Luisteren naar waterland (Listening to waterland)

.

.

Ik zwem in water en denk aan water. Water voor de blinde en water voor het land. Water voor de wormen en water op het zand. Vennen die weer vollopen en vissen die weer zwemmen. Plassen in het veld, die plas mogen zijn. Glooiingen en kommen in het landschap, waar de blinde naar mag luisteren.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath the text.

.

Ooit hoorde ik een radio interview met een blinde man, die in de regen stond. Hij vertelde met warme stem hoeveel hij hield van dit geluid. Het was de enige manier waarop hij het land kon zien! Zelfs de glooiingen in het grasveld kon hij onderscheiden door de neervallende druppels. Maar deze zomer van 2022, het was zó droog… Dat zal voor hem extra moeilijk zijn geweest.
Ik denk aan de blinde, wanneer ik in de regen langs de Swette loop. Zou hij, als hij hier naast me liep, het water in de Swette kunnen horen? En ook het riet dat de oever omzoomt? Zou hij de hoge schietwilgen en kunnen onderscheiden, en de kort gemaaide weiden? De bloeiende klaver ziet hij niet, dat zou ik hem moeten vertellen. Rode stippen in het groen, het blad glinsterend van de regen.
De druppels worden dichter en ik maak mijn passen groter. In mijn handen heb ik de muizenval, omhuld met een handdoek. Daarin zit de zoveelste knager die mijn huis bestormde. Ik zal hem vrijlaten aan de overkant, hetzelfde plekje als gisteren. Ik kijk om me heen. Het is schemerig. In sommige kamers brandt al licht. Er is al een flinke plens gevallen vanochtend, en er komt nog veel meer. Ik grijns van genoegen. De bomen hebben het nodig en de dieren. Al het leven heeft water nodig. Laten we dat nooit vergeten.

Het water is koeler dan gisteren. Het is een donkere spiegel en de regen maakt er kringen in. Er is geen wind. Ik zwem. Aan de overkant hoor ik een vreemde fluitende pieptoon, als van een dier, maar toch net niet. Het is het gemaal. Hij voert het regenwater af. Ik loop door de zachte stroom, die tot mijn middel komt. Onder het beton is een donker gat. Daar komt de stroom vandaan. Het regent, dus wordt er afgevoerd. Waarom? De harde klei heeft nog heel wat water nodig. Ik klauter de kant op en zie de barsten onder het korte gras. Diepe kloven in de aarde, die nu langzaam vochtig worden. Ik weet van de ingeslapen wormen, die al zolang voedsel en vocht ontberen. Stil en opgekruld zitten ze in kleine, met slijm bedekte holletjes. Hoelang houden zij dat uit? Is deze bui genoeg voor hen, om weer tot leven te komen?
Ik laat de muis vrij. Hij kruipt droog onder de boomstronk en ik zwem terug. Als ik even later weer binnen ben, steek ik een kaars aan. Druppels spatten tegen het raam erachter. Dan kruip ik snel in mijn warme hangmat. Net als de wormen, opgekruld in mijn hol. Met mijn hoofd boven de deken uit, kijk ik naar de vlam en luister naar de regen die tikt op het dak en spettert in de regenton. Ik denk aan water. Water voor de blinde en water voor het land. Water voor de wormen en water op het zand. Vennen die weer vollopen en vissen die weer zwemmen. Plassen in het veld, die plas mogen zijn. Glooiingen en kommen in het landschap, waar de blinde naar mag luisteren.

Water was onze vijand, al zoveel eeuwen. Vijf overstromingen per eeuw zaaiden angst en onrust. Je zou het bijna vergeten. Maar dat doe ik niet. Nooit. Want water fascineert mij, met al zijn kracht en zachtheid. Ben je bang voor zijn kracht, dan mis je het zachte, dat leven geeft. En vergeet je de blinde, die weer kan zien, alleen maar door te luisteren.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

I swim in the stream. The rain makes circles in the dark surface. Then I hear a sound. It is the pumpstation. Precious water flows away, while the soil is hard en dry. Why?

.

.

Vlot te water

.

Swetteverhalen . . .

.

Waar grote structuren vastlopen, gaat het kleine vlot te water.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Daar sta ik dan. De stress is voorbij, het vlot waaraan ik werk, is te water. Wat ging het mooi en voorspoedig! De studenten die het filmden zijn naar huis. Ik heb opnieuw de tijd aan mezelf. De zon schijnt veelbelovend op mijn bouwsel. Het warmbruine hout ligt stil te wachten op een vervolg en ik denk na over hoe nu verder. De zachtblauwe lucht weerspiegelt in het water, roerloos als een spiegel, er is geen zuchtje wind. Ik kijk ernaar en naar de blauwe lucht erboven. Een groep ringmussen danst tjilpend boven mijn hoofd naar de brede rietkraag, onder de wilgenboom. Alles zingt hoop en vrolijkheid. Ik denk aan gisteren, aan mijn buren. Iedereen was er, zomaar. Zonder dat we het hadden afgesproken. Voor het eerst had ik het gevoel een gemeenschap te zijn. Het contrast met het grote nieuws was tekenend. Diezelfde avond nog werd de lock down afgekondigd. Net als vorig jaar kunnen we geen kerst vieren en zijn vele openbare ruimtes gesloten. Waar grote structuren vastlopen, gaat het kleine vlot te water.

.

Foto: Michelle van der Plas

.

Het vlot bestaat uit zes kletsnatte steigerdelen, plus nog drie halve. Hij ligt op de kop op het gras, de onderkant ligt boven. Er zitten dikke balken onder om het bij elkaar te houden met slotbouten. Vier vastgeklemde tonnen van tweehonderd liter bieden een fors drijfvermogen. Het weegt nogal wat. Al dat kletsnatte hout is dubbel zwaar. Ik heb geroepen naar Evert, mijn buurman: “Neem iedereen mee die wil, we hebben veel handen nodig!” En nu staan ze daar. Wel tien mensen, plus de filmploeg. Het lijkt een hele happening te worden. De mannen stappen naar voren. “Wat is de bedoeling?” vraagt mijn vriend Dick. Hij is de enige die vraagt. De andere mannen staan druk te praten over wat zij het beste vinden. Ik luister naar iedereen en beslis. “We trekken hem eerst een stuk het veld op, dan kiepen we hem om.” Dat moet wel, anders zou hij in het riet komen.

.

Foto: Michelle van der Plas

.

Het omkiepen gaat zonder moeite. Het kraakt zelfs niet. Ik ben tevreden over de extra aanpassingen die ik deed, speciaal voor dit kwetsbare moment. Dan ligt het vlot zoals het hoort. Het is een groot oppervlak, al die steigerdelen bij elkaar. De mannen bukken zich en tillen. Het is zwaar, maar de vele handen maken het werk licht. Naar de Swette toe is maar een paar meter. De voorste mannen lopen een klein eindje de steiger op en laten het vlot dan zakken. De eerste plastic ton dobbert nu in het bruine water. Vier mannen staan aan de achterkant en duwen. De ronde tonnen zijn een perfecte geleiding. Alsof ze gesmeerd zijn, zo makkelijk glijden ze het water in. Ik juich luid. Dit gaat boven verwachting!

.

Foto: Michelle van der Plas

.

Ik ben blij met mijn schippersverleden. “Hola, dat wil ik niet!” roep ik tegen een man die zonder te vragen het vlot een stuk verder het water op legt. “Hij moet aan de kant blijven, ik moet er nog met mijn fiets op. Voor de film.” Mijn vriend bromt ook wat. “Als iedereen maar wat gaat doen, dan werkt het niet. Zij is de baas.” Ik knik hem dankbaar toe. Op zo’n moment sta ik helemaal scherp. Ik zie en hoor alles. Dit is het, waar ik een paar weken naartoe heb gewerkt. Ik had niet de tijd aan mezelf, zoals anders. Nee, ik had een deadline. Ik werkte samen met Michelle en Emma. Twee twintigers in opleiding maken een docu. Maar eigenlijk maken we hem met zijn drieën. Het gaat niet over mij, het gaat mét mij. Ik ben alleen maar het middel, om dit verhaal te vertellen. Voor Michelle is het een boodschap van hoop. Ze wil de mensen van haar generatie laten zien dat er na elk einde een nieuw creatief begin mogelijk is. En waar grote structuren vastlopen, daar begint het kleine. Volg het water, volg de stroom van de rivier. Kijk daar gaat het vlot te water! De buren kijken mee en iedereen lacht.

.

.

.

Auteursrechten Michelle van der Plas

Laat ze maar denken

.

.

.

Is wat normaal is, wel zo normaal? En waarom hebben mensen zoveel nodig?

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Met een warme muts over mijn hoofd loop ik over het onverharde pad. Het waait stevig en ik zou er oorpijn van kunnen krijgen, met mijn natte gewassen haar. Eén lok komt onder de rand van mijn pet vandaan. Vanaf de andere kant komt een man aan gelopen. Hij is hier tijdelijk en ik heb weinig met hem te maken. Hij kijkt me slim aan en zegt: “Lekker hè, zo’n frisse douche!” Ik knik ja. “O ja, een keer per maand of zo….” zeg ik wat onverschillig. Een minzaam lachje ontglipt hem. Wat zou hij denken: Wat een viezerik? Maar het is nog erger! Ik douche nog niet eens een keer per maand. Ik douche vrijwel nooit! Ik heb zojuist mijn haar onder de kraan gewassen, met warm water. Dat is wel fijn.

“Ik badder elke dag in de Swette”, zeg ik dan. “Daar word je ook heel schoon van. En dan flink boenen en schrobben met de handdoek.” Hij springt meteen in de houding en glimlacht beleefd. “O ja, en het is ook heel gezond hè, voor je organen.” Ik beloon hem met een glimlachje. “Zo is het.” Dan loop ik verder naar huis. Langs de bosjes en de struiken. Ik vermijd de stenen, die anders in het hout van mijn klomp blijven prikken. Ik zet mijn ene voet voor de andere en vraag me af waarom mensen zoveel nodig hebben. Wereldwijd is een warme douche tegenwoordig normaal. In Amerika, Mexico, Brazilië en Afrika. Zelfs als er beperkte watervoorraden zijn wordt er gedouched. Het kost nogal wat. En niet alleen water. Ik las gisteren dat de Romeinen Europa veroverden, omdat ze hout nodig hadden om te stoken in hun luxueuze badhuizen. Die luxe, daar zijn ze uiteindelijk aan ten onder gegaan. Zouden de Romeinen elkaar net zo hebben aangekeken? Met een minzaam lachje, als je niet regelmatig naar een badhuis ging? Uiteindelijk viel er helemaal niks meer te badderen. Dat geeft wel te denken. Is wat normaal is wel zo normaal?

Ik verheug me elke ochtend op het frisse natuurbad. En het is leuk om te zien dat er hier steeds vaker mensen uit het dorp komen om het ook te doen. Die herhaling van ontmoetingen maakt dat een plek gaat leven.

Ik hoef geen pompje, zodat er water uit een kraan komt. Ik hoef geen leidingen door het huis en een boiler. Alles wat ik kan missen maakt me onafhankelijk en vrij. Er is al zoveel, zonder dat ik er wat voor hoef te doen. De Swette is een afwateringskanaal en volgt de loop van een oud riviertje, dat al eeuwenlang het regenwater afvoert. Vele liters fris helder water gaan er door heen. Elke ochtend ben ik er weer. Langzaam laat ik me omhullen in die overvloed en was me. Ik kijk naar de zon in het water. Een groep puttertjes vliegt over en landt in een hoge wilgenboom. Dit is rijkdom.

.

.

PS: 1x per maand doe ik de was op de boerderij. Ik zet het een nacht in de week, dan korte stand, eco, 30°C. Verder was ik 2x per maand mijn haar onder de warme kraan met het zeepje dat op de foto staat.

.

De eerste meiregen

.

.

Ik kijk door de kier van de deur. Snel vliegen de wolken door de hemel, als witte droomboten met bollende zeilen. De hopi indianen zagen ze ook. Als het regende, zoals nu, dan werd het land gezegend door de wolkenmensen, die zo neerdaalden en rivierenmensen werden, die terugstroomden naar de zee, om dan weer op te stijgen, de hemel in, als waterdamp.

(Ga naar het voorgelezen verhaal door te klikken op de audiobalk onderaan.)

.

.

Als bij toverslag is het weer veranderd. Viel er gisteren nog een stortbui, vandaag verkwikt een zacht regenbuitje het land. Ik heb de kruiwagen aan de kant gezet, en zit op de drempel van een schaftkeet, die tijdelijk in de berm is gezet. Inmiddels is dat al een half jaar. Hij heeft maar twee wielen. De ingang is scheef omhoog gekieperd en mijn voeten bengelen de afgrond in. De deur hangt op een kier. De regen valt er tussendoor, nog net op mijn knieën. Het is maar een beetje, ik vind het niet erg. Ik luister naar de drukke karekiet in het riet en de ratelende rietzanger. Ik kijk door de kier naar de wolken. Ze zijn net zoals ik ze als kind al tekende, een platte onderkant en een wollige schuimkraag van boven. Ze vliegen snel door de lucht. Boven ons hangt een dikke grijze wolk leeg te regenen, maar aan de horizon zijn ze wit en talrijk als een glanzende kudde schapen.

Als zestienjarige keek ik naar de lucht met heimwee. Het leek of ik daar thuishoorde. Ik zou zo weg kunnen vliegen, het licht in van de ondergaande zon en me op de roze wolken kunnen vlijen. Maar ik wist, dit is niet het moment om weg te vliegen. Geboren worden is al heel wat. En nu werd ik volwassen. Ik moest leren landen met handen en voeten in aarde, zonder de wolken te vergeten. Opgroeien, als een boom.

Ook later heb ik de wolken gezien. Dat was na de dood van mijn grote liefde. Op dat moment leefde ik in een grensgebied, mijn hand reikte uit naar hem, die aan de andere kant was. Vooral in mijn dromen. Op een nacht liep ik over een luchtbrug, een hangbrug die nergens begon en nergens eindigde. Het had een leuning van zacht touw. Ik liep erover en opeens was daar het einde. Witte wolkenkoppen lokten me om in weg te zakken. Maar voor ik een stap verder kon doen, stond daar een man. Ik kon niet om hem heen. Hij schudde zijn hoofd. “Nee,” zei hij zonder woorden, “Jij nog niet. Jij hebt nog iets te doen.” Verbaasd werd ik wakker. Kippenvel.

Wolken zijn niets anders dan waterdamp. Water is leven. Wij mensen bestaan ook voor een heel groot deel uit water. De Hopi indianen geloven dat we, wanneer we dood zijn, opstijgen als waterdamp, en dat we dan wolkenmensen worden. De Hopi hebben vele duizenden jaren geleefd, dit gelovende, met respect voor al het leven. Als het regende, dan werd het land gezegend door hun voorvaderen, door de wolkenmensen, die zo neerdaalden en rivierenmensen werden, die terugstroomden naar de zee, om dan weer op te stijgen, de hemel in, als waterdamp. Snel vliegen de wolken nu door de hemel, als witte droomboten met bollende zeilen. Ik kijk door de kier van de deur. Langzaam wordt de regen minder. Ik ga naar buiten. Ik was mijn handen met het natte gras. En nóg een keer. Met mijn natte handen verfris ik mijn gezicht. Heerlijk. Het doet me goed. Dan loop ik terug, het Verhalenpad op, om aardperen te planten, reuzenriet en gele lupinen.

Die avond eten we rode kool met aardappelen van de markt. Opeens zegt mijn vriend Dick: “Weet je wel dat het 1 mei is? Het is Beltane. Jij hebt mij vertelt wat dat is. Een Keltisch vruchtbaarheidsfeest.” Langzaam dringt het tot mij door. Vandaag wás het! Er zijn twee feesten, Beltane in de lente, en Samhain in de herfst. Op die momenten is de grens tussen de wereld van de levenden en de doden het kleinst. De dauw die dan op het gras ligt is heilig en doet alles groeien. Was je met de zachte meiregen van de eerste mei, en het maakt je vruchtbaar en mooi, van binnen en van buiten. Op één mei zijn de wolkenmensen bij ons, als een voltallig orkest, om ons en de aarde te helpen om tot bloei te komen.

Wist ik dat? Terwijl ik daar zat en de regen bewonderde? Toen ik mijn handen waste en mijn gezicht? Vast! Ik geloof het. En daar kan de wereld nooit slechter van worden. Kijk naar de Hopi indianen, die duizenden jaren hun cultuur hebben kunnen behouden. Samen brengen wij de magie terug. Het water verbindt ons.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal.

.

Over de Hopi's.
De Hopi-indianen wonen al duizenden jaren in het noordwesten van Arizona. Hopi' kan worden vertaald als een vreedzaam persoon. Deze Zuidwest-Amerikaanse Indianen bewonen een gebied dat de Black Mesa wordt genoemd, een plateau dat 300 meter boven de omliggende graslanden uitsteekt en naar deze plek verwijst als het centrum van het universum. Ze zijn volledig omgeven door het veel grotere Navajo-reservaat.
Hopi woonde in pueblos of adobe-huizen gemaakt van gedroogde klei en steen. Ze hadden platte daken en meerdere niveaus waar je kwam via een ladder. Eerst had je een ondergrondse catacombe, genaamd een Kiva, bedoeld voor religieuze ceremonies. De bovenste verdiepingen bevatten appartementen zodat de hele familie in het huis kon wonen.
De Hopi-taal is een complexe en moeilijke taal die afstamt van de Azteekse taal en geen verband houdt met andere pueblo-talen. De taal staat bekend om zijn unieke uitdrukking van tijd- en ruimte, die totaal anders is dan onze Westerse tijdsbeleving. 
Land- en tuinbouw waren de hoeksteen van het traditionele Hopi-leven. Met meer dan twintig verschillende maïsvariëteiten, waaronder geel en blauw, was het het meest voorkomende gewas. Ze verbouwden ook pompoen, niet alleen om te eten, maar ook om instrumenten en gebruiksvoorwerpen van te maken. Pompoenen en bonen werden tussen de mais in gezet. De bonen klommen in de mais en gaven de voedzame plant zijn stikstof, en de pompoenen hielden de bodem bedekt en vochtig. Te samen noemt men ze ook wel “De drie gezusters”. Op die manier put je het land nooit uit. Ze verbouwden ook zonnebloem om kleurstoffen en oliën te maken en katoen en tabak.
De Hopi waren bekwame ambachtslieden en hadden een speciale flair voor het maken van aardewerk en ingewikkeld geweven tapijten.
Hopi-aardewerk is zelfs een van de meest herkenbare van alle aardewerkstammen met zijn levendige kleuren en duidelijke hiërogliefen. Het prachtige werk vereist veel aandacht voor detail en urenlang hard werken. Alles wat ze maakten werd gebruikt in het dagelijks leven.
Uit: Native American Indian facts.

Bekijk hier hun verhaal: https://www.pbs.org/video/hopi-origin-story-dc0awe/

.

.

.

Zorg om het water

.

.

 

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 7,5 minuten.

Ik lig in het donker in mijn hangmat. Alle mensen slapen. Het is al laat en ik slaap nog steeds niet. Onrustig lig ik te draaien. Ik weet niet wat ik heb. Dan hoor ik de eerste druppels op het dak. Steeds harder gaat het. Een fikse regenbui frist de wereld op. Het geluid is zo geruststellend, ik ontspan meteen en al snel val ik in slaap.

De volgende ochtend, na het ontbijt, loop ik mijn rondje. De sproeiers die gisteren nog vol op stonden te draaien, zijn nu uit. Het land is nog nat van de buien. Ik sta stil en keer mijn gezicht naar de hemel. De wind jaagt nog steeds dikke grijze regenwolken langs het zwerk. Ik loop verder naar de sloot, die langs de weg ligt. Hij is leeg, er is niet genoeg gevallen om hem te vullen. Daarvoor moet het dagen achtereen gaan plenzen. Een paar weken geleden stoven er nog twee wilde eenden op, wanneer ik hier langsliep. Die waren in de sloot aan het fourageren. Maar het water, dat van de winter zo hoog stond, is razendsnel gezakt. Het is zolang droog geweest!
De eiken langs de weg staan er gelukkig nog monter bij. Het jonge blad is fris en lichtgroen. Het waait hard. Overal liggen kleine groene rupsjes op de weg, die uit de boom gevallen zijn. Een grote groep spreeuwen is driftig aan het pikken en vliegt op wanneer er een auto aan komt.

Alles lijkt in orde. Verderop ligt het natuurgebied met de aaneenschakeling van meren en wuivend riet. Daar broeden de roerdomp en de rietzanger. Daar grazen grote groepen ganzen in nabijgelegen weilanden. Daar staat het water staat nog steeds evenhoog.

Alles lijkt in orde. Toch heb ik een ongerust gevoel, dat sterker wordt naarmate de tijd vordert. Het is nog maar voorjaar. De droogte is absurt vroeg. Het water in de Rijn heeft nog nooit zo laag gestaan in deze tijd. Dat las ik gisteren. In Duitsland kan de rivier helemaal droogvallen, als het zo doorgaat. Dat is ernstig.

Ik loop door het veld langs volle sloten en denk aan al die plekken, waar het water steeds meer een probleem vormt. In de winter valt er veel te veel tegelijk en wordt het naarstig afgevoerd. De rivier staat hoog en er is kans op overstromingen. Maar de zomers veranderen ook. Het ene na het andere droogterecord sneuvelt. Dat dit problemen gaat opleveren is duidelijk. Ik ben een watermens. Ik voel me er niet alleen toe aangetrokken, ik vind het ook machtig interessant. Water is de sterkste verbinder die er is. Het is levengevend en bedreigend. Het spoelt, het schittert, het kabbelt en het kan met geweld huizen uit elkaar slaan. Maar vóór alles hebben we het nodig. Het is zó vanzelfsprekend dat het uit de kraan komt. Dankzij die geweldige voorzieningen kunnen we onze handen wassen. Precies volgens de voorschriften. Maar het gaat niet goed met het water. Het grondwater komt steeds lager te staan en de sproeiers sproeien maar door.

Er is samenwerking nodig en een goed beleid om het tij te keren. Daar zijn alle wetenschappers het over eens. Door Corona zijn we erg op onszelf gericht. Technische details over de ziekte en de economie beheersen het nieuws. Zelfbescherming blokkeert het vormen van een visie hierover. De grote verbinder, het water, heeft onze aandacht nodig. Water, voor leven.

.

De Aarde te zien als een wonder
te weten dat ik slechts te gast ben
en met jullie zorg draag
voor alles wat er is.

.

Lees hier: Water kan volgende Europese splijtzwam worden. (De Standaard)

.

(Sorry voor het slechte geluid in het begin, beetje jammer. Ik heb maar een simpel opnameprogramma. )

 

Terug naar waterland

.

.

Elke ochtend als ik wakker word denk ik aan water. Water in rivieren, water in vennen. Ik denk aan het water in mijn sloot. Als ik opsta ga ik meteen kijken hoe het ermee is. Het is nog maar een kleine poel. Als ik aan kom lopen hoor ik overal kleine plonsjes, van de kikkers die hier hun laatste toevluchtsoord vonden. Ik sta op het houten vlonder en zie dat het opnieuw is gezakt. Als het niet snel gaat regenen verdampt alles, ondanks de schaduw die ik heb gemaakt, door deze vlonders over de sloot heen te leggen. Gisteren heb ik het aangevuld. Ik had er 40 liter kraanwater voor nodig. Dat ga ik niet elke dag doen.
Zo is het nu overal in Europa. Ik denk aan jonge bomen die nog moeten groeien, aan schippers en laag water, aan de boeren die de helft van hun oogst mislopen. Wie had kunnen denken dat ook Nederland te kampen zou krijgen met droogte?

.

.

Ik kijk naar mijn poel, die hopelijk net op tijd wordt gered door regenval. Woensdag slaat het weer om, zeggen ze. Ik verlang naar die regen, de geur van natte grond, jonge dieren en jonge vogels die verbaasd rond spetteren in grote plassen, een vrolijke verkenning van de nieuwe natte wereld.

.

.

Ik verlang niet alleen naar een natte wereld, ik ben ook blij met de droogte. Nederland heeft geleerd om tegen het water te moeten vechten. Daarom hebben we nu een tekort. Alles is ingericht op het afvoeren ervan. Rivieren zijn gekanaliseerd, polders zijn droog gepompt. En nu hebben we spijt. Spijt dat we het water zo snel laten weglopen. Er worden plannen gesmeed om het water weer terug te krijgen, terug in de polders en in de bodem.

.

.
In het gebied rond Frijlân wordt ook gesproken over de terugkeer van het water. Wordt het grondwaterpeil straks weer omlaag gebracht in het voorjaar? Gaat het net als anders en voeren we het af via sloten en kanalen? Of houden we het water vast? Vroeger was hier overal water. Het was een nat en drassig land. Voor dit land is deze droogte vreemd..

Ik ben geboren in de NoordOostPolder. Ik zwom en kanoode in de Lemstervaart en speelde langs de sloot. Later werd ik rondvaartschipper en voer met mijn grote liefde door heel Nederland. Ik ging door rivieren en door sluizen. Ik liet me acht meter naar beneden schutten om mijn geboortedorp te bezoeken per boot. Ik keek naar de ontzagwekkende hoge natte wand boven mij, voor de sluisdeuren zich weer openden en de polder voor mij lag.

.

.

Ik hou van water en modder, mijn leven lang al. Daar heeft nooit iemand iets aan kunnen veranderen. Ik hoop al heel lang dat er veel meer aandacht komt voor waterreservoirs, die werken net zoals mijn kleine poel in de sloot, maar dan in het groot. Alles heeft het nodig, ons land wordt er mooier van! Met meer waterbuffers hebben we niet alleen zelf een reserve, maar ook planten en dieren van vroeger komen weer terug.
Laten we het water bij ons houden en koesteren. Laten onze kinderen weer met modder in de sloot spelen en geulen graven langs meren en kusten. Laat ze helpen met het zorgen voor de jonge bomen. Straks, als de jonge loten groot zijn, zullen de groene oases zorgen voor verkoeling en het zal verdamping tegengaan en zorgen voor een klimaat dat veel minder extreem is dan nu wordt voorspeld.

Laten we ons land weer mooi maken, het lage land aan de zee, met meanderende rivieren, meren en vennen. Dat is mijn droom, daarom werk ik zo hard. Daarom groef ik deze poel in de bodem van de sloot toen het water er nog ruimschoots in stond. Alleen al om te zien hoe machtig het is en hoe het werkt als het water zakt. En daarom plant ik straks vierhonderd bomen, om voor verkoeling te zorgen en aangename luwtes en om het vocht in de bodem vast te houden. Daarom vertel ik dit verhaal, in de hoop dat het elders wordt voortgezet, in ons natte landje aan de zee.

.

.

Alle tekeningen zijn van eigen hand. De tekeningen met tekst maakte ik in 1996, na één van onze reizen met de boot door Nederland.

.

 

Link naar Vroege Vogels: Grondwaterstand moet omhoog.

 

Denkend aan Brabantse hitte

.

.

.

Vandaag begint mijn vakantie. Dat heb ik vanochtend besloten. Deze week doe ik alleen waar ik zelf zin in heb. Dat moet af en toe. In de stroom van gebeurtenissen wil ik af en toe een stuk alleen zwemmen.

De zon schijnt warm, maar er staat een verkoelend briesje. Ik heb mijn zondagse jurk aan het glas van het windscherm gehangen, netjes aan een hanger. Het is een rode jurk met rode kersen en groene blaadjes De wind laat de dunne stof elegant wapperen. Gisteren had ik hem nog aan. Ik had de hele week hard gewerkt en had mijn vuile kloffie in de was gedaan. Ik zat met mijn mooie rode jurk aan in het gras, bij de vijver in het park en had mijn rode hoedje op. Ik voerde stukjes appeltaart aan de meerkoeten, terwijl mijn vriend Dick verontwaardigd toekeek. Het was appeltaart van Appie, voor de halve prijs, fabriekstaart. Zeven jonge watervogels zwommen haastig naar me toe, voor die paar kruimels. Ik stelde me voor dat er in het park overal fruitbomen stonden, fruit, waar ik taart van bakte. Zou ik dat ook aan de meerkoeten voeren? Vast niet.

De taart is op en Dick is weg. Vandaag hangt mijn jurk buiten, aan het glas van het windscherm. De groene weilanden er achter maken de jurk nog roder. Ik kijk naar de groene velden, die zover reiken. En ik denk aan Brabant. Daar is het gras niet meer groen, maar geel. Het is er heet, al heel lang. “Het gras kraakt onder je voeten,” schrijft iemand me, “Er is geen klavertje meer te bekennen.”

Vijf jaar lang was ik daar, tuinierde in zandgrond, zag hoe de boeren ploegden, zaaiden, mest injecteerden en oogsten. Ik zag hoe de wind het losse zand wegblies in tijden van droogte. En nu zie ik foto’s van vrienden op facebook, erger dan ooit, geel gras, dode bloemen. En het is nog niet afgelopen. Vanaf morgen wordt het nóg warmer, nóg heter. “Dit lijkt niet eens meer op Zuid Frankrijk, dit is Soedan,” schrijft Manon Ossevoort, die heel Afrika doortrok met haar trekker. Ik bedenk me dat het hier zo slecht niet is, op de Friese kleigrond, met om vijf uur de dichte ochtendmist, die van zee komt. Soms is alles kletsnat van de dauw, wat een geluk.

Bij de boerderij zitten José, Anna, Marin en Irma. Ze hebben ochtendoverleg. Als ik aan kom lopen, kijkt iedereen me aan. Ik vertel wat ik gehoord heb, over Brabant, mijn vorige thuishaven. Hoe het daar nu is. “Het weer wordt nu echt extreem,” vertel ik. “ We moeten mensen nù leren wat er groeit en wat eetbaar is. Ik stel voor om er meteen mee beginnen.” Ik geef Marin een stuk gaas, om er een droogrek van te maken voor de oogst van het meldezaad, dat hier nu in grote bossen groeit, ondanks de langdurige droogte. Marin, wildplukster en kokkin, kijkt blij.
Irma vertelt over de stukken land die vrijkomen, waar wij straks ook mee aan de slag kunnen gaan. “We moeten er wadi’s maken”, zegt ze. “ Ja, om de slagregens in op te vangen, “ voeg ik toe en denk even na. “We kunnen tamme kastanjes en walnoot planten op de hogere delen. Dat zijn sterke bomen.” Irma knikt bevestigend. “En beschutte plekken maken, waar andere planten kunnen groeien en dieren kunnen schuilen.” We praten over wat er nog meer kan, in een klimaat dat zo anders wordt.
“Hoe dan ook, ik heb er zin in!” roep ik opgewekt en blij dat we nu aan de slag kunnen.
José lacht. “Eerst kom je met een bericht dat de wereld zo ongeveer vergaat en dan zeg je dat je er zin in hebt!”
Ik draai me om en loop lachend weg. Ik weet al wat ik ga doen, de eerste dag van mijn vakantie. Ik ga in de sloot spelen en modder scheppen. Ik ga de visjes een diepe poel geven, een vluchtplek voor als de sloot uitdroogt. Dàt ga ik doen!

 

.

.

.

Doen wat je boeit

.

Peddelen-over-het-water-kl-frm-2

 

Ik stap net mijn nieuwe woonwagen uit om wat schroefjes te pakken, als er een jongen over het pad loopt. Hij kijkt reikhalzend de heg over, een meter of tien van mijn wagen vandaan. De heg scheidt het terrein van de openbare weg en erachter is een greppel, meestal staat hij vol in deze tijd, maar nu staat hij droog. Je kan niet zomaar naar de weg. De meidoorn zit vol stekels en de greppel is diep.
„Vind je hem mooi, mijn woonwagen? Of keek je daar niet naar,” vraag ik.
De jongen staat stil. „Ik kijk zomaar even naar dit terrein hier.“
„Het is hier rustig,” zeg ik, verlangend naar een praatje. “Ik ben deze wagen aan het bouwen.“
„Fijn zeg, op zo’n plek. En word je straks een reiziger?“
„Nee. Het lijkt me een heel onrustig bestaan, alsmaar trekken. Misschien doe je dat een jaartje of zo, .“
„Ja, dat herken ik wel. Ik heb ook een half jaar getrokken en toen verlangde ik wel naar een plek. En toen kwam ik in Thailand mijn vriendin tegen. Daar woon ik nu. Maar soms bekruipt me toch weer het gevoel dat ik wil reizen.“ Hij kijkt even stil voor zich uit. Door de kale meidoornhaag kan ik hem helemaal zien staan, op het natte asfalt van het fietspad. „Ik moet het evenwicht zien te vinden,” prakkiseert hij hardop.
„Ik begrijp die reiskriebel wel. Maar dat zit er voorlopig niet in voor mij, met deze wagen. Ik heb geen rijbewijs. Ik ben schipper en gids geweest en heb weinig ervaring met paarden en de weg.”
„Zou je met paarden willen trekken dan?“ vraag hij nieuwsgierig.
„Ja, het liefst wel, maar als dat gebeurt kan het net zo goed nog tien jaar duren, voor ik misschien zover ben. Ik zie het wel. Ondertussen laat ik me gewoon trekken, en kan ik me inzetten op allerlei plekken, voor langere tijd, mijn hart volgen en gaan waar ik wil.“
„Wat kan je dan, behalve timmeren?“
„Ik schrijf, dicht, teken, maak filmpjes. Ik zing graag meerstemmig. Ik tuinier en speel met permacultuurprincipes. Eigenlijk kan ik alles doen wat me boeit. Ik verdiep me erin, en concentreer me. Dan komt de rest vanzelf.“
„Ja, dat is wel belangrijk, dat je je werk leuk vindt.“
„Ja, het is stom om werk te doen wat je niet leuk vindt.“ Mijn stem klinkt uitdagend.
„Ja….“ zegt hij weifelend. Die stilte lokt bij me een vraag uit.
„Wat doe jij?“
„Ik heb een eigen bedrijfje met software, het leuke is dat ik dat overal kan doen. Maar soms wil ik wel eens echt wat anders. Maar wat dan? Ik weet het niet.“
„Ja het moet groeien hè… en blijf je in Thailand?“
„Weet ik ook niet. Mijn vriendin is een erg leuk bedrijfje begonnen, ze verhuurt een soort surfplank waar je staande op kan peddelen. Dat is erg mooi, je gaat heel stil tussen al die eilandjes door en kan er mooi over uit kijken omdat je staat.“
„Dat lijkt me prachtig. Ik hoop voor jullie dat het wat wordt.” Ik meen het oprecht.
„Ik hoop het ook.” Hij zegt het zo zachtjes alsof hij het bijna niet durft te geloven.
Het is even stil en allebei dromen we van stille rimpelingen van water in de zon en het geluid van bewegende peddels.
„Nou, ik ga weer verder,“ zegt hij uiteindelijk.
„Ik ook. Het ga je goed,” lach ik hem toe.
„Dank je.“ Hij knikt nog even en loopt dan met ferme stap door. Ik keer me om en duik onder de wagen om het bakje met schroefjes te pakken. Eerst maar eens de luikringen vastschroeven. Grip op de zaak, dat lijkt me een goed begin.

 

 

Voetenbadje

.

-voetenbadje-onder de tafel.

Het is weekend.
Buiten stralen de honderden
heldere sterren in een zwarte
koude hemel
de kachel brandt rookloos

Hij
zit tegenover mij
aan tafel in mijn kleine huis

Zal ik een voetenbadje maken
vraagt hij
Is goed zeg ik
en weg is hij
ik luister naar de stilte
en wacht

Hij komt terug met in zijn handen
een grote gele klotsende bak
ik gooi er een wit klontje in
als hij hem neerzet
onder de tafel

Ik til mijn blote voeten
van de nogal frisse vloer
en laat ze zachtjes plonzend
zakken in het warme water
ik voeg ze bij de zijne
en voel zijn gladde vel
samen kan het nèt

Zit er wel soda in
vraagt hij
Ja er zit soda in zeg ik
en roer ondertussen
in een grote kop met
dampende koffie en melk

Hoe erg het ook allemaal is
wij genieten als kinderen
met poedelende voeten
samen onder de tafel

 

Gedachten bij ondergaande zon

Ik schreef dit blog vlak voor de nacht dat Trump de Amerikaanse verkiezingen won. Mensen zijn bang dat hier het zelfde gebeurt. Ik kan het me voorstellen. Maar ik ben niet bang. Ik duim voor de indianen in Dakota, met hun strijd voor schoon water, dat leven betekent. Ook in dit verhaal denk ik aan water, dat vloeit waar het niet gaan kan.

.

zonsondergang-met-nieuwe-wagen

.

Ik wil de zon zien ondergaan. Veel te lang heb ik het gemist, toen ik onder de grond in een Utrechtse catacombe woonde. Elke avond haal ik het in, als hij er is tenminste. Vandaag heb ik geluk, vlak voor een dik wolkenpakket de hemel in beslag neemt. Op mijn buik lig ik voor het grote raam en zie de lucht oranje kleuren. Ik kijk ernaar en overdenk de dag.

Vandaag heb ik aan de deuren gewerkt. Hele dikke deuren zijn het, want er komt een dikke laag wol in. De wol houdt de kou en de hitte tegen. Acht centimeter voor een huisje van dertien kubieke meter. Ik hoef maar een scheet te laten en het is al warm.
Of Nederland nou in een nieuwe ijstijd terecht komt of in een subtropisch klimaat met heftige stormen en slagregens, met mijn kleine wooncocon kan ik er vast tegen. De woonwagen wordt warm, sterk en veerkrachtig, net als ik. Mijn wagen groeit met mij mee, met wie ik ben en wat ik wens.
Waar gaan we heen? Ik hoop dat ik nog veel lieve, dappere en talentvolle mensen ontmoet. Mensen die niet in de eerste plaats aan zichzelf denken, maar die met elkaar werken aan iets moois. Gewoon, omdat ze er blij van worden.

Ik denk aan het landschapsboek dat ik zou willen maken. Ik zou graag rondreizen in het Nederland van de vroege middeleeuwen, toen het water nog kon gaan waar het wilde. Dat is al bijna duizend jaar geleden. Al zolang heeft elke vierkante meter van ons land een geplande bestemming. Wij moeten het water onder controle houden, anders wordt het ons de baas. Dat is een machtig mooi gegeven. Water fascineert me. Misschien ga ik daar iets mee doen, wordt dat mijn rode draad. Verhalen over het water, wat het neemt en wat het geeft, aan mensen en dieren, aan bomen en planten. Mijn tekeningen zullen weerspiegelingen laten zien en patronen die ze achter laat in het zand. Ik kan de wortels van de bomen tekenen, die als lange vingers de bodem in dringen om het kostbare vocht te bemachtigen en veel meer nog. Verder en verder vloeit het. Je weet nooit waar het uit komt. Vloeibare inspiratie blijft eeuwig verrassen. Zoals kinderen tijdloos bezig kunnen zijn met een schepje en een emmertje en tot hun verwondering iets kunnen maken waar ze versteld van staan…. Ik laat het verder stromen, ik zie het komen en weer gaan. Water komt overal. Water kan bergen verzetten, op lange duur.

De zon is nu bijna onder. Het wordt kouder. Ik trek een fleece deken over mijn schouders. Het wordt een koude nacht. Mijn nieuwe wagen wordt veel warmer dan deze, knusser ook. Wat zal ik daar fijn kunnen werken, diep in mijn wollen hol en praten met vrienden en kijken naar nog veel meer zonsondergangen. Nog even en het is er. Als de deuren erin zitten, dan ben ik al een heel eind.

.

.

bouwen-woonwagen-voordeur-kl-frm

.

bouwen-voordeuren-kl-frmbouwen-werkplaats-2-kl-frm

.

bouwen-woonwagen-voordeuren-dubbel-kl-frm

.

.

.

.VOETNOOT

Het laatste boek van de plank van Nyncke Lingsma, zo noem ik het gewoonlijk, maar dit keer is het het laatste boek uit de doos.

In de boekenkast van mijn moeder, kwam ik een lievelingsboek tegen, wat ik haar zelf heb gegeven in 1991, ik geloof dat ze het zelf nooit heeft gelezen, het zag er zo nieuw uit.
Nu ligt het ergens in de doos met spullen van haar. Ik kan het nog niet opbrengen om de doos te openen en het boek te pakken. Ik heb dus geen passage voor in de voetnoot. Het verlies is te vers. Maar Winnie de Poeh staat hoog op mijn lijstje.
Winnie met zijn filosofische eenvoud heart-emoticon
.
.

nyncker-voetnoot

.

.

.

.

Op weg naar een lichtere wereld.

zonsondergang-met-nieuwe-wagen.

.