2015

wILD 2015

.

“Klimaatverandering gaat veel sneller dan gedacht”, lees ik. In december is er een grote demonstratie in Parijs. Ik ga er heen. Je komt er de hele wereld tegen, erg boeiend. Opwekkende verhalen en heel tragische, alles is er. Kopenhagen was in elk geval onvergetelijk, tijdens de klimaattop in 2009. Mogelijk wordt het nog grootser, met nog meer mensen op de been. Maar hoe wild 2015 ook wordt, verder blijf ik rustig doorwerken, hier in het stille Haghorst.

Er zijn grote dingen nodig, maar dat kan niet worden waargemaakt zonder vele kleine stappen.

Ik heb mijn voetafdruk kunnen verkleinen tot wat op dit moment minimaal is. Het ging ineens snel, het opruimen, oude huis verkocht, en nu leef ik al ruim twee jaar in een kleine wagen met zuinige houtkachel. Ik gebruik stukken minder energie, minder water en mijn eetpatroon is versoberd. Het smaakt me des te beter. Op een voedzaam ontbijt werk ik verder, aan mijn eigen reiswagen. Havervlokken eet ik, geweekt in water want dat valt beter. Ik maak het lekker met kaneel, rozijnen, noten en pompoenpitten. Met dit ontbijt achter de kiezen voel ik met zo sterk als een beer en kan ik opgewekt aan het werk. Bouwen!
De nieuwe wagen, die ik zelf ontworpen heb, wordt een stuk kleiner en veel beter geïsoleerd. Als een warm nestje, een cocon, die me precies past. Als dit project klaar is, dan wil ik heel graag ervaring opdoen met muildieren. Het lijkt me niet alleen een groot plezier om zo te trekken, ik maak mezelf ook onafhankelijk van fossiele brandstoffen. Samen met hen loop ik daarheen waar de weg me leidt. Ik kan rondkijken en helpen waar nodig is. In de zomer zou ik betaalde trektochten kunnen aanbieden en onderweg kunnen we samen eetbare planten gaan zoeken.

Ik verdiep me in bouwen met natuurlijke materialen en in alle wonderen die de natuur ons te bieden heeft. Als ik eet uit de natuur hoef ik minder naar de winkel. Als ik toch iets nodig heb, ga ik naar kleine zelfstandigen uit de buurt. Haast bestaat niet. Hoe minder haast, hoe meer ruimte ik heb in mijn hoofd. Die ruimte heb ik nodig om al die nieuwe dingen te leren. Het is niet alleen hard nodig om het tij te keren, op deze wijze verlicht ook nog eens de geest. Spelenderwijs kunnen we zoveel bergen verzetten, dat kan geen enkel hoofd bedenken.

“Live as if you were to die tomorrow, learn as if you were to live forever,” zei Gandhi. Ik doe het met een opgewekt hart.

.

.

Tekening tweeduizendvijftien.

.

.

.

.

Halte Toekomstweg

STAP VOOR STAP KOMT NAAR ME TOE, WAT NU NOG IN DE VERTE IS……………

Als je bus 142 neemt vanuit Tilburg of Best, stap dan uit bij Halte Toekomstweg. Daarna loop je een half uur door het bos, en dan kom je bij mij uit.

Het is herfst. De nachten kunnen nu flink koud zijn en een goeie kachel is goud waard. Ik ben blij dat ik zo’n fijne tegelkachel heb. Het vraagt tijd en aandacht om mijn stekkie warm te houden. Een groot gedeelte van de dag ben ik nu bezig met zorgen voor de dagelijkse behoeften, warmte, voedsel, schone kleren. Hout sprokkelen en zagen kost tijd. In Middelbeers hebben ze ook briketten, eco en niet-eco. Een stuk makkelijker, maar het kost ook wat. Met vijf ecobriketten kom ik de dag wel door, dat is vier euro per dag. De bruinkoolbriketten moet ik nog uitproberen, waarschijnlijk gaan die langer mee. Maar ik stook het liefst dikke takken snoeihout. Dat hoor je knappen in de kachel. Dat vind ik leuker dan de kant-en-klare briketten. Het hele ritueel van verzamelen en afkorten hoort er bij. De dunne laat ik liggen op de takkenwal, voor de beestjes, die hebben ook beschutting nodig. Eerlijk is eerlijk.
Vanochtend is het koud in mijn wagen, als ik wakker word. Onder mijn dikke schapenwollen dekbed is het warm, maar erbuiten niet… Mijn moeder maakte het van een schapenvacht, lang geleden, en nu ben ik blij dat ik het al die jaren heb bewaard. Ik zie hoe de ramen druipen van het vocht en kruip nog even diep weg in de behaaglijke warmte van mijn bed. Toch moet ik er zo uit, ik moet mijn kachel weer aansteken. Ik ben te zuinig geweest met mijn briketten, eentje is niet genoeg om hem de hele nacht warm te houden. De tegelkachel houdt de warmte lang vast, maar het duurt ook langer voor je hem weer opgewarmd hebt als hij is afgekoeld. Het effect van een warme kachel voel ik onmiddellijk. Heerlijk is het, ik voel hoe elke vezel in mijn lijf zich ontspant. Vooral op vochtige dagen voel ik mijn spieren verstrakken en ook mijn slijmvliezen en mijn keel protesteren ertegen. Dat voel ik des te beter, nadat ik jarenlang in een kelder heb gewoond. Dus ik geniet van die kachel. De moeite waard. Waarom doe je dat allemaal, zullen mensen zich afvragen, waarom ga je niet gewoon in een kurkdroog modern ,huis wonen waar een CV is, en waar alle kamers even warm zijn, zelfs de douche en de wc een verrukkelijke kamertemperatuur hebben…

Mijn wagen, Juffrouw Kolibri, is een tussenstation. Ze is bedoeld om mee te rijden, om ergens naar toe te gaan. Niet voor niets stap je uit op halte Toekomstweg, als je hierheen komt. Ik houd van de uitdaging alles opnieuw te ontdekken. Vrijheid is mooi, maar kan ook hard zijn. Dat wist ik al, dat is niet nieuw voor me. Ik heb dagenlang tussen de ijzel en regenbuien door onder mijn boten gelegen om ze kaal te maken en te teren. Onderhoud was nodig, voordat het vaarseizoen weer zou beginnen. Dan valt het hier prima te doen, in dit wagentje van mij. Door te leven in soberheid leer ik wat waardevol is en waar ik mijn energie in wil steken. Ik vang een glimp op van wat anderen meemaken, die niets hebben. En voel me rijk dat ik zelf de keus heb om dit te doen uit vrije wil. Ik voel me ook rijk als mijn huisje warm is doordat ik er zelf voor heb gezorgd. Of ik het de hele winter leuk blijf vinden? We zullen zien.
De zon staat nu op mijn dak, en de kachel is goed heet geworden. Zo meteen heb ik het weer hartstikke warm hier. Die zon is geweldig, wat fijn dat we hem hebben. Hoe maak ik optimaal gebruik van deze energie? Een huis moet in de winter warm zijn, zonnewarmte moet je op kunnen slaan. En in de zomer is het fijn als ik kan schuilen voor de brandende zon in een koel huis. De zon kan dan mijn water verwarmen, voor thee, de was en voor de douche.
Warmte is het belangrijkste van alles. Zonder warmte word je zwak en ziek en kan je ook geen voedsel zoeken of verbouwen. Als ik mijn eigen huis zou bouwen, hoe zou dat er dan uit zien?Binnenkort ga ik een vierdelige cursus strobalenbouw doen om die gedachte verder uit te werken.
Of ik zelf een heel huis kan bouwen doet er niet toe. Ik ben wel vaker aan dingen begonnen waarvan ik niet van tevoren wist hoe ik het ervan af zou brengen. En terwijl ik bezig was kwamen de oplossingen vanzelf naar me toe. Nooit geschoten altijd mis. Wie niet waagt, wie niet wint. Stap voor stap komt naar me toe, wat nu nog toekomst is.

De onverharde weg, het einde van de wereld


Deze tekst horen bezoekers via de tomtom

.

Haghorst, 26 september 2012

Het is een herfstige dag. De harde wind wiegt mijn kleine woonwagen heen en weer. Ik heb haar Juffrouw Kolibri genoemd, mijn wagen. Deze Juf van mij heeft een goede vering, merk ik voor de zoveelste keer op. Dat is plezierig als ik er straks mee ga rijden. Misschien…   Het kort gemaaide grasveld van de minicamping is nat en de takken van de bomen bewegen wild tegen een donkergrijze lucht. Het is hier stil en ruim en ’s nachts is het écht donker. Het is aan het einde van de verharde weg vlak bij het bos, waar schapen blaten, hanen kukelen en paarden in de wei hun kont keren tegen harde wind en regen, op een dag als vandaag. Een stille plek, maar perfect voor mij, op dit moment. Hier kan ik me focussen, werken aan de wagen of gewoon een dag voorbij laten gaan om energie op te doen voor wat komt. Ik kan hier lokaal geteelde groenten eten, genieten en leren van de natuur en vrienden ontvangen die er even uit willen zijn. Bus 142 vanuit Tilburg, halte Toekomstweg.

Een keus gemaakt op één moment bepaalt alles. Het was op die ene dag, aan het begin van deze zomer, dat ik thuis aan het werk was in de middeleeuwse werfkelder.

Mijn blik drijft af van de computer, van de site die ik bestudeer, en ik staar naar de kastanjeboom. De boom waaronder ik getrouwd ben met Michiel, waaronder we bij elkaar kwamen voor zijn begravenis, de intensieve  jaren erna.  De oude kastanje die voor mijn deur op de werf staat tussen twee even grote platanen. Mijn oude vertrouwde boot ligt zoals altijd aangemeerd aan de wal er achter en er zijn geen klanten die wilden varen. Het is rustig buiten, alleen de vuilnisboot komt tuffend voorbij. Ik ben net te laat om naar Evert te zwaaien, de schipper, een oersterke man met gigantische armen. Hij is altijd blij als hij me even ziet. Hij is een van de vertrouwde gezichten die ik al zoveel jaren ken. Ik kijk nog eens lusteloos naar de lijsten op het beeldscherm, huurhuizen in de provincie Utrecht en Ik word er niet blij van. Maar die 20 jaar inschrijvingstijd,  zonde toch, om dat zomaar weg te gooien. Ik kijk en kijk nog eens. . Allemaal nieuwbouw, sfeerloos en duur.

Mijn aandacht gaat uit naar Zuid Oost Europa, Roemenië. Land met uitgestrekte natuur en een enorme diversiteit. Zou ik daar kunnen wonen? Ik zou tussen mensen willen zijn, die weten wat eenvoud is, en een ster zijn in het vinden van oplossingen met schaarse middelen. Misschien mijn eigen kleine leemhuis bouwen, ooit. Ik staar door de dubbele deuren, naar de zonovergoten werf, die ik nu definitief wil verlaten. Dan sta ik op. Het is een verre droom, besluit ik met een zucht. Heel ver. Ik ben hier, en wie weet hoe lang nog. .

Maar de wens naar eenvoud wordt snel vervuld, al is het dan niet in Roemenië. Na in totaal  twaalf jaar opruimen en opknappen, is mijn huis verrassend snel verkocht. “Zal je het niet missen, je boot, de gezellige buurt, die bijzondere plek waar je nu woont”, vragen mensen. Nee, ik zal het niet missen. Utrecht is als een thuis voor me. Maar mijn tijd is op, hier op deze plek. Het is tijd voor een nieuw begin.

Ik koop een woonwagen in Brabant. Het is de eerste die ik tegenkom, met standplaats. De plek bevalt me, de wagen ook. Dit is nu mijn thuis, twee uur reizen vanaf Utrecht. Het laatste stuk is een wandeling door het bos, dik een half uur, langs een zandpad, sparren, berken en veel varens en braam. Daar, waar de verharde weg begint is het terrein van minicamping d’n Bobbel. Het is een ruim veld, het gras kort gemaaid met talloze madelieven erin.

Ik ben hier nu meer dan twee maanden. Ik zou naar Roemenië en nu zit ik in het hart van Brabant. Maar ik zit precies goed. Mijn vriend Dick is hier vaak, hij woont niet ver van hier. Het land is stil, de luchten zijn ruim en helder. Het heeft niet de grote diversiteit van Roemenië, maar het is goed om te beginnen. Hier vind ik in elk geval vast de eenvoud, waar ik naar zocht.

Vijf oktober is het afscheid van Utrecht, in café de Morgenster. Daar zal ik buurtgenoten vinden en vrienden. Ik zal het laatste rondje varen in mijn rondvaartboot, mijn trouwe metgezel voor vijftien jaren. Vrienden zullen me vergezellen. En dan is het laatste lint  doorgeknipt. Dan woon ik echt helemaal hier. Naast het raam van mijn wagen fluit een roodborstje in de struiken. De wind is gaan liggen en de zon is gaan schijnen. Ik ga de was doen, het is droog.

Alowieke