De verleiding

Blogtek Verleiding 002

Soms zou ik wel
willen gaan zo snel
dat het morgen klaar is
als een hele grote ballon
die na wat pompen oplaatbaar is
Kijk, daar gaat ie!

.
We staan op de bouwplaats. Jan, mijn nieuwe buurman, bewondert  de dubbele vloer van mijn woonwagen. Hij kijkt naar de spanten en materialen die klaarliggen. Sommige dingen wil hij óók gebruiken, om zijn woonwagentje te restaureren. “Dat dakrubber, dat lijkt mij wel wat,” zegt hij “Met isolatie eronder.” Hij lacht even. “Het is wel een onhandig tijdstip, om in de herfst en winter mijn dak te gaan vervangen. Maar ik wil zo graag weg in februari. Als het lukt.”
“Misschien kan je straks wel een stuk bouwzeil van me gebruiken,” stel ik voor, “als mìjn dak op zit.”
“Wanneer ga je dat doen dan?
“Tja, binnen twee maanden denk ik toch wel…”
“Zoooo dàn al?”
“Zou goed kunnen.”

Het is een dag later. Ik lig op mijn rug in de wagen en kijk naar het bouwsel om me heen. Het doorzichtige bouwzeil wappert in de wind en regen klettert als een luid applaus. Een beetje voortijdig, dat wel. Het moment om te juichen is nog niet gekomen. O, ik verheug me op het moment dat alles samenkomt! Ik werk er al zo lang aan. Er is al veel klaar. Maar niet genoeg. Er komt steeds iets bij, want het is best ingewikkeld.
Ik verbaas me erover hoelang ik al bezig ben. Zestien maanden geleden is het, dat ik begon te ontwerpen. En nu groeit die vorm daadwerkelijk uit de materie. Ongelooflijk leuk is dat. Hoe lang zou het nog duren voor het dak er op kan?
Ik voel de dikke grenen planken onder mijn rug en billen. Ik heb mijn handen onder mijn hoofd gevouwen. De smalle sterke vloer is precies groot genoeg. Ik kan hier straks mijn dagelijkse ochtendoefeningen doen. Al rondkijkend fantaseer ik verder. Je zou ook best met vier mensen voor het raam  kunnen tekenen of schilderen, ergens in de natuur.
Ik laat mijn blik gaan over de rij spanten die boven me uit steken en het raamkozijn dat naast me staat. Al zou ik willen, het mag er nog niet in, daarvoor is de constructie nog niet stabiel genoeg. De driehoekconstructie van een lange vensterbank moet stevigheid geven aan de zijwand. En ook de voor- en achtergevel moeten er in. Dan pas komt het kozijn en dan het dak.

Ik bouw. De ene handeling volgt op de andere. Er zit een logica in die ik al doende ontdek. Hoe meer tijd ik ervoor neem, hoe voorspoediger het gaat. Ik merk het elke keer. Telkens als ik werk om op te schieten, maak ik een fout. Daarom ga ik tegenwoordig eerst maar liggen voor ik begin, plat op de houten vloer. Ik kijk om me heen en zie wat nodig is. Mijn wagen is geen luchtballon, die ik even snel op kan pompen tot juiste proporties. Gelukkig maar, ik heb mijn wielen liever op de grond. Ik bouw. En wanneer het dak er op kan, ik weet het niet. Op een dag is het zover. Misschien zal ik verbaasd zijn.

.

Mijn wagentje is zó klein
in één oogopslag herkenbaar
en ik ben daar
als een oester in zijn schelp
een slak in zijn huis
een vogel in zijn nest, het is
niet meer dan het is
niet meer dan ik ben
ik pas er precies in
als een zonnetje zo klaar

.

.

.

.

.

Rammelend bestek en een dakgootgesprek

22 juni 2015 008

“Heee houden jullie een werkbespreking? Leuk!!” Henk hobbelt op zijn fietsje langs ons heen, een blauw bakje met rammelende kopjes en bestek op zijn bagagedrager gebonden. Hij was op weg naar zijn caravan. Maar nu verandert hij van richting, zet zijn fiets op de standaard en komt op ons af. Wij staan naast de nieuwe goudgele wagen met het werkboek in de hand. “Kijk, we zijn bezig met de bouwtekening van de goot.” “Ja, leuk hè, lacht Dick. Nu is ze al een jaar bezig met ontwerpen en nog steeds zijn er dingen waar over nagedacht moet worden,” glundert hij.
“Laat eens zien,” zegt Henk en kijkt naar de tekening. Henk is loodgieter en psycholoog. Hij is een ervaren trabbelsjoeter. Ik laat hem de spanten zien, die op de houten vloer klaar liggen. Ze zullen de huid van de wagen vorm en stevigheid te geven. Ernaast wacht een stapeltje verbindingsstukken, die moeten de overgang maken naar de dakbogen. Sommigen zijn  af, anderen nog niet. De decoupeerzaag ligt ernaast, tussen wat fijn houtpoeder van het zagen. Voor ik ga monteren wil ik alle onderdelen zoveel mogelijk af hebben. Het wordt een hele verzameling puzzelstukjes. Alles is uitgetekend op schaal en minstens tien keer nagekeken op juistheid.

.

22 juni 2015 009

Dit is de uiteindelijke tekening op schaal. Ik kan alle onderdelen rechtstreeks overtrekken en uitzagen. De vormgeving van de glooiende lijnen kan nog iets veranderen.

.

Henk tuurt naar mijn tekening met de goot en de stootlat. Die is nodig om het breedste punt te beschermen tegen botsen.”Wat is dat voor blokje, dat je onder de stootlat hebt getekend?” vraagt Henk aan mij. “Rubberen afhouders, gemaakt van auto- of trekkerband.”
“Goed plan, rubberen blokjes er onder. Zo heb je meer ruimte voor de goot. En autoband is vrijwel onverslijtbaar en is overal te vinden. Maar hoe is de afwatering van het dak?”  “Dat weten we nog niet. Heb jij een idee? Afwatering is toch je vak?” We wachten nieuwsgierig af wat hij gaat zeggen. “Wacht, zegt hij, “Ik breng eerst even de afwas naar huis. Hij stapt op zijn fiets en rijdt rammelend verder. Even later komt hij opgewekt terug lopen. Wij stoppen ons gesprek tot hij bij ons is en kijken hem nieuwsgierig aan. “Ik heb een idee”, begint hij. “Als je het dakrubber nou dóór laat lopen in de goot, het erom heen vouwt en vastplakt met EPDM lijm, dan heb je een hele goeie goot en geen lekkage. De ondersteuning van de goot kan je zò maken dat de stootlat er tegen aan kan geschroefd.” Henk laat een eenvoudig tekeningetje zien.
“Ja,” zeg ik bedachtzaam en kijk Dick even aan. “Dit is de beste oplossing.” Henk neemt het compliment bescheiden in ontvangst. “Jullie plan vond ik óók erg goed hoor! .. Maar nu ga ik ga weer verder,” zegt hij dan. “Wij ook,” antwoord ik.
“Dag Henk!”
“Dag Alowieke, dag Dick!”

.

Ik probeer geen enkele afgesloten ruimte te maken. Ik wil dat alles blijft ademen, vooral onder de vloer kan het soms vochtig zijn. Daar is het extra belangrijk.

.

Ventilatiegaten onder de vloer.
Ventilatiegaten onder de vloer.
Resthout na het gaten zagen
Resthout na het gaten zagen
Ventilatiegaten gezien van onder de vloer.
Ventilatiegaten onder de vloer waar de isolatie komt

 

 

Over koetjes en kalveren

Koetjesenkalveren KB

.

Ik zit bij het raam in de warme huiskamer van de buren. Het is een kleine woonkamer, knus en ouderwets ingericht zoals huiskamers in woonwagens horen te zijn. Vier klassiek-houten leunstoelen, twee schilderijen aan de muur. Een clown met melancholieke ogen en een reproductie van van Gogh. De beroemde schilder verbeeldt hier een zelfde soort woonwagen als ik ga bouwen. Gefascineerd kijk ik er naar.
Ik maak mijn blik los van de wand. Hans geeft me een kop koffie.
” Wij gaan hier waarschijnlijk niet blijven,”zegt hij.”Maar we weten nog niet wat onze bestemming wordt. Weet jij het wel?”
“Ik blijf hier zolang als nodig is. Dat is nog wel een poosje. Ik vraag me trouwens af wie wel weet wat er komt. Het boerenland om ons heen zal ook veranderen. De hele melksector is bezig opgeblazen te worden.”
“Ja, dat hebben wij ook gehoord. Investeringen voor schaalvergroting zijn groot en de melkveehouderij draait al lang met grote verliezen, gesubsidieerd door de overheid.”
“Hoe moet dat dan straks? ”
“Ach, dan importeren we die melk toch gewoon.”
“Ja, maar er is overal een schaalprobleem. Waar haal je dat dan vandaan?”
“Buiten Nederland is nog ruimte genoeg voor koeien. Oost Europa is lekker goedkoop om te investeren voor grote bedrijven. Genoeg die graag hun land kwijt willen.”
“En wat doen wij hier met het land? Alles is ingericht op die koeien. De mest word er geïnjecteerd, de hooilanden, de snijmais die je overal ziet…”
“Die snijmais exporteren we naar Oost Europa.”
“En hoe houden we onze grond vruchtbaar als er geen mest meer is?”
“Kunstmest, of koemestkorrels importeren uit het Oosten.”
“Fosfaten voor kunstmest worden gedolven. Die zijn vroeg of laat op.”
“Dan importeren we gewoon die mestkorrels.”
“Dus we importeren de melk en de koemest, en we exporteren de mais. Dat wordt een hoop heen en weer gerij.”
“Ja… nou ik zie het ook veel liever anders. Laten we de de grond schoonmaken. Dat vind ik veel zinvoller. Zeven jaar duurt dat en dan kunnen we overal voedselbossen en boerderijen opzetten gebaseerd op sluitende kringlopen.”

Dit gesprek geeft een korte schets van hoe het is en hoe het kan zijn. Kringloopdenken, dat kan niet in onze groei-economie. Het kan alleen maar groeien doordat er voeding, materiaal en energie aan wordt toegevoegd. Er wordt gedolven waar het maar kan en ook waar het niet kan. Goud, fosfaat, gas, kolen, olie, het houdt niet op. Dat dacht men tot voor kort. Maar het houdt wèl op!

In het kringloopdenken gebruik je alles wat er is als voeding. Er zijn verschillende namen voor. Ecologische of biologische landbouw is het meest bekend. De permacultuur gebruikt de natuur als inspiratiebron. Als je de natuur met rust laat, is er altijd een kringloop van voedingsstoffen. Omdat wij ons eten van de grond halen, halen we ook voeding uit de grond. Die wordt meestal naar elders gebracht. Daarom moet er steeds mest van buiten komen, om de bodem weer vruchtbaar te maken. Een goede bodem heeft veel meer in zich, dan alleen kunstmest.

Poep van mensen en dieren hoort op de composthoop, zodat het terug kan naar de bodem waar het vandaan komt. Takken en blaadjes kunnen makkelijk blijven liggen in de herfst, het houdt de bodem warm en biedt beschutting aan tal van beestjes. Als het vergaan is en verteerd, kan de bodem veel beter water vasthouden en voedingstoffen. In kringlooplandbouw kunnen dieren ook een plek krijgen. Maar niet teveel. De bodem heeft mest nodig, maar overbemesting willen we niet. Genoeg is genoeg. In een kringloop is alles in harmonie, en staan allerlei vast planten, die zorgen dat de bodem stevig bij elkaar blijft. Ze zorgen er ook voor dat de bodem de voedingsstoffen goed in zich op kan nemen. Er zit nog veel meer aan vast en als je wilt kun je er nog veel meer over lezen.

Boeken hierover zijn:

Vierduizend jaar kringlooplandbouw, van Sietze Leeflang
Handboek ecologisch tuinieren van Herman van Boxum en G Buysse
Sepp Holzer’s permacultuur, van Sepp Holzer

Meer boeken over permacultuur:
https://www.google.nl/search?q=permacultuur+boeken+kringloop&ie=utf-8&oe=utf-8&client=firefox-b&gfe_rd=cr&ei=8kAsWMLXE6GT8Qfv5LLQCA#q=permacultuur+boeken