Groeien buiten de geul

.

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van acht minuten.

.

Ik ben een geul aan het graven. Een hele lange, van wel vijfentwintig meter. Het is naast de wilgenhaag, vlak langs het pad, dat door de dorpelingen “Jochums Reed“ wordt genoemd. Het is een onverharde weg vol kuilen van twee kilometer. Elke dag fietst boer Jochum naar de brievenbus, twee kilometer heen, en twee terug. Ik zie iedereen komen en gaan, terwijl ik hier bezig ben.
Ik zet de spade rechtop in de klei en kijk om me heen. De jonge wilgen zijn kaal op een enkeling na, met donkere, vochtige stammen. Tussen de bomen door kijk ik naar het onverharde pad. Er komt iemand aangelopen. Het is de vrouw met de witte hond. Er zijn wel meer mensen zoals zij, die door de weilanden lopen. Als je over het erf van de boerderij gaat, kan je aan de andere kant, via het betonpad weer terug.
„Ga je een kabel leggen?“ vraagt de jonge vrouw. Ik doe een paar stappen naar haar toe. „”Nee, er komt een tweede bomenrij. Boer Jochum wil hier een donker speelpaadje voor kinderen. We denken aan hazelaars, elzen en lijsterbes.“ Ze lacht, „Dat is een goed idee!“ en loopt weer verder.
Ik pak de spade, kies de plek waar ik ga steken en zet mijn volle gewicht op de steel. De grond is niet hard, maar ook niet zacht. Een beetje als oude kaas. Ik heb mijn blauwe klompen aan. Dat is handig. Ik trap met mijn voet hard op de spa. Mijn harde klomp dient als heimachine. Een beetje wrikken en wiebelen en tegelijkertijd heien. Dat werkt het beste. Ik ga er helemaal in op. Een roze wriemeltje komt uit de losgewoelde aarde zetten. Ik trek het los. en stop de kleine worm onder een grote omgekeerde graspol, bij de andere wormen.

Na de vrouw met de witte hond komen er nog vier anderen langs. We praten. Het gaat over zijn waar je bent. Allevier de mensen hebben besloten om van hun eigen plek wat moois te maken. Alle vier hebben ze een periode van onrust achter de rug en zijn hier echt aan toe. Werken aan je eigen tuin, het planten van wilde struiken en fruit, een groentetuin, het werken aan een plek voor een tiny house. Ik sta versteld over wat er broeit. En dan blijkt er ook nog vlakbij een permacultuurtuin te zijn bij een jonge boer. Daar wist ik niets van! Hij verkoopt heerlijke groente en het is maar zes kilometer. Alles waar we al zolang over praten lijkt steeds dichterbij te komen. We weten het al zo lang. De ketens moeten korter. De banden moeten worden aangehaald. Liefde voor je woonerf, vertrouwen in de buren. Kromme komkommers van het seizoen, en geen sjacherijnig geplastificeerd groen staafje, dat voor het stapelgemak niet meer krom mag zijn. Wat kronkelen wil, krijgt weer een kans. Stap voor stap.

De laatste vrouw staat naast me. „Wat mooi dat je dit zegt,“ zegt ze „Ik ervaar precies hetzelfde. Al die plannen, al dat heen en weer gedoe! Ik hoef niet alles van te voren te weten. Het hoeft niet precies te passen. Ik begin gewoon. Ik ga weer wilde bomen en struiken in mijn tuin zetten. Ik ga genieten en kijken wat er gebeurt. Dank je!”
Ik zie haar langzaam verdwijnen in de mistige horizon. Dan graaf ik verder. Ik heb iets ontdekt. Ik maak hoeken in de geul, zodat de wand niet recht loopt, maar onregelmatige inhammen krijgt. De wortels worden zo uitgedaagd om ook de geul uit te groeien. Anders zijn ze geneigd om daarbinnen te blijven hangen!
Opeens gaat er mij een licht op. Met mensen is het immers net zo! Alles wat er nu gebeurt zegt het. Het is tijd om onze oude geul uit te groeien. Om te kijken op een hoek waar je nooit kwam. Zonder grote doelen. Alleen maar een schep in de hand, of een bezem. Of een stoepkrijtje of wat dan ook. Iets simpels doen wat je nooit doet, op een plek waar je wel kwam, maar die je nooit goed bekeken hebt. Misschien is het wel voor je eigen deur, in je eigen straat, waar je altijd doorheen bent gereden, keihard. En al doende, zonder grote doelen, vind je daar misschien wel iets, waarnaar je altijd al op zoek was. Dichterbij dan je ooit had kunnen denken. Het begint bij het groeien buiten de geul. Vlak voor je eigen deur.

.

Ieder heeft een pad

.

.

Listen here to the spoken story of six minutes
Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 5,5 minuut.

„And here I stand, and watch,“ schrijf ik. Ik schrijf een brief aan Roger Waters, van Pink Floyd. Een andere brief ligt al klaar. Het adres staat al op de enveloppe. Die is voor David Gilmour. Ook van Pink Floyd. Maar ze komen nooit meer samen. Er is gedoe. Zoals er tussen veel mensen gedoe is. Maar niet altijd gelukkig. Ik houd van David Gilmour. Roger Waters vind ik gewoon heel goed. Hij heeft veel maatschappijkritische teksten geschreven. Als puber luisterde ik heel goed naar The Wall. Die teksten kende ik allemaal uit mijn hoofd. Het was een dikke dubbelelpee. Die had ik. Ik zat urenlang op de bank met een koptelefoon op. We waren met zijn zevenen thuis. Ieder ging zijn gang. Ik zat daar dan, en luisterde. Maar daar wordt je best somber van, als je veel naar die teksten luistert. Zeker als puber. Gelukkig was er ook nog David. Daar werd ik dan weer gelukkig van. Vooral van de dromerige gitaarsolo’s en zijn zijden stem.
Hier sta ik en kijk. Ik kijk naar een filmpje van de drukke Roger, die de hele wereld af lijkt te gaan om zijn strijd voor vrede en gerechtigheid. Ik zie indrukwekkende muziekshows met breedbeeldfilm op de achtergrond van mensen in oorlog. Publiek met tranen in de ogen. Hij doet erg zijn best, Roger. En hier sta ik en kijk. Mijn leven lijkt compleet het tegenovergestelde. Hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat dit mijn kracht is. Het “Nietdoen.“ Het zijn. Waarnemen vanuit stilte, vanuit de plek waar ik ben. Vandaar uit creëer ik. Het is aan mij om te volgen wat er oplicht op mijn pad en me daarin te verdiepen. Het heeft een poos geduurd voordat ik daar de rust voor had. Ik was eigenwijs en wilde veel te veel. Er waren nogal wat zure appels, om doorheen te bijten. Maar ik heb leren leven met de weg die mij op het lijf is geschreven. Het stille. Soms is dat eenzaam. Maar het geeft ook veel voldoening.

Ik kijk naar een filmpje. De vrouw van David Gilmour, de schrijfster Polly Samson, deelt het op Facebook. Het is bij hen thuis. De tafel zit vol. Opgeteld hebben ze samen negen kinderen, boordevol talenten. Ik zie een wand vol kleurige kindertekeningen. Een kuikentje dat over de tafel loopt en pikt naar een foldertje dat iemand daar net neergooide. Mooie kinderen met zwart haar. David speelt gitaar en oefent een lied. Hij kijkt afwezig naar het beestje op de tafel, geheel verdiept in zijn muziek. Ik zou hier helemaal thuis kunnen zijn, tussen mensen die bij me horen en allemaal mooie dingen maken. Maar het is niet mijn leven. Ik moet alleen zijn om te luisteren. Creëren vanuit stilte. Van daaruit ontmoet ik de ander.

Ieder heeft een eigen pad.

.

De onderste 2 foto’s zijn van Elske Riemersma.

.

.

.

.

.

.

.

Keerpunt

.

Deze illustratie komt uit het boek. Een liefdevolle hand met bewegende aarde.

.

.

Luister hier naar het voorgelezen gedicht van 1.45 minuut

.

.

Hoe haal je de kramp uit een hand
De schreeuw uit het zand
Het licht uit het zwerk
Het vloeken uit de kerk
Het schrijnen uit een wond
De woorden uit de mond
De donder uit de lucht
Het smachten uit de zucht
De voeten uit te krappe laarzen
De vlam naar eindeloos wachtende kaarsen
De zondebok eens op de troon
De chaos terug naar het gewoon
De rust weer in het land
De hitte uit de brand
Oma weer eens uit haar stoel
Het brein weer terug naar het gevoel

.

.

Nieuws:

Met mij gaat het goed. Ik speel en werk. Het meeste werk is de lange geul, aan de rand van het veld. Het is anderhalve meter naast de wilgenhaag. Daar komen straks nieuwe boompjes in te staan. Het moet een donker paadje worden, aan de rand van het kampeerveld. Het is nog lang niet klaar. Daar geniet ik van. Elke keer een stukje. Een zachte bries waait om mijn hoofd en dat de lucht grijs is, is niet erg. Er komen mensen langs, die een rondje door de weilanden maken. Vandaag zijn het jongeren die een tiny house willen. We praten lang. Werken langs het pad levert meer op dan bomen alleen. Ik kan het iedereen aanraden.

Wat de bomen betreft, ik zoek nog zaailingen. Vooral van hazelaar, els, en lijsterbes. Maar ook andere bomen zijn welkom. Dus Friezen uit de buurt van Leeuwarden, kom langs met wat je hebt! Ik ben er blij mee en de boer ook.

Verder kan ik jullie verrassen met deze film, die ik maakte, na de reis. Ik maakte hem een jaar geleden. Dat ik hem niet eerder publiceerde, is omdat ik vond dat hij niet af was. Ik had nog een gesprek willen toevoegen, over toerisme in een kleine kustplaats, en de druk die dat legt op de bewoners. Helaas wilde de persoon die daarover haar nek uitstak, er niet meer in het openbaar over praten. Te pijnlijk. Dat is een punt, waar ik waarschijnlijk nog vaker over zal schrijven. Maar voor nu, het is toch een heel aardig verslag geworden, dat zeker in combinatie met het boek de moeite waard is.

.

.

.

.

Schrijven is als gatenkaas

.

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 8 minuten.

„Doe mij die gatenkaas maar,“ zeg ik tegen Leen, de kaasboer. „Gaten maken de kaas toch zoet?“ vraag ik dan. „Deze wel,“ zegt hij. „Doe maar een groot stuk,“ zeg ik. „Ja, ietsje groter nog.” Het mes snijdt door de zachte kaas en hij wikkelt het in een stuk wit papier zonder plastic binnenlaagje. Ik stop het in mijn tas en betaal.
Als ik verder loop zie ik een bekend gezicht. Het is de zeilmaker. Hij naaide het zeil voor mijn bagagewagen. „Hé wie hebben we daar?“ roept hij en zijn ronde gezicht straalt vrolijk. „Dat is Alowieke.“ Hij kijkt mededeelzaam naar zijn buurman. „Alowieke is een trekker… nee… een zwerver.“ Ik trek mijn wenkbrauwen op. „Nee hoor,“ zeg ik. „Ik sta vaker stil dan dat ik rondtrek. Dit jaar was ik maar één maandje op pad. En dan heb je alweer zoveel meegemaakt!“ Een beetje teleurgesteld kijkt hij me aan. „En wat doe je verder dan?“ Droogjes geef ik antwoord. „Schrijven.“ Hij denkt even na. O ja. Ze schreef een boek. Dat kost natuurlijk ook tijd.

Het boek. Ja. Met het mooie plaatje op de voorkant. Blauwe lucht, lege weg en een monter meisje van vijfenvijftig. Alsof ik eeuwig onderweg ben. Zo vormt zich het beeld van wie ik ben en wat ik doe. Maar een plaatje is maar een plaatje. En een boek komt tot stand na een lange selectie van keuzes. Wat ik geschreven heb is niet allemaal zoals het is gegaan. In grote lijnen klopt het met wat er is gebeurd, maar alle finesses zijn toegevoegd. Zo gaat dat in boeken, maar ook in documentaires en tv programma’s. De hoofdpersoon of de presentator vertelt je van alles, alsof hij het allemaal heel goed weet en hij het zo uit zijn mouw schudt. Dat is natuurlijk niet zo. Daar is vaak urenlang op gestudeerd. Uiteindelijk is het verhaal samengesteld door de regisseur of de schrijver. Zo is het ook met mijn boek. Het is iets bijzonders geworden, doordat ik er na mijn reis nog een jaar lang aan gewerkt heb. Ik heb gelezen en onderzoek gedaan. Geschreven en geschrapt. Nee, ik ben geen zwerver die aan de kant van de weg even een boek uitpoept. Dat kan ik niet. Om te creëren heb ik diepgang nodig en een standplaats. De reis is als kaas, maar de diepgang krijg je door de gaten. Leegte en rust om belevenissen de specifieke smaak te geven. Ik houd van de kaas, maar misschien wel het meest van de gaten.

NIEUWS
Het boek is nu de wereld in. Het is dus een aaneengesloten verhaal, geen verzameling blogs! Enkele passages zal je misschien herkennen. Het was megaveel werk. En nu? Ik verwachtte aanvragen voor lezingen en interviews. Ik kreeg er drie, twee kranten en de radio. Alledrie uit Friesland. Maar er is geen enkele recensie tot nog toe! Het is eigenlijk verwonderlijk stil, hoewel het geloof ik goed wordt verkocht. Er druppelen enkele korte reacties binnen, via social media. Zoals ”Het heeft me geraakt.” Of „Mooi wat je schrijft over boeren en hoe moeilijk het is om een nieuw pad in te slaan.” En „Heel ontroerend, dat stuk over de dood van je man en dat poesje.” Het boek leest makkelijk. Mensen verslinden het vaak in één keer. Dat is ook een nadeel, want er staat veel in om langer over na te denken. Dus eigenlijk moet je het twee keer lezen.
Dat ik weinig reacties krijg, is ook wel een voordeel. Nu kan ik verder gaan. Ik bezin me op een volgend project. Waarschijnlijk ga ik Friesland uit, naar de volgende provincie. Verhalen verzamelen. Dan zoek ik daar een standplaats. Maar ik ga ook om een andere reden verder. Dat is omdat de Friezen nu een plaatje van mij hebben gevormd. Zo word ik langzaam maar zeker een atractie, die Friesland zichzelf (glimlachend) toeeigent. Dat wil ik niet. De meest ontroerende momenten komen juist voort uit verrassing. Ook geeft het meer rust, om niet gekend te zijn. Dan kan ik op mijn gemak onderzoeken wat ik zelf wil. We maken er wat moois van!

Echoes of a distant past

.

.

Listen here to the spoken story of 17 minutes

Echoes of distant times.‭ ‬They live in words,‭ ‬in images around us.‭ ‬But they also still live on as humans,‭ ‬of flesh and blood.‭ ‬They are the Cinderella’s of our world.‭ ‬It’s time we see them and put on their golden shoes.‭ ‬How do we get that done‭?

There I am,‭ ‬with my Riding Story House,‭ ‬in the middle of the misty meadows.‭ ‬Slowly the sun breaks through.‭ ‬I look out the window and am amazed.‭ ‬I just found out something.‭ ‬It is a magical word from a distant past.‭ ‬It was such a word that suddenly pops up in my mind.‭ ‬It fits right into the big story.‭ ‬The inspiration angels are up there on their cloud and are good at timing.‭ ‬I suspect their presence,‭ ‬although I never see them.‭ ‬I keep my arms free and empty to receive.‭ ‬I often turn off other stations to listen.

Not everyone can do that.‭ ‬That’s because of the fever.‭ ‬The fever is everywhere.‭ ‬Horrible.‭ ‬Not participating in the fever,‭ ‬that is my greatest good.

Fever,‭ ‬inability to stop.‭ ‬Just like King Midas with his desire for gold,‭ ‬or Piggelmee’s wife who became more and more demanding and then lost everything.‭ ‬The greedy daughter who wanted gold.‭ ‬She went to Lady Holle,‭ ‬encouraged by her mother.‭ ‬She pushed her way roughly and ruthless.‭ ‬She came to the mythical woman’s house and harvested tar and toads as a reward.‭ ‬The fairytale world is full of such stories.‭ ‬It has to go further and bigger,‭ ‬it has to be even more and it is never enough.‭ ‬The result of all this folly is revealed over and over again.
I hear a lot of people think out loud that that’s just part of humanity.‭ ‬It is repeated in countless articles.‭ ‬Just like overpopulation.‭ ‬We are like yeast cells,‭ ‬says Jelle Reumer.‭ ‬We multiply without limits.‭ ‬Yes it is.‭ ‬But then he continues:‭ ‬We are ruining our own environment.‭ ‬And if we keep doing that,‭ ‬we’ll all die eventually.‭ ‬Just like yeast cells in a bottle of wine.‭ ‬He wrote,‭ “‬The exploded monkey‭”‬.‭ ‬I listen to him on a podcast of the VPRO.‭ ‬He’s doing something that bothered me for a while.‭ ‬He keeps talking about‭ ‘‬we‭’‬.‭ “‬We‭”‬,‭ ‬as humanity.‭ ‬Perplexed,‭ ‬I listen to his words.‭ ‬I just can’t get used to it.

Because we are not alone.‭ ‬There is still the Other Man.‭ ‬Since I was sixteen I have been moved by men and women who have lived in an environment that has never changed for thousands of years.‭ ‬Three hundred million people,‭ ‬that’s the number of indigenous people on earth.‭ ‬People who still live in a different culture from ours.‭ ‬One hundred and fifty million of them are still living in tribal groups,‭ ‬on old soil.‭ ‬The Maasai,‭ ‬the Pigmees,‭ ‬the Guarani‭ ‬…‭ ‬There are countless minority cultures that have a sacred respect for their living environment.
But their existence is all too often dismissed as a myth.‭ ‬Their words disappear into nothingness.‭ ‬Their country is getting smaller and smaller.‭ ‬The country is going up in fever.‭ ‬Raw materials are transported all over the world.‭ ‬Trees disappear in smoke.‭ ‬Just as feverishly,‭ ‬the one who is causing this,‭ ‬searches for solutions to the enormous problem he is creating.‭ ‬He walks in a circle.‭ ‬He keeps going because he has to keep going.‭ ‬Curiously,‭ ‬the feverish man thinks he is the only one of his kind.‭ ‬But there is still the Other.‭ ‬The Other Man.
Who is that,‭ ‬the Other‭? ‬The Other is a coincidental and incomplete being that has no power whatsoever.‭ ‬In fact,‭ ‬the fevered man thinks about the Other in the same way as Thomas Aquinas did in the Middle Ages about women.‭ ‬Still,‭ ‬after all these centuries.
Raised in our own modern bubble and infected with fever,‭ ‬he does not see the Other.‭ ‬Still not.‭ ‬Even though he is right in front of him.‭ ‬Then he says:‭ ‬It is only one.‭ ‬This is an exception.‭ ‬A ghost.‭ ‬It doesn’t actually exist,‭ ‬it is a myth.‭ ‬A romantic story from a long past.‭ ‬Out of date.
But they are still there.‭ ‬They are awfully real,‭ ‬the indigenous people.‭ ‬And the need is great.‭ ‬They have an urgent message.‭ ‬It is becoming increasingly urgent.‭ ‬There is despair and anger.‭ ‬How long will it be before we see them‭? ‬Their story is not a romantic fairytale,‭ ‬it is long and poignant,‭ ‬full of violence,‭ ‬denials and misunderstandings.

‭’‬The poor people,‭ ‬who are so close to their landscape because they depend entirely on it‭ ‬-‭ ‬it could be that they have a better command of the principles of sustainable living than those who are rich,‭ ‬have Western education,‭ ‬and the decisions at the UN.‭ ” (‬Ole-Morindad and Terrence Mc Gabe in the Correspondent‭)

Wuarani,‭ ‬Amazon:‭ “‬It took us thousands of years to get to know the Amazon rainforest.‭ ‬To understand her ways,‭ ‬to understand her secrets,‭ ‬to learn how to survive and thrive with her.‭ ‬This forest has taught us to walk lightly.‭ ‬Because we listened to her,‭ ‬taught and defended her,‭ ‬she gave us everything:‭ ‬water,‭ ‬clean air,‭ ‬food,‭ ‬shelter,‭ ‬medicine,‭ ‬happiness,‭ ‬meaning.‭ ‬And for my people,‭ ‬the Waorani,‭ ‬we have only known you‭ ‬70‭ ‬years.‭ ‬We were‭ “‬contacted‭” ‬by American evangelical missionaries in the‭ ‬1950s.
I never had the chance to go to college and become a doctor,‭ ‬or a lawyer,‭ ‬a politician,‭ ‬or a scientist.‭ ‬My elders are my teachers.‭ ‬The forest is my teacher.‭ ‬And I have learned enough.‭ ‬I speak shoulder to shoulder with my native siblings around the world to know that you are lost and that you are in trouble.‭ ‬Although you don’t quite understand it yet.‭ ‬Your problem is a threat to every form of life on Earth.
‭(‬Nemonte Nenquino,‭ ‬leader of the Waorani,‭ ‬Amazon region,‭ ‬in The Guardian‭)

Scientific Research on Indigenous Peoples‭ (‬Scientas‭)‬:‭ ‬For the future of our biodiversity,‭ ‬collaboration with indigenous tribes will be crucial.‭ ‬The total numbers of birds,‭ ‬mammals,‭ ‬amphibians and reptiles were highest in areas managed by indigenous groups.‭ ‬The size and location of the areas did not appear to influence the species richness.‭ “‬From frogs and songbirds to large mammals such as grizzly bears,‭ ‬jaguars and kangaroos,‭ ‬biodiversity was richest in indigenously managed areas,‭” ‬concluded co-author Ryan Germain.‭ ‬Research leader Richard Schuster adds,‭ “‬This suggests that the way indigenous groups manage the land is keeping biodiversity high.‭” (‬Scientas,‭ ‬Vivian Lammerse‭)

Maasai in Tanzania have been traveling with their cows for‭ ‬1500‭ ‬years:‭ ‬Ole-Morindat explains that their cows lose weight in the dry season.‭ ‬Sometimes they lose half their weight in the rainy season.‭ ‬The grasses dry up,‭ ‬the water pulls out.‭ ‬The cows then drink and eat very little and then give hardly any milk.‭ ‬People also lose weight.
That is part of Enkutu,‭ ‬says Ole-Morindat.‭ ‬Enkutu refers to a philosophy of great spiritual significance,‭ ‬which insists on personal responsibility and helpfulness.‭ ‬It stands for respecting the nature upon which all life depends,‭ ‬wherever and whenever.
‭”‬Enkutu,‭” ‬says Ole-Morindat,‭ “‬let us look to the future with hope,‭ ‬courage and enthusiasm.‭ ‬In the dry season,‭ ‬we are all willing to go hungry and help each other so that our cows live and our environment is not destroyed.‭ ‬We are assured of our environment.‭ ‬Where I live,‭ ‬everything looks exactly as it did in‭ ‬1940.‭ ‬Minus the roads and electricity poles.‭ “
Hunger is not something to be romantic about.‭ ‬But according to Ole-Morindat,‭ ‬Masai are aware that this is necessary for the long-term conservation of nature and their way of life.‭ “‬Our way of life is not just an economic consideration,‭” ‬he says.‭ “‬Pastoralism is deeply rooted in our social and spiritual life.‭ ‬It determines our fullness,‭ ‬where we feel at home,‭ ‬and how we change.‭ (‬Ole-Morindad in de Corespondent‭)

Here people speak with wisdom and pain.‭ ‬We can learn from them.‭ ‬Why are they not being heard‭?
It’s the fever.‭ ‬Which leads to glowing greed.‭ ‬To hot-tempered strife and wars,‭ ‬to ardent ambitions.‭ ‬To technological castles in the air that continue to rise from the face of the earth.‭ ‬The bottom,‭ ‬the bottom‭! ‬The growth economy is glowing with fever.‭ ‬That’s what she’s all about.‭ ‬She continues feverishly.‭ ‬Like mad.‭ ‬Where are the feet in the earth‭?
Maybe it takes magic to get rid of that twisted world.

Today I was amazed to see that there is a very old magic word.‭ ‬A word to heal.‭ ‬A magic word that we all know,‭ ‬without realizing its ancient magic.‭ ‬They are echoes from the primeval times of our civilization.‭ ‬It was already on the lips of distant ancestors before our era.‭ ‬Ancestors,‭ ‬who watch our time in horror.‭ ‬It comes from the Hebrew,‭ ‬and‭ ‬it also comes from Greek.‭ ‬Believe in it or not.‭ ‬This is the word,‭ ‬and this is what it means:

A B R A C A D A B R A
A B R A C A D A B R
A B R A C A D A B
A B R A C A D A
A B R A C A D
A B R A C A
A B R A C
A B R A
A B R
A B
A

R E D U C E‭ ‬Y O U R‭ ‬F E V E R‭
(Equilateral triangle,‭ ‬design according to the Gnostics‭)

.

.

Backgroundinformation: In 2019, it was unambiguously recognized how important indigenous peoples are to biodiversity. Important article in connection with the 1800 page report of the UN. https://www.reutersevents.com/sustainability/indigenous-people-are-guardians-global-biodiversity-we-need-protection-too

Organizations that take into acount with indigenous peoples: UNEP. (United Nation Environment Program) ILC (International Land Coalition) IIFB (International Indiginous Forum of Biodiversity) CBD (Convention on Biological Diversity) IUCN: International Union for Conservation of Nature. 86 countries> 1000 organizations. Since 2018, indigenous peoples have a small voice. (IPOs)

Survival International, supports indigenous people in a tribal context and stands up for their rights. Their place in the world is, holistically, constructive for people and nature worldwide. Also FERN, is very actual: https://www.fern.org/fr/ressources/how-the-eu-biodiversity-strategy-can-protect-and-restore-forests-and-rights-2223/

There are now many millions of “conservation refugees.” This is even a bigger threat than the climate, or land grab by multinationals. There are five major NGOs that protect nature at the expense of the original administrators, who have maintained the area for thousands of years. Indigenous leaders refer to them as BINGOs. Big International NGOs. These are: CI = Conservation International, TNC = The Nature Conservancy, WWF = Worldwide Fund for Nature, AWF = African Wildlife Fundation, WCS = Wildlife Conservation Society.

Echoes uit verre tijden

.

.

Luister hier naar het tweedelige verhaal, zestien minuten.

Echoes uit verre tijden.‭ ‬Ze leven in woorden,‭ ‬in beelden rondom ons.‭ ‬Maar ook leven ze nog altijd voort als mensen,‭ ‬van vlees en bloed.‭ ‬Het zijn de Assepoesters van onze wereld.‭ ‬Het wordt tijd dat we ze zien. ‬Wanneer krijgen ze hun gouden schoenen?

Daar sta ik dan,‭ ‬met mijn Rijdende Verhalenhuis,‭ ‬midden tussen de mistige weilanden.‭ ‬Langzaam breekt de zon door.‭ ‬Ik kijk uit het raam en ben verbaasd.‭ ‬Ik heb net iets ontdekt.‭ ‬Een magisch woord is het,‭ ‬uit een ver verleden.‭ ‬Het was zo’n‭ ‬woord dat plotseling opduikt in mijn gedachten.‭ ‬Het past precies in het grote verhaal.‭ ‬De inspiratie engeltjes zitten daarboven op hun wolkje en zijn goed in timing.‭ ‬Ik vermoed hun aanwezigheid,‭ ‬al zie ik ze nooit.‭ ‬Ik houd mijn armen vrij en leeg,‭ ‬om te kunnen ontvangen.‭ ‬Ik zet dikwijls andere zenders uit om te luisteren.‭

Dat kan niet iedereen.‭ ‬Dat komt door de koorts.‭ ‬De koorts is overal.‭ ‬Vreselijk.‭ ‬Het niet meedoen in de koorts,‭ ‬dat is mijn allergrootste goed.‭

Koortsigheid,‭ ‬het niet kunnen stoppen.‭ ‬Net als koning Midas met zijn wens om goud,‭ ‬of als de vrouw van Piggelmee die steeds veeleisender werd en vervolgens alles verloor.‭ ‬Het hebberige stiefkind dat goud wenste.‭ ‬Ze ging naar Vrouw Holle,‭ ‬bemoedigd door haar‭ ‬moeder.‭ ‬Ze baandde zich ruw en medogenloos een weg.‭ ‬Ze kwam bij het huis van de mythische vrouw en oogstte pek en padden als beloning.‭ ‬De sprookjeswereld zit vol van zulke verhalen.‭ ‬Het moet verder en groter,‭ ‬het moet nóg meer en nooit is het genoeg.‭ ‬Het gevolg van al die dwaasheid wordt keer op keer uit de doeken gedaan.‭
Ik hoor veel mensen hardop denken dat dat nou eenmaal bij de mensheid hoort.‭ ‬In talloze artikelen wordt het herhaald.‭ ‬Net als overbevolking.‭ ‬We zijn als gistcellen,‭ ‬zegt Jelle Reumer.‭ ‬We vermeerderen ons tomeloos.‭ ‬Ja dat is zo.‭ ‬Maar dan gaat hij door:‭ ‬We verpesten onze eigen omgeving.‭ ‬En als we dat blijven doen,‭ ‬dan gaan we uiteindelijk allemaal dood.‭ ‬Net als gistcellen in een fles wijn.‭ ‬Hij schreef:‭ “‬De ontplofte aap‭“‬.‭ ‬Ik luister naar hem,‭ ‬op een podcast van de VPRO.‭ ‬Hij doet iets waar ik me al een tijdje aan stoor.‭ ‬Hij praat steeds over‭ ‘‬we‭’‬.‭ ’‬We‭’‬,‭ ‬als mensheid.‭ ‬Verbouwereerd luister ik naar zijn woorden.‭ ‬Ik kan er maar niet aan wennen.‭

Want we zijn niet de enigen.‭ ‬Er is nog steeds de Andere Mens.‭ ‬Sinds mijn zestiende ben ik geraakt door hen,‭ ‬die al duizenden jaren in een omgeving leven,‭ ‬die nooit veranderd is.‭ ‬Driehonderd miljoen mensen,‭ ‬dat is het aantal inheemsen op aarde.‭ ‬Mensen die nog altijd leven in een andere cultuur dan onze.‭ ‬Hondervijftig miljoen van hen leven nog steeds in stamverband,‭ ‬op oude grond.‭ ‬De Masaï,‭ ‬de Pigmeën,‭ ‬de Guarani….Talloze minderheidsculturen zijn er,‭ ‬die een heilig respect hebben voor hun leefomgeving.‭
Maar hun bestaan wordt maar al te vaak weggezet als een mythe.‭ ‬Hun woorden verdwijnen in het niets.‭ ‬Hun land wordt almaar kleiner.‭ ‬Het land gaat op in koorts.‭ ‬Grondstoffen worden vervoerd over de hele wereld.‭ ‬Bomen gaan in rook op.‭ ‬Even koortsachtig zoekt degene die dit veroorzaakt,‭ ‬naar oplossingen voor het enorme probleem dat hij schept.‭ ‬Hij loopt in een kringetje.‭ ‬Hij gaat door omdat hij door moet gaan.‭ ‬Merkwaardig genoeg denkt de koortsige mens dat‭ ‬hij de enige‭ ‬is in zijn soort.‭ ‬Maar nog altijd is er die Ander.‭ ‬De Andere Mens.‭
Wie is dat,‭ ‬de Ander‭? ‬De Ander,‭ ‬dat is een toevallig en onaf wezen,‭ ‬dat geen enkele macht bezit.‭ ‬Eigenlijk denkt de koortsige mens net zo over die Ander,‭ ‬als Thomas van Aquino in de Middeleeuwen over de vrouw.‭ ‬Nog steeds,‭ ‬na al die eeuwen.
Opgegroeid in onze eigen moderne bubbel en besmet met de koorts,‭ ‬ziet hij die Ander niet.‭ ‬Nog steeds niet.‭ ‬Al staat hij pal voor zijn neus.‭ ‬Dan nog zegt hij:‭ ‬Het is er maar eentje.‭ ‬Dit is een uitzondering.‭ ‬Een geestverschijning.‭ ‬Eigenlijk bestaat hij niet,‭ ‬hij is een mythe.‭ ‬Een romantische verhaal van lang verleden.‭ ‬Uit de tijd.‭
Maar ze zijn er nog steeds.‭ ‬Ze zijn akelig echt,‭ ‬de inheemse mensen.‭ ‬De nood is groot.‭ ‬Ze hebben een dringende boodschap.‭ ‬Die wordt steeds dringender.‭ ‬Er is wanhoop en woede.‭ ‬Hoelang duurt het nog voor we ze zien‭? ‬Hun verhaal is geen romantisch sprookje,‭ ‬het is lang en schrijnend,‭ ‬vol geweld,‭ ‬ontkenningen en misverstanden.‭

‘De arme mensen,‭ ‬die zo dicht bij hun landschap staan omdat ze er volledig van afhankelijk zijn‭ – ‬het zou weleens zo kunnen zijn dat zij de principes van een duurzaam leven beter beheersen dan degenen die rijk zijn,‭ ‬westers onderwijs hebben genoten,‭ ‬en de beslissingen nemen bij de VN.‭’ (‬Ole-Morindad en Terrence Mc Gabe in de Correspondent‭)
Wuarani,‭ ‬Amazonegebied:‭ ‚‬Het kostte ons duizenden jaren om het Amazone-regenwoud te leren kennen.‭ ‬Om haar wegen,‭ ‬haar geheimen te begrijpen,‭ ‬om te leren hoe we met haar kunnen overleven en gedijen.‭ ‬Dit bos heeft ons geleerd licht te lopen.‭ ‬Omdat we naar haar hebben geluisterd,‭ ‬geleerd en verdedigd,‭ ‬heeft ze ons alles gegeven:‭ ‬water,‭ ‬schone lucht,‭ ‬voeding,‭ ‬onderdak,‭ ‬medicijnen,‭ ‬geluk,‭ ‬betekenis.‭ ‬En voor mijn volk,‭ ‬de Waorani,‭ ‬kennen we jullie pas‭ ‬70‭ ‬jaar.‭ ‬We werden in de jaren vijftig‭ “‬gecontacteerd‭” ‬door Amerikaanse evangelische missionarissen.
Ik heb nooit de kans gehad om naar de universiteit te gaan en dokter te worden,‭ ‬of advocaat,‭ ‬politicus of wetenschapper.‭ ‬Mijn oudsten zijn mijn leraren.‭ ‬Het bos is mijn leraar.‭ ‬En ik heb genoeg geleerd.‭ ‬Ik spreek schouder aan schouder met mijn inheemse broers en zussen over de hele wereld,‭ ‬om te weten dat je de weg kwijt bent en dat je in de problemen zit.‭ ‬Hoewel je het nog niet helemaal begrijpt.‭ ‬Uw probleem is een bedreiging voor elke vorm van leven op aarde.
‭(‬Nemonte Nenquino,‭ ‬leider van de Waorani,‭ ‬Aamazonegebied,‭ ‬in The Guardian‭)

Wetenschappelijk onderzoek naar inheemse volkeren‭ (‬Scientas‭)‬:‭ ‬Voor de toekomst van onze biodiversiteit,‭ ‬zal samenwerking met inheemse stammen cruciaal zijn.‭ ‬Het totaal aantal vogels,‭ ‬zoogdieren,‭ ‬amfibieën en reptielen waren het hoogst in gebieden die beheerd werden door inheemse groeperingen.‭ ‬De grootte en locatie van de gebieden bleek verder geen invloed te hebben op de soortenrijkdom.‭ “‬Van kikkers en zangvogels tot grote zoogdieren zoals grizzlyberen,‭ ‬jaguars en kangoeroes:‭ ‬de biodiversiteit was het rijkst in inheems beheerde gebieden,‭” ‬concludeert co-auteur Ryan Germain.‭ ‬Onderzoeksleider Richard Schuster vult aan:‭ “‬Dit suggereert dat de manier waarop inheemse groeperingen het land beheren de biodiversiteit hoog houdt.‭” (‬Scientas,‭ ‬Vivian Lammerse‭)

Masaï in Tanzania trekken al‭ ‬1500‭ ‬jaar met hun koeien:‭ ‬Ole-Morindat legt uit dat hun koeien in de droge tijd afvallen.‭ ‬Soms verliezen ze de helft van hun gewicht in de regentijd.‭ ‬De grassen drogen op,‭ ‬het water trekt eruit.‭ ‬De koeien drinken en eten dan nog maar weinig en geven dan nauwelijks melk meer.‭ ‬Ook de mensen vallen af.‭
Dat is onderdeel van Enkutu,‭ ‬vertelt Ole-Morindat.‭ ‬Enkutu verwijst naar een filosofie van grote spirituele betekenis,‭ ‬die aandringt op‭ ‬eigen verantwoordelijkheid en behulpzaamheid.‭ ‬Het staat voor het respecteren van de natuur waarvan al het leven afhangt,‭ ‬waar en wanneer dan ook.
‭‘‬Enkutu‭’‬,‭ ‬zegt Ole-Morindat,‭ ‘‬laat ons naar de toekomst kijken met hoop,‭ ‬moed en enthousiasme.‭ ‬In de droge tijd zijn wij allemaal bereid om honger te lijden en elkaar te helpen,‭ ‬zodat onze koeien blijven leven en onze omgeving niet kapot gaat.‭ ‬Wij zijn verzekerd van onze omgeving.‭ ‬Waar ik woon,‭ ‬ziet alles er nog precies zo uit als in‭ ‬1940.‭ ‬Minus de wegen en elektriciteitspalen.‭’
Honger is niet iets om romantisch over te doen.‭ ‬Maar volgens Ole-Morindat zijn Masai ervan doordrongen dat dit nodig is voor het behoud van de natuur en hun manier van leven op de lange termijn.‭ ‘‬Onze manier van leven is niet alleen een economische overweging‭’‬,‭ ‬zegt hij.‭ ‘‬Het pastoralisme is diep verankerd in ons sociale en ons spirituele leven.‭ ‬Het bepaalt ons volledige zijn,‭ ‬waar wij ons thuis voelen,‭ ‬en hoe we veranderen.‭ (‬Ole-Morindad in de Correspondent‭)

Hier spreken mensen met wijsheid en pijn.‭ ‬We kunnen van ze leren.‭ ‬Waarom worden ze niet gehoord‭?

Het is de koorts.‭ ‬Die leidt tot gloeiende hebzucht.‭ ‬Tot heetgebakerde twist en oorlogen.Tot vurige ambities.‭ ‬Tot technologische luchtkastelen die steeds verder opstijgen van de aardbodem.‭ ‬De bodem,‭ ‬de bodem‭! ‬De groei-economie gloeit van koorts.‭ ‬Dat is waar ze op draait.‭ ‬Koortsig gaat ze voort.‭ ‬Als een dolle.‭ ‬Waar zijn de voeten in aarde‭?
Misschien is er magie bij nodig,‭ ‬om van die doorgedraaide wereld los te komen.‭

Ik zag vandaag tot mijn stomme verbazing dat er een heel oud toverwoord is.‭ ‬Een woord om te genezen.‭ ‬Een toverwoord dat we allemaal kennen,‭ ‬zonder de eeuwenoude magie ervan te beseffen.‭ ‬Het zijn echoes uit de oertijd van onze beschaving.‭ ‬Het lag al voor onze jaartelling op de lippen van verre voorouders.‭ ‬Voorouders,‭ ‬die onze tijd met ontsteltenis gadeslaan.‭ ‬Het komt uit het Hebreeuws,‭ ‬maar ook uit het Grieks.‭ ‬Geloof er in of niet.‭ ‬Dit is het woord,‭ ‬en dit betekent het:‭

A B R A C A D A B R A
A B R A C A D A B R
A B R A C A D A B
A B R A C A D A
A B R A C A D
A B R A C A
A B R A C
A B R A
A B R
A B‭
A

V e r m i n d e r‭ ‬u w‭ ‬k o o r t s.‭ (‬Gelijkzijdige driehoek,‭ ‬vormgeving volgens de gnostici‭)

Achtergrond: In 2019 is ondubbelzinnig erkent hoe belangrijk inheemse volkeren zijn voor de biodiversiteit. Belangrijk artikel nav het 1800 pagina’s tellende rapport van de VN. https://www.reutersevents.com/sustainability/indigenous-people-are-guardians-global-biodiversity-we-need-protection-too


Organisaties die inheemse volkeren waarderen:
UNEP. (United Nation Environment Program)
ILC (International Land Coalition)
IIFB (International Indiginous Forum of Biodiversity)
CBD (Convention on Biological Diversity)
IUCN: International Union for Conservation of Nature. 86 countries >1000 organisations. Sinds 2018 hebben inheemse volkeren een kleine stem. (IPO’s)

Survival International, ondersteunt inheemse mensen in stamverband en komt op voor hun rechten. Hun plek in de wereld is holistisch gezien opbouwend voor mens en natuur wereldwijd.
Ook FERN: https://www.fern.org/fr/ressources/how-the-eu-biodiversity-strategy-can-protect-and-restore-forests-and-rights-2223/

Inmiddels zijn er vele miljoenen “conservation refugees.” Dit vormt zelfs een grotere bedreiging dan het klimaat, of landgrab door Multinationals. Er zijn vijf grote NGO’s die de natuur beschermen ten koste van de oorspronkelijke beheerders, die het gebied soms al duizenden jaren in stand hielden. Door inheemse leiders worden ze BINGO’s genoemd. Big International NGO’s. Dit zijn: CI = Conservation International, TNC = The Nature Conservancy, WWF = Worldwide Fund for Nature, AWF = African Wildlife Fundation, WCS = Wildlife Conservation Society.

Nieuwe duizelingen

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van 5,5 minuut.

Ik zie mannen op zware stenen zitten en ook vrouwen. Grote zware stenen of kleintjes, keien die lange tijd de fundamenten waren van hun bestaan. Trotse monumenten of kleine stapeltjes. Langzaam brokkelt het af en wordt alles op zijn kop gezet.

Gisteren had ik mijn boekpresentatie. Het was alsof ik surfde op de golven. Alles en iedereen werkte mee, en de woorden van mijn verhaal kwamen zonder aarzelen en zonder briefje. Ik deed er precies twintig minuten over, zoals ik van plan was. Maar bovenal: het verhaal leefde. Het publiek luisterde geboeid, en ik vond woorden, gedragen door hun aandacht. Een maand lang had ik slecht geslapen, in verwachting van deze geboorte. Het was prachtig. En nu is de presentatie voorbij. Het boek gaat de wereld in. En nu?
Ik ben blij en tegelijkertijd in verwarring. Want het is nog lang niet klaar. ’Langs kantelende wegen,’ heet het verhaal. Maar de kanteling is nog maar net begonnen. Overal zitten mensen, op oude stenen van een oude wereld, de wereld die ooit werkte. Idealen, doelen, waar we naar streefden. Verheven, of egoïstisch. Maar vele bouwwerken scheuren en brokkelen af. Stenen verbrokkelen en vallen uiteen. Welk doel we er ook mee hadden.
Ik kijk naar kleine voorbeelden om me heen. Ik begrijp dat alles wat in het klein gebeurt, ook in het groot gebeurt. Net zoals elke cel van het lichaam opgebouwd is uit dezelfde stenen in talloze variaties. Ik kijk, ik lees en luister. Ik probeer een verhaal te maken van wat ik zie. Het duizelt me. Dat wat waar is, is het volgende moment al voorbij. Ik weet het niet. Ik zoek naar woorden in de centrifuge van vernieuwing. Ik schrijf aan een verhaal dat nooit eindigt.

Oude bouwwerken brokkelen uiteen. Verweerde stenen blijven over, of vergaan tot stof. Ik kijk om me heen en heb er geen vat op. Ik probeer het maar niet meer te begrijpen. Ik ga verder. Ik zet mijn ene voet voor de andere. Ik pak de spade om bomen te planten. Bomen en nog eens bomen. Ik geniet van de wind in de wilgen.

Let the sun shine.

.

Kantelingen

De zon wordt
de aarde en aarde
wordt zon

Onder wordt boven
en ook andersom

En wat je had
dat valt heel diep
weg uit je handen

Daar sta je dan
opnieuw en
verbaasd in je blootje
en ziet

De zon wordt
de aarde en aarde
wordt zon

Onder wordt boven
en ook
andersom.

Alowieke, 1991

.

.

Wij zijn open!

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van zeven minuten.

.

Ik sta op het ingeklonken grindpad, met mijn klompen naast een diepe plas. Op het tegelpaadje, dat de bosjes inloopt, staat buurvrouw Manja. Ze kijkt naar iets wat ik niet kan zien. Verderop is haar vriend bezig. Hij probeert een autodeur terug te hangen in het scharnier. Hun huis is van hout en staat midden tussen hoge wilgenbomen. Het waait flink, maar daar hebben zij geen last van! De kruinen zwaaien wild heen en weer en houden alle wind tegen. Ik roep mijn buurvrouw en ze kijkt meteen op. ‚Manja, mag ik af en toe je elektrische fiets lenen, als ik met noodweer ergens heen moet?’ Ze kijkt op. ‚O ja hoor, natuurlijk! Wij hebben nu toch allebei een auto.’ Ik bedank haar opgewekt en loop door. Ik moet nog boodschappen doen. De dichtsbijzijnde supermarkt is zes kilometer. Het waait stevig, maar noodweer kan je het niet noemen. Zal ik haar fiets lenen of niet? Ik heb er zo’n hekel aan om tegen de wind in te fietsen! Wat een luxe, als je vanzelf gaat! Het is zo verleidelijk!
Ik twijfel. Dan recht ik mijn rug en kijk naar de horizon. Nee. Ik ga niet overstag. Ik ga ook niet tegen de wind in ploeteren, op mijn eigen eenvoudige fietsje. Ik ga lopen.

Even later loop ik met ferme pas het onverharde pad af. Na een heel eind steek ik de straat op, die naar het dorp loopt waar de winkel is. Ik ga over het fietspad. Er staan iepen naast de weg. Of zijn het lindebomen? Nee, toch iepen. Een vrouw staat in haar tuin onkruid te wieden en groet mij enthousiast. Dan ziet ze dat ik het niet ben. Niet degene die ze dacht. Ik grijns haar toe en loop door. Ik zie kortgemaaide gazons en gladgeschoren hagen. Dan kom ik bij het eetcafé, Jonker Sikke. Een gezellige tent. En best groot, voor op het platteland. Alle houten banken zijn leeg, buiten. De deur staat open. Er komt muziek uit. Folkmuziek met de stem van Maddy Prior, die ik zo bewonder. Ik loop verbaasd naar binnen. Vlak achter de deur staat de eigenaar, met zijn grijze krullen. De grote houten tafel staat vol met flessen wijn en nogablokken. ‚Zijn jullie niet dicht?’ vraag ik nogal overbodig. Hij is blij dat hij me ziet. ‚Nee we zijn open voor afhaal.’ Hij kijkt naar de tafel. ‘Ik ben maar winkeltje gaan spelen. Ik ben blij als ik wat verkoop!’ Met grote ogen kijkt hij me aan. De beweeglijke man blijft jongensachtig. Altijd druk bezig met de mensen en wat er zich voor doet. Maar nu mag hij niks meer. Hij blijft zoeken. Wat kan hij nog wèl doen? Ik zie hem denken. Vastbesloten kijk ik hem aan. ‚Ik wil appeltaart. Heb je dat? Met slagroom? We moeten elkaar steunen!’ Hij knikt bevestigend. Blij loopt hij naar achteren en komt terug met een gevouwen kartonnetje met inhoud. Hij heeft er heel veel slagroom op gedaan. Lekker. Hij vertelt hoe moeilijk hij het heeft. Hij moet alle zeilen bijzetten om maar een klein beetje omzet te vangen. Langs de plattelandsweg raast iedereen in auto’s voorbij. Op de elektrische fiets had ik precies hetzelfde gedaan.

Ik smul van mijn appeltaart, op één van de vele lege banken, die uitkijken op de weg. Dan vouw ik het kartonnetje op en doe het in mijn zak. Aanmaakmateriaal. Dan loop ik verder. Ik heb alle tijd om na te denken. Dat we langzamer moeten. Dat we door voor gemak en luxe te kiezen, steeds individualistischer worden. De verleidelijke auto, snel en met een dak tegen de regen, is wel het uiterste hiervan. We spreken elkaar niet meer. Ik probeer de verleiding te weerstaan. Elke keer weer. Vandaag kan ik maar één ding zeggen:

Steun elkaar! En geniet van je wandeling.

.

Vlechtwerk van leven

.

.

Re-cover
Work in progress, 2011 Collectie Verbeke Foundation
Dit is een omgevingsproject gemaakt met acht oude wilgen, die werden gered en herplant op de Verbeke Foundation in januari 2011.
Het project zal veranderen en uitdijen. Het toont ons hoe biodiversiteit op een zeer unieke manier kan werken, bij een enkele plantensoort, de Salix. Verschillende kunstwerken vergroeien met elkaar tot een levende installatie.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van acht minuten.

Mijn kleine huis staat op een oude wei. Het is een weide vol paardebloemen en boterbloemen. In de lente is alles geel. Dat is mooi, want de boer houdt van geel. Maar nu is het veld alleen maar groen. Het is herfst.
Ik loop op mijn hemelsblauwe klompen over het veld. Het gras komt tot mijn enkels. Het is nat. En het blijft nat. De lucht is vochtig en de dauw droogt niet op. Ik voel de blubber bewegen onder mijn voetzool. Dat is een heel ander gevoel dan een paar weken geleden. De grond is de hele zomer keihard geweest.
Ik kijk op. Je kunt zien dat het land oud is. De glooiingen zijn niet geëgaliseerd, zoals in andere weides. Ooit is er een gelijkmatige golf in het land gebracht. Niet veel, maar genoeg voor het doel. De hogere delen blijven droger. Op de lagere stukken voel ik nattigheid. Dat hebben de oude boeren vroeger mooi gedaan. Hoe lang geleden al? Ik weet het niet.
Ik loop naar de rand van het veld, waar wilgen staan. Onder de bomen voelt de grond anders. Zachter, minder blubberig. Er liggen takjes en blaadjes die vergaan tot aarde. Ze maken de grond veerkrachtig en nemen vocht op. Ik kijk omhoog, naar de wir war van takken. Wat zijn er toch veel bomen geplant op dit terrein, in de loop der jaren. Een paar ruige oude knotwilgen spannen letterlijk de kroon. Het zijn sterke jongens. De wilgen, die willen wel! Elke wei maken ze met gemak soldaat. Met hun wortels maken ze de bodem los, ze laten hun bladeren vallen. De grond wordt toegankelijk voor andere bomen. Zo groeit er iets. De aarde wordt rijker en rijker.

Een dikke grijze wolk komt dichterbij. Een windvlaag waait koud om mijn oren. Ik ga naar binnen om mijn muts te pakken. Vandaag wil ik de wilgen aan elkaar vlechten. Met een groene wand kan ik mooi de koude wind tegenhouden. Dan is er straks steeds meer te zien. Hoe meer luwte, hoe drukker het wordt. Vogels, insecten… maar ook planten! Er moet een strook vol bloemen en bessen komen. Is het plan.
Ik buit een tak tot het uiterste. Hij breekt. Zonde. Het is eigenlijk al te laat, de takken in de haag zijn veel te dik. Ik voel hoe ver ik kan gaan, en vlecht zoveel mogelijk omringende takken mee. Vooral kleine dunne. Ik vind een techniek uit die me bevalt. Misschien moet ik de dikke aan elkaar binden, in plaats van ze te buigen. Ja, als je van beide een stukje afsnijdt, dan groeien ze daar aan elkaar! Ik herinner me steeds meer, van wat ik heb gehoord.
Toch vraag ik me af, is dit de beste wilg om mee te vlechten? Of zijn er betere? Er staan hier alleen maar knotwilgen.

Terwijl ik me dit afvraag, komt er een rode auto aanrijden. Er zit een vrouw achter het stuur. De weg is vol hobbels. Voorzichtig rijdt ze om de kuilen heen. Als ze vlakbij me is, stopt ze en draait het raampje open.
‚Is die prachtige woonwagen van jou?’ vraagt ze stralend. Ik knik. Ze praat gelijk verder. ‚Ik ben geboren in een woonwagen. Mijn ouders trokken ermee rond.’ Ik loop naar haar toe. Ze steekt haar ronde gezicht uit het raampje, omlijst met grijze krullen. Nieuwsgierig kijk ik haar aan. Ik heb al veel gehoord, van de oude reizigers met hun ambachten, die allemaal verloren zijn gegaan. ‚Bijzonder!’ zeg ik. ‘En waar verdienden ze hun geld mee, je ouders?’ Het antwoord komt snel. ‚Stoelen matten,’ zegt ze met trots in haar stem. ‚Ik kan het ook. Maar het is zwaar werk, ik doe het nu niet meer.’ Ik grijns haar toe. ‚En kan je ook met wilgentenen vlechten?’ vraag ik dan. Ze schudt haar hoofd. ‚Nee, dat deed een oom van me. Lang geleden. Hij haalde zijn materiaal van de grienden, daar stonden duizenden kleine wilgen, speciaal voor dat doel.’ Ik wil nog veel meer vragen, maar ze moet weer verder.

Ik onderzoek het, en vind uit dat er wel vierhonderd wilgensoorten bestaan. En inderdaad, er is er eentje die altijd gebruikt werd voor fijner vlechtwerk: De wilg met de wilgenkatjes, die zulke lange rechte scheuten kan maken. Het roept herinneringen op. Hoe ik als kind de zachte katjes streelde met mijn vingers, en de zilveren glans bewonderde. Wat heb ik ze lang niet meer gezien! Waar zijn ze gebleven?
De bosjes waar ik als kind langs liep zijn allemaal weg. Ja, en inderdaad, ze stonden in grienden, voordat het plastic werd uitgevonden. Toen had iedereen nog een boodschappenmand.

Ik zie door mijn venster hoe de wind waait, in het riet. Ik verbeeld me een hele rij wilgen, bittere wilgen, amandelwilgen en katwilgen, met katjes. Ik zie bloeiende meidoorns en lijsterbessen met rode bessen in de herfst. En heel veel vogels. Als die daar ooit staan, daar naast de sloot. Wat zal dat prachtig zijn. En als ze daar dan mogen blijven. En niet meer weg hoeven.

.

Heggenvlechten is in 2015 erkend als immaterieel cultureel erfgoed.

.

.

Meer over wilgentenen vlechten:

KIJKEN
https://www.willbeckers.com/projects
https://verbekefoundation.com/2017/03/will-beckers-nl-o1967/
DOEN
http://www.rimboerob.nl/vlechtwerk.html
https://taffelberg.wordpress.com/2017/02/15/hoe-bouw-ik-een-levende-wiglo/
Tips, als afscheiding, als je het netjes wil doen: https://dehofmaekers.nl/tuintips/randjes-vlechten-van-wilgentenen.html

Praktisch gebruik van diverse soorten:

Van fijnere soorten als katwilg, maak je manden. Voor constructies gebruik je de knotwilg, of nog liever de grauwe wilg. Vroeger werden wanden van hutten gemaakt van vlechtwerk van wilgentenen, afgedicht met klei, en funderingen van dijken werden gelegd op matten van gevlochten wilgentenen. Deze zinkstukken blijven op hun plaats door ze af te zinken met basaltstenen. Ze beschermen de bodem tegen erosie. Het meest buigzaam is het hout van de amandelwilg, die is het meest geschikt voor kunstzinnige toepassingen.

De schors van enkele soorten, zoals amandelwilg en schietwilg, bevatten salicine, dat lang geleden gebruikt werd als pijnstiller. Er werd daarvoor op de wilgenbast gekauwd, of er werd een drank van getrokken. Salicine wordt ook gebruikt als looistof, voor het looien van leer. Wilgenhout wordt net als het hout van populieren gebruikt voor het maken van klompen en papier. Om een windmolen af te remmen wordt een ‘vang’ bestaande uit blokken wilgenhout gebruikt. Voor de teelt van wilg als biobrandstof is sinds kort zaad van enkele snelgroeiende rassen beschikbaar.

(Biomassa: Is er sinds dit jaar, op braakliggende stukken en lege bedrijfsterreinen, onder andere. Het zijn restjes grond in de economische lappendeken van Nederland. Zolang als het duurt. Oogsten en nog eens oogsten. Daar gaat het om. De grond gaat achteruit als hij geen organisch materiaal terug krijgt. Kleigrond wordt harder en droger. Zandgrond valt uiteen tot stof. In de winter komt de blubber. De wilgen worden verbrand. Ze gaan op in rook. Enige oplossing: Kleiner leven, minder stoken.)

De houtskool van de wilg wordt gebruikt in buskruit; het heeft een veel hogere verbrandingssnelheid dan bijvoorbeeld barbecue-houtskool.

Maar het mooiste is als bomen kunnen blijven groeien, en niet meer weg hoeven. Daarom is het volgende museum een grote inspiratiebron.

Meer over de Verbeke Foundation:

Onze tentoonstellingen willen geen oase zijn. Onze presentatie is onaf, in beweging, ongepolijst, contradictorisch, slordig, complex, onharmonieus, levend en onmonumentaal, zoals de wereld buiten. Met zijn 12 hectare natuurgebied en zijn 20.000 m² overdekte ruimten is de Verbeke Foundation één van de grootste privé-initiatieven voor hedendaagse kunst in Europa.  De loodsen van het vroegere transportbedrijf van Geert Verbeke werden omgebouwd tot unieke expositieruimtes. Eén van de gebouwen werd ingericht  om de uitzonderlijke verzameling collages en assemblages tentoon te stellen. De Verbeke Foundation is in een aanhoudend groeiproces. Kunstenaars kunnen er in residentie verblijven en grotere en kleinere tentoonstellingen wisselen elkaar af, waardoor de foundation er elke dag anders uitziet, zoals een ademend organisme.

De Verbeke Foundation wenst een plek te zijn waar cultuur, natuur en ecologie samenkomen. Het werk van bio-artiesten en van kunstenaars die met levende materialen werken (planten, dieren, geuren) sluit hier naadloos bij aan. Sinds de opening van de Verbeke Foundation in 2007 kon de verzameling uitgebreid worden met hedendaagse werken en ter plekke gebouwde installaties. Helaas heb ik hier zelf geen foto van. Bovenstaande foto komt uit het museumverslag van Job Ebben en bevat meer interessante bronnen. https://jobebbenh4e.weebly.com/belgieuml-excursie.html

De ene hand wast de andere

.

.

.

Luister hier naar het voorgelezen verhaal van acht minuten.

.

Hoera. Wat ik geef, keert bij me terug. En andersom. Wederkerigheid bestaat. Overal.

Een vrolijke jongen steekt zijn hoofd uit het raam van de kleine vrachtwagen. In de open laadbak ligt een hele berg hout. Brandhout, voor mij. ‚Je hoefde maar een klein stukje te rijden hè! ’ Zeg ik lachend. Zijn ogen fonkelen als hij antwoordt. ‚Ja! Fijn zeg! En ik zag de rode kruiwagen al van verre, die je hebt klaargezet. Soms moet ik veel langer rijden. Mijn vorige rit ging helemaal naar Groningen.’ Verbaasd kijk ik hem aan. ‚Is daar geen hout dan? Of is het om de gratis bezorging? Lullig zeg.’ Ik heb besloten dat ik daar niet meer aan doe. Voordeeltjes uitzoeken. Ik heb expres de dichtsbijzijnde handelaar gekozen, omdat de prijs toch niet veel uit maakt. Sommigen halen slimme truukjes uit met hoeveelheden en getallen. Maar uiteindelijk is de prijs vrijwel overal hetzelfde. En als de bezorger van mijn vrachtje zo blij kijkt, dan is mijn dag helemaal goed.
Ik wijs de jongen op het zeil, dat ik heb uitgespreid. Daar moet het op. Het ligt vlak langs het pad. De jongen kijkt opgewekt naar beneden. ‚Ha mooi’, zegt hij. Dan stort hij het hout netjes op het zeil. Er liggen maar een paar blokken naast, in het gras. Ik gooi ze gauw in de kruiwagen. Het weiland is nat en de bodem ook. Ik heb een reservezeil klaarliggen, voor als het gaat regenen. Maar nu is het droog. Dat scheelt. De jongen plaatst de laadbak weer terug. ‚Tot de volgende keer!’ roept hij. Ik zie dat hij het meent. Een klant zo dichtbij, in zo’n ruige uithoek, dat is leuk. En dat alles klaar ligt om zonder heisa zijn vrachtje neer te storten, dat ziet hij graag. Hij grijnst, draait zijn raampje dicht en rijdt weg.

Ik kijk naar de lucht. Het wordt iets donkerder. Er zouden een paar spatjes kunnen vallen. Ik begin maar gauw. Ik gooi de eerste blokken in de kruiwagen. Dan duikt er ineens een grijs hoofd op, vanachter de wilgenhaag. Het is boer Jochum. ‚Ik kom je even helpen. Misschien gaat het regenen.’ Dat had ik niet verwacht! Nu kunnen we de taken verdelen en lekker doorpakken. ‚Als jij ze nou door dat gat in de wilgenhaag kruit, dan stapel ik ze op in het pleehok. Dat wordt nu toch niet gebruikt.’ Dat is goed. In een sneltreinvaart kruit Jochum met de kruiwagen heen en weer door het gat in de haag. Ik krijg de stapel maar net weggewerkt, voor er weer een nieuwe portie wordt gedropt. Ik begin net een achterstand te krijgen, als Jochum nóg een volle kar neergooit. Maar hij draait zich niet om voor de volgende. Hij recht zijn rug en kijkt naar mijn stapelwerk. Ik kijk op. ‚Dat was het?’ vraag ik. ‚Ja,’ zegt hij. We praten gemoedelijk door, terwijl ik verder werk. Als ik klaar ben stapt hij weer op zijn fiets.

Terug in mijn huisje bedenk ik hoe leuk en gezellig dit is. Elkaar helpen. In het Oosten van het land noemen ze het ’noaberschap’. Hier heet het ‘mienskip.’ De ene hand wast de andere. Zo hoort het! Morgen komt het hout van Marja aan. Dat is veel meer dan dat van mij, zij heeft een grote yurt om warm te stoken. Ik ben zo dankbaar voor de hulp die ik kreeg, natuurlijk, ik ga haar óók helpen! Meteen stuur ik een berichtje. Marja is blij. Even later komt ze voorbijrijden over het pad. Ze stopt haar auto en doet de deur open. ‚HOi!’ roept ze. ‚Ga je mee? Ik ga boodschappen doen. Misschien heb jij ook wat nodig? Ik had er niet aan gedacht, maar nu ik jouw wagen daar zie staan moest ik er ineens aan denken.’ Ik pak mijn tas en stap in. Ze komt precies op het goede moment.

De volgende dag schijnt de zon. Ik ben net achter mijn wagen koffie aan het zetten, wanneer ik buurman Rob hoor roepen. Hij staat naast zijn auto. We lopen naar elkaar toe. Ik kijk hem nieuwsgierig aan. ‚Als ik in het vervolg boodschappen doe, zal ik dan vragen of je meewil? Ik moest er ineens aan denken. Dat is voor jou wel makkelijk!’

Hoera. Het is er. Wat je geeft, keert bij je terug. Het burenhulp bestaat. Overal.

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

Twente: https://www.twentefm.nl/nieuws/63069/0/vld-losser-zoekt-noaberschap-idee%C3%ABn–.html
Friesland: https://www.friesland.nl/nl/uitgelicht/omtinken/yn-ferbining
Groningen: https://www.zorgzamedorpengroningen.nl/zorgsaam/
Amsterdam: https://www.burennetwerk.nl/ik-wil-hulp/
Den Haag: https://www.denhaag.nl/nl/zorg-en-ondersteuning/zorg-voor-elkaar/den-haag-doet-burenhulp.htm
Rotterdam: https://www.opzoomermee.nl/lief-leed/
Utrecht (Meerdere): https://www.wijkconnect.com/utrecht/hoograven/organisaties/3290/burennetwerk-utrecht-zuid
https://burennetwerkzuilen.nl/
Arnhem: https://burenhulpvoorelkaar.nl/

Enzovoort! Het is grappig om te zien hoe trots iedereen is op zijn burenhulptraditie. Het gebeurt overal, alleen het heet steeds anders. In het Oosten noemt men het noaberschap ‚Typisch iets van ons,’ zeggen ze. De Rotterdammers verkondigen dat de ‚Lief en Leed’ organisatie écht Rotterdams is, en in Friesland is de mienskip’ iets wat onlosmakelijk bij Friesland hoort. Maar…. burenhulp is overal!