Luisteren naar waterland (Listening to waterland)

.

.

Ik zwem in water en denk aan water. Water voor de blinde en water voor het land. Water voor de wormen en water op het zand. Vennen die weer vollopen en vissen die weer zwemmen. Plassen in het veld, die plas mogen zijn. Glooiingen en kommen in het landschap, waar de blinde naar mag luisteren.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath the text.

.

Ooit hoorde ik een radio interview met een blinde man, die in de regen stond. Hij vertelde met warme stem hoeveel hij hield van dit geluid. Het was de enige manier waarop hij het land kon zien! Zelfs de glooiingen in het grasveld kon hij onderscheiden door de neervallende druppels. Maar deze zomer van 2022, het was zó droog… Dat zal voor hem extra moeilijk zijn geweest.
Ik denk aan de blinde, wanneer ik in de regen langs de Swette loop. Zou hij, als hij hier naast me liep, het water in de Swette kunnen horen? En ook het riet dat de oever omzoomt? Zou hij de hoge schietwilgen en kunnen onderscheiden, en de kort gemaaide weiden? De bloeiende klaver ziet hij niet, dat zou ik hem moeten vertellen. Rode stippen in het groen, het blad glinsterend van de regen.
De druppels worden dichter en ik maak mijn passen groter. In mijn handen heb ik de muizenval, omhuld met een handdoek. Daarin zit de zoveelste knager die mijn huis bestormde. Ik zal hem vrijlaten aan de overkant, hetzelfde plekje als gisteren. Ik kijk om me heen. Het is schemerig. In sommige kamers brandt al licht. Er is al een flinke plens gevallen vanochtend, en er komt nog veel meer. Ik grijns van genoegen. De bomen hebben het nodig en de dieren. Al het leven heeft water nodig. Laten we dat nooit vergeten.

Het water is koeler dan gisteren. Het is een donkere spiegel en de regen maakt er kringen in. Er is geen wind. Ik zwem. Aan de overkant hoor ik een vreemde fluitende pieptoon, als van een dier, maar toch net niet. Het is het gemaal. Hij voert het regenwater af. Ik loop door de zachte stroom, die tot mijn middel komt. Onder het beton is een donker gat. Daar komt de stroom vandaan. Het regent, dus wordt er afgevoerd. Waarom? De harde klei heeft nog heel wat water nodig. Ik klauter de kant op en zie de barsten onder het korte gras. Diepe kloven in de aarde, die nu langzaam vochtig worden. Ik weet van de ingeslapen wormen, die al zolang voedsel en vocht ontberen. Stil en opgekruld zitten ze in kleine, met slijm bedekte holletjes. Hoelang houden zij dat uit? Is deze bui genoeg voor hen, om weer tot leven te komen?
Ik laat de muis vrij. Hij kruipt droog onder de boomstronk en ik zwem terug. Als ik even later weer binnen ben, steek ik een kaars aan. Druppels spatten tegen het raam erachter. Dan kruip ik snel in mijn warme hangmat. Net als de wormen, opgekruld in mijn hol. Met mijn hoofd boven de deken uit, kijk ik naar de vlam en luister naar de regen die tikt op het dak en spettert in de regenton. Ik denk aan water. Water voor de blinde en water voor het land. Water voor de wormen en water op het zand. Vennen die weer vollopen en vissen die weer zwemmen. Plassen in het veld, die plas mogen zijn. Glooiingen en kommen in het landschap, waar de blinde naar mag luisteren.

Water was onze vijand, al zoveel eeuwen. Vijf overstromingen per eeuw zaaiden angst en onrust. Je zou het bijna vergeten. Maar dat doe ik niet. Nooit. Want water fascineert mij, met al zijn kracht en zachtheid. Ben je bang voor zijn kracht, dan mis je het zachte, dat leven geeft. En vergeet je de blinde, die weer kan zien, alleen maar door te luisteren.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

I swim in the stream. The rain makes circles in the dark surface. Then I hear a sound. It is the pumpstation. Precious water flows away, while the soil is hard en dry. Why?

.

.

Een schoentje voor Houdini (A mouse shoe for Houdini)

.

Smart work of a little mouse

Alles heeft zijn plek in het bestaan. Daarom heb ik spinnen in huis en vliegen. Maar met muizen heb ik geen pardon. Die vang ik. Maar sommigen zijn zó slim! Zoals Houdini, genoemd naar de bekende boeienkoning.

.

“Alles heeft recht op leven” zei mijn man, toen ik de zoveelste naaktslak door de plee spoelde. “Ach joh, in het riool stikt het vast van de slakken. Ze kruipen er gewoon weer uit en komen ’s nachts door het afvoerputje weer het huis in.” dat zei ik. Niet dat het me erg veel kon schelen. Gek is dat. Voor mijn gevoel geef ik mijn hele leven al om beestjes, groot en klein. En toch is het pas na de dood van mijn man goed op gang gekomen.

Het was twee of drie jaar later. Ik zat op de rand van een vijver. Mijn oude jeugdvriendin zat naast me. Ik had haar al vele jaren niet meer gezien. Ze wilde omscholen. “Ik wil verpleegster worden,” zei ze. Ondertussen viste ze me haar wijsvinger een spartelende vlieg uit het water. “Het is heel leuk, zo’n vijver, maar ik vind het zo erg om al die beestjes te zien verdrinken, het gaat de hele dag door! Ik kan ze er niet allemaal uitvissen…” Verbaasd keek ik naar het vliegje op haar vinger. En dan naar al die andere spartelende beestjes. Ik hoorde de echo van mijn man. “Alles heeft recht op leven!”
En nu is het alsof het altijd al zo geweest is. Ik red bijna elke dag wel wat: een vlieg in een emmer water, een worm die ligt uit te drogen op het fietspad. Of het is een langpootmug in een verlaten spinnenweb, of een wesp uit de stroop. Dan was ik hem voorzichtig af met een nat strootje. Ik vermoord geen wespen. In deze tijd zijn ze op zoek naar zoetigheid. Dus voer ik ze suikerwater. Merels en ook andere vogels eten wespen. Dat is erg welkom in deze tijd van droogte. Alle dieren hebben niet alleen recht op leven, maar betekenen iets in het geheel. Waarom zou ik doden alleen omdat ik er last van heb?
In mijn huis leven spinnen, verstopt in hoeken en kieren. Vooral roofspinnen, die geen web maken. Die eten de vliegen of zuigen ze leeg. Ik vind het prima. Maar waar ik geen pardon mee heb, zijn muizen. Die vang ik in een val. Eentje waar ze niet dood in gaan. De slimste van hen heb ik Houdini genoemd, naar de boeienkoning. Hij ontsnapt telkens weer.

Het is drie uur als ik wakker word door een harde klap. De muis! Gisteravond heb ik toch maar de val gezet. Ik hoop dat ik geen muizen meer heb, maar je weet nooit. Gisteren heb ik alle gaten dichtgestopt. Zoals de kier onder de achterdeur. Maar ook boven het markies onder de dakrand vond ik er gaatje. Het was dus niet genoeg. Nu zit er eentje in de val.“Ze kunnen door kiertjes ter grootte van een potlood!” zei de man van de ijzerwinkel. Hij krijgt veel mensen die vallen kopen. De val die ik bij hem kocht doet het goed. Het enige probleem is dat sommige muizen dus razend intelligent zijn. Zoals Houdini. Alles opeten en de klep achter zich dicht laten vallen. Een draadje om het palletje heen te winden en de klep blokkeren met een luciferdoosje. Ongelooflijk. Maar nu heb ik toch echt een muis in de val. Nieuwsgierig klim ik uit mijn hangmat. Is het hem? Het is een veldmuis. Bruin. Druk rent hij heen en weer, tot zoverre als dat kan in het kleine hokje. Ik gooi nog was extra havervlokken door het gaas en werp een handdoek over de val. Dan kan hij rustig worden. Morgen zet ik hem uit, aan de andere kant van de Swette.

Ik zwem. De ingepakte val net boven het water in mijn ene arm, met de andere doe ik schoolslag. Ik wil hem uitzetten in het wilgenbosje, naast het verlaat. Voor het verlaat hoef ik niet meer te zwemmen. Het wordt er steeds ondieper. Ik buk, om onder het bruggetje door te gaan. Daarachter is het verlaat, een gemetseld huisje dat de waterstand regelt. Links en rechts een schuine oever van beton, begroeit met glibberige algen. Dan blijf ik stokstijf staan. Die ogen! Vlak voor me zit een zwarte kat, die me gefascineerd aankijkt. Moet ik mijn muis hier wel loslaten? Even aarzel ik. Dan zet ik door. Houdini is vast slim genoeg om de kat zijn klauwen te ontlopen. “Kssssjt!” zeg ik. Het dier rent weg. Het lijkt me een jong beest, en fanatiek ook nog. Ik klauter omhoog en houd me vast aan de betonnen wand die naast de glibberige helling staat. De kat verdwijnt tussen de spijlen van het hek, dat om het gemaal heen staat. Daar weet ze zich veilig. Op het gemaaide veldje naast de muur houdt ze alles in het oog wat ik doe. Ik loop verder, tot ik haar niet meer zie. Onder de bosjes is een boomstronk, blad en zaagsel. Dit is een goede plek. Ik druk de klep open en de muis rent weg, Roetsj! Houdini heeft zijn vrijheid terug. Ik wens hem een mooi hol met veel slimme kinderen. Hoewel, was het hem wel? Dat weet je maar nooit, met muizen. Had ik hem maar een schoentje aangedaan. Een schoentje voor Houdini.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Everything has a right to live. I have spiders in my house. But mouses are not welcome. I catch them in a trap. But some of them are so smart!

Ik kreeg een rok uit India (I got a skirt from India)

.

Ik kreeg een rok cadeau. Hij staat me goed en ik ben blij. Maar wie heeft hem gemaakt?

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to listen to the ENGLISH translation? Click on the button underneath the text.

Dezelfde dag dat vorige week mijn blog uitkwam, kreeg ik zomaar een elegant kledingstuk. “Zoek maar wat uit”, zei buurvrouw Marja, en ze opende een grote doos met alles wat haar teveel was. Ik koos een rok en trok hem meteen aan, om hem niet meer uit te doen. Hij staat me goed. De soepele stof zit strak om de heupen en buik. Naar onderen loopt het wijduit. Ik kan erin zwieren en zwaaien, met kleuren wijnrood, donkerblauw en jadegroen. Er staan ook letters op van gouddraad. Je moet goed kijken om het te lezen. “Siembra el presente” staat er. Wat zou dat betekenen? Ik zoek het op en vind het. “Zaai het heden” lees ik. Ik ben erdoor verrast. Het past mooi bij het verhaal dat ik net schreef! Het lijkt op “pluk de dag”. Maar pluk de dag lijkt op oogsten zonder er iets voor gedaan te hebben. Een onschuldig paradijs waar alles is. Dat paradijs zijn we kwijt. We moeten nu zaaien, anders is er straks niks te oogsten. In deze Spaanse spreuk zit ook de toekomst vervlochten: zaaien, om straks te plukken. Hoe meer je daarvan geniet, hoe mooier het straks wordt. Zaai het heden! Het is een zwierige rok met diepgang. Het past me goed. Ik draag hem de rest van de week. Op blote voeten dans ik het pad af, en laat de kleurige stof om me heen wapperen. “Wat ben je mooi!” roept Marja, “Je lijkt wel een vlinder! Heerlijk om je zo ook weer eens te zien! Altijd die werkkleren…”

Een paar dagen duurt het. Dan wordt het herfstig. De wilgebomen ruisen in de wind en wolken drijven voorbij. De meeste campinggasten zijn vertrokken. De zon komt achter een wolk weg en gouden licht schijnt op mijn geelhouten vloer. Nu de extreme warmte voorbij is, valt het op hoe laag de zon al staat. En wat is de wind ineens koud! Ik kan mijn nieuwe rok wel opbergen. Veel te zomers.
Ik pak hem op en kijk hoe het gemaakt is. Het zijn vijf aan elkaar genaaide lappen. Sommigen lopen uit in een punt. Behalve de gouden spreuk, staan er nog meer letters op: Happy!!! Happy!!! Happy!!! Groene letters op blauw. De woorden vallen buitelend over elkaar heen. Gelukkig is het slecht leesbaar, want ik vind het eigenlijk een beetje overdreven. Ineens bedenk ik me, wie heeft dit eigenlijk gemaakt? Was die wel happy? Ik kijk naar het labeltje. “Made in India”. Dat staat er. En Barcelona staat er ook, met een serienummer. Het is dus via Barcelona naar Marja’s winkel gegaan. Het merk staat met gouden letters op de achterkant. “Designual”.

Ik open internet. De site schonekleren.nl, kan me vast wel iets vertellen. Klik, daar issie al. “99% van de kleding is niet schoon,” kondigt de site met grote letters aan. De fabrieken van Designual komen er niet best uit. Ze staan onderaan de lijst van eerlijke kleren. Het bedrijf beantwoordt nauwelijks vragen. Ze zeggen wel dat ze het minimum loon hanteren. Maar het minimum loon is niet het leefbare loon, zegt Schonekleren. Dan heb je wel twee keer zoveel nodig in India. Ik kijk verder en zie foto’s van vermoeide gezichten en lange rijen tafeltjes. Een wit fabrieksgebouw met prikkeldraad eromheen. Een meisje van vijftien met een vriendelijke lach. Ze werkt hier al vier jaar, zegt ze. De vrouwen werken acht tot vijftien uur per dag, zes dagen per week. Ze komen uit de laagste kaste en hebben vaak te maken met geweld en intimidatie. Ook bij de fabrieken van Designual? Zeer waarschijnlijk wel dus.
Komt daar mijn rok vandaan? Al die ellende voor mij, om happy mee te zwieren? Zaai het heden, staat er op. Maar het meisje naait maar door, zonder te dromen van wat komt. De naald bij haar handen stikt dag na dag zijn steken. Soms kijkt ze naar de blauwe lucht boven haar, als ze weer onderweg is naar haar werk. Ze kijkt naar de witte wolk die wegdrijft, ver, ver weg. “Kon ik maar wegzeilen zoals die wolk”, denkt ze. “Maar het kan niet, ik zit gevangen.”

En ik Alowieke, ben vrij als een vogel. Ik heb een nieuwe rok gekregen. Mag ik daar wel van genieten? Mag ik blij zijn om de spreuk met gouden letters? Ik twijfel even. Dan weet ik het. Ja, natuurlijk! Ik mag er blij mee zijn en ermee zwieren. Ik mag er mijn eigen betekenis aan geven, al was het ooit een commercieel product. Nù is het een cadeau van Marja. Het maakte ons allebei licht en vrolijk.
Maar de volgende keer als ik weer zèlf iets koop, dan ga ik lekker naar mijn eigen stek. Een heerlijk eerlijk winkeltje met aardige mensen. “Netjes” is de naam, en het zit op de Lijnmarkt in Utrecht. Klein maar fijn en heel persoonlijk. Met mensen die zelf hun inkopen doen, bij families die ze kennen. Kleding zonder nasmaak. Als ik dat kan dragen, dan ben ik dubbel blij!

.

PS: Ook interessant is een project dat in Nederland vlas verbouwd voor linnen uit eigen land. Zie hiervoor de link naar het artikel van de Correspondent. De titel: Op deze akker groeit een alternatief voor de voortrazende mode-industrie.

NEDERLANDS:

ENGELS:

I got a skirt GIFT. It looks good on me and I am glad. But it is from india and has a serial number. Who was the one who made it and was she happy? Can I be happy if she isn’t?

https://decorrespondent.nl/13692/op-deze-gelderse-akker-groeit-een-alternatief-voor-de-voortrazende-mode-industrie/3503750062428-df69732d

https://www.netjeskleding.nl/

https://www.fnv.nl/mondiaal-fnv/acties-thema-s/dit-zijn-de-meiden-die-jouw-kleding-maken

Denk aan je pensioen, zei hij

.

.

Ik was achttien toen een leraar het zei: Denk aan je pensioen. Ik was stomverbaasd dat iemand kon geloven dat de wereld er over veertig jaar nog steeds hetzelfde uit zou zien.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath the text.

.

Ik leg de smartphone neer op de tafel van de buitenkeuken. Hoe lang zullen we nog met zo n ding rondlopen? Ik kijk nog even naar alle barsten in het kleine schermpje. Ja, beter om hem hier te laten liggen. Ik pak de sikkel van de haak. Door het vochtige gras loop ik naar het Verborgen Verhalenpad. Ik zie er nooit iemand. De anderen zijn allemaal bij hun eigen huisjes bezig. Wat het uiteindelijk worden zal? Dat weten degenen die na mij komen. Ik weet maar weinig. Ik doe. Jaren gaan voorbij en iedereen wordt ouder. Zoveel mensen komen en gaan. En telkens weer loop ik alleen verder, met vuile vingers van het werk.

Terwijl ik de overhangende rietstengels ontwijk, denk ik aan een docent van lang geleden. Ik moet achttien zijn geweest of zo. Ik kan me zijn gezicht niet meer herinneren en ik weet ook niet meer wat hij gaf. Ik weet alleen nog dat hij zei. “Het is heel belangrijk dat jullie nu al aan je pensioen denken!” Ik lach even bij de gedachte en vouw mijn broekspijpen omhoog om ze droog te houden in het bedauwde gras. Die man, ik heb hem met open mond aangegaapt. Ik hield me met heel andere dingen bezig. Ik had net mijn kamer opgeruimd en alle overbodige luxe verwijderd. We komen met zijn allen nog eens om in die luxe, dacht ik. Ik wilde eenvoudig leven en een pensioen had ik vast ook niet nodig als ik oud was.

Ik kijk om me heen en luister. Het mist een beetje en de snelweg verderop ruist en suist. Wat een drukte. Het wordt steeds erger. Allemaal mensen onderweg naar hun werk. Zouden die allemaal denken dat ze ooit met pensioen zullen gaan? Als ik vijfenzestig ben, dan is er helemaal geen pensioen meer. Dat dacht ik, toen die leraar dat zei. Ik was stomverbaasd dat iemand kon geloven dat de wereld er over veertig jaar nog steeds hetzelfde uit zou zien. Maar er kwam nooit een gesprek over. En eigenlijk is dat nog steeds vaak zo. Mensen zeggen tegen me: “Dat maak jij vast niet meer mee.” Dat klinkt geruststellend. Maar ik weet hoe het gaat. Gehechtheden zijn als een geliefde. Je denkt dat hij nooit zal sterven en dat je altijd samen blijft. Maar dan opeens is daar de dag van zijn dood. Zo gaat het. Iets wat je niet wilt, komt altijd eerder dan je dacht. Al heb je alle grafieken bekeken die je vertellen dat het nog lang niet zover is.

De komende tien jaar gaat er veel veranderen. Dat vermoed ik. Daarom blijf ik waar ik ben en werk aan een plek. Een plek waar het leven kan opbloeien en voedsel kan groeien. Ik voel de sikkel in mijn hand. Heel zachtjes ga ik langs de snijkant, met de toppen van mijn vingers. Hij is goed scherp. Hier kan ik me wel mee redden. Glimlachend ga ik aan het werk. Ik hak het riet en het hoge gras en gooi het op de lege perken. De bodem bedekken, dat is het belangrijkste nu. Een gezonde bodem waar voedsel groeit, dat is mijn pensioen en ook voor hen die na mij komen. Ik schuifel over het smalle paadje. Mijn armen kunnen de grote bos riet maar net vasthouden. Ik gooi het neer en de bult wordt steeds hoger. De grond eronder is nog altijd vochtig. De geplante bomen staan in ruime kring om de bedekte plek heen. Ze maken allemaal nieuwe blaadjes aan, en het is al bijna september! Alles verandert, maar ik weet, waar ik met liefde mijn handen vuil voor maak, dat groeit. Maak er wat moois van, zei hij tegen me. Hij, lang geleden. Dat doe ik. Niet alles wat sterft, is verdwenen.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Think of your retirement, he said

I was eighteen when a teacher said it: Think about your retirement. I was stunned that anyone could believe that the world would still be the same 40 years from now. But there was never a conversation about it. And in fact that is often still the case. People say to me, “You probably won’t experience that in your life.” That sounds reassuring. But I know how it goes. Attachments are like a lover.

.

Dezelfde dag dat mijn blog uitkwam, kreeg ik zomaar een elegant kledingstuk. Zoek maar wat uit, zei de buuv en ze opende een grote doos met alles wat haar teveel was. Ik koos deze rok. Hoewel blauw nooit mijn kleur was, staat hij fantastisch. Vandaag heb ik pas de rust om te lezen wat erop staat. Ik lees: “Siembra el presente”. Vertaald: Zaai het heden. Het lijkt op “pluk de dag”, maar dit gaat dieper. Hierin zit ook de toekomst vervlochten op een zwierige manier. Wat een gaaf cadeau. Het sluit perfect aan bij mijn verhaal.

.

Verschuiven naar een nieuwe balans (Shift to a new balans)..

.

De Aarde, het groeien en het Al, in symbiotische balans. Het is het raampje dat ik inbouwde in de nok van mijn huis. Voor mij is het telkens weer een heilig teken. Vooral nu er zoveel aan het verschuiven is, is het belangrijk om erbij stil te staan.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want tot hear the ENGLISH translation? Click on the button underneath the text.

.

Hoe ouder je wordt, hoe meer je ontdekt dat dingen anders zijn dan je dacht. Ik dacht dat ik niet veel had met de polder, waar ik geboren ben. De Noord Oost Polder. Maar nu ik in Utrecht heb gewoond, in Brabant, en in Friesland, nu merk ik de invloed van mijn wortels. Als je ergens anders bent, leer je over jezelf. Ik heb veel mensen gesproken. En overal waar ik was, las ik het plaatselijk nieuws. Zo leerde ik: De Brabanders willen hun heide houden. De Noordelijke Friezen willen de grutto terug en willen een open horizon. Ik begrijp het, maar deel hun obsessie niet. Waar anderen inzetten op behoud, daar ben ik pragmatisch.

Als je op het Swettepaad staat, kun je twee kanten op kijken. Aan deze kant van de Swette zie je de Hegedyk met het oude land en de kerktorens. Aan de andere kant van de Swette ligt een kale vlakte met een lawaaierige snelweg. Aan de horizon zie je de blokkendozen van bedrijfsgebouwen, in de avond fel verlicht. Deze kale vlakte is een oude, drooggelegde zeebodem, en was achthonderd jaar weelderig weiland vol weidevogels, zeggen ze. De Friezen hebben dat nog steeds in gedachten. Daarom mogen er geen bomen staan. Maar ik, als nuchtere poldervrouw zeg: Zet toch gewoon bomen langs die weg! Het is zo nuttig! Hier is het oude verhaal in wrijving met wat is. Het is immers toch al verdwenen en je krijgt het nooit meer terug.

Het verleden boeit. De Aarde is er mee verweven. Laag na laag groeide ze, als een miljoenen jaren oud verhaal. Onze tijd is maar een klein deel in wat zij is. Als mens zijn wij slechts notendoppen in de eindeloze oceaan van haar bestaan. De verhalen zijn talrijk en liggen als schatten op de zeebodem. Sommige zijn welbekend, en varen als reuzentankers op de golven, even onaantastbaar als de Titanic. Maar zelfs de meest imposante verhalen die wij rondbazuinen, zijn maar een stofje in het eindeloze strand van de Oude Aarde. Wat weten we eigenlijk? Er zijn verhalen uit onze eigen cultuur, en er zijn verhalen in talen die bijna niemand kent. Gesproken talen, Maar ook talloze verloren talen met tegelijkertijd verloren geschiedenis.

Ik ben een meisje uit de polder. Ik dacht dat ik er niet veel mee had, maar dat is niet zo. Natuurlijk niet. Het land maakt deel uit van wie ik ben. Waar ik opgroeide was de zee nog maar net verdwenen. Alles werd ontworpen door mensen. De zee was slechts een herinnering. Het droogleggen legde oude littekens bloot. Er zijn restanten van oude dorpen gevonden, op de voormalige Zuiderzeebodem. Verdronken veendorpen. Daar ben ik terechtgekomen. Midden in het nieuwe land, waar van het oude mensenleven niet meer over is dan wat vage merktekens.

Ik heb diep respect voor het oude. Altijd heb ik het land bewonderd, dat aan de andere kant lag van de dijken. Friesland, Drenthe. Ik genoot van elke onverwachte glooiing, de oude bomen en ingestorte schuurtjes van vervallen boerderijen en benijdde de mensen die er woonden. Gretig nam ik het in me op, als een spannend boek. Maar ik kan het boek opzijleggen. Het maakt geen deel uit van mijn identiteit. Ik ben immers geboren op nieuw land. In deze tijd van grote veranderingen is dat eigenlijk wel praktisch. Het maakt me een opgeruimd mens.

Tegelijkertijd is een band met het land erg waardevol. De geschiedenis draagt kennis met zich mee over hoe we ermee om kunnen gaan. Misschien zijn we genoodzaakt een andere koers te kiezen. Sommigen zullen dat makkelijk kunnen. Mensen zoals ik, die op nieuwe grond zijn geboren of die noodgedwongen of niet, leerden loslaten. Ook mijn ouders zijn opnieuw begonnen, toen ze naar de polder verhuisden. En ook de ouders van mijn moeder waagden een grote sprong naar elders. Anderen hechten al generaties lang aan het oude land. Beide is nodig om balans te houden. Behoud en vernieuwing.

Ik houd van de Friese weiden, de horizon en van de Brabantse hei. Ik houd van de eilanden en de wadden. Maar het weer en onze bodem veranderen snel. Misschien zullen sommige landschappen drastisch veranderen. Het is het gevolg van een ketting van keuzes, die vele eeuwen terug gaat. Het is zoals het is. Ik weet niet hoe het land eruit gaat zien. Maar dat hoeft ook niet. Ik kijk en doe mijn best. We maken het samen.

.

NEDERLANDS
ENGELS

The landscape changes. To make a shift we must be open and ready to make choices. At the same time we have to treat the past with respect. I look at it as a woman from the polder.

.

 Andri Snaer Magnason, IJslandse schrijver:   Veranderingen die plaatsvonden over miljoenen jaren zien we nu gebeuren in één mensenleven. ‘We zijn voorbij de geologische tijd’, schrijft hij, en dit heeft tot gevolg dat ons systeem van betekenisgeving instort. ‘Als een systeem instort, wordt taal losgemaakt als boten van hun vaste ligplaatsen. Woorden die de realiteit moesten omvatten hangen plotseling leeg in de lucht, nergens meer op van toepassing. Waren de gletsjers in IJsland voor mijn grootouders de eerste gletsjer-monitors van IJsland, nog een decor voor de eeuwigheid, inmiddels verdwijnen deze ijsreuzen voor hun ogen. Het gaat erom een nieuwe taal te vinden voor deze nieuwe werkelijkheid.’

Lees het hele artikel over “Diepe tijd” :

https://www.groene.nl/artikel/een-duik-in-de-diepe-tijd

Ga toch fietsen! (Go cycling!)

.

.

Soms denk ik terug aan die ene keer, dat ik spitsuur meemaakte. Spitsuur bij het Ledig Erf in Utrecht. Ik kwam er nooit om die tijd. Ik was schipper. Ik ging altijd overal onderdoor. Ik voer op het water van Oudegracht en de Singel, ik kende het water beter dan de straat erboven. Ik hoefde zelden ergens heen want de winkelstraat was om de hoek. Dus ik wist van niks. Maar het was verschrikkelijk, dat spitsuur. Allemaal sacherijnige, ongeduldige mensen. Een heel andere wereld! Niet de mijne, besloot ik. Ik ben nooit meer met spitsuur het Ledig Erf op gefietst. Dan ging ik liever een uurtje later, of nam een andere route, langs de kleine straatjes.

Ik vraag me af, moet dat echt zo, dat spitsuur? Kan het niet anders? Kennissen van mij maakten een liedje: “Ga toch fietsen!” De groep heet Rommelhond.


“Ga toch fietsen!” Nou, ik fiets heel wat af, in Friesland. Fietsen jullie ook?

.

ENGLISH

Sometimes I think back to that one time when I was in rush hour. Rush hour at the Ledig Erf in the city, Utrecht. I never got there at that time. I was skipper. I always went under everywhere. I sailed on the water of Oudegracht and the Singel, I knew the water better than the street above. I rarely had to go anywhere as the shopping street was just around the corner. So I didn’t know anything. But it was terrible, that rush hour. All grumpy, impatient people. A very different world! Not mine, I decided. I have never cycled into the Ledig Erf during rush hour. Then I would rather go an hour later, or take a different route, along the small streets. I wonder, does it really have to be this way, that grueling rush hour? Can’t it be otherwise? Acquaintances of mine made a song about it: “Go cycling!” The group is called Rommelhond. Go cycling! Well, I cycle a lot, in Friesland! You too?

.

.

.

Zing een lied en kom weer thuis ( Sing a song and come home again)

.

.

Met het lied in de herinnering, wordt het thuisland nog dierbaarder.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

Ik kijk naar de geveerde cirruswolken in de hoge lucht. Ze zijn zo hoog, dat het ijskristallen zijn. Ik word er altijd gelukkig van, als ik ernaar kijk. Net als de zon, die schijnt op de rimpelingen in het water. Het water, de Swette. Op het pad naast de Swette komen mensen voorbij. Bekende gezichten, of onbekende, dorpelingen of zomergasten. Soms blijven ze kort, soms langer. Ze zijn allemaal even vriendelijk en hebben de tijd.

Ik voel me prettig en ontspannen. Het leven is goed. Dat sterkt de veerkracht. Voor het eerst sinds jaren ben ik zó uitgerust, dat ik elke morgen om halfzeven wakker ben. Dan open ik de deuren en kijk uit op de ochtendzon, die tussen de bomen door schijnt. Ik luister naar de vogels, ik kijk naar de hazen. Ze gaan rechtop staan zodra ze me in de gaten krijgen. Grote oren hebben ze, met zwarte puntjes aan het einde. Lieve zwarte puntjes, die steeds bewegen, bij elk geluid dat nadert. Vóór er mensen wakker zijn loop ik al naar de lange bult, waar ik 300 bomen en struiken heb geplant. Ik hak het riet weg met de sikkel, ik zie hoe het groeit. Ik hoef niet na te denken over de toekomst. De toekomst is hier. Het is wat voor mijn voeten de bodem uit komt. De planten! Ik zorg voor ze en zij zorgen voor mij. Het omringende leven vormt een wonderlijk ritme waarin ik verweven raak.

Het riet groeit hard, in de droge klei. In de winter is alles hier zompig en nat. Daar houdt riet van. Nat in de winter, droog in de zomer. Ik houd van riet. Allerlei vogels verschuilen zich in de ritselende stengels. Ik hoor ze maar zie ze vaker niet dan wel. Rond de jonge bomen hak ik de stevige stengels tot mulch. Ik trek het gras weg, rond de wortels van het plantgoed. De klei is donker en vruchtbaar. Verderop stroomt de Swette fris en vertrouwd. Als het lang niet regent, dan komt het water uit het IJsselmeer. Onze sloten staan nooit droog. Dat is fijn. De drijvende pomp met het zonnepaneel doet zijn werk. Hoe blauwer de hemel, hoe beter. Knalgeel slingert de meterslange tuinslang over het paadje. Ik loop er elke dag om de slang te verleggen. Als er dauw is, worden je benen nat van het lange gras, want het is maar smal. Het paadje loopt naast de even lange bult. Die is 125 meter lang. Op de bult is het riet, dat ritselt in de wind.

Steeds weer denk ik: Ik hoef helemaal niet weg. Maar toch ga ik. Met vakantie. Ik ga om te zingen. Dat wil ik al heel lang. Een meerstemmig lied, met allemaal verschillende stemmen. Dat ga ik doen. Hoop ik. Daarna ben ik immers weer thuis, bij de bomen, de vogels en de hazen. Bij de Swette, die nog altijd stroomt. Thuiskomen is net zo mooi als alle stemmen samen. Met het lied in de herinnering is het land nog mooier.

.

.

NEDERLANDS:

ENGELS:

Als je gezond bent, bof je

.

.

Gezond zijn is een gunst, een cadeau dat je krijgt. Anderen boffen minder.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst. (No English today)

.

Druppels regen tikken op het raam. Een bijzonder uitje ligt in het verschiet, maar mijn gedachten gaan uit naar het verleden. Volgende week ga ik een tijdje weg, naar Buitenkunst in Drenthe. Ik zou me erop kunnen verheugen. Maar vandaag is dat even niet zo. Ik denk aan heel andere dingen. Ik denk ik aan een periode in mijn leven, die steeds verder wegdrijft in jaren. En toch is het ontiegelijk dichtbij. Het gaat over de dood. In de docu Rooted Nomad heb ik een tip van de sluier opgelicht, met weinig woorden.

Het is niet de dood die het pijnlijkst is, voor mij, het is de veroordeling van mensen. De dood wordt er nog doder van.

Michiel, mijn man stierf aan longontsteking. Hij droeg veel met zich mee. Er werd gefluisterd, maar niemand vroeg iets. Het gerucht was duidelijk hoorbaar, maar het was een enkeling die het zei: Hij heeft zich doodgezopen. Het was zijn eigen schuld. Onverschillig haalt men de schouders op, in onbedoelde wreedheid.
Als pijn niet aan het licht komt is het als een groeiende schaduw. Het kan je overvallen, als iets dat los van jezelf staat. Eigenlijk hoort het niet bij je. Je bent immers gemaakt van sterrenstof. Het versluiert. Uit groeiende schaduwen ontstaan oorlogen. Naar binnen kijken is nodig, de tijd nemen. En mededogen. Je inleven in de ander. Het lost de schaduwen op.
Oordelen maken veel kapot. Mijn man, wie kende hem? Wie wist hoe zwaar het leven voor hem was, zo zwaar, dat hij al jong voelde dat hij een oude man was? Een mens hoort succesvol en gezond te zijn, in onze maatschappij. Het tempo is moordend en voor de meest gevoelige en de meest talentvolle mensen volkomen ongeschikt. Zo ook voor hem. Hij was een technisch creatief genie en zo hartelijk! Eigenlijk was hij meer een middeleeuwer. Ja, hij is gestorven en ik denk dat hij deze waanzinnige tijd waarin wij leven sowieso niet had overleefd. Als je niet gezond bent is het je eigen schuld? Als je geen succes hebt, dan had je beter je best kunnen doen? Nee.

Dit zijn zaken waar we het over moeten hebben. Ook al ga je op vakantie en is het leven goed. De schaduwkanten van onze maatschappij mogen niet achter vrolijke kleedjes worden verborgen, die massaal in de uitverkoop zijn.

Eigenlijk had ik al een ander blog klaar. Het was dit artikel, waardoor ik werd geraakt en dat de hartslijnen naar het verleden trok. Het gaat hierover: Gezondheid is voor het grootste deel afhankelijk van dingen waar je niks aan kan doen. Een heel feitelijk stuk kan soms veel losmaken.

Lees het als je wilt. Ik laat het nu voor wat het is. Ik ga luisteren naar de regen en zorgen voor de bomen. Dick past op ze, als ik weg ben. Voor die twee weken dat ik weg ben, heb ik twee korte stukjes klaarliggen, over de natuur. Die worden automatisch gepost. Dus jullie zitten niet zonder. Nou, Tot later dan!

https://decorrespondent.nl/13564/gezond-leven-is-een-keuze-als-je-geld-hebt/3470995168476-5520caf7

https://www.2doc.nl/documentaires/series/makers-van-morgen/2022/rooted-nomad.html.

.

NEDERLANDS

ENGELS: For this time there is no english version of the story.

Wat wolken weten (What wefts wit)

.

.

Zouden wolken de toekomst kunnen voorspellen? Wat zouden ze vertellen, als ik er op die manier naar kijk? Ik ga liggen, op mijn rug en zeil de wolkenwereld in.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to hear the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

Ik sta in de buitenkeuken, tussen de bomen. De keuken is achter het pleehok. Een puntdak met twee kleine ruimtes eronder. Er zit nooit iemand in. Ik ben de enige die het gebruikt, voor houtopslag, en om te schuilen onder het dak. Aan de achterkant steekt het ver genoeg uit om droog te blijven, als het regent. Je kan er lekker zitten.

De noordenwind is fris, vandaag. Hier in Friesland waait het harder dan elders. Na de zee komen de lege groene weiden. Precies zo’n wei als waar ik nu zit. De wind krijgt pas weerstand bij de beboste zandgronden. Ja, fris is het, ondanks de zon, die steeds weer vanachter de wolken verschijnt. Ze zeggen dat het over drie dagen 36 graden wordt. Bijna niet te geloven. Wij mensen zijn geneigd te denken dat alles altijd hetzelfde blijft, tegen beter weten in. Ik ken dat ook, al weet ik inmiddels dondersgoed hoe snel iets kan veranderen. Grote dingen, maar ook kleine. Het kleine is verbonden aan het grote.

Het is eigenlijk net als de koffie, die ik opschenk. Gewoon en toch bijzonder. Van ver is het gekomen voor het bij mij was. Het is geplukt, gebrand en gemalen. Het is verpakt en verscheept en in vrachtwagens vervoerd. Wat een boel stappen zaten daar tussen en wat ongelooflijk dat het nu toch hier is! Ik doe de knijper weer op het pak en zet het terug op de plank. Ik pak de kleine ketel van de kookplaat en het kokend hete water verdwijnt met een dun straaltje in de bruine filter. Dampend schenk ik het in een beker. De zoveelste kop van mijn leven. Elke dag drink ik er twee, vanaf mijn twintigste. Dat zijn 12.950 koppen koffie. Wat veel! Ik word draaierig als ik eraan denk. Ik kijk ineens heel anders naar mijn mok. Dit is dus de 12.951e. Ik doe er suiker en melk in en ga zitten op het veld voor mijn kleine huis. Mijn huis aan de Swette. Ik kijk ernaar. De wielen zakken steeds verder de grond in.

Voor mijn huisje heb ik zonnebloemen geplant. Erachter, op de buitenwand, zie je een landschap. Een groene wei is het, met een open horizon en een wolkenlucht. Alleen ze bewegen niet, de wolken. Ze zijn geschilderd. Ik kijk naar de andere kant, naar het Zuidwesten, waar een andere kudde wolken de hemel bevolkt. Wollig en wit, zoals ze horen te zijn. Het is het zelfde beeld, maar dit beweegt wél. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes tegen het felle licht. Zouden wolken de toekomst kunnen voorspellen? Wat zouden ze vertellen, als ik er op die manier naar kijk? Ik ga liggen, op mijn rug en zeil de wolkenwereld in.

Een hart zie ik. Er komt een gat in. Oei! Is het een gebroken hart, dat mij wordt voorspeld? Of kan het ook iets anders zijn… Ik blijf kijken. Ik zie een grote witte vredesduif. Misschien vloog die duif wel door het hart heen, en maakte hij dat gat. Dat zou mooi zijn. Een openhartige toekomst, daar voel ik wel wat voor. In stilte verbaas ik me over het zwerk boven mij. Er is een standvastige hippie met een hoed op, aan het roer van een radarboot. Langzaam verdwijnt het roer in zijn handen, maar zijn voeten blijven staan. Achter hem schuifelt een zeehond over het strand, verlangend kijkt hij naar de schuimende branding. Achter de branding is een egaal-blauwe zee. Voor een moment verdwijn ik in de eindeloze ruimte. Dan valt mijn blik op een langharige poedel, die me dwaas aankijkt. Dwazer en dwazer kijkt hij, tot hij opgaat in vage vlokken van vergetelheid. Ik ben de enige die hem zag, even maar, voor een moment.
Is dat het, wat wolken ons over onze toekomst vertellen? Wat is, dat waaiert uit en verandert van vorm. Het stijgt op en slaat neer. Als mist of motregen, als dauw of stortbui, als vlokken druppels of hagelstenen. Alles verandert. Niet te stutten, niet te stuiten, al doe je nog zo krampachtig je best. Dat belooft nog wat!

Ik neem een slok en dan is mijn beker leeg. Misschien was het wel de allerlaatste. Misschien mislukken morgen de oogsten door klimaatverandering. Of word ik van de ene dag op de andere kotsmisselijk, van die 12 952 e kop koffie en drink ik alleen nog thee. Ik kan ook wel dood zijn. Dan kijk ik naar beneden vanaf een wolk en zie iemand naar mij kijken. Wellicht is het een vrouw, liggend op haar rug, ergens op een veldje in Friesland. Dan knipoog ik naar haar en zij knipoogt terug.

.

.

Alto cumulus

.

.

NEDERLANDS

ENGELS

.

Could clouds predict the future? What would they tell me, if I looked at it that way? I lie down on my back and sail into the world of clouds.

De boom en de magere man ( The tree and the skinny man)

Al zo lang ik leef loopt hij langs mij heen, de magere man. Zijn huid is dun als perkament. Misschien is hij wel even oud als ik.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to hear the ENGLISH translation? Click on the button under the text.

“Wanneer je ergens naar uitziet, dan kan je de dood uitstellen. Zolang je nog iets wilt, dan leef je. Dat heeft veel invloed.” Het is de magere man die het zegt, misschien wel even oud als ik. Ik ben een boom. Een wilgeboom. Ik sta hier en hoor alles. Ik heb jonge mensen gezien die oud waren. Geen uitzicht zagen, niets wilden. Ik heb oude mensen gezien die steeds jonger werden. Zolang je elke lente maar sprankelt. Paadjes maakt in het riet aan de voet van mijn stam. Een plekje schept dat geheim is. Met glimmende ogen struin je erheen, de sikkel in de hand. Even doorlopen nog, dan ben je bij mij, de oude wilg. Dan, riet wegsnijden, nog meer riet. Trekken aan brandnetels en kruipende winde met hun witte pispotjes van bloemen. Hakken, met de sikkel tot er ruimte is, ruimte genoeg. Alleen jij bent hier met mij en de vogels. Je gaat zitten op de dode, liggende boomstam. Pissebedden schieten weg vanonder vallende schors. De dichte groene massa is verdwenen, dat heb jij gedaan. De heldere zon schijnt. Het is maar een heel klein open plekje. De stam, de bodem, alles is nog vochtig van de schaduw, die er altijd was. Je zit op een kleine heuvel, waarvan je nu de top hebt vrijgemaakt. Over de wilgenroosjes heen kijk je over het water. Ik, de oude wilg, bescherm je. Mijn vijf dikke stammen staan dicht op elkaar. Twee andere zijn afgezaagd, maar er groeien nieuwe takken uit. Er loopt een piepklein weggetje, verstopt tussen mijn dikke stammen door. Het gaat er in een bocht doorheen, de grond is er hard en aangestampt. Daarachter loopt het naar beneden. Tussen lange plantenstengels kom je uit bij het donkere water. Een paadje van de dieren is het. Niemand die het ooit zag, behalve jij, nu op dit moment. Jij zag als eerste mens, dit kleine geheim aan de voet van mij. Iets om te vieren! Ja, vier het, samen met mij! Verscholen tussen mijn wilgenblad en wuivend riet kan je het water zien. Het water, en aan de overkant het maisveld. Alles was er al. En toch is het nieuw, nu jij hier zit. Oud en nieuw tegelijk.

Voor sommigen verandert het uitzicht niet. De blik fixeert zich in oude gedachten. Het geheime paadje van de dieren ziet hij niet, de verbitterde man. En ook de wilgenroosjes niet. Met grote passen loopt hij tussen het riet door naar mij toe. Hij staat bij de liggende boomstam en kijkt naar de overkant, over het water heen, dat schittert in de zon. De schitteringen doven uit in zijn ogen. Hij ziet de waterhoenen niet, die nu kuikens hebben en zwemmen tussen het riet. De bittere man gromt en vloekt. Hij kijkt naar de groene trekker die daar rijdt, aan de overkant. “Al acht jaar mais! Hij maakt de Aarde kapot, die boer. Het is misdadig. Veertig jaar geleden was het precies hetzelfde met de wereld. Mais, mais, kunstmest en pesticiden. Ze mishandelen de aarde. Ik zou ze soms wel af willen schieten.” Hij draait zich om en loopt terug. In het dagelijks leven is hij de vriendelijkheid zelve. Zelfs zijn eigen vrouw kent zijn verbitterde bekommeringen niet. Een oude man en toch zo oud nog niet. Alles komt voorbij. Ik sta hier al tientallen jaren en hoor alles. Zo-even zat hier nog een jonge vrouw met een kleuter. Ze luisterden naar het geritsel van de reuzenlibelle in het riet. Hij was gigantisch. Ze lachten met ingehouden pret.
De magere man komt langslopen en glimlacht. Zijn huid is dun, maar hij hoort en ziet nog evenveel als ik. De ouderdom maakte zijn ogen zacht. Zoveel verschillende mensen, en ik, de oude wilg, hoor alles. Zonder er iets van te vinden.

.

NEDERLANDS

.

ENGELS

Everything will pass. I have been standing here for decades and hear everything. The skinny man walks by and smiles. His skin is thin like parchment, but he still hears and sees just as much as I do. Old age softened his eyes. So many different people. I, the old willow, hear everything. Without judging..