meter lange hek is weer dicht en ingezaaid met bonen en erwten. Het gaas, waarvoor ik de geul groef, loopt tot veertig centimeter door onder de grond en is goed aan het hek bevestigd. Zo kunnen de konijnen en de muizen er niet onder door.

Ik heb leuke plannen. Ik wil een dijkje maken, zoals Sepp Holzer het beschrijft in zijn boek “Holzers permacultuur”. Een dijkje in de zon, vol eetbare bloemen en groenten, dwars door elkaar. Veel bloemen voor bijen, zoals boekweit. In deze streek zijn nauwelijks bloemen. Dat vind ik erg. Ik zie ook niets bij boerderijen. Mensen houden hier paarden, geiten, kippen en schapen of hebben een kleine boomgaard met gras er onder. Er zijn veel keurig gemaaide veldjes. Ook de meeste bermen worden kort gehouden. En het zwarte zand naast de oprit is netjes aangeharkt. De strepen staan erin. Zo hoort het in deze streek. Ik ben hier lang genoeg om rustig om me heen te kijken..

Het is een mooie kans te kunnen tuinieren zo vlak naast mijn woonwagen. Ik begin eenvoudig, met bonen en pompoenen. Ten slotte eet ik die graag, en het is handig als ik weet hoe ik het moet verbouwen. Met oogsten en maaltijden uit voedselbossen heb ik op dit moment nog maar weinig ervaring, maar ik leer. Er bestaan ook nog bijna geen voedselbossen en wat ik hier vind in de bossen om te eten is minimaal.

Dus begin ik gewoon met wat ik nodig heb en wat haalbaar is. Ik werk in de tuin en klus aan de wagen. Deze wagen moet straks klaar zijn om weg te kunnen rijden. Dat is het plan. In oktober houdt het seizoen hier op. Dan oogst ik mijn pompoenen en verder weet ik het niet. Ik weet niet hoe het dan verder gaat. Op dat moment zal het me helder zijn.

 

PS, Het is anders gelopen. Deze woonwagen was te zwaar en niet naar mijn zin. Een  jaar lang werkte ik aan een ontwerp voor een hele nieuwe wagen, die veel kleiner en lichter is en helemaal ingericht op mijn wensen. En nu ben in in de laatste fase van de bouw. Meer hierover in de categorie “Bouwen van de woonwagen.” Concrete toekomstplannen heb ik voorlopig niet en ik houd me er niet mee bezig tot het moment dat dit project is afgelopen. (Alowieke 13-03-2017)

https://alowieke.wordpress.com/category/bouwen-van-de-woonwagen/

Alles is belangrijk

Het is hier echt donker 's nachts. Zo fijn!

Ik ben hier
niet omdat ik droomde
van een woonwagenleven
Het is ook hard
en koud en alleen soms
en dat wist ik
Ik ga ook niet terug
naar een huis met centrale verwarming
energie van eneco
en een groot warm bad
Nee, ik ben nu op weg.
Zelf.
Ik wil kijken, voelen, leren

Hoe kan ik leven
zonder de rest van de wereld
al te zeer te belasten?
Mijn kachel is okee
Maar mijn wagen houdt de warmte niet vast
Ik droom al lang van een strobalenhuisje
Klein en supergoed geisoleerd
Met een eigen bosje voor brandhout
en water uit de put
en weelderig begroeid land waarvan
je alles kan eten wat je ziet.
Gasten verrassen
met bontgekleurde salades
een tafel vol met vruchten

Maar het gaat stap voor stap
Mijn verhaaltjes zijn klein
De stappen die ik doe ook
Al is klein soms al heel erg groot..

Soms gaat het alleen maar over een
bloemetje of een beestje
Maar alles is belangrijk
Alles.