Behoud het stille eiland

Terug op Schiermonnikoog wandel ik door het landschap en voel hoe bijzonder het is. Dit zou de minister eens moeten ervaren.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Terug op het eiland. Het is me vertrouwd, de veerboot, de pier, de weg naar de kampeerboerderij en het dorp. Ik ben niet de enige die van het waddeneiland houdt. Schiermonnikoog wordt zelfs in januari goed bezocht door zijn trouwste gasten. Al is het maar een dag of een weekend, de noorderlingen weten de weg te vinden. Het is een dag uit duizenden. Vanaf vanmorgen schijnt de zon in een uitgestrekte blauwe hemel. De laatste sluierwolken zijn verdwenen. Vanochtend bezocht ik het uitgestrekte strand, het geluid van de kleine golven hoorde ik pas na een kilometer lopen, zo ver was de zee. Over het zand lag een klein laagje water, dat glinsterde in de zon. Het maakte mijn voetstappen licht. Met schoenen aan kon ik er doorheen lopen zonder dat mijn sokken nat werden. Na honderden meters lag het zand weer hoger, en vormden zich kleine duinen, als een lang schiereiland, dat evenwijdig aan het eiland ligt. Er was geen mens te zien, het was nog vroeg. Daarna heb ik een middagdutje gedaan en nu bezoek ik de Kobbeduinen. De zon staat al laag aan de hemel, maar het is nog steeds niet koud. Er is geen zuchtje wind en als ik mijn ogen dicht doe om te luisteren, hoor ik geen enkele auto, geen vliegtuig, niets van menselijke oorsprong. Wel hoor ik wulpen, scholeksters en ganzen. Er is een houtduif die roept in de bosjes. Alsof het lente is. Het gras onder mijn voeten is gemilimeterd. Het is niet alleen maar gras, het is ook fluitekruid dat zo kort is begraasd, dat het een onherkenbaar tapijt is geworden van allemaal miniscule blaadjes. Hier lopen de koeien in de zomer en nu zijn het de duizenden ganzen die hier het gras kort houden. In de verte zie ik ook een fazant pikken. Hij verdwijnt tussen de lange halmen als ik dichterbij kom. Ik passeer een man en een vrouw die minutenlang doodstil naar de zonsondergang staan te kijken. Ze groeten met een knikje. Een wandelaarster in de verte loopt stevig op. Ze is in het groen gekleed als een boswachter. Net als ik. Dan ben ik weer alleen. De zon zakt lager en lager. De dieren zoeken hun slaapplaatsen op en ik loop terug. Zie hoe de ganzen gewoon gras eten op deze plek, zonder te worden verdreven. Slapen op de plek waar ze zijn zonder bed of slaapkamer. Geen douche, haardroger, deospray of Kellochs cornflakes of roze leggings die nooit gaan lubberen. Geen waterbestendige Pfas-jas, geen havermout of brood van Bakker Bolhuis. Gewoon gras eten ze en hun veren houden hen warm. Hier worden ze met rust gelaten. Hier kunnen de vogels zichzelf zijn zonder al te veel stress. Voor me ligt een uitgestrekte vlakte, kilometers lang waar op dit moment niemand is. In het broedseizoen broeden er talloze vogels, er zit zelfs een lepelaarkolonie. Hoe lang nog? Minister Sophie Hermans heeft vorig jaar gezegd, toen ze demissionair was, dat er stroomkabels worden gelegd om het windmolenpark op de Noordzee te verbinden met de Eemshaven.  Dwars door het eiland, omdat dat de kortste weg is en het snelste. Een andere optie is een tunnel naast het eiland, die dan ook voor andere kabels kan worden gebruikt in de toekomst. Maar zoals gewoonlijk wordt zo’n verstandige duurzame oplossing nauwelijks bekeken en de minister zegt dat het haar spijt, maar dat ze voet bij stuk houdt. Ik krijg subiet een hekel aan haar. Lekker makkelijk, zeggen dat het je spijt maar het toch gewoon doen. Ook de LTO heeft bezwaar aangetekend. De route loopt dwars door gevoelige landbouwgronden, het er is gevaar voor verzilting en verspreiding van plantenziektes. Het drainagesysteem kan beschadigd raken.Toch moet het, zeggen ze. De windmolens moeten er sowieso komen. Dat vindt iedereen. Linksom of rechtsom. Het windmolenpark is hard nodig. Waarom hebben we steeds meer en meer energie nodig, en lijkt er geen einde te zijn aan de menselijke behoefte? En waarom heeft het eiland geen eigen stem, die het opneemt voor de lepelaars en de zeewolfsmelk? De stilte wordt straks verstoord door drones die onderzoek moeten doen. Is er dan niets heilig meer? Het hele noorden is tegen. We willen dit niet, niet zó. Er is een route die veel beter is, en de aanleg duurt maar drie jaar langer. Ik hoop dat de regering tot bezinning komt, voordat de eerste drone in de lucht in gaat. Het is Unesco natuurgebied en als dit kortzichtige plan wordt doorgezet stappen de noordelijke overheden waarschijnlijk naar de rechter. Het laatste woord is nog niet gesproken.

Dat denk ik als ik allang weer thuis ben. Maar nu loop ik nog hier, in de stilte die er nu is en die we willen behouden en heb maar een enkele gedachte: Kon ik maar een wolk zijn, een gouden wolk in het licht van de ondergaande zon. In een stilte die heilig was.

.

Het lege boekje in mijn binnenzak

.

Nu niet leeg meer.

.

Ik vind het vervelend als mensen tegen een dicht geblokte horizon aan moeten kijken. Zelfs al ken ik ze niet. Ik wens ruimte voor iedereen.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Met mijn fietskar volgeladen rijd ik door de binnenstad van Leeuwarden. Iedereen kan zien wat ik eet. Fruit, groente, zonder zakje, vanuit de boodschappenmand heb ik alles zo in mijn bak gelegd. Havervlokken ook, in papier, en melk in een fles. Gelukkig regent het niet, het is èèn van die zeldzame dagen dat de lucht helemaal blauw is. Ik voel me vrolijk en opgeruimd. Temeer omdat ik net een belangrijke beslissing heb genomen. Ik leef sober en verzamel zo min mogelijk. Zo min mogelijk afval, maar ook minder nutteloze mooie dingen. Vanochtend heb ik een heleboel foto’s weggegooid op internet. En filmpjes. Het waren er veel te veel. In die diarree van beelden wordt het steeds lastiger te vinden wat ik zoek. Ik heb er genoeg van. Het benauwd me. Ik heb me ook voorgenomen minder op de laptop te zitten. Maar ik weet nog niet precies hoe ik het ga doen. Ik gedachten rijd ik langs de gracht.

Precies op dat moment kom ik langs een knutselwinkel. Door de deuropening zie ik rijen papier en pennen in alle soorten en kleuren. Daar moet ik zijn! Ik zet mijn fiets neer, duw het karretje tegen de gevel aan, zodat hij niet in de weg staat. Eenmaal binnen loop ik gelijk naar de kast met pennen. Ik koop vier zwarte fineliners, precies dezelfde als waar ik vroeger ook mee schreef. Ook tekeningen maakte ik ermee. Wat heerlijk dat ik ze nu weer heb! Te kunnen genieten van de zwarte vloeiende lijn op maagdelijk papier. Ik koop ook nog twee kladblokken, een leeg boekje, en briefpapier. Het is een begin.

Het was gisteren, dat ik op het idee kwam. De aanleiding was een bericht over een toekomstig datacenter in Zeewolde, een enorm terrein van meer dan 160 ha. Dat zijn honderdzestig voetbalvelden! Er moeten vijf blokkendozen op komen van 400 meter lang en 20 meter hoog. En dan nog een muur van 25 meter. Nou kan ik denken: Dat is mijn zorg niet. Maar daar voel ik me niet prettig bij. Volgens mij ben ik medeverantwoordelijk door al mijn computergebruik, al is het maar een heel klein stukje. Al die data die moeten worden opgeslagen. Daarom ga ik in de toekomst weer veel meer op papier doen. Geen eindeloze stroom van foto’s en berichtjes meer. Alleen enkele, waar ik echt voor kies. En de rest komt in dit mooie boekje. Ik steek het bij me, samen met de pen. Ik schrijf het vol met hele kleine mooie lettertjes. Dat wordt een heerlijk creatief proces! Nieuw en als vanouds tegelijk.

Mijn bijdrage in de digitale diarree wordt vanaf vandaag drastisch beperkt. En foto’s? Die zet ik gewoon op een memorystick. Als hij vol is ga ik schrappen of ik druk er een paar af. Zo houd ik het bij mezelf, en niet ergens, waar dan ook, in een megagroot datacenter. Ik vind het vervelend als mensen tegen een dicht geblokte horizon aan moeten kijken. Zelfs al ken ik ze niet. Ik wens ruimte voor iedereen.

Het is niet zomaar, dat dit me bezig houd. Ik was getrouwd met een verzamelaar. Na zijn dood ben ik jarenlang bezig geweest met opruimen. Ik had 300 vierkante meter te doen, waar alleen maar een gangetje doorheen liep, tussen bergen hout, ijzer, dekenkisten en wat al niet meer. Er stonden machines, in goede staat, maar wel groot en zwaar. In een huis waar alles vol staat, moet je wel met oogkleppen gaan lopen. Als je alles ziet dan wordt je gek. Je leefruimte krimpt en krimpt. Het doet me denken aan een krantenberichtje, lang geleden. “Man dood gevonden in zijn huis. Waarschijnlijk zelfmoord. Hij was verzamelaar en zijn huis stond tot de nok toe vol. Vermoedelijk zag hij geen uitweg meer.”

Wij leven in net zo’n wereld. Alles moet bewaard worden. Spullen staan veilig achter slot en grendel in huizen en kluizen, data worden opgeslagen in datacenters. Volgens mij kunnen we best een heel stuk minderen. Dan hoef je niet eens alles weg te doen, Facebook, Gmail, Foto’s die je wil bewaren. Als het maar minder is. Dus dat doe ik. Niet alleen omdat het me helderheid geeft, maar ook omdat ik me verantwoordelijk voel.

Ik loop terug naar mijn fiets. Tevreden voel ik het mooie boekje in mijn binnenzak. Het past precies!

https://www.trouw.nl/buitenland/computers-en-mobieltjes-slurpen-een-flink-deel-van-onze-energie~b43f8b3c/

Klik om toegang te krijgen tot Brief-aan-gemeente-Zeewolde.pdf

.

.

.

.

.

.

Leefruimte

.

Uit het boek: Langs kantelende wegen, zie de link onderaan.

.

Overal is nood aan een plek onder de zon. Onder mens én dier. Wat kunnen we daar aan doen? Eén ding is duidelijk: We hebben nieuwe paden nodig. (De link naar het voorgelezen verhaal vind je onderaan. )

Op mijn blauwe klompen klos ik het bordes op van m’n vriend Dick. Het is een klein groen huisje, aan de rand van de weilanden. Het is klein, maar toch wel twee keer zo groot als dat van mij. Het is een heel eind lopen, om er te komen. Ik vind het leuk dat hij ook eenvoudig leeft.

De stormachtige wind waait hard over het weiland. Ik veeg mijn modderklompen af aan een opstaande rand. Voorzichtig doe ik de deur open. Hij draait naar buiten, ik moet uitkijken dat hij niet uit mijn handen klapt. Terwijl ik mijn klompen uitdoe, hoor ik binnen het geluid van de radio. Er is reclame. “Stem op 50+”, hoor ik een vrouw zeggen met een wat monotone stem. Dick fronst zijn wenkbrauwen en kijkt op van zijn laptop. “Dit vind ik zo’n irritante partij! Ze hebben het alleen maar over pietluttige geldzaakjes. Ze denken alleen aan zichzelf, terwijl ze gewoonlijk geld zat hebben.” Ik kijk hem aan. “Als ze alleen aan zichzelf denken, hoe kunnen ze dan samenwerken in een partij?” Vraag ik. En ik denk over zijn opmerking na, terwijl ik water opzet voor thee. “Om het tij te keren moeten we meer in verbanden gaan denken, als Ubuntu. Dat is best lastig in een wereld waarin mensen vooral denken aan hun eigenbelang. Is het dat wat je bedoelt?” Hij kijkt op. “Ja, dat”, zegt hij kort. Dan gaat hij weer door met schrijven. Dat is wat we gemeen hebben. Allebei schrijven we over een mooiere aarde, en wat je daaraan kan doen. Alleen schrijf ik vanuit mijn eigen leven, vaak praktisch, soms verdiepend en filosofisch. In de tijd dat ik ’s ochtends de Swette in stap en mijn oefeningen doe, leest hij elders in zijn huurhuisje de krant. Hij heeft een eigen website en houdt interviews. We praten er vaak over. Hoe maak je de wereld mooier. Waarom leven we liever in een tiny house?

Dick is niet de enige met wie ik daarover praat. Er komen soms mensen bij me langs, die er over na denken. Het gaat over landgebruik en mensen, geschiedenis en toekomst. Er is veel te delen. “De dieren hebben woningnood”, schrijft Natuurmonumenten aan de minister. Er is algehele woningnood, voor mensen én voor dieren. Reekalfjes die verstopt liggen in maisvelden worden kapotgereden door grote tractoren. Reekalfjes in natuurgebieden worden gedood en aangevreten door loslopende honden. Recreatie loopt fors uit de klauwen. Het is maar een voorbeeld. Overal is nood aan een plek onder de zon. Onder mens én dier. Wat kunnen we daar aan doen? Eén ding is duidelijk: We hebben nieuwe paden nodig.

Ik maak een klein begin. Samen met Linde werk ik aan een nieuw pad. Ik zie het als symbool voor een veel groter pad, waar ieder mens een begin aan kan maken. We laten een klein stuk land begroeien, Linde en ik. Het is een verhaal, dat je delen kan. Slechts een speldeknop is het, in het uitgestrekte biljartlaken van groene weilanden, maar toch, het ís iets.

Al die hectares met monotone akkers. Het tekort aan leefruimte. Hoe kan het anders, en wel zó, dat de boer er ook beter op wordt? Hiermee eindig ik. Precies op de dag van de verkiezingen. Ja, ik ga ook stemmen, en wel met deze vraag in mijn gedachten.

.

Luister hier

.

Bestel hier mijn boek: https://alowieke.blog/langs-kantelende-wegen-is-uit-bestellen-kan-hier/

Groene Verhalen, de site van Dick.

.

.