DE NOOD VAN HEILIGE BODEMS (The need of secret soils)

.

Jonge bomen en wadi’s

Mensen die de bodem onder hun voeten dreigen te verliezen, een plek, die voor hen heilig was. Ik wens dat hun heilige plaatsen nog duizenden jaren zullen bestaan en dat zij en hun kinderen nooit weghoeven. En dat er nog veel van die plekken bij zullen komen. Met die intentie zorg ik voor de mijne.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to listen to the ENGLISH translation? Push the button under the text.

.

Daar sta ik dan. Ik heb mijn schone kleren aan, want dat kan nu. Voorzichtig loop ik het pad af, op mijn nette schoenen. Ik wandel langs de plekken waar ik gisteren bezig ben geweest, in weer en wind, langs het Verhalenpad. Het graven is klaar. De boompjes zitten erin. Maar ik heb nog veel meer gedaan. Verscheidene plantgaten liepen vol water. Actie was dringend nodig, anders zouden ze verzuipen. Gemotiveerd ging ik verder met scheppen. Slingerende geulen en gaten zijn het geworden, om de kleine boompjes heen. Vanaf de plant steeds dieper, kronkelend van de ene waterkom in de andere, tot de stroom het eindpunt heeft bereikt: een hele diepe kuil. Het was een hoop werk, maar het was het meer dan waard. Niet alleen werkt het goed, het ziet eruit alsof de natuur het zelf zo heeft gemaakt. Kunst! De klei was zacht als boter. In twee dagen kon ik zoveel doen! Ik genoot ervan. De droge maand maart had de grond hard gemaakt als kalksteen. Dat was nu wel anders. De regen en de harde wind kon me niet deren. Lachend worstelde ik met de spade, zwaar van aangekoekte drab.

Dat was gisteren. De paarse regenbroek is inmiddels opgedroogd en heeft een onbestemde kleur gekregen. In mijn klomp zit een gat van het kracht zetten op de spade. De geleende laarzen liggen vol aangekoekte modder thuis, op het bordes. Ik loop weer terug, op mijn nette schoenen en veeg de modder onder de zool af aan het gras. Ik denk dat Dick de koffie klaar heeft en loop het grindpad af.

.

Geplante bomen in rietbed

.

Al die dingen koester ik. Hoe langer ik hier ben, hoe meer ik wortel. Steeds vaker ben ik precies op het juiste moment op de juiste plek. Dat komt omdat ik hier bijna altijd ben, hier, rond de boerderij, op het landje, en in het huisje van mijn vriend Dick. Ik ken het pad met elke hobbel en kan met ogen dicht de 500 meter afleggen naar zijn voordeur. Ik loop met mijn nette schoenen om de plassen heen. Er zijn flinke buien gevallen. De klei is weer zacht. Steeds dierbaarder is het me, deze grond onder mijn voeten. Het hoort bij me. Hier te staan, nu. Het de enige zekerheid is die ik heb, behalve de dood.

Hoeveel mensen verliezen de bodem onder hun bestaan? Het is niet alleen de oorlog zelf, die levens ontwricht. Het is ook de onverzadigbare gulzigheid naar grondstoffen. Grote handelsstromen lopen over de hele aarde, en dat is nu in de war gegooid. Sommigen zijn wijs, en beginnen minder te consumeren. Anderen voelen een nog heftiger noodzaak om te zoeken naar méér. Zoals Brazilië en India. Zij zetten haast achter nog meer mijnbouw.

Hoe ver het ook is, in Brazilië wordt de invloed van de oorlog dus ook gevoeld. Ze voerden altijd kalium in, uit de huidige oorlogsgebieden, voor kunstmest. Dat is nodig voor hun sojateelt. Die import is wegvallen. Daarom wil president Bolsonaro een kaliummijn ontginnen in het al ernstig aangetaste Amazonewoud. Dat wil hij al langer. Maar dit is het gebied van de Mura. Het zijn strijdbare mensen en ze houden intens veel van hun land. Ze houden de kap al lange tijd tegen. Maar hoe groot hun moed ook is, de druk van de boerenlobby wordt in deze omstandigheden bijna onhoudbaar. Zal hun strijd uiteindelijk tevergeefs zijn? Dit zou opnieuw een deel van het regenwoud kosten, land van oud natuurvolk. Nog meer kale aarde. Met alle gevolgen van dien.

Wouden worden gekapt, heilige plaatsen worden zonder pardon van de aardbodem geveegd. Hele volksstammen gaan in protest, maar worden met geweld het zwijgen opgelegd. Dit gebeurt in Brazilië maar ook in India. India importeert 85% van hun olie uit Rusland. Omdat door de oorlog de energieprijzen gigantisch zijn geworden, wil de overheid kolenmijnen ontginnen en het liefst zo snel mogelijk. Ook dáár moet gekapt worden, heel veel gekapt. Het zijn de bossen waar Adivasi huizen, een volk met 57 miljoen mensen. De wouden moeten plaatsmaken voor een enorm uitgestrekt mijnengebied. Een hel. Voor de Adivasi is er geen alternatief. Ze moeten simpelweg oprotten. En waarheen dan? Er is niets wat hun rest, ze zullen overal verschoppelingen zijn. Ik denk aan hun vrouwen. Zij zijn het, die moed tonen. Overal komen ze in opstand. Ze worden op grote schaal verkracht en vermoord. Ik heb het zelden over deze dingen, omdat ik vooral wil inspireren. Maar het hoort er wel bij, dit te weten, deze mensen te steunen. Te denken aan de vrouwen die zich zo verbonden voelen met hun land, net als ik. Die vechten voor wat hen dierbaar is. Elke vrouw die daarbij het leven verliest was mijn zuster.

.

.

Het zijn deze mensen, die het eerst het slachtoffer zijn, de laagsten in de ladder. Wie denkt er aan hen, in al het tumult? Ze verdienen zoveel meer! Het zijn juist zij, die zich verantwoordelijk voelen voor de Aarde. Ik hoop op een wonder. Dat dit de laatste krampkoortsen zijn van het oude, wat niet meer werkt. Dat een wereld om de hoek staat die berust op samenwerking en symbiose. Dat alle mensen hun grond kunnen behouden en dat hun heilige plaatsen nog duizenden jaren zullen bestaan. En dat er nog veel van die plekken bij zullen komen. Met die intentie zorg ik voor de mijne. Mijn heilige plek bij boer Jochum, in dit dorp in Friesland. Dit Verhalenpad, in de zompige klei van het natte Noorden.

.

Nederlands

English

https://metro.co.uk/video/for-destruction-mura-indigenous-people-vow-protect-amazon-1991268/?ito=vjs-link

https://www.reuters.com/world/americas/canadian-firm-lobbies-brazil-amazon-potash-mine-permit-2022-03-31/

https://www.survivalinternational.org/campaigns/adivasisagainstcoal

https://www.theguardian.com/world/2022/mar/31/protect-indigenous-peoples-rights-or-paris-climate-goals-will-fail-says-report.

https://www.mo.be/artikel/de-adivasi-de-vergeten-bevolkingsgroep-van-india

Schuilen voor de regen

.

Zingen van lente

.

.

Het paradijs groeit met eelt op de vingers.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Dick en ik zitten aan een klein tafeltje. De rest van het restaurant is leeg. Een kleine Indiaase vrouw is stilletjes bezig aan de andere kant van de zaal. Voor het raam van het restaurant gaat van alles voorbij. Gozertjes op elektrische fietsen die eten rondbrengen. Steeds dezelfde zwarte man, die voor het raam langs loopt, met een grote zwarte doos in zijn armen. Diverse kampeerbussen gaan de bocht om. Wat een gedoe allemaal. Ik ben het al zolang niet meer in de stad geweest! Ik ben op het land en meestal alleen. Als ik alleen ben kan ik beter kijken, en zien wat het land van me wil. Elke dag plant ik bomen. Hele diepe gaten, zodat de wortels veel ruimte hebben. Het is vette klei en daarom gaat in elk gat een emmer zand, voor de lucht. Dat zand haal ik overal vandaan, waar ik het maar zie. En zo werk ik door. Mijn spieren zijn taai en sterk, mijn conditie opperbest. Soms denk ik dat ik bijna klaar ben. Maar dan vind ik weer een vergeten bosje boompjes in een dichtgegooide kuil. Het aantal wat ik nog te doen blijft steken op de vijftig. Ik graaf tot het af is, heb ik gezegd. Toch zit ik hier nu te eten in de stad, met Dick. Het is nog niet af. Maar het geeft niet. Dat mag best wel eens.

De vrouw haalt de borden van tafel. Nee, we hoeven geen koffie meer. “Het is tijd om te gaan,” zegt Dick. In zijn zak zitten kaartjes voor het concert van Lenny Kuhr. We lopen erheen en niet veel later luisteren we naar haar warme diepe stem. De liedjes zijn van haarzelf of ze zijn door anderen voor haar geschreven. Toen ze bekend werd met “De troubadour” was ze achttien, nu is ze tweeënzeventig en ze zingt het nog steeds. Eén keer, als toegift. Er zitten allemaal grijze mensen in de zaal. Ik ben geloof ik de jongste. We luisteren minutenlang en kijken naar het licht op de gezichten die warm afsteken tegen de hoge zwarte gordijnen. Soms vertelt ze er verhaaltjes bij. Ze spreekt over de lente, dat het gevoel geeft eeuwig jong te zijn. Ze heeft het over de eerste meidoorns die nu bloeien. Meidoorn? Zou ze niet de prunus bedoelen, denk ik even. Bomen, ik kan ze wel dromen. Ik doe mijn ogen dicht en droom weg bij haar stem en de sfeervolle gitaarmuziek. Ik zie het steeds voor me, het Verhalenpad, dat loopt tussen de pas geplante boompjes door. Het paradijs groeit met eelt op de vingers. De bomen zingen hun eigen lied. Lenny Kuhr zingt van de lente. Langzaam zak ik weg, mijn hoofd tegen Dick zijn schouder.

.

Met alle stemmen samen.

.

.

Eigenlijk willen ze wel. Als er twee of drie beginnen volgt de rest, vroeg of laat. Gaan we onze eigen aardappels telen! Zo moeilijk is dat niet.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Soms kom je iedereen achter elkaar tegen en elk gesprek is een bouwsteen voor de toekomst. Dit is zo’n tijd. Je plant het niet, het gebeurt gewoon. En al ben ik moe van het werk, verkouden en al ben ik moe van de vele ontmoetingen deze week, ik weet dat het nodig is. Nu ook weer. Ik sta op het pad naast de wilgenhaag. Buurvrouw Tanja staat naast me. Haar hond rent hard naar mijn woonwagen toe. Ik strooi soms brood voor de vogels. Dat weten honden maar wat goed. Zelfs als hij zo klein is als die van Tanja. Honden hebben geen zorgen. Baasjes en vrouwtjes wel. Tanja heeft een dikke rimpel boven haar neus.

“Ik vind het heel eng, wat er nu gebeurt” zegt ze, doelend op de oorlog aan de grenzen van de EU en Rusland. De gevolgen zijn groot, in deze tijd waarin handelslijnen de hele wereld over gaan. Dat weet iedereen inmiddels, alleen al door de gasprijs die gestegen is. En de brandstofprijzen. Ik gebruik geen gas. En ook geen brandstof. Ik fiets en ik werk. Mijn handen zijn stijf van het scheppen in de harde klei. Ik wiebel met mijn vingers om ze los te maken. Alles is betrekkelijk. Een zorg is ook een kans. Dat zeg ik ook tegen Tanja. “Maar mensen gaan nu wel nadenken over gewone dingen als voedsel en warmte. Het is niet vanzelfsprekend meer. Ik wacht daar al zo lang op. We kunnen ons eigen voedsel gaan verbouwen. Het vraagt ook om hechtere banden met de bodem en elkaar, als gemeenschap.” Ik zie twijfel in haar ogen. “Hebben we dat hier? Die band? Iedereen is zo individualistisch. Sommigen willen in theorie wel, maar in praktijk zie ik ze haast nooit.” Ik haal diep adem. “Maar het kàn wel!” zeg ik dan. “Eigenlijk willen ze wel. Als er twee of drie beginnen volgt de rest, vroeg of laat. Gaan we onze eigen aardappels telen! Zo moeilijk is dat niet. We kunnen ze nu in de grond stoppen.” De rimpel in haar gezicht verdwijnt en ineens straalt ze. “O ja! Ik doe sowieso mee! Ik zou ook graag een kleine moestuin onderhouden. Achter ons huis is mooie zwarte grond, daar zou het goed groeien.” Ik lach. “En Marja wil graag een kweektafel hebben. Zware dingen kan ze niet, maar zorgen voor kleine sprietjes vindt ze prachtig. Dan krijgt ze een belangrijke taak in het geheel. En zij is er tenminste altijd!” We praten nog lang door, Tanja en ik. Met woorden knopen we het verhaal van de toekomst.

Dat vraagt om toewijding. Het vraagt om een band met deze bodem en met elkaar. Toch weet ik dat dit nog altijd moeilijk is. Er is veel onrust. Zodra het mooi weer wordt, gaat iedereen los. Ook op de Swetteblom loopt het vol met kamperende flierefluiters en je hebt geluk als je nog iemand van hier treft. Het is overal hetzelfde liedje. “Ik heb dat nodig!” hoor ik vaak. Dat zal wel. Onze maatschappij eist steeds meer op. Er moet hard worden gewerkt, want we zitten in een diep economisch dal. Als het gevolg is dat iedereen in zijn vrije dagen op de vlucht slaat, dan komen we nooit tot iets. Het vreet van de aarde, het voedt niet. De bodem onder je voeten heeft jóu nodig! De wereld zit niet te wachten op nog meer heen en weer gedoe.

Nynke Laverman, een bekende Friese zangeres, draagt dit ook graag uit in haar nieuwe album “Plant”. Ooit was zij bij nomaden in Mongolië. Daar kwam ze tot dit inzicht. “Alles wat er is, komt voort uit dezelfde bron en is een schakeltje van belang in de enorme keten die leven heet. Dat besef zorgt voor het bewaren van evenwicht. Als je teveel neemt, blijf je met lege handen achter. Het zorgt ook voor een bepaalde innerlijke rust, omdat de drang naar overheersing en controle ontbreekt. Vanuit die blik is het onzinnig te zeggen dat een mens meer waard is dan een dier, een boom of zelfs een steen. Zo zei een oude Mongoliër tegen een toerist die een mooie steen wilde meenemen: Je moet een steen nooit zomaar oprapen, want die is drie maanden van slag als je ‘m verplaatst.

Dat is een mooi verhaal. Maar waarom moet je eerst de wereld afreizen om tot dat inzicht te komen? Weggaan, om tot de conclusie te komen dat jezelf maar beter niet teveel kan verplaatsen? En dan nog een keer en nog een keer, om steeds tot dezelfde conclusie te komen?

Ik werk en wacht. Inheemse, gewortelde mensen zijn er nog steeds gelukkig. Mensen die een band hebben met hun buurt en nergens heen hoeven. Die de natuur met zichzelf hebben verenigd. Ze zijn over de hele wereld te vinden. Ze leven in kleine groepjes of dorpen. Alleen, of nog altijd in stamverband. Ik ben er één van. Maar een stam heb ik niet, helaas. Maandag gaan we bomen planten. Voor deze keer werken we samen. Zo’n dag koester ik. Ik blijf dromen van het oude ritme. Het lied van het land, met alle stemmen samen. Met eigen mensen, die thuis zijn.

.

.

Investeren in lokale en agroecologische voedselproductie vergroot weerbaarheid

EEN VREEMDE VERJAARDAG . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . A strange birthday

A STRANGE BIRTHDAY

.

.

Een gebeurtenis die valt als een steen in de wereldvijver. Het komt als een schok. Maar uiteindelijk maakt alles deel uit van een lang verhaal. Niemand kan zien hoe de lijnen lopen, daar is het veel te complex voor. Maar verbanden zijn er. Alleen een verhalenverteller kan ze noemen, of een dichter. Want niets staat voor altijd vast.

Liever luisteren? Klok op de knop onder de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH version? click on the button below the text.

.

Het is het eerste waar ik aan denk, als ik wakker word. Ik ben jarig! Het is donderdag 24 februari 2022, en ik ben nu 57. Ik kijk op de wekker maar die staat stil. Aan het licht te zien is het half acht. Ik pak mijn smartphone en die zegt hetzelfde. Nu ik hem toch in de hand heb, kijk ik meteen even de mail na. “Rusland valt Oekraïne binnen”, kopt de Correspondent. Wat krijgen we nou? Ik ben jarig en het is oorlog? Ik zak terug in mijn hangmat en staar naar het bescheiden ochtendlicht. In mijn wooncocon is alles goed. Altijd. Hier heb ik een gevoel van vrede, hoe de toestand ook is. Het is een vredescocon. Maar hoe kan het, dat zulke extreme gebeurtenissen elkaar zo rap opvolgen? In de chaos van deze tijd zijn alle verbanden zoek. We lijken een speelbal te zijn in de golven van de wereld en Poetin gooide een steen. Wat nu? Waarom zo pal na elkaar?

Ik ben niet de enige die zoekt naar een verband. Sommigen geloven dat de straling van 5G masten iedereen gek maakt. Of ze verklaren het met zogenaamde illuminatie, een geheim genootschap. Misschien is Poetin door hen uitverkorenen om president van de wereld te worden. Iedereen zal hij onder zijn macht krijgen met ingespoten chips, stiekem natuurlijk, via vaccins.

Nee, daar geloof ik dus niet in. Verbanden zijn nooit simpel te leggen met één enkele verklaring. Er is geen “Joost” die het wel zal weten, geen duivel als verklaring voor alle ellende. Het zit in onszelf, hoe wij met de wereld omgaan. Ik trek het dekbed verder over mijn schouder. Ik wil nog even blijven liggen, voor ik er weer uit ga om bomen te planten. Het is koud in huis. Ik doe mijn ogen dicht en zie de Aarde voor me. De Aarde, zoals ze eigenlijk is, stralend blauw en groen, bedekt met bossen en heldere wateren.

Al eeuwen zijn mensen aan het kappen. Mensen kappen voor houtwinning, om akkers aan te leggen en steden te bouwen. De Aarde wordt kaler en kaler. Ik plant bomen. Onze geliefde planeet vraagt erom. Zonder bomen worden we ziek. Wetenschap heeft waargenomen dat er een verband is, tussen kaalslag en virussen. Waar bossen en biodiversiteit verdwijnt, daar gebeurt iets merkwaardigs. Juist virusdragende dieren vermenigvuldigen zich steeds sneller. Ratten bijvoorbeeld, en vleermuizen. David Quammen is één van de wetenschappers.

‘Terwijl we onze omgeving verwoesten, vernietigen we overal dieren, schimmels, bomen en planten. Al die organismen dragen unieke virussen met zich mee en door ze te vernietigen stellen we de virussen in staat om zichzelf te “redden” door verder te evolueren en menselijke virussen te worden,’ zegt hij.

Het ecosysteem valt in duigen en de Aarde die onze moeder is, lijkt te veranderen in een vijand. Dat is natuurlijk niet zo. Wat we terugzien, is de weerslag van ons eigen handelen. Zo kwam er de Vogelgriep. Zo kwam er Ebola en misschien wel de pest. Zo kwam Covid in ons leven. Ook in dat van Poetin. In de lock down werd het leven stil en eenzaam. Iedereen raakte in zichzelf gekeerd. Componisten, schrijvers en schilders waren in hun element. De concentratie deed hen goed. Anderen werden gek van eenzaamheid en frustratie. Straatvechters trokken hun jas aan en pakten hun stokpaard. Straatvechters. Zoals Poetin.

Poetin was het derde kind, dat zijn moeder baarde. De twee die hem voor gingen, waren beide dood gegaan. Zijn moeder adoreerde hem. Zijn vader was nooit thuis, want die was matroos. Hij groeide op in de sloppenwijken van Leningrad. Als straatvechter baande hij zich een weg en hij was lid van een knokploeg. In judo was hij een kei, en hij werd winnaar van zijn stad. Hij was alleen en hij was trots. Zijn jeugdvriend haalde eens een geintje met hem uit, en dat was zwaar vernederend voor hem. Hij zou het nooit vergeten.

Eenzaam en trots was hij. Een echte macho. Hij ontmoette zijn vrouw en trouwde. In die tijd moet hij spion zijn geweest voor Rusland in Oost Duitsland. Tot de muur viel. Toen heeft hij alle documenten verbrand. Wat moest hij nu? Hij dacht erover om taxichauffeur te worden, maar het werd wat anders. Eenzaam en trots was hij. En een vechtersbaas. Hij slaagde erin vrienden te worden met oudere politici en werkte zich omhoog. Met de listigheid van een straatjongen was hij binnen tien jaar president.

Een eenling is hij altijd gebleven. Hij gebruikte zijn ervaring bij de KGB om zichzelf te beschermen. Dat doet hij nog steeds en hij is er zo goed in, dat iedereen bang voor hem is. In de wereld van de politiek was het Angela Merkel die het beste met hem kon praten. Zij sprak Russisch. Toch werd het almaar stiller om hem heen. In 2013 scheidde hij van zijn vrouw. Hij had al lange tijd weinig contact meer met haar. Op politiek niveau werd zijn positie ook eenzamer. Angela Merkel verdween uit het beeld. En toen kwam Covid. Een vijand die niet te bestrijden was met wapens en legers. Hij was er als de dood voor. Als trotse vechter moet hij zich machteloos hebben gevoeld. Hij hield iedereen ver op afstand. Te zien is een gesprek met Macron, aan een meterslange tafel. Hij aan het ene eind, Macron aan het andere.

Covid kan een vechter gek maken. De eenzaamheid die iedereen kent, werkt bij elk mens weer anders. Wat heeft de lock down met deze president gedaan? Nauwelijks zijn de mondkapjes af, of hij ontketend een oorlog. Ik denk aan de rellen die we hebben gehad, met jonge straatvechters in Eindhoven. Er waren veel vernielingen, maar er was ook begrip, vanwege de extreme situatie. Voor een man op eenzame hoogte bestaat geen begrip. En zeker niet als hij een oorlog ontketend.

Uiteindelijk is alles een heel lang verhaal. Niemand kan zien hoe de lijnen lopen, daar is het veel te complex voor. Maar verbanden zijn er. Alleen een verhalenverteller kan ze noemen, of een dichter. Want niets is te bewijzen. Ik zucht en denk aan alles wat er nu gebeurt. Alles heeft goede en slechte kanten. En wat zal het uiteindelijk betekenen? Dat zien we later pas, heel veel later. En zelfs dan is geschiedenis maar een schamel geraamte van wat er werkelijk heeft plaatsgevonden. Met feiten hakken we een verhaal in hoofdstukken. Met verbeeldingskracht en inlevingsvermogen scheppen we verbanden. En dat is hard nodig.

Ik klim uit mijn hangmat en steek de kachel aan. Ik eet warme havermout en kleed me aan om de spade te pakken. Het werk wacht. Driehonderd inheemse bomen willen nog de grond in. En in de pauze ga ik taart eten. Want ik ben ook nog jarig. En ik wens dat de Aarde nog lang zal leven, en de mensen in vrede tesamen.

.

Nederlands:

English:

Hoe ons ingrijpen het ecosysteem Aarde verandert, en de invloed op onze gezondheid. Eén van de artikelen hierover:
https://www.groene.nl/artikel/het-is-niet-de-schuld-van-de-vleermuis


Artikel over het leven van Poetin.
https://m.nieuwsblad.be/cnt/dmf20170306_02765259.

Zaterdag 5 – 3 – 22 is er een demonstratie, Malieveld Den Haag. Het gaat om de-escaleren en een wapenstilstand.
Spreker uit Oekraine en Rusland en PvdD en de organisaties.
.
https://www.sp.nl/column/lilian-marijnissen/2022/stop-oorlog

.

.

.

DE GEEST VAN HET LAND . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . The spirit of the land

.

.

Op de thee bij Ege. Een gesprek: “Misschien is dat het wel, waarom we hier zijn. Om het Weefwerk te herstellen.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.


Rather listen? Click in the button down under the text

Ik zit in de kamer van Ege. Het is een klein oud huisje dat bij de boerderij hoort, met zware balken in het plafond. Er hangt een dik gordijn om de warmte van de kachel vast te houden. Daarachter is de keuken. Ege maakte een kast naast het fornuis, voor de potten en de pannen. “Ik kan alleen maar vierkant timmeren,” zegt Ege. “Zo heb ik het geleerd.” Hij pakt zijn glas van tafel en neemt een slok kruidenthee. Ik ben net binnen. Ik zag zijn fiets staan. Even buurten, dacht ik. En nou zit ik hier. Zijn opmerking maakt iets wakker. “Ja, nou je het zegt,” denk ik hardop, “ Er was niemand die mij leerde timmeren. Dat was niet voor vrouwen. Ik maakte een hut van het riet dat langs het kanaal groeide. Of ik weefde met takken. In het bos leer je heel andere dingen…”

Ik denk aan mijn moeder. Toen zij vijfenveertig was, was ik tien. Ik ben nu meer dan tien jaar ouder dan zij, toen. We woonden op de bodem van de Zuiderzee, in de polder. Ze vroeg nooit waar ik heen ging. Ik speelde waar ik wilde, het Emmeloordse bos was mijn oerwoud en ik was volledig vrij in wat ik deed. Behalve toen we een diep hol hadden gegraven in een bult. Dat moesten we dichtgooien vanwege instortingsgevaar. Wel klauterde ik in de hoogste bomen, zwom in het kanaal, groef klei uit langs de oever en boetseerde er beeldjes van. Met mijn vriendinnen plukten we meidoornbloesems voor thee, die naar amandelen smaakte. Soms was ik alleen met mijn moeder Janky en zochten we naar hazelnoten. Ik was wel eens hebberig en daar zei ze wat van. “Niet alles hè! Ook wat laten liggen”, leerde ze mij. We kregen schapenvachten van de boer, sponnen wol en verfden het. Mama breide er meestal truien van. Ik hield niet van breien. Ik weefde liever. Mijn moeder had geen vastomlijnd plan. Ze was nieuwsgierig en probeerde gewoon van alles uit. “Hé, zullen we deze wol eens met zuring verven? Kijken welke kleur dat geeft,” opperde ze vrolijk, en dan gingen we samen het bos in. Zuring stond er genoeg, daar hoefden we niet zuinig mee te zijn. Even later stond ze in keuken te roeren met een dikke houten stok. De ketel dampte en ik stond er met mijn neus bovenop. Ik rook de geur van wol, gekookte planten en een vleugje kopersulfide.

Mijn moeder gaf me vrijheid, die ik met beide handen aangreep. Samen waren we nieuwsgierig en dol op dit soort creatieve experimenten. Voor al die dingen ben ik nog steeds dankbaar.

Ege kijkt me lachend aan. “Dat is jouw geluk geweest! Ik wil graag meer organisch leven. En bouwen ook. Dat ik niet steeds alles van te voren bepaal. Meer kijken in vrijheid, wat er is en wie er is. Dat we het samen laten groeien. Dat wil ik leren.” Ik begrijp dat zijn kindertijd heel anders was dan de mijne. “Hoe heb jij leren timmeren?” vraag ik.

“Op school en van mijn vader. Vierkant denken en bouwen leerde ik, zoals veel meer jongens. Alles volgens plan.” Hij glimlacht even en vervolgt “Op de boerderij was altijd wel wat te doen…” Ege groeide op in Fryslân, niet ver bij ons vandaan. We kenden elkaar niet. En nu zitten we samen thee te drinken.

Ik kijk uit het raam. Tussen het hoog opgeschoten gras en verwilderde bramen loopt boer Jochum met Jeroen, de greppelkenner. Die is pas terug uit Groningen. Ze lopen tussen de struiken naar de open vlakte. Daar, bij het weiland, staan ze een poos stil, alsof ze het helemaal in zich opnemen. Jeroen wijst en zegt wat. Er komt een gedachte in me op. “Ik denk dat de natuur in onszelf zit, dat het deze weiden zijn, de grutto en het water, de wilgen langs de kant…” zeg ik en draai me om naar Ege. “Weet je” ga ik verder “De Yanomami, de Hopi en vele anderen, ze geloven dat het land een geest heeft. Dat de geest van het land zich met de mensen wil verweven. Ik voel dat ook. Misschien is dat het wel, waarom we hier zijn. Om het Weefwerk te herstellen. Om de gescheiden werelden weer één te maken. Te spelen als kunstenaars, met draden en kleuren die er tevoorschijn komen.” Ik denk aan de dagen met mijn moeder, toen ik een meisje was en zwijg even. Ege is ook stil. Hij kijkt alsof hij een wortel uit de grond trekt die niet mag breken. Rustig buigt hij voorover en zet zijn glas op tafel. Dan recht hij zijn rug en kijkt me aan.

“Ja,” zegt hij. “Dat denk ik ook. Het begint bij luisteren. Ik heb geen zin meer om overal een oplossing voor te zoeken. Dat houdt me er alleen maar vanaf.” Ik kijk naar de vastbesloten trek op zijn gezicht, het lange donkerblonde haar met maar ietsje grijs erin. Graag ga ik nog eens vaker op de thee bij dit taaie manmens. “We doen het met elkaar!” beëindig ik het gesprek. “Zo is het” grijnst hij en zijn ogen schitteren.

.

The hidden creek speaks

I am just a simple creek
hidden, out of sight
they covered me with heavy ground
and now I long for light

Where are the hands of former days
of people wise and strong
who came to cut the reed with sickles
and free me for a season long

My existance did not count
the gouvernment that choose
the way of money, not of life
so I had to loose

The wheels that cross me
four of a kind
I don’t get them
they are blind

I am just a hidden creek
covered in a bottom of clay
when will my water flow again
when will it be, that day

.

De Nederlandse versie van deze tekst heb ik speciaal geschreven voor Groene Verhalen, en zal daar op 1 februari, om 10.00 te beluisteren zijn.

Nederlands
Engels

Ruimte maken

.

.

De boer heeft het laatste woord. Als het nou gaat over het land, de schuur, het erf of de weg… Het is allemaal van hem. Zijn keuzes groeien traag, alsof ze moeten rijpen. In de natuur gaat dat ook zo. Eigenlijk vind ik dat wel mooi.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Ik zit op het bankje van de biologische winkel en eet een koek. Haverkoek is het, dat vind ik de lekkerste. Ik heb twee pakken in mijn tas. Morgen gaan we samen eten, met de hele Swetteblom. Dan is dit het toetje, heb ik bedacht. Ik neem nog een hap van de koek. Er zit lekker weinig suiker in. Dan proef je de smaak veel beter. Dan hoor ik wat. De deur van de winkel gaat open. Een lange man komt naar buiten met twee volle tassen. “Smaakt het?” vraagt hij. Ik knik en we raken in gesprek over lokaal voedsel en zelf dingen verbouwen. “Ik zoek al een tijdje naar grond”, zegt hij. Ik vertel over het stukje land, waar ik bomen plant, op het land van boer Jochum. “Voor hem was het een stuk waardeloze grond”, zeg ik. Hij kijkt me bezorgd aan. “Ik hoop dat je wel een contract hebt? Anders ben je je bomen straks zo weer kwijt . . .” Glimlachend kijk ik hem aan. “Nee”, zeg ik liefjes “Ik heb hem gezegd: Als je het er niet meer mee eens bent, dan mag je ze allemaal weer omhakken”. Hij kijkt me met lichte verbazing aan. “Jij liever dan ik”, antwoordt hij. “Succes ermee!” Hij propt de zware tassen in zijn fietstas steekt zijn hand op en fietst weg.

Ik kan me de bezorgdheid wel voorstellen. Het is logisch dat je graag je eigen ideeën wilt uitwerken en dat je dat wilt beschermen. Contracten en pachtovereenkomsten zijn daarvoor handig. Je kan je eigen gang gaan en doen wat je wilt. Tot op bepaalde hoogte dan. Want hoeveel zekerheid heb je uiteindelijk, en wat is nou echt van jou? Je deelt het land altijd met anderen. Dieren, buren en boeren, de gemeente, de overheid, de archeologische dienst… Daarom wil ik geen paradijsje voor mezelf, ik wil het samen doen. Ik werk op basis van vertrouwen, ik kijk en onderzoek en leg ik mijn bevindingen keer op keer weer terug op tafel. Nu is dat de tafel van boer Jochum. Het is zíjn land. Hij heeft het laatste woord. Ook als het gaat over de schuur, het erf of de weg… Het is allemaal van hem. Zijn keuzes groeien traag, alsof ze moeten rijpen. In de natuur gaat dat ook zo. Eigenlijk vind ik dat wel mooi. Wij moeten ons aanpassen aan zijn tempo. Dat heeft voordelen. Pas kwam dit weer goed naar voren. Toen ging het over de schuur.

Ik sta met Gerlinde op het erf. We hebben goeie zin, allebei. Het is de eerste dag dat we samen gaan eten, met alle mensen van de Swetteblom. Nou ja, bijna allemaal. Ege heeft het bedacht. Sinds kort woont hij in het huisje dat grenst aan het erf. Zijn deur is vlak naast de kleine stal. Nadat hij had ingericht, had hij zijn volgende idee al klaar. Hij vertelde iedereen dat hij elke maand voor ons wilde koken. “Ik vind het leuk”, zegt hij “En het is mooi om af en toe met elkaar te zijn”. Hij kwam als geroepen. Het hing al in de lucht. Bijna iedereen beloofde dan ook te komen. En daar staan we dan. Gerlinde en ik. De rest is er nog niet.

“Hoe laat begint het?” vraagt Gerlinde. Ege staat tien meter van ons af, in de deuropening van zijn huisje. “Om vier uur”, antwoordt hij. Jochum, de boer, komt net de stal uit, waar de drie koeien staan. “Vier uur? Dat is toch veel te vroeg!” roept hij. Na een korte discussie komen ze overeen dat het half vijf wordt.

Samen staan we voor de schuur, waar het moet plaatsvinden. Boer Jochum, Ege, Gerlinde en ik. De schuur is aan één kant open. Tot voor kort stond hij vol spullen, die stuk voor stuk betekenis hadden, voor de boer. Jarenlang kon je er niet in. Er is nu meer ruimte. Jochum heeft opgeruimd. Dat is een hele prestatie. Halverwege houdt de lege ruimte op. Daar staat de trekker in de winterstalling. “We kunnen er wel een gordijn voorhangen”, oppert de boer, “Dan zie je hem niet”. Zijn grote hand wijst naar de eerste dikke balk. “Daar.” Ege kijkt kritisch. “Neeee”, bromt hij. “Hij moet aan de tweede balk! Dan rijden we de trekker naar achteren. Die rotzooi daar kan best weg, dan heb je een hele meter erbij”. Hij staat er actief bij, alsof hij meteen wel daad bij woord wil voegen. Maar Jochum kijkt hem woest aan. “Rotzooi?! Dat zijn spúllen hoor en zo makkelijk gaat dat niet!” Ege houdt zich in. Hij snapt het. “Ach, het heeft ook geen haast” zegt boer Jochum. Hij draait zich resoluut om en loopt het erf af. Ege duikt weer zijn huis in, waar de pannen staan te dampen. Gerlinde en ik blijven achter en kijken naar de eerste en de tweede balk. Erboven is nog meer opslag en alles zit onder het spinrag en dikke lagen stof. “Ik heb er nu geen tijd voor” zegt ze “Maar ik heb een naaimachine. Als jij me wilt helpen, dan hangen we hem toch gewoon aan de eerste balk, als Jochum dat wil? Verplaatsen kan altijd”. Ik glimlach. “Zo is het. Alles op zijn tijd. Je roept maar. Ik doe met je mee”.

Van het pad komt een man aanlopen met een vuurkorf en hout. Ik loop naar de leeggemaakte werkbank en haal de haverkoeken uit mijn tas. Uit de keuken komt een heerlijke geur. Dat wordt smullen!

(Dit verhaal is een collage van verschillende momenten, die ik in dit verhaal heb samengevoegd, tot een aanéénsluitend verhaal. Sommige namen zijn gefingeerd en sommige details ook.)

Vlot te water

.

Swetteverhalen . . .

.

Waar grote structuren vastlopen, gaat het kleine vlot te water.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Daar sta ik dan. De stress is voorbij, het vlot waaraan ik werk, is te water. Wat ging het mooi en voorspoedig! De studenten die het filmden zijn naar huis. Ik heb opnieuw de tijd aan mezelf. De zon schijnt veelbelovend op mijn bouwsel. Het warmbruine hout ligt stil te wachten op een vervolg en ik denk na over hoe nu verder. De zachtblauwe lucht weerspiegelt in het water, roerloos als een spiegel, er is geen zuchtje wind. Ik kijk ernaar en naar de blauwe lucht erboven. Een groep ringmussen danst tjilpend boven mijn hoofd naar de brede rietkraag, onder de wilgenboom. Alles zingt hoop en vrolijkheid. Ik denk aan gisteren, aan mijn buren. Iedereen was er, zomaar. Zonder dat we het hadden afgesproken. Voor het eerst had ik het gevoel een gemeenschap te zijn. Het contrast met het grote nieuws was tekenend. Diezelfde avond nog werd de lock down afgekondigd. Net als vorig jaar kunnen we geen kerst vieren en zijn vele openbare ruimtes gesloten. Waar grote structuren vastlopen, gaat het kleine vlot te water.

.

Foto: Michelle van der Plas

.

Het vlot bestaat uit zes kletsnatte steigerdelen, plus nog drie halve. Hij ligt op de kop op het gras, de onderkant ligt boven. Er zitten dikke balken onder om het bij elkaar te houden met slotbouten. Vier vastgeklemde tonnen van tweehonderd liter bieden een fors drijfvermogen. Het weegt nogal wat. Al dat kletsnatte hout is dubbel zwaar. Ik heb geroepen naar Evert, mijn buurman: “Neem iedereen mee die wil, we hebben veel handen nodig!” En nu staan ze daar. Wel tien mensen, plus de filmploeg. Het lijkt een hele happening te worden. De mannen stappen naar voren. “Wat is de bedoeling?” vraagt mijn vriend Dick. Hij is de enige die vraagt. De andere mannen staan druk te praten over wat zij het beste vinden. Ik luister naar iedereen en beslis. “We trekken hem eerst een stuk het veld op, dan kiepen we hem om.” Dat moet wel, anders zou hij in het riet komen.

.

Foto: Michelle van der Plas

.

Het omkiepen gaat zonder moeite. Het kraakt zelfs niet. Ik ben tevreden over de extra aanpassingen die ik deed, speciaal voor dit kwetsbare moment. Dan ligt het vlot zoals het hoort. Het is een groot oppervlak, al die steigerdelen bij elkaar. De mannen bukken zich en tillen. Het is zwaar, maar de vele handen maken het werk licht. Naar de Swette toe is maar een paar meter. De voorste mannen lopen een klein eindje de steiger op en laten het vlot dan zakken. De eerste plastic ton dobbert nu in het bruine water. Vier mannen staan aan de achterkant en duwen. De ronde tonnen zijn een perfecte geleiding. Alsof ze gesmeerd zijn, zo makkelijk glijden ze het water in. Ik juich luid. Dit gaat boven verwachting!

.

Foto: Michelle van der Plas

.

Ik ben blij met mijn schippersverleden. “Hola, dat wil ik niet!” roep ik tegen een man die zonder te vragen het vlot een stuk verder het water op legt. “Hij moet aan de kant blijven, ik moet er nog met mijn fiets op. Voor de film.” Mijn vriend bromt ook wat. “Als iedereen maar wat gaat doen, dan werkt het niet. Zij is de baas.” Ik knik hem dankbaar toe. Op zo’n moment sta ik helemaal scherp. Ik zie en hoor alles. Dit is het, waar ik een paar weken naartoe heb gewerkt. Ik had niet de tijd aan mezelf, zoals anders. Nee, ik had een deadline. Ik werkte samen met Michelle en Emma. Twee twintigers in opleiding maken een docu. Maar eigenlijk maken we hem met zijn drieën. Het gaat niet over mij, het gaat mét mij. Ik ben alleen maar het middel, om dit verhaal te vertellen. Voor Michelle is het een boodschap van hoop. Ze wil de mensen van haar generatie laten zien dat er na elk einde een nieuw creatief begin mogelijk is. En waar grote structuren vastlopen, daar begint het kleine. Volg het water, volg de stroom van de rivier. Kijk daar gaat het vlot te water! De buren kijken mee en iedereen lacht.

.

.

.

Auteursrechten Michelle van der Plas

De man voor mijn raam

.

Ze beschermen de machtigste bossen van de Aarde, die de meeste diversiteit herbergen. We hebben ze nodig, en zij mij. Ik kan niet aan de kant blijven zitten. Ik doe wat ik kan.

Liever luisteren? Klik op de knop onder de tekst.

Voor mijn raam staat een man. Zijn haar is zwart, zijn huid is iets donkerder dan de mijne. Hij staat er al twee nachten. ’s Ochtends om half vijf wordt ik wakker en hij staat er nog steeds. Ik klim de hangmat uit, doe de deur open en ga naar buiten. Het is koud maar het waait niet. Maar de man is weg. Of zie ik hem toch staan daar, tussen de bomen? Hoe dan ook, hij blijft in mijn gedachten. Die man, dat is Davi Yanomami. In mijn verbeelding staat hij voor mijn raam en roept me. Hij is een sjamaan in Brazilië. Ze noemen hem Kopenawa, hoornaar, omdat hij zo strijdvaardig is. Hij vocht en vecht nog steeds. In 1985 begon de strijd voor de landrechten van zijn volk. Vier jaar later won hij de UN Global 500, als erkenning voor zijn strijd voor het regenwoud. In 1992 werd het gebied van de Yanomami eindelijk erkend door Brazilië. Het is meer dan 9,2 miljoen hectare groot, en er wonen 20.000 Yanomami.

Het land is een paradijs. Er leven tal van diersoorten en er groeien planten die je nergens anders meer vindt. Zelfs natuurparken halen het niet bij de diversiteit die er in hun gebied te vinden is. Zij leven allemaal samen in een “shabanos”, hun grote ronde huis. Sommige Westerlingen denken dat die manier van leven al honderden jaren geleden is uitgestorven. Al is het land van de Yanomami erkend in 1992, daarmee is de erkenning van hun bestaan helaas nog niet compleet. Onder president Lulu hadden ze het goed, hij beschermde hun rechten. Tot het moment dat er iets helemaal verkeerd ging. Er werd een grote oliebron gevonden in het land. Multinationals doken er meteen boven op. “Prima dat jullie komen helpen met oppompen”, zei Lulu “Maar de inkomsten zijn van ons.” Lulu wil tegelijkertijd alternatieve energiebronnen ontwikkelen en goed onderwijs in zijn land en gezondheidszorg. Dat geld kon goed gebruikt worden. Er kwam echter niks van terecht. Een slimme jurist hielp de hebberige zakenlui en wist Lulu in de gevangenis te krijgen op valse gronden. Bolsonaro kwam aan de macht en zijn invloed was desastreus. Hij trok zich niks aan van landrechten. De houthakkers en mijnbouwers konden hun gang gaan. Die inheemse mensen, die zijn alleen maar lastig, vindt hij. En die bomen van het Amazonegebied, die staan ook in de weg. De beste bomen zijn verhandelde bomen, zodat er ruimte komt voor mijnbouw en grote velden soja. De strijdlustige hoornaar staat nu machteloos aan de kant. Hij ziet hoe zijn volk ziek wordt, hoe het land in een gapend gat verandert dat steeds groter wordt. Hij wil het niet. Hij wil niet kwaad worden, maar hij kan niet anders.

Hij staat voor mijn raam. Ik heb het goed hier in mijn huisje. Ik weet dat ook ons land opnieuw moet worden hersteld, dat we moeten zorgen voor meer diversiteit. Maar hun zorgen zijn vele malen groter dan de mijne. Wat hen wanhopig maakt, bezwaart mij net zo goed. Want zij beschermen de machtigste longen van de Aarde, die de meeste diversiteit herbergen. We hebben ze nodig, en zij mij. Ik kan niet aan de kant blijven zitten. Ik doe wat ik kan.

De volgende dag krijg ik bericht van een vriend. Of ik mijn naam wil zetten onder de politieke werkgroep, waar ik tien jaar geleden mee naar Den Haag ging. Ik staar uit het raam. . Politiek, dat is niet echt mijn ding. Maar dan denk ik aan de man, de man die voor het raam stond. En met hem tal van andere stamhoofden, sjamanen, lokale leiders en kleine boeren, die vechten voor gezond land, een gezonde aarde en voor hun volk. “Ja”, zeg ik. “Ik doe mee”.

.

Nawoord:

Lulu is dit jaar in maart vrij gekomen. De beschuldigingen waren onterecht. Volgend jaar zijn er nieuwe verkiezingen. Ik hoop dat hij wint en dat hij het land en de mensen opnieuw bescherming geeft. Ik hoop ook dat hij een streep zet door het Mercosurverdrag met Europa. Daarvoor strijdt ook onze werkgroep: “Klimaatrechtvaardigheid en voedselsouvereiniteit”. We hebben een petitie, die naar de tweede kamer gaat en de nodige ministeries. (Zie hieronder). Zulke handelsverdragen zorgen voor nóg meer houtkap en eindeloze soja-akkers. Ook voor onze eigen boeren is die concurrentie een ramp. Je kunt meer erover horen bij Zembla. Kijk bij zembla/artikelen/bord-vol-ontbossing.

Meer over de Yanomami: https://www.survivalinternational.org/tribes/yanomami

.

.

.

.

Waarom de muggen dansen

.

.

Dit is mijn verbond. Eén mugje mag me prikken, vlak voor het slapen gaan. Maar dan is het afgelopen.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

De wind is gaan liggen, de regen is gestopt. Indrukwekkende wolkenluchten zijn verdwenen achter de horizon. De zon schijnt door de sluierwolken en werpt een zacht licht in mijn kleine fijne huis. Zoals het nu is, zo heb ik het graag. De stilte, het licht, de eenvoud, het is perfect om te schrijven. Ik had bedacht dat ik het over muggen wilde hebben. Er zijn allerlei muggen, ik heb er hier vele gezien, grote en kleine. Maar één ding doen ze allemaal. Ze dansen in de schemering. Waarom?

Ik ga naar buiten om een luchtje te scheppen. Ik heb een nieuw bankje gemaakt, van twee ijzeren kratten en een plank. Het zit heerlijk. Ik heb nog nooit zo’n bankje gehad. Een vrouw met twee honden komt aanlopen over het pad. De honden rennen een stukje het veld op, en de vrouw loopt achter ze aan. Kritisch kijk ik ernaar. Twee honden los kúnnen een haas vangen. Als ze willen. De vrouw lacht naar me. “Je hebt een mooi hoekje daar,” zegt ze. “Met dat windscherm en vlak achter dat wilgenbosje.” Ik lach terug. “Ja, dat is ook wel nodig, hier op de vlakte. Zo’n wilgenbosje is eigenlijk maar een klein obstakel, de wind laat zich niet gauw tegenhouden, straks als alles kaal is”. Ja, dat begrijpt ze wel. Ze haakt haar honden aan de riem. Ik kijk tevreden toe. Dan loopt ze verder.

Ik heb een fijne beschutting gemaakt. De bomen, het vlechtwerk van takken, het windschut van riet. Het is niet alleen voor mezelf. Ook insecten profiteren ervan. Muggen verstoppen zich overal. Ook binnen, af en toe. In de hoek van mijn kamer, achter het warmtepaneel daar zitten ze.  En onder mijn jas, die aan een haak onder de markies hangt. Als ik hem pak, vliegt er een kleine wolk onder vandaan. Gelukkig hangt er nog een jas, waar ze hun toevlucht kunnen vinden. Ook onder mijn wagen zitten ze. Soms wil ik alleen maar even een krant pakken, voor de kachel. Ik open het luik in de vloer, waar de berging is. Die staat in open verbinding met de buitenlucht. Dat moet, anders schimmelt alles zomaar weg, daar beneden. Ik zie het gras en het hout, eronder. Vijf muggen vliegen door de grote kier. Gauw pak ik wat ik hebben moet en doe het luik weer dicht. Ik volg de muggen en zie hoe ze een schuilplaats zoeken in een stil hoekje. Daar blijven ze, de hele dag, tot de schemering inzet. Ik houd het licht zo lang mogelijk uit en kijk naar het vallen van de nacht. Binnen komen de muggen uit hun hoekjes vandaan. Ze vliegen zigzaggend maar toch zeer beslist naar de ruit en doen onvermoeibare pogingen om buiten te komen. Dansen willen ze, dansen in de schemer, achter het scherm in de luwte. Waarom toch? Ik doe de deur open en wapper ze naar buiten. Ze verdwijnen in de zwerm die voor de deur hangt, de wolk dansende neefjes. Op en neer gaan ze, in een eindeloze choreografie die sinds mensenheugenis nooit anders is geweest. Ik kijk geboeid, net als gisteren en eergisteren. Ik spits mijn oren tot de grens van het mogelijke. Dan hoor ik het.  “Wij dansen het ritme van vochtige aarde,” zeggen ze. “Het maakt ons heet en warm…” Hun gezoem klinkt omfloerst, als een zachte sensuele toon.  Ik probeer nog beter te luisteren en tegelijkertijd probeer ik één specifieke mug te volgen, maar het lukt me niet. Het leid me eerder af. Ik concentreer me opnieuw. “ Zoemmm, zoemmm, Wij zijn een zwerm! We vieren de dans van Al wat is. Want wij hebben het zaad. Levend zaad! Waar zijn de vrouwtjes, kom, kom toch kom! Kom bij Ons, ons, ons! Hier zijn wij, de mannetjes! We willen je, we willen je. Zzzoem….. De gons die gaat door alles heen, wat stil is en wat luistert.

En zo dansen ze de eeuwen door. Gehekeld door mens en warmbloedige dieren. Geslagen en gemept, maar ongelooflijk in getal. De dansende mannetjes, heet en onweerstaanbaar voor de vrouwtjes. In hun eentje vliegen ze rond, de wijfjes. Tot ze, aangetrokken als door een magneet, de Zwerm ontmoeten. Die heerlijke opwinding! Het duurt maar even, want het leven is kort. Ze legt haar eieren, verdwijnt in een bek of snavel. Uiteindelijk. Wat rest wordt verteerd en uitgepoept. Miljoenen tonnen aan insecten, die eindigen als mest. Mest voor de aarde. Misschien wel voor de wilgenboom, de boom waaronder de muggen dansen.

Dit is mijn verbond. Eén mugje mag me prikken, vlak voor het slapen gaan. Maar dan is het afgelopen. Met zachte hand veeg ik het tweede mugje van de dunne huid van mijn pols. Jij niet. Pech gehad. Ik kruip in mijn hangmat en sluit zorgvuldig de kieren van het fijne gaasdoek om me heen. De muggenzwerm buiten is stil. De zon is onder, wijfjes zijn bevrucht. Ergens komen de eitjes, ze zinken in een stille plas en belanden in de modder. Ik heb mijn bijdrage gedaan. Maar nu rust ik, als in een veilige buik.

.

Alles is ritme.

Een dans tussen hemel en vochtige aarde.

Aarde ademt

het ritme van seizoenen

Wat sterft verteert

grondig en donker

komt vrij in het licht

als voedsel voor het nageslacht

Voedsel, warmte, vuur

Alles dient

de eindeloze dans

van het Al.

.

.

Bronnen: https://www.onzenatuur.be/artikel/word-je-achtervolgd-door-muggenzwermen

https://nos.nl/artikel/2230904-jaarlijkse-muggeninvasie-in-friese-stavoren

https://www.2doc.nl/docs/2021/43-Nul-muggen.html

De bevroren wereld van een schrijver

.

.

Schrijven is als een golf die stil staat. Je beschrijft de kleuren en facetten van het licht, de belletjes die je ziet, het zout dat je ruikt en hoe hij misschien verder rolt. Je maakt er een wereld van die op zichzelf staat. Het is een uitvergrote momentopname. Het is geen privéverhaal. Door het uit te vergroten probeer ik het universeel te maken en herkenbaar.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Het is een heerlijke herfstdag. Ik zit in de cocon van de buitenkeuken. De zon schijnt laag en legt de wereld in een warm licht. De wespen doen zich tegoed aan de honingdauw, afkomstig van de zwarte luis. Sinds ik de wilgentakken consequent naar binnen heb gevlochten, is er een luwe zone ontstaan. Beestjes houden daarvan. Ook spinmot en luis dus. Daar komen vogels op af en ook wespen. Want de luizen poepen een zoet stofje uit. Alles zit eronder en wordt zwart en vuil. Heel romantisch noemt men die gore plak: Honingdauw. Hoe dan ook, de wespen zijn er gek op, en nu er voor hem in het nest niks meer te halen valt, is dit een mooie manier om het korte wespenleven nog even te rekken.

Als je steeds op dezelfde plek zit, is het soms lastig om in gewone dingen het bijzondere te blijven zien. Soms lijkt het een wachten op Godot. Je blijft op je post omdat er elk moment iets kan gebeuren en dan moet je er zijn. In die toestand is elk spoortje twijfel een mooi onderwerp om over te schrijven. Immers, twijfel is ook een soort beweging, als er verder weinig gebeurt. Ten slotte is het niet niks, om elke week een verhaal te hebben. Het leven is als een voedselbos. Soms rijpt er meer, dan rijpt er minder. Soms denk je, komt er nog wel wat? Als schrijver kies ik een onderwerp waar je hopelijk iets mee kunt. Waar je met elkaar over kan praten. Ik schrijf niet van me af, ik werk iets uit. Ik loop door mijn bos en de kruidentuin en kijk wat ik plukken kan. Het verhaal is als een gemengde kruidenthee of soms zelfs een heel diner, van alles wat ik geplukt heb. Dat ligt aan het aanbod.

Als er weinig te vinden is, maak ik kleine gedachtes en voorvallen groot. Als ik geen schrijver was geweest, dan was ik het gelijk alweer vergeten. Eigenlijk is het een raar vak, je creëert iets wat in feite buiten de werkelijkheid staat, want het leven is één en al beweging. Door te schrijven bevries je het moment en borduurt daar op voort. Als een golf die plotseling stil staat. Je beschrijft de kleuren en facetten in het licht, de belletjes die je ziet, het zout dat je ruikt en hoe hij misschien verder rolt. Je maakt er een wereld van die op zichzelf staat.

Deze week vroeg ik een aantal lezers of ze een idee hadden waar ik mee bezig was. “Ja, je twijfelt nog al eens,” zeiden ze. Daar kan ik ja en nee op zeggen. Soms is een klein spoor van twijfel een verhaal waard. Omdat mensen zich erin kunnen herkennen. Daarom doe ik het. Maar eigenlijk heb ik geen enkele twijfel. Ik weet dat ik op deze plek blijf en doorga met het Verhalenpad, dat ik wil vervlechten met de rest van de wereld. En terwijl ik kijk naar de zon in de wilgen, die steeds grijzer worden, vind ik de woorden. Het is het zijn, hier. Dit is de bodem van mijn bestaan, nu op dit moment. Het is de ondertoon die er altijd is, als de lage tonen van een cello in een muziekstuk. Ik luister naar het ijle gepiep van winterkoninkjes, tussen de wilgetakken. Ook zij genieten van het vlechtwerk dat ik maakte. Zo meteen moet ik weer aan het werk. De oevers zijn gemaaid en overal ligt riet. Dat wil ik allemaal naar het Verhalenpad sjouwen. Ik maak er hele bergen van. Daar kunnen allerlei beestjes overwinteren, met duizenden verhalen, die allemaal de moeite waard zijn. Hoe klein ze ook zijn.

.

.

Er komen af en toe jongeren naar me toe voor hun studie. Ze zijn nieuwsgierig naar een eenvoudige levensstijl, en halen daar elke keer net weer een ander aspect uit. Ook Christien van de Pavert is zo’n student, zij studeert Culturele antropologie en maakte een film voor haar Master. Hartje winter hebben we bijzondere beelden gemaakt, die mooi aansluiten bij het thema: “Connecting by disconnecting.

“Christien van de Pavert deed onderzoek naar mensen die off-grid leven, dat wil zeggen dat ze bewust afzien van bepaalde, als essentieel beschouwde, voorzieningen.” (Leiden universiteit, studentenwebsite, Festival werk antropologiestudenten.)

Wil je kijken, stuur een berichtje naar christienvdp@hotmail.com. Ze zal je graag het wachtwoord opsturen.

.

.

.

.

.

.