De zompige tijd na verzending

En hoe je daar weer uit komt.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Het manuscript voor “De heilige traagheid der dingen” is af en verstuurd naar de uitgevers. Het werk is gedaan. Maar het moeilijkste stuk komt nu pas. Schrijven vind ik heerlijk om te doen en het verhaal lijkt als een loper voor me uit te rollen. Toen ik klaar was met schrijven, moest er een voorwoord komen, en toen het kwam was ik blij. Er moesten zeven schilderijen komen bij het boek, en ook die zijn af.

Het manuscript is verzonden naar twee uitgevers en de eerste afwijzing is binnen. Geen botte afwijzing maar een lovende, dat scheelt. Maar hoewel ik het min of meer had verwacht word ik er toch stil van. Ik vraag me af hoe het zal gaan met de tweede uitgeverij, de grootste. Hun boeken passen beter bij mij dan die van de andere uitgeverij, dat heb ik al wel gezien. Maar het is zelden dat een onbekende schrijver een “ja” krijgt, zeker bij zo’n grote uitgeverij.
Ik werk op het Verhalenpad, trek het gras weg tussen de zilverschoon en de bessenstruiken. Het meditatieve werk is ontspannend en geeft veel voldoening. Ik kan eindeloos kijken naar alles wat er groeit, zoemt en kruipt. Maar het is of het Verhalenpad iets zijn betekenis verliest, nu het boek met de verhalen stil ligt te wachten op een grote stapel, tussen talloze andere manuscripten. De stilte is dof en in mijn hoofd komen oude gedachten op. Kom ik er wel tussen? Is mijn verhaal wel goed en helder genoeg om te stralen in een boekenkast met andere inspirerende boeken? Misschien wil geen enkele uitgever me. Aan de ene kant is dat wel makkelijk. Dan hoef ik niet vol in de publiciteit om mijn boek te promoten, want dat vind ik best spannend. Ik kan het boek ook zelf uitgeven, zonder franje eromheen. Meteen wijs ik die gedachte af. Geen sprake van dat ik daaraan toe geef. Ik denk aan die ene keer, toen ik twintig was en met mijn studiejaar op een eiland zat. De opdracht was voor mij om een liedje te maken en laten horen. Ik besteedde er een hele ochtend aan en het was geloof ik best leuk, maar ik durfde het niet te zingen. Ik kreeg op mijn kop van de mentor: “Als je je werk niet laat zien kom je nergens.” Dus dat heb ik inmiddels geleerd. Spreken en trouwens ook zingen is geen probleem meer voor me. Ook niet in het openbaar, al is het toch spannend, als je niet weet wat er gaat komen. En toch, misschien komt er wel een gesprek op gang! Maar dan lees ik een boek van een hele goeie schrijver, waar ik echt van onder de indruk ben. En dan ga ik vergelijken. Zo gaan de gedachten rond in mijn hoofd, tot ik het zat ben.

Ik klim uit de hangmat. Eerst maar eens mijn ochtendoefeningen doen. Ik volg dezelfde routine als altijd en ga dan verder met een dansje. Dan kijk ik naar het symbool in de nok. De rode cirkel van de aarde, in vieren gedeeld, het diepe blauw van het universum er om heen. Het is of ik het kleine raampje opnieuw zie, en de symboliek die ik eraan gaf in goede tijden, keert nu bij me terug. De Aarde, het universum, het groeien. Wat ik geschreven heb moest geschreven worden en zal zijn dienst bewijzen. Elk verhaal is de moeite waard om te delen, zeker als er zoveel tijd aan is besteed. Ik zie mensen over hetzelfde soort onderwerpen schrijven, elk op zijn of haar manier, met veel waardering bij publiciteit. Daar ligt het dus niet aan. De betrokkenheid groeit en ook mijn verhaal zal er komen. Sommige dingen duren lang, maar dat is geen reden om de moed te verliezen. Lichaamswerk en dans doen goed. Als het maar blijft trillen. En die negatieve bijgedachten? Ach dat stelt niets voor. Van nu af aan ben ik Oost Indisch doof daarvoor. Als er niemand luistert dan verdwijnen ze vanzelf. En nu ga ik een flink stuk fietsen.

.

.

https://alowieke.blog/inschrijving-de-heilige-traagheid-der-dingen/

Het boek zoekt een weg naar buiten

De volgende fase komt eraan. Wat is er om de hoek?

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Het is zover. Het boek met werktitel: “De heilige traagheid der dingen” is klaar om naar uitgevers te worden gestuurd. Uitgeverij Atlas en uitgeverij Vonk kies ik. Kijken wat het wordt. Er is een prachtig voorwoord bij gekomen, waar echt moeite en aandacht voor genomen is. Ik ben blij dat Fransjan de Waard dit heeft willen doen. Dit, tezamen met de nu al een-en-zestig inschrijvingen geeft mij moed. Het is een bijzonder moment na al die maanden. Stukje bij beetje zijn er vijf jaar overheen gegaan om dit boek te schrijven. Ik neem je mee op het einde van de reis, de laatste wandelingen met de wagen, de laatste ontmoetingen op de weg. Dan de definitieve keuze om te blijven waar ik ben, om echt iets voor de aarde te betekenen. De grote succesvolle droom: rondreizen met mijn eigen gebouwde huis met eigen energievoorziening, opgeven voor een kleine droom. Maar wel een droom met wortels en de andere was gegrond met wielen op asfalt!
Nog steeds ben ik tevreden met die keus, hoewel het soms wel volhouden is. Maar wat een bevrediging geeft het. Als ik zie wat er allemaal is gaan groeien op deze plek, dat is prachtig.
Vier jaar ben ik nu intensief bezig.

Toch sta ik nog steeds bekend als “Die vrouw die altijd maar rondtrekt met haar wagen.” Maf, hoe snel die beeldvorming gaat. Terwijl het maar drie maanden was, dat ik echt rondtrok. Dat zeg ik ook de hele tijd, maar dat maakt geen donder uit. Het was een hit en mensen blijven het zeggen. Terwijl ik de afgelopen vijf maanden maar een keer in de trein heb gezeten en nooit verder ben geweest dan Leeuwarden. In het dorp zijn kinderen die me naroepen. “Alowieke! Zwerver! Alowieke!” Het is mij een raadsel hoe ze mijn naam weten. Ben ik zo bekend? Blijkbaar wel. Gisteren fietsten ze me het hele stuk achterna, vanaf de huizen bij de melktap tot aan ons pad. Ik hoorde hun stemmen, maar keek niet. Toch was er iets veranderd. Ze riepen alleen nog mijn naam, zonder zwerver erbij. “Alowieke, Alowieke!” Misschien was het toch iets belangrijks. Ik stopte en keek met een ruk achterom. Daar stonden ze op een kluitje met hun fietsen. Met een hoop gegiechel en gilletjes keerden de kinderen zich gauw om. Ik haalde mijn schouders op en reed door. Kennelijk ben ik niet alleen bekend maar ook nog een spannend tijdverdrijf. Misschien moet ik ze maar eens met de hooivork achterna. Zullen ze vast leuk vinden.
Toch is het raar om bekend te zijn. Hoe mensen iets interpreteren dat weet je nooit. Dat hoort erbij. Laat ze maar denken. Het is geen reden om iets niet te doen. “Doch dyn plicht en lit de lju mar rabje” zegt een oude Fryske tegelwijsheid. Dus dat doe ik. En laat de kinderen zich maar vermaken. We maken er wat moois van. Als we willen is er immers zoveel mogelijk! We kunnen onze direkte omgeving transformeren tot een groeiende oase. Laat de inspiratie voortrollen als een golf, van de een op de ander, totdat niemand meer weet waar het vandaan kwam. Laat het protest tegen de rotgang der dingen zich naamloos en vanzelfsprekend transformeren in een overvloed aan tijd. En dat die tijd zich dan manifesteert als een prachtig paradijs, waarin alle leven een plek vindt om te groeien. Dat is mijn wens, die ik meegeef met het boek. Een boek zoals er vast meer zijn geschreven. Dat het bij elkaar komt als een rivier en stromen gaat. Dat wens ik.

.

.

Inschrijven kan nog steeds!

Traagheid met een deadline

.

.

Deze week geen luisterversie.

.

Traagheid met een deadline, bestaat dat? Het vraagt allerminst om gestage discipline om er stap voor stap naar toe te werken. Ik meen dat dit me aardig lukt. Er is een enkel vlaag van onrust, maar die laat ik niet winnen. Elke dag doe ik mijn ding, Ik schrijf en ik fiets op en neer naar Leeuwarden. Schilderen, naar de markt. Samenwerken met de mensen van het kunstatelier, eens in de twee weken zie ik ze. Een regelmatig weekritme is een grote steun. En ook mijn vriend Dick, die er van oktober tot juni is, en met wie ik de taken verdeel, het inkopen doen, eten koken. Als ik om elf uur binnen kom heeft hij het water voor de koffie al opgezet. Vaste regelmaat is een voorwaarde om nieuwe dingen op te kunnen bouwen. Zoals een boek. Of een nieuw bosje. Of een schilderij. Op dit moment ben ik met alle drie tegelijk bezig. Terwijl de dagen op zijn kortst zijn.

Het lijkt veel. Maar het is prima te doen, dankzij het leefritme. Ik loop naar mijn vriend, voer onderweg de koeien. Elke dag gaan mijn ogen langs dezelfde plekken. Steeds dezelfde zijn het, en toch is er veel te zien. Plassen in de wei die groeien en krimpen, een windvlaag die over het oppervlak strijkt. Bij Dick zijn wagen is een hele grote, naast de sloot. Daar is het land laag, en daar blijft al het water staan. Ik kijk er altijd naar, als ik er ben. Een zucht wind die over de vlakte strijkt. Ik kijk ook naar zijn huis, dat steeds schever zakt. Hij huurt het, dus doet er zelf niks aan. Heel anders dan het mijne, dat van mij is. Dat ik van binnen en buiten kan dromen, en dus altijd blijf onderhouden. Maar daar is het nu gaan tijd voor. Nu doe ik andere dingen. Het boek, de nieuwe bomen die komen, de schilderijen. Het hoort allemaal bij elkaar, en bij de boekpresentatie zal iedereen die wil dat kunnen zien. Maar zover is het nog niet. Eerst koffie. Ik loop het bordes op en ga naar binnen. Dick is er. Zoals bijna altijd.

Voor het schrijfwerk is een opmerkzame blik belangrijk. Rimpelingen in het water evengoed als gezichtsuitdrukkingen. Om herinneringen op te halen is rust nodig. December is een goeie tijd daarvoor. Ook voor “De heilige traagheid der dingen” is dat belangrijk. Mijn streven is om met nieuw jaar het boek naar Uitgeverij Zilt te sturen. Nu ik opnieuw het hele boek doorwerk, merk ik dat ik blij ben, met zulke scherpe herinneringen. Als een weefdraad verwerk ik ze door het boek, verschillende thema’s. Vooral als ik wakker word komen ze, als ik een paar dagen achter elkaar thuis ben. Het stille donkere bed is de beste plek om het te laten borrelen, verbindingen te leggen.: Dat ene stukje, daar moet iets bij. Het staat in verbinding en de ene toevoeging heeft invloed op de rest, die dan ook weer een beetje verandert. Langzaamaan verandert het boek wezenlijk. Het zijn geen losse stukken meer, doorspekt met meningen en conclusies. Die zijn er nog wel, maar alleen ter ondersteuning van het een verhaal. Het zijn niet de kralen waar ik mee rijg. Steeds meer wordt het een verhaal aan één stuk, een beleving waar de ander in zijn verbeelding mee kan gaan.

Eind december is de deadline, voor “De heilige traagheid der dingen”. Althans, het boek dan. Het komt er.

Omdat ik daar nu graag aan door wil werken, deze week geen luisterversie van dit verhaal.

Bezoek

Wat een verrassingen deze week!

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Vanuit de verte gezien zijn er twee bosjes in het Friese weidelandschap hier, vanaf ver te zien, een groter en een kleiner bosje. In het grote wonen de anderen. En daar staat de boerderij. In het kleine bosje woon ik.Vaak heb ik het me voorgesteld. Hoe er voor mijn woonwagen een paar kleintjes zouden komen. Kleine woonwagentjes, lief en helemaal in harmonie met de bomen, de bloemen en het veld. Net als de mijne. En dat we met elkaar een dorpje zouden vormen. Mensen met wie ik kan lezen en schrijven en deuren kan openen naar een andere tijd. Maanden gingen voorbij, terwijl ik werkte aan de biodiversiteit. Er kwamen busjes over de weg, en ook heel veel auto’s, luxe caravans en een tiny house van vier meter hoog. Ik dacht dat ze nooit zouden komen.

Maar deze week kwamen ze. De kleine woonwagens, echt heel erg klein. Ze noemen ze fietscaravans. “Heb je ze al gezien” zei mijn buurman “Ze staan bij jou op het veld!” Ik liet de tak los, die ik wilde afknippen, stopte de snoeischaar in mijn fietstas en ging er gauw naar toe. Ze hadden zich al aangekondigd, via de mail. En daar staan ze nu. De twee fietscaravans met fietsen ernaast. Vrolijke jonge gezichten begroeten me. Net als ik, toen ik op reis ging, hebben ze hun huis achtergelaten, toen ze weggingen. De huur is opgezegd. Dit is alles wat ze hebben. Ik laat ze mijn kas zien, daar mogen ze gebruik van maken. Er staat een tafel in, twee luie stoelen en een bureaustoel. Nu gaan ze daar hun gang. Ik heb het gevoel alsof ze hier al heel lang zijn. Maar straks gaan ze ook weer weg. Een droom komt zelden in één keer uit. Het groeit als bloemen. Eerst is er eentje. Dan komen er meer.

Gaandeweg wordt duidelijk wat het betekent, wanneer iemand echt aanwezig is, zoals zij. Het is wezenlijk anders, dan wanneer mensen alleen maar op vakantie zijn. Anders ook dan bewoners, hier op de boerderij, die elk met hun eigen dingen bezig zijn.
We hebben het over thema’s die we gemeen hebben. Hoe het is om je los te maken van de snelle wereld. Wanneer je onderweg bent, je bezit niet groter dan wat je bij je hebt, lijkt de wereld een mallemolen. Jij staat stil in het midden, als in het oog van een orkaan en alles raast langs je heen. Mensen zijn druk om zich te verplaatsen van hier naar daar en jij hoeft niks. Je bent wie je bent, en waar je bent, zonder gedoe of franje. Hoe klein ben je dan! Dat kan een diep gevoel van eenzaamheid geven.
De eenzaamheid is nu vervlogen, nu wij samen op dit veldje staan. De snelweg raast door zonder ons, de vogels fluiten terwijl wij praten. Ze gaan ook weer verder, precies wanneer ze zin hebben. Ik heb gezegd dat ze terug mogen komen wanneer ze willen.
Ook zij bouwden hun ding helemaal zelf. Ze weten nu hoe het is, onderweg zijn met iets dat zo bijzonder is en helemaal van jezelf. De twee superkleine minihuisjes zijn op dezelfde wijze gebouwd, de ene is blauw, de andere groen met roze. Het is het model van een schaftkeet, met een halfrond dak en rechte wanden. In de deurtjes zitten raampjes als een halve maan en er hangt een kleurig gordijntje voor. Binnen zijn een paar ondiepe kastjes, en een bed. Er is een constructie om een tafeltje te maken. Alles wat je nodig hebt is er. Onderweg zijn met zoiets, trekt ogen. Iedereen komt naar je toe. Ze hadden niet gedacht dat dat zoveel energie zou kosten, al die kijkers die steeds dezelfde vragen stellen. Maar toch is het goed. Mensen helpen herinneren hoe het ook anders kan. Veel mensen in Vinex wijken zijn bang om kwijt te raken wat ze hebben. Hoe kijken zij hiernaar? Een leven met zo weinig spullen? Wie van hen kan het zich voorstellen, dezelfde stap te maken? Het is moedig, om zo vol vertrouwen te zijn. De overtuiging te hebben dat je op de juiste tijd een plek vindt waar je weer kan landen. Ik weet niet hoelang ze blijven. Dat maakt niet uit. Ik ben blij met ze.

Nieuws: Wat een ondersteuning heb ik gekregen! Het is een hart onder de riem. In een paar dagen tijd is het aantal aanmeldingen voor mijn boek gegroeid van vijftien naar vijftig! Dat betekent een veel voor me. Het geeft me energie om door te gaan. Dus iedereen die zich aanmeldde: Heel hartelijk dank. En er is nog iets om blij mee te zijn.
Inmiddels heb ik eindelijk ook mijn eerste uitgever gesproken van mijn eerste boek. Ik kon hem maar steeds niet bereiken, en was dus maar naar een ander gegaan. Maar nu was hij er weer. Hij kwam net uit de lappenmand en heeft voorlopig geen tijd. Maar we hebben afgesproken dat we in november of december bij elkaar komen. Helemaal passend bij het thema: “De heilige traagheid der dingen”. Het duurt even, maar het komt! Ondertussen zie ik genoeg passages die nog beter kunnen. Dus ik werk er met veel plezier aan door, als ik dan toch de tijd heb. Dit geeft me echt een goed gevoel. Dat jullie van je hebben laten horen, als potientiële lezers en dat mijn oude trouwe uitgever weer bij positieven is. Super!

.

Steun voor het nieuwe boek

Als er genoeg mensen zijn, dan komt het er.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Ik had eigenlijk een ander verhaal klaar liggen, maar ik schrijf nu dit, omdat dit me nu bezighoudt. Het boek is af: “De heilige traagheid der dingen”. De eerste uitgever heeft het gelezen. Ze vindt het goed en zinvol. Maar toch doet ze het niet. Ik moet namelijk een netwerk meenemen van geïnteresseerden. Zonder netwerk is het uitgeven van een boek te riskant. Want wie gaat het kopen? Er zijn zóveel boeken! Sommigen hebben een bedrijf, een klantenkring. Dat helpt een hoop. Een bedrijf met een uitgebreid netwerk, dat had ik vroeger, maar nu niet meer. Ik ben nog steeds nieuw in Friesland. Ik hoopte dat ik via mijn blog en het Rijdende Verhalenhuis een netwerk zou opbouwen. Het netwerk dat ik heb opgebouwd blijkt magerder dan ik hoopte. Filmbeelden van de wagen en de reis waren populair op internet. Maar de verkoop van het boek loopt echter een stuk trager. Het druppelt gestaag door, dat wel. Maar hard gaat het niet. Hoewel ik van lezers toch alleen maar positieve geluiden hoor.

Het is ook een moeilijke tijd voor uitgevers, daar ben ik me van bewust. Zeker met het nieuwe BTW tarief. Dus het netwerk van geïnteresseerden dat de schrijver meeneemt, is nog belangrijker geworden voor de uitgeverij. Het eerste boek, “Langs kantelende wegen” was bovendien een verhaal dat echt opviel, de wagen, het avontuur… Dit tweede, “De heilige traagheid der dingen” is niet zo vanzelfsprekend. Het vraagt om extra inzet om het in het spotlicht te krijgen.

Meestal wacht je tot een boek er is, en dan koop je het. Maar mijn boek komt er pas als er genoeg mensen in geïnteresseerd zijn. Op mijn blog heb ik een pagina voor de inschrijving. Als je je daarop meldt, dan kan ik een lijst maken van mensen die meedoen. Dan kan ik dat laten zien aan de uitgever. Hoe meer het groeit, hoe groter de kans dat het boek er ook echt komt, en voor breder publiek beschikbaar is. Wil je het steunen? Ik ben er blij mee.

Dit is de link naar de inschrijving:

.

En dit is de knop voor de luisterversie van dit korte verhaal, met muziek en al:

Het boek houdt niet van druk

Elk boek heeft zijn eigen energie. Ook “De heilige traagheid der dingen.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Na een onafgebroken tijd van blauwe luchten is het wolkendek teruggekeerd. Goddank. De felle zon wordt getemperd. Als je uit de trein vanuit Eindhoven komt, dan is de hemel boven een Friese weide een totaal andere ervaring. Zo hard is het licht. Dat komt door de schone lucht. Er is geen filter. ’s Ochtends en ’s avonds houd ik van de zon. Midden op de dag vlucht ik van haar weg. Dan verkies ik mijn koele wooncocon, met het aangename bovenlicht. Indirect licht is heerlijk om je te concentreren op het schrijfwerk.
Ik bewoon mijn huis nu zeven jaar, zorg er goed voor en dat mag van mij zo blijven.

Mijn naaste omgeving is in die zeven jaar regelmatig veranderd. Van Brabant liet ik me naar Friesland brengen, op een trailer, in 2018. De eerste negen maanden leefde ik in een beginnende ecogemeenschap, samen met mijn 350 bomen en een heleboel werk. Via via kwam ik bij deze boer terecht, aan de Swette. Ik kon meteen verder gaan met planten.

Bomen willen wortelen, en dat deden ze ook. Na de lente kwam de zomer. Ik zag ze groeien. Maar ik moest verder. Met moeite nam ik afscheid van de plek waar ik mijn thuis gevonden had en maakte me klaar om te vertrekken. Het plan was immers om een reis te maken en daar een boek over te schrijven. Wie A zegt moet ook B zeggen. Ik kon er ook niet onderuit, want ik had het aangekondigd in al mijn schrijfsels en bovendien: de televisie kwam.

Drie maanden trok ik door het Noorden van Friesland en landde in de nazomer in Rotstergaast. Opnieuw stond ik negen maanden op een plek. Het was de oprit van een vriendin. Precies de goede plek om te schrijven en de vriendin was inspirerend gezelschap. Na die negen maanden kwam het boek bij Uitgeverij Louise terecht. In nov 2020 was de boekpresentatie van “Langs kantelende wegen.” Een levendig boek, vol verrassende wendingen en ontmoetingen. Voor de boekpresentatie keerde ik terug naar de boerderij aan de Swette. Ik mocht blijven staan, met mijn huisje. Meer bomen mochten er komen op dit stukje boerenland. Inmiddels ben ik hier nu drie en een half jaar bezig, maar voor mijn gevoel is het veel en veel langer.

Mijn nieuwe boek is dan ook heel anders dan het eerste met een totaal ander tijdsgevoel: “De heilige traagheid der dingen.” Het ligt bij een uitgever. Tijdens het wachten op antwoord, laat ik het aan vijf verschillende mensen lezen. De eerste, een journaliste die ik ken van de Correspondent, zegt dat ze het inspirerend en tegelijkertijd vervreemdend vind. Hoe bedoel je, vroeg ik. Voor ze daar antwoord op geeft, leest ze eerst het boek uit. Ze is nu halverwege. De tweede leest het in de tijd dat hij niks te doen heeft. Hij heeft er plezier in en is thuis in het onderwerp. Hij is ook halverwege. De derde is druk en is het vergeten. De vierde is mijn vriend, die zich vooral stort op de stortbuien van nieuws en “De traagheid der dingen” past daar kennelijk minder goed in, want hij is nog niet verder gekomen dan hoofdstuk één. De vijfde die ik vroeg, heeft ook mijn vorige boek geredigeerd. Dat was een andere rol. Maar ook nu begon hij meteen heel actief met opmerkingen plaatsen, zonder eerst het hele boek te lezen. Dat werd hij al snel moe. Ik vermoed dan ook dat het boek van je vraagt om je te verplaatsen in het zelfde tijdsbesef als waarin het geschreven is. Als je stil bent, dagen de verbanden op, de diepere laag onder de woorden.

Het boek houdt niet van druk. Misschien moeten mensen eerst rustig worden om het te lezen en is de meerderheid er niet aan toe. Elk boek heeft zijn eigen energie. Hoe het zich openvouwt voor de verschillende lezers, dat weet niemand. Dat is de magie. Ik weet niet wanneer het zover is. Maar de publicatie komt precies op tijd. Daar ben ik van overtuigd.

Onthullingen over het schrijfproces

De voltooiing van het boek: “De heilige traagheid der dingen”

.

.

.

Het is pauze. Om half twaalf voer ik de koeien en ga ik zelf lunchen bij mijn vriend. Twee uur, en dan weer verder. Momenteel is dat met schrijven. Want ik schrijf nog steeds aan mijn boek. Dat er ondertussen ook nog een blog moest komen, dat was ik even helemaal vergeten. Maar okee, dat kan ook nog wel even, tussendoor.
Het schrijven aan het boek gaat des te beter, wanneer je er helemaal in zit. Het is een heel proces, dat in fases gaat. Het begon met een gedachte. De afgelopen drie jaar heb ik veel gedacht, gezien en geschreven. Vooral in de diepte. Ik vond het nodig om dat eens helemaal uit te werken. Want blogs zijn maar kort. Mensen die ze lezen doen dat even tussendoor en hebben allerlei bijgedachten. In een boek wordt het een geheel, en kun je de lezers veel beter meenemen in gedachtegangen en gebeurtenissen. Maar hoe begin je? Daar hoefde ik niet lang over na te denken. Eerst heb ik tien hoofdstukken gemaakt, met verschillende onderwerpen:

Hoofdstuk 1 Wat er vooraf gebeurde
Hoofdstuk 2 Het lage land van het Noorden
Hoofdstuk 3 Plant en bodemwerk
Hoofdstuk 4 De heilige traagheid der dingen
Hoofdstuk 5 Het heen en weer
Hoofdstuk 6 De kleurrijke taal van leven
Hoofdstuk 7 Het wilde als levensbron
Hoofdstuk 8 Inheemse banden
Hoofdstuk 9 Eenvoudig leven
Hoofdstuk 10 Het Verhalenpad

Vervolgens ben ik al mijn blogs afgegaan, vanaf een bepaalde datum. Ik heb gekozen, geknipt en geplakt. Van sommigen was het maar een enkele alinea, andere waren in zijn geheel van belang. Door ze in een breder omvattend thema te plaatsen, krijgt het meteen meer betekenis. Ook het plaatsen van verhalen onder elkaar is verrassend. Je ziet bruggen die meteen leiden tot nieuwe, verbindende scènes en gedachten.
Een enkele keer heb ik een stuk twee keer geplaatst. Dan maak ik het ietsje anders, en dan is het juist prettig, iets tegen te komen wat weer terugkeert in het verhaal.
Een andere ding is, hoe begin je een nieuw hoofdstuk? Het moet aantrekkelijk zijn, en tegelijkertijd moet je kunnen begrijpen waar het over gaat. “Het rijke fort Europa weet zijn grenzen goed te bewaken” is dat niet. Zulke grote dingen, daar beginnen al zoveel verhalen mee. Nee, beter is het om klein te beginnen, met verhalen van mensen zelf. Dat leidt dan tot het grotere, wat na het lezen van de rest veel beter te verteren is. Dus sommige stukken heb ik weggeknipt en omgewisseld. Het grote naar achteren, het kleine naar voren. En dan klopt het wel!
Wat het meest magische is, is om ergens anders iets te lezen waar je net over geschreven hebt. “De aanéénschakeling van toeval kan leiden tot wonderen.” Dat schreef ik. Het was een nogal poëtische ingeving. Even later lees ik een wetenschappelijk stuk over emergentie, een term uit de natuurkunde. Het komt uit het Engels en het betekent letterlijk: Het kan vanuit het niets ontstaan. Verschillende delen sluiten zich aanéén, en dat geheel blijkt heel andere eigenschappen te hebben dan het individu afzonderlijk. Een prachtige gedachte, en helemaal in één lijn met de mijne. Nu is het niet alleen van mij, maar het past ook in het grotere verhaal.
Zo schakelt alles zich aan één. Ik schrijf en schrijf. Uren achter elkaar. Hoe dichter het einde nadert, hoe meer ik erin duik. En nu nadert het einde. Dan zal ik opnieuw de uitgever benaderen. Als hij ja zegt, dan laat ik het los. Dan gaat het de wereld in. Zo niet, dan zien we wel weer verder. Het blijft een bijzonder proces, het schrijven van een boek.

Ik ben dus weer thuis in mijn woonwagen en schrijf. De pauze is voorbij. Uur na uur ga ik door. En dan is het ineens af.

Ontspanning bij de laatste loodjes

Werkend aan “De heilige traagheid der dingen”

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Bijna klaar is het boek. “De heilige traagheid der dingen”. Ik had gedacht dat ik nog wel een paar maanden bezig zou zijn. Maar het is goed nu, zoals het is. Verrassend is het, hoe alles zich voegt tot één geheel. Ik ben tevreden. Binnenkort ga ik de uitgever opzoeken, en vragen wat hij ervan vindt. Maar eerst moet het nog een voorlopige vorm krijgen. Ik wil graag een echt boekje in handen kunnen houden, om te laten zien. Om uit te lenen, steeds weer aan een ander. Hoeveel werk is dat nog? Hoe zal het er uit zien? Ik pak mijn laptop en begin te werken. Staande, zoals altijd.

Maar het is wél zondagmiddag. En straks gaan we naar het toneelstuk in het dorpshuis. Er zijn veel toneelstukken hier. Elk dorp heeft zowat een toneelvereniging. In sommige weekends kan je van het ene dorpshuis naar het andere. Wij gaan vanmiddag ook. De tijd van vertrek nadert. Maar ik ben pas net op gang. Ik kan de verleiding niet weerstaan en werk toch stug door. Want dit is een spannend moment. Hoeveel bladzijden zouden het worden? Als ik de juiste maat heb gevonden, blijken het 265 pagina’s te zijn, 80.000 woorden. Veel dikker dan ik dacht! Ik gloei ervan. De eindstreep nadert. Ik wil graag dat het af is.
Ineens zie ik dat er van alles is verschoven. Hoe komt dat nou? Ik probeer uit te vinden wat het is. Maar dan zie ik dat de wekker al twee uur aanwijst, en het is nog een heel eind naar het dorp. Het waait zo hard dat je niet kan fietsen. Als we moeten lopen, moeten we nu weg. Ik moet nu echt gaan, Dick zal vast al wachten. Met een zucht sla ik de laptop dicht om naar hem toe te gaan.

We gaan lopend naar het toneel. Ik moet schuin tegen de wind in lopen om niet weg te waaien. “We komen vast te laat” zeg ik tegen mijn vriend. We slaan de juiste afslag in, bij de Hegedyk. Een smalle kronkelweg tussen twee sloten in, leidt naar het dorp. Een auto toetert, achter ons. Ik draai me om, om te kijken. Het is een klein rood autootje. Hij remt. Meteen loop ik naar ze toe. Achter het stuur zit een jonge vent en hij draait het raampje open. Ik zie drie mensen zitten, één vrouw zit op de achterbank. “Kunnen we meerijden?” vraag ik hoopvol “We gaan naar het toneelstuk in het dorp.” Hij lacht. “Ja, daar gaan wij ook naar toe!” Grijnzend stappen we in het piepkleine autootje. Met zijn drieën op de achterbank kan het net. Ik heb al jaren niet meer zo opgepropt in een auto gezeten. Het dak is zo laag, dat je bijna je hoofd stoot als je over een bobbel rijdt. Ik vind het best grappig, maar de reis is niet lang. Daar is de Alde Skoalle al. Het dorpshuis.

Het is bijzonder om het Friese dorpsleven mee te maken. Te zien hoe iedereen samenwerkt om iets neer te zetten. De spelers zitten goed in hun rol, en er zit vaart in het stuk. Er wordt veel gelachen en het applaus is luid. Als we naar buiten lopen stormt het nog steeds. De wind duwt ons in de rug naar huis. Wat is dat heerlijk. Weer thuis te zijn, in oma’s stoel bij de warme kachel en met mijn wollen pantoffels aan. .

En dan, na een ontspannen middag en een goede maaltijd, lukt het wél. Samen zoeken we uit waar het aan ligt, en uiteindelijk is het klaar. Klaar om te worden uitgeprint! Het eerste proefexemplaar van “De heilige traagheid der dingen”.

Hier vind je meer informatie over het boek, en kun je je inschrijven. Zodra er nieuws is krijg je dan een mail van mij!

Luister hier naar dit verhaal:

.

Nieuw jaar, nieuw boek

De donkere tijd, is een tijd om terug te kijken, te ordenen en te kiezen. In het nieuwe lichtjaar komt de uitwerking. Voor mij is dat het schrijven van mijn tweede boek. Ik ben al begonnen.

.

Terugkijken en nieuwe keuzes nemen.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Opnieuw buldert de wind om mijn kleine huis. De stille mist is in het tumult verdreven en een egaal grijs wolkendek vult de hemel tot aan de horizon. Nog even, en dan is het zover. Wanneer de uren korter worden en de tijd langzamer dan ooit lijkt te gaan, dan komt het moment waar velen naar uitzien. De zonnewende. Langzaam verandert het land en de lucht. Het licht keert terug, elke dag een beetje. De lucht klaart op en de vrieskou kleurt de wangen rood en kloeke harten worden gevuld met nieuwe hoop.

Wat mij nieuwe hoop geeft, is het schrijven aan het nieuwe boek. De werktitel is: “De heilige traagheid der dingen.” Het is een vervolg op het “Wandelprotest tegen de rotgang der dingen”. De leus die ook de titel had kunnen zijn, van mijn eerste boek, “Langs kantelende wegen”. Het tweede boek is een logisch vervolg. Ik lees opnieuw de teksten vanaf juni 2020, en daarop inspireer ik het verhaal. Ik haal er alinea’s uit, en plaats ze in een groter verband. Het is heel bevredigend om te doen.

Hoewel ik in “Kantelende wegen” heb uitgelegd dat ik probeerde zo langzaam mogelijk te gaan, is dat lang niet bij iedereen doorgedrongen. Wie zelf denkt aan het eeuwige vooruit, het avontuur, nog meer nieuwe landschappen en ontmoetingen, die denkt er niet aan. Die leest mijn boek als een opéénvolging van allerlei ontmoetingen, zonder de rode draad te zien. Maar die is er wel. Mijn grondhouding berust op stilte. Op traagheid. En het kon nóg trager, heel veel trager. Nog meer toegewijd aan elke beweging, elke vleugelslag, elke bries die in de kruinen van de bomen waait. Aristoteles zei: “Het universele zit in de diepte, niet in de breedte. Het berust op fijnzinnige principes, met een intense aandacht voor detail.”

Dus van daaruit groeit het nieuwe boek. Van al maar voort, naar stille groei van binnenuit. Wortelen in de diepte en het universele erin ontdekken. Leven vanuit zien en zijn. Het staat vol natuurbeschrijvingen en mijmeringen. Ook zijn er gedachten over inheemse mensen elders op de wereld, met wie we verbonden zijn. Ik werk gestadig door, 8 tot 10 uur per week. Ik weet nu dat dit mijn hoofdzaak is. Straks, als de zon terugkeert en de dagen lengen, dan heb ik meer energie om er nog meer tijd in te kunnen stoppen. Als de keus eenmaal gemaakt is, dan wordt het wat. Dit is de tijd om terug te kijken, te ordenen en keuzes te maken. Na de zonnewende komt de uitwerking van het nieuwe. Dat is wat tijd met ons doet. In elk geval met mij. Het ritme van de seizoenen is als een kolkende rivier. Soms wild, soms stil. En wij tollen mee met de tijd.

Ik wens jullie een mooie zonnewende en alle goeds in het nieuwe lichtjaar. Ik zie er naar uit om jullie straks te laten zien wat ik gemaakt heb.

.

Eindelijk, het komt er!

.

 

.

 

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 11 minuten.

.

Niets komt vanzelf. Het begint met een wens, die je voedt. Je zegt tegen jezelf dat het kan en zodra er ruimte is, begin je ermee. Een idee moet handen en voeten krijgen en een vorm. Dat kan lang duren. Er komt altijd meer bij kijken dan je denkt. Het moeilijkst zijn de momenten dat je vast zit en de juiste oplossing wegblijft. Maar je gaat door. En dan, op een dag, is het af. Het is als een voertuig, waarmee je de wereld in kan. Waaraan mensen kunnen zien wat je doet en waar je voor staat. Er is iets te zien, of te beluisteren, wat verwondering, verontwaardiging of herkenning opwekt. Dan gebeurt er iets. Dat is wat je wilt. Maar het kan ook, dat het voertuig af is, en er is niets of niemand die de aandacht deelt. Dan sta je daar. Want alleen kan je niets. Zonder luisteraar is er geen verhaal dat de wereld in rolt en zonder aandacht staat het voertuig stil. Om het in beweging te krijgen, heb je anderen nodig. Om dan de moed niet op te geven, maar het ritme in je dag te bewaren. Om tóch op te staan, al is er niemand die op je wacht en de tijd creatief te blijven besteden. Dat is moeilijk.

Zo ging het met mijn manuscript. Ik leefde als een kluizenaar. Het werk was een heel eind gevorderd, ik was er al een half jaar mee bezig, toen het me wel af leek. Ik stuurde het als een link in drive naar een uitgever. Maar bij nader inzien vond ik dat er nog veel aan kon gebeuren, ik had behoefte aan meer diepgang. Dus intussen las ik veel en werkte dagelijks verder aan verdiepende passages en het vele tekenwerk. Na vier maanden dacht ik, het duurt toch wel erg lang. Ik nam contact op met de uitgeverij. Ze verontschuldigden zich dat het zolang had geduurd. Helaas, het antwoord was nee. Toch was het niet zomaar een nee. Ik kreeg een mooi lijstje met opbouwende kritiek. Dat vond ik hoopgevend, zoiets doen ze nooit. Daar kon ik wat mee. Het stemde me hoopvol en opgewekt.
De schrijfstijl was prettig, zeiden ze, maar het was te langdradig. Dus ik hakte rigoureus en zonder moeite hele stukken uit de tekst. Het enige wat nu telde, was dat het ritme van de spanningsbogen beter werd. Ik versterkte het begin met mijn eigen geschiedenis, zodat je je als lezer beter in kon leven. Het herschrijven duurde zes weken. Ik koos een nieuwe uitgever. Deze was veel sneller dan de eerste. Twee dagen later al kreeg ik bericht, per post. Ik opende de enveloppe. „Het spijt ons maar uw manuscript past niet in ons fonds.“ Dat stond er. Balend bekeek ik de brief in mijn handen. Hoe konden ze dat nou zo snel zeggen! Ze hadden er vast geen zin in. Kwamen om in het werk, en hebben hun bureau maar eens schoongeveegd. Vast! Eerlijk gezegd vond ik dat gebrek aan aandacht erger dan die vier maanden wachten, van de eerste keer. Als ik maar een oprechte reactie kreeg.

Die behoefte groeide. Ik hield het bijna niet meer uit. Ik was al bijna een jaar met iets bezig, wat nog niemand had gelezen! Ik deed een oproep en vond vier lezers. En terwijl ik de laatste puntjes op de I zette, kwamen één voor één de reacties binnen. Die waren allemaal positief. Ik wilde het bijna niet geloven, ze zeiden dat toch niet om aardig te zijn? Maar nee, ze meenden het echt. „In één ruk uitgelezen,“ zei de één. „Ik las elke dag een stukje, want er staat veel in waar ik over na wilde denken,“ zei de ander. „Prachtige passages over de natuur,“ vond de derde. „Je bent een geboren schrijfster! En steeds weer spannend, wat de volgende ontmoeting zal zijn,“ zei de vierde. Kennelijk was het toch gelukt, met die spanningsbogen. Ik kreeg nieuwe hoop dat het toch iets zou worden.
Maar dat ik een geboren schrijfster ben, dat geloof ik niet. Het is wel een behoefte en daardoor oefen je veel en word je steeds bedrevener en ook kritischer in de loop der jaren. Maar ik was eerder een verteller dan een schrijfster. Tot mijn twaalfde lag ik met mijn zusje in één kamer. In het donker vertelde ik haar verhaaltjes. Zij deed haar kussen over haar hoofd om het niet te horen. Dat wist ik toen niet. Dat hoorde ik pas twintig jaar later. Ik moest er wel om lachen.
Toch is het ook gewoon waar. Niet altijd hebben mensen behoefte aan je verhaal. Daarom was ik erg blij om te horen dat het zo goed viel, bij de proeflezers. Soms moet het fruit eerst rijpen, voor het valt.

Ik kletste met mijn vriend Dick over de volgende stap. „Waarom ga je niet gewoon de boekhandel van Heerenveen in?“ zei hij, „Daar liggen vast ook de Friese uitgeverijen wel bij. Die zijn vast geïnteresseerd in jouw reis door `t Bildt.“ Dat heb ik gedaan. En daar op het tafeltje vond ik een paar boeken van uitgeverij Louise. Ze gingen over Schiermonnikoog, het eiland waar ik het meest van houd. Ik werd nieuwsgierig. Ik stuurde het manuscript op naar Eddy van der Noord en een paar dagen later ging de telefoon. Het was Eddy. Wat fijn. Nu al! Zo snel had ik het niet verwacht. Zijn stem klonk opgewekt en vrolijk. „Je schrijft prettig! En je hebt bijzondere dingen meegemaakt. Ik kom graag om je manuscript op te halen. Dan ga ik het helemaal lezen.“
Ik was verbaasd. Een uitgever die persoonlijk langs komt! Dat is toch veel leuker dan als één van de vele in een grote vergaarbak terecht te komen!

Eddy kwam de volgende dag al, een man van mijn leeftijd. Hij heeft ook zijn geliefde verloren, net als ik. Dat is elf jaar geleden. Louise was haar tweede naam, en dat vond hij goed passen bij de uitgeverij, die hij voor ogen had. Die bestaat nu tien jaar, en hij heeft meer dan honderd boeken uitgegeven. Hij laat me een mooie glossy zien, die uitkwam bij het tienjarig bestaan. „Dan kan je alvast meer over me lezen,“ zei hij „Ik doe alles alleen,“ sprak hij bescheiden. Opgewekt vertelde hij verder. „Er zijn drie plekken op de wereld waar ik het meest van houdt. Schiermonnikoog, Grou, want daar woon ik, en `t Bildt.“ Ik lachte. „Wat mooi, dat is het land waar ik doorheen reisde!“
Hij gaf me energieke elleboogstook bij afscheid. Wel zonder me te raken en op anderhalve meter, want er is nog steeds corona. Ik grijnsde terwijl hij met mijn manuscript in zijn auto stapte. Wat was ik benieuwd!

Dit keer duurde het wachten lang. Elke dag leek een eeuwigheid. Maar toen ging de telefoon. Ik hield mijn adem in. Het was vast weer een nee. Maar het was niet zo! Het antwoord was:

JA!

En nu verder! Ik ben vol nieuwe energie. Ik heb een uitgever die een mooi boek van mijn manuscript wil maken. Ik ben zo blij! Hij vráagt me ook dingen. Hij vraagt hoe ik het voor me zie, welk papier, hoe de omslag vorm te geven… Dat doen die grote jongens nooit! Dus ik zit helemaal goed. Want vooral het samen doen, daar verheug ik me nu op.
Dit is voertuig van mijn nieuwe leven. Ik heb er lang aan gewerkt en nu komt het in beweging. Het is een klein begin, maar voor mij is het precies zoals het moet zijn. En waar zal het me brengen? Dat weet je nooit. Het is en blijft een groot avontuur. Zoals alles in het leven. Nietwaar? Het is spoorzoeken en volhouden. Tot er komt wat er komt. Tot het er is. Dat moment. Ja.

.

.