Zagen!

blogtek Zagen

.

Ik draai de sleutel om. De oude groen geschilderde schuurdeur gaat makkelijk open. Het is koud en vochtig binnen. De stenen vloer biedt niet veel warmte en kleine stoffige raampjes laten maar weinig licht door. Vlak naast de deur liggen dikke rollen schapenwol. Het is isolatiemateriaal met groen plastic erom.  Ik loop verder naar al het hout, dat gisteren werd gebracht, en aai over een gladde blankhouten plank. Het is een hele lange, dit moet de nok zijn, al op maat gezaagd door de timmerman. Er ligt nog veel meer op de stapel, die we gisteravond gauw naar binnen hebben gesjouwd, de timmerman uit Esbeek en ik. Wat is het veel! Zou dat allemaal wel kloppen, vraag ik me af.
Ik krijg er de kriebels van. Eerst maar eens overal een plakkertje opzetten waar het voor is. Met een rol tape en een merkstift in de hand ga ik alles af, kijk, meet, schrijf, plak en schuif. Aan het eind van de ochtend ligt alles keurig gesorteerd bij elkaar.

Ik zag er tegenop, om de grote doorbuigende vloerplaten over de kleine tafel van de cirkelzaag te halen. Hoe krijg ik dat ooit stabiel, vroeg ik me af. Ik had eigenlijk de handcirkelzaag willen pakken, maar verschillende mannen hebben me ervan overtuigd dat een zaagtafel beter is.
Dick is er. Hij helpt me, volgt mijn aanwijzingen, geeft suggesties. Dat is fijn. We pakken de grote populieren platen en leggen de afgetekende lijn vlak voor de zaag. Dick staat klaar als een ervaren aanduwer en ik sta ernaast om te geleiden. Ik druk op de groene knop en het geluid van de motor vult de ruimte. Rustig schuift mijn grote vriend de plaat verder de tafel op. De zaag snijdt met geraas door het hout. Meteen al zie ik de plaat twee millimeter scheef schuiven.  “Terug, terug!” roep ik, terwijl ik de plaat probeer terug te duwen. “Naar links!” wapper ik met mijn handen. We proberen het nog eens. En nog eens. Het lukt niet om de twee-en-een-halve-meter stabiel voor de zaag te krijgen. Ik krijg er de zenuwen van. “Laat maar zitten Dick, we gaan buiten verder. Met de handcirkelzaag.”

De wagen staat buiten op het veld, achter een huis in aanbouw. We sjouwen de plaat het hoekje om en leggen hem klaar op de wagen. Ik ben rustig en vol concentratie. Dan zet ik mijn handcirkelzaag in het hout, om de grijze potloodlijn te volgen. Gehurkt op de plaat volg ik lenig de lange lijn. Dit is fijn en vertrouwd. Geen supermachines maar gewoon. Mijn eigen oude, maar nog altijd scherpe cirkelzaag.

“Heb ik de zaagtafel nu voor niks gekocht,” vraag ik me af bij het koffiedrinken. “Nee, ik denk toch niet,” vervolg ik dan. “Voor balkjes zagen in de lengte is hij perfect. De wanden en deuren worden immers hol. Voor het vulhout zal ik nog veel moeten schulpen.”

“Ja”, zegt m’n vriend bedachtzaam. Dat denk ik ook.” Het is even stil voor hij verder gaat.. “Het gaat een mooie wagen worden, meissie! En het begin heb je vandaag gemaakt, want de vloer is de basis!”

.

kopse kanten met lijm

De bodemplaat is van populierenplaat. Dat is lekker licht en het hout komt uit eigen land. Het is wel nodig om het goed te behandelen, anders rot het razendsnel weg, vooral via de randen. Daarom heb ik alle kopse kanten ingesmeerd met zeewaterbestendige lijm van bison. De vlakken behandel ik met bootolie. De bodem bestaat uit verschillende delen, vanwege de ondiepe, maar ruime kast onder de vloer.  Er zijn vijf luiken om erbij te kunnen.

 

Toch een tafel

Grenenhouten poot van de tafel
“Ik heb vier jaar niet op een stoel gezeten” zei een kennis ooit tegen mij. “Ik woonde tussen Afrikaanse stammen. Niemand had daar tafels of stoelen. We zaten gewoon op de grond.” Ik vond het leuk wat ze vertelde. Het bracht me op een idee. Toen ze weg was heb ik van een rij rieten stoelen de poten afgezaagd, en ook de rugleuningen. Het resultaat was een reeks leuke zitjes. Mensen vroegen me waar ik ze vandaan had. Dat vertelde ik met plezier.
Nu woon ik hier dik een jaar. Ik heb nog steeds geen tafel en stoelen. Ik vind het niet nodig. Er is een bank en een kurkvloer. En schapenvachtjes. Daar kun je ook lekker op zitten. Werken en eten kan ik overal. Sommige mensen stappen verbaasd mijn kleine huiskamer binnen. “Geen tafel? Dat zou het eerste zijn wat ik neer zou zetten.” Ik haal mijn schouders op.

Het is een heerlijke herfst, bijna zomers. Ik sta op het bordes van mijn woonwagen en kijk over het veld in de ochtendzon. Er hangt al dagenlang een aanstekelijke werksfeer. Ton de beheerder, werkt aan een dak voor het huis, dat achter mijn woonwagen staat. Zijn zoon maakt een dak op de loods verderop. Ik ben ook lekker bezig. De verfpot staat de hele dag klaar en ik schilder alles fris en licht. Ik verf en ik timmer. Alles wat nodig is. Tot het donker wordt.
Als ik in bed lig komen de ideeën. Ik heb een notitieboekje naast me liggen, want als ik het niet meteen opschrijf, dan slaap ik niet. Van onder mijn dekens kijk ik opzij de kamer in. In het schemerdonker zie ik de contouren. Van de nieuwe kast waar ik zo blij mee ben, de wit omlijste spiegel aan de wand er tegenover. Mijn blik blijft rusten op de lege ruimte er tussen. Ik staar naar die plek, het vraagt om iets. Daar onder de spiegel, daar hoort een tafel, besef ik. Ik sta op en doe het licht aan. Mijn besluit staat vast. Ik ga een opklap-tafel maken. Een sterke, lichte constructie. Ik pak mijn boekje, schrijf alles op en teken het uit. Daarna val ik als een blok in slaap.

Twee dagen werk was het. De tafel is af en ik vind hem mooi geworden. Hij hoort bij de wagen, net als de kast en de spiegel. Wat is dit nu een fijne plek geworden. In tien dagen tijd heeft Jufrouw Kolibri een complete metamorphose doorgemaakt.
De vraag is nu, waar gaan we op zitten? Er is een kruk. Die is van mijn vader. Hij wil hem terug. Er is ook een mooi oud kistje. Met een deksel. Er ligt nu steeds een kussen op. Als ik dat eraf haal zie ik letters. “Atlantic Amsterdam”. Het kistje is één van de weinige overblijfselen uit mijn werfkelder in Utrecht. Zo’n kistje heeft meerdere functies, dacht ik. Je kan er op zitten, je kan er wat in stoppen en hij is mooi.
Daar staat hij dan. Een zwaar ding. De letters zijn bedekt door wat er op ligt. Niemand kan het zien, dat hij mooi is. En wat zit er nou in? Het zijn papieren, die ook best in de nieuwe kast kunnen liggen. Ruimte zat. Gisteren zei nog dat ik meer kistjes wilde. Allemaal om op te zitten en overal spullen in. Maar ik wil helemaal niet meer spullen. Ik wil er juist minder. Wat bezielt me eigenlijk. Ik weet best wat ik het liefste heb. Ik wil iets om op te zitten. Geen kistjes. En dit kistje gaat ook weg. Het is hard, maar zo is het. Opklap-krukjes wil ik. Licht en simpel. In elk geval vier.

Kistje is niet meer te geef.
Kistje voor vrachtvervoer over de oceaan

De nieuwe tafel onder de spiegel.
Opklaptafel in woonwagen

Het is of het er altijd al heeft gestaan.
Uitzicht door de deur met kast en laptop op tafel.

Ingeklapt. Let op uitstekende pen. Haal die eruit en dan kun je de poot eronder weg halen. Heel simpel.

Tafel ingeklapt