In de Metaal Kathedraal

.

.

“Ik ben Alowieke, Ambassadeur van de Leegte,” zeg ik tegen de man van het kabinet, die zoëven nog achter zijn bureau zat. Maar ik praat tegen zijn rug, want razendsnel heeft hij zich omgekeerd en zegt tegen iemand achter een gordijn: “Is Abel er? Hij heeft een afspraak met de Ambassadeur van de Leegte.” Ik dacht dat ik hem zou verrassen met mijn woorden, dat hij op zou kijken met een verwonderde blik. Dat hij met een mond vol tanden zou staan. Niets van dit alles. En nu ben ik degene die sprakeloos is.
Hij loopt de kille hal in van de oude kerk, die een paar jaar geleden ”De Metaal Kathedraal” is genoemd. Het nieuwe leven bruist in de stenen buik van het gebouw. De stralende nazomerzon probeert mij door de openstaande achterdeuren naar buiten te lokken, naar het terrein dat er achter ligt. Wat is daar? Ondanks mijn nieuwsgierigheid blijf ik staan.

Ik kijk de man van het kabinet zwijgend na. Boven mij hangt de zware kettinglier aan de ijzeren balk. Een bekend gezicht voor mij als ex schipper. Ik ken de slome bewegingen van het zware staal, dat gelast of gestraald moet worden. Ik voel de rust van de schipper in mij, als ik ernaar kijk.
Mijn rust staat in groot contrast met de hectiek van het moment. Ineens komt er een vrouw uit een andere deur. De weglopende man van het kabinet draait zich naar mij om en zegt: “Dit is Maureen, onze Hemelbewaarder. Ik moet nu even in gesprek met haar. Ik zal de Aalmoezenier een seintje geven dat je er bent. Abel zal vast in de buurt zijn.” De twee verdwijnen achter een deur.

Ik ga midden in de grote lege hal staan, op de zanderige stenen vloer. Hier blijf ik staan, besluit ik, net zolang tot er iemand komt aan wie ik me voor kan stellen. In mijn hand heb ik het stapeltje visitekaartjes, de afbeelding heb ik gisteren getekend en uitgeprint. Het is mooi geworden. Er staat een groot donkerblauw ei op, met een bokaal erin. Uit het bokaal stijgt een rustteken omhoog. Het is het rustteken uit de muziek.
“Alowieke, Ambassadeur van de Leegte, ” staat er op. Het beeld en de tekst, het vat alles samen waar ik voor kom. En eigenlijk is die naam helemaal niet zo vreemd, op deze plek. Als hier ook een hemelbewaarder en een aalmoezenier rondloopt, dan kan je vroeg of laat een ambassadeur van de Leegte verwachten. Ik glimlach.

Na een half uurtje komt er een vrouw uit een open deur in de hoek. “Stadsherberg” staat er boven. Ze stelt zich voor als Lotte. Ze neemt me mee naar binnen en nodigt me uit om mijn verhaal te vertellen. Ze schenkt koffie in. De suiker is zoek, maar iemand vindt een pot versuikerde honing. Ik vertel haar over mijn plannen en ze luistert aandachtig. Als we klaar zijn met onze bespreking lopen we naar buiten, de zon in. Ze laat me het hele terrein zien. Als we terug komen staat er een man bij de deur. Het is Abel.

“Sorry dat we je zolang hebben laten wachten,” zegt Abel. Ik haal mijn schouders op en zeg dat ik het niet erg vind, als Ambassadeur van de Leegte. Naast hem staat Lotte, met blozende wangen. “Alowieke heeft me zojuist van alles verteld,” legt Lotte hem uit. De vrouw straalt van enthousiasme. Ze werkt hier nog maar drie weken, ontvangt vrijwilligers en voelt zich helemaal thuis. “Alowieke wil een plek maken…” begint Lotte en aarzelt om haar zin af te maken. “Nou ja, vertel het zelf maar,” lacht ze tegen mij. Ik vertel.
“Ik wil hier een plek van Leegte maken. Het wordt een ei, twee-en-een halve meter hoog en rond van binnen, zonder hoeken.” Abel kijkt me aandachtig aan. “In het ei zit een rond eivormig gat, daardoor kan je naar binnen.” Ik ben even stil en kijk nadenkend in de verte. “Het is voor één persoon, ” zeg ik dan. “Je kan ook naar buiten kijken, door het eivormige gat. Binnen is leegte en buiten is rust en er is water en er groeien bloemen.”
Verbaasd kijkt Abel me aan. “Maar waarom kom je daarvoor bij òns? Dat vind je hier toch niet.. rust, water en bloemen?” Ik kijk hem fel aan. “Juist daaròm. Juist omdat het hier zo hectisch is wil ik dit voor jullie maken!”
Abel kijkt me verrast aan, glimlacht en zegt dan langzaam, “Ja… We kunnen zo’n plek scheppen…”

De ontmoeting met Abel is kort. Abel, en ook Lotte, wordt weggeroepen. “Ik zal erover praten met Maureen,” zegt Lotte nog, “Die gaat hier eigenlijk over..”

Ik weet genoeg. Dit is een goed begin. Ik kom hier terug, op een ander moment. Ik loop door de grote hal naar voren. Naast de ingang is een houten trap. Die had ik al gezien toen ik binnenkwam, twee uur geleden. En ik weet dat daarboven iets heel bijzonders is. Dus het enige wat ik nog wil doen is dit, om in mijn eentje nog hèèl even op die prachtige zolder te gaan kijken…

.

Zo’n zolder heb ik werkelijk nog nooit van mijn leven gezien!

.

.

http://www.metaalkathedraal.nl/

 

 

Het hek dat altijd dicht was

.

 

Ik zit op mijn grote Gazelle, met een fietskaart van de Achterhoek in mijn hand. Ik ben de route kwijtgeraakt en fiets nu maar gewoon langs de autoweg, die naar Zutphen leidt. Het fietspad gaat over een groot kaal kruispunt en harde wind blaast mijn hele kaart open en hij wappert wild. Ik frummel hem gauw in elkaar, voordat hij uit elkaar scheurt of in de bosjes belandt.
Ik steek over en ga een zijstraat in. Ik fiets nu in de luwte, aan de rechterhand is een bos met loofbomen. Tot mijn verrassing zie ik links naast het pad een groot weiland vol met bruine Barnevelders. Ik ken dat soort kip. Bij ons op de camping zijn ze ook. Je kan er goed mee praten en ik vind ze grappig. “Heeeeeee Kippetjes!” roep ik luid, vol blijde herkenning. De reactie is overweldigend. Alle kippen steken hun kop uit het gras en kijken me aan, tientallen! Helemaal gelukkig fiets ik verder, op weg naar de trein.

Als ik thuis ben moet ik nog aan ze denken. Wat fijn hadden ze het daar, die kippen. En wat een verschil met die scharrelkippen hier verder op!
Een maand geleden fietste ik naar de geitenboer, langs het bekende bord met “Scharreleieren te koop”. Het is een mooi plaatje van een grote tevreden kip op zijn nest. Ik hoor altijd een kakefonie van gekakel als ik erlangs fiets. Het is een groot koor met veel harde kakels. Ik ken dat soort kakel. Het klinkt net zo als ik één van onze kippen betrap bij het zoeken naar een plek om eieren te leggen, tussen de bloemen, of achter een stapel planken. Dan krijg ik luid commentaar, in duidelijk verstaanbaar kips. Het klinkt als “Stomme trut waarom stoor je me!” Maar meestal kakelt ze niet en ontevreden is ze zelden. In tegenstelling tot de kakelende meute bij de buren, scharrelt en krabbelt dit kipje rustig rond en doet waar ze zin in heeft.

Ik fiets langs het bord met “Scharreleieren te koop.” Er is iets. Ik mis het gebruikelijke gekakel en het hek, dat normaal gesproken gesloten is, staat nu open. Dit is mijn kans. Ik aarzel niet en fiets het erf op, klaar om vriendelijk goeiedag te zeggen en belangstellend naar de kippen te informeren. Maar er is niemand. De schuurdeur staat open. Nu kan ik eindelijk kijken hoe het er daarbinnen uit ziet.
Ik zie drie rijen hokken die in twee verdiepingen boven elkaar liggen. De onderste hokken op kniehoogte, de bovenste op borsthoogte. Een hok bestaat uit een staalplaat van ongeveer twee bij vijf. Hoeveel kippen zouden daar geleefd hebben? Ik weet het niet. Maar het lijkt er op dat er weinig te scharrelen valt.
Ik kijk opzij en zie iemand uit de andere schuur komen. Het is een jonge man. Zijn gezicht staat strak en zijn schouders zijn gespannen. Met grote pas komt hij op me af. Ik wijs naar de schuur. “Ik wilde vragen…” begin ik, maar de man heeft zich alweer omgedraaid en trekt de deur resoluut achter zich dicht. Ik stap weer op mijn fiets en rijd het erf af.
Even later vertelt de geitenboer dat de legkippen na een jaar geslacht worden. Dan zijn ze niet meer productief genoeg en dan komen er weer nieuwe. Hij kijkt me een beetje verontschuldigend aan, alsof hij het eigenlijk ook niet leuk vindt en verwacht dat ik commentaar zal geven. Maar dat doe ik niet. Ik knik en draai de dop op mijn fles met verse geitenmelk.

Er zijn vier weken voorbij. Op weg naar de geitenboer zie ik een grote witte vrachtwagen bij de pluimveehouder. Ik houd even op met trappen, om te kijken wat er op staat. “Living animals” zie ik staan, met kleine sierlijke letters. Rond de wagen en op het erf lopen mannen in witte pakken. Ze hebben alle huidskleuren van de wereld behalve de onze. Drie van hen zien me, lachen en zwaaien naar me. Ik lach terug. Ach, ze zijn blij dat ze werk hebben en dat er brood op de plank komt. Blij dat er een olijke vrouw op de fiets langskomt, met groene klompen aan. Geef ze eens ongelijk.

.

Dit verhaal begon met een fietstocht bij Zutphen. Het doel was om te kijken of mijn nieuwe uitdaging lag op Natuurcamping Wientjesvoort Zuid. Ik vind het een leuke plek, maar op dit moment is het niet iets  voor mij. Ik blijf waar ik ben tot ik volledig overtuigd ben van mijn volgende stap. Ik denk dat die eerder kan verwachten van uit een rechtstreekse uitnodiging, dan vanuit tips. Of ik loop er zomaar tegen aan. Zo gaan die dingen. Bij mij, althans.

 

 

Op pad als activistisch aandeelhouder

.

.

aandeelhoudersvergadering Shell.

Ik voel me wel een beetje vreemd, verkleed als dame. Hier in het circustheater van Scheveningen ga ik het beleven. Mijn eerste aandeelhoudersvergadering van Shell. Als ik het plein op loop, zie ik meer vrouwen gekleed zoals ik. Zouden zij alles weten over dividend?  Ik weet  er niks van, niets van aandelen, niks van opties, futures, noch winstuitkering. “ Wat dòe je hier dan?” vraagt de man die samen met mij naar binnen loopt. Ik geef antwoord terwijl ik de zware glazen deur open duw. “Ik heb een heel klein aandeel voor groene energie. Pas net, vlak voor de vergadering heb ik het geregeld, via Follow This. Ik wil dit meemaken. Snap je?” Hij knikt.
“Change the world, buy Shell,” zegt deze groeiende organisatie. Ik dacht, ik doe mee en ga erheen. Ten slotte, wie niet nieuwsgierig is, komt niks te weten.
Ik loop de zaal in en zoek een plek op een van de met rode stof beklede stoelen. De zaal is groot en wat muf . Wel lekker warm na de koude wind buiten. Zeven grote toneellampen schijnen op de twaalf vertegenwoordigers van Shell, die in twee rijen op het podium zitten, voor de doffe zwarte toneelwand. Afgevaardigden uit diverse landen.

“ Welcome,” zegt de middelste man, die vooraan zit. Het is Ben van Beurden, de grote baas van het megabedrijf. Er zijn veel mensen die hem vandaag willen spreken. Hem, of een van de andere afgevaardigden.

In de zaal zitten mensen uit Canada, Amerika, en Engeland. Een Inoït uit Alaska doet vriendelijk zijn best om ons in onze eigen taal te begroeten. Met ingetogen en zachte stem vertelt hij zijn verhaal. Hij vertelt dat de mensen van zijn volk bang zijn. Bang voor vernieling van hun cultuur door oliewinning. De 275 boorstations die Shell in de Poolzee had gezet, zijn nu bijna allemaal verdwenen. Maar eentje staat er nog. Zijn mensen vertrouwen het niet. Gaat Shell wel ècht weg? Of komen ze terug? Hij wil het weten.
“ We gaan echt weg,” zegt van Beurden. Maar we moeten nog dingen doen. Ankers opruimen uit de bodem van de zee, en meer zaken.
De Eskimo bedankt hem dat hij de kans kreeg om te spreken. Hij wenst hem veel succes met het ontwikkelen van alternatieve energiebronnen.

Hij is niet de enige met die wens. Hij lijkt of de zaal vol zit met mensen die vragen om verandering, die soms letterlijk schreeuwen om een veel duurzamer beleid. Er komt een vrouw aan de microfoon. Ze komt uit Groningen, zegt ze. Ze voert netjes het woord, met felle ondertoon. Ze praat over haar prachtige Kop-Hals-Romp boerderij in Groningen. Er klinkt bitterheid in haar stem. Hun droom is ingestort. Hun huis staat op de slooplijst, maar ze wonen er nog steeds. Hoe moeten ze nu verder? Ze beschrijft de afbraak van de prachtige oude huizen van haar buren.

Als ze uitgesproken is klinkt er geschreeuw.  “Groningen!” hoor ik iemand keihard roepen. Ik kan niet goed zien wat er gebeurt. Ik zie het hoofd van een vrouw. Ze heeft een bord in de hand met een tekst die ik niet kan lezen. Ze loopt heen en weer voor het podium met belangrijke mensen. “Stel onze veiligheid voorop! “ roept ze met schelle stem. “Het is een schande! Dat is het! “ Er klinkt gegrinnik in de zaal. Ik zeg hardop wat ik denk, terwijl ik schuin naar achteren kijk naar een lachende grijze man. “Het lijkt grappig”, zeg ik, “maar die mensen zijn wèl wanhopig. Laat van Beurden begrip tonen en voor één keertje van het podium afkomen.” De grijze man kijkt me aan van opzij en lacht niet meer.
Als het schreeuwen tot bedaren komt geeft Ben van Beurden antwoord, hoog vanaf zijn troon. Hij zegt vriendelijk dat ze hun best doen om de Groningers in alles tegemoet te komen en ze proberen te begrijpen wat er nodig is. Als er mensen zijn die anders beweren dan is dat hun eigenbelang en niet het beleid van Shell. Shell is en blijft in dialoog en zal de kosten vergoeden. Ik weet niet of de Groningers hem geloven.

Er zijn veel sprekers. Al met al is het een hoopvolle bijeenkomst. Ik verwachtte een zaal vol duffe grijze zakenmannen met een groepje activistische aandeelhouders. Maar de roep om verandering groeit. Het gaat ook goed met Follow This. Ik ben één van de vijftig activistische aandeelhouders die aanwezig zijn. Maar er zijn er veel meer. Ze vragen Shell niet om te stoppen met gas en olie. Ze vragen er wel om geen geld meer te stoppen in het zoeken naar nieuwe vervuilende en niet duurzame energiebronnen. Het is jammer dat Shell deze afspraak niet wil maken. Maar wie weet, in de toekomst. Het moet anders. Het kan niet anders. Ze kunnen er uiteindelijk niet onderuit.

.

Transparant tasje voor Shell aktieMijn portefeuille is in elk geval WEL transparant.

.

Achteraf blijkt dat het rumoer van een heel groepje Groningers afkomstig was. Ze kwamen binnen via aandelen van milieudefensie. Wat ik niet kon zien maar later hoorde, was dat ze het grote opperhoofd een contract onder de neus wilden duwen. Het was de bedoeling dat hij dit zou tekenen, al verwachtte niemand dat hij dat zou doen. Hieronder is de tekst van het genoemde contract. De woordvoerster heette Annemarie Heite.

https://drive.google.com/file/d/0B5t97_SAr9UPZGFGa252cldaQXc/view

Ook trof ik Jan Juffermans. Hij sprak helder en duidelijk over de miljoenen slachtoffers en doden, indirect het gevolg van de winning van gas en olie. Hij deelde aan iedereen, inclusief de staf van Shell, foldertjes uit met de titel: “De overbelasting van de Aarde is het overkoepelende vraagstuk!” Daarover gaat zijn eBook van 48 geïllustreeerde pagina’s.

Het is gratis. Klik op de link…………..http://www.voetafdruk.eu/onzevoetafdruk/mijnhemel/

De foto’s van mij zijn allebei gemaakt door Fatima Zohra-Buurman.

 

.