Diepe duizelingen

Het omhelzen van de draak

.

.

Hoe heb ik mijn vrijheid gevonden? Het is een opéénvolging van keuzes, die het schier onmogelijke omhelzen. Als angsten duvels blijven die gedood moeten worden, leren we ze nooit echt kennen. Maar wanneer we ze uitnodigen in hartelijk licht en liefde, blijkt er iets wonderlijks te gebeuren. (Alowieke)

.
Ik word wakker. De zon staat al hoog aan de hemel en ik zie dat het kwart over acht is. Zonder aanleiding krijg ik een gedachte. Dat heb ik vaker ’s ochtends, als ik nog niet in beslag genomen wordt door dagelijkse bezigheden.

Ik schrijf het gelijk op, voor de gedachte weg is. Het is als één van de appelen aan een boom. Ze hebben mijn leven lang gerijpt. Nu ik de vijftig ben gepasseerd hangen de appels glanzend en met rode wangen aan de takken. Ik neem de tijd om ze te plukken. Niet voor niets heb ik radicale keuzes gemaakt, ben ik een volkomen nieuw leven begonnen. Ik deed het om tijd en ruimte te maken. En nu? Ik pluk en geef ze een plek om ze te delen.

 

Het omhelzen van de draak

.
Misschien is dat het verschil wel
tussen die dagen van vroeger en nu.
Toen gaf de koning het bevel
de draak te doden aan ridders te paard
die stortten zich dan in een vurige hel.

Maar tegenwoordig, de dag van vandaag
hangt aan elke grote klok
kent ieder het antwoord op de vraag
hoeveel koppen, ogen, werveltjes…
Verstand smoort doodsangst in de maag

Toch begint alles anders te lijken
Langzaam lijken de duisters te wijken
zo vraag ik mij verwonderd af

Stel dat die draken konden zingen
met stemmen uit al hun zeven koppen
als al die draken zingen gingen
hun schubbige schouders in liefde omarmd
hun lied omringt dan de lelijkste dingen

Stalen stoerheid kan vervagen
ridders met hun heldendom
ze winnen niet, zijn niet verslagen
hun harnassen zijn zwaar en stom
niemand die ze nog wil dragen

De warme bas van de drakentong
O, laten we de draken vragen

Om te zingen!

 

.
Dit gedichtje, zo licht en speels van aard, heeft diepe gronden. Het vertelt  over het transformeren van schaduwkanten. Als onze angsten duvels blijven die gedood moeten worden, leren we ze nooit echt kennen. Maar wanneer we ze uitnodigen in hartelijk licht en liefde, blijkt er iets wonderlijks te gebeuren.

Ik zag mijn draak onder ogen toen ik vijf-en-twintig was.

Op nieuwjaarsochtend 1991 om acht uur werd ik frontaal aangereden op een totaal verlaten Lucasbolwerk in Utrecht. De weg was leeg, ja. Behalve die éne auto. Ik had een lange emotionele nacht gehad en was met mijn hoofd ergens anders. De klap kwam vanuit het niets. Van het ene moment op het andere lag ik schreeuwend van pijn op de weg en ik zag mezelf liggen. Ik hoorde mij gillen alsof het een ander was.
Ik kwam plat op mijn rug in het ziekenhuis terecht. Ik had een arm en een been gebroken en ik werd geconfronteerd met mijn angsten, die zich als een draaikolk aan me opdrongen. Dagenlang lag ik op mijn rug met mijn been omhoog in een stelling. Ik kon er niet aan ontkomen. Ik probeer uitdrukking te geven aan wat ik voelde.

Ik keek in de diepte van een duizelingwekkend ravijn met donkere poelen zonder einde. Er was iets daar. Iets donkers en duisters, als een afzichtwekkend monster of gedrocht. Muren kwamen op me af en ik kon geen kant op. Dit was het einde.
„Okee dan!“ riep ik vanuit mijn diepste wanhoop. „Ik kan niet anders.“ Ik slingerde die woorden het universum in en wierp me blind in de diepte waar ik iets had verwacht wat erger was dan de dood. Maar wat ik er aan trof was ongelooflijk. De sprong bracht mij in de armen van mijn eigen draak. Een diepe ontspanning spoelde langs mijn benen omhoog, alsof ik gedoopt werd in stil en heilig water. Het omspoelde me van mijn kleinste teen tot kruin. De duistere poel bleek het warmste bad te zijn dat ik ooit heb gekend. De draak was mijn eigen kloppende hart.

Ik heb dit verhaal nog vaak verteld. En dan blijkt dat ik niet de enige ben, die zo’n levens veranderende klap heeft gehad. Het is een zeer grondige inwijding in het kiemkrachtige kern van het leven en een sprong in de groei naar jezelf zijn, met al je mogelijkheden en speelse nieuwsgierigheid naar de wereld en anderen.

 

Kierkegaard: “Angst is de duizeling van de vrijheid.”

.

Het breken van duister gaat vaak geleidelijk, zoals Henriëtte Holst hieronder beschrijft. Arm en rijk, nomaden of stedelingen, de Inuït op de Groenlandse ijsvlakten of een autonome Afrikaanse boer in de Savanne, iedereen leeft en leert. Wie durft te vallen, staat weer op met nieuwe inzichten. En het mag allemaal. We mògen het, keihard vallen en fouten maken! Wat een kans toch, zo’n leven op Aarde, de planeet die dat alles maar verdraagt… Boffen dat we er zijn!

Al die mensen onderweg, al die bijzondere verhalen, sterken mij in de overtuiging dat uiteindelijk, alles goedkomt. (Zelfs in Nederland, waar vallen eigenlijk niet mag. Misschien ben ik daarom wel hier.)

 

Henriëtte Roland Holst:

 

Over de rustige vastheid die ik vond

De mensen zijn in twijfel gevangen
’t gezicht van een god heeft de tijd gebleekt,
nu kom ik ze vertroosten met gezangen
van wat nooit wisselt en in niets ontbreekt.
Ik kan bemoediging zijn voor de bangen,
de klare stem die altijd rustig spreekt,
omdat mijn hart dat geen angstvallig hangen
aan wolken kent, ziet wat door wolken breekt.

Ik werd geboren met een aard die sterk
van zelf gaat naar de kern van alle zaken
maar veel stond tussen mij in en mijn werk.
Groeiende, heb ik dat opzij gezet:
het werd al lichter, alle duisters braken
en ik zag liefde als de levenswet.

Henriette Roland Holst-van der Schalk (1869-1952)
uit: Sonnetten en Verzen in Terzinen geschreven (1896)

 

.

Toen ik verder zocht naar meer filosofieën hier over, ontdekte ik een Vlaming, in wiens woorden ik wel iets herken. Psychiater en hoogleraar Damiaan Denys is gespecialiseerd 
in angsten en woont in Nederland. Nederland is een bang land, constateert de Vlaming. ‘Maar angst is juist het deurtje dat ons de vrijheid toont.’

Overigens mis ik iets in zijn visie. Hij onderzoekt de hersens en spreekt niet over het hart. De verwoording van dichters omvat daarin meer dan die van wetenschappers. Het zijn twee manieren om de werkelijkheid te benaderen. Ze kunnen naast elkaar bestaan en elkaar aanvullen en verrijken.

https://www.vn.nl/psychiater-filosoof-damiaan-denys/

.

 

.

 

 

Sjiek jasje in de Domstad

.

Dit is hem

 

 

Ik loop de trap af naar beneden. Een kil briesje waait langs mijn oren, maar de zon schijnt en het water van de Oudegracht schittert in de zon. Daar beneden, aan de kade, is een winkeltje. Met de Utrechtse Dom op de achtergrond, verkopen ze dameskleding. Ik loop naar binnen, de gewelfde ruimte in.
„Dag!“ zeg ik, „Ik wil hier graag iets kopen wat ik nog nooit gekocht heb, een superstrak en degelijk damesjasje.”
De vrouw antwoordt droogjes. „Prima. Daar staat het rek met jasjes.”
Ik loop naar het rek dat ze aangewezen heeft en zoek, tot ik een kleine zwarte heb gevonden met ingenaaide figuurnaadjes.
„Leuk om hier eens binnen te zijn. Ik ben honderden keren voor jullie langs gevaren, met de Plofboot.“ zeg ik vrolijk.
„O? Ben jij van de Plofboot? Maar jij was toch geëmigreerd?“ Ze kijkt me verbaasd aan.
„Nee.“ antwoord ik kort. „Het liep anders.“
„Ah.“
Ze knikt en gaat door met het opvouwen van T-shirts. „Kun je het vinden?“ vraagt ze dan.
Ik kijk naar wat ik in handen heb. „Nou, dit vind ik wel een mooie.“ Ik houd het korte jasje omhoog met de figuurnaadjes. „Ik hoop dat het past. Ik heb mijn opvulbeha niet mee en die moet eronder.“
„Oooo, maar dat wordt lastig. Is het een grote? Als het te groot is dan gaat het kiepen.“
„Nee… niet zo groot. Ik denk dat het wel past.“
„Neem je spullen maar mee naar de kleedkamer. Ik heb hier nog een beha waarmee je het kunt proberen.“
Ik doe de lege bustehouder over mijn hemd en prop hem vol met mijn beenwarmers. T-shirt en jasje erover, klaar. Nu zie ik er opeens heel anders uit. Ik doe het gordijn van de kleedkamer weer open. De verkoopster bekijkt me kritisch.
„Dat kan best.“ zegt ze „als dit de maat is.“
Ik bekijk mezelf in de spiegel. „Dat zal mooi passen bij mijn rode jurk, verleidelijk maar toch heel degelijk. Ik ga met een club van groene aandeelhouders naar de aandeelhouders- vergadering van Shell. Shell van binnenuit bewegen tot een duurzame koers. Dat is de bedoeling. Ze hebben al wat bereikt. Ik vind het wel maf. Straks zit ik daar tussen al die zakenmannen. Die wereld is me volkomen vreemd. Maar als ik er geweest ben dan schrijf ik er een verhaaltje over. Hoe het daar was, met deze kleren aan.” Ik kijk naar de kordate vrouw, die ondertussen naar de kassa loopt.
„Dat is leuk.“ lacht ze.
Tevreden doe ik het jasje uit en reken af.

Ik was in Utrecht om de boeken van Drakenlief te signeren. Er zijn nu zestien van de vijftig verkocht. Vrijdag ben ik in de theetuin van Omslag in Eindhoven met het boek. Daarna ga ik mezelf wijden aan de afbouwfase van de nieuwe wagen. Ik hoop aan het eind van de zomer in mijn fijne nieuwe huisje te kunnen trekken. Dat zal een feestelijk moment zijn! Op dat moment haal ik ook de boeken van Drakenlief weer tevoorschijn, en heb ik alles afgerond voor een vreugdevolle eindpresentatie. Natuurlijk kun je het boek ook nu gewoon bestellen. Mail naar:
tt.alowieke@gmail.com

Theetuin:  http://www.omslag.nl/index.html

.

24 mei ga ik naar de aandeelhoudersvergadering van Shell, samen met de groene club, Follow This.

https://follow-this.org/

Drakenlief en Selderij

.

Drakenlief en selderij kl. frm

.

Oersterk kronkelt de dikke houtige stengel omhoog, de lucht in. Om zich heen heeft hij een menigte aan piepkleine plantjes gezaaid. Het is de selderij, die ik ooit zaaide.
Zo’n klein zaadje heeft het allemaal in zich. Alles om groot en sterk te worden! Verbazingwekkend. Naast de indrukwekkende plant staat de Margriet, ook een kei in het winnen van terrein. Vlak boven de grond wriemelen haar kinderen met gladde, donkergroene blaadjes kris kras door elkaar, met gegolfde randjes. Het lijkt wel een wedstrijd wie het hardst de zon kan begroeten. Ook het grote onverwoestbare Roemeense duizendblad staat als een dappere strijder klaar om kale vlaktes te beheersen, in dit vreemde land. Tussen deze sterke lieden door weet een aardig bloemenstruikje nog net een plekje te vinden.
De grond van dit perk, twee jaar geleden nog gazon, is in korte tijd doorweeft met een ondoordringbaar pakket aan wortels. Dat moet ook. Planten moeten hier sterk zijn, boordevol levenskracht. Ze zijn er om aarde en vocht vast te houden, om leven te scheppen en mogelijk te maken. Je zal zien hoe snel ze een woestijn kunnen bedekken. Als ze maar de kans krijgen!

Ik kijk met bewondering naar de enorme selderijplant. Zo wil ik ook zijn. Zo vol energie. Met allemaal kleintjes om me heen. Ik sta hier. Ik ben. Ik volg het groeien en draag zorg. Ik creëer. En nu heb ik een boek geschreven. Ik hoop dat het een boek is als de selderij, fris, sterk, vol levenskracht. Mijn boek komt voort uit zaad. Zo zal ook dit boek op zijn beurt zaad afwerpen. Hoe dan ook.

.

Agremone Drakenlief boek Hoofdstukembleem

Het boek heet „Drakenlief“.
Ik werkte er drie maanden aan
maar eigenlijk langer.
Handgeschreven, getekend en gekleurd,
met de concentratie van een monnik.
Staande achter de lessenaar.

Het boek telt 58 dikke pagina’s waar de prenten
mooi op uit komen.
Van de eerste druk heb ik er 50 gemaakt.
Elk boek wordt met de pen genummerd en gesigneerd.

Het kost 20 euro excl. verzendkosten 4 euro.
Interesse?
Mail naar: tt.alowieke@gmail.com
Dan volgt de rest vanzelf.

Begin mei ben ik ook in Utrecht met de boeken. Datum laat ik zo snel mogelijk weten.

.

Dit is de boektrailer. Over het verhaal, waarom ik het schreef, en wat het me doet.

.

Het bevrijden van de koning, het slot

.

Protesten in de stad, met Drakenlief

.

Het grote plein is vol mensen. Agremone heeft haar wagen achtergelaten aan de rand van de stad. Haar draken staan op een groot veld tussen vele andere trekdieren. Zij en haar twee vrienden kunnen nergens langs, en mensen verdringen zich rond een doel dat nog onzichtbaar is. Dat moet de ingang van het paleis zijn. Er lopen soldaten rond om de orde te bewaken, maar ze weten niet goed wat te doen, met zo’n enorme menigte kunnen ze niks beginnen.
Agremone kijkt verward om haar heen. „Kom naar de kerk!“ roept een heldere jongensstem naar haar en haar metgezellen. „Daar verzamelen we ons, alle muzikanten!“
De oude hoofdstad is beroemd om haar kerk. Het is de grootse en mooiste kerk die ooit gebouwd is, en haar dikke muren kunnen een paar duizend mensen bergen. De jongen loopt op een holletje voor de drie uit, af en toe achterom kijkend of ze hem nog kunnen volgen. Dan komen ze bij een dikke deur, die krakend voor hen open gaat. „Kom erin,“ zegt de jongen en de twee muzikanten volgen. De lange man met zijn viool, het haar samengebonden in een zwarte staart, de kleine met een trekzak in de hand. „Ja, jij ook!“ zegt de jongen, als Agremone aarzelt om naar binnen te gaan. Zij heeft immers geen instrument! Of toch… ze heeft immers haar stem! De stem van Drakenlief!

.

Muzikanten in de kerk, met Drakenlief

.

De hal gonst van geluiden. Violen worden gestemd, trommelvellen strakgetrokken, zangers en zangeressen oefenen hun toonladders. Dan wordt iedereen verrast door het geluid van een enorme gong, die lijf en leden doet trillen. Eensklaps is het doodstil. Het is hààr violist, die de stilte doorbreekt. Zijn ogen schitteren van concentratie en een heldere zuivere toon vult de kerk. Ze luistert vol bewondering. Zonder erbij na te denken valt ze in met haar zuivere stem, een cello volgt en nog meer instrumenten en dan de trommels. Agremone wordt bijna overweldigd door de grootsheid van dit enorme concert waar zij midden in staat, en ineens weet ze het zeker. Natúúrlijk moeten we naar de koning, en wel nù! Ze is ervan overtuigd dat het gaat lukken. Ze kijkt naar de lange violist die naast haar staat, en bijna onmerkbaar knikt hij haar toe. Samen bewegen ze zich naar de grote deuren en de één na de ander volgt hen.
De menigte buiten wijkt verrast opzij, wanneer de deuren open gaan en muziek van duizenden over het plein golft. Soms is het zacht en lieflijk en hoor je alleen de fluiten en violen, daarna zijn het de trommels en trompetten die de boventoon voeren. Iedereen weet precies wat hij moet doen. Want niemand komt voor zichzelf, iedereen komt hier voor het grootste muziekstuk aller tijden, dat de betovering moet doorbreken. Maar niemand ziet de kleine bosuil die bovenop de kerktoren zit, hoog boven de massa’s. Hij slaat zijn vleugels uit en verdwijnt in de blauwe lucht.

.

Bosuil boven menigte, met Drakenlief

.

Agremone schroomt niet om voorop te lopen, en veel mensen vragen zich af wie die mooie prinses toch is. Zonder barrières bereikt de stoet de poort van het paleis. De muzikanten volgen tot de hele binnenplaats vol staat. Anderen vinden plek op balkons of klimmen zelfs op het dak en in de bomen die er staan. Ieders blik is gericht op de grote gouden deur onder de moerbeiboom. De muzikanten spelen de vonken ervan af. Tot heel langzaam de deur open gaat en bleek en verbaasd de koning naar buiten komt, gevolgd door drie nòg blekere, hele dikke mannen. Ineens is het doodstil.
„Wat moet dat hier?!!!“ buldert de dikste van de drie, maar zijn handen trillen en zijn stem breekt. De koning kijkt hem bevreemd aan, alsof hij wakker wordt, en staart plotseling naar de lucht boven hem. Vanuit het niets komt een kleine bosuil aangevlogen. De anders zo schuwe vogel neemt zeer beslist plaats op de schouder van de koning. En dan geloven de mensen hun ogen niet. De kleine klauwen van de uil groeien uit tot indrukwekkende proporties, de vleugels strekken zich, en dan, dan staat op de koninklijke schouder een enorme glanzende arend. Hij verzet zijn poten om de koning niet te bezeren en strijkt met zijn veren langs zijn hoofd alsof hij hem al jaren kent.

.

De koning en de adelaar, met Drakenlief

.

„W-w-wat is dit?“ een piepend stemmetje komt uit de zojuist nog bulderende man. Maar niemand hoort het. Terwijl alle muzikanten de koning bewonderen om de warmte en de wijsheid die hij nu zo glansrijk uitstraalt, zijn de drie dikke mannen opeens helemaal verdwenen. Er klinkt gejuich en de koning maakt de indrukwekkendste toespraak die hij ooit heeft gehouden en bedankt iedereen vanuit de grond van zijn hart. Een groot feest volgt en zal nog dagen duren. Veel mensen kunnen eindelijk weer eten, want onder het paleis ligt genoeg voedsel om het volk een heel jaar te voeden en de koning is gul.
Agremone zit buiten adem op een muurtje. Ze heeft de hele nacht gedanst en het was heerlijk. Drakenlief heeft haar muziek gevonden. De violist streelt bewonderend haar rode haar. Hun gezichten gloeien. „Nu komt het allemaal goed,“ zegt ze.
.

Epiloog

De mensen zijn nooit vergeten wat er in dit land op deze dag gebeurde. Het werd De Grote Ommekeer. Het immense samenspel dat tot de bevrijding leidde, inspireerde iedereen die erbij was en ervan hoorde. Het land veranderde onherkenbaar. Geen uitgedroogde vlakten meer, maar kruidige weiden en gevarieerde loofbossen, die zich steeds verder uitbreidden. Vogels konden weer nestelen en bijen vonden nectar in vele bloesems. In de omgeving van de verkoelende wouden ontstond een groeizaam klimaat.
Nog altijd is het heerlijk om naar te kijken, de lappendeken van moestuinen, de bedrijvigheid van mensen, die aan het werk zijn. Het land wordt doorkruist met tientallen weggetjes, omlijst met vele soorten notenbomen en fruit. De langdurige droogtes zijn voorbij, maar niet vergeten. Andere landen, eveneens getergd door extreme weersomstandigheden, volgen het voorbeeld van de groeikracht van dit land.

Agremone en de violist namen afscheid van de accordeonist, die met tranen in de ogen een laatste lied voor hen speelde. Hij bleef bij de koning als hofmuzikant.
De Arend van Eeuwen bleef trouw bij de koning voor vele jaren.Toen de geliefde koning uiteindelijk stierf, spreidde hij zijn vleugels en stootte een kreet uit die alle harten raakte. Hij vloog de bergen in en vond zijn wijfje. Hij heeft de bergen nooit meer verlaten.

Het liefdespaar leidt nu een kleurrijk leven. Langzaam trekken ze verder, met de kleine woonwagen en de twee draken. Ze dansen in de ochtendzon, zingen liedjes in de avond en laten de mooiste dingen groeien uit hun handen. Waar ze ook gaan, ze maken veel mensen gelukkig.

.

Verliefd op de muziek, Drakenlief en de vilolist

.

In veel sprookjes moet men eerst weten hoe de betovering verbroken kan worden. Daarna krijgt de dappere held of heldin één of meer opdrachten, die gewoonlijk met succes wordt vervuld.
Agremone, of Drakenlief, heeft die rol gespeeld zonder het zelf te weten. Want niet alleen de muziek was doorslaggevend. De koning had de Arend der Eeuwen òòk nodig, om de macht over zichzelf terug te krijgen. Daarom liep Drakenlief voorop, met een koninklijk zelfvertrouwen. Ze nam de bosuil mee, met de kracht van een Arend. En ze wist het niet.
In het echte leven gaat het immers net zo. De meeste invloed oefenen we uit zonder dat we het beseffen. Al proberen we toch zoveel mogelijk op te merken, het meeste weten we niet en krijgen we nooit te weten. Gelukkig maar. Als je àlles wist…!
Het plotselinge verdwijnen van de drie dikke mannen is overigens geheel volgens de wetten van de quantumfysica. Dat wat niet gezien wordt, verliest zijn vorm en is niets meer dan een stel ongelooflijk kleine deeltjes, die chaotisch door elkaar heen stuiven. Zo leerde ik tenminste op een open college van de Utrechtse Universiteit.
Ik denk dat ik me inderdaad zò zou voelen, als ik één van deze drie was. Krijg jezelf maar eens bij elkaar geraapt na zo’n toestand, een hele klus lijkt me dat. Wat ben ik blij dat ik niet in hun schoenen sta. Zoals Shakespeare al zei „To be or not to be, that ’s the question.“ Wat niet bezield is, kan zich niet blijvend manifesteren. Onoprechte intenties verdwijnen als wilde energie in de storm. En dode dingen vergaan. Maar goddank! Altijd weer tot voeding van iets anders.

Achter de vermolmde schatten

Agremoner werkelijkheid kl frm

Er leeft een slak in mij, vlijtiger dan een mier.

.

Agremone liep onopvallend tussen de dichte stroom mensen. Een meisje in een goudgeel jurkje. Niemand zag haar, de blikken gingen naar glanzende etalageruiten. Ze keek om zich heen, zag gezichten van mensen die keurden en zochten. Zij zocht niet meer, ze hoefde niks, had niets te verliezen en genoot van de zwoele nazomerlucht.
Toen zag ze hem, omringd door een kleine kring van mensen. Een kleine groene draak. De meesten deinsden voor hem terug, niet omdat hij gevaarlijk was, maar omdat hij bij iedereen het hoofd op de borst legde en het daar soms minutenlang liet rusten. Een groepje muzikanten ontdekte hem, vond hem leuk, en volgde zijn gang met vrolijke dansmuziek. Een jongen met grote blauwe ogen lachte, aaide hem over zijn bol en ging verder.
Maar de draak was moe en oud en verlangde naar echte liefde, trouw en tederheid. Dus gaf hij alles wat hij in zich had en keek uit naar zijn liefste. Oude tengere vrouwtjes duwden hem lachend weg. Lange mannen in nette jassen bleven verschrikt staan, als ze het zware groene drakenhoofd op hun smalle borstkas voelden. Ze staarden verstijfd omlaag, terwijl de viool, de fluit en de trekzak maar door speelden. Opgelucht haalden ze adem toen hij eindelijk weg ging en het stel tussen de massa hoorde verdwijnen.

Op een grote kei op een hoek zat Agremone. Ze stond op toen hij haar naderde,  keek hem aan. De wereld stond stil en de muzikanten hielden op met spelen. Haar hart smolt en liep over. Ze omarmde hem, nam hem bij zijn zachte klauw met gouden dons bedekt, en ging mee naar het hol.
Langs de brede rivier was een hoge oever. Daarin had de draak al lang geleden zijn aardehuis gegraven. Vijf lange jaren duurde hun leven samen. De draak vertelde verhalen en zong zachtjes. Zij luisterde, elke dag.Tot hij niet meer kon. Stil liet hij zijn hoofd rusten in de schoot van Agremone en stierf, op een nazomerdag die even zwoel was als de dag van hun ontmoeting. Ze begroef hem naast de rivier en keek verdrietig naar het omgewoelde zand, dat zijn lichaam verborg.

 

.

Blogtek lieve draak kl frm

.

Het hol van de draak lag vol hout en ijzer en vermolmde schatten. Het meisje keek wezenloos om zich heen. Ze keek en keek nog eens. Ze liep van voor naar achter en weer naar voren. Ze keerde alles ondersteboven en binnenstebuiten. Ze poetste, schroefde en schilderde. Ze deed er jaren over om de stoffige bergen op te ruimen, die de draak had verzameld. Ze verjaagde torren en houtwormen en legde het mooiste opzij.
Toen was ze eindelijk klaar. Ze kon het bijna niet geloven, maar het grote hol was zo goed als leeg. Het was er licht en ruim geworden. Verwonderd keek ze om zich heen. Maar hoe mooi het ook geworden was, ze voelde zich leeg. Deze plek was niet meer de hare, zij had haar taak gedaan. Hoe moest ze hier nu weg komen? Ach, moe van al het werk staarde ze naar haar voeten en dacht nergens meer aan.
Maar wat was dat nu, het leek wel of ze muziek hoorde. Het kwam van buiten. Het was snel, vrolijk en wild en het deed haar verlangen naar verre oorden. Gauw rende ze naar buiten. “Neem me mee!” riep ze. Maar de muzikanten speelden onverstoorbaar door en waren al bijna verdwenen. Langzaam liep ze terug.

Het was of de muziek haar iets wilde vertellen. Ze liep het oude hol in, dat nu zoveel lichter was, ging in het midden zitten van de grote lege ruimte. De klanken echoden in haar gedachten. In de hoek stonden nog steeds de mooiste materialen, die ze had uitgezocht. Ze keek ernaar en zag haar lieve draak voor zich. `Poets tot het glimt ` zei hij. `Hier begint jouw nieuwe wereld. Maak iets waarmee je op weg kan. Ikzelf en iedereen zal je helpen.` Ze luisterde verheugd naar hem en begon te tekenen, zwarte lijnen op wit papier. Een kleine wagen tekende ze. Ze fantaseerde, piekerde en peinsde. Het moest warm zijn in de winter en koel in de zomer, ramen aan weerszijden en groot genoeg om in te leven. De vrucht van haar verbeelding werd stralender, kleurrijker, terwijl ze al schetsend de details vervolmaakte.

.

Vermolmde schatten kl frm.

.

Agremone bouwde. De stoffige oude dingen die tot nog toe als dood in de hoek lagen, kregen in haar handen een nieuw leven. Het leek wel of ze kon toveren en de tekening werd werkelijkheid. Ze bouwde langzaam maar gestaag, en tot verbazing van haarzelf en iedereen groeide er iets, dat alle verwachtingen overtrof. Een kleine knusse wagen werd het, lichtblauw en groen geschilderd, het kleurde als bossen onder een heldere hemel en er waren  glanzende ramen aan weerszijden. Het meisje, inmiddels vrouw geworden, zette haar wonderwagen op de smalle weg. Twee jonge draken boden zich aan, en met plezier spande ze het stel voor de wagen.

Zo vertrok ze en niemand, zelfs zijzelf niet, weet waarheen. Naast haar geliefde draken loopt ze, verder en verder. Haar voetstappen fonkelen in de plassen, haar haren glanzen in de zon, stralender dan voorheen. Velen hebben de kleine wagen voorbij zien komen, met het vrolijke stel. Zelfs de somberste harten ontlokt ze een glimlach. Alsof een frisse bries de deur op een kier waait en een nieuwe gedachte komt bij hen op. Het lijkt wel een begin, een begin naar iets heel anders.

.

Blogtek drakenwagen kl frm

.

Hier onder staat het gedicht, dat mij inspireerde tot dit verhaal. Het komt uit het nieuwste boek van Toon Tellegen ’De werkelijkheid’. Ik hoorde het op de radio. (Passaggio, NPO4)

Wat ik wil

Ik wou dat de werkelijkheid een ding was,
dat ik haar kon aanraken, optillen en weggooien

en dat ik haar weer terugvond, wanneer het mij zo uitkwam,
en haar oppoetste
tot zij schitterde als een rivier in de zon

ik wou dat de waarheid een vergissing was
en dat iedereen dat inzag en zich voor haar verontschuldigde

er leeft een mier in mij, luier dan een leeuw,
dommer dan een slak

ik wou dat er iets anders was, het begin van iets anders.

.

.

AGRIMONIE

Het is leuk om naderhand in verschillende bronnen te lezen hoezeer de naam klopt, die ik voor de hoofdpersoon heb gekozen. Hoe kwam ik aan de naam? Ik trok de plant blindelings uit een hele verzameling en wist dat het de goede was omdat het met een nieuw begin te maken had.

Nu lees ik dit. Agrimonie komt waarschijnlijk van agros(veld) en monos(eenzaam). Het is een plant die vaak alleen op het veld staat, maar soms ook in groepjes of bij de rivier. Agrimonie is genezend voor tal van kwalen. Het karakter van de plant maakt je los, en werkt bevrijdend. Je kan weer dansen en vol goede zin opnieuw beginnen. Behalve dat het bevrijdend, reinigend en opbeurend werkt, heeft  agrimonie nog een heel plezierige bijwerking. Het drinken en gorgelen van de thee zuivert de stem. Schorheid lost zich op en keelpijn wordt minder.

Gewone agrimonie werd ook niet voor niks Zangerskruid genoemd. Andere volksnamen zijn Noordse thee, Bosthee, Avermonie, Drakenbloed (!), Verkeerde klis en Kerktoren.  Als de bloemen zijn afgevallen krijgt de plant een slanke vorm die tot de verbeelding spreekt. Churchsteepless , zeggen ook de engelsen. In de klokvormige schijnvruchtjes zien ze een carillion uit de kerktoren. Ik zie het ook!

.

 

Agrimonie kl frm 004

.

.

Tot slot wil ik verklappen dat dit sprookje geheel en al is gebaseerd op mijn eigen levensloop en ik ben werkelijk een draak  tegengekomen op straat en heb jarenlang in zijn hol geleefd. In de drakenhuid zat een jongen verstopt van wie ik in 2002 afscheid heb genomen, maar die voor altijd indruk op mij heeft gemaakt.

Klik hier voor een natuurblog waar ik enthousiast van werd. (Bijvoettegemoet)

.

 

.

.