Klaar om te vangen

.

klaarstaan- in de sneeuw

.

.

Het nieuwe jaar is aangebroken, de klok heeft geslagen, de oliebollen zijn op en de rommel is opgeruimd. Met frisse moed adem ik de koude winterlucht in en stap het trapje af van mijn bordes. De besneeuwde velden lopen over in de lichtgrijze lucht die erboven hangt. Alle geluiden klinken doffer, door het gigantische witte kleed dat alles bedekt en de lucht is roerloos stil. Alleen mijn voetstappen klinken luid, het kraakt. Op de sneeuw ligt een dun laagje ijs.
Ik houd van sneeuw. Het bedekt alles, verschroeide aarde krijgt een koele jas, vuilnishopen veranderen in iets wonderbaarlijk moois. De oneindige helderheid van al dat ijs maakt mijn gedachten scherp en mijn concentratie is beter dan ooit.
Kon het maar altijd zo wit en helder zijn, in de hoofden van alle mensen in deze verhitte wereld vol chaos. En kon de sneeuw maar van alle mensen kinderen maken, met speelse harten en rode wangen, ogen glinsterend om de volgende bal te vangen, alle pezen van het lichaam klaar voor actie. Verder niets,  geen andere gedachten dan die aan dit spel met de elementen, in een maagdelijk witte sneeuwvlakte.

Maar er ligt meestal geen sneeuw. Dus moeten we op een andere manier ruimte scheppen in het hoofd. We maken helderheid in onze gedachten door op te ruimen, of door vakantie te nemen op een plek ver van de dagelijkse beslommeringen. Er zijn meer manieren om die maagdelijke leegte te verkrijgen. Je maakt het spoor voor je voeten vrij. Als je zo leeg bent en kan genieten van  eigenlijk niks en alle geluiden dringen haarscherp tot je door, ja dan ben je ontvankelijk en klaar. Je weet nooit wanneer je de bal krijgt toegeworpen en je weet ook niet hoe die er uit ziet… Maar dat hij komt, dat is zeker. Klaar staan, daar gaat het om, klaar om te vangen.

Oproep: Hoe maak jij jezelf leeg en klaar om de bal te vangen? Ik vind het heel leuk als je dat in een reactie wilt vertellen. Wat doe je, wat zie je, waar ben je… Of je nu je inspiratie bij Johan Cruijff haalt, bij de opruimcoach of in een klooster in India, ik wil het allemaal weten!

.

.

Een fietstocht door het witte land voor een heeeeleboel heerlijke goudreinetten!

Het laatste boek van de plank

.

.

Paul Biegel, De tuinen van Dorr

Als je moest kiezen
welk boek blijft als laatste
is het enige
dat niet mag verdwijnen
van je boekenplank?

Ik dacht er over na,
om het straks
echt te doen!

.

.

We zitten samen te eten, Dick en ik. Terwijl ik mijn laatste hap havermout in de mond steek, kijk ik omhoog naar de boekenplank. Het is maar een klein plankje, maar er staan toch nog vier-en-twintig boeken op. En dan is er nog een grote stapel planten- en bomenboeken, die in de kast ligt. „Ik zal nog heel wat weg moeten doen, als ik in de kleine wagen ga wonen,“ zeg ik terwijl mijn blik over de titels glijdt. „Kerewin, van Keri Hulme kan wel weg. Kan je die meenemen voor op jullie “weggeefkast“? Bij Dick staat een vitrinekastje bij de deur. Mensen mogen er dingen in stoppen of er uithalen. „Ja, kan wel, maar boeken blijven meestal erg lang liggen. We kunnen het proberen.“ Ik knik en kijk hoe hij de laatste hap brood in zijn mond steekt om dan rustig te gaan verteren met zijn rug tegen de wand van de wagen. Ik kijk weer naar de boekenplank.
„Alleen op de wereld, van Hector Malot. Dat vind ik ook moeilijk om weg te doen, net als de Geheime Tuin van Burnett. Maar dat is niet het moeilijkste. . .“ Ik kijk peinzend naar de twee laatste boeken van de rij. Daar staat Hasse Simonsdochter van Thea Beckman, het elfenkind uit Kampen.. Thea Beckman begon pas met publiceren toen ze 47 was, maar wat kon ze schrijven! Al haar boeken heb ik in één ruk uitgelezen. Ik genoot van de avontuurlijke ondernemende karakters, vaak sterke vrouwen uit vorige eeuwen. Ook de trilogie van “Kinderen van Moeder Aarde” vind ik nog steeds prachtig, over de toekomst. Het speelt in het land Thule, het oude Groenland, dat na de opwarming van de aarde een prachtig groen continent is geworden en waar vrouwen regeren.
Toch, het boek van Hasse Simonsdochter is het enige boek dat ik nog van haar heb. Het lastige van de boeken van Thea Beckman is, dat ze allemáál zo mooi zijn en dik ook nog. Geweldig om op een regenachtige dag in weg te duiken, maar niet handig, zo’n rij zware boeken op een plankje in een woonwagentje van zes vierkante meter. Dus ik heb ze weggedaan. Ook Hasse zal verdwijnen, weet ik nu. Ten slotte heb ik mijn e-reader.

„Ik weet welk boek mij het liefste is,” zeg ik plotseling tegen Dick en ik kijk naar dat ene boek. Het is een geelwitte rug met een groenbruine tekening, waarvan ik nu maar een klein stukje zie. De tekening loopt verder op de voorkant van de kaft. Aan één kant is de rug gebobbeld. Dat komt van water. Hij is nat geworden, toen hij in een kelder lag opgeslagen. “De tuinen van Dorr“, van Paul Biegel.

Ik pak het boek van de plank en sla het open. Dieprood papier, zo rood als bloed, is aan de binnenkant tegen de harde kaft geplakt. Het straalt mij warm tegemoet. Het is ook een warm boek, warm, lief en wanhopig. Het begint met een verboden liefde tussen twee kinderen, een prinses en een tuinmansjongen. “Mijnewel en Jouweniet,” noemen ze elkaar. Een heks verandert de jongen in een bloem om van hem af te zijn. Als de bloem verwelkt, plukt Mijnewel het zaad, om een plek te zoeken waar ze het in de grond kan stoppen, een plek waar ze hem weer terug zal zien, haar liefste, als hij weer ontluikt. Ze verlangt er zo naar hem weer te zien! Het kàn, hij kan weer veranderen in Jouweniet, maar dat weet ze op dat moment nog niet…
Ik houd van de taal van Biegel, zo direct en speels. De grote verbeelding die door alles heen loopt. Zijn boeken leven!

Ja, dit boek is het laatste boek van mijn plank. Dit is het boek dat blijft, straks als ik mijn nieuwe huisje intrek, een woonwagen met een vloer van zes vierkante meter.

.

.

Ik begin te lezen…

.

De verloren stad

Er was maar één manier om het pikzwarte water over te komen: in het rieten bootje van de dwerg.
„Dat kost een zoen op je linkerwang,“ zei de dwerg grinnikend.
Hij had een bochel die hem voorover drukte, alsof hij voortdurend een zware zak op de rug droeg.
„ Goed,“ zei het meisje zacht.
De dwerg draaide zich om en liep hobbelend naar de oever.
„Stap maar in,“ zei hij. . .

 

OPROEP

Kies je lievelingsboek, maak er een foto van, het boek op de grond tussen je blote voeten, net zoals de foto hierboven. De vroege ochtendzon of in de avond, het zijn mooiste tijdstippen voor een foto.

Schrijf heel kort waarom je dit gekozen hebt.

Zoek een alinea die je mooi vindt en zet die erbij.

Stuur het naar tt.alowieke@gmail.com. Dan zet ik ze bij elkaar in een volgende blog. Je kan kiezen of je je echte  naam erbij wilt hebben of een nepnaam.

Leuk, Ik ben benieuwd!