Landschapspijn en werken aan hoop

Blijven vertellen, blijven delen wat je hoort en doorgaan. Zo komen we er samen wel.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Er komt iemand naar me toe, een vrouw en ze is boos en in. Er waren weilanden vol zonnebloemen. Ze kwam er graag langs op de fiets, stopte dan en keek hoe hele zwermen vogels genoten van het gerijpte zaad. Nu is alles weg. Ze zag hoe de boer alles maaide. Waar moesten al die vogels naartoe? Er was niks! Nee, ze had de boer niet gesproken. Ze was boos en verdrietig. Begrijpelijk.

Even later, als ze weer weg is, kom ik mijn buurman tegen. Hij is landschapshistoricus en werkt freelance voor de provincie. “Goh ja”, zegt hij als ik het verhaal vertel, “dat is natuurlijk zo. De boer krijgt subsidie voor bloemen en insecten en zaait daarvoor die bloemen. Maar daarna begint het eigenlijk pas met het zaad en de vogels. Een boer zou méér subsidie moeten krijgen om het ook de hele winter nog te laten staan.” Hij kijkt in gedachten voor zich uit, zijn blik is vastberaden. “Het komt goed uit” zegt hij. “Binnenkort spreekt ik een man, gespecialiseerd in landschaps-subsidies. Die werkt met boeren.” Hij kon natuurlijk niet zeggen of het een gevolg zou krijgen, maar hij zou het aan hem voorleggen. Dat scheelt zoveel, te weten dat er mensen aan werken.

Ik loop van mijn buurman terug naar mijn eigen afgelegen veldje en kijk naar de bult aan de overkant van de sloot. Daar ligt het Verhalenpad, waar ik aan werk. Het Wetterskip heeft bij het hekkelen veel riet laten staan. Het ziet er mooi uit. Wat gemaaid was of wat plat op de grond lag heb ik opgeruimd of overeind gezet. Het gemaaide riet ligt nu in dikke bulten onder de jonge bomen, op de helling van de bult. Het zal het huis vormen van insecten tijdens de koude winter. Het zal vergaan tot compost en het houdt brandnetels en de groei van het levende riet tegen. Tussen de bulten en het wuivende riet kunnen de hazen blijven rondscharrelen en vogels vinden er een schuilplaats. De plek wordt steeds specialer. Zo zag ik deze zomer een jongetje. Hij holde bij zijn ouders vandaan en riep over zijn schouder: “Ik ga naar het natuurgebied!” Dat is het dus, deze plek waar ik aan werk. En nu werkt het Wetterskip ook nog mee. “Dat laten staan van riet hebben ze niet zomaar gedaan. Er moeten meer van zulke stukjes natuur komen vinden ze.” Dat zegt de buurman, landschapshistoricus. Zo werkt dat dus, je begint ergens aan en op een gegeven moment wordt het gezien en sluit het aan bij een grotere beweging. Je laat iets zien, praat over dingen die je raken, en dan opeens luistert er iemand, die doet er wat mee. Het kan overal gebeuren. Houd dus hoop en blijf geloven in wat je doet en zegt. Het kan zomaar zijn dat iemand vastberaden achter je gaat staan. Samen komen we verder.

.

Een ontdekkingsblijviger zijn

Geen ontdekkingsreiziger maar een ontdekkingsblijviger. Het land heeft me nodig.

.

Er is dit keer geen luisterversie.

.

Een klein huis in de natuur is fijn. Hoewel ik soms best naar een groot atelier verlang of een schuur of een logeerkamer. Of een lege ruimte om in te dansen. Soms verlang ik naar een huis in de stad, dichtbij de broeiplaatsen. Soms verlang ik naar vreemde verre dingen.  Maar zou ik daar ook echt heen gaan als iemand het me aanbood?

Terwijl ik dit denk, hoor ik gekrabbel vlak boven me. Het is een mees, die even mijn dakkap bezoekt, op precies dezelfde plek waar kortgeleden nog die jonge havik zat. Ik zie zijn pootjes door het glas, het gele buikje, heel dichtbij. De voertafel is net gevuld. Over een uurtje zal hij alweer leeg zijn. Door het raam bespied ik de vogels. Ik beweeg langzaam om ze niet te laten schrikken. Er komen niet alleen de kool- en pimpelmezen, maar ook vinken en groenlingen. Een merel komt aanvliegen en landt pardoes bij de drinkplek. Het is een deksel van een aluminium melkemmer, de dikke rand vormt een geheel met de kom. Dat is ideaal voor de vogels om rustig te toeven. Pimpelmezen gebruiken het als bad, ze passen er precies in. Daarna vliegen ze op om zich tussen de takken schoon te poetsen en hun vleugels te schudden. Meestal is dat een schietwilg. Die groeien vlak achter mijn huis als een bos micadohoutjes alle kanten op. Dunne sprieten met maar een paar takken buigen zich krom om toch maar een beetje licht te kunnen vangen. Ver groeien ze over de jonge elzen heen, over het jonge sporkehout en de zuurbessen. Die vervolgens ook allemaal scheef gaan groeien. Alles zoekt een weg in het steeds veranderend woud van leven. Ik ben hier om te begeleiden. Na veel hard werken doe ik dit jaar geen plantwerk van betekenis, het zal vooral zagen worden. Het dichte bos micado uitdunnen, om al de anderen licht te geven. Ook voor de jonge appelbomen, die we dit jaar gaan planten. De vele takken zal ik gaan composteren. Het is kletsnatte harde klei hier. Zonder goede bodem redt een nieuwe boomgaard het niet. Er is veel te doen. In mijn kleine huis sta ik er middenin. Eigenlijk is het een nest, ik ben er om te rusten, maar ga er niet de hele dag inzitten. Dat doen vogels ook niet. Die eten of spelen en gaan pas bij schemering naar hun schuilplek. Dat doe ik ook. Klein wonen maakt mijn wereld groter, en ook mijn betrokkenheid. En soms komt er een mens.

Terwijl ik buiten naar de vogels kijk, hoor ik een machine naderen. Hij gaat langzaam, als een trekker die aan het werk is. Vanachter de bomen komt hij nu tevoorschijn. Ik zie het al. Bij de buren wordt de sloot gehekkeld. Terwijl ik nog wat gras uittrek in het klaverveld hoor ik het geluid van de motor. Heel lang staat hij stil, op het hoekje, waar de sloot naar de Swette loopt. Daar gaat het water een pijp in, die loopt onder de weg door. Er zitten roosters voor. Het water wordt daar geregeld met een soort van klep, maar die heb ik nooit gezien. Die zit onder water. Er zwemmen vaak aalscholvers rond in dat stuk sloot, ongezien achter het riet. Dat riet is nu weg. En de trekker die dat deed blijft daar maar staan, op het hoekje. Ik word nieuwsgierig en loop erheen. “Waarom stop je, wat ben je aan het doen?” vraag ik de jonge man. Hij kijkt naar het maaisel, dat in een dichte hoop op de kant ligt. Dan kijkt hij naar mij. “Ja, er waren hier allemaal vissen! Die heb ik weer teruggegooid het water in.” Hij tuurt nog eens goed of hij er geen eentje vergeten heeft. “Wat mooi!” juich ik hem toe “Dat doe ik ook altijd! Ben je van het Wetterskip?” Hij schudt zijn hoofd. “Nee ik werk voor deze boer, maar ik dacht ik doe dat hoekje ook nog even.” Dat hoekje is dus een sloot die het Wetterskip beheert. Die was al geweest, maar hier net even niet. Wat fijn dat die jongens mekaar zo aanvullen. En dat hij uitstapt om vissen te redden. De wereld gaat nog niet ten onder aan onverschilligheid.

Samen maken we er wat van. Dit is waarom ik geland ben, waarom ik niet zoals velen, met een camper door het land reis. Waarom ik geen moderne zwerver wil zijn, geen onrustige ontdekkingsreiziger of een eeuwige toerist. Ik ben waar ik ben en blijf zolang als ik kan. Een ontdekkingsblijviger, dat wil ik zijn. Samen de wereld mooier maken: voor mij begint het hier, in Friesland, tussen de weiden. Klein maar aanwezig.

Ik kies voor een degelijk werkspoor

.

Een nieuwe wekker en politiek, wat heeft het met elkaar te maken?

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Het leven bestaat uit verschillende lagen. In het dagelijks leven leef ik eenvoudig en dicht bij de natuur. Ik ga om met de aarde zoals ik vind dat je dat hoort te doen. Het gaat om respect en bewondering en om verantwoordelijkheid. Een andere laag is die van het politieke bewustzijn. Dat dit ook echt bij het leven hoort wordt mij steeds duidelijker. Deze week vielen twee dingen samen, twee voor mij historische momenten. Ten eerste, ik heb eindelijk een goeie wekker gevonden. Het is een oude die je moet opwinden, zoals ik dat graag heb. Ten tweede, ik ben lid geworden van een politieke partij. Het lijkt of die dingen niets met elkaar te maken hebben, maar toch blijkt er een verband te zijn.

Ik begin met de wekker, waar ik zo blij mee ben. Het is een ivoorwitte wekker, met kleine cijfers op de wijzerplaat. Bovenop zit een klein knopje, waarmee je het alarm uit kan zetten en hij staat op twee stevige pootjes, die geen enkele neiging hebben om er af te vallen. Hij voelt zwaar aan, en ook de opwindvleugeltjes aan de achterkant zijn sterk en degelijk. Als hij rinkelt doet hij dat met een laag geluid, dat mij hetzelfde vertelt: Het is degelijk materiaal. Toen ik hem in gebruik nam liep hij eerst achter, maar na een paar dagen warm lopen geeft hij precies de juiste tijd aan. Dat heb ik nog met geen enkele wekker gehad, mijn hele leven niet, en ik heb er al veel gehad. Knopjes en pootjes vallen er af, het alarmmechanisme gaat kapot, ze lopen of achter of voor, maar nooit op tijd. Zelfs de wekker van een juwelier was niet beter dan alle andere.

Het is een teken van deze tijd. Kwaliteit is niet belangrijk, de zaken moeten zo goedkoop mogelijk worden geproduceerd, om met zoveel mogelijk winst verkocht te kunnen worden. De juwelier kan ook niet anders dan inkopen wat er op de markt is, en dat is hoe dan ook flut. Het wordt steeds erger. Het lijkt wel of we met zijn allen gezegd hebben: Dat is nou eenmaal zo, zo is het in de wereld en daar kunnen we niks aan doen. Ik geloof dat niet. Daarom zie ik dat ook als een verantwoordelijkheid. Ik leef niet alleen simpel voor mezelf. De wereld om mij heen is mijn basis en ik wil ervoor zorgen. Als ik die verantwoordelijkheid ontken dan woon ik op een eiland dat steeds kleiner wordt, almaar kleiner naarmate de rijken het land oppeuzelen ten bate van hun eigen winsten. Dat gewone mensen er niet beter van worden is duidelijk. De mensen zijn druk en overspannen, er moet gepresteerd worden maar men wordt er zelf niet beter van. Mijn openbaar vervoerkaart is opnieuw duurder geworden. De zorgverzekering ook. Wat een geld allemaal. Naar wie gaat dat toe? Wat krijgen we ervoor? Toen mijn vorige wekker op de grond viel deed hij het helemaal niet meer, en er is geen wekkerdokter meer die hem repareert. Alle wekkerdokters zijn immers allang failliet.

De politiek van deze tijd is als zo’n slechte wekker. Het loopt altijd achter, er zitten geen pootjes meer aan en ook geen knoppen. Het alarmmechanisme is al tijden kapot en velen komen niet meer naar vergaderingen of naar de stembus. Toch hebben we het nodig, de politiek. Ik ben nu lid geworden van de SP omdat dit de eerste partij was die het zag. Dat, waarvoor allang vele alarmbellen hadden moeten gaan rinkelen. Hoe de wereldwijde concurrentie-economie ervoor zorgt dat vele zaken nu in buitenlandse handen zijn. De zorg, de peuteropvang, vervoersbedrijven, zelfs de bus op Schiermonnikoog is niet meer van de bewoners. Ook het onderwijs wordt uitgekleed en nog veel meer. Gelukkig is hier nog niet het water in buitenlandse handen, zoals in Engeland. Dat is pas echt een ramp. Het geld stroomt weg, en de rommel blijft liggen. Daar hebben ze geen belang bij.  Dat het ook hier steeds erger wordt, is duidelijk. En terwijl het debat almaar over buitenlandse vluchtelingen gaat, pikken die miljardairs stukje bij beetje steeds meer in. Ze lachen in hun vuistje, niemand die er wat van zegt, zelfs politici staan zwijgend tegenover dit gebeuren. En beste mensen, bedenk je toch eens, wat kan een arme ellendige vluchteling nou kwaad doen, vergeleken bij de rijken die alles opkopen? Zelfs al zou hij een keer een brood pikken, dan nog! Buitenlandse bedrijven pikken hele woonwijken in, ons hele leven raakt doordrongen van hun praktijken.

De SP is een partij die daar wat aan wil doen. En een partij heeft leden nodig. Leden zijn als de pootjes waarop de wekker staat. Een partij zonder leden is eigenlijk geen partij. De PVV heeft maar een lid en zou eigenlijk niet mogen bestaan. Zelfs een wekker heeft drie pootjes en geen een. Een partij zou 6750 leden moeten hebben om zich een partij te mogen noemen, sprak Sneller, tweedekamerlid van D66. Zijn voorstel werd niet aangenomen. Stel je voor, dan waren een aantal partijen meteen opgehouden met bestaan.

Toch zou het beter zijn. De standpunten van een partij horen voort te komen uit de achterban. Niet van een enkele man. De SP heeft een lange geschiedenis en is zo’n degelijke partij. Net zo degelijk als mijn wekker, en net als deze nieuwe aanwinst, nogal ondergewaardeerd. Ook de SP verdient meer aandacht. SP merkte als eerste op dat het misloopt, hoe alles steeds verder uit elkaar valt. Langzaamaan zien ook andere partijen het, het vrijemarkt-mechanisme is veel te ver doorgeschoten.

Ik woon en leef eenvoudig. Dat is mooi, je bent een voorbeeld voor anderen, zeggen sommigen en daar ben ik blij mee. Maar ik leef nog steeds in deze wereld en niet in een droom op een eilandje. De natuur om mijn heen kan niet herstellen als wij niet gezamenlijk het beheer terugkrijgen. Buitenlandse bedrijven horen niet over ons de baas te zijn. Daarom vind ik politieke betrokkenheid belangrijk. Ik vind het belangrijk dat een betrouwbare partij als de SP, die het opneemt voor de lokale burgers, wordt gesteund. Dus ben ik lid geworden. Al met al was het een bijzondere week. Eindelijk heb ik een goeie wekker. En voor het eerst lid van een partij. Dat moet wel een degelijk werkspoor opleveren.

Alleen wat echt is blijft

Over intenties en verwachtingen van jezelf en anderen. De reis die ik maakte en mijn bedoelingen. En de drijfveer die je alleen zelf kent. Wat blijft over?

,

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Iets meer dan zes jaar geleden liep ik met het Rijdende Verhalenhuis tussen de weilanden. Het was een boeiende mix van verwachtingen en openheid voor wat er zou komen. Al mijn bezit had ik achtergelaten en het weinige wat over was bevond zich in mijn wagen. Door die onverdeelde eenvoud hoopte ik er helemaal te kunnen zijn in mijn ontmoetingen, voor de mensen onderweg en voor de lezers van mijn verhalen.

Ik schreef verhalen zoals ik me dat had voorgesteld, had gesprekken met boeren en dorpelingen van het platteland. Over de achtergronden zocht ik veel uit, vooral in het jaar na de reis. Niemand kende me, niemand wist van mijn bedoelingen, maar de verhalen stroomden. Er waren goeie en moeilijke momenten. Maar wat ik aan het doen was begrepen slechts weinigen. Ik werd gezien als een vakantieganger, die tijdelijk onderkomen zocht. En ja, iedereen schrijft wel eens een blog tegenwoordig, tijdens vakanties en op reis. Maar ik wilde dieper gaan dan dat. En terwijl ik nog lang niet uitgeschreven was, werd ik diverse malen weggestuurd. Ze zagen me als een zwerver.

Dat beeld bleef. Na drie maanden trekken trok ik een jaar uit om het boek te schrijven. Ik hoopte dat het daarna zou komen, dat men zou zien wat mijn bedoeling was. Het boek kwam uit op een goed moment, precies in die tijd kwamen de eerste boerenprotesten. En mijn boek sloot daar mooi bij aan. Het zou meer begrip opwekken voor de boeren. “Langs kantelende wegen” heette het. Maar mijn verhalen leken weinig te doen. Er waren wel interviews waarin men zijdelings vroeg naar wat ik tijdens mijn tocht gezien en ontdekt had. Verder ging het vooral over mij. Verdorie, ik had het weer te mooi gemaakt, het kleine sprookjesachtige huis op wielen, de manier hoe ik het voorttrok, alles maakte fantasieën los in mensen. Die gingen een heel andere kant op dan mijn bedoeling was. Het ging een eigen leven leiden. En nu, zes jaar later hoor ik nog steeds dat er een vrouw is die door het land zwerft met haar eigen kleine huis. Hartstikke leuk. Maar die vrouw, dat ben ik niet. Het werd een mythe op zich. Een droombeeld, een archetype. Je kan er trots op zijn, dat te hebben bereikt. Dat lokt me, maar daar tuin ik niet in. Want uiteindelijk heeft het maar weinig met mij te maken. Het is hun droom, niet de mijne.

Wat ik hoopte bleef uit. De vragen die ik verwacht had: Zou je met je wagen hierheen willen komen om dit land te beschrijven, te tekenen en samen met ons te behouden voor de toekomst? Ik zou daar graag met je over willen praten. Maar nee, ik ben geen gestudeerde vrouw met een netwerk. Ik deed geen landschapshistorie of biologie. De karikatuur van een vrouwelijk soort Swiebertje bleef hangen, een zwerver zonder doel, levend met de dag. De eeuwige vakantieganger. Verwoed probeerde ik dat beeld van me af te schudden. Maar na zo’n populaire hit, want dat was het, lukt dat dus niet meer. Net zoals Karin Nilsson nooit meer afgekomen is van haar Pippi Langkous imago, zo leek het ook met mij te gaan.

Prompt heb ik me gevestigd bij de eerste boer die ik had leren kennen in Fryslân, boer Jochum. Het moest anders. Ik zou me gaan wortelen. De heilige traagheid der dingen beleven, de verhalen nog intenser maken. Mijn relatie met de mensen en het land zou zich vooral concentreren tot deze plek, deze streek. Hoe langer je ergens bent, hoe duidelijker de verhalen zich gaan uittekenen. Eigenlijk is een heel leven nog te kort om een enkele plek de aandacht te geven die het toekomt. En door er te zijn kan ik ook een bijdrage leveren aan de groei en een levende aarde. Bomen en kruiden planten, helpen bij wat er speelt. Zo schrijf ik niet alleen een verhaal, maar maak er ook deel van uit.

Nu woon ik hier vier jaar. Begin dit jaar riepen de kinderen me nog na: “Alowieke, zwerver, zwerver!” Dat is nu voorbij. Zo langzamerhand weten de mensen het. Ik praat met kinderen en buren en hoor hier. Nu begrijpen ze dat ik ook een bewoner ben, eentje die verhalen schrijft, bomen plant en schildert. Het kost tijd.

Hoe je gezien wordt bepalen uiteindelijk de mensen om je heen. En ze denken altijd wat anders dan jij. Maar wie je bent en wat je wilt, dat weet je alleen maar zelf. Jouw drijfveren zijn onzichtbaar, tot je het laat zien. Er is stilte voor nodig om te luisteren en echte vrienden om mee te praten. Alleen wat echt is blijft.

Dit is de knop naar de luisterversie van het verhaal.

En nu eerst ik

Eerst lekker slapen

De havik op mijn dak

Het Wetterskip is geweest. Ze hebben naast het Verhalenpad, aan de noordkant van de bult het riet gemaaid. Alleen langs de sloot, de rest staat nog overeind. Er ligt een spoor doorheen waar de brede banden van de trekker heeft gereden. Ik werk hard om het maaisel op te ruimen. Dan ga ik even overeind staan en kijk in gedachten naar het aangrenzende weiland. Reed ik gisteren nog vijftig kilometer voor Gaza, vandaag sjouw ik zware vrachten riet en natte waterplanten om het op bulten te leggen. Dat is nodig. Als je het gewoon laat liggen krijg je een groot veld distels en brandnetels, terwijl ik graag diversiteit wil. Rijke natuur komt niet zomaar. In een land als dat van ons moet je daar wat voor doen. Ik worstel mij door het riet heen. Met mijn armen vol maak ik een paadje naar de bult compost. Maar mijn benen beginnen te wankelen en mijn armen voelen zwaar. Ik besluit te stoppen en eerst een paar dagen uit te rusten om me te bezinnen. Wat doe ik eigenlijk allemaal? Dagenlang distels uitgestoken, een vracht hout op mijn karretje naar huis gereden voor mijn huis, waar ik een halletje wil maken voor mijn deur, tegen de wind. Tussendoor kijk ik regelmatig naar de berichten op Instagram, hoe gaat het met Ahmed in Gaza stad? Het is telkens weer spannend of hij nog leeft. Ik ga altijd vroeg naar bed. Maar in de holst van de nacht word ik wakker en slaap dan niet meer in. Een aantal uren later sta ik op, het is net licht. Er landt een vogel op mijn dak, het is een grote. Hij zit op de koekoek, ik kan hem zien door het glas heen. Het geelzwart gevlekte verenkleed op de borst, de gele ogen, ik herken een jonge havik. De havik, het symbool van inzicht en een scherpe blik op de toekomst. Ja, daar is het tijd voor. Bezinnen op de toekomst.

Er zijn veel dingen die om aandacht vragen. De natuur, conflicten, cultuur en het huis. Bij al die zaken horen mensen, waar je contact mee hebt. Het worden er steeds meer. Ik moet een grens trekken en voor mezelf zorgen. Anders word ik zo vaag als een geest. Die breek in mijn nachtrust doet iets. Het komt ergens uit voort. Het is een vorm van stress die ik herken uit de tijd dat ik in de rouw was. Toen was dat nog veel erger. Ik nam veel tijd om overdag in de stoel bij het raam te gaan zitten. Dan staarde ik naar het licht in de bladeren van de oude kastanje. Dat hielp, het gaf me een gevoel van vrede en lichtheid. Maar het heeft toch een paar jaar geduurd voor de stress van de rouw over was. Ook toen werd ik steeds middenin de nacht wakker, net als nu.

“Slapen is na genoeg water drinken het belangrijkste om te overleven,” schrijf ik aan een jongen in Gaza. Hij is actief op Instagram, maakt filmpjes en foto’s van de ravage en de mensen. Hij vraagt zich af of hij wel door moet gaan met foto’s maken. Hij maakt zich zorgen. Misschien zien ze het daarboven door de beelden van drones en denken ze dat hij een journalist is. Straks willen ze hem nog doodschieten. Misschien moet ik daarmee stoppen, bedenkt hij. Hij slaapt slecht van de angst en het geluid van de drones gaat door. Je hoofd koel houden en blijven lachen is een kunst. Goed slapen is nodig om te overleven. Dat geldt voor iedereen. Ik voel me al wekenlang betrokken. Het geeft een vorm van rouw. Misschien dat ik daarom steeds wakker word in de holst van de nacht. Maar ik moet óók slapen.

Conflicten gaan door. De natuur vraagt alle aandacht, op de Swetteblom en daarbuiten. Maar als het huis niet in orde is, dan is er geen fundament. En als je slecht slaapt ook niet. Alles begint bij de wortels.

.

Inmiddels heb ik heerlijk geslapen en ben weer lekker geconcentreerd aan het werk. Geen zorgen! Het hoort er allemaal bij.

.

Spel en slaap voor iedereen

Spel en slaap houden ons hoofd helder. Het is een basisrecht voor iedereen en een voorrecht om daar in vrijheid voor te kunnen kiezen. Ik lig wakker in mijn hangmat.

.

Tekening Alowieke, van 2018

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Het is een harde bonk. Ik schrik wakker, het is nog donker. Er klappert iets. De wind was al hard toen ik ging slapen, en is nu toegenomen. Het luik is opengewaaid, klappert dicht en dan weer open. Ik probeer stug door te slapen, al weet ik dat mijn poging gedoemd is te mislukken. Na een paar minuten gooi ik de klamboe open en klim uit mijn hangmat. Dan moet het maar. Ik doe het luik nu helemaal open, zet het vast en klim snel terug het bordes op en duik er gauw weer in. Maar de slaap is verdwenen. Met ogen dicht denk ik aan alles wat er gebeurt. Na dagenlang distels uitsteken leek een vloed aan ontmoetingen mij tegemoet te stromen. Dagelijkse ontmoetingen, maar ook bijeenkomsten die ergens over gingen.

We boffen dat we dit in alle rust kunnen doen. Dat we kunnen kiezen waarheen we gaan en met wie we willen praten en wanneer. Het had ook anders kunnen zijn. We hadden in oorlogsgebied kunnen leven en al vijf keer of meer moeten evacueren. Stel je voor dat jij het was, daar tussen de instortende huizen. Hoor, de drones, de vliegtuigen die overgaan. Er komt een melding dat er een bom valt en op het laatste nippertje gooi je je spullen uit het raam om te vluchten. Zo dadelijk is alles weg, het hele leven zoals het was. En waarheen dan? Je komt in een tent, tussen tientallen ander tenten. ’s Nachts lig je te piekeren over je toekomst en de slaap wil niet meer komen. Boven je hoofd gaat het geluid van drones almaar door. Soms komt er hulp. Een enkeling komt bijna zover, dat hij het land uit kan vluchten. Kinderen, met letsel. Volwassenen met een hoge opleiding. Maar vaak genoeg lukt het ook niet. Andere landen willen dat niet, massa’s mensen maken zich zorgen om hun eigen hachje. Ze maken zich druk en liggen te woelen in hun bed. Ze worden lichtgeraakt en beginnen vreemden in hun wijk uit te schelden. Al die oorlogen zijn bedreigend. Straks komen die vreemde mensen hierheen, met hun rare taaltje en vreemde gewoonten.

Stel dat jij die vluchteling was en dat je nergens meer heen kon. Dat er dan mensen zijn die zeggen dat je een profiteur bent en alleen maar komt om te stelen, terwijl je met een vriendelijk gezicht al heel blij zou zijn. Je wilt alleen maar rust, een plek om alle ellende te verwerken en het liefst zou je teruggaan naar huis. Maar je huis is er niet meer. Je hebt hulp nodig om je leven weer op te bouwen. Hulp om je land weer te herstellen. Die hulp blijft uit en dat maak het alleen maar erger. Er wordt niks opgebouwd, er is geen verbroedering meer. Regeringen overal ter wereld luisteren naar de massa’s die alleen aan zichzelf denken. Er bouwt zich een redeloze woede op, die zich richt op alles wat niet tot hun eigen kleine wereldje behoort. Met hun woede vernietigen ze zelfs de basis onder hun eigen voeten, het recht van ieder mens. Het recht om te kunnen spelen en slapen in vrede. De grondwet is de vloer waar iedereen op staat.

Vlak na de oorlog was er eendracht. Iedereen wist, dit willen we nooit meer. Men werkte samen aan de wederopbouw en er kwam goede zorg en aow. Dat duurde even, maar de eendracht van het begin verdween, en het werd steeds meer ieder voor zich. Er kwam verharding en ongeduld. En nu is het weer zover, alles wat was komt weer terug. De ene na de andere demonstratie volgt. Er waait een fikse wind die de gemoederen door elkaar schudt. Oude dingen keren terug. Massa’s mensen die de zwakkeren de schuld geven. Een man die antifascistische acties veroordeelt, de mensen die het juist opnemen voor de zwakkeren. Zwakkeren worden in het stof vertrapt en degenen die hun helpen worden veroordeeld. Hitler wordt herboren in de geest van Netanyahoe en Trump en vindt zelfs navolging in Nederland.

Wat is dat, de tijd van de mensen, onze levens als een lange rij schakels, de geschiedenis die ons vormt? Het is als de wind, die in cirkels waait. Alles keert terug. Of misschien waait het in een spiraal. Gaat het omhoog of naar beneden? Of gebeurt het allebei tegelijkertijd? Buiten ruisen de toppen van de hoge bomen. Ik geef mijn poging om te slapen op en sla het witte geweven doek opzij dat over mijn klamboe hangt. Dan kijk ik over de vensterbank naar buiten. Het is licht geworden. Aan de overkant van de Swette is het een drukte van belang. Kraaien en kauwtjes zweven en dwarrelen door elkaar als bladeren. Die harde wind vinden ze prachtig. Achter de hoge bomen van ons terrein is de thermiek ideaal voor zorgeloos vleugelen. Het is ideaal om mee spelen, in een spiraal worden ze meegenomen, omhoog en omlaag. Kraaien, kauwtjes, torenvalken, ze doen het allemaal. Ze weten precies waar ze moeten zijn. Konden wij dat maar, zo spelen.

Spelen, blijven spelen. Al maak je nog zoveel mee, als je kan spelen ben je rijk. Spel en beweging zorgen ervoor dat je je niet klein laat krijgen door de omstandigheden. Het houdt de vitale vonk brandende en de warmte van die energie bindt gemeenschappen samen. Als de nacht komt gaan we moe naar bed en slapen we als een roos. Spelen en slapen maakt ons mens, hoe het leven zich ook manifesteert. Het houdt ons hoofd helder, zodat we na kunnen denken en zien wat er speelt. Onrust en slapeloosheid doen veel kwaad. Misschien leidt onze tweede kamer daar ook aan. Slapeloosheid mondt uit in dwaze beslissingen, zoals het ondermijnen van de grondwet. Maar helder en krachtig zijn mensen die blijven wie ze zijn. Die spelen en slapen in alle omstandigheden. Zelfs in oorlogsgebieden vind je ze.

Ik gun ieder mens zijn spel en zijn slaap. Dat alle bitterheid wordt weggewassen door de zachte regenbui van de droom. Dat alle mensen helderheid van geest terugvinden om de bodem onder ons bestaan weer op te bouwen. Spel, slaap, vrede, licht. Alles tezamen maakt ons de mensen die we zo graag willen zijn. Ik heb mijn keus gemaakt. Eerst slapen, dan verder leven. Ik verheug me er op.

Dit is de luisterversie:

.

Over de tweede kamer en de noodzaak om burn outs te voorkomen: meer zetels.

https://decorrespondent.nl/16375/goed-plan-van-150-naar-250-kamerleden/bfe90f45-cb6c-0e54-3a61-4798f74e24e7

Ik ga naar de rode lijn demonstratie in Amsterdam. 5 oktober. Gaan jullie ook?

Een moment van verwarring

Woorden kunnen het tegenovergestelde bereiken van wat je eigenlijk bedoelt. Dan ga ik misschien wel liever gewoon verder met bomen planten. Dat is tenminste echt iets.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Dat is nou ook wat. Gisteren schreef ik een mooi stukje, over hoe ik mijn duurzame leven zie. “Ik zie mezelf als een nomade” schreef ik, “een nomade trekt alleen verder als het moet. Maar evengoed kan het zijn dat deze plek voor de rest van mijn leven is. Misschien heeft deze grond mij echt nodig en hoort het bij mij”.

Beter kan ik het niet zeggen, dacht ik tevreden. Het bericht kreeg veel belangstelling. Maar toen zag ik iets merkwaardigs. Op LinkedIn stond een duim van een man die ik niet kende. Ik keek naar zijn profiel en hij bleek de CEO te zijn van een olie en gasbedrijf. Ik ging rechtop zitten. Wat is dit nou? Een oliedirecteur die iets herkent in wat ik zeg? En dat terwijl ik vorige week nog voor de Waddenzee op de dijk heb gestaan om de nieuwe boorplannen van Shell tegen te houden! De directeur is gespecialiseerd in niet ontdekte olie en gasgebieden op verschillende plekken op de wereld. Die kunnen dan geëxploiteerd worden. Voor mij heeft dat woord een andere betekenis dan voor hem: het betekent nieuwe wegen uitrollen door ongerepte natuurgebieden en onteigeningen. Geronk en geraas en platgereden dieren. Kaalslag om de jaknikkers te plaatsen. Verdere stijging van de temperatuur op aarde, al weet je nooit hoeveel dat is. Verbaasd kijk ik ernaar. Ik dacht dat ik iets schreef over eenvoudig leven. Ik lees het nog eens over. “Misschien hoort de grond bij mij,” schreef ik. Ja, dat denkt een olie-exploitant ook. Die denkt opgewekt: “Ja dat heeft ze mooi gezegd” en voelt zich bevestigd in wat hij doet. Hij ziet zichzelf kennelijk ook als nomade. Hij trekt verder als het moet, maar het liefst vindt hij een grote gasbel waar we voor heel lang genoeg aan hebben. Of olie. Precies zoals ik schreef. Maar “grond die bij je hoort” is in dit geval grond die wordt toegeëigend.. Zo iemand staat vooral ten dienste van zijn eigen portemonnee. Bedrijven moeten groeien, in onze economie, groeien en concurreren. Het is elke keer maar de vraag wat mensen zien in een tekst. Denk ik iets te schrijven over eenvoudig leven, blijkt het tegenovergestelde ook waar te zijn. En dan denk ik: Wat heeft het eigenlijk voor zin, al die woorden? Kan ik niet beter beroepsactivist worden, dan is het tenminste echt duidelijk waar je voor staat. Tenminste, dat hoop je dan. Een poosje volg ik die gedachte. Maar als ik uit het raam kijk zie ik de bomen. Natuurlijk, de bomen! Zij zijn immers concreter dan wat dan ook. Bomen planten is een prachtige bezigheid. Daarvoor zijn weinig woorden nodig, je leven staat ten dienste van hen. Bomen planten doe ik al. In het begin hebben ze je nodig, later een stuk minder. Ze leven vaak langer dan ik. Die prachtige wezens leveren enorm veel diensten voor deze bodem en onze planeet. Bomen planten en ervoor zorgen doet vast en zeker meer dan een tekst, al bewerk ik hem twintig keer om het zo helder mogelijk te krijgen. Ik houd van ze. Als ik hier dan sta, hier in het Friese land, maken ze me gelukkig. Zie ze staan, daar in de wind. Het blad licht op in de zon, de takken zwaaien heen en weer. De berken torenen steeds verder boven het land uit, daar boven op de bult. Hun stammen zullen steeds witter worden en dikker. Eronder kleuren de helderrode bessen van de sleedoorn, tussen de andere bomen en struiken. Niet te geloven dat dit kleine bos nog maar drie jaar staat! Maar ik heb er dan ook veel tijd in gestoken. Dit is echt iets. Het bosje is mijn wonderkind, dat nog veel kan doen. Het zal verder groeien. Mensen zullen het zien en gelukkig luisteren naar het ritselen van bladeren en naar de spotvogel in de zomer. Vlinders en andere dieren en insecten zullen voedsel en beschutting vinden. In de herfst zullen de mensen na mij nog jarenlang noten verzamelen. Hazelnoten, walnoten. Ze zullen goeie gesprekken voeren tijdens het wieden en elkaar helpen bij het uitgraven van de woekerbraam die geen vruchten geeft. Ze zullen de essen en esdoorns ertussenuit halen en gebruiken als brandhout. Misschien is dit bosje wel een begin van een groter bos. Het zien en beleven ervan verandert iets in het denken van de mensen, heel langzaam maar zeker. Dat krijg ik met teksten niet voor elkaar.

De Friezen hier moeten wennen aan bomen. Het kan nog heel lang duren voor het bos groter zal groeien. Misschien wel vijftig jaar. Dan ben ik er niet meer bij. Maar ik heb wel een aanzet gegeven en meegewerkt en het verhaal gaat door. Bomen doen misschien wel meer dan woorden. Laten we goed voor ze zijn. Bescherm ze, verzorg ze, help ze groeien. Laat hun verhalen leven.

.

De levende zee en de doden

In een paar dagen komt het samen, het gedenken van de Palesteinse doden en het beschermen van de ongelooflijk levendige Waddenzee.

.

Het zijn de namen van de doden die ik voorlees. Palestijnse doden, een lange reeks van 68.000. Dat zijn hele boeken vol, waarvan ik als een van de vele vrijwilligers, slechts zes pagina’s voor mijn rekening neem. Elke naam krijgt de volle aandacht. Het valt niet mee, dat Arabisch. Het is volkomen vreemd aan elke taal die ik ook maar een beetje ken. Al is de uitspraak belabberd, het komt vanuit het hart. Tussen de namen in kijk ik telkens even naar het publiek. Een paar mensen zitten er. Sommigen komen hier elke dag langs voor ze naar hun werk gaan. Ze gaan extra vroeg van huis om hier nog even vijf of tien minuten te zitten. Maar niet iedereen heeft die betrokkenheid. Een oudere man staat sceptisch naar mij te kijken Hij zegt iets tegen een vrouw met een grote grijze krullenbos, die al een hele poos ernstig zit te luisteren. Als ik de laatste naam van mijn deel gelezen heb, ga ik naar haar toe. Ik wil het weten. Wat zei die man? Ze vertelt me het met ingetogen verontwaardiging.

“Ach joh, dit heeft toch helemaal geen zin” had hij gezegd. “Je moet die mensen niet allemaal hierheen halen.” Dit is ongepast vond ze en dat zei ze ook en toen liep hij weer verder. Ja, achtenzestigduizend doden, we halen al hun namen hierheen. Om ze als in een gebed te gedenken. Omdat er anders misschien niemand is die het doet en omdat een heel volk niet ongezien van de kaart mag worden geveegd. We kunnen hier weinig doen, maar dit is toch het minste. Er kwamen verschillende reacties uit Gaza. Een ervan kwam van Ahmed, uit Gaza stad, dat momenteel zwaar onder vuur ligt.

Vanuit de grond van mijn hart, ik bedank jullie voor het staan op straat en dat je je stem verheft voor Gaza en de menselijkheid. Mensen als jullie geven ons de hoop dat het rechtsgevoel nog steeds leeft en dat er nog steeds vrije harten zijn die kloppen vanuit waarheid. Jullie demonstratie is niet alleen een voorbijgaand gebaar, het is een boodschap van liefde en licht, dat ons bereikt in het midden van de duisternis. Bedankt dat jullie ons laten voelen dat we niet alleen zijn.”

Dat raakt. Aan het einde van de dag ben ik ineens heel moe. De intensiteit van dit ritueel heeft veel energie gekost en tijdens het klaarmaken van het avondeten ben ik prikkelbaar. Stil eten we onze maaltijd, mijn vriend heeft er begrip voor.

Een paar dagen later ga ik opnieuw op pad. Dit keer pleiten we voor het voortbestaan van onze eigen levende Waddenzee. Het is een actie tegen Shell. Het bedrijf wil hier bij Ternaard naar gas boren. Ook hiervoor zijn veel mensen op de been gekomen. Ik kon gratis instappen, in een bus die Milieudefensie had geregeld. Het is een heerlijke dag en als we met zeshonderd mensen op de dijk lopen, hopen we allemaal dat dit prachtige uitzicht op het wad nog heel lang mag voortbestaan. Er zijn al genoeg doden te betreuren, mensen en niet-mensen. Laat onze Waddenzee dan alsjeblieft voortleven, bruisend, borrelend en fluitend, met alles wat er is! Het is niet nodig dat er opnieuw een gasboring wordt gedaan, op een plek waar het notabene verboden is. Er is genoeg gas voor het hele land op de plekken die al zijn aangeboord. Dit en meer hoor ik van de sprekers. De sfeer is ontspannen en open. Een van de sprekers vraagt om een minuut stilte en dan luisteren we met honderden mensen tegelijk naar wat er is. Ik hoor de roep van een enkele vogel die opvliegt uit het veld en kijk achterom. Ik vind er een glimlachende man, terloops en onverwacht kijkt hij me aan. Hartverwarmend dat zoveel mensen zich inzetten voor een gezonde aarde. Vandaag is het voor de levende zee. Een andere keer staan we op voor de doden die niet in vrede konden sterven en zijn we anderen tot steun. We zijn er, elke keer weer. Dan ik, dan jij, afwisselend als in een oneindig lied dat we altijd blijven zingen.

.

Hier het paradijs en ergens is de hel

Het geluid van boomkrekels in bosjes die ik zelf heb geplant. Daar word ik gelukkig van. Alles groeit ontzettend goed. Mijn hart is opgewekt en levenslustig van karakter. Ik zie dat terug bij sommigen, dáár. Kinderen en volwassenen, die nog altijd kunnen lachen, al is hun situatie nog zo beroerd. Ik denk aan hen. En ook aan hen die nooit meer zullen lachen.

.

.

Tijdelijk geen luisterversie.

.

Hard werken doet me goed. De broeierige augustusdagen vinden verfrissing door de wind, die hier altijd waait. En ik ben hier. Drieduizend vierkante meter, knippend met de heggeschaar, maaiend met de zeis, voorzichtig stappend tussen de sprinkhaantjes, die op sommige plekken massaal het gras kort houden. Ik schilder mijn kleine huis, onderhoud het gereedschap. Alle accu’s worden weer gevuld. Maar ondertussen zeurt er een doffe pijn, iets wat nooit helemaal weg is. Mijn betrokkenheid bij de Palestijnen. De beelden op instagram zijn indringend. Wat daar gebeurt snijdt als een mes. Ik kan er een tijdje niet aan denken, maar het is er. Er is geen land ter wereld waar zoveel kinderen zonder armen en benen verder moeten. En waarheen? Israël drijft hen op als een troep ratten. Voedsel wordt almaar schaarser, het volk moet creperen. Ik zie cementwagens bij waterbronnen, die worden dichtgestort. Geen water meer te vinden. Alles is dorstig, stoffig en droog. Duizenden olijfbomen worden vernield. Alles wat er is wordt gewist. En daarna komen de bulldozers. Die egaliseren de brokstukken, zodat het lijkt alsof er nooit iets geweest is dan een kale vlakte.

Het verhaal daarachter is bekend. Het land is volgens de kolonisten altijd al bestemd voor het uitverkoren volk.”Het volk van God” keert terug. Er zullen nieuwe huizen worden gebouwd en de plaatsen die er ontstaan zullen Bijbelse namen krijgen, alsof ze er altijd al geweest zijn. Het is hun land, en van niemand anders. God heeft het hen beloofd, de westerse wereld heeft hen geholpen en terecht, vinden de kolonisten. Journalisten zijn bij tientallen vermoord om de waarheid uit te wissen. Het andere volk, dat er ook thuishoort moet tot zwijgen worden gebracht. De staat Israël probeert hun geschiedenis te wissen. Mijnheer de president, hoe kan je nog in de spiegel kijken als je je eigen geloof inzet voor zulk walgelijk eigenbelang? Er zijn mensen die nog steeds geloven dat Palestijnen terroristen zijn en dat Hamasstijders degenen zijn die schieten op hun eigen volk en voedsel achterhouden. Een verhaal dat niet is vol te houden. De waarheid is zo groot en gruwelijk, het zal helder en glashard aan het licht komen. Maar ik ben bang dat het dan te laat is. Het is al te laat, nu al. Duizenden zijn dood, het trauma is geschapen, de waterbronnen zijn dichtgegooid. Dit alles had niet mogen gebeuren, had niet getolereerd mogen worden door de internationale gemeenschap.

Ik ben tevreden met wat hier is. De argusvlinder die ik zag, het gezang van de krekels in de nacht. Boomkrekels zijn het, in bosjes die ik zelf heb geplant. Een geluid waar ik gelukkig van word. Alles groeit ontzettend goed. Het is er, allemaal. Maar heb verdriet om het leed dat wordt geleden. Tegelijkertijd heb ik een opgewekt en levenslustig hart. Ik zie dat terug bij anderen, ver weg. Kinderen en volwassenen, die nog altijd kunnen lachen, al is hun situatie nog zo beroerd. Ik gun hen een rijk leven op hun eigen grond. Dat hun kinderen in vrede mogen leven met ontspannen en blije gezichten. Dat de olijfbomen zullen worden terug geplant, en Israël wordt teruggefloten. Internationale steun die als een fakkel wordt aangestoken, het symbool voor een nieuw begin. Maar van Europa hoeven we niet veel te verwachten.

De kentering van licht naar donker

Elk jaar, als de maand september komt, heb ik een sombere avond. Eentje maar, en dan is het weer voorbij.

.

Auteursrechten Alowieke van Beusekom

Dit keer is er alleen geschreven tekst.

.

Het is niet vaak dat ik sombere gedachten heb. Het is maar één enkele avond en bijna altijd tegen de herfst, als de eerste bladeren vallen en de dagen korter worden. Het is wanneer ik al een hele zomer tuinonderhoud heb gepleegd en er nog steeds veel werk moet worden gedaan. En dan ook nog al die demonstraties waar we voor worden opgeroepen, tegen volkerenmoord, tegen boringen van Shell op de Waddenzee, en tegen het handelsverdrag Mercosur… Ik voel me verantwoordelijk. Maar in beweging komen gaat nu stroever. De vroege ochtend heeft de betovering van de lente verloren, en de vogels fluiten niet meer. De broedvogels vertrekken, de wintergasten zijn nog niet gearriveerd.  De magische herfstssluiers zijn er nog niet. En de bessen, pruimpjes en frambozen zijn allemaal geplukt, terwijl de appels nog niet rijp zijn. Donkere gedachten drijven als wolken mijn kop binnen. Iemand zegt dat de aarde ons er straks allemaal af-flikkert en dan zelf verder gaat. Ik denk daaraan als ik die avond in bed lig. Soms kan ik daar dankbaar voor zijn, dat alles uiteindelijk wel goed komt met onze planeet. Maar nu niet. Ja, we maken er een puinhoop van. En wat kan ik nou doen in mijn uppie, al leef ik nog zo eenvoudig en zorg ik goed voor mijn bomen. Misschien kan ik net zo goed ophouden met bestaan, als het dan toch die kant op gaat met ons. Gelukkig redt de slaap me uit mijn somberheid. Het universum van de droom brengt me zoals altijd tot mezelf. De herfst is in aantocht. Het is de herfst, de lucht vol schimmels en verrotting.

In huis is het ’s ochtends koud. Zoals gewoonlijk doe ik mijn oefeningen en maak ontbijt. Maar na de verwarmende pap weegt die sombere avond nog steeds in mijn ledematen en ik duik opnieuw onder de wol. Tot een uur of tien, half elf, dan komt de zon over de bomen heen en maakt de wereld lichter. Net als de natuur keer ik langzaam naar binnen, voel de stralen van de nazomerzon en doe wat nog gedaan moeten worden. Het maaien van het lange gras, distels trekken, riet weghalen. Overwoekerde paden maak ik zichtbaar aan het einde van het land. Zo kunnen we bewonderen wat er dit jaar is gaan groeien. Ik ontdek de zaailing van een lijsterbes met bessen er al aan. Sommige struiken hebben al gele bladeren. De overgang is duidelijk. Die ene avond gebeurt het. Als een zonnebloem die haar zwaar geworden kop omlaag knikt, voor ze haar zaad weggeeft. Als de kentering tussen vloed en eb, tussen de zonnetijd en de donkere dagen. Het is de wet van al wat leeft, waar ik nog altijd deel van uitmaak.