Signaal voor koerswijziging

.

 

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 8 minuten.

.

De weg gaat verder, daar waar het verhaal zijn wortels heeft.

Na een korte vakantie ben ik terug in het dorp vanwaaruit ik een maand geleden vertrokken ben. Het is tijd om weer aan het werk te gaan. Ik ben nog lang niet klaar met het boek, dat er straks komt. Hoe ga ik de presentatie aanpakken? Blijf ik hier, in deze buurt? Het is hier mooi. Het is me bekend, want ik heb hier de hele winter gestaan, achter de heg van Annemarie. Ik sta nu een stuk verderop, in een brede berm. Leuk, maar niet een plek om twee maanden te blijven staan. Maar waar dan wel? Weer bij Annemarie achter de heg? Ik twijfel. Dan sta ik weer zo ingepakt in een hoekje….Dat is meer iets voor de winterstormen. Voor knusse veiligheid als de kachel weer brandt. Ik kijk naar het glimmende raaigras en de vele eikenbomen die langs de weg staan. Ik kijk naar het wuivende riet in de sloot. Het is hier mooi. Wat zal ik doen? Waar ga ik heen? Ik weet het niet.

Dan stopt er opeens een fiets, naast me. Het is een tanige oudere man. Ik schat hem ergens in de zeventig. Ik doe de deur open.
‚Hee, stond jij niet in de krant van Wolvega en omgeving?’ vraagt hij me.
Ik knik uitdrukkingsloos. ‚Ja, dat klopt. Dat was ook de laatste keer dat ik meewerk aan krantenvulling in komkommertijd.’ Hij gaat er niet op in.
‚Heb je nooit problemen onderweg? Zo alleen?’
Ik haal mijn schouders op. ‚Nee hoor, eigenlijk nooit. Als ik maar niet te vaak in de krant kom.’
Hij kijkt me onderzoekend aan. ‚Je heb wèl een goeie kapper. Het is mooi in een coupe geknipt.’
‚Doe ik zelf,’ zeg ik. ‚De wagen heb ik ook zelf gebouwd.’
Hij kijkt me aan met grote ogen. ‚Oh… Ik zie mijn dochter dat al doen. Apart hoor!’
Ik krijg een beetje de kriebels. Dit soort bewondering is niet waar ik naar vis.
‚En is het niet eenzaam, zo helemaal alleen?’ vraagt hij me. Het is dezelfde vraag die altijd terug keert. Ik antwoord dat ik onderweg eigenlijk nooit alleen ben. Er zijn veel gastvrije mensen, die me graag een paar dagen een plek bieden.
Hij haalt zijn wenkbrauwen op. ‚En dan moet je zeker weer weg. Wat een onrust. Wil je niet een vast plekje, bij familie of zo? Mensen vinden je toch een beetje raar, als je jezelf buiten de maatschappij plaatst,’ zegt hij. ‚In je eigen wereldje blijven is toch veel veiliger!’
Ik kijk hem fel aan. ‚Ik sta niet buiten de maatschappij! Ik heb een leven achter me gelaten, en niet voor niets. Ik ben niet zomaar wat aan het zwerven. Ik baan mezelf een weg voor een nieuwe taak. Dat is niet makkelijk. Ik weet ook nog niet hoe het gaat lopen, maar ben vastbesloten mijn rode draad te blijven volgen.’ Nu zie ik even een andere blik op zijn gezicht. Heel even maar. ‚Maar is dit dan de manier om dat te doen? Als mensen je maar raar vinden?’
Ik vertel hoeveel ik geniet van al die goede gesprekken onderweg en hoeveel ik er aan heb. En dat ik vooral blije gezichten zie. Hij kijkt naar zijn voeten. Ik zie dat hij me niet gelooft.
‚Dat lijkt misschien wel zo, maar…..’ Hij slikt zijn woorden in. ‚Maar ík zie wel dat je karakter hebt hoor!’ haast hij zich te zeggen. ‚Jij kan wel wat. Zo’n huisje bouwen. Tjonge. Het is best leuk om met zo’n apart mens te praten.’
Ik kijk hem uitdrukkingsloos aan.
‚Ik begrijp het wel,’ zegt de man snel ‚Ik heb al zoveel mensen leren kennen, en zoveel meegemaakt, daar kan je wel een boek over schrijven. Ik snap het allemaal wel.’
Ik besluit er een einde aan te maken, zonder mijn wrevel te laten blijken.
‚Wilt u nog even binnen kijken?’ vraag ik opgewekt.
‚Neu…..,’ zegt hij. ‚Ik zie je vast nog wel een keer. Kom maar een keer bij ons koffie drinken,’ zegt hij goed bedoelend. Hij vertelt waar zijn huis is. Ik knik vriendelijk. Toch wel aardig dat hij dat zegt. Al kan ik er niks mee.

Hij stapt weer op zijn fiets en rijdt weg over de smalle landweg. Ik kijk hem verbaasd na. Dit is zo’n gesprek waardoor ik me afvraag: Wat doe ik hier? Moet ik niet heel ergens anders zijn op dit moment? Het voelt als tijdverspilling en de enige zin is, dat ik weet dat ik koers moet wijzigen.
Voor mij ligt de weg. Ik kan zo wegrijden. Waar leidt het pad naartoe? Terug naar Annemarie? Nee. Dat is het niet. Straks nadert de herfst. Dan is de boekpresentatie. Daar wil ik iets moois van maken. Daar moet ik nu mee bezig. En ik mag niet langer dralen.

Opeens weet ik het. Het is zo klaar als een klontje. Ik moet terug naar het Noorden. Naar één van de plekken waar het boek over gaat. Alleen dàn gaat het leven, en kan ik er echt iets van gaan maken. De weg gaat verder, daar waar het verhaal zijn wortels heeft.

.

Vertrekken met aandacht

.

Ik sta stil aan de kant, en luister naar de klok van ’t Universum, die vertrouwen tikt.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 5,5 minuut.

.

Vorig jaar ben ik drie maanden door Friesland getrokken. Dat was hard werken, want ik schreef ondertussen een boek. Het plan is om nu weer te gaan reizen. Niet om een lang verhaal te schrijven en ook niet om een film te maken. Gewoon om te genieten. Want in oktober is de boekpresentatie, iets om naar uit te kijken!

Dus ik ga op reis voor mijn plezier en ontspanning. Al een paar weken bereid ik me voor.

Weggaan is altijd anders. Soms loopt het soepel als van een leien dakje. Alles helpt mee. Het is als surfen op de golven. Een ander moment waait de wind woest om de oren. Golven woelen onvoorspelbaar om je heen en het is onmogelijk om richting te kiezen. Dan lig je de halve nacht met open ogen in het donker te staren. De volgende ochtend komen er van alle kanten berichten die je afleiden van je vertrek. Alles komt tegelijk.

Zo is het nu. Ik had een datum genoemd. Vier juli zou ik gaan. Dat heb ik gezegd tegen mijn buurvrouw. Hoe kwam ik er eigenlijk bij? De vorige keer gaf het ook stress. Dat was toen SBS6 kwam filmen. Wat een gedoe was dat. Ik kon mijn doe lijst niet afmaken en vertrok gehaast omdat de regisseur me riep.
Ook nu ben ik niet nog klaar. Ik zou mijn hoofd vergeten. En als ik mijn hoofd vergeet, dan kan ik het wel schudden.

Dus: Ik spreek nooit meer een datum af. Want weggaan vraagt om een goede afstemming. Ik kan ook niet zomaar wegrijden. De diverse manoeuvres vragen om rust en aandacht. Daarvoor moet ik van te voren een plan maken. Doet mijn krik het nog? Want ik moet eerst los komen. En waar plaats ik dan de mover, in welke richting trek ik, hoeveel ruimte heb ik? Hoe vaak moet ik loskoppelen en de mover verplaatsen? Niemand kent mijn wagen en mijn elektrische trekkertje zo goed als ik. Dus dat doe ik lekker alleen.

Het waait hard. Mijn hoofd is wazig door te weinig slaap. De wagen schudt heen en weer in de Westenwind. Alles stormt vandaag. Het stormt in de lucht en in levens van vrienden en kennissen. Het stormt in de wereld. Ontelbare verhalen klotsen wild door elkaar heen. Ik weet, hoe harder het stormt, hoe belangrijker is de stilte. Ik luister naar mijn eigen kloppende hart. Ik ga nog niet weg. Niet vandaag. Ik luister. Want alleen mijn eigen hart vertelt mij het juiste moment om te gaan. Heel stil ben ik.

Wat hoor ik daar? Ik sta op en spits mijn oren. Is het de klok van het universum die mijn vertrek inluid? Nee, ik vergis me. Het is een jonge uil in de schemering, die roept. Het is zo hoog en ijl dat je het bijna niet hoort. Een volwassen uil antwoordt met een rauw geluid. Dan zwijgen ze. Rustig ga ik weer zitten en luister naar de wind. Het komt zoals het komt.

.

 

 

.

.

Het ego is een wild paard

.

.

Iets doen wat ik eng vind. Vooral als het een groter belang dient. Die uitdaging. Dat is goed voedsel voor mijn wilde paard.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 10.30 minuten.

.

Langs de blauwe hemel jagen wolken met witte schuimkoppen. Een frisse wind waait door het huis en blaast alle bedompte warmte eruit. Mijn hoofd wordt weer helder. En dat is maar goed ook. Vandaag gaan we uit, mijn buurvrouw en ik. We gaan een beginnend voedselbos bekijken, het is vlak in de buurt. ‚Het kost wel tien euro’, zegt Annemarie. Ik haal mijn schouders op. ‚Dan verdient die man ook wat’ zeg ik.

Even later wandelen we een terrein op dat vol met jonge bomen staat, elzen, hazelaars, lijsterbes, en hier en daar een tamme kastanje of een stel fruitbomen. Eronder groeit lang gras en ik zie allerlei struiken en ook smeerwortel. We gaan we in een ruime kring om de jonge man heen staan. Hij begint zijn verhaal.
‚Hebben jullie wel eens gehoord van permacultuur?’ vraagt hij. Hier en daar gaat aarzelend een vinger omhoog. Maar die van mij gaat snel en heel parmantig.
‚Ik heb twee keer de jaaropleiding gedaan,’ zeg ik trots. Ik schrik een beetje van mezelf. Wat zeg ik nu weer. Ik lijk wel een haantje de voorste. Maar hij kijkt niet raar op van mijn opmerking. Hij knikt. ‚Okee dan weet jij er alles al van, wat ik ga vertellen. Zijn hier ook nog mensen die een bedrijf hebben met permacultuur?’ Niemand steekt zijn vinger op. Hij glimlacht een beetje opgelucht. Dat snap ik wel. Het kan lastig zijn om een verhaal te vertellen als er mensen omheen staan die meer weten dan jij. Vooral als je nauwelijks dertig bent en nog niet lang bezig. Bij het ouder worden is dat steeds minder een probleem. Je kan steeds makkelijker anderen een podium geven. Laat ze maar vertellen wat ze weten. Leuk! Maar ik geloof niet dat deze jongen daar nu op zit te wachten. Ik besluit ik om zo min mogelijk te zeggen en vooral te luisteren, tenzij ik een uitnodiging krijg.

Het is een inspirerende wandeling. De voedselbosbouwer komt van oorsprong uit een vinexwijk. Zijn groene vingers zijn nog maar tien jaar geleden begonnen met groeien. En nu staat hij hier, enthousiast te vertellen waarom hij doet wat hij doet. Heel af en toe stel ik een vraag en tot mijn plezier vraagt hij mij ook wat. Helaas heb ik geen antwoord, want ik sta nog na te denken over iets anders. Maar even later gaat het over bouwen,  waar ik meer van weet. Ik spring overeind en roep welke cursus die ik daarvoor gedaan heb. Het floept er gewoon uit. Geïrriteerd kijk ik over mijn schouder en zie de enthousiaste blik van mijn ego.  Koest! Zeg ik tegen hem. Dat is toch helemaal niet interessant voor deze mensen. Ik merk het al. Jij wil óók wat. De volgende keer ga jij met mij voor zo’n groep staan! Oeps, denk ik tegelijkertijd. Spannend!

Als ik weer thuis ben, denk ik erover na. Ik zie het ego als een wild paard. Tijdens mijn rustige teruggetrokken leventje staat hij vaak te dommelen, ergens tussen de struiken, terwijl ik geconcentreerd aan het werk ben. Ik werk, uur na uur, dag na dag. Meestal alleen. Want vooral dàn komt er iets uit mijn vingers. In opperste concentratie. En dat wilde paard staat daar maar, steeds op dezelfde plek. Het paard is een groepsdier. Zijn talenten komen vooral  tot zijn recht met anderen. Ik denk niet dat alle paarden hetzelfde zijn. Ook die zullen verschillende behoeften hebben. Maar ik geloof dat mijn paard wel temperament heeft. En dat terwijl hij door mij soms jaren achtereen op een klein stukje grond wordt gezet.

Wat gebeurt er dan. Langzaam wordt hij ongedurig. Met zijn hoeven stampt hij de grond plat. Dan verzuurt de bodem. Maar ik train hem, ik maan hem tot kalmte en geduld. Dus dan dommelt hij maar weer wat. Maar toch. Het vennetje waaruit hij drinkt begint te stinken, bij gebrek aan zuurstof.  En langzamerhand kan ik hem niet meer tegenhouden. Hij wil wat.

Als ik daar niet naar luister, dan heeft dat gevolgen. Je krijgt er verzuring van. Net als in die platgetrapte grond. Er zijn verzuurde mensen. De beste stuurlui, die aan wal staan. De betweters die roepen hoe je iemand moet redden die verdrinkt, maar zelf droge voeten houden. Niets is goed. We noemen ze vaak zeurpieten. Niks aan. Ik wil geen zeurpiet worden.
Dus hoe prettig ik ook doorwerk, af en toe moet ik er uit. Even wat anders. En dan sta ik daar, tussen zo’n groep mensen. Ik luister naar wat er gebeurt. Ik  ben mijn wilde paard even helemaal vergeten. Maar hij is er wél. Natuurlijk! Eindelijk gebeurt er iets! Hij staat pal achter me te popelen en hinnikt plotseling hard in mijn oor. ‘Hier ben ik!’ Roept hij. Help! Ik schrik. Mijn wilde paard!  Laat ik daar eens goed voor zorgen.

Hoe doe ik dat, daarvoor zorgen? Op pad gaan met mijn huisje is leuk, maar niet genoeg. Mijn ros vraagt om uitdagingen. Iets wat ik eng vind, maar heel graag wil.  Want als ik dat tòch doe, dan ben ik daarna extra trots. Vooral wanneer ik er iets anders mee dien.  Iets wat bijdraagt aan een groter geheel. Want dan gaat mijn ros echt glimmen, als dat is gelukt. Het gaat niet om mij, en tegelijkertijd voedt het mij. Dat is gezond voedsel voor het wilde dier. Daar houdt hij van, mijn paard. Dat voel ik.

Er zijn zoveel soorten paarden! Er zijn kleine en grote, met allerlei talenten. Er zijn er die vreselijk onhandelbaar zijn. Hun mens zal  het  moeilijk hebben. Hun paard is verwaarloosd, heeft geen duidelijke taak gekregen. En dat wil het graag. Dan wordt het wild en is niet te houden. Krijg het dier dan maar weer eens in toom. Daar kun je lang zoet mee zijn.

Anderen hebben hun ros al vroeg voor de kar geplaatst, die ze in beweging willen hebben. Dat scheelt een hoop tijd en gedoe. Soms zitten ze op zijn rug en rijden de eindeloze vlakte af tot de horizon. Die doen er wat mee. Ze doen precies wat ze willen.

Alle talentvolle rossen bij elkaar kunnen wat. Laten we er met elkaar een sterke troep van maken. Wat een mooi gezicht lijkt me dat, al die glanzende paardenlijven in beweging. Ik zie het al helemaal voor me. We galopperen door het leven als wolken in een blauwe hemel. We rusten bij dezelfde bron. En we zijn allemaal trots op elkaar.

.

PS: ik ben geen psycholoog. Ik denk gewoon hardop en iedereen mag het verder zelf invullen.

 

Doen of laten op deze planeet

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 7 minuten

.

Ik ben terug op dezelfde camping als waar ik vertrok, in juni 2019. De lente hult het terrein in een lichtgroene waas en de Zwette schittert in de zon. Dit is de plek waar ik bomen plantte, en kruiden. Ik was zo nieuwsgierig hoe het ermee stond! Nu wandel ik rond en kijk bij elk huisje en langs elk paadje. Bijna iedereen laat zijn gezicht zien.  Daarna ga ik aan het werk.

Ik verplant een paar kerspruimen naar een ruimere plek. Het zijn wilde prunussen die horen op deze natte kleigronden. Ze doen het hier geweldig. Ik zie zelfs al bloesems! Daarna loop ik naar de wilde kruidentuin. De munt neemt al een flink veld in beslag en ook de teunisbloemen rukken op, fier en recht de lucht in. Alleen de brandnetels rukken óók op. Die moeten met stevige hand in toom worden gehouden, al is het maar één keer per jaar.

En daarom ben ik hier!

Urenlang werk ik door en trek de zoveelste brandnetel uit de grond. Hij heeft een lange wortel en er zit een heel netwerk aan vast. Terwijl ik trek, scheuren de wortels de stijve bodem uiteen. Twee kippen haasten zich naar de los gewoelde grond en zien alles wat er wriemelend en roze in rond beweegt. Pik! Ann kijkt lachend toe, vanuit de verte. „Je lijkt wel een kip!“ roept ze hard. Ze zit op de drempel van haar huisje en kijkt naar me. Tussen ons in staan bomen en beginnend fluitekruid en brandnetels. De zon schijnt door de takken en zet alles in een warm licht.
„Wat doe je eigenlijk?“ roept ze dan. Ik loop naar haar toe om antwoord te geven. „Ik trek brandnetels uit, zeg ik. De kruiden die ik heb geplant, moeten hun plek gaan innemen en de brandnetels terugdringen. Het is voor de bijen en insecten.“ Ann knikt. „Dank je, dat wou ik weten. Ik denk altijd in eerste plaats aan eten, zie je. Al ben ik niet zo’n goede oogster, in dit geval.“
Ik glimlach. Dat zie ik hier graag, mensen die niks plukken. Mijn missie op deze plek is een andere. Ik wil onze kaalgeplukte planeet een handje helpen. Er is veel herstelwerk nodig. Het werk dat ik hier doe, zie ik als een beginnetje. Al is mijn werk maar sprietje vergeleken bij het woud dat we nodig hebben, ik word er zo blij van!

Als een tuin nog jong is, dan eet ik er niet van, ook geen blaadjes voor de thee. Wel pluk ik brandneteltoppen, look zonder look, en jong fluitekruid, voor in de soep. Dat staat er in overvloed. Wat groeien moet, moet je met rust laten, vind ik. Al verlang je nog zo naar zo’n sappig blaadje!

De wereld is een grote tuin. En gulzigheid kent grenzen. Daar komen we nu achter! Tot hier en niet verder, zegt de planeet. We zullen er aan moeten geloven. De aarde is geen dode kluit om te plunderen naar eigen believen. Het is een wonderlijk en levend geheel van talloze ecosystemen. Het reguleert op een intelligente manier. Dat blijkt maar weer. Nu hebben we een virus.

Ik kijk naar Ann, die nog steeds voor me op haar drempel zit. Op haar schoot heeft ze een artikel over vetcellen die virussen aantrekken. Ze leest hardop voor dat de IC nu bezet wordt door vooral dikke mensen. „Die krijgen het nu dubbel moeilijk…“ zeg ik peinzend. Dan laat ik haar achter met haar leesvoer. Ik loop onder de bomen door, naar de plek waar ik bezig was.

Ik kijk en bewonder. Ik zie zonnehoed en appelmunt, dropplanten en zenegroen. Ze zijn nog klein, maar alles leeft en zal verder groeien. Ik denk aan ze. En mijn poep geef ik terug aan de aarde, voor de planten. Laat het zijn werk doen, in alle rust. Laat het langzaam verteren, en tot voedsel dienen voor wat komt. Net zoals al die gedachten, van alle mensen die nu thuis zitten. Laat het zijn. Laat het zijn werk doen.

.

Klik hier voor het lezen van een goed artikel. Een stuk waarin ik een goede samenvatting vind, van alles wat ik zo graag wilde vertellen. Als we onze leefstijl, en vooral onze relatie met de natuurlijke omgeving niet veranderen, zal onze kwetsbaarheid voor infectieziekten toenemen. Maar wellicht wordt het besef van de noodzaak voor verandering door het coronavirus zo groot, dat prioriteiten verschuiven. En dat na deze pandemie de experts die voorheen tegen dovemansoren riepen, nu wel gehoord worden en we stappen ondernemen naar een wereld met een betere ecologische balans………………………………………………………. Ik heb alleen één kanttekening. Er komt een tijgerbeschermer aan het woord. Voor het beschermen van tijgers wordt in India de inheemse bevolking op dit moment van hun land verjaagd, terwijl zij juist de meeste kennis hebben van de biodiversiteit. Dit wordt verderop in het stuk wèl genoemd en dient ook in India nader onderzocht te worden.

(Laatste opmerking:Bron Survival International, al meer dan 50 jaar actief op dit gebied)

Liefde in tijden van córona

.

.

Het lijden is gereedschap voor de ziel, om de diamant van liefde te slijpen. (Alowieke)

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van acht minuten.

.

Ik ben al vroeg wakker. De ochtendzon schijnt door de ramen van de deur. Heerlijk dat het al zo licht is! Ik hijs mijn hangmat op en steek de kachel aan om mijn havermout op te warmen. Het is niet koud, eigenlijk hoeft het niet. Maar het is toch lekker, zeker als ik straks weer aan het werk ga. Want ik schrijf en schrijf en schrijf. Dag in, dag uit, in mijn eigen kleine huis op wielen.

Ja, daar sta ik dan, nog altijd in mijn kleine Wandelhuis op het erf van Annemarie. Ik doe de deur open, kijk om me heen. Overal zijn dieren druk in de weer. Verder is het dorpje Rotstergaast even rustig als altijd. De stilte is nog altijd even stil. Maar vandaag is het toch anders. Vandaag is het overál stil. De maatregelen tegen het ongekende Covid-virus zijn zelfs in Friesland getroffen. Zaterdag was er nog niks aan de hand. Het restaurant, waar ik met Dick naar toe was, zat vol mensen. Vandaag is alles anders. Het restaurant moet dicht blijven, net als de scholen. Overal zijn mensen thuis, die net als ik, schrijven of schilderen, lezen, of spelletjes doen met de kinderen. Was ik tot nog toe een uitzondering, ik maak nu deel uit van de groep van miljoenen mensen die thuis zijn. Zo is het, tot nader te bepalen moment. Een moment dat niemand weet. In deze tijd, waarin alles duidelijk is en gecontroleerd, is onze nabije toekomst ongewis. Ongelooflijk, dat dat kan.

Het stilvallen van inkomsten is voor sommige mensen een ramp. Elke crisis is vervelend. Vertel mij wat, ik heb er heel wat gekend en soms zag ik geen toekomst meer voor mezelf. Maar het is toch goedgekomen.

Toch het heeft ook een andere kant, dat we zo massaal niet weten wat er komt, en iedereen zich naar binnen keert.

Nu iedereen thuis is, hebben eenzame mensen eindelijk weer eens echt buren, die er zijn, en naar wie je kan zwaaien, door het raam.
Boeren kunnen even ademhalen, nu de aandacht op iets anders is gevestigd. Misschien kunnen ze rustiger nadenken. Zo’n pauze kan heel weldadig zijn.
Hamsteraars worden publiekelijk bekritiseerd en hebben alle tijd om zich te beraden wat daar de zin van is. Kinderen kunnen rustiger de weg oversteken, en de padden ook, op hun paddentrek.
Het aantal verkeersdoden daalt.
De lucht wordt schoner.

Maar het meest bijzondere is, dat de gang van zaken ineens niet meer vanzelfsprekend is. Dat we ineens weer weten dat de wereld niet van ons mensen is, maar dat we deel uitmaken van een levend systeem. Wanneer alles op zijn kop staat, kan je blik op de wereld compleet veranderen. Dat heb ik meermalen ontdekt, in mijn eigen leven. Het lijden is gereedschap voor de ziel, om de diamant van liefde te slijpen. Het kan heel pijnlijk zijn, en vruchtbaar tegelijk. Ik ben heel benieuwd hoe we deze tijd met zijn allen gaan dragen. En wat het in gang zal zetten.

Ik wens iedereen een goede tijd, met veel geduld, vruchtbare samenwerkingen en mooie creatieve oplossingen. En uiteindelijk, een hoopvolle blik op de rest van het leven.

.

En nu ga ik weer verder met schrijven. Ik heb antwoord gekregen van de uitgeverij, een afwijzing, zoals ik verwachtte. Maar óók een hele rij tips, wat ik níet verwachtte. Ze leggen er de nadruk op, dat ik meer van mezelf moet laten zien. Dus ik schrijf door, aan het boek „Langs kantelende wegen.” Ik ben alleen maar méér gemotiveerd! Zeker nu de actualiteiten er steeds meer op aan sluiten.
Over de kritiek moest ik even nadenken. Ik heb een post op Facebook gedaan en kreeg tientallen reacties. Dat was heel bemoedigend en opbouwend. Na een kort moment van goede raad en bezinning, ben ik opnieuw begonnen. De eerste hoofdstukken zijn compleet nieuw en autobiografisch. Het is geen vrolijk begin. Er zijn gevaren, er is angst en eenzaamheid. Maar het gaat ook over overgave. En dat we niet bang hoeven te zijn om elkaar vragen te stellen. Ik leer om door het lijden heen te gaan, en word steeds meer mezelf. Tot het moment komt om op pad te gaan.
En daar sta ik dan, naakt en kwetsbaar, maar taai en met een open blik op de wereld. En nu steek ik mijn hart onder de riem van mensen die het moeilijk hebben. Sterkte. Ga rustig even bij de pakken neerzitten. Maar laat je niet kisten.

 

 

 

PS Ik heb opnieuw een donatie gedaan aan Survival International. Juist in deze tijden is blijvende ondersteuning voor dit soort organisaties onontbeerlijk.

.

Terug naar het innerlijk kompas

.

Het innerlijk kompas, 1991.

 

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 7 minuten

.

Het is allang donker, wanneer ik de bus uit stap. Het was een welbestede dag, de lange wandeling door de Kennemerduinen, de ontmoeting met een trouwe bloglezer in Zandvoort, maar nu verlang ik naar dat warme kroegje vlak bij mijn slaapadres. Ik verheug me erop om nog even in mijn eentje na te mijmeren bij een goed glas wijn.

De mouwen van mijn jas zijn nog steeds kletsnat. Het heeft de hele dag geregend. In de duinen waren meer wandelaars, we keken elkaar aan alsof we bondgenoten waren: Wij trekken ons er niks van aan! Wij trotseren wind en regen! Die glimlachjes verlichten mijn hele dag.
Maar nu is het donker. Ik kijk op mijn telefoon, Google maps geeft aan waar ik ben. Het is 4,5 kilometer, vanaf de bushalte. Stevig loop ik door, langs het fietspad, de bocht om, het dorp in. Bloemendaal is rijk, huizen als kastelen staan tussen de hoge bomen in, met lange oprijlanen. De verlichting is schaars en ik zie niemand op straat. Ik raak een beetje in de war. De straat loopt uit in splitsing, terwijl het op mijn telefoon leek alsof het gewoon rechtdoor liep. Mijn telefoon is nat. Ik veeg hem droog aan mijn hemd en open opnieuw het gouden beschermkapje. Een blauw licht straalt mij tegemoet. Met één klik zie ik de kaart tevoorschijn komen.  Dan gaat het licht plotseling uit. De batterij is leeg. Wat nu? Ik heb ook een kaart in mijn zak, maar die is kletsnat en bovendien geleend. Als ik hem openmaak scheurt hij meteen uit elkaar. Dat kan ik niet maken.
Op de gok loop ik door.

Ik heb drie splitsingen gehad en weet dat ik nu echt verkeerd loop. Zal ik aanbellen bij één van die kasteeldeuren? Ja, waarom niet. Ik loop een grindpad op. Een opgewekte veertiger doet open. O, moet je in richting van de hockeyvelden? Dat is rechtdoor en dan linksaf.
Hij is kort van stof en groet me lachend terwijl hij de deur weer sluit. Als ik doorloop blijkt er wéér geen rechtdoor te zijn. Ik vind opnieuw zo’n verwarrende splitsing. Ik bel bij drie huizen aan waar licht brandt. Niemand doet open. Net als ik me eenzaam begin te voelen komt er een fietser aan. Hij is allervriendelijkst en gaat niet weg voor het echt duidelijk is waar ik heen moet. Eindelijk.

Als ik bij het eethuis aankom is de deur op slot. Twee meisjes met witte bloesjes vegen de tafels schoon en kijken niet op of om. Ik loop door naar mijn gehuurde kamer.

Die dagen ervaar ik dat mijn telefoon vaker de verkeerde weg aanwijst. En terwijl ik net geconcentreerd ben, krijg ik bovendien meldingen en seintjes over dingen waar ik helemaal niet mee bezig ben. Waarom heb ik dit ding eigenlijk? Het is een stoorzender. Ik kijk steeds vaker naar mijn telefoon.

Vroeger had ik een heel goed innerlijk kompas. Als kind was ik goed in het inschatten van tijd en richting. Ik speelde altijd buiten en keek naar de zon en de richting van de wind. Waarom zou ik dat niet opnieuw gaan trainen? Ik vecht me vrij, ik kies voor dat wat er bij me hoort. Ik bouwde mijn eigen huis en bewandel de wegen die ik wil. Maar ook de binnenwegen wil ik open houden, die naar mijn hart en intuïtie. Ik wil al die bordjes, piepjes en flikkerlichtjes reduceren tot het meest noodzakelijke, tot dat wat mij dient. Want ik ben de koningin van mijn leven en geen slaaf van de technologie of wat dan ook.

En het gaat niet alleen over mij. Als ik me bedenk hoeveel energie dat kost, al die mensen die constant online zijn, techniek waar steeds meer oren aangenaaid worden, die steeds ingewikkelder wordt en daardoor nóg meer energie kost… Wat we nodig hebben is eenvoud. Eenvoud biedt helderheid, maakt dat we kunnen kiezen waarheen het wijs is om te gaan. En helderheid hebben we nodig, in een bestaan dat steeds sneller verandert.

 

 

 

MAATREGELEN.

1 Richting kiezen:

* Ik ga weer met stevige papieren kaart op pad, of bestudeer deze uitgebreid van te voren, met persoonlijke aantekeningen. Ik haal mijn kompas weer boven water en kijk weer vaker naar de richting van de zon en de wind en zal vaker vragen stellen aan voorbijgangers. (Dat levert soms verrassende ontmoetingen op!) Zo mogelijk neem ik een waterdichte kaart mee. Is die er niet, dan maak ik een uitgebreide tekening op een stuk compact karton met potlood.

 

2 Internet:

* Ik neem een abonnement met ongeveer 10.000 MB’s. Het werkt via een dongel die in mijn laptop kan. 

* Om op internet te gaan moet ik mijn scherm installeren. Dat doe ik niet zomaar tussendoor. Ik zal op vaste tijden bereikbaar zijn, op maandagmiddag en woensdagochtend lang en tussen zes en zeven check even ik mijn mail en whats app (Zie tip hieronder)

* Ik gebruik de mobiele versie van facebook, dat kost veel minder energie en ik krijg minder advertenties. http://m.facebook.com/

* Ik gebruik mijn smartphone alleen nog als camera en radio. Daar heb je geen simkaart voor nodig en het is toch een mooi klein dingetje. Ik hoop dat hij nog lang meegaat.

* Ik werk met voortschrijdend inzicht.

Nieuws:

 Ik waardeer het als mensen mij links opsturen naar nieuws dat opvallend was of een stuk dat goed is overdacht. Ik vind het leuk om daarover te corresponderen. Je kan die link ook onder mijn blog zetten, dan kunnen meer mensen er kennis van nemen. (Aarde, natuur, bodem, filosofie, samenleving, wetenschap, boeken, cultuur.)

Tips van anderen:

* Arie: Whatsapp kun je ook op laptop uitlezen, en op een smartphone helpen een browser als Brave, een blocker als Ghostery, gebruik van een incognitomodus, uitschakelen diverse functies zoals gepersonaliseerde advertenties, geen locatiegeschiedenis, of evt anoniem netwerk. Net als veel nuttige apparaten en veel anders in het leven: aantal beperken en gedoseerd gebruik, maar vaak moet je even de uitersten bewandelen om te weten waar het midden ligt (Bomans)

* Marianne: Ik begrijp het heel goed Alowieke van Beusekom! Ik erger me ook groen en geel aan de algoritmes en de adds die je allemaal krijgt.Heb daarom laatst wat veranderingen aangebracht met een andere browser die je niet volgt, adds blokkeren o.a. ook van facebook. En ook signal gebruiken ipv whatsapp. Het helpt een beetje maar ja als anderen niet ook signal gaan gebruiken wordt het wel lastig. Er zijn wel alternatieven maar op de één of andere manier vinden mensen het kennelijk niet belangrijk genoeg. Hoop toch wel dat je bereikbaar blijft 🙂 De weg vinden vanuit je innerlijke kompas gaat vast wel lukken! Groetjes uit Zeeland 🙋‍♀️

Een stille mijlpaal van lang geleden

 

De tekening is van 1991

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 10 min. En vergeet niet naar de onderstaande dagboekfragmenten te kijken, na afloop.

.

Het is heerlijk rustig in huis. Ik hou van de wind, als ik erin fiets, of aan de dijk sta. Ik neem hem voor lief, wanneer hij dagenlang tegen mijn kleine huis aan beukt, precies vanuit het zuidwesten, waar geen beschutting is. De dikke deken, die nu voor mijn achterdeur hangt, beweegt dan zachtjes. Ik ben blij dat ik de wind buiten kan houden, dat ik een huisje heb. Maar nog blijer ben ik als de wind is gaan liggen.

Ik wil me opnieuw concentreren voor de volgende fase van mijn boek. Hoe meer ik me concentreer, hoe beter het wordt. Dat is de hele clou. Dus ik klap de laptop dicht en kijk bewust niet naar de nieuwsberichten. De afgelopen dagen is er weer veel stof opgewaaid, ik heb de discussies gevolgd en meegedaan, ik heb gezegd wat ik wilde zeggen en laat het nu bezinken. Ik hoef niet al het nieuws op de draad te volgen, liever kijk ik af en toe, zodat ik op gepaste momenten een beeld kan maken van het geheel en mijn aandacht niet vervliegt in de stormen van deze tijd. Niemand heeft wat aan me, als ik gespannen in bed lig te staren en me druk maak om iets, waar ik op dat moment niks aan kan doen.

Mijn interesse gaat bijna altijd over de aarde en hoe we daar mee om gaan. Het gaat over boeren en het gaat over bouwers en waar ze hun grondstoffen vandaan halen, het gaat over water, of we het vasthouden of laten vloeien, het gaat over mensen die zich verbonden voelen met hun grond en die ze maar al te vaak moeten verliezen. Ik heb niet veel met reizigers, die zoveel mogelijk indrukken willen opdoen, overal en ergens. Ik bewonder het rijke palet aan culturen en luister naar wat er elders gaande is. Maar ik hoef er niet per se naar toe. Mensen noemen mij een reiziger, denken dat ik dat ben. Ik denk dat ik dat helemaal niet ben. Mij boeit de band die mensen hebben met wat er híer is. Met elkaar moeten we het klaarspelen. Wij hier, zij daar en altijd wetend van elkaar. Ik heb dit vanaf mijn pubertijd beseft en ik wist ook dat het niet makkelijk zou worden. Ik herinner me één speciaal moment.

Het is 1981, ik ben zestien en loop door het Emmeloordse bos, over het brede grindpad. Ik loop langs het gras naast de eendevijver en het hertenkamp. Mijn lange haar licht op in de zon, sinds ik van meisje tot vrouw opgroeide, werd het tot mijn verassing opeens twee keer zo dik. Niet dat ik er de show mee steel, ik houd me daar niet mee bezig. Nee, het is iets anders wat me boeit. Ik heb een boekje, lichtgrijs met subtiele rode letters, een heel klein boekje, van Tagore. Ik vond het in de weggeefmand van de bieb en nu heb ik het heel vaak bij me. Het past precies in mijn jaszak. Tagore is een dichter en filosoof uit India en er staan korte tekstjes in die me de wereld laten zien alsof ik een vogel ben of een vlinder. Maar ook maakt het inzichten bij me los. Ik denk er graag over na en weet dat ik slechts te gast ben op deze aardbol.
Ik voel het boekje in mijn zak en loop naar het kleine veld verderop. Ik stap tussen de bloeiende paardebloemen door naar de picknicktafel, die in het midden staat, ik klim  erboven op en ga op het randje zitten. Mijn benen bungelen naar beneden.
Ik kijk over het veld en sta stil bij het moment. Ik kijk naar de zon die boven de bomen uitklimt, hoger en hoger in zijn baan. Wie ben ik? Ik was een creatief kind met veel vriendinnen. Nu zit ik hier, alleen, als dromerige tiener en ik heb nog maar weinig meegemaakt. Langzaam zie ik hoe de wereld is, kaalslag, oorlog en vluchtende volkeren, het smerige geld waar alles om draait. Het maakt me stom van verbazing en ik kan er niet over uit dat het is zoals het is. Maar toch wil ik hier mijn weg in maken. Ik heb iets te doen, al weet ik nog niet wat. Wat moet ik nog veel leren, denk ik, wiebelend met mijn benen over de rand van de dikke tafel. Ik zie hoe de zon achter een kleine wolk verdwijnt en mijmer. Ik kan een dromer blijven, denk ik bij mezelf, en altijd op picknicktafels naar de zon, het bos en het water blijven staren. Maar dat wil ik niet. Ik kies ervoor om te leven en ik zal elke uitdaging aangaan, die ik nodig heb. Even houd ik mijn adem in. Tjee, denk ik, dat is nogal wat. Ik kruip naar het midden van de tafel toe en leg mijn benen in kleermakerszit. Een tijdje sluit ik mijn ogen, geniet van de zon in mijn gezicht en luister naar de wind in de boomtoppen. Dan pak ik het boekje uit mijn zak en sla ik het open. Op de kleine bladzijde staat maar één ding.

“Je kunt de zee niet oversteken door alleen naar het water te staren.”

Ik kijk getroffen op, klap het dicht zonder er bij na te denken en haal diep adem. Ik staar naar de grijze kaft. Tagore slaat de spijker op zijn kop. Ik kijk weer op, aan de overkant van het veld loopt een man voorbij, hij kijkt niet op of om. Ik stop het boekje terug in mijn zak en klauter van de tafel af om verder te lopen, het veld in, het pad op. Er is net onderhoud gepleegd en het grind knerst onder mijn schoenen. Knersend gaan mijn voetstappen voort, de bekende bocht om en verder, tot waar ik niet meer kijken kan.

(Wordt vervolgd)

.

Hier volgen verschillende dagboekfragmenten uit 1980 (Ik was toen vijftien en letterlijk met stomheid geslagen toen ik me bewust werd van de wereld waarin ik terecht gekomen was.)

.

.

 

.

 

.

.

.

https://www.ad.nl/opinie/boer-komt-klem-te-zitten-door-vrije-wereldhandel~a520c8cc/

.

Als tegenhanger van deze serieuze kost luister ik naar een voorleesboek van Roald Dahl: De GVR

Opdat we niet vergeten

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 7 min.

Ik had een verhaal geschreven over een rotdag. Dat maakt iedereen wel eens mee, je vindt dat je ergens bij hoort te zijn, maakt een lange reis en onderweg gaat alles mis. Op de plek van bestemming is er weinig contact en de terugweg is nog erger dan de heenweg, waardoor je pas laat in bed ligt en nog urenlang met wijdopen ogen naar het plafond ligt te staren. Ik heb besloten dat verhaal niet te publiceren, want ik ben blij dat die dag voorbij is.

Ik vond gisteren iets veel leukers. Ik trof dit oude Chinese teken voor vrede aan, in het boek der veranderingen. Ik keek er lang naar en ontdekte steeds meer. Ik zie een veilig dak, dat sterk en stabiel is, te zien aan de drie dikke strepen erboven. Maar het boeiendste vind ik de ster daaronder. Tenminste, ik dacht dat het een ster was. Hetzelfde teken staat namelijk onder mijn handtekening, op mijn vijftiende in spontaniteit ontstaan en nooit verdwenen. Nu kom ik dat symbool op verschillende plekken tegen. Ik weet dat het ook terugkomt als een oud Afrikaans teken: Ananse Ntontan en het gaat over de creatieve complexiteit van het leven en wijsheid daarin. Het is dus geen ster, het is een spinneweb! Ook in dit Chinese teken past het spinneweb als een bus.

Met die gedachte begrijp ik het Chinese symbool nog beter, de complexiteit van het leven kan alleen gedragen worden in een sterk huis van Vrede! Zonder dit fundament stort alles in, de voedselvoorziening en de samenleving tegelijk. Daarom wil ik blijven bouwen hieraan, in mijn blogs en in mijn boek. Ik heb mijn eigen huis gebouwd. Nu wil ik helpen bouwen aan een groter fundament en verbanden leggen, waar ik zie dat het nodig is. Ik blijf bij mezelf en luister naar de ander, die zich openstelt.
.
Het symbool voor Vrede, staat in de I Tjing, als nr. 11. Ik vond er een perfecte gebruiksaanwijzing hoe we met de aarde om moeten gaan. Opdat wij nooit vergeten:
(…..)
De natuur moet worden ondersteund bij haar voortbrengen. Dat gebeurt wanneer men de voortbrengselen aanpast aan de juiste tijd en de juiste plaats. Daardoor wordt de natuurlijke opbrengst verhoogd. Deze activiteit, die de natuur bedwingt en helpt, is het werken aan de natuur, dat allen ten goede komt.

Die dwang is natuurlijk een zachte, met liefde en respect voor dat wat eigen is aan elk levend wezen. Het is een dwang die ondersteunend werkt, ik denk aan een stut onder een oude fruitboom, een humuslaag voor de aarde, of hoe je verschillende planten naast elkaar zet, die elkaar stimuleren. Permacultuur is van alle eeuwen.

”De juiste tijd en de juiste plaats,” dit geldt ook voor onszelf, denk ik. Ben ik op de juiste plaats en is de ander dat ook? …. Is er eigenlijk wel tijd? Zonder tijd kunnen we het wel schudden!

Ook Goethe had die gedachte:
“Dich im Unendlichen zu finden,
Musst unterscheiden und dann verbinden.”

Deze spreuk slaat bij mij in als een klok. Dit is wat vanaf nu in mijn geheugen gegrift staat. Het zal op de eerste pagina staan van mijn boek. Dit is waarom ik op weg ben gegaan en niets anders.

.

 

PS: Drs Jung heeft een voorwoord geschreven in de I Tjing en hij vertelt dat Confucius en Lao Tze zich in alles lieten inspireren door dit magische oude boek.

Op het bankje bij IJs en Zopie

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van bijna 8 min..

Mijn etsbrug is eruit gevallen en als ik lach zie je een zwart gat. Gelukkig kon ik meteen terecht bij mijn tandarts in Utrecht. Om kwart voor vijf is de afspraak, dan zet hij hem er weer in. Het is nog lang geen kwart voor vijf, en ik vind het heerlijk om vrij te zijn en door de stad te dwalen. Het leukste is de Twijnstraat, ik woonde er vijftien jaar vlakbij.
De Twijnstraat is de oudste winkelstraat van Nederland, en de gezelligste die ik ken. Het is als een dorp, dat zelfs vertrouwder voor mij is dan mijn geboorteplaats. Het is een straat waar je niet alleen loopt om boodschappen te doen. Je gaat er ook heen om je buurtgenoten te ontmoeten en ik kom er altijd wel iemand tegen. Ik loop langs de viswinkel, langs de tatooshop en langs Kortjakje door tot het einde, en daar is IJs en Zopie. Er zit een vrouw op het bankje, met knalrode krullen en een chocoladebruin hondje op schoot. Een meisje loopt net weg en kijkt nog even om. “Dank u wel voor het aaien,” zegt ze netjes. “Graag gedaan hoor,” zegt de rode dame “Hij heet George.”
Vlak voor haar sta ik stil en kijk naar binnen, de ijswinkel in. “Met dit ijsje steunt u de roeiers van Orca. De ijssalon is in 2005 opgericht en het wordt volledig gerund door studenten van roeivereniging Orca. Ons ijs is volledig biologisch.” Gek, dat heb ik nog nooit gezien. “Wat leuk hè, dat studenten dit met elkaar doen,” zeg ik tegen de rode dame. Ze knikt enthousiast,“Ja erg leuk!” antwoordt ze. Ze zit alsof ze alle tijd heeft, en geniet van de voorbijgangers. Haar hondje heeft net zo weinig haast als zij. Een mooi moment voor een praatje over het leven en de wereld.
“Ze zeggen wel eens,” begin ik, “De jeugd hangt alleen maar achter de laptop en is helemaal niet bewust van de wereld, maar dat geloof ik niet.” Ze knikt meteen “Nee, zeker niet, ik ben onderwijzeres op een school, en de kinderen zijn er allemaal mee bezig, het milieu en het klimaat. Ze weten dat het hun toekomst is. Alleen beseffen ze nog niet dat ze zelf vaker moeten inleveren aan luxe, dat ze veel te veel hebben.” Ik knik, “Maar is dat met veel volwassenen niet hetzelfde? Het doet me denken aan een boek van iemand,” en ik kijk haar even aan, ze luistert aandachtig, “Die man bekeek wat nou het einde inluidde van een beschaving en hij onderzocht er verschillende, zoals de Maya’s en Paaseiland. Hij kwam op vijf hoofdpunten, maar ik denk dat de hoofdzaak was, dat ze zichzelf het belangrijkst vonden en zich niet meer in het grote levende ecosysteem konden plaatsen.” Ze denkt even na en knikt. Ik ga door, “Hij schreef ook dat in Nederland de meeste mensen zijn die lid zijn van een milieuorganisatie. Hoe komt dat denk je?”
De rode dame kijkt verrast, “Dat wist ik niet, ik zou het niet weten.” Ze aait het hondje op haar schoot, zijn lange neerhangende oren bewegen heen en weer. Ik heb er al over nagedacht. “Ik denk dat het komt omdat hier zo weinig natuur meer is, en omdat alles steeds op de schop gaat,” zeg ik. Haar ogen lichten op. “Hé ja, zo heb ik het nog niet gezien. Dat is inderdaad zo, als hier een boom om gaat is er gelijk een gat, omdat er zo weinig is,” bedenkt ze hardop. Ik knik en ga verder, “Die man in het boek dacht dat het kwam omdat we hier allemaal achter dijken wonen, dat wij daarom zo milieubewust zijn, haha, ik hoor nooit iemand over dijken,” grinnik ik. Ze haalt haar schouders op. “Nee, ik ben ook niet dijkbewust. Buitenlanders, die zijn dijkbewust, voor hen is het iets bijzonders.”
Ze kijkt naar haar hondje op schoot, en haar handen liggen in zijn nek. “Dit is George,” zegt ze. Het is maar een kleine hond en hij kijkt lief. “Is het ook echt een George?” vraag ik “Dat weet ik niet, hij houdt van knuffelen,” zegt ze zeer beslist. Ik kijk het hondje nog eens goed aan. “Ik vind het een integer hondje,” besluit ik dan. “Ja dat issie zeker!” lacht ze. “Als ik een hond neem, wil ik ook een George,” zeg ik. “Dank je!” roept ze tevreden. Haar handen bewegen langs de lange flaporen. De roodbruine ogen van de hond kijken rustig de drukke winkelstraat in. Die hebben het wel naar de zin met zijn tweeën. Ik glimlach. “En nou ga ik weer hoor, dag!” zeg ik en loop weg terwijl ik mijn hand op steek. Ze groet terug en kijkt alweer naar de volgende voorbijgangers. Ik loop naar mijn vouwfiets. Ik ben precies op tijd om naar de tandarts te fietsen.

.

Verhalen als paddestoelen

.

.

Reizen en verhaal maken is een inspannende bezigheid. Elk gesprek kan belangrijk zijn en wordt opgeslagen in het geheugen, inclusief gezichtsuitdrukkingen en omstandigheden. Soms zijn dat wel tien of twintig gesprekken per dag, kort of lang. En steeds weer moet je kiezen.

.

Luister hier naar het gesproken verhaal, met tussendoor muziek van eigen hand. (5 min)

.

De hoge haag omringt mijn woonwagen. Het is nu geen wandelhuisje meer, het is een wooncocon, en rondom went het dierenleven aan de nieuwe omstandigheden. De koolmezen weten inmiddels, dat er zaad uit de deur komt. Niet elke dag, maar af en toe. Ik geniet van hun verkenningstochten in de heg, buitelend en fladderend van tak tot tak en eronder, op de grond. Ook de mussen laten steeds weer van zich horen en een enkele roodborst fluit zijn lied dwars door het gekeuvel heen.
Binnen brandt de kachel. Ik schrijf en wanneer ik niet schrijf, wandel ik tussen de plassen en de rietvelden.

Soms word ik overmeesterd door een lome slaperigheid. Ik geef me er graag aan over, vooral in de avond doe ik het liefst helemaal niks meer. De vliegen weten inmiddels dondersgoed dat het buiten koud is en blijven alle 56 binnen.

Ik lig op de bank en voel ze. Met een stuk of wat tegelijk kriebelen ze over mijn armen. Met ogen dicht probeer ik ze te tellen, waar voel ik wat? Eigenlijk is het tantra voor gevorderden. Haha. Zal ik ze ooit dood slaan? Eigenlijk heb ik liever dat de spinnen ze opeten.

Het is heerlijk toeven in mijn huisje, nu ik even niet meer weg hoef. Het is geen wonder dat ik leeg ben, na wekenlang in een toestand te hebben verkeerd van waakzaamheid. Niet vanuit gevoel van onveiligheid of angst, nee, ik ben niet bang alleen. Het is het feit dat overal zaden voor verhalen zijn, die wortel kunnen schieten. Alles wat ik meemaak kan een schakel betekenen in het boek. Tegelijkertijd beïnvloeden mijn keuzes het verdere verloop van de reis en het verhaal.

En nu is het herfst en bladeren verschrompelen en verkleuren. In de ochtend kruipt een koude mist over de velden en langzaam maar zeker trekt het leven zich terug in zichzelf. De verhalen die ik verzamelde, verdiepen zich, maken lange draden in de aarde. Draden verbinden zich, en wat ooit begon met een gesprek of iets wat ik zag vanuit de hoek van mijn oog, groeit. Verhalen bloeien op als paddestoelen die uit de verzadigde bodem breken. Ze vormen een deel in het geheel van constante verandering. Onderwerpen verweven zich, kwetsbare volkeren, mensen in de knel, de bodem onder onze voeten, hoe alles groeit en bloeit, en dan wij, hoe wij hier zijn en onze gang gaan.

Ik schrijf en kijk naar buiten. De zon is bijna onder. Ik stop een dikke tak in de kachel en zet een keteltje water op. Tijd voor koffie.

 

Vraagje:  Hoe vinden jullie de zwart wit tekening? Dit is er een die ik voor mijn boek ga gebruiken. Ik weet nog niet of ik hem ga inkleuren met pastel, of niet. Misschien worden het zwart-wit tekeningen omdat dit makkelijker is bij het drukken, misschien ook niet, omdat kleur toch essentieel kan zijn.

De gedachte bij dit beeld: Het fundament van de samenleving zijn de mensen zelf, als het netwerk aan schimmeldraden met hun veelheid aan paddestoelen. 

.