Hoe snijbiets’ rode nerven mij weerhouden om te zwerven

.

In augustus wil ik weg, een oerdrift om aan de zwerf te gaan. Elk jaar weer overkomt het me. Het is na het zomerse werk in de hitte, als de meeste vlinders verdwenen zijn, wanneer de bloemen niet meer zo uitbundig bloeien als voorheen en de grond hard en droog is en vol scheuren. Dan komt het verlangen verder te trekken. Ik heb het niet gedaan, tot nog toe lukt het me de neiging te weerstaan.

De hitte is voorbij, het dondert en zware donzige luchten vallen in flarden uiteen. Een dikke bui klettert over de velden, maar doet de diepe scheuren in de bodem niet verdwijnen. Spinnen maken er dankbaar gebruik van om aan de dikke droppels te ontkomen en kruipen vliegensvlug de donkere spleet in. Vlinders en vliegen verschuilen zich onder goten en bladeren en in de grote pruik van hopbladeren naast mijn huis. Dan is het weer voorbij. De lucht trekt open, de zon gaat onder. Langs de oranjerode einder komen wolken met bizarre vormen voorbij zeilen. Een stoet reuzeratten doemt hongerig op aan de horizon. Er is een donkergrijs beest dat een roze berg wil beklimmen. Ik stel me voor dat ik dat beest ben, en dat die berg helemaal voor mij alleen is met rotspartijen die steeds veranderen en daardoor altijd nieuw zijn. In mijn fantasie trek ik naar de meest fantastische plekken. Ik peins er over als ik kijk naar donzige wolken in de wind. De wolkenlucht als een steeds bewegend geheel, telkens weer fris en nieuw. Je kunt je erin mee laten drijven. Dit in tegenstelling tot de meest geijkte reisdoelen op aarde. Dat kost heel wat om er te komen. Een hoop gedoe vooral. Een half uurtje blader ik op druk bezochte websites naar verre landen en avontuurlijke vakanties. Ik word er niet opgetogen van. Bestemmingen, van hun vitale eigenheid beroofd en versleten als bejaarde publieke vrouwen. Ik sluit mijn laptop, zie af van het volgen van die mensenstroom in vliegtuig, trein of bus, en kijk naar buiten. Geweldig eigenlijk dat ik hier woon. De horizon met de wolken. Dat het stil is, dat het gras en de bomen hier nog steeds groen zijn en de dropplant, de chigorei en de goudsbloemen. Ik verbaas me over de schitterende snijbiet die met zijn vurige nerven elke dag zijn gebed ten hemel spreidt. Het bos dat ik plantte groeit hard. En tussendoor lees ik over de natuur op aarde, in vroeger tijden. Ik hoef niet naar India of te varen langs Kaap de goede hoop, ik lees erover. Ik verblijf in India, volg de zijderoute, laat me meenemen in het verhaal en beeld me in hoe het was ooit, lang geleden. Ik vaar langs kusten vol klapperbomen, stranden vol schelpen, beklim stille berghelllingen. We drinken uit glasheldere beken.

Dan leg ik het boek neer om water te halen bij de boerderij. Ik zie mensen komen en gaan. Het is geen stroom, het druppelt slechts. Een enkele gast vindt deze uitzonderlijke plek. Mijn vriend Dick komt terug, buurman Jeroen vertrekt naar een klooster in Limburg. Hij vertelt er over: “Het gebouw alleen al is een gebed zeggen ze.” Misschien ga ik daar ook wel heen, een paar dagen. Een bestemming van rust en schoonheid. Waar vrede is van binnenuit. Niet afgetrapt maar gevoed door vele bezoekers. Zo hoort het te zijn. En ik hoop dat mensen deze plek ook zo zien. Een plek om heel eenvoudig te genieten en waar je voor even kan delen in het leven van de bewoners. Deze plek waar de Swette stroomt, waar wilgen groeien en de snijbiet zijn vurig pleidooi houdt bij ondergaande zon. Een plek om te voeden en goed voor te zorgen. En ik hoop dat op dezelfde manier veel meer plekken hun kracht terug krijgen. Als een van vele bronnen is deze plek, vanwaaruit het leven wederkeert. Het komt door de energie die wij het geven. En dat ik en vele anderen mee kunnen helpen door hier en nu te zijn. Dat is mijn gebed.

.

7 gedachten over “Hoe snijbiets’ rode nerven mij weerhouden om te zwerven”

  1. Met de trein naar het hoge noorden van Noorwegen. De reis in Scandinavië af en toe onderbreken door een wandeltocht? Overzichtelijk en ook weer niet te lang weg. Andreas

    Like

    1. Misschien praat je nu voor jezelf. Maar dit gaat om hier. Het gaat om de snijbiet die daar zo mooi staat te pronken en gegeten wil worden. Nu! En Om alles wat er het hele jaar door gebeurt en de verhalen die ik volg en moet onderbreken. De vogels, wat er groeit en vliegt. De mensen die ik op dit moment uitnodig, waarvan ik denk dat ze passen bij deze plek. En als ik daarvan uit wil rusten ga ik op mijn rug naar de wolken kijken. Het gaat om de energie van hier die ik wil voeden. En ik hoop dat er meer mensen komen die er willen zijn voor een plek waar ze van houden. Overigens heb ik een hekel aan grote stations.

      Like

    1. Gevonden!
      .
      Aan de vooravond van nooit vertrekken
      Hoeft men teminste geen koffers te pakken
      Noch plannen op papier te zetten,
      Met onbedoelde begeleiding van wat men vergeet,
      Voor het vertrek, vrijblijvend nog, de dag daarop.
      Men hoeft niets, niets te doen
      Aan de vooravond van nooit vertrekken.
      Welk een rust niets meer te hebben om van uit te rusten!
      Grote gemoedsrust, de gemoedsrust zelfs geen schouderophaal op te brengen
      Voor dit alles, alles al gedacht te hebben,
      Is het, welbewust te zijn beland bij niets.
      Grote vreugde als geen vreugde meer van node is:
      Een omgekeerde buitenkans.
      Hoe vele malen lang reeds leef ik
      Het vegatieve leven van het denken!
      Alle dagen,sine linea,
      Rust in ruste, rust…
      Grote gemoedsrust…
      Welk een vrede, na zo vele reizen, geestelijke en lichamelijke!
      Hoe heerlijk kijken is het naar de koffers, starend als naar niets!
      Sluimer, mijn ziel, sluimer!
      Grijp je kans en sluimer!
      Sluimer!
      Kort is de tijd die je gegund is! Sluimer!
      het is de vooravond van nooit vertrekken!

      (27-09-1934)

      © Fernando Pessoa
      Uit: Álvaro de Campos Poesías/Gedichten 1913-1922
      De Arbeiderspers 2006
      vertaald door August Willemsen

      Like

Geef een reactie