Vanuit huis stap voor stap de omgeving verkennen. Het gaat altijd verder.

Laatst kwam iemand mijn plee bekijken. Ze had er een hele reis voor ondernomen. Mijn plee? Even was ik verbaasd. Ik weet dat er mensen zijn die van hun plee een paradijsje maken waar je nooit meer af komt. Maar dan moet je niet bij mij zijn. Maar goed, zij wilde hem zien dus zwijgend opende ik de houten deur. Daarachter stond de ruwe houten kist met het gat erin, de slordige berg zaagsel lag ernaast met een oude kolenschep die daar half in stak. Ter versiering hingen er spinnenwebben aan de muur en als overige decoratie was er mijn gereedschapskist, die ik toevallig even op de plee had gestald. “Plees hebben niet mijn prioriteit,” zei ik. Ze ging weer weg, ik heb haar niet meer gezien.
Ik zeg geen sorry voor spinnenwebben. Wel heb ik nog even een schilderijtje opgehangen, dat is toch wat. Mijn blik gaat nou eenmaal niet uit naar kleine donkere hokjes. Des te meer kijk ik naar het land dat uitgestrekt voor me ligt. Het land dat onderhouden en verkend wil worden. Daar loop ik liever doorheen dan dat ik ernaar kijk als ik zit te poepen. Ik teken, schrijf, snoei en wied. De andere dag ga ik op pad. Met bus en trein laat ik me overal brengen. Op de fiets of lopend zie je veel. Kleine oude stadjes, landwegen als een draad slingerend door het land, met gehuchten als geregen kralen. En dan de kust, de sloten en meren. Het water dat mij trekt. Friesland is mooi. Goddank staan hier geen flatgebouwen aan de oevers, geen eindeloze blokkendozen van distributiecentra, geen overmaat aan industrie, datacenters en wat al niet meer. Hoewel het boerenbedrijf wel steeds grootschaliger is geworden, is dit soort expansie ons bespaard gebleven. Ik betrap mezelf erop dat ik “Ons” zeg “ons bespaard gebleven”.. Dat zou ik in Brabant nooit zeggen, waar ik zes jaar heb gewoond. Dan ben ik toch meer een noorderling. Ik voel me thuis in dit land, dat ik nog grotendeels moet verkennen.
Vandaag ben ik met de bus op weg naar de kust. Hij rijdt door uitgestrekte weiden die mij welbekend zijn. Er is verontrustend veel dor en bruin. Thuis op de Swetteblom valt het daarbij vergeleken mee. Het is dikke ellende voor de veeboeren, die soms wel 70 procent van hun voer zijn kwijtgeraakt, dat was bestemd voor de winter. Ook onze buren van de melktap zijn de klos. Het komt niet door de droogte. Of ja, indirect toch wel. Het gebrek aan nattigheid is goed voor woelmuizen. Dit is een enorme plaag aan het worden en in deze septembermaand zie ik hoe de dorre plekken zich ineens razendsnel uitbreiden. Het is de keerzijde van het mooie weer. Overal waar ik uit het raam kijk zie ik ze, grote dorre velden. Maar ook de nog groene velden zitten vol met muizenpaden. Er is heel veel omgewoelde aarde en gangen tussen de pollen gras. Zou je de bus uitstappen en erlangs lopen, dan zie je ze overal wegduiken: Lieve schattige muisjes. Ze richten heel wat aan. Als er ooit een hongersnood van komt moeten we ze maar opeten. Recepten met muis. Wie kent ze? Niet de Friezen. Zover is het nog nooit gekomen. En ze doen hun best om dat zo te houden. Sommige boeren hebben hun land onder water gezet om de beestjes te verzuipen. Gelukkig was er genoeg water in het IJsselmeer en kon dat. Anderen hebben hun grond rul gemaakt en opnieuw ingezaaid. Je moet toch wat. Zielig of niet. Meeuwen verzamelen zich er nog dagenlang, op zoek naar wormen en dode muisjes. De bus rijdt voorbij en ik kijk ernaar.
Verder gaat de tocht, de veerboot op, de Waddenzee over. Op het Friese eiland Schiermonnikoog word ik bijgepraat door mijn vriend aldaar, een eilander. Hier zijn geen muizen. Wel was het een enorm druk jaar. Vele mensen uit het midden en zuiden van het land ontvluchtten de hitte en zochten de koelte op van het Noordzeestrand. De ondernemers konden dikwijls geen personeel vinden, net als overal is er een tekort. Dus ook daar stonden nu, voor het eerst, buitenlanders in de bediening en aan de kassa. Alles verandert. Maar hoe dan ook, we blijven nieuwe paden verkennen en lijf en geest verrassen met alles wat we tegenkomen. Om dan weer rustig tot bezinning komen op de plee. Met of zonder spinnenwebben.
.
